Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761582
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761582/1
Actualisatie Uitgiftebeleid Groenstroken Steenwijkerland
Geldend van 09-05-2026 t/m heden
Intitulé
Actualisatie Uitgiftebeleid Groenstroken SteenwijkerlandBeoordelingscriteria voor toetsing uitgifte openbaar groen
Het college besluit om:
- 1.
De Actualisatie Uitgiftebeleid Groenstroken Steenwijkerland vast te stellen en te bepalen dat dit beleid in werking treedt op de eerste dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.
1. Inleiding
Het huidige uitgiftebeleid groenstroken dateert uit 2001 en sluit niet meer aan bij de actuele maatschappelijke opgaven, zoals klimaatverandering en de energietransitie. De druk op de openbare ruimte neemt toe: kabels en leidingen, nieuwe trafostations, zendmasten, ondergrondse containers, deelfietsen, opstelplekken voor containers, klimaatopgaven, sport en spel, ontmoeten, parkeren, laadpalen, enz. vragen allemaal om ruimte. Het is daarom verstandig om goed af te wegen of verkoop van groenstroken gewenst is. Deze ontwikkelingen vragen om een herziening van het beleid, zodat beter rekening wordt gehouden met de veranderende functie van de openbare ruimte.
De gemeente Steenwijkerland wordt gekenmerkt door de uitgestrekte groene buitengebieden en verschillende kernen en buurtschappen. Een deel van het groen in de gemeente is openbaar groen en wordt door de gemeente beheerd en onderhouden. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld bermen, plantsoenen, groenstroken langs wegen en speelvelden. Soms ontstaan er bijvoorbeeld door herinrichting van de openbare ruimte groensnippers of restsnippers. In tegenstelling tot groenpercelen waar een functie of bestemming op van toepassing is zijn de ontstane groensnippers vaak maar van geringe afmeting en voor de gemeente niet waardevol of functioneel. Daarom is het in de gemeente Steenwijkerland mogelijk dit niet-functioneel openbaar groen (groensnippers) te kopen van de gemeente. Om vast te stellen of een stuk niet-functioneel openbaar groen in aanmerking komt voor verkoop zijn er criteria opgesteld.
In deze actualisatie van het uitgiftebeleid zijn deze criteria opgenomen. Daarmee ontstaat een actueel, integraal afwegingskader dat recht doet aan zowel de technische opgaven van de energietransitie als aan de ruimtelijke en maatschappelijke waarde van het openbaar groen.
1.1. Wettelijk Kader
Op basis van artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet is het college van burgemeester en wethouders (hierna ‘college’) bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. Verkoop van gemeentelijke eigendommen (waaronder openbaar groen) valt hieronder.
Bij het sluiten van overeenkomsten tot verkoop van openbaar groen handelt de gemeente als een rechtspersoon in de zin van het Burgerlijk Wetboek. De beslissingen over het toe- of afwijzen van een verzoek tot verkoop zijn vanwege de privaatrechtelijke aspecten niet vatbaar voor bezwaar en beroep in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Er kan daartegen dus geen bezwaar(schrift) worden ingediend. Er kan op basis van het Didam-arrest wel bezwaar worden gemaakt op basis van de procedure rondom de verkoop van niet-functioneel openbaar groen.
De gemeente is zich, bij privaatrechtelijke handelingen gehouden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het vaststellen van beleid en deze nota draagt daartoe bij.
1.2. Omgevingsplan
Het niet functioneel openbaar groen wordt verkocht met behoud van de huidige bestemming. Dit betekent dat als de bestemming van het openbaar groen bij de verkoop ‘openbaar groen’ is, deze grond ook volgens deze bestemming gebruikt behoort te worden. De wijziging van de bestemming naar ‘tuin’ zal bij de eerstvolgende actualisatie worden meegenomen. De afdeling Ruimtelijk Ordening (RO) houdt een lijst met mutaties bij, wijzigingen moeten daar worden aangedragen, zodat de bestemming openbaar groen wordt omgezet naar tuin bij de eerstvolgende actualisatie van het omgevingsplan. Wil de grondeigenaar van het aangekochte stuk openbaar groen een andere bestemming dan tuin (bijvoorbeeld wonen), dan zal er een aparte ruimtelijke procedure voor een omgevingsplanwijziging doorlopen moeten worden. De legeskosten die hieraan verbonden zijn, zijn voor de aanvrager.
1.3. Eenmalige individuele toets
Bij de toets of de gemeente bereid is grond uit te geven, is altijd sprake van maatwerk. Veel situaties verschillen van elkaar en leiden tot een andere uitkomst. Dit geldt ook voor situaties die ogenschijnlijk hetzelfde lijken. Verzoeken die in behandeling worden genomen, worden daarom altijd individueel getoetst en beantwoord. Afgewezen verzoeken worden niet opnieuw in behandeling genomen, tenzij gewijzigde omstandigheden daar aanleiding toe geven.
1.4. De aangevraagde groenstrook is gemeentegrond
Alleen als de gemeente eigenaar is van de groenstrook, kan ze besluiten om deze te verkopen.
1.5. Verkoop aan perceeleigenaar
De gemeente verkoopt enkel aan de eigenaar van een aangrenzend perceel. Uitzondering hierop is de verkoop aan netbeheerders. Verkoop van grond aan een huurder van een aangrenzend perceel is niet wenselijk. De huurder kan dan immers na zijn vertrek nog rechten hebben ten aanzien van de grond.
1.6. Geen burenbelang
Per aanvraag wordt bekeken of omwonenden eventueel ook belang hebben bij het perceel grond. In dat geval moet de aanvrager een verklaring van geen bezwaar van de belanghebbenden overleggen. Een verzoek tot aankoop van openbaar groen, waarbij de grond achter het perceel van de buren ligt, wordt in principe afgewezen.
1.7. Geen bruikleen of verhuur
Openbaar groen wordt niet in bruikleen gegeven of verhuurd. Het in bruikleen geven of verhuren van groenstroken bezorgt de gemeentelijke organisatie te veel administratieve lasten. Zoals het opstellen van huur- en bruikleenovereenkomsten, factureren van de huursom en het herstellen van de groenstrook na een eventuele beëindiging van de overeenkomst. De enige mogelijkheid is het aankopen van een groenstrook, verhuur of bruikleen is niet mogelijk.
Bewonersinitiatieven
Uitzondering is de situatie waar op gemeentegrond een bewonersinitiatief plaatsvindt zoals de inrichting van een buurttuin of buurtpark. In deze specifieke situatie wordt een bruikleenovereenkomst opgesteld welke door beide partijen binnen een vastgestelde opzegtermijn kan worden beëindigen.
1.8. Didam-arrest
Sinds 26 november 2021 geldt voor de verkoop van openbaar groen dat er moet worden voldaan aan het Didam-arrest. Dit houdt in dat de gemeente bij de verkoop van openbaar groen alle (mogelijke) gegadigden de gelegenheid moet bieden om mee te dingen. Ofwel er worden geen één-op-één transacties gedaan tussen de gemeente en een particuliere partij tenzij na toetsing van objectieve, toetsbare en redelijke criteria blijkt dat er slechts één serieuze gegadigde is. Om te bepalen welke gegadigden er zijn bij de verkoop van een stuk openbaar groen zijn er objectieve, toetsbare en redelijke criteria opgesteld waaraan moet worden voldaan (zie hoofdstuk 2 Beoordelingscriteria).
2. Beoordelingscriteria
Verzoeken tot verkoop van openbaar groen worden beoordeeld aan de hand van een aantal vastgestelde criteria. Deze zijn bedoeld om te bepalen of sprake is van een breder maatschappelijk of ruimtelijk belang dat zwaarder weegt dan het individueel belang van de aanvrager. Alleen wanneer uit de beoordeling blijkt dat het openbaar groen geen bijdrage levert aan de kwaliteit of het functioneren van de openbare ruimte, kan worden overgegaan tot verkoop.
De afweging vindt plaats op basis van de volgende onderdelen:
- –
Stedenbouw
- –
Toekomstige ontwikkelingen en netverzwaring
- –
Bodemkwaliteit
- –
Natuurwaarde
- –
Klimaatbestendigheid
- –
Sociale veiligheid
- –
Verkeersveiligheid
- –
Beheerbaarheid
- –
Aanwezigheid van kabels, leidingen en riolering
Deze onderdelen worden in de volgende paragrafen nader toegelicht, waarbij netverzwaring in een apart hoofdstuk (H3) nader is toegelicht en uitgewerkt
2.1. Stedenbouw
De gemeente Steenwijkerland is een plattelandsgemeente met groene kernen die nauw zijn verweven met het omringende landschap. In de kernen dragen waardevolle groenstructuren bij aan klimaatadaptatie, ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit en de verbinding tussen bebouwing en landschap. Groen kan daarbij een camouflerende, begeleidende of structurerende functie hebben. Ook draagt openbaar groen bij aan een prettig verblijfsklimaat door het bieden van schaduw, wateropvang en seizoensbeleving. Groen houdt onze kernen aantrekkelijk, herkenbaar en leefbaar.
2.1.1. De aangevraagde groenstrook grenst aan perceel van koper
Openbaar groen wordt alleen verkocht aan de eigenaren van de aangrenzende percelen. Dit voorkomt versnippering van eigendommen.
2.1.2. Groenstrook wordt in zijn geheel verkocht
Als een groenstrook verkocht wordt, wordt deze in zijn geheel verkocht. Als deze bijvoorbeeld langs een rij huizen ligt, moet de hele rij een gedeelte van de groenstrook willen kopen. Als dit niet het geval is, wordt de groenstrook niet verkocht.
2.1.3. Toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen en netverzwaring
Indien de gemeente verwacht dat ze in verband met toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen belang heeft bij het in eigendom hebben van de groenstrook, wordt deze groenstrook niet verkocht. Dit kunnen herinrichtingsplannen zijn, maar ook plannen voor verzwaring en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk, de infrastructuur voor laadpalen of plaatsing van ondergrondse containers.
Criterium: Uitgifte van openbaar groen mag niet ten koste gaan van de kwaliteit, samenhang en functie van de openbare ruimte, versnippering van openbaar groen is ongewenst.
Criterium: Als de gemeente verwacht dat ze in verband met toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen belang heeft bij het in eigendom hebben van de groenstrook, wordt deze groenstrook niet verkocht.
Criterium: Openbaar groen dat niet grenst aan het perceel van de aanvrager wordt niet verkocht.
2.2. Bodemkwaliteit
Bij de verkoop van een groenstrook wordt uitgegaan van een aantal uitgangspunten die als bepaling in de verkoopovereenkomst zijn opgenomen. Het betreft de volgende milieubepalingen:
- a.
Omtrent de aanwezigheid van voor het milieu of de volksgezondheid gevaarlijke of niet aanvaardbare (afval)stoffen in de bodem wordt geen indicatief bodemonderzoek verricht.
- b.
De gemeente verklaart dat, gezien het voorgaande gebruik van de grond, voor zover dat aan de gemeente bekend is, er geen reden is om aan te nemen dat zich in de grond voor het milieu of de volksgezondheid naar huidige maatstaven schadelijke dan wel anderszins onaanvaardbare stoffen bevinden, welke het beoogde gebruik in de weg staan.
- c.
Als niet aan de gemeente toe te rekenen verontreiniging wordt aangemerkt: aanwezigheid van stoffen waarvan de gemeente op het tijdstip van ingebruikneming door de koper niet een verontreinigend karakter behoefde aan te nemen op grond van de toen in dit opzicht bestaande gezaghebbende inzichten.
- d.
Onder de in lid b bedoelde stoffen wordt niet verstaan: funderingsrestanten, puin of andere restanten van bouwkundige aard, noch de aanwezigheid van de draagkracht van de grond beïnvloedende omstandigheden, noch stobben van bomen of struiken. De aanwezigheid van deze zaken is geheel voor rekening en risico van de koper.
- e.
De koper heeft de mogelijkheid te onderzoeken of dergelijke stoffen, zoals bedoeld in lid a, in de grond aanwezig zijn.
2.3. Natuur en klimaat
Het openbaar groen in de kernen van Steenwijkerland vervult belangrijke ecologische functies. Het is van levensbelang voor tal van wilde planten en dieren en draagt bij aan een gezonde, biodiverse leefomgeving. Bij de beoordeling van verzoeken tot verkoop van openbaar groen wordt daarom gekeken naar de ecologische waarde van het betreffende groengebied.
2.3.1. Natuurwaarde
Openbaar groen dat bijdraagt aan de zogeheten 5 V’s wordt beschouwd als ecologisch waardevol. De 5 V’s staan voor de volgende ecologische functies:
- 1.
Voedsel – biedt voedselbronnen zoals nectar, zaden, bessen of insecten.
- 2.
Veiligheid – biedt beschutting, nest- en schuilgelegenheid voor dieren.
- 3.
Vocht – draagt bij aan wateropvang, vochthuishouding en microklimaat.
- 4.
Verbinding – Onderdeel van het groene raamwerk van de (historische) kern, buurt of wijk.
- 5.
Variatie – verschillende plantsoorten, hoogtes en structuren.
2.3.2. Beeldbepalende en waardevolle bomen
Om bomen te behouden, worden groenstroken waarin bomen staan niet verkocht. De afstand vanaf de stam van de boom tot de erfgrens is minimaal 4 meter om geschillen over overhangende takken te voorkomen.
Criterium: Openbaar groen dat ecologisch waardevol is wordt niet verkocht.
Criterium: Openbaar groen waarin één of meerdere bomen staan wordt niet verkocht.
2.3.3. Klimaatbestendigheid
De gemeente Steenwijkerland streeft ernaar om in 2050 volledig klimaatbestendig te zijn. Dit betekent dat de leefomgeving bestand moet zijn tegen extremere weersomstandigheden, zoals hitte, droogte en hevige neerslag. Om risico’s in beeld te brengen maakt de gemeente gebruik van de klimaatatlas, waarin onder meer kaarten zijn opgenomen over hittestress, wateroverlast en droogtegevoeligheid. Deze kaarten geven inzicht in de kwetsbare plekken binnen de gemeente. Openbaar groen vervult een essentiële rol in het voorkomen van wateroverlast, het temperen van hittestress en het vasthouden van vocht in de bodem. Verwijdering of privatisering van openbaar groen kan leiden tot een toename van risico’s en een achteruitgang van de klimaatbestendigheid. Alleen door zorgvuldig met deze groene structuren om te gaan, kan de gemeente de ambitie van een veerkrachtige en gezonde leefomgeving in 2050 waarmaken.
Criterium: Openbaar groen op locaties die op de stresstestkaart als kwetsbaar of risicovol zijn aangeduid, wordt niet verkocht.
2.4. Veiligheid
2.4.1. Sociale veiligheid
Openbaar groen speelt een belangrijke rol in de sociale veiligheid. Groen bepaalt mede hoe mensen hun omgeving beleven: of een plek overzichtelijk en uitnodigend aanvoelt, of juist onoverzichtelijk en onveilig. Goed ontworpen en onderhouden groen draagt bij aan zichtlijnen, herkenbare structuren en natuurlijke routes, waardoor bewoners zich prettig en veilig voelen.
Wanneer openbaar groen wordt verwijderd of verkocht kan dit leiden tot verlies van overzicht, sociale controle en samenhang. Het straatbeeld kan versnipperd raken. Dat heeft gevolgen voor het veiligheidsgevoel, vooral op plekken waar kinderen spelen, ouderen verblijven of mensen elkaar ontmoeten. Groen fungeert daar als structuurdrager van de openbare ruimte: het geeft richting, ruimte en rust. Sociale veiligheid is niet los te zien van de inrichting van het groen.
Criterium: Verkoop van openbaar groen mag niet leiden tot een onoverzichtelijke situatie.
Criterium: Verkoop van openbaar groen mag niet leiden tot afbreuk van samenhang of toegankelijkheid van de openbare ruimte.
2.4.2. Verkeersveiligheid en bereikbaarheid
Sommige stroken openbaar groen liggen op plekken die gebruikt worden als doorgang naar bijvoorbeeld een speeltuin, straat of ander onderdeel van de wijk. Ook zijn er stroken die nodig zijn om het benodigde onderhoud aan sloten, houtwallen en singels te kunnen uitvoeren, zg. schouwsloten.
Criterium: Verkoop van openbaar groen mag de doorgang en bereikbaarheid van de openbare ruimte niet belemmeren.
Criterium: Verkoop van openbaar groen mag niet leiden tot hinder of kostenverhoging bij onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte.
2.5. Kabels, leidingen en openbare verlichting en riolering
Onder het openbaar groen kunnen kabels en leidingen liggen. Via een zogenaamde KLIC-melding wordt informatie van nutsbedrijven over kabels, leidingen en rioleringen opgevraagd. Als er kabels en leidingen of openbare verlichting in het openbaar groen liggen of staan wordt het openbaar groen niet verkocht. Kabels en leidingen moeten voor reparatie en onderhoud vrij toegankelijk zijn.
Criterium: Openbaar groen waarin kabels, leidingen, riolering of openbare verlichting aanwezig zijn worden niet verkocht.
3. Criteria bij netverzwaring
3.1. Plaatsing in de openbare ruimte op verharding of parkeerplaats
Verhard oppervlakte hoort strikt gezien niet bij uitgifte openbaar groen. Wel gaat het om openbare ruimte waar ook het openbaar groene deel vanuit maakt. Bij de uitgifte van verhard oppervlakte voor de realisatie van netverzwaring worden net als bij de uitgifte van groenstroken enkele voorwaarden gesteld.
Als er geen alternatieven in de directe omgeving (straal 50 meter) zijn, is het plaatsen van een trafostation op verhard oppervlakte in enkele gevallen de enige optie om de transformator kast te kunnen plaatsen.
Eisen voor plaatsing trafostation in openbare ruimte:
- •
Voldoende ruimte aan alle kanten voor onderhoud, minimaal 1 meter rondom. Als de deur is geopend moet er nog een meter vrije ruimte zijn tussen de deur en het eerstvolgende object.
- •
Geen logische looplijnen verstoren, doorgaande en logische routes vrijhouden.
- •
Ruimtelijke inpassing, rekening houden met het uitzicht/zichtlijnen vanuit woningen, niet frontaal voor woning plaatsen.
- •
Opgebroken bestrating wordt hersteld met soortgelijk materiaal.
Voorbeeld plaatsing op trottoir
Voorbeeld plaatsing op parkeerplaats
3.2. Plaatsing in het openbaar groen
Als tot verkoop van groen wordt overgegaan, worden voorwaarden gesteld om negatieve gevolgen voor de leefomgeving en het groenareaal te beperken.
Voorwaarden voor plaatsing in het openbaar groen:
- •
Rekening houden met het uitzicht/zichtlijnen vanuit woningen, niet frontaal voor woning plaatsen.
- •
Plaatsing mag niet ten koste gaan van een of meerdere bomen, geen kap of aantasten wortelgestel. Onder de kroonprojectie van een boom mogen geen graafwerkzaamheden, opslag of andere activiteiten plaatsvinden.
- •
Zoveel mogelijk naar de rand/hoek, zo klein mogelijke aantasting van het bestaande groen.
- •
De standaard voor een trafostation is de kleur RAL 6009 Dennengroen.
- •
In wadi’s mogen geen trafostations worden geplaatst.
Waar mogelijk wordt er groen aan de zijkanten en achterzijde ingeplant om het trafostation in het groen in te passen (camouflage).
Geen plaatsing frontaal voor uitzicht/zichtlijn woning
Plaatsing in openbaar groen met compensatie opgave ‘groen voor groen’
Voorbeeld compensatie groen voor groen, tegels eruit groen erin
Voorbeeld plaatsing in het groen, voorzien van nieuwe aanplant rondom ter camouflage
3.3. Plaatsing nabij een monument of beschermd stads- of dorpsgezicht
Voor het plaatsen van trafostations in of nabij een monument, of binnen de grenzen van een beschermd stads- of dorpsgezicht, is altijd een omgevingsvergunning nodig. Bij de aanvraag moet duidelijk worden gemotiveerd waarom de gekozen locatie geschikt is en hoe het trafostation zorgvuldig in de omgeving wordt ingepast. Het is aan te raden om dit ontwerp samen met een stedenbouwkundige of landschapsarchitect uit te werken. Dit bevordert een goede ruimtelijke inpassing, helpt vertraging in het proces te voorkomen en vergroot de kans op een positieve beoordeling. De welstandscommissie beoordeelt uiteindelijk of de inpassing voldoet aan de redelijke eisen van welstand en geen afbreuk doet aan het beschermde stads- of dorpsgezicht.
3.4. Veiligheid rondom trafostations
Zowel voor de plaatsing als voor het onderhoud van een trafostation moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid. Bij plaatsing moet een vrachtwagen het trafostation kunnen plaatsen. Onderhoud en vervanging: het station moet bereikbaar zijn bij vervanging of onderhoud (van onderdelen). Wanneer één zijde tegen een muur of obstakel wordt geplaatst is de minimale afstand tot het trafohuisje 40 centimeter. Een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten is vereist, ook bij de werkzaamheden voor plaatsing. Er is bij plaatsing voldoende afstand tot andere objecten zoals een parkeerplaats. De inrichting moet zo zijn dat de vrije ruimte tussen het trafostation en andere objecten ten alle tijden vrij blijft.
3.5. Plaatsing langs de weg
Bij bouwwerken langs de weg moet een obstakelvrije zone tussen de weg en het bouwwerk aanwezig zijn. Deze zone zorgt voor behoud van zicht op de weg en uitwijkmogelijkheid langs de weg. Daarnaast blijven toekomstige wijzigingen aan de weg mogelijk en worden onveilige situaties bij werkzaamheden in het betreffende bouwwerk voorkomen.
- •
De afstand voor de obstakelvrije zone is minimaal twee meter vanaf de weg incl. voetpad. Bij kruispunten moet vijf meter afstand worden gehouden vanaf het punt waar de bocht begint. Een voetpad telt niet mee in deze afstand. Wanneer dit niet mogelijk is moet worden gekeken of een uitzondering kan worden gemaakt.
3.6. Verkoop groen in afwijking op het uitgiftebeleid
In enkele gevallen kan het voorkomen dat er openbaar groen wordt verkocht dat niet voldoet aan de gestelde criteria in deze beleidsnota. In deze gevallen wordt vanwege overstijgend algemeen belang toch overgegaan tot verkoop. Het gaat hierbij voornamelijk om openbaar groen dat nodig is om nutsvoorzieningen te realiseren. Vanwege netcongestie zal in de komende jaren een groot aantal extra trafostations moeten worden aangebracht of vervangen door de netbeheerders. Iets dat in het algemeen belang is en nodig om in de toekomst te kunnen bouwen en verduurzamen.
Voor het plaatsen van trafostations maakt de gemeente in samenspraak met de netbeheerder een integrale afweging om tot een zorgvuldige locatiekeuze te komen. De technische eisen van de netbeheerder zijn richtinggevend, er kan niet zonder zwaarwegende reden van worden afgeweken gezien het zwaarwegende belang van netverzwaring. Ook worden parkeerdruk, gebrek aan openbaar groen en plannen voor herstructurering meegenomen in de locatiekeuze. Het blijft een afgewogen keuze, waarbij gestreefd wordt naar een goede balans tussen de verschillende belangen, nadelige effecten worden evenredig gecompenseerd.
Om de nadelige effecten te compenseren, worden er aanvullende voorwaarden gesteld. Een belangrijke eis is het principe “groen voor groen”: wanneer groen verloren gaat door de plaatsing van een trafostation, wordt dit elders binnen de wijk of in de directe omgeving gecompenseerd met nieuw groen van vergelijkbare kwaliteit en omvang. Waarbij wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
- •
Minimaal gelijkwaardig in oppervlakte;
- •
In het besluit wordt duidelijk vastgelegd:
- –
Waarom er geen alternatieve locatie mogelijk is;
- –
Welke compensatie plaatsvindt en binnen welk tijdsbestek;
- –
Wie verantwoordelijk is voor de aanleg en het beheer van de compensatie.
- –
4. Verkoop van groenstroken
Als uit de toetsing blijkt dat een groenstrook geen maatschappelijke meerwaarde heeft kan er worden overgegaan tot verkoop. De prijs voor verkoop van snippergroen wordt jaarlijks vastgelegd in de grondprijzenbrief.
Op de verkochte grond blijft de toegewezen bestemming van kracht, voor afwijkend gebruik moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd.
Bij verkoop wordt het betreffende deel verkocht in de staat waarin deze zich op dat moment verkeert. Ter verduidelijking, openbaar groen dat wordt verkocht wordt niet vrijgemaakt van beplanting of andere opstallen.
5. Hardheidsclausule
Het is mogelijk, dat deze notitie niet in alle gevallen voorziet. Daarom is in deze beleidsnotitie een hardheidsclausule opgenomen. In bijzondere situaties kan gemotiveerd worden afgeweken van de beleidskaders in deze nota. Dit is ter beoordeling van het college van Burgemeester en wethouders. Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat de hardheidsclausule in deze beleidsnotitie ruimer is dan de zogeheten inherente afwijkingsbevoegdheid zoals die bepaald is in artikel 4:84 van de Awb. De inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 ziet namelijk op niet voorziene bijzondere gevallen waarvoor de beleidsregels zelf geen ruimte bieden om daar rekening mee te houden. De hier aan de orde zijnde hardheidsclausule biedt een zelfstandige mogelijkheid om van de beleidsregels af te wijken. Het betreffen hier namelijk bijzondere gevallen waarin wel voorzien is maar die niet (voldoende) in de belangenafweging zijn verdisconteerd.
6. Overgangsrecht
Het in deze notitie bepaalde beleid is van toepassing op alle relevante, van toepassing zijnde, aanvragen die zijn ingediend ná de datum van inwerkingtreding van dit beleid. Alle relevante, van toepassing zijnde, aanvragen van vóór de datum van inwerkingtreding vallen onder het vorige beleid. Deze beleidsnotitie zal in werking treden op de dag nadat het college deze beleidsnota heeft vastgesteld onder gelijktijdige intrekking door de gemeenteraad van het Beleid Uitgifte Openbaar Groen 2001.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl