Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761594
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761594/1
Nadere regel subsidie Bovenregionaal Expertise Netwerk (BEN) Jeugd Utrecht-Flevoland gemeente Utrecht
Geldend van 09-05-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regel subsidie Bovenregionaal Expertise Netwerk (BEN) Jeugd Utrecht-Flevoland gemeente UtrechtBurgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
- •
gelet op artikel 156 Gemeentewet;
- •
gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;
Gezien:
- •
Samen opgroeien, samen opvoeden 2025-2034 van 12 december 2024;
Overwegende dat:
- •
Gemeente Utrecht als coördinerende gemeente van de Regeling Specifieke Uitkering Randvoorwaardelijke Functies Jeugdhulp verantwoordelijk is voor de organisatie van de randvoorwaardelijke functie Bovenregionaal Expertisenetwerk Jeugd Utrecht-Flevoland;
Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie Bovenregionaal Expertise Netwerk (BEN) Jeugd Utrecht-Flevoland gemeente Utrecht.
Artikel 1 Definities
Deze nadere regel verstaat onder:
- a.
ASV: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;
- b.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- c.
BEN: Bovenregionaal expertisenetwerk;
- d.
BEN-JUF: Bovenregionale Samenwerking Jeugd Utrecht-Flevoland;
- e.
Bovenregionaal: de zes samenwerkende Jeugdzorgregio’s in Utrecht en Flevoland (bestaande uit: Utrecht stad, Lekstroom, Utrecht West, Zuidoost Utrecht, Eemland en Flevoland);
- f.
Bovenregionaal karakter: bij de activiteit trekken meer dan één (1) jeugdzorgregio’s samen op of de activiteit is een regionaal project met een bovenregionaal leereffect;
- g.
Bovenregionale Samenwerking Jeugd Utrecht-Flevoland: de samenwerking tussen de jeugdzorgregio’s op een aantal specifieke onderwerpen, waaronder het Bovenregionale Expertisenetwerk;
- h.
Burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
- i.
DAEB-vrijstellingsbesluit: Besluit (EU) van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU (PbEU 2025, L 2025/2630);
- j.
Penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen natuurlijke persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven of rechtspersoon die als gemachtigde van het samenwerkingsverband optreedt;Regio: elk van de zes Jeugdzorgregio’s in Utrecht en Flevoland
- k.
RET: Regionaal Expert Team. Dit is een overleg met experts vanuit verschillende jeugdzorgaanbieders. De bedoeling van een expertteam is dat voor elk kind, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag en wachtlijsten bij aanbieders, op korte termijn passende hulp wordt georganiseerd. Elke jeugdzorgregio heeft de taak om de RET functies in de regio te borgen;
- l.
Samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van uitvoering van activiteiten;
- m.
Verblijfsvoorziening: voorziening op het gebied van jeugdhulp voor jeugdigen om tijdelijk te wonen.
Artikel 2 Doel
Deze nadere regel draagt bij aan het doel om te zorgen voor passende oplossingen voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek die vastlopen in de zorg, of niet de juiste hulp krijgen, en te voorkomen dat de zorgvraag van jongeren steeds complexer wordt (kerntaak van BEN).
Onder deze kerntaak vallen de volgende functies:
- a.
Consultatie en advies;
- b.
Organiseren van hulp;
- c.
Kennis-en leerfunctie (als bedoeld in kamerbrief van 17 juni 2020 VWS kenmerk 170032620496);
- d.
De doorontwikkeling van de RET (als bedoeld in kamerstuk van 6 januari 2025 VWS kenmerk 36546 nr.7).
Deze kernfuncties van het BEN zijn in de afgelopen jaren concreet doorontwikkeld naar:
- a.
Samenwerken in netwerken: het versterken van bovenregionale samenwerking tussen gemeenten, aanbieders, RET's, ervaringsdeskundigen en andere partners om complexe vraagstukken gezamenlijk aan te pakken;
- b.
Faciliteren van processen die leiden tot beter afgestemde, duurzame oplossingen voor jeugdigen met complexe hulpvragen;
- c.
Blijven leren: het ontwikkelen, delen en toepassen van kennis en ervaringen, zodat het jeugdstelsel als geheel leert en verbetert;
- d.
Het versterken van de RET's: delen van kennis en ervaringen, stimuleren van innovatie en het gezamenlijk agenderen van structurele knelpunten.
Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager
De subsidie kan worden aangevraagd door:
- a.
Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;
- b.
Een natuurlijke persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven;
- c.
Een samenwerkingsverband.
Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond
Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
-
1. De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:
- a.
Activiteiten ter verbetering van de jeugdhulp aan jeugdigen en gezinnen met een zeer complexe hulpvraag in twee of meerdere regio’s binnen de Bovenregionale Samenwerking Jeugd Utrecht-Flevoland;
- b.
Activiteiten die bijdragen aan ontwikkeling en of uitbreiding van verblijfsvoorzieningen (voor het beperken van hiaten in het jeugdzorglandschap).
- a.
-
2. De activiteiten van lid 1 voldoen aan de volgende eisen:
- a.
De activiteit heeft een bovenregionaal karakter;
- b.
De activiteit moet bijdragen aan ten minste één van de 4 functies van BEN, zoals genoemd in artikel 2;
- c.
De activiteit is aanvullend op de gemeentelijke zorgplicht uit de Jeugdwet en de zorginfrastructuur in de jeugdregio’s.
- a.
-
3. Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die vanaf 1 januari 2026 zijn gestart.
-
4. De subsidie bedraagt niet meer dan compensatie voor het uitvoeren van de activiteiten uit lid 1. Daarom komen uitsluitend de netto kosten voor de uitvoering van deze activiteiten voor de subsidie in aanmerking.
-
5. Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie voor de volgende kosten:
- a.
voorzieningen op het gebied van jeugdhulp;
- b.
gedekt en vallend onder het tarief of subsidie voor al lokaal, regionaal of bovenregionaal ingekochte of gesubsidieerde voorzieningen op het gebied van jeugdhulp;
- c.
de af- of ombouw van gesloten jeugdhulp;
- d.
verband houdend met vastgoed voor nieuwe verblijfsvoorzieningen en het verbouwen van bestaande verblijfsvoorzieningen.
- a.
Artikel 6 Eisen aan de aanvraag
-
1. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via www.utrecht.nl/subsidiebenjuf.
-
2. De subsidie kan voor maximaal 2 jaar worden aangevraagd.
-
3. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:
- a.
een activiteitenplan met daarin:
- i.
een overzicht en omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;
- ii.
de functie(s) van BEN die met deze activiteiten worden beoogd;
- iii.
een uitwerking van de criteria zoals genoemd in artikel 9, lid 4;
- i.
- b.
een sluitende begroting aansluitend op het overzicht van de activiteiten;
- i.
per activiteit staat opgenomen welke personele en materiële middelen nodig zijn voor de activiteiten. De personele en materiële middelen, zowel de kosten als de baten, zijn helder onderbouwd;
- ii.
een overzicht van de verwachte inkomsten (baten) waarin onderscheid wordt gemaakt tussen co-financiering en overige inkomsten (baten);
- iii.
in het geval van een aanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel b, een financiële onderbouwing van de kosten (de investeringskosten, opstartkosten, ontwikkelkosten en exploitatiekosten) en baten inclusief een voorstel voor structurele financiering na afloop van de subsidieverlenging;
- i.
- c.
als de subsidie door een penvoerder wordt aangevraagd namens een samenwerkingsverband: een machtiging aan de penvoerder door alle deelnemers;
- a.
-
4. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan:
- a.
Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn;
- b.
Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- c.
De statuten of akte van oprichting, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is.
- a.
Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag
De subsidieaanvraag kan het gehele jaar worden ingediend totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 8 Maximale subsidie
Per aanvrager wordt maximaal € 700.000 per jaar aan subsidie verleend.
Artikel 9 Verdeling subsidie
-
1. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de ASV verdelen burgemeester en wethouders het budget op de volgorde van binnenkomst over de volledige aanvragen.
-
2. Als een aanvraag krachtens een verzoek conform artikel 4:5 van de Awb is aangevuld, geldt het moment waarop de aanvraag volledig is aangevuld als het moment van binnenkomst.
-
3. De beoordeling van aanvragen vindt ambtelijk plaats op basis van consensus.
-
De volledig en tijdig ontvangen aanvragen worden getoetst aan de volgende criteria:
|
Nummer |
Criterium |
Omschrijving |
Maximaal te behalen punten |
|
1 |
De mate waarin beschreven is hoe de activiteit bijdraagt aan één van de vier functies van het BEN |
In welke mate maakte de aanvrager duidelijk hoe de activiteit bijdraagt aan één van de vier functies van het BEN? |
40 |
|
2 |
De mate waarin er aandacht is voor ervaringsdeskundigheid |
In welke mate en op welke manier worden ervaringsdeskundigen betrokken bij de activiteit? |
30 |
|
3 |
De mate waarin de activiteit na afloop van de subsidie structureel is ingebed |
In welke mate worden de resultaten of werkwijzen van de activiteit voortgezet na afloop van de subsidie? |
30 |
|
4 |
De mate waarin de initiatiefnemer kan aantonen dat zij beschikt over de kennis en expertise (kwantitatief en kwalitatief) die nodig is om de activiteit kansrijk te realiseren |
In welke mate maakt de aanvrager duidelijk dat zij beschikt over de kennis en expertise die nodig is om de activiteit kansrijk te realiseren? |
30 |
|
5 |
De mate waarin de activiteit uitgaat van normalisering en inclusie |
In welke mate maakt de aanvrager duidelijk hoe de activiteit bijdraagt aan het zoveel mogelijk behouden van de normale leefomgeving van het kind en betrokkenheid/participatie van het kind in de samenleving? |
10 |
|
6 |
De mate waarin het mogelijk is om zoveel mogelijk verbinding te maken met de vertrouwde leefomgeving van de cliënt |
In welke mate is onderzocht of het mogelijk is om verbinding te maken met de vertrouwde leefomgeving? In welke mate legt de aanvrager duidelijk uit of het wel of niet mogelijk is om verbinding te maken met de vertrouwde leefomgeving? |
10 |
-
4. Voor het toekennen van een score aan de criteria in lid 4 van dit artikel en de bijbehorende punten wordt de volgende puntenschaal gehanteerd:
|
Score |
Omschrijving |
Percentage van maximale score |
|
uitstekend |
Uw beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is volledig. Er zijn geen ontbrekende elementen. Uw beschrijving/aanpak is specifiek, concreet en sluit uitstekend aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Er zijn hierin geen onduidelijkheden geconstateerd. Uw beschrijving/aanpak is op alle aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. |
100% |
|
goed |
Uw beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is bijna volledig bevonden. Uw beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten concreet en specifiek beschreven. Uw beschrijving/aanpak is over het algemeen duidelijk en zij sluit op de meeste aspecten aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Uw beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. |
75% |
|
voldoende |
Uw beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is voldoende uitgewerkt, maar niet volledig bevonden. Uw beschrijving/aanpak is voldoende specifiek en/of duidelijk beschreven. Er zijn meerdere aspecten die meer specifiek of duidelijk beschreven hadden mogen zijn. Uw uitwerking sluit voldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Uw beschrijving/aanpak is op enkele aspecten realistisch en voor de Gemeente voldoende toepasbaar en/of effectief bevonden. |
50% |
|
onvoldoende |
Uw beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is onvoldoende uitgewerkt en niet volledig bevonden. Uw beschrijving/aanpak is onvoldoende duidelijk en specifiek beschreven en sluit onvoldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Uw beschrijving/aanpak is grotendeels niet realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. |
25% |
|
slecht |
Geeft geen invulling aan het gunningcriterium of de beschrijving/aanpak ontbreekt. |
0% |
-
-
5. Om voor subsidie in aanmerking te komen:
- a.
moet op criterium 1 minimaal een “goed” worden gescoord en
- b.
moet op criterium 2, criterium 3 en criterium 4 minimaal een “voldoende” worden gescoord en
- c.
moet de totale score minimaal 85 punten zijn.
- a.
Artikel 10 Beslistermijn
Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken over de aanvraag.
Artikel 11 Verplichtingen
In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de ASV gelden de volgende verplichtingen:
- a.
De subsidieontvanger moet binnen 6 maanden na ontvangst van de subsidieverlening zijn gestart met de verleende activiteit.
- b.
De activiteiten moeten uiterlijk 31 december 2027 zijn afgerond.
- c.
Voor zover de subsidieontvanger naast de activiteiten onder artikel 5, lid 1, ook andere activiteiten verricht of gaat verrichten, is zij verplicht tot het voeren van een boekhoudkundige scheiding om kruisbesubsidiëring te voorkomen.
Artikel 12 Vaststelling
In aanvulling op hoofdstuk 5 van de ASV geldt bij de vaststelling het volgende:
De gemeente kan de subsidie lager vaststellen wanneer bij de vaststelling blijkt dat het verleende subsidiebedrag leidt tot overcompensatie.
Artikel 13 Staatssteun
Een subsidie voor de activiteiten onder in artikel 5, lid 1, bevat staatssteun. Burgemeester en wethouders hebben deze activiteiten daarom aangewezen als Diensten van Algemeen Belang in de zin van artikel 2, lid 1 onder c van het DAEB-Vrijstellingsbesluit in het [citeerdeel DAEB-Aanwijzingsbesluit].
Artikel 14 Evaluatie
-
1. Het beleid waarvoor de subsidie (omschrijving) wordt ingezet, wordt periodiek geëvalueerd.
-
2. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van deze nadere regel.
-
3. De evaluatie bestaat uit periodieke bespreking, gefaciliteerd door de gemeente Utrecht, met het Bovenregionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd Utrecht-Flevoland (BBOJ).
Artikel 15 Inwerkingtreding
Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.
Artikel 16 Citeertitel
Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel subsidie Bovenregionaal Expertise Netwerk (BEN) Jeugd Utrecht-Flevoland gemeente Utrecht.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 6 mei 2026.
De burgemeester
Sharon A.M. Dijksma
De secretaris,
Michiel J. Ruis
Toelichting
Algemene toelichting
Burgemeester en wethouders hebben deze nadere regel vastgesteld met het doel om te zorgen voor passende oplossingen voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek die vastlopen in de zorg, of niet de juiste hulp krijgen, en te voorkomen dat de zorgvraag van jongeren steeds complexer wordt.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl