Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761525
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761525/1
Beleidsregels Collectieve Scootmobielstallingen Gemeente Medemblik 2026
Geldend van 08-05-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels Collectieve Scootmobielstallingen Gemeente Medemblik 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik;
- -
gelezen het collegebesluit d.d. 31 maart 2026;
- -
gelet op artikel 5.8 van de Omgevingswet;
- -
gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Vast te stellen:
Beleidsregels Collectieve Scootmobielstallingen Gemeente Medemblik 2026
1. Aanleiding en doel
De Gemeente Medemblik heeft te maken met een vergrijzende bevolking. Als gevolg hiervan neemt het aantal hulpbehoevenden toe wat leidt tot een stijging van het aantal aanvragen voor scootmobielen.
Vanaf 1 juli 2024 is het verboden om scootmobielen in vluchtroutes van woongebouwen te stallen. Artikel 6.15a van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) stelt dat vluchtroutes in gebouwen met een woonfunctie conform artikel 4.171 van het Bbl vrij moeten zijn van brandgevaarlijke objecten. In datzelfde artikel is de scootmobiel aangewezen als brandgevaarlijk object. Dit betekent dat scootmobielen niet meer in gangen en op een aantal andere plekken in gebouwen gestald mogen worden. Scootmobielen dienen daarom op andere plekken gestald te worden.
Er is in toenemende mate noodzaak om, in een vergrijzende samenleving, inwoners te voorzien van veilige en toegankelijke stallingsvoorzieningen zodat bewegingsvrijheid niet afneemt. Echter, aanvragen voor een scootmobielstalling kan voor bestaande wooncomplexen tot praktische dilemma’s leiden. Voor het plaatsen van een scootmobielstalling is niet altijd een inpandige oplossing te vinden in bestaande wooncomplexen. Het doel van deze beleidsregels is om handvatten te bieden voor aanvragen voor collectieve scootmobielstallingen met inachtneming van de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Aan de hand van een aanvullend beleidskader, ontstaat een eenduidig en transparant beoordelingskader. Dit biedt betrokkene vooraf duidelijkheid over de voorwaarden en ondersteunt de gemeente bij een consistente en zorgvuldige besluitvorming.
Met deze beleidsregels streeft de gemeente Medemblik naar een zorgvuldige balans tussen de noodzaak om in een vergrijzende samenleving veilige en toegankelijke stallingsvoorzieningen voor scootmobielen te realiseren, en de bescherming van de schaarse openbare ruimte en leefkwaliteit. De gemeente constateert dat de behoefte naar scootmobielen toeneemt en dat veilige stallingsmogelijkheden essentieel zijn voor zelfstandigheid voor ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking. Tegelijkertijd vraagt de ruimtelijke inpassing van de stalling om zorgvuldige keuzes.
2. Reikwijdte beleidsregels
Deze beleidsregels richten zich enkel op collectieve stallingen voor scootmobielen voor inwoners van wooncomplexen. Hierbij gaan we uit van de volgende definitie: een driewielig, vierwielig, of vijfwielig rijvoertuig met een elektrische aandrijving voor mindervaliden en mensen met een mobiliteitsbeperking. De beleidsregels zijn daarmee niet van toepassingen voor aanvragen voor stallingen voor bakfietsen, motorfietsen, driewielers of voor andere vergelijkbare voertuigen.
3. Definities
- 3.1
Aanvrager: Een belanghebbende die verzoekt een scootmobielstalling te mogen plaatsen
- 3.2
Bbl: Besluit Bouwwerken Leefomgeving, opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de Omgevingswet
- 3.3
Scootmobielstalling: een afsluitbare en beveiligde voorziening voor het stallen en opladen van een scootmobiel
- 3.4
Collectieve scootmobielstalling: Een stalling bedoeld voor meer dan 1 scootmobiel
- 3.5
Scootmobiel: Een scootmobiel is een driewielig, vierwielige of vijfwielige rijvoertuig met een elektrische aandrijving voor mindervaliden en mensen met een mobiliteitsbeperking
- 3.6
Wmo: De Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Officieel heet deze wet afgekort Wmo 2015
- 3.7
Wooncomplex: een gebouw met meerdere wooneenheden
4. Vormgeving collectieve scootmobielstalling
De scootmobielstalling:
- 4.1
Is een afsluitbaar bouwwerk dat beschutting biedt aan meerdere scootmobielen en beschermt een invalidenvoertuig tegen weersinvloeden vandalisme en diefstal;
- 4.2
Moet veilig te betreden zijn;
- 4.3
Houdt rekening met de draaicirkel en manoeuvreerruimte van een scootmobiel en met de ruimte voor het uitstappen van de bestuurder;
- 4.4
Beschikt over voldoende oplaadpunten voor meerdere scootmobielen.
5. Voorkeursscenario’s locatie
Bij de beoordeling van het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor collectieve scootmobielstallingen stuurt het college op het inpandig inrichten van deze voorziening, mits deze voldoen aan de brandveiligheidseisen.
Het college hanteert de volgende hiërarchie in voorkeursscenario’s voor locaties voor collectieve scootmobielstallingen:
- 1.
Inpandige voorziening
- 2.
Buitenruimte eigendom aanvrager
- 3.
Openbare ruimte
5.1 Inpandige voorziening
Bij een aanvraag voor een inpandige scootmobielstalling wordt eerst bekeken of de stalling kan worden gerealiseerd zonder gebruik van woonruimte. Het inzetten van woonruimte voor andere functies dan bewoning is niet wenselijk. Bij verbouwing of renovatie onderzoekt de aanvrager of in de nieuwe situatie een inpandige scootmobielstalling kan worden ingepast. Dit geldt ook wanneer al een buitenpandse scootmobielstalling in de openbare ruimte is gerealiseerd op basis van deze beleidsregels.
Is een inpandige voorziening alleen mogelijk door gebruik te maken van woonruimte, dan wordt dit betrokken bij de beoordeling van de aanvraag, binnen de geldende wet- en regelgeving. De aanvrager laat daarbij zien welke alternatieven zijn onderzocht. Als een inpandige oplossing niet haalbaar blijkt, onderzoekt de aanvrager het volgende voorkeursscenario.
5.2 Buitenruimte eigendom aanvrager
Wanneer de aanvrager beschikt over buitenruimte in eigen eigendom onderzoekt de aanvrager of een collectieve scootmobielstalling op dit terrein ruimtelijk kan worden ingepast. Blijkt plaatsing op het eigen terrein niet mogelijk, dan onderzoekt de aanvrager het volgende voorkeursscenario.
5.3 Openbare ruimte
De initiatiefnemer onderbouwt eerst waarom een inpandige voorziening en een stalling in de buitenruimte op eigen terrein niet mogelijk zijn. Hierna onderzoekt de aanvrager het deels of geheel plaatsen van een collectieve scootmobielstalling in de openbare ruimte. Een collectieve scootmobielstalling ten koste van groen is hierbij uitgesloten. Daarnaast geldt dat bij plaatsing rekening moet worden gehouden met juridische beperkingen, zoals erfdienstbaarheid. Ondergrondse ordening zoals kabels en leidingen ondervinden geen hinder bij plaatsing en zullen na plaatsing ook geen hinder ondervinden bij werkzaamheden aan de kabels en leidingen.
De aanvrager draagt bij de realisatie van een collectieve scootmobielstalling in de openbare ruimte de verantwoordelijkheid voor het beheer van de gronden waarop de voorziening gerealiseerd moet worden. De gronden worden via een huurovereenkomst verleend voor het realiseren van een collectieve scootmobielstalling. Eventueel kan het recht van opstal worden gebruikt. Aan het eind van de overeenkomst worden de gronden door de aanvrager in de oorspronkelijke staat hersteld. De aanvrager van de collectieve scootmobielstalling zal conform de gemeentelijke grondprijzenbrief de kosten voor de huurovereenkomst dragen.
5.3.1 Hiërarchie
Het college hanteert de volgende hiërarchie voor het plaatsen van een collectieve scootmobielstalling deels of geheel in de openbare ruimte:
- a.
Openbare verharde ruimte tegen het wooncomplex van de aanvrager waar bewoners met een scootmobiel woonachtig zijn, hierbij rekening houdend met brandveiligheid. Dit kan de stoep zijn of een andere verharde openbare ruimte.
- b.
Openbare verharde ruimte direct naast het wooncomplex van de aanvrager waar bewoners met een scootmobiel woonachtig zijn, hierbij rekening houdend met brandveiligheid. Dit kan de stoep zijn of een andere verharde openbare ruimte.
- c.
Openbare verharde ruimte op maximaal 100 meter loopafstand gemeten vanaf de deuren van de wooneenheden binnen het wooncomplex van de aanvrager. Met onderbouwing kan hiervan afgeweken worden naar maximaal 100 meter loopafstand gemeten vanaf de voordeur van het wooncomplex. Hierbij wordt rekening gehouden met de mobiliteit van de bewoners van het wooncomplex.
- d.
Parkeerplaatsen – De aanvrager onderzoekt de haalbaarheid van de plaatsing van de collectieve scootmobielstalling op één of meer parkeerplaatsen aan de hand van een parkeerdrukmeting. Er dient onderbouwd te worden aan de hand van een parkeerdrukmeting, conform de richtlijnen die het Kennisplatform CROW hanteert, dat er afgeweken kan worden van de geldende parkeernormen uit de meest recente Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik. De aanvrager zorgt voor een onafhankelijke meting waarna deze door de gemeente wordt beoordeeld. Bij het wijzigen van het aantal parkeerplaatsen wordt rekening gehouden met de eventueel aanwezige invalidenparkeerplaatsen. Indien blijkt dat het plaatsen van een collectieve scootmobielstalling ten koste van parkeerplaatsen in de openbare ruimte niet mogelijk is, onderzoekt de aanvrager het volgende voorkeursscenario.
6. Verdere criteria voor de scootmobielstalling
Voor de inrichting van een collectieve scootmobielstalling, deels, of geheel in de openbare ruimte gelden de volgende criteria voor de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij zijn de LIOR en de Welstandnota leidend.
6.1 Ruimtelijke inpassing
De geplande collectieve scootmobielstalling is ondergeschikt aan de omgeving en is daar ook functioneel passend in.
De collectieve scootmobielstalling:
- 6.1.1
Tast de directe woon- en leefomgeving niet onbehoorlijk aan door de plaatsing, het volume en de uitvoering van de scootmobielstalling. Daarbij wordt in het bijzonder gelet op schaal en hoogte, afstand tot de gevels, materiaal- en kleurgebruik en het behoud van zicht en groenstructuren. Een groen dak en groene gevels hebben hierbij de voorkeur.
- 6.1.2
Sluit in de vormgeving aan bij de nabijgelegen bebouwing en het karakter van de openbare ruimte.
6.2 Duurzaamheid
De collectieve scootmobielstalling wordt bij voorkeur samengesteld met duurzame materialen, zoals biobased en circulair. Zelf opladend, door bijvoorbeeld zonnepanelen, is een pré. Voor kabels die de scootmobielstalling met het hoofdpand via de openbare ruimte verbinden wordt alleen mogelijke toestemming verleend aan partijen die dit netwerk ook kunnen beheren en kunnen voldoen aan de verplichtingen van de Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON).
6.3 Sociale en verkeersveiligheid
- 6.3.1
De plaatsing van de collectieve scootmobielstalling leidt niet tot een verslechtering van de verkeerssituatie en de sociale veiligheid. Uitgangspunt is handhaving van het zicht op de omliggende ruimte en de openbare weg.
- 6.3.2
Omliggende gebouwen blijven bereikbaar voor bewoners, bezoekers en hulpdiensten. De collectieve scootmobielstalling neemt deze bereikbaarheid niet weg.
- 6.3.3
Er blijft voldoende ruimte over voor bestaande verkeersstromen (voetganger, fiets, auto, etc.) rond de collectieve scootmobielstalling.
6.4 Erfgoed
- 6.4.1
In beschermde stads- en dorpsgezichten en in de omgeving van monumenten wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden. Bouwwerken voor collectieve scootmobielstallingen leiden niet tot ontsiering van een monument, of het beschermde stads- en of dorpsgezicht. De collectieve stalling is qua maatvoering, kleurgebruik, materiaal en uitstraling ondergeschikt aan het historische beeld en mag de beleving van de erfgoedwaarde niet verstoren.
- 6.4.2
De keuze van locatie, ontwerp en realisatie van de collectieve scootmobielstallingen houdt rekening met de erfgoedwaarden in de omgeving, met bovengronds monumentale en ondergrondse archeologische (verwachtings-)waarden en tast deze niet aan.
7. Hardheidsclausule
Indien toepassing van deze beleidsregels leidt tot onevenredige gevolgen voor één of meer belanghebbenden, kan het college – gemotiveerd – afwijken van de betreffende voorwaarde(n). Dit is uitsluitend mogelijk bij bijzondere omstandigheden waarbij de met de beleidsregel te dienen doelen niet kunnen worden verwezenlijkt. Het afwijken van deze beleidsregels wordt niet gemandateerd.
8. Inwerkingtreding en citeertitel
- •
Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Collectieve Scootmobielstallingen Gemeente Medemblik 2026’.
- •
De datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels is de dag na bekendmaking.
Ondertekening
Aldus vastgesteld tijdens de vergadering van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Medemblik, gehouden op 31 maart 2026.
De Secretaris,
C. Minnaert
De Burgemeester
M. Pijl
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl