Beleidsregels Eerste Hulp bij Geldzaken en Schulddienstverlening gemeente 's-Hertogenbosch 2026

Geldend van 12-05-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Eerste Hulp bij Geldzaken en Schulddienstverlening gemeente 's-Hertogenbosch 2026  

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch;  

In zijn vergadering van 12 mei 2026,

Gezien het voorstel met reg.nr. 19271415,

gelet op de artikelen 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;  

besluit vast te stellen de Beleidsregels Eerste Hulp bij Geldzaken en Schulddienstverlening gemeente 's-Hertogenbosch 2026.

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

 

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder: 

  • aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schulddienstverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;

  • begeleidingsplan: het plan, bedoeld in artikel 12, waarin staat hoe de begeleiding aan de inwoner vorm krijgt aan de hand van de begeleidingsproducten uit het plan van aanpak en op welke leefgebieden dit zich richt; 

  • begeleidingsproducten: hulp en begeleiding die geboden wordt om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te vergroten, door financiële begeleiding die bestaat uit het verbeteren van de financiële situatie van de inwoner, budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind en zo nodig begeleiding door flankerende hulp; 

  • BKR: Bureau Kredietregistratie;

  • CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem;

  • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch;

  • contractgemeente: een andere gemeente waarvoor de gemeente 's-Hertogenbosch schulddienstverlening (deels) uitvoert, zoals vastgelegd in een contract met de betreffende gemeente;

  • crisissituatie: onder een crisissituatie wordt verstaan een gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen opzegging of ontbinding van de zorgverzekering of andere bedreigende situaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet;

  • EHBG: Eerst Hulp bij Geldzaken. EHBG biedt een persoonlijke en vrij toegankelijke dienstverlening voor inwoners met (dreigende) financiële of sociaaljuridische vragen en problemen. EHBG vormt de toegang tot schulddienstverlening.

  • inwoner: degene die als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente ’s‑Hertogenbosch, dan wel in de BRP van een contractgemeente waarvoor ’s‑Hertogenbosch (delen van) de schulddienstverlening uitvoert op basis van een samenwerkingsovereenkomst;

  • leefgebieden: thema’s die bij het bieden van schulddienstverlening centraal staan: werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk;

  • meetinstrument: middel dat een objectieve inschatting van de huidige situatie, kennis, vaardigheden en competenties van een inwoner geeft op de leefgebieden;

  • niet vrij toegankelijke voorziening: voorziening waarvoor een besluit van het college nodig is;

  • NVVK: vereniging voor financiële hulpverleners. De gemeente 's-Hertogenbosch committeert zich als lid van de NVVK aan de door NVVK vastgestelde richtlijnen en kwaliteitskaders;

  • plan van aanpak: het plan, bedoeld in artikel 9 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de systematische intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schulddienstverlening bevat;

  • problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijk persoon zijn schulden niet zal kunnen blijven betalen of is gestopt met betalen. Daaronder wordt verstaan een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden;

  • schulddienstverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • sociaal raadslieden: sociaal raadslieden bieden laagdrempelige toegang tot rechtsbescherming, door het bieden van sociaaljuridische informatie en advies. Sociaal raadslieden zijn onderdeel van EHBG en hebben een onafhankelijke positie binnen de gemeentelijke organisatie;

  • systematische intake: gestructureerde werkwijze voor het voeren van één of meer gesprekken na een aanvraag om een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner en om de hulpvraag van de inwoner vast te stellen;

  • wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wgs, de Awb en de NVVK-gedragscode.

HOOFDSTUK 2. DOELGROEP EN AANVRAAG

 

Artikel 2. Doelgroep

  • 1.

    Inwoners met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schulddienstverlening. 

  • 2.

    Inwoners van de gemeente 's-Hertogenbosch kunnen terecht bij de Sociaal Raadslieden voor sociaaljuridische ondersteuning.

 

Artikel 3. Melding en aanvraag

  • 1.

    Inwoners kunnen zich voor ondersteuning bij (dreigende) financiële en/of sociaaljuridische vragen en problemen melden bij EHBG. Er is op dat moment sprake van een melding. Deze melding bij EHBG is vormvrij.

  • 2.

    Er is sprake van een aanvraag schulddienstverlening na een eerste gesprek waarin de hulpvraag van de inwoner is vastgesteld. Dat kan zijn een gesprek bij EHBG of een gesprek naar aanleiding van een signaal vroegsignalering. 

 

Artikel 4. Systematische intake

  • 1.

    Na de aanvraag volgt een systematische intake waarin het college in overleg met de inwoner de hulpvraag vaststelt en het college de inwoner informeert over het proces. 

  • 2.

    De systematische intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen als sprake is van een crisissituatie.

  • 3.

    Tijdens de systematische intake informeert het college de inwoner in elk geval over: 

    • a.

      de wijze waarop het college de inwoner ontzorgt en ondersteunt bij financiële problemen en indien mogelijk schuldenvrij en financieel zelfredzaam maakt; 

    • b.

      de persoonsgegevens die het college verwerkt om:  

      • 1.

        de beschikking over de toegang tot schulddienstverlening af te geven;  

      • 2.

        het plan van aanpak op te stellen;

    • c.

      de te verwachten doorlooptijd tussen:

  • 1.

    het eerste gesprek en de beschikking over de toegang tot schulddienstverlening; 

  • 2.

    de beschikking over de toegang tot schulddienstverlening en het bereiken van het resultaat;  

    • a.

      het proces over: 

      • 1.

        het verder aanvullen van het plan van aanpak; 

      • 2.

        de periode van nazorg.

  • 4.

    Als blijkt dat de inwoner een hulpvraag heeft waarvoor andere ondersteuning vanuit de gemeente nodig is en de inwoner deze ondersteuning wenst, wordt de inwoner begeleid naar de afdeling binnen de gemeente die deze ondersteuning kan bieden.

  • 5.

    Het college maakt bij de systematische intake gebruik van een meetinstrument.

  • 6.

    In afwijking van lid 1 en 2 kan een bewindvoerder direct een schriftelijke aanvraag schulddienstverlening indienen.

 

HOOFDSTUK 3. BESLISSING OP DE AANVRAAG

 

Artikel 5. Beschikking

Het college geeft, overeenkomstig artikel 1 van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente ‘s-Hertogenbosch, binnen 8 weken na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schulddienstverlening. 

 

Artikel 6. Toegang

  • 1.

    Het college geeft toegang tot schulddienstverlening als: 

    • a.

      de inwoner is opgehouden met het betalen van schulden; 

    • b.

      de inwoner niet door kan gaan met het betalen van schulden; of 

    • c.

      de inwoner financiële zorgen heeft en een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is. 

  • 2.

    Als het college toegang tot schulddienstverlening geeft, meldt het de inwoner aan bij de verwijsindex schuldhulpverlening.

  • 3.

    Als het college toegang tot schulddienstverlening geeft, vindt gegevensuitwisseling met schuldeisers waar mogelijk plaats via het schuldenknooppunt.

 

Artikel 7. Weigering

Het college kan de toegang tot schulddienstverlening weigeren als een inwoner: 

  • a.

    al eerder gebruik heeft gemaakt van schulddienstverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het afgeven van een beëindigingsbeschikking; 

  • b.

    fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en waarvoor die inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of waarvoor aan die inwoner een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de veroordeling of de sanctieoplegging;

  • c.

    zich misdraagt tegenover personen die de schulddienstverlening geven en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de misdraging;  

  • d.

    geen ingezetene is die rechtmatig verblijf houdt in Nederland conform het bepaalde in artikel 3 lid 4 van de wet;

  • e.

    op grond van artikel 10.2 het college de noodzaak voor schulddienstverlening niet aanwezig acht.

Artikel 8. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering

Het college begeleidt een inwoner met schulden na het niet succesvol doorlopen van de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen, bij de toelating tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen en gedurende dat schuldsaneringstraject, op basis van maatwerk.

 

HOOFDSTUK 4. PLAN VAN AANPAK

 

Artikel 9. Inhoud plan van aanpak

  • 1.

    Als het college toegang tot schulddienstverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking. 

  • 2.

    Het plan van aanpak bevat in ieder geval:

    • a.

      het doel van de schulddienstverlening;

    • b.

      het aanbod voor de schulddienstverlening dat bestaat uit het oplossen van de schulden en de begeleidingsproducten;

    • c.

      de verplichtingen waar de inwoner zich aan moet houden;

    • d.

      een overzicht van de momenten die voor de schulddienstverlening belangrijk zijn;

    • e.

      de nazorg die geboden wordt;

    • f.

      de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet; en

    • g.

      de afloscapaciteit, op basis van het vrij te laten bedrag.

  • 3.

    Het plan van aanpak wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument. 

 

Artikel 10. Aanbod schulddienstverlening

  • 1.

    Het college biedt de verzoeker schulddienstverlening aan, indien het college dit noodzakelijk acht, en bepaalt het aanbod van de schulddienstverlening. Het aanbod voor de schulddienstverlening bestaat in ieder geval uit één of meerdere van de volgende producten:

    • a.

      eenmalig advies;

    • b.

      stabilisatie;

    • c.

      budgetbeheer;

    • d.

      duurzame financiële dienstverlening;

    • e.

      betalingsregeling;

    • f.

      herfinanciering van schulden;

    • g.

      saneringskrediet;

    • h.

      schuldbemiddeling;

    • i.

      schuldregeling zonder afloscapaciteit;

    • j.

      verklaring ex art 285 Fw voor toepassing Wsnp;

    • k.

      één of meer begeleidingsproducten, zoals nazorg.  

  • 2.

    Het aanbod schulddienstverlening is maatwerk. Bij het bepalen van het aanbod voor de schulddienstverlening houdt het college in ieder geval rekening met:

    • a.

      of er sprake is van een crisissituatie;

    • b.

      de aard en de omvang van de schulden van de inwoner;

    • c.

      de actuele situatie van de inwoner op de leefgebieden;

    • d.

      de houding, motivatie en het gedrag van de inwoner;

    • e.

      de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner;

    • f.

      eerder gebruik maakte van schulddienstverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen. 

  • 3.

    Het college kan nadere voorwaarden stellen om te komen tot het aanbod schulddienstverlening, via het plan van aanpak en/of de overeenkomst die voortvloeit uit het plan van aanpak.

  • 4.

    Het aanbod schulddienstverlening wordt uitgevoerd conform de gedragscode, richtlijnen en modulen van de NVVK.

 

Artikel 11. Verplichtingen

  • 1.

    Tijdens de aanvraagfase gelden de regels van de Algemene wet Bestuursrecht. Na toekenning gelden de inlichtingenplicht (art. 6 van de wet) en de medewerkingsplicht (art. 7 van de wet) tot en met beëindiging.

  • 2.

    Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schulddienstverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie. 

  • 3.

    Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schulddienstverlening in elk geval:  

    • a.

      het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen; 

    • b.

      het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken; 

    • c.

      het meewerken aan de begeleiding zoals opgenomen in het plan van aanpak;  

    • d.

      het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen;

    • e.

      het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verweven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden.

  • 4.

    Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden. 

HOOFDSTUK 5. UITVOERING VAN HET BEGELEIDINGSPLAN

 

Artikel 12. Begeleidingsplan

  • 1.

    Het college stelt naast het plan van aanpak een begeleidingsplan op.  

  • 2.

    Het begeleidingsplan bevat in ieder geval:  

    • a.

      een omschrijving van de beginsituatie van de inwoner; 

    • b.

      een inschatting van de mogelijkheid tot uitstromen met een onderbouwing; 

    • c.

      einddoel van begeleiding; 

    • d.

      de aanwezige andere hulpverleners; 

    • e.

      de taakverdeling tussen de hulpverleners; 

    • f.

      de inzet die van de inwoner wordt gevraagd; 

    • g.

      een inschatting van de duur van de begeleiding; 

    • h.

      een overzicht van de doelen voor de komende periode; 

    • i.

      de momenten van evaluatie van het begeleidingsplan.

  • 3.

    Het begeleidingsplan wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument. 

 

HOOFDSTUK 6. NAZORG

Artikel 13. Nazorg

Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg (het zogenoemde ‘toekomsttraject’) gewenst is. Het college legt de vorm van nazorg na overleg met de inwoner vast. 

 

HOOFDSTUK 7. BEËINDIGING SCHULDDIENSTVERLENING

 

Artikel 14. Beëindiging schulddienstverlening

Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, beëindigt het college na overleg met de inwoner de schulddienstverlening en geeft het college een beëindigingsbeschikking af. 

Artikel 15. Voortijdige beëindiging schulddienstverlening

  • 1.

    Het college kan besluiten de schulddienstverlening eerder te beëindigen als:

    • a.

      de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en:

      • i.

        dit aan de inwoner te verwijten is;

      • ii.

        er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen; en

      • iii.

        daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen; of 

    • b.

      de inwoner zelf om beëindiging van de schulddienstverlening verzoekt; of 

    • c.

      de inwoner zich misdraagt tegenover personen die de schulddienstverlening geven. 

  • 2.

    De schulddienstverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner. 

 

HOOFDSTUK 8. BKR-REGISTRATIE

 

Artikel 16. BKR-registratie problematische schulden

Het college doet een melding (SH) bij het BKR als een inwoner is toegelaten tot een schulddienstverleningstraject wegens problematische schulden, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd. 

 

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 17. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

  • 1.

    Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. 

  • 2.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

Artikel 18. Intrekking oude beleidsregels en overgangsrecht

  • 1.

    De beleidsregels ‘Eerste Hulp bij Geldzaken en Schulddienstverlening gemeente 's-Hertogenbosch 2023’ worden ingetrokken. 

  • 2.

    De beleidsregels ‘Eerste Hulp bij Geldzaken en Schulddienstverlening gemeente 's-Hertogenbosch 2023’ blijven van toepassing op beslissingen die vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn genomen, voor zover deze gunstiger zijn voor de inwoner.  

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie van het gemeenteblad waarin zij zijn geplaatst.

 

Artikel 20. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Eerste Hulp bij Geldzaken en Schulddienstverlening gemeente ‘s-Hertogenbosch 2026’. 

 

 

Ondertekening

Het college voornoemd,

De secretaris,

Drs. B. van der Ploeg

De burgemeester,

Drs. J.M.L.N. Mikkers