Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761678
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761678/1
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Onderwijs
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 30-05-2026
Intitulé
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – OnderwijsDe directeur Onderwijs,
gelet op artikel 5 en artikel 6, eerste lid, en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam,
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Onderwijs
Artikel 1 Definitiebepaling
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
afdelingshoofd: afdelingsmanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;
- b.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- c.
burgemeester: de burgemeester van de gemeente;
- d.
cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur;
- e.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
- f.
directeur: de directeur Onderwijs;
- g.
directie: de directie Onderwijs;
- h.
gemeente: de gemeente Amsterdam;
- i.
machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit in de zin van de Awb, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
- j.
mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Awb;
- k.
stedelijk directeur: de directeur van een cluster;
- l.
teammanager: teammanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;
- m.
volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
- n.
Woo: Wet open overheid.
Artikel 2 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
-
1. Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging worden verleend tot het uitoefenen van de bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in de bijlage bij dit besluit.
-
2. Gemandateerden, gevolmachtigden en gemachtigden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in de bijlage genoemde bepalingen en beperkingen.
-
3. Aan de afdelingshoofden en teammanagers van de directie worden mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden zoals genoemd in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.
Artikel 3 Vervangingsregeling
-
1. De directeur Maatschappelijke Voorzieningen, het afdelingshoofd Beleid, het afdelingshoofd Leerplicht en het afdelingshoofd Schooltuinen en Natuureducatie worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan vijf werkdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.
-
2. Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, wordt deze in eerste instantie vervangen door de directeur Maatschappelijke Voorzieningen.
-
3. Bij afwezigheid van de directeur Maatschappelijke Voorzieningen in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, wordt de directeur vervangen door het afdelingshoofd Beleid.
-
4. Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, en bij afwezigheid van de directeur Maatschappelijke Voorzieningen en van het afdelingshoofd Beleid, wordt de directeur vervangen door het afdelingshoofd Leerplicht.
-
5. Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, en bij afwezigheid van de directeur Maatschappelijke Voorzieningen en het afdelingshoofd Beleid en het afdelingshoofd Leerplicht wordt de directeur vervangen door het afdelingshoofd Schooltuinen en Natuureducatie.
-
6. Bij afwezigheid van een afdelingshoofd wordt deze vervangen door de directeur of een ander afdelingshoofd binnen de directie zoals weergegeven in onderstaande tabel. Indien geen van de afdelingshoofden binnen de directie beschikbaar zijn, wordt in overleg een afdelingshoofd van een andere directie aangewezen als plaatsvervanger.
-
7. Bij afwezigheid van een teammanager wordt deze vervangen door een andere teammanager binnen dezelfde afdeling van de directie zoals weergegeven in onderstaande tabel. Indien geen van de teammanagers in een afdeling beschikbaar zijn, wordt in overleg een teammanager van een andere afdeling binnen de directie aangewezen als plaatsvervanger.
Naam manager/budgethouder
Naam vervanger bij afwezigheid
(wordt vervangen door)
Naam waarvan manager de vervanger wordt
(is zelf de vervanger van)
Afdelingshoofd Beleid
Directeur Onderwijs
Afdelingshoofd Leerplicht
Afdelingshoofd Leerplicht
Afdelingshoofd Beleid
Afdelingshoofd Schooltuinen en Natuureducatie
Afdelingshoofd Schooltuinen en Natuureducatie
Afdelingshoofd Beleid
Afdelingshoofd Leerplicht
Teammanager Kinderopvang
Teammanager Jonge Kind en Pedagogische Allianties
Teammanager Preventief Interventie Team
Teammanager Jonge Kind en Pedagogische Allianties
Teammanager Onderwijsachterstanden en Kwaliteit
Teammanager Kinderopvang
Teammanager Onderwijsachterstanden en Kwaliteit
Teammanager Onderwijsroutes en Samenleving
Teammanager Jonge Kind en Pedagogische Allianties
Teammanager Onderwijsroutes en Samenleving
Teammanager Preventief Interventie Team
Teammanager Onderwijsachterstanden en Kwaliteit
Teammanager Preventief Interventie Team
Teammanager Kinderopvang
Teammanager Onderwijsroutes en Samenleving
Teammanager Leerplicht Oost
Teammanager Leerplicht West
Teammanager Leerplicht MBO
Teammanager Leerplicht West
Teammanager Leerplicht Noord Zuid
Teammanager Leerplicht Oost
Teammanager Leerplicht Noord Zuid
Teammanager Kwaliteit en Informatie
Teammanager Leerplicht West
Teammanager Kwaliteit en Informatie
Teammanager Leerplicht MBO
Teammanager Leerplicht Noord Zuid
Teammanager Leerplicht MBO
Teammanager Leerplicht Oost
Teammanager Kwaliteit en Informatie
Teammanager Tuincluster 1
Teammanager Tuincluster 2
Teammanager Tuincluster 3
Teammanager Tuincluster 2
Teammanager Tuincluster 3
Teammanager Tuincluster 1
Teammanager Tuincluster 3
Teammanager Tuincluster 1
Teammanager Tuincluster 2
-
8. In geval van afwezigheid van de teammanager Staf en Expertise en in geval van afwezigheid van de ambtelijk opdrachtgever Masterplan Zuidoost wordt de directeur als plaatsvervanger aangewezen.
Artikel 4 Wijze van ondertekening
-
1. Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging op grond van dit besluit, behelst ook de ondertekening van stukken.
-
2. In geval van het uitoefenen van een gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
Namens de burgemeester van Amsterdam/het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
[handtekening]
[voor- en achternaam gemandateerde], [functieaanduiding]
-
3. Een besluit dat niet in mandaat, volmacht of machtiging wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, volmacht of machtiging wordt als volgt ondertekend:
De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
ondertekend namens deze / dezen,
[handtekening]
[voor- en achternaam gemandateerde]
[functieaanduiding]
-
4. In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 4 dan wordt bij de ondertekeningsinstructie in het tweede en derde lid de voor- en achternaam van de gemandateerde en de functieaanduiding vervangen door:
[functieaanduiding gemandateerde (lid 2) / tekenbevoegde (lid 3)]
bij afwezigheid,
[handtekening]
[voor- en achternaam plaatsvervanger]
[functieaanduiding]
Artikel 5 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
Artikel 6 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Onderwijs.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 16 april 2026
De directeur Onderwijs
Marije van Mens
Bijlage: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Algemene bepalingen en beperkingen
Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
- 1.
Subsidieverstrekking
- a.
Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies:
- a.
- 2.
Handhaving
Taken op het gebied van handhaving omvatten:
- a.
Het nemen van besluiten inzake het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:21 Awb;
- b.
Het vaststellen van de hoogte van de kosten van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25, zesde lid, Awb;
- c.
Het nemen van besluiten inzake het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31a Awb;
- d.
Het nemen van besluiten inzake het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:31d Awb;
- e.
Het nemen van besluiten omtrent het invorderen van een dwangsom, bestuurlijke boete of kosten van bestuursdwang bij dwangbevel als bedoeld in artikel 5:10, tweede lid, Awb;
- f.
Het nemen van besluiten omtrent het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van de hierboven bedoelde dwangbevelen.
- a.
Ondermandatenregister
|
Nr. |
Betreffend onderdeel van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam |
Omschrijving bevoegdheid |
Grondslag genoemd in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam |
Bevoegd bestuurs-orgaan |
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam |
Ondermandaat/ ondervolmacht/ ondermachtiging verleend aan |
|
1. |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0 paragraaf 3 onder 1 |
Verstrekking van subsidie aan een instelling die, en voor ten hoogste het bedrag dat op de begroting is vermeld. |
Artikel 4;23, derde lid onder c. van de Awb. |
College |
Voor zover het zijn werkterrein betreft en Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2019 |
|
|
2. |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 1. |
Het nemen van besluiten over subsidies |
|
College |
Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2019 |
|
|
3 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 2. |
Het nemen van besluiten over verstrekking van onderwijsvoorzieningen |
Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 |
College |
Voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2019 |
|
|
4 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 3. |
Het nemen van alle besluiten inzake leerlingenvervoer |
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Amsterdam 2024 |
College |
Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2019 |
|
|
5 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder4. |
Het indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 15h, tweede lid, van de Wet op het onderwijstoezicht door de inspectie |
Artikel 15i, vijfde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht |
College |
|
|
|
6 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 5. |
Besluiten gericht op de uitvoering van het beleidsplan: “Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026”, waaronder besluiten tot het aangaan van een raamovereenkomst met een voorschoolaanbieder ten behoeve van inkoop van individuele kindplaatsen in de voorschool. |
Artikel 60, eerste lid van de Gemeentewet |
College |
Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2019 |
|
|
7 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 6. |
Besluiten in het kader van:
|
Artikelen 1.46, 1.47, 1.47a, 1.65, eerste, tweede en vierde lid, 1.66, 1.72, van de Wet kinderopvang en voor zover van toepassing in samenhang met titel 4.4 en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. |
College |
|
|
|
8 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 7. |
Het toezien op naleving van de Wet kinderopvang. |
Artikel 1.61, eerste lid, van de Wet kinderopvang. |
College |
|
|
|
9 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 8. |
Uitvoering van de Sociaal Medische Indicatie (SMI) en daarmee samenhangende besluiten:
|
Artikel 160, eerste lid van de Gemeentewet |
College |
|
|
|
10 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 9. |
Het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969 |
Artikel 16, eerste lid, van de Leerplichtwet. |
College |
|
|
|
10 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 10. |
Het afnemen van de ambtseed leerplichtambtenaar |
Artikel 16, tweede lid van de Leerplichtwet 1969 juncto artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet. |
College |
|
|
|
11 |
Artikel 5, tweede lid, van het Algemeen Mandaat Besluit Amsterdam in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 5, onder 3 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 5 paragraaf 3, onder 11 |
Het nemen van besluiten inzake:
|
Artikel 3a, 3b, 7, en 15 van de Leerplichtwet 1969 en artikel 160 van de Gemeentewet |
College |
|
Toelichting
Algemeen deel
Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.
Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.
In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Het verlenen van verder ondermandaat door gemandateerden is dus niet toegestaan. Enkel de directeur kan ondermandaat verlenen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.
Artikelsgewijs deel
Artikel 3:
De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde of vierde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede, dan wel die bedoeld in het derde lid, weer aanwezig is.
Zoals bepaald in artikel 6, vierde lid van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingshoofden en teammanagers in het geval van afwezigheid een ander afdelingshoofd, respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als plaatsvervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis. In lid 7 staat nu een tabel opgenomen met welke afdelingshoofden en teammanagers elkaar vervangen bij afwezigheid. Indien een of meer van de teamnamen verandert, blijft het vervangingsschema zoals opgenomen in lid 7 van kracht met dien verstande dat de gewijzigde teamnaam gelezen moet worden in de huidige namen.
Teammanagers wijzen in het geval van afwezigheid een andere teammanager binnen de eigen afdeling van de directie aan als plaatsvervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis. Wanneer er geen teammanagers binnen de eigen afdeling beschikbaar zijn, wordt een teammanager uit een andere afdeling binnen de directie als plaatsvervanger aangewezen.
Bijlage 1:
Ten aanzien van subsidievertrekking zijn in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam de volgende bevoegdheden niet gemandateerd (of gedelegeerd) aan de directeur, waardoor zij door middel van de algemene bepalingen en beperkingen ook niet door de directeur aan diens ondergeschikten zijn toebedeeld:
- a)
de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels;
- b)
het vaststellen van subsidieplafonds;
- c)
het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie;
- d)
de handelingen die, voor wat betreft de afhandeling van subsidieaanvragen, behoren tot het werkterrein van de directie Subsidie, Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl