Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761666
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761666/1
Subsidieregeling Onderwijsachterstandenbeleid Primair Onderwijs 2026-2027
Geldend van 18-05-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Onderwijsachterstandenbeleid Primair Onderwijs 2026-2027Burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal;
gelet op artikel 2, eerste lid, onder e, en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Roosendaal;
BESLUITEN:
vast te stellen de Subsidieregeling Onderwijsachterstandenbeleid Primair Onderwijs 2026-2027
Artikel 1. Begripsomschrijvingen en landelijke wet- en regelgeving
In deze Subsidieregeling Onderwijsachterstandenbeleid Primair Onderwijs 2026-2027 wordt verstaan onder:
- a.
aanvrager: organisatie die een aanvraag indient voor een subsidie op grond van deze regeling;
- b.
activiteitenplan: het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen;
- c.
ASV: Algemene subsidieverordening Roosendaal (2013);
- d.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal;
- e.
gemeente: gemeente Roosendaal;
- f.
groep: samenstelling van circa 15 kinderen die nieuwkomersonderwijs volgen;
- g.
kinderen: kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar die woonachtig zijn in Roosendaal;
- h.
onderwijsachterstand: achterstand in de ontwikkeling van een leerling, met name op het gebied van taalvaardigheid, die samenhangt met factoren in de sociale, economische of culturele omgeving van het kind en die het volgen van regulier onderwijs kan belemmeren;
- i.
NIP: specifiek aanbod voor kinderen die door een onderwijsachterstand achterblijven op het gebied van taal- en woordenschatontwikkeling;
- j.
Schakelklas / schakelprogramma: specifiek aanbod voor kinderen (van 4 tot 12 jaar) die door een onderwijsachterstand achterblijven op het gebied van taal- en woordenschatontwikkeling;
- k.
taalvoorziening anderstaligen: specifiek aanbod voor kinderen (van 4 tot 12 jaar) die korter dan 1 jaar in Nederland zijn en de Nederlandse taal niet beheersen;
- l.
VOG: verklaring omtrent het gedrag.
Artikel 2. Doelstelling subsidieregeling
Deze regeling heeft tot doel het stimuleren en faciliteren van onderwijs aan kinderen gericht op het leren van de Nederlandse taal of het verkleinen van de achterstand in de taalontwikkeling teneinde hun onderwijsachterstand te beperken of terug te dringen en te bevorderen dat er gelijke kansen voor kinderen zijn.
Artikel 3. Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de doelstelling van deze regeling en de subdoelen zijnde: “het aanbieden van onderwijs gericht op het leren van de Nederlandse taal of het verkleinen van de achterstand in de taalontwikkeling”. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn:
- 1.
Het aanbieden van activiteiten gericht op het aanbieden van NIP. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen dragen aantoonbaar bij aan de doelstelling zoals genoemd in artikel 2, en conform de uitwerkingen binnen de artikelen 12 en 13.
- 2.
Het aanbieden van activiteiten gericht op het aanbieden van een schakelklas/ schakelproject. Met daarbij de aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling, zoals genoemd in artikel 12 en 13.
- 3.
Het uitbreiden van het aantal NIP-groepen (activiteit 1), bijvoorbeeld door ontwikkelingen zoals extra instroom van nieuwkomers in de gemeente Roosendaal.
- 4.
Voor eenmalige projecten of pilots die op een andere manier bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstelling dan de hiervoor vermelde activiteiten.
Artikel 4. Subsidieplafond
-
1. Het subsidieplafond voor schooljaar 2026 – 2027 voor activiteiten gericht op het aanbieden van een taalvoorziening voor nieuwkomers (NIP) in het primair onderwijs voor kinderen die woonachtig zijn in de gemeente Roosendaal (artikel 3, lid 1) bedraagt € 77.000 voor de eerste groep, € 77.000 voor de tweede groep en € 66.000 voor een derde groep: het maximaal aantal groepen is daarmee drie onder het maximale subsidieplafond van € 220.000 binnen deze regeling.
-
2. Het subsidieplafond voor schooljaar 2026 – 2027 voor activiteiten gericht op het aanbieden van een schakelklas/ schakelproject (artikel 3, lid 2) bedraagt € 735.000.
-
3. Het totale subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 955.000 voor het schooljaar 2026–2027 Dit totale plafond wordt gevormd door een totaaltelling van de subsidieplafonds zoals benoemd onder artikel 4, lid 1en 2.
-
4. Indien het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond overschrijdt, worden de subsidiebedragen naar rato van de aangevraagde bedragen verlaagd totdat het subsidieplafond niet meer wordt overschreden. Handelingswijze bij een gebleken overschrijdingsvraag van het vastgestelde subsidieplafond, staat vastgelegd in artikel 9 binnen deze regeling.
-
5. Het subsidieplafond voor een eenmalige subsidie genoemd onder artikel 3, lid 4 is afhankelijk van de resterende, nog niet ingezette middelen voor onderwijsachterstanden binnen de gemeente Roosendaal op basis van deze regeling en de regeling voorschoolse educatie 2026.
Artikel 5. Subsidiabele kosten
-
1. Het subsidiebedrag is gebaseerd op de noodzakelijke en werkelijke kosten. Subsidiabele kosten zijn:
- a.
directe personeelskosten;
- b.
lesmaterialen ten behoeve van het doel;
- c.
meetmethodes en toetsen voor het inzichtelijk maken van de voortgang van de ontwikkeling van de leerlingen;
- d.
accountantskosten.
- a.
-
2. Niet-subsidiabele kosten zijn in ieder geval:
- a.
de kosten voor consumpties;
- b.
de kosten voor schoonmaak.
- a.
Artikel 6. Aanvraagtermijn subsidieaanvraag
-
1. In afwijking van artikel 6 van de ASV wordt een subsidieaanvraag voor de activiteiten genoemd in artikel 3, lid 1 en 2 ingediend vóór 1 juli van het kalenderjaar waarin het betreffende schooljaar aanvangt.
-
2. Subsidieaanvragen voor activiteiten genoemd in artikel 3, lid 3 en 4 kunnen worden ingediend tussen 1 juli van het startjaar van het schooljaar en 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar.
Artikel 7. Voorwaarden aan de aanvrager
Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen voldoen aan de volgende vereisten:
- 1.
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door:
- a.
activiteiten zoals beschreven in artikel 3, lid 1 en 3 kunnen worden aangevraagd door een schoolbestuur primair onderwijs met bestaande en recente ervaring, en expertise, met een taalvoorziening voor nieuwkomers (NIP) in het primair onderwijs in de gemeente Roosendaal;
- b.
activiteiten zoals beschreven in artikel 3, lid 2 kunnen worden aangevraagd door schoolbesturen primair onderwijs in de gemeente Roosendaal, met bestaande en recente ervaring en expertise met het aanbieden van een schakelklas/ schakelproject;
- c.
activiteiten zoals beschreven in artikel 3, lid 4 kunnen worden aangevraagd door schoolbesturen primair onderwijs in de gemeente Roosendaal.
- a.
- 2.
Aanvrager is in staat vanaf de ingangsdatum van de subsidieverlening de in de beschikking bepaalde activiteit(en) uit te voeren.
- 3.
Aanvrager is in staat inzicht te geven in de meetbare resultaten van de uitgevoerde activiteiten en deze te vertalen in de verantwoording, zoals beschreven in artikelen 12 en 13.
- 4.
De aanvrager draagt er zorg voor dat personen die werkzaamheden uitvoeren in het kader van de gesubsidieerde activiteiten beschikken over een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG).
Artikel 8. Voorwaarden aan de aanvraag
De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden:
- 1.
De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan waarin in ieder geval een omschrijving en/of beschrijving van het volgende is vermeld:
- a.
de wijze waarop is voldaan aan de voorwaarden van artikelen 3 en 7;
- b.
de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de in artikel 2 genoemde doelstelling;
- c.
de wijze waarop de aanvrager de doelgroep wil bereiken;
- d.
een prognose van het aantal te bereiken kinderen (onderverdeeld in middenbouw en bovenbouw) per school;
- e.
de wijze waarop de resultaten van activiteiten/diensten worden gemeten en gerapporteerd;
- f.
de wijze waarop scholen en/of de voorziening zorgdragen voor een warme overdracht;
- g.
de wijze waarop scholen en organisaties samenwerken en afstemmen binnen de gemeente Roosendaal voor de in deze subsidieregeling omschreven activiteiten.
- a.
- 2.
De aanvraag gaat vergezeld van een sluitende begroting volgens verplicht format. Hierin wordt op zijn minst opgenomen en gespecificeerd:
- a.
personele kosten;
- b.
materiële kosten;
- c.
kosten voor meetmethodes en toetsen;
- d.
accountantskosten.
- a.
Artikel 9. Beoordeling subsidieaanvraag
Subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden van deze regeling komen voor subsidie in aanmerking totdat het subsidieplafond is bereikt. Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare budget verdeeld overeenkomstig artikel 4, lid 4 van deze regeling.
Artikel 10. Samenloop van subsidies
De subsidie wordt geweigerd indien voor dezelfde activiteiten en kosten reeds subsidie is verstrekt of aangevraagd op grond van een andere subsidieregeling van de gemeente.
Artikel 11. Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens;
- b.
zorg te dragen voor de lokale zichtbaarheid, bekendheid en bereikbaarheid van de organisatie en het activiteitenaanbod;
- c.
flexibel in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Roosendaal;
- d.
wijzigingen in de aan de subsidie verbonden afspraken en verplichtingen binnen het subsidietijdvak, tijdig met de gemeente te bespreken en ter goedkeuring voor te leggen;
- e.
deel te nemen aan de overleggen met de Gemeente Roosendaal en zich te conformeren aan de afspraken die betreffende werkgroepen worden gemaakt;
- f.
zich te conformeren aan het door gemeente Roosendaal eerder vastgestelde en vigerende ‘Onderwijsachterstanden beleid 2023-2026’ en de ‘Jeugdagenda 2024-2027’.
- a.
Artikel 12. Tussentijdse verantwoording
-
1. Tussen 1 februari en 31 maart binnen het gesubsidieerde schooljaar, vindt als tussentijdse verantwoording een gezamenlijk overleg plaats met de aanvragers van de NIP en schakelprogramma’s om terug te blikken op de eerste periode van de uitgevoerde activiteiten. Het college kan de subsidieontvanger verzoeken schriftelijk inzicht te geven in de voortgang van de activiteiten en de besteding van de middelen, middels de volgende gegevens:
- a.
het totaal aantal kinderen met daarbij de voortgang in hun ontwikkeling, gespecificeerd met cijfers op relevante ontwikkelingsgebieden, zoals woordenschat, etc.;
- b.
hoeveel kinderen op dat moment deelnemen;
- c.
het aantal keren en de specificatie van de informele en formele zorg die is ingezet, via de school, is en wordt ingezet voor een kind. Dit betreft alle zorg die verleend worden door een externe partij. Denk hierbij aan de jeugdprofessional, zorgaanbieder, etc.;
- d.
inzicht in de globale stand van zaken van besteding van financiële middelen gespecificeerd naar de ingezette activiteiten.
- a.
Artikel 13. Eindverantwoording en vaststelling
-
1. Het verzoek tot vaststellen van de ontvangen subsidie wordt door de subsidieontvanger op uiterlijk 30 november na het gesubsidieerde schooljaar, digitaal ingediend, conform de ASV en middels de daarvoor door het college vastgestelde formulieren.
-
2. De verantwoording omvat binnen de ASV vastgelegde verplichtingen, een ‘inhoudelijk verslag’. Dit inhoudelijke verslag bestaat voor de binnen deze regels geldende subsidie, minimaal uit:
- –
het aantal leerlingen dat naar regulier onderwijs doorstroomt en het aantal dat in speciaal onderwijs of andere voorziening start;
- –
hoeveel kinderen hebben deelgenomen;
- –
het totaal aantal kinderen met daarbij de voortgang in hun ontwikkeling, gespecificeerd met cijfers op relevante ontwikkelgebieden, zoals woordenschat, etc.;
- –
het aantal keren en de specificatie van de informele en formele zorg die is ingezet, via de school, voor een kind. Dit betreft alle zorg die verleend worden door een externe partij. Denk hierbij aan de jeugdprofessional, zorgaanbieder, etc.
- –
-
3. De financiële verantwoording van een ontvangen subsidie boven € 100.000 omvat zeker: een door het bestuur gewaarmerkt financieel verslag of een door het bestuur gewaarmerkte jaarrekening, een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop, en een accountantsverklaring.
Artikel 14. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de derde dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.
Artikel 16. Intrekking
Vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavige ‘Subsidieregeling Onderwijsachterstandenbeleid Primair Onderwijs 2026-2027’ wordt de ‘Subsidieregeling Onderwijsachterstandenbeleid Primair Onderwijs 2025-2026’ ingetrokken.
Ondertekening
Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Roosendaal op 04-05-2026,
de secretaris,
Drs. H.W.J. Klaucke
de burgemeester,
Dhr. M. Buijs
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl