Regeling vervalt per 01-01-2027

Nadere subsidieregels proceskosten Energiehubs 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-06-2026 t/m 31-12-2026

Intitulé

Nadere subsidieregels proceskosten Energiehubs 2026

Gedeputeerde Staten van Limburg

maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 5 mei 2026 hebben vastgesteld:

Nadere subsidieregels proceskosten Energiehubs 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • a.

    bedrijventerrein: een gebied binnen of buiten de bebouwde kom van ten minste 1ha bruto met 2 of meer aaneengesloten bedrijfskavels;

  • b.

    collectief: een samenwerkingsverband van minimaal drie ondernemingen en/of maatschappelijke organisaties met of zonder rechtspersoonlijkheid, gevestigd op een bedrijventerrein in de Nederlandse provincie Limburg. Een collectief dient een intentieverklaring met alle deelnemende partijen te hebben afgesloten die betrekking heeft op de samenwerking van partijen in het kader van het project waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd;

  • c.

    de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun dan wel Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (Pb EU L 352 van 24 december 2013).

  • d.

    energiegemeenschap: juridische entiteit die ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht en als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is, en niet is gericht op het maken van winst;

  • e.

    energiehub: een data-gestuurd, decentraal energiesysteem waarin het bovenliggende centrale energiesysteem wordt ontlast en/of versterkt door pieken in productie en afname te voorkomen. Dit door zoveel mogelijk vraag en aanbod van verschillende energiedragers in balans te brengen door lokale productie, consumptie, opslag en het omzetten van energie (conversie) te combineren;

  • f.

    haalbaarheidsfase: het onderzoek naar en de analyse van de mogelijkheden om te komen tot een energiehub.

  • g.

    hubregisseur: externe procesbegeleider die de betrokken partijen bijstaat in de uitvoering van het project en zorg draagt voor de afstemming tussen de onderlinge stakeholders.

  • h.

    maatschappelijke organisatie: semipublieke organisatie zonder winstoogmerk met een maatschappelijke doelstelling die op bedrijfsmatige wijze diensten aanbiedten. Elke mogelijke waardeontwikkeling wordt volledig ingezet voor het maatschappelijke doel;

  • i.

    Multi-commodity energiehub: een energiehub waarbij er sprake is van een warmtenet- of opslag, en/of de opwek/opslag van duurzame gassen.

  • j.

    ontwerpfase: het opwerken van de resultaten van een haalbaarheidsstudie naar een ontwerpstudie voor de te realiseren energiehub.

  • k.

    parkmanagementorganisatie: een parkmanagementorganisatie is een entiteit met rechtspersoonlijkheid die de centrale schakel vormt tussen ondernemers en overheid op een bedrijventerrein.

  • l.

    project: in de tijd begrensde activiteit of geheel van activiteiten gericht op een vooraf gedefinieerde prestatie;

Artikel 2 Doelstelling/doel van de regeling

  • 1. Het inzichtelijk maken voor gemeenten, parkmanagementorganisaties en ondernemers op bedrijventerreinen wat de potentie is om onderling energie op te wekken, op te slaan, te converteren, dan wel te delen, al dan niet in de vorm van een energiehub.

  • 2. Het ondersteunen van het proces van collectieven al dan niet samenwerkend in Energiegemeenschappen om te komen tot het realiseren van een energiehub, op een daartoe geschikte plek, waarbij de partijen die zijn aangesloten bij het collectief middels de intentieovereenkomst onderling van plan zijn energie uit te wisselen, op te slaan, en/of te converteren.

Artikel 3 Doelgroep/aanvrager

  • 1. Subsidie op grond van deze Nadere subsidieregels kan voor de haalbaarheidsfase worden aangevraagd door:

    • a.

      een collectief;

    • b.

      een energiegemeenschap;

    • c.

      gemeenten in de Nederlandse provincie Limburg

    • d.

      een parkmanagementorganisatie.

  • 2. Subsidie op grond van deze Nadere subsidieregels kan voor de ontwerpfase worden aangevraagd door:

    • a.

      een collectief

    • b.

      een energiegemeenschap

    • c.

      een parkmanagementorganisatie

Hoofdstuk 2 Criteria

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Op grond van deze Nadere subsidieregels kan subsidie verstrekt worden voor de volgende activiteiten:

  • a.

    het inhuren van een hubregisseur; met uitzondering van die bedrijventerreinen waar een traject loopt voor het stimuleren van energiehubs in het kader van het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen.

  • b.

    het verrichten van onderzoeken in verband met de realisatie van een energiehub en;

  • c.

    het inhuren van overige adviseurs ter ondersteuning bij de onder b. genoemde activiteiten en voorbereidende werkzaamheden in verband met de realisatie van een energiehub.

Artikel 5 Subsidiecriteria

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient te worden voldaan aan alle onderstaande criteria:

  • 1.

    Het is noodzakelijk dat vóór het indienen van een subsidieaanvraag een vooroverleg wordt gevoerd op basis van een door aanvrager te overleggen activiteitenplan (projectplan).

  • 2.

    Indien de aanvrager een collectief is of een parkmanagementorganisatie dienen alle partijen binnen het collectief of de parkmanagementorganisatie te beschikken over voldoende inzicht in hun energiehuishouding. Dit kan op basis van een energiescan of –advies, of een afschrift van rapportage volgens de energiebesparingsplicht (EML-maatregelenlijst). De te overleggen bewijsstukken mogen op het moment van indiening van de aanvraag maximaal vijf jaar oud zijn.

  • 3.

    Indien een of meerdere betrokken ondernemingen voor hun activiteiten onder provinciaal bevoegd gezag vallen, dienen zij aantoonbaar te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen die voortkomen uit de energiebesparingsplicht.

  • 4.

    De aanvraag heeft betrekking op de inhuur van een hubregisseur en/of overige adviseurs al dan niet gecombineerd met het verrichten van onderzoeken in de haalbaarheidsfase óf in de ontwerpfase (zie art. 4).

  • 5.

    Indien de aanvraag wordt gedaan door een collectief of parkmanagementorganisatie, wordt de aanvraag voorzien van een schriftelijke steunverklaring van de gemeente waarin het bedrijventerrein gelegen is.

  • 6.

    Voorwaarde voor het indienen van een subsidieaanvraag voor de ontwerpfase is een afgerond haalbaarheidsonderzoek met positief advies over technisch uitwerken van de energiehub.

Artikel 6 Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. De subsidieontvanger dient binnen drie maanden na ontvangst van de subsidiebeschikking te starten met de uitvoering van het project.

  • 2. De activiteiten waarvoor in het kader van deze nadere subsidieregels subsidie kan worden verleend, dienen uiterlijk 31 december 2027 te zijn uitgevoerd.

Artikel 7 Afwijzingsgronden

In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien:

  • a.

    het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;

  • b.

    het project niet is gericht op de doelgroep zoals gesteld in artikel 3;

  • c.

    het project niet is gericht op de in artikel 4 opgenomen subsidiabele activiteiten;

  • d.

    er geen vooroverleg heeft plaatsgevonden, zoals gesteld in artikel 5 lid 1;

  • e.

    niet wordt voldaan aan (één van) de criteria in artikel 5;

  • f.

    de Provincie Limburg dezelfde activiteit al op een andere wijze subsidieert en/of financiert;

  • g.

    de subsidieaanvraag betrekking heeft op activiteiten die gericht zijn op de continuïteit van een onderneming/organisatie;

  • h.

    de te verstrekken subsidie lager is dan € 25.000,00;

  • i.

    de subsidieaanvraag is ingediend door een gemeente voor de ontwerpfase (zie art. 3).

  • j.

    de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 12;

  • k.

    voor zover er sprake is van staatssteun en toekenning van de aanvraag strijdig zou zijn met de van toepassing zijnde de-minimisverordening.

Hoofdstuk 3 Financiële aspecten

Artikel 8 Subsidieplafond

  • 1. Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de looptijd van deze subsidieregeling vast.

  • 2. De wijze van verdeling van het subsidieplafond kunt u raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > subsidieplafonds.

Artikel 9 Subsidiebedrag

  • 1. Het subsidiebedrag voor een aanvraag in de haalbaarheidsfase bedraagt maximaal €40.000,00.

  • 2. Het subsidiebedrag voor een aanvraag in de ontwerpfase bedraagt maximaal €120.000,00.

  • 3. Subsidies kleiner dan € 25.000 worden niet verstrekt.

  • 4. Indien een aanvraag wordt gedaan door een energiegemeenschap, in de haalbaarheidsfase of ontwerpfase, bedraagt het subsidiebedrag tot max. 100% van de totale subsidiabele projectkosten.

  • 5. Indien een aanvraag wordt gedaan voor de haalbaarheidsfase door een collectief, bedraagt het subsidiebedrag tot max. 100% van de totale subsidiabele projectkosten.

  • 6. Indien de aanvraag wordt gedaan door een collectief of parkmanagementorganisatie in de ontwerpfase, bedraagt het subsidiebedrag niet meer dan max. 70% van de totale subsidiabele projectkosten.

  • 7. Indien een aanvraag wordt gedaan voor de ontwerpfase voor het verder brengen van een multi-commodity energiehub, bedraagt het subsidiebedrag niet meer dan 85% van de totale subsidiabele projectkosten.

  • 8. Indien er sprake is van staatssteun wordt in afwijking van het bepaalde in dit artikel niet meer subsidie verleend dan het maximale bedrag dat verstrekt mag worden op grond van de van toepassing zijnde de-minimisverordening.

Artikel 10 Subsidiabele en niet subsidiabele kosten

  • 1. De volgende kosten zijn subsidiabel:

    • a.

      De kosten voor het inhuren van een hubregisseur en overige adviseurs in het kader van het project;

    • b.

      De kosten voor het verrichten van onderzoeken, niet zijnde onderzoeken bedoeld om inzicht in de eigen energiehuishouding te verkrijgen.

  • 2. Aanvullend op artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. zijn niet subsidiabel de investerings- en exploitatiekosten die verband houden met de daadwerkelijke fysieke realisatie en exploitatie van de energiehub.

Hoofdstuk 4 Aanvraagprocedure

Artikel 11 Indienen aanvraag

  • 1. Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard (digitaal) aanvraagformulier dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies > actuele subsidieregelingen.

  • 2. Het standaard (digitaal) aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te worden en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven op het formulier en dient bij voorkeur digitaal, middels eHerkenning (aanvragen van organisaties), te worden ingediend. Een aanvraag per e-mail is niet mogelijk en zal niet in behandeling worden genomen.

Artikel 12 Termijn voor indienen aanvraag

  • 1. De subsidieaanvraag kan vanaf 1 juni 2026 worden ingediend en dient uiterlijk 30 november 2026 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.

  • 2. Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg bepalend en bij digitale aanvragen de datum van digitale ontvangst.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 13 Hardheidsclausule

  • 1. In alle gevallen waarin deze Nadere subsidieregels niet voorzien beslissen Gedeputeerde Staten.

  • 2. Indien toepassing van het bepaalde in deze Nadere subsidieregels, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.

Artikel 14 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel

  • 1. Deze Nadere subsidieregels treden in werking met ingang van 1 juni 2026.

  • 2. Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2027 met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3. Deze Nadere subsidieregels kunnen worden aangehaald als “Nadere subsidieregels proceskosten energiehubs 2026”.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 05 mei 2026.

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer E.G.M. Roemer

secretaris

de heer D.F. Timmer

Toelichting bij Nadere Subsidieregels ondersteuning proceskosten Energiehubs 2026

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begrippenlijst

Sub f Haalbaarheidsfase:

Het onderzoek naar en de analyse van de mogelijkheden om te komen tot een energiehub onder meer door het op orde krijgen van de informatievoorziening, het koppelen van geïnteresseerde initiatiefnemers, het in beeld brengen van het toekomstige energiegebruik, het verrichten van energieanalyses en het verkrijgen van inzicht in de technische en financiële haalbaarheid. Daarbij gaat het om zowel coalitievorming en procesmanagement als het uitvoeren van de onderzoeken.

Sub j Ontwerpfase:

Hieronder valt bijvoorbeeld maar niet uitsluitend het opstellen van een schetsontwerp, concept samenwerkingsovereenkomsten of concept leveringscontracten. Tevens kan gedacht worden aan mogelijke juridische structuren zoals het oprichten van een stichting, B.V. of energiehandelsplatform. Een en ander met als doel om een investeringsbeslissing over de daadwerkelijke realisering van een energiehub te kunnen nemen. Onder de ontwerpfase vallen ook werkzaamheden met betrekking tot de realisering van een energiehub vanaf het moment van een positieve investeringsbeslissing tot aan het moment van daadwerkelijke fysieke realisatie, de voorbereidende werkzaamheden. Dan gaat het bijv. om kosten t.b.v. projectmanagement, aanvragen van vergunningen, en aanbestedingen.

Sub k Parkmanagementorganisatie:

Vanuit de parkmanagementorganisatie worden proactief initiatieven genomen om te zorgen voor o.a.:

  • Een representatieve, veilige en duurzame werkomgeving.

  • Professionele collectieve beveiliging

  • Waardebehoud van onroerend goed op lange termijn.

  • Goede bereikbaarheid door aandacht voor mobiliteitsvraagstukken.

  • Een saamhorigheidsgevoel middels een gedragen collectief “van en voor de ondernemers”.

  • Voortgang en resultaat binnen diverse projecten.

  • Collectieve inkoopvoordelen.

Voor zowel de overheid als de ondernemers heeft dit voordeel omdat er een vast aanspreekpunt is.

Artikel 3:

Onder lid 1, sub c staat vermeld dat ook gemeenten subsidie mogen aanvragen. Dit geldt echter alleen voor de haalbaarheidsfase. In deze fase is de organisatiegraad tussen samenwerkende partijen vaak nog niet goed genoeg verankerd. Zodra een energiehub in de ontwerpfase terechtkomt, is de verwachting en eis dat de ondernemingen en/of andere rechtspersonen betrokken bij het initiatief, zelf de subsidieaanvraag doen.

Artikel 4:

Sub b) De onderzoeken bedoeld onder artikel 4 , aanhef en sub b zijn onderzoeken ten behoeve van de haalbaarheidsfase resp. de ontwerpfase.

‘Haalbaarheidsonderzoeken’ richten zich op het in beeld brengen van het toekomstige energiegebruik, het verrichten van collectieve energieanalyses en het verkrijgen van inzicht in de technische en financiële haalbaarheid van een mogelijke energiehub.

‘Ontwerponderzoeken’ richten zich op het technisch ontwerp en de inpassing van een energiehub in het bestaande energiesysteem.

Sub c) De ‘overige adviseurs’ bedoeld onder artikel 4, aanhef en sub c zijn adviseurs die naast de hubregisseur, bepaalde specialistische kennis inbrengen ten behoeve van de activiteiten die onderdeel uitmaken van de haalbaarheidsfase en de ontwerpfase onder artikel 1 sub f resp. sub j.

In de haalbaarheidsfase kan dit een financieel adviseur zijn die de financiële haalbaarheid en businesscase onderzoekt. In de ontwerpfase kan dit een juridisch adviseur zijn die samenwerkingsovereenkomsten, vergunningaanvragen en contracten voorbereid.

Artikel 5:

Lid 1) Een vooroverleg kan worden aangevraagd door de daarvoor bedoelde link te gebruiken die staat op de aanvraagpagina van onderhavige subsidieregeling op de website van de provincie Limburg (www.limburg.nl). Er zal dan contact worden opgenomen met de aanvrager om het vooroverleg in te plannen.

Lid 4) Subsidie op grond van deze Nadere subsidieregels kan worden aangevraagd voor de haalbaarheidsfase óf voor de ontwerpfase van een project, niet voor beide fasen.

Artikel 10:

Onder lid 1 worden onder subsidiabele kosten de kosten voor hubregisseur en kosten voor overige adviseurs genoemd, evenals de kosten voor het verrichten van onderzoeken. Voor voorbeelden zie de toelichting bij artikel 4.