Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761549
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761549/1
Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Stein 2026
Geldend van 12-05-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Stein 2026Voor de bekostiging van het Leerlingenvervoer heeft de gemeente een Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Stein 2022 opgesteld. Ter verduidelijking van de uitvoering van deze verordening zijn deze nadere regels opgesteld door het College van Burgermeester en Wethouders, zoals bepaald in artikel 6.8 van de Verordening.
Algemeen
Artikel 1: Definities
-
1. Alle definities in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Stein 2022 zijn van toepassing op deze nadere regels.
-
2. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet op primair onderwijs, de Wet op voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra, de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Stein 2022.
-
3. Verordening: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Stein 2022.
-
4. Aanvrager: ouders als bedoeld in de verordening waaronder begrepen de co-ouders of degene waarbij het kind tenminste aaneengesloten drie maanden feitelijk verblijft.
-
5. Eenoudergezin: een huishouden bestaande uit één volwassene met één of meer thuiswonende kinderen.
-
6. Co-ouderschap: ouders die niet bij elkaar wonen, en in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen hebben.
-
7. Woning: de plaats waar de leerling structureel 4 dagen per week feitelijk verblijft.
-
8. Voor Elkaar Pas (VEP): een op naam van de leerling gestelde OV-chipkaart van Arriva die door de gemeente Stein kan worden aangeschaft ten behoeve van het leerlingenvervoer.
-
9. Reistijd van de begeleidende ouder: De reistijd betreft de volledige tijd die de ouder of door ouder aangewezen volwassene besteed aan het reizen van en naar school.
Artikel 2: Co-ouderschap
-
1. In geval van co-ouderschap moeten beide ouders afzonderlijk, voor het eigen woonadres, een aanvraag indien voor de dagen van de week dat de leerling bij hen verblijft. Er vindt geen dubbele bekostiging plaats.
-
2. Bij co-ouderschap blijft de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van beide ouders van kracht.
Artikel 3: Hoogbegaafdheid
Het onderwijs voor hoogbegaafden valt onder regulier basisonderwijs en valt daardoor onder de WPO. Als een kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs is leerlingenvervoer mogelijk naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Verordening. Ouders dienen bewijzen te overleggen dat het kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs. Hoogbegaafdheid alleen is geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. Ouders dienen middels een toelaatbaarheidsverklaring van het schoolbestuur van de dichterbij gelegen scholen aan te tonen dat hun kind niet naar een van de dichterbij gelegen scholen kan.
Artikel 4: Stage
Leerlingen lopen stage om zich voor te bereiden op deelname in het maatschappelijk verkeer. Met dit als achtergrond verwacht de gemeente van de leerling, zijn/haar ouders, maar ook van de school, dat de maximaal mogelijke zelfstandigheid in het reizen naar het stageadres wordt nagestreefd. De gemeente zal bij een verzoek om stagevervoer opnieuw beoordelen wat voor de leerling passend vervoer is. Dit kan betekenen dat een leerling voor het schoolbezoek een vergoeding voor het aangepaste vervoer ontvangt en voor stagevervoer een vergoeding voor de (brom-) fiets of het openbaar vervoer. Vervoer naar stageadressen vindt niet plaats tijdens het weekend en gedurende schoolvakanties. Op het moment dat de school een studie (mid)dag heeft en de stage doorgang vindt, biedt het college vervoer naar het stageadres. We gaan ervan uit dat bij stages, ook voor een niet-arbeidsgericht uitstroomprofiel, ouders, school en de stageplek eerst bespreken of er andere mogelijkheden van vervoer zijn dan het leerlingenvervoer. Als de stageplek of school vervoer biedt is dat voorliggend op het leerlingenvervoer.
- 1.
De stage is onderdeel van het onderwijsprogramma in het VSO met een arbeidsgericht uitstroomprofiel.
- 2.
Als uitgangspunt voor een vervoersvoorziening naar een stageadres geldt dat het college deze uitsluitend verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke stage.
- 3.
Het college bekostigt alleen vervoer naar een stageplek op maximaal 25 kilometer reisafstand van de woning, indien de stageplek zich niet bevindt op de route die de vervoerder hanteert.
- 4.
Indien de leerling afhankelijk is van aangepast vervoer wordt vervoerd van en naar het stageadres gecombineerd met andere schoolroutes.
- 5.
Het college zet geen individueel vervoer in als de reistijd bij aangepast vervoer naar het stageadres als de route meer dan 60 minuten bedraagt.
Artikel 5: Combinatie van onderwijs met medische behandeling of zorg
-
1. Vervoer naar zorginstellingen, medisch kinderdagverblijven en andere instellingen vallen buiten de verantwoordelijkheid van het college voor de bekostiging van het leerlingenvervoer.
-
2. Bij een gecombineerd traject van onderwijs en zorg, komt de leerling uitsluitend in aanmerking voor leerlingenvervoer als aan de eisen van de verordening wordt voldaan. Het college volgt hierbij de richtlijnen vervoer Jeugd Zuid-Limburg.
-
3. Uit het knooppuntoverleg moet blijken dat onderwijs gedurende het gehele zorgtraject voorliggend is.
Artikel 6: Route, berekening afstand en vergoeding reiskosten
-
1. Voor het bepalen van de afstand tussen de woning en het schooladres wordt gebruik gemaakt van de routeplanner van Google Maps, kortste route.
-
2. Er wordt alleen vervoerd naar schoollocaties met een Brin nummer.
-
3. De Reisregeling Binnenland is in 2020 vervallen. Op dit moment wordt in plaats daarvan de belastingvrije kilometervergoeding gehanteerd voor vervoer per auto. Met een kilometervergoeding van € 0,23 vier maal de enkele reis. Voor de fietsvergoeding geldt € 0,11 per gereden kilometer. Dit is gebaseerd op 50% van de kilometervergoeding voor autogebruik, naar beneden afgerond. De bedragen worden achteraf uitgekeerd voor de kilometers die de leerling aflegt.
Artikel 7: Gebruik fiets
De mogelijkheden van de leerling worden benut en het reizen met de fiets (al dan niet onder begeleiding) gestimuleerd. Dit houdt in dat fietsvergoedingen zullen worden verstrekt op basis van een kilometervergoeding voor de fiets (dan wel bromfiets). De fietsroute wordt op basis van Google Maps, kortste route, berekend.
Artikel 8: Combinaties van vervoersvoorzieningen
Indien uit de beoordeling blijkt dat de best passende vervoersvoorziening bestaat uit een combinatie van verschillende vormen van vervoer, bepaalt het college de wijze van bekostiging. Uitgangspunt bij een combinatie is zelfstandigheid en goedkoopst passend.
Artikel 9: Schooltijden, wachttijden en afzetmarge
Aangepast vervoer wordt georganiseerd op standaard schooltijden per schoollocatie zoals deze genoemd zijn in de schoolgids, zo nodig uitgesplitst naar onderbouw/bovenbouw. Dit betekent, dat het aangepaste vervoer op wisselende en afwijkende schooltijden niet wordt bekostigd. Voor het vervoeren van leerlingen van dezelfde locatie of van meerdere locaties gecombineerd in één route, die afwijkende begintijden of eindtijden hebben, geldt als uitgangspunt dat de leerlingen zoveel mogelijk op dezelfde begin- en/of eindtijden worden vervoerd. Wachttijden tot maximaal drie lesuren van 50 minuten voor het voortgezet onderwijs worden ook geaccepteerd. Het kan dus voorkomen dat leerlingen drie lesuren op school moeten wachten omdat ze gecombineerd vervoerd worden met leerlingen van dezelfde school of van een school waarmee een combinatie gemaakt wordt.
Verzoeken om leerlingen op afwijkende tijden op te halen, bijvoorbeeld voor huiswerkbegeleiding, proefwerkweken, straf of doktersbezoek, worden niet gehonoreerd. Ouders zijn dan zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind. De schoolgids is en blijft leidend.
De afzet- en ophaaltijd aan school moet gelegen zijn binnen een tijdsmarge van maximaal vijftien (15) minuten en minimaal vijf (5) minuten voor het aanvangstijdstip respectievelijk na het eindtijdstip van de school. Het ophaaltijdstip aan het einde van de lessen is nooit eerder dan het tijdstip waarop de lessen eindigen. Bij een gewijzigde eindtijd door o.a. lesuitval is de school of de ouder verantwoordelijk voor opvang van de leerlingen.
Artikel 10: Begeleiding is onmogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling
Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het college sprake als één van de volgende situaties aanwezig is:
- a.
Er is sprake van een eenoudergezin en de ouder heeft een structurele lichamelijke of zintuiglijke en/of psychische handicap waardoor begeleiding niet mogelijk is. Het bestaan van deze situatie moet onderbouwd worden door een verklaring van een medisch specialist.
- b.
Er is sprake van een gezin waarbij beide ouders aangeven op medische gronden de leerling niet te kunnen begeleiden. Het bestaan van deze situatie moet voor beide ouders onderbouwd worden door een verklaring van een medisch specialist.
- c.
De ouder van een eenoudergezin kan niet langer zijn/haar werk uitoefenen als hij zorg moet dragen voor de begeleiding naar school van zijn kind. Het volgen van een (re-)integratietraject of voltijdsopleiding wordt gelijkgesteld met werk. In deze gevallen kan een inschrijfbewijs van de opleiding worden opgevraagd.
- d.
De reistijd van de begeleidende ouder of een volwassene aangewezen door ouders om de betrokken leerling naar school te begeleiden meer dan 6 uur per dag beslaat voor regulier basisonderwijs en meer dan 3 uur per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.
- e.
Het hebben van werk is geen reden om niet te hoeven begeleiden.
Artikel 11: Voor elkaar pas (VEP)
-
1. De VEP wordt beschikbaar gesteld voor de leerling die in aanmerking komt voor een bekostiging van het openbaar vervoer en ook daadwerkelijk met het openbaar vervoer gaat reizen.
-
2. De VEP is van de leerling en geldt van woning naar school.
-
3. De pas is zeven dagen per week te gebruiken.
-
4. Wordt de VEP verstrekt in combinatie met een andere vervoersvoorziening, dan wordt de VEP uitsluitend voor de betreffende momenten dat het nodig is ingezet.
-
5. Bij de VEP kan tevens een niet op naam gestelde begeleiderspas verstrekt worden indien begeleiding nodig is.
-
6. De VEP kan tevens tijdelijk als oefenpas worden ingezet ter bevordering van de zelfstandigheid.
-
7. Bij verlies of breuk van de pas zijn de kosten voor rekening van de ouders.
Artikel 12: Voor Elkaar Pas (VEP) bij Co-ouderschap
- 1.
Bij co-ouderschap waarbij beide ouders ieder een aanvraag indienen, worden de aanvragen individueel beoordeeld.
- 2.
Hebben beide ouders aanspraak op een vergoeding voor openbaar vervoer, dan wordt er slechts één VEP voor het kind verstrekt.
- 3.
Beide ouders kunnen ieder een begeleiderspas ontvangen. Artikel 11 lid 5 is van overeenkomstige toepassing.
- 4.
Is al aan één van ouders een VEP toegekend en is deze passend voor de andere ouder, wordt de meest recente aanvraag afgewezen.
Artikel 13: Eigen vervoer
In het kader van eigen regie, het bevorderen van het zelf oplossend vermogen en de zelfstandigheid, wordt verwacht dat ouders de leerling waar mogelijk zelf kunnen en willen vervoeren. Deze mogelijkheid wordt beoordeeld door het college.
Er worden maximaal twee retourreizen per dag vergoed: aan het begin en aan het einde van de schooldag. Er wordt geen bekostiging verstrekt voor de kosten die ontstaan indien de leerling ook tussen de middag wordt vervoerd. Indien ouders twee of meer leerlingen vervoeren die aangepast vervoer behoeven, wordt uitgegaan van de rijafstand uitgaande van de woning van de te vervoeren leerling die het verst van de school verwijderd woont. Om de route te bepalen wordt gebruik gemaakt van Google maps, de kortste route.
Als er een eigen bijdrage is, kunnen ouders een vergoeding krijgen zodra de kosten hoger zijn dan die eigen bijdrage.
Artikel 14: Aangepast vervoer
Indien voorliggende vervoersmogelijkheden (auto, fiets, openbaar vervoer) uit onderzoek van de gemeente niet mogelijk zijn gebleken, zal de gemeente voorzien in passend leerlingenvervoer middels aangepast (taxi)vervoer. Aangepast vervoer is altijd collectief vervoer en nooit individueel. Met betrekking tot het aangepast vervoer is het beleid beschreven in de Verordening gebaseerd op wet en regelgeving. Ook zijn hierover afspraken gemaakt tussen de gemeente en de vervoerder.
- 1.
Bij een toekenning voor aangepast vervoer is naast het woonadres tevens één extra langdurige opstap- of afzetplaats op een ander adres toegestaan (bijvoorbeeld buitenschoolse opvanglocatie of grootouders). Voorwaarde is dat dit afwijkende adres binnen een straal van 500 meter van de woning of school ligt en in dezelfde gemeente als het woonadres, en voor tenminste drie maanden. De mogelijkheid bestaat ook om een kind af te zetten bij de buitenschoolse opvang binnen de gemeente Stein.
- 2.
Ouders kunnen ervoor kiezen om alle ritten structureel vanuit een afwijkend adres, anders dan het woonadres, plaats te laten vinden. Hierbij geldt dat dit afwijkende adres binnen dezelfde gemeente moet zijn. Het woonadres van de leerling blijft echter leidend voor het bepalen van de aanspraak op aangepast vervoer.
- 3.
Bij de toekenning wordt het vervoersschema vastgelegd in het besluit en uitgezet bij de vervoerder. Het is niet mogelijk om af te wijken van het vervoersschema zonder goedkeuring van het college.
- 4.
Het vervoersschema kan uitsluitend worden veranderd als sprake is van een structurele wijziging. Een structurele wijziging houdt in dat deze tenminste drie maanden duurt.
- 5.
Kortdurende wijzigingen die van invloed zijn op de organisatie van het aangepaste vervoer moeten tijdig door de ouders worden gemeld bij de vervoerder zonder tussenkomst van de gemeente.
- 6.
De ouder moet er voor zorgen dat iemand thuis is voor de warme overdracht van de leerling na terugkeer uit school.
- 7.
Indien de vervoerder noodgedwongen moet uitwijken naar een noodopvanglocatie als bij terugkeer uit school niemand thuis is, ook niet na herhaaldelijke pogingen, kan het college de kosten van vervoer en noodopvang bij de ouders in rekening brengen.
- 8.
Opstapplaats aangepast vervoer
Leerlingen worden aan de woning, bij de voordeur, opgehaald en teruggebracht tenzij een leerling de indicatie opstapplaats heeft. Opstapplaatsen worden door de gemeente aangewezen en dienen te voldoen aan de volgende criteria:
- •
Maximale afstand van 1000 meter tot de woning.
- •
Veilige en beschutte locatie, met instap aan veilige zijde van de weg en ruimte voor een eventuele begeleider.
- •
Ouders zijn verantwoordelijk voor de begeleiding van de leerling naar en van de opstapplaats.
- •
Artikel 15: Vervoer en ontwikkelplan
Het college stelt, in gesprek met de ouders en zo mogelijk met de leerling waar nodig, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan voor de leerling op. In dit plan wordt vastgelegd waar de leerling qua mobiliteit naartoe kan groeien en hoe dit begeleid moet worden. Het doel hiervan is om te beschrijven welke mogelijkheden er zijn om de leerling zelfstandiger te laten reizen, wat hiervoor nodig is, welke periode hiervoor gepland wordt, wat ouders hierin kunnen betekenen en waar de gemeente ondersteunt. Het onderwijs heeft ook tot doel om leerlingen zelfstandig te leren functioneren in de maatschappij. Onder meer voor dit doel wordt door de school een ontwikkelingsperspectief opgesteld voor de leerling. Dit plan wordt betrokken bij het vervoersontwikkelingsplan en het is aan te raden met scholen frequent overleg te hebben over wat te verwachten valt in het leerlingenvervoer.
Het moment waarop de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, lijkt een goed moment om het eerste persoonlijke vervoersontwikkelingsplan samen met de ouders en de leerling te maken. Dit plan kijkt twee tot drie jaar vooruit, maar kan jaarlijks naar aanleiding van de nieuwe aanvraag geëvalueerd worden. De ontwikkeling van kinderen staat immers niet stil en maakt dat een kind zich sneller kan ontwikkelen dan gedacht. Voor de leeftijd van negen jaar in dit artikel geldt geen peildatum, waardoor er spreiding van gesprekken is.
Wanneer ouders geen medewerking willen verlenen aan het opstellen van een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan voor de leerling kan het college overwegen om een onafhankelijk medisch advies van een medicus of gedragsdeskundige in te winnen, waarmee de vervoersmogelijkheden van de leerling duidelijk worden.
Inhoud vervoersontwikkelingsplan
Het vervoersontwikkelingsplan bevat minimaal de volgende onderwerpen om de zelfstandigheid en zalfredzaamheid van de leerling te vergroten:
- •
Afspraken met ouders.
- •
Afspraken met school en/of samenwerkingsverband.
- •
Afspraken met eventueel aanwezige maatschappelijke ondersteuning.
- •
Afspraken met eventueel aanwezige jeugdhulpaanbieders.
- •
Welke vorm van vervoer is mogelijk.
- •
Wie of wat is er nodig om het doel te realiseren.
- •
Periode en termijnen.
- •
Het advies beperkt zich tot de mogelijkheden van de leerling en gaat niet in op de gezinssituatie en de vraag of ouders in de gelegenheid zijn de leerling te begeleiden.
Het vervoersontwikkelingsplan wordt opgesteld in samenspraak met minimaal ouder(s) en school en/of samenwerkingsverband.
Artikel 16: Gedragingen in het aangepast vervoer
Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzegd worden indien bij herhaling is gebleken dat de leerling (of diens ouders) door onaanvaardbaar wangedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt.
Hierbij worden de volgende stappen ondernomen:
- 1.
Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost. Ouders moeten hun kinderen instrueren zich zo te gedragen dat tijdens het vervoer geen ongeregeldheden ontstaan. Als er sprake is van onaanvaardbaar gedrag of onveilige situatie en er geen verbetering optreedt maakt de vervoerder hiervan schriftelijke melding bij de gemeente, waarbij wordt aangegeven op welke momenten de vervoerder contact heeft gehad met ouders.
- 2.
Na de melding van een klacht door de vervoerder bij de gemeente wordt een onderzoek opgestart. In het kader van dat onderzoek spreekt de contactpersoon van de gemeente met vervoerder, uitvoerende chauffeur, ouders en/of school. Indien na het onderzoek blijkt dat sprake is van verwijtbaar onaanvaardbaar wangedrag van de leerling (of diens ouders) volgt een persoonlijk gesprek met ouders en eventueel de leerling en een waarschuwingsbrief aan de ouders. Er volgt een schorsing van 1 dag.
Indien blijkt dat het voorval terug te voeren is op de ernstige beperking van de leerling, en dus aan de leerling niet is aan te rekenen, dan wordt met de vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijvoorbeeld begeleiding in het aangepaste vervoer, openbaar vervoer (eventueel met begeleiding) of eigen vervoer).
- 3.
Bij een volgende klacht wordt stap twee herhaald en volgt een persoonlijk gesprek met ouders en eventueel de leerling en een tweede waarschuwingsbrief. Daarbij dienen de ouders meteen gewaarschuwd te worden dat de gemeente het vervoer stopzet wanneer dit gedrag blijft plaatsvinden. Er volgt een schorsing van 1 week. Leerrecht wordt hierbij betrokken.
- 4.
Bij een volgende klacht volgt een derde gesprek en een brief met totale uitsluiting van het vervoer tot het eind van het schooljaar met een minimum van drie maanden exclusief vakanties (een schorsing aan het eind van het schooljaar kan dus doorlopen in het nieuwe schooljaar). Leerrecht wordt hierbij betrokken.
- 5.
Bij wapenbezit, geweld, bedreiging, vernieling of zeer onveilig gedrag bestaat de mogelijkheid om per direct te schorsen.
Artikel 17: Loosmeldingen
Een loosmelding betekent dat gepland staat dat een leerling mee gaat in het vervoer, maar dat dit niet gebeurt.
Op de heenrit: de chauffeur stelt de centrale in kennis indien een leerling niet aanwezig is op het ophaaladres. De centrale probeert contact op te nemen met de ouders om te informeren naar de situatie. Op de terugrit: de chauffeur stelt de centrale in kennis indien er niemand aanwezig is op het afzetadres. De centrale probeert contact op te nemen met de ouders om te informeren naar de situatie. De leerling blijft in het voertuig en de chauffeur rijdt aan het einde van de route nogmaals langs het afzetadres en blijft daar wachten totdat een ouder/ iemand uit het netwerk gearriveerd is.
Bij loosmeldingen, wordt de gemeente geïnformeerd en volgt bij een herhaalde loosmeldingen vanuit de gemeente een gesprek met ouders en afhankelijk van de situatie een waarschuwingsbrief. Indien de waarschuwing niet helpt wordt dit gezien als wangedrag met eventueel een schorsing voor 1 of meerdere dagen afhankelijk van het aantal loosmeldingen. Leerrecht wordt hierbij betrokken.
Artikel 18: Vervoer naar school buitenland
Het is niet mogelijk om in aanmerking te komen voor een bekostiging van het leerlingenvervoer naar scholen die gevestigd zijn in het buitenland.
Artikel 19 Meerjaren beschikking
In het kader van vermindering van de regeldruk en vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de burger is het wenselijk om, indien mogelijk, voor een langere periode dan 1 schooljaar de vervoersvoorziening toe te kennen. Een meerjarenbeschikking kan tussentijds gewijzigd/ingetrokken worden indien niet voldaan wordt aan de eisen van de Verordening leerlingenvervoer, de voorwaarden in deze nadere regels en/of als er sprake is van bijzondere omstandigheden.
In ieder geval kan aan leerlingen een meerjarenbeschikking worden afgegeven als van de leerling te verwachten is dat er geen verandering zal optreden in de beperking van de leerling en deze dus aan de geldende criteria blijft voldoen. Als er in de situatie van de leerling echter verandering valt te verwachten, bijvoorbeeld een verbetering in de lichamelijke of geestelijke toestand, dient te worden gekozen voor een verstrekking over een termijn van maximaal één schooljaar. In de gevallen dat een meerjarenbeschikking wordt afgegeven, zal door de gemeente steekproefsgewijs controle van de afgegeven meerjarenbeschikkingen worden uitgevoerd.
Artikel 20: Wijzigingen en terugvordering
Ouders, of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling, zijn verplicht om wijzigingen die van directe invloed zijn op de toegekende vervoersvoorziening zo snel mogelijk aan het college door te geven. In ieder geval moeten de volgende wijzigingen direct worden gemeld:
- •
wijziging van de reistijd, bijvoorbeeld door aanpassingen in het openbaar vervoer.
- •
wijziging van het woonadres van de leerling.
- •
wijziging in de gezinssituatie of gezinssamenstelling die invloed heeft op het kunnen begeleiden van de leerling.
- •
wijziging van het adres van de school.
- •
wijziging van de schooltijden.
- •
wijziging van school door de leerling.
- •
wijziging in de toekenning van bekostiging voor het reizen van en naar school.
Het college gaat ervan uit dat ten onrechte ontvangen tegemoetkomingen voor leerlingenvervoer altijd worden teruggevorderd.
Terugvordering van te veel betaalde vergoeding (OV/fiets of eigen vervoer)
De gemeente kan ouders vragen om een aanwezigheidsoverzicht van de school. Bij veel gemiste schooldagen of bij uitschrijving van de locatie waarvoor de vergoeding is toegekend, kan de gemeente besluiten een deel van de vergoeding terug te vorderen.
Artikel 21: Eigen bijdrage
De eigen bijdrage op de eerste zes kilometer naar regulier basisonderwijs en op de eerste vier kilometer naar speciaal basisonderwijs voor ouders met een inkomen meer dan € 31.500, (geldend voor schooljaar 2025-2026, het verzamelinkomen wordt jaarlijks geïndexeerd) is gelijk aan de kosten van een Arriva busabonnement voor de leeftijdscategorie 12 tot 18 jaar.
Artikel 22: Uitbetaling bekostiging
-
1. De toegekende reiskostenvergoeding (SBO of regulier onderwijs) of kilometervergoeding (SO/V(S)O) wordt per schooljaar in termijnen betaald.
-
2. De kilometervergoeding naar SO/V(S)O wordt berekend op basis van het reguliere aantal schooldagen van 200 per jaar.
-
3. Als er is vastgesteld dat er een eigen bijdrage is, kunnen ouders een vergoeding krijgen zodra de kosten hoger zijn dan die eigen bijdrage.
-
4. Het college kan een aanwezigheidsoverzicht opvragen bij de school. Bij veel gemiste schooldagen of uitschrijving op de locatie waar een vergoeding voor gevraagd is, kan het college onterecht genoten vergoeding terugvorderen.
Artikel 23: Medisch advies
De gemeente kan in aanvulling op de door ouders aangeleverde informatie, indien nodig aanvullend medisch advies of dat van een gedragsdeskundige inwinnen. Het aangeleverde medische advies van ouders mag geen verklaring zijn van een huisarts. Dit advies kan zich richten op de reis/vervoersmogelijkheden van een leerling. Denk aan het soort vervoersmiddel dat passend is voor de leerling, de noodzaak tot begeleiding, of het noodzakelijk zijn van individueel vervoer. Het aanvullende advies kan ook ingewonnen worden wanneer er geen of geen eenduidig advies voorhanden is. Indien er een beroep gedaan wordt op leerlingenvervoer als gevolg van een (structurele) beperking, wordt er bij onduidelijkheid ook aanvullend medisch advies ingewonnen. Het aanvullende advies wordt uitgevoerd door een onafhankelijke adviesorganisatie. Het advies beperkt zich tot de mogelijkheden van de leerling en gaat niet in op de gezinssituatie en de vraag of ouders in de gelegenheid zijn de leerling te begeleiden. De kosten van het aanvullende advies komen voor rekening van de gemeente.
Artikel 24: Inwerkingtreding Nadere regels
Deze nadere regels treden in werking met ingang van 1 april 2026.
Artikel 25: Intrekken oude regeling
Met inwerkingtreding van deze nadere regels wordt Beleidsregel bekostiging Leerlingenvervoer Gemeente Stein 2022 ingetrokken per 1 april 2026.
Op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 april 2026 en op de daaruit voortvloeiende beschikkingen, blijft de Beleidsregel bekostiging Leerlingenvervoer Gemeente Stein 2022 van toepassing.
Voor zover bezwaar- en beroepsprocedures betrekking hebben op besluiten die zijn genomen onder de werking van de Beleidsregel bekostiging Leerlingenvervoer Gemeente Stein 2022, blijven die regels van toepassing op de betreffende procedures totdat deze zijn afgerond.
Op aanvragen die zijn ingediend op of na 1 april 2026 zijn de nadere regels 2026 van toepassing.
Het college kan op grond van art. 4:84 Awb afwijken van deze regels indien strikte toepassing leidt tot onevenredige gevolgen voor één of meer belanghebbenden.
Artikel 26: Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als:
Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Stein 2026
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 18 maart 2026
door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein
Gemeentesecretaris
Burgemeester
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl