Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank gemeente ’s-Hertogenbosch 2026

Geldend van 12-05-2026 t/m heden

Intitulé

Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank gemeente ’s-Hertogenbosch 2026

Het college van burgemeester en wethouders,

In zijn vergadering van 12 mei 2026,

Gezien het voorstel met reg.nr. 19271415

Als bedoeld in artikel 4:37 Wet op het financieel toezicht (Wft)

Besluit vast te stellen:

Het Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank gemeente ’s-Hertogenbosch 2026

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt verstaan onder:

Bankreglement:

dit reglement;

Besluit:

Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht (Wft);

Begeleide:

de natuurlijke persoon met wie de Kredietbank een overeenkomst tot Budgetbegeleiding heeft gesloten;

Budgetbegeleiding:

het stimuleren, motiveren en ondersteunen van een natuurlijke persoon teneinde te komen tot een verantwoord financieel beheer en het aanreiken van vaardigheden;

Budgetbeheer:

het geheel van activiteiten in het kader van het beheren van het inkomen van de rekeninghouder en het, overeenkomstig het vastgestelde budgetplan, verrichten van betalingen;

BW:

Burgerlijk Wetboek;

College:

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente;

Consumptief krediet:

krediet voor consumptieve doeleinden, niet zijnde hypothecair krediet, starterskrediet of onderhoudskrediet;

Afdelingshoofd:

het afdelingshoofd Financiële Dienstverlening, handelend krachtens mandaat van het College

Financiële dienst:

het aanbieden, adviseren ter zake van een financieel product;

Financiële dienstverlening

het verlenen van diensten als bedoeld in de Wet, zijnde:

  • a.

    het aanbieden van kredieten;

  • b.

    het aanbieden van budgetbeheerrekeningen;

Financieel product:

  • a.

    krediet;

  • b.

    budgetbeheerrekening, voor zover dit niet plaatsvindt in het kader van integrale hulpverlening;

Krediet:

het aan de klant ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de klant gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;

Klant:

de natuurlijke persoon waaraan de Kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie de Kredietbank voornemens is een financiële dienst te verlenen of verleend heeft;

Kredietbank:

de bancaire taken die uitgevoerd worden door de afdeling Financiële Dienstverlening van de gemeente ’s-Hertogenbosch;

Kredietovereenkomst:

de overeenkomst waarbij de kredietgever aan de klant een geldsom ter beschikking stelt en waarbij de klant gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;

Overeenkomst op afstand:

de overeenkomst die tussen de Kredietbank en een klant wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van een medewerker van de Kredietbank en klant en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand (Boek 6, artikel 230g lid 1, sub e, Burgerlijk Wetboek);

Rekeninghouder:

de natuurlijke persoon die met de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbeheer heeft gesloten;

Richtlijn:

Richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG;

Saneringskrediet:

een krediet dat door de Kredietbank op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Schuldregeling van de NVVK, vereniging voor financiële hulpverleners, wordt verstrekt, teneinde de schulden van de klant integraal of tegen finale kwijting te voldoen;

Schuldenaar:

de natuurlijke persoon die een aanvraag voor schuldhulpverlening indient, ook hulpvrager genoemd;

Schuldregeling:

een regeling tussen een hulpvrager en schuldeisers voor een minnelijke regeling van de totale schuldenlast die tot stand komt door bemiddeling van een schuldhulpverlener (bijvoorbeeld de Kredietbank);

Schuldregelingsovereenkomst:

een overeenkomst tussen de schuldenaar/hulpvrager en de financiële hulpverlener (de Kredietbank) die de rechten, verplichtingen en voorwaarden beschrijft voor het tot stand komen van een schuldregeling;

Sociaal krediet:

een krediet dat door de Kredietbank in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden aan de klant ter beschikking wordt gesteld;

Toezicht:

het toezicht als bedoeld in artikel 4:37 lid 2 van de Wet;

Wet:

Wet op het financieel toezicht (Wft).

HOOFDSTUK II DOEL, TAAKSTELLING, BEHEER EN TOEZICHT

Artikel 2 Doelstelling Kredietbank

De Kredietbank heeft tot doel:

  • 1.

    het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken van krediet;

  • 2.

    het uitvoeren van de publieke taak zoals deze voor de Kredietbank onder meer is vastgelegd in de Wet en in de beleidskeuzes van het College van Burgemeester & Wethouders (B&W) ;

  • 3.

    het bevorderen van maatregelen op lokaal niveau ter voorkoming van overkreditering en andere financiële misstanden;

  • 4.

    het aanbieden van andere financiële dienstverlening conform de bepalingen in artikel 1 van dit Reglement.

Artikel 3 Taakstelling

De Kredietbank tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:

  • 1.

    het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze aanbieden van kredieten;

  • 2.

    het aanhouden van budgetbeheerrekeningen;

  • 3.

    het verzorgen van budgetbegeleiding;

  • 4.

    het verrichten van schuldhulpverlenende werkzaamheden ten behoeve van natuurlijke personen in een (problematische) schuldsituatie en/of voor ondernemers;

  • 5.

    het opstellen van gemeentelijke verklaringen als bedoeld in artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet;

  • 6.

    het bieden van faciliteiten voor de uitvoering van een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen als bedoeld in Titel III van de Faillissementswet;

  • 7.

    het verrichten van overige diensten welke een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van het doel van de Kredietbank als bedoeld in artikel 2 van dit Bankreglement;

  • 8.

    het aanbieden van preventieve activiteiten en nazorgactiviteiten.

Artikel 4 Beheer

  • 1.

    De Kredietbank wordt beheerd door het College.

  • 2.

    De feitelijke leiding van de Kredietbank berust bij het afdelingshoofd.

  • 3.

    Het College kan aan het afdelingshoofd voor (ter zake) de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken een mandaat/volmacht verlenen.

  • 4.

    Indien het College gebruik maakt van zijn in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid, wordt dit vastgelegd in een besluit.

Artikel 5 Toezicht

In overeenstemming met artikel 4:37 lid 2 van de Wet wordt het toezicht op de naleving van het bankreglement uitgevoerd door het College van Burgemeester en Wethouders.

Hoofdstuk III KLACHTEN

Artikel 6 Klachten Bankreglement

  • 1.

    Het College beslist over alle klachten die betrekking hebben over de uitleg van dit Bankreglement.

  • 2.

    Het College beslist nadat het afdelingshoofd in de gelegenheid is gesteld zijn/haar visie ten aanzien van de klacht kenbaar te maken.

Artikel 7 Klachtenprocedure (art. 4:17 Wft)

  • 1.

    De Kredietbank draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van klanten over financiële diensten, financiële producten en andere producten van de Kredietbank. De Kredietbank beschikt daartoe over een interne klachtenprocedure, gericht op een spoedige en zorgvuldige behandeling van klachten.

HOOFDSTUK IV FINANCIËLE DIENSTVERLENING

Artikel 8 Toepassingsbereik

De artikelen 9 tot en met 16 zijn alleen van toepassing op financiële diensten en financiële producten waarop de Wet van toepassing is.

Artikel 9 Betrouwbaarheid (art. 4:9 en 4:11 Wft)

  • 1.

    De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen objectief vast.

  • 2.

    De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de werknemers en andere personen die zich onder verantwoordelijkheid van de Kredietbank rechtstreeks met financiële dienstverlening bezighouden, objectief vast.

  • 3.

    De Kredietbank bepaalt de betrouwbaarheid van de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde personen op overeenkomstige wijze als in de Wet en het Besluit.

Artikel 10 Vakbekwaamheid (art. 4:9 Wft)

  • 1.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat de personen van de Kredietbank die het dagelijks beleid bepalen geschikt en vakbekwaam zijn in verband met de bedrijfsvoering van de Kredietbank.

  • 2.

    De Kredietbank draagt zorg voor de vakbekwaamheid van zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten aan klanten.

Artikel 11 Integere en beheerste bedrijfsvoering (art. 4:11, 4:13, 4:15, 4:15a Wft)

  • 1.

    De Kredietbank voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt.

  • 2.

    De Kredietbank ziet erop toe dat de Kredietbank of haar medewerkers in de uitvoering van hun taken integer handelen en geen handelingen verrichten die het vertrouwen in de Kredietbank of in de financiële markten kunnen schaden, waaronder wordt verstaan het tegengaan dat de medewerkers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan.

  • 3.

    De Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank. En de Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur, op wie recht van toepassing is van een staat die geen EU-lidstaat is voor zover dat een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank.

  • 4.

    De Kredietbank richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt.

  • 5.

    De Kredietbank beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat werknemers die werkzaam zijn onder haar verantwoordelijkheid en wier werkzaamheden het risicoprofiel van de Kredietbank wezenlijk kunnen beïnvloeden of die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten, een eed of belofte afleggen in lijn met de eed of belofte zoals bedoeld in de Regeling eed of belofte financiële sector 2015.

  • 6.

    De Kredietbank stelt de beheerste en integere bedrijfsvoering vast op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 12 Zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid (art. 4:19, 4:20 Wft)

  • 1.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product of financiële dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan de bij of krachtens de Wet aan de klant te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.

  • 2.

    De door de Kredietbank verstrekte informatie is feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend.

  • 3.

    De Kredietbank verstrekt de klant, voorafgaand aan het adviseren of de totstandkoming van de overeenkomst inzake een financieel product, informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van dat product.

  • 4.

    De Kredietbank verstrekt de klant gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen in de informatie bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor zover deze informatie redelijkerwijs relevant is voor de klant dan wel informatie over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.

  • 5.

    De Kredietbank zorgt voor een zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid overeenkomstig het bepaalde in de Wet en het Besluit.

Artikel 13 Adviseren en execution only (art. 4:23 Wft)

  • 1.

    Indien de Kredietbank een klant adviseert:

    • a.

      wint de Kredietbank in het belang van de klant informatie in over zijn financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies;

    • b.

      draagt de Kredietbank er zorg voor dat zijn advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening houdt met de onder a bedoelde informatie;

    • c.

      licht de Kredietbank de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan het advies, voor zover dit nodig is voor een goed begrip van het advies.

  • 2.

    Indien de Kredietbank bij het verlenen van een financiële dienst aan een klant niet adviseert (execution only), maakt de Kredietbank dat bij de aanvang van de dienstverlening aan de klant kenbaar.

  • 3.

    De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 14 Zorgvuldige bejegening van de klant (art. 4:24a, 4:25 Wft)

  • 1.

    De Kredietbank zorgt voor nadere regels om bij de behandeling van de klant de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen.

  • 2.

    De Kredietbank neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de klant in acht. En de Kredietbank die adviseert, handelt in het belang van de klant.

  • 3.

    De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 15 Uitbesteding werkzaamheden (art. 4:16 Wft)

  • 1.

    Bij uitbesteding van werkzaamheden aan een derde draagt de Kredietbank er zorg voor dat deze derde het Bankreglement naleeft voor zover die betrekking heeft op die uitbestede werkzaamheden.

  • 2.

    De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 16 Verkoop op afstand

  • 1.

    De Kredietbank houdt bij diensten waarbij er sprake is van verkoop op afstand zorg voor de nakoming van de verplichtingen in het artikel 230, in het bijzonder w-z, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en doet dit overeenkomstig het hierover bepaalde in het Besluit.

HOOFDSTUK V KREDIETVERLENING

Paragraaf 1 Inleidende bepalingen

Artikel 17 Kredietverlening

  • 1.

    De Kredietbank kan kredieten verstrekken aan natuurlijke personen. Het College kan (ter zake) de bevoegdheid tot het verlenen van kredieten aan het afdelingshoofd mandaat/volmacht verlenen en wel tot een nader door het College vast te stellen bedrag.

  • 2.

    De kredietverlening vindt plaats met in achtneming van de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de NVVK.

Artikel 18 Kredietregistratie (art. 4:32 Wft)

  • 1.

    De Kredietbank neemt deel aan een stelsel van kredietregistratie.

  • 2.

    Indien de Kredietbank op grond van de raadpleging van een stelsel van kredietregistratie besluit de klant geen krediet te verlenen, stelt hij de klant onverwijld en kosteloos in kennis van het resultaat van deze raadpleging en van de details van het geraadpleegde gegevensbestand.

  • 3.

    De Kredietbank verplicht zich de kredietovereenkomst te registreren bij Bureau Krediet Registratie te Tiel. De Kredietbank maakt ten aanzien van de duur van de registratie een eigen afweging ten aanzien van de proportionaliteit van langdurige registratie.

Artikel 19 Formulier standaardinformatie inzake consumptief krediet (art. 4:33 Wft)

  • 1.

    De Kredietbank dient voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst aan de klant informatie te verstrekken met het oog op een adequate beoordeling van het krediet.

  • 2.

    De informatie als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager aan de klant verstrekt in de vorm van het ESIC-formulier.

  • 3.

    In het geval dat de klant heeft verzocht de kredietovereenkomst tot stand te laten komen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in lid 1 bedoelde informatie niet schriftelijk of op een duurzame drager kan worden verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst, verstrekt de Kredietbank de informatie aan de klant onmiddellijk na de totstandkoming van kredietovereenkomst.

  • 4.

    De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Paragraaf 2 Kredietaanvraag en afwijzing

Artikel 20 Aanvraag

  • 1.

    Een krediet kan bij de Kredietbank, dan wel via daartoe aangewezen derden, worden aangevraagd.

  • 2.

    De aanvraag tot kredietverlening vindt plaats op een daartoe door de Kredietbank, op verzoek van de klant, ter beschikking te stellen aanvraagformulier Krediet.

Artikel 21 Beoordeling

  • 1.

    De Kredietbank legt de criteria vast die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beoordeling van de kredietaanvraag van een klant en past deze criteria toe bij de beoordeling van de kredietaanvraag.

  • 2.

    De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 22 Afwijzing aanvraag

  • 1.

    Indien de Kredietbank besluit de kredietaanvraag af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager van een krediet onder opgaaf van redenen.

  • 2.

    In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke klachtmogelijkheden tegen afwijzing van de kredietaanvraag openstaan.

Paragraaf 3 Kredietovereenkomst

Artikel 23 Algemeen

  • 1.

    De kredietovereenkomst wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan.

  • 2.

    De Kredietbank verstrekt de klant een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar.

  • 3.

    Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de Kredietbank, in het belang van de klant, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de Kredietbank, ter voorkoming van overkreditering van de klant, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.

  • 4.

    De Kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een klant indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de klant, onverantwoord is.

  • 5.

    De Kredietbank geeft invulling aan dit artikel op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 24 Inhoud van de kredietovereenkomst

  • 1.

    Elke kredietovereenkomst dient op papier of een andere duurzame drager te zijn vastgelegd en dient in ieder geval op duidelijke en beknopte wijze te vermelden:

    • a.

      het soort krediet;

    • b.

      de naam en het adres van ieder van de partijen, zoals de klant en de gemeentelijke kredietbank;

    • c.

      de duur van de kredietovereenkomst;

    • d.

      het totale kredietbedrag en de voorwaarden voor kredietopneming;

    • e.

      de effectieve rente op jaarbasis;

    • f.

      het bedrag, het aantal en de frequentie van de door de klant te verrichten betalingen, en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de betalingen aan de verschillende openstaande saldi tegen verschillende debetrentevoeten worden toegerekend met het oog op aflossing;

    • g.

      de plaats en datum van ondertekening.

  • 2.

    Indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, is de kredietovereenkomst vernietigbaar.

  • 3.

    Alleen de klant kan een beroep op de vernietigbaarheid ingevolge lid 2 doen.

Artikel 25 Ter beschikkingstelling van het krediet

  • 1.

    Na het sluiten van de kredietovereenkomst wordt:

    • a.

      bij een aflopend krediet (sociale lening), niet zijnde een saneringskrediet of een persoonlijke lening voor herfinanciering, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel of gedeeltelijk aan de klant beschikbaar gesteld;

    • b.

      bij een aflopend krediet, zijnde een saneringskrediet of een persoonlijke lening voor herfinanciering, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel aan de bij de Kredietbank bekende schuldeisers uitgekeerd en wel na daartoe verkregen akkoord van alle bekende schuldeisers.

  • 2.

    Indien de ter beschikkingstelling als bedoeld in lid 1 sub a of b van dit artikel op onjuiste wijze plaatsvindt en dit geheel of in overwegende mate te wijten is aan onregelmatigheden aan de kant van de klant, is dit geheel voor rekening en risico van de klant.

  • 3.

    Ten aanzien van de ter beschikkingstelling van het krediet kan de Kredietbank aanvullende voorwaarden stellen.

Artikel 26 Algemene voorwaarden

  • 1.

    Het College stelt de algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten kredietovereenkomsten.

  • 2.

    De algemene voorwaarden dienen in ieder geval de volgende bepalingen te bevatten:

    • a.

      de boeken, dit in ruimste zin van het woord, van de Kredietbank strekken tot volledig bewijs van:

      • i.

        alle door de Kredietbank aan of voor rekening van de klant gedane betalingen;

      • ii.

        alle door of vanwege de klant aan de Kredietbank gedane betalingen;

      • iii.

        de hoogte van de vordering;

    • b.

      één en ander onverminderd het recht van de klant tot het leveren van tegenbewijs;

    • c.

      de Kredietbank zal ook in rechte ten bewijze van haar vordering kunnen volstaan met het produceren van door de Kredietbank conform getekende uittreksels uit haar boeken;

    • d.

      de Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen in de gevallen als bedoeld in artikel 34 van dit Bankreglement.

  • 3.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat de aanvrager van een krediet uiterlijk voor of bij het sluiten van de kredietovereenkomst van de algemene voorwaarden een schriftelijk exemplaar ontvangt.

Artikel 27 Zakelijke of persoonlijke zekerheid

Indien omstandigheden met betrekking tot de klant dan wel het doel van de kredietverlening dit rechtvaardigen, kan de Kredietbank verlangen dat zakelijke of persoonlijke zekerheid wordt gesteld.

Artikel 28 Overige bepalingen

Van elke aflossing wordt de klant een bewijs verstrekt, tenzij betaling is geschied middels een bankoverschrijving.

Paragraaf 4 Aflossing en vervroegde aflossing

Artikel 29 Aflossing

De Kredietbank houdt bij de vaststelling van het termijnbedrag van het krediet rekening met de draagkracht van de klant.

Artikel 30 Vervroegde aflossing

De klant is te allen tijde bevoegd tot gehele of gedeeltelijke vervroegde aflossing.

Paragraaf 5 Kredietvergoeding

Artikel 31 Kredietvergoeding(art 7:76 BW)

Indien een krediet met een van tevoren vastgelegde kredietsom c.q. kredietlimiet is overeengekomen kunnen door de Kredietbank enkel vergoedingen in rekening worden gebracht:

  • a.

    voor de afwikkeling overeenkomstig de aflossing van de krediettransactie;

  • b.

    indien de klant, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de krediettransactie;

Artikel 32 Vaststelling kredietvergoeding (art. 7:76 BW)

  • 1.

    De kredietvergoedingen worden vastgesteld door het College.

  • 2.

    Het College kan de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid aan het afdelingshoofd mandateren/ter uitvoering daarvan volmacht verlenen.

  • 3.

    De kredietvergoedingen bedragen ten hoogste de door de minister van Financiën toegelaten maximum kredietvergoedingen voor zover deze betrekking hebben op Consumptief krediet, zoals opgenomen in het Besluit kredietvergoedingen.

Paragraaf 6 Opeisbaarheid en kwijtschelding

Artikel 33 Vervroegde opeisbaarheid (art. 7:77 BW)

De Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen, indien:

  • a.

    de klant gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen maandtermijn na in gebreke te zijn gesteld, en nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen;

  • b.

    de klant Nederland heeft verlaten, dan wel redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de klant Nederland binnen enkele maanden zal verlaten;

  • c.

    de klant is overleden en de Kredietbank gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst niet zullen worden nagekomen;

  • d.

    de klant in staat van faillissement of surseance van betaling is komen te verkeren of ten aanzien van de klant de Wsnp van toepassing is verklaard;

  • e.

    de klant de tot zekerheid verbonden zaak heeft verduisterd;

  • f.

    de klant aan de Kredietbank, met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat de Kredietbank de kredietovereenkomst geheel niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan indien de Kredietbank met de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest.

Artikel 34 Kwijtschelding bij overlijden

  • 1.

    Het College kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien een klant minimaal 6 maanden na het sluiten van de kredietovereenkomst overlijdt en er geen achterstanden zijn in de aflossingen. Indien de kredietovereenkomst door twee klanten is ondertekend en één van hen overlijdt, wordt het aflossingsbedrag herberekend en aan het eind van de looptijd wordt onderzocht of het restant van de lening wordt kwijtgescholden.

  • 2.

    De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet:

    • a.

      voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten;

    • b.

      voor zover deze betrekking heeft op vervroegde betaalde termijnen;

    • c.

      indien dit uitdrukkelijk door de Kredietbank en de klant is overeengekomen;

    • d.

      overige oorzaken die de Kredietbank nopen om kwijtschelding te verlenen.

  • 3.

    Het College kan besluiten, indien het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden alsnog kwijtschelding te verlenen.

  • 4.

    Het College kan (ter zake) de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel aan het afdelingshoofd mandaat/volmacht verlenen.

Artikel 35 Kwijtschelding bij arbeidsongeschiktheid

  • 1.

    Het College kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien de eerste klant gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst arbeidsongeschikt wordt verklaard.

  • 2.

    De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding vindt niet plaats, indien:

    • a.

      de klant al bij het aangaan van de kredietovereenkomst inkomsten genoot uit één of meerdere sociale verzekeringen, dan wel uit een overeenkomst van verzekering ter vervanging van de sociale verzekeringen;

    • b.

      de klant al bij het aangaan van de kredietovereenkomst niet in staat was zijn werkzaamheden, op grond van zijn gezondheid, naar behoren te verrichten;

    • c.

      de klant bij het beroep op kwijtschelding geen verklaring kan overleggen van de uitkerende instantie dat de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 80 tot 100% en deze arbeidsongeschiktheid een langdurig karakter heeft.

  • 3.

    Het College kan besluiten, indien het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden van het geval alsnog kwijtschelding te verlenen.

  • 4.

    Het College kan voor de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel aan het afdelingshoofd mandaat/volmacht verlenen.

Paragraaf 7 Schuldregelingsovereenkomst

Artikel 36 Schuldregelingsovereenkomst

  • 1.

    De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de schuldenaar worden in geval van een schuldregeling vastgelegd in een schuldregelingsovereenkomst.

  • 2.

    De Kredietbank verstrekt aan de hulpvrager een door de Kredietbank ondertekend afschrift van de schuldregelingsovereenkomst en de overeenkomst tot kredietverlening bij het verstrekken van een saneringskrediet.

  • 3.

    Op het saneringskrediet is hoofdstuk V en wel de paragrafen 1 tot en met 6 van toepassing, zulks met uitzondering van de artikelen 17, 19,25 lid 1 sub a en c en lid 3, 28 en 32 van dit Bankreglement.

  • 4.

    De Kredietbank registreert de schuldregelingsovereenkomst bij Bureau Krediet Registratie indien dit vereist is op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

HOOFDSTUK VI BUDGETBEHEER EN BUDGETBEGELEIDING

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 37 Budgetbeheer

  • 1.

    De Kredietbank kan een natuurlijke persoon woonachtig in de gemeente 's-Hertogenbosch in de gelegenheid stellen een budgetbeheerrekening bij de Kredietbank te openen.

  • 2.

    De werkzaamheden van de Kredietbank vinden plaats in overeenstemming met de richtlijnen van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Budgetbeheer van de NVVK en, indien van toepassing, het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening door het College opgestelde beleidsplan en bijbehorende beleidsregels.

Paragraaf 2 Aanvraag en afwijzing

Artikel 38 Aanvraag

  • 1.

    Budgetbeheer kan bij de Kredietbank, dan wel via een andere daartoe door het College aangewezen derde, worden aangevraagd.

  • 2.

    De aanvraag voor budgetbeheer dient plaats te vinden op een daartoe door het College voorgeschreven wijze.

  • 3.

    De aanvraag kan achterwege blijven indien de Kredietbank budgetbeheer als voorwaarde aan een schuldregeling verbindt.

Artikel 39 Afwijzing aanvraag

  • 1.

    Indien de Kredietbank besluit de aanvraag voor budgetbeheer af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder opgaaf van redenen.

  • 2.

    In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van een bezwaar en/of klacht tegen de afwijzing van de aanvraag openstaan.

Paragraaf 3 Overeenkomst tot budgetbeheer

Artikel 40 Overeenkomst tot budgetbeheer

  • 1.

    De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de rekeninghouder worden vastgelegd in een overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 2.

    De Kredietbank verstrekt de rekeninghouder een door de Kredietbank ondertekend exemplaar van de overeenkomst tot budgetbeheer.

Artikel 41 Algemene voorwaarden

  • 1.

    Het College stelt algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten overeenkomsten tot budgetbeheer.

  • 2.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat aan de rekeninghouder die een aanvraag tot budgetbeheer doet, uiterlijk voor of bij het sluiten van de overeenkomst tot budgetbeheer, daarvan een schriftelijk exemplaar ontvangt.

  • 3.

    Het College kan (ter zake) het opstellen van de algemene voorwaarden aan het afdelingshoofd mandaat/volmacht verlenen.

Paragraaf 4 Overige bepalingen budgetbeheer

Artikel 42 Overige bepalingen

  • 1.

    De Kredietbank verstrekt periodiek aan de rekeninghouder kosteloos een afschrift van het verloop van de budgetbeheerrekening.

  • 2.

    De Kredietbank is bevoegd aan de rekeninghouder een vergoeding in rekening te brengen voor de kosten van het budgetbeheer en voor het opnieuw verstrekken van een al eerder toegezonden periodiek afschrift en/of de eindafrekening.

HOOFDSTUK VII SLOTBEPALINGEN

Artikel 43 Slotbepaling

  • 1.

    In alle gevallen waarin niet bij of krachtens de Wet of het Bankreglement is voorzien, beslist het College naar redelijkheid en billijkheid.

  • 2.

    Het College kan voor deze bevoegdheid aan het afdelingshoofd mandaat/volmacht verlenen.

Artikel 44 Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit Bankreglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op de dag waarop het Bankreglement door van het College van Burgemeester en Wethouders in het Gemeenteblad bekend is gemaakt.

  • 2.

    Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het Bankreglement vervalt het Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank ’s-Hertogenbosch 2023.

Artikel 45 Citeertitel

Dit Bankreglement kan worden aangehaald als: ‘Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank ’s-Hertogenbosch 2026’.

Ondertekening

Het college voornoemd,

De secretaris,

Drs. B. van der Ploeg

De burgemeester,

Drs. J.M.L.N. Mikkers