Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026

Geldend van 01-04-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026

Intitulé

Het college van Heusden;

gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026;

overwegende dat de raad in de hiervoor genoemde verordening heeft bepaald dat het college nadere regels dient te stellen;

besluit

vast te stellen het navolgende:

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026.

Dit besluit treedt, met terugwerkende kracht, in werking vanaf 1 januari 2026.

Met de inwerkingtreding van dit besluit komt het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2024, vastgesteld op 31 oktober 2023, te vervallen.

Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Heusden, gehouden op 31 maart 2026.

De secretaris,

mr. H.J.M. Timmermans

De burgemeester

drs. W. van Hees

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit Besluit wordt verstaan onder:

  • Besluit: het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026;

  • Uitvoeringsbesluit: het landelijk Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

  • Verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026

Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht, Wmo, de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026 en het landelijk Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015.

Hoofdstuk 2: Persoonsgebonden budget

Artikel 2. Hoogte PGB

In artikel 11 en 12 van de Verordening is vastgelegd wanneer welk PGB tarief van toepassing is. De hoogte van het formeel PGB wordt gebaseerd op de tarieven zorg in natura. De hoogte van het informeel PGB wordt gebaseerd op het wettelijk minimumloon of CAO VVT.

Voor 2026 komt dit neer op de volgende tarieven:

Omschrijving

Type PGB

Tarief 1-1-2026

Tarief 1-7-2026

Schoon en Leefbaar huis

Per uur

Per uur

formeel

€ 34,41

€ 34,41

informeel buiten sociaal netwerk (CAO VVT HBH5)

€ 21,82

€ 22,58

informeel uit sociaal netwerk (wettelijk minimumloon)

€ 15,89

Later in het jaar landelijk vastgesteld

Individuele begeleiding

Per uur

Per uur

 

formeel

€ 72,95

€ 72,95

 

informeel buiten sociaal netwerk (CAO VVT FWG 30, periodiek 10)

€ 26,02

€ 26,94

 

informeel uit sociaal netwerk

(wettelijk minimumloon)

€ 15,89

Later in het jaar landelijk vastgesteld

Dagopvang

Per dagdeel

Per dagdeel

 

formeel

€ 32,80

€ 32,80

 

informeel

€ 13,01

€ 13,47

Vervoer

 

 Per stuk

Per stuk

 

zonder rolstoel

€ 10,41

€ 10,41

 

met rolstoel

€ 39,55

€ 39,55

Logeeropvang

Per etmaal

Per etmaal

 

formeel

€ 110,49

€ 110,49

 

formeel

€ 145,89

€ 145,89

 

formeel

€ 181,30

€ 181,30

Artikel 3. Werkgeverslasten

Op basis van de Regeling Dienstverlening aan huis kan het zijn dat budgethouders met een informeel PGB werkgeverslasten moeten betalen voor hun zorgverlener. Wanneer dat het geval is, wordt het PGB-budget met die lasten verhoogd. De Sociale Verzekeringsbank is verantwoordelijk voor het aftrekken van lasten, zoals werkgeverslasten, zodat de zorgverlener uiteindelijk een netto bedrag ontvangt. 

Voor de werkgeverslasten bestaan twee tarieven. De Sociale Verzekeringsbank publiceert jaarlijks de percentages die hiervoor gelden. In 2026 geldt 17,54% of 22,54%.

Het lage tarief geldt als de arbeidsovereenkomst aan de drie voorwaarden voldoet.:

de overeenkomst is schriftelijk vastgelegd

de werknemer is voor onbepaalde tijd in dienst

budgethouder en zorgverlener hebben in de overeenkomst een vast aantal uren per week of per maand afgesproken 

Voldoet de arbeidsovereenkomst met de zorgverlener niet aan al deze voorwaarden dan is de hoge premie verschuldigd. Achteraf kan ook blijken dat toch de hoge premie verschuldigd is. Dit geldt wanneer:

de arbeidsovereenkomst stopt binnen twee maanden nadat de overeenkomst is ingegaan, of 

in een jaar meer dan 30% extra uren zijn gewerkt dan in de overeenkomst is afgesproken.

Hoofdstuk 3: Financiële tegemoetkoming

Artikel 4. Toekenning van een financiële tegemoetkoming

Voor een aantal vormen van maatwerkondersteuning, kan een financiële tegemoetkoming toegekend worden. Het gaat hier om de volgende maatwerkvoorzieningen:

  • een verhuiskostenvergoeding, deze bedraagt maximaal € 2.500,-;

  • het bezoekbaar maken van een woning, deze bedraagt maximaal € 2.500,-;

een woonvoorziening, de tegemoetkoming is gebaseerd op onderbouwing uit de Ergokostenwijzer van CasaData of een bouwkundig advies zoals beschreven in de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2024;

  • een vergoeding voor een hulpmiddel;

  • een vergoeding voor een sportvoorziening, deze bedraagt € 2.500 en wordt eenmalig voor een periode van 3 jaar verstrekt.

In een financiële tegemoetkoming kan een bedrag voor onderhoud en verzekering opgenomen zijn. De maximale vergoeding van kosten voor onderhoud en verzekering is gelijk aan de kosten van een zelfde voorziening in Zorg in Natura.

Hoofdstuk 4: Eigen bijdrage maatwerkondersteuning

Artikel 5. Eigen bijdrage voor maatwerkondersteuning

Voor de meeste vormen van maatwerkondersteuning is de inwoner een eigen bijdrage verschuldigd. Deze eigen bijdrage wordt berekend, vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). De maximale hoogte van de eigen bijdrage wordt landelijk bepaald via het abonnementstarief.

Artikel 6. Termijn eigen bijdrage

De eigen bijdrage wordt geïnd zolang de maatwerkvoorziening (Zorg in Natura of pgb) in gebruik is. Bij het bepalen van de termijn wordt meegewogen dat de totale eigen bijdrage de kostprijs van de voorziening niet overschrijdt.

Artikel 7. Uitzonderingen eigen bijdrage

Voor een aantal vormen van maatwerkondersteuning wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Dit zijn:

  • rolstoelen (inclusief accessoires die onlosmakelijk met de rolstoel verbonden zijn);

  • verhuiskostenvergoeding;

  • hulpmiddelen voor jeugdigen;

  • het tegen gereduceerd tarief gebruik maken van het collectief vervoer (regiotaxi);

  • maatwerkondersteuning op basis van de Jeugdwet;

  • als mensen een persoonlijk passend pakket hebben;

  • inwoners die recht hebben op een HeusdenPas, met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm.

Toelichting accessoires rolstoel

Niet alle accessoires zijn onlosmakelijk verbonden aan de rolstoel. Een motor voor een rolstoel of een aankoppelfiets zijn accessoires die in de regel bedoeld zijn voor lokaal verplaatsen. Wanneer de hulpstukken in huis niet nodig zijn, verandert de rolstoel daarmee in een vervoersvoorziening, echter voor de rolstoel zelf kan nog steeds geen bijdrage gevraagd worden. Voor de motor of de aankoppelfiets wel. Deze zijn namelijk niet onlosmakelijk verbonden met de rolstoel. Zonder deze accessoires functioneert de rolstoel namelijk nog steeds als rolstoel. Wanneer bijvoorbeeld duwondersteuning nodig is om in huis te verplaatsen is deze accessoire wel onlosmakelijk verbonden aan de rolstoel.

Toelichting eigen bijdrage vanaf 18 jaar

Jeugdigen tot 18 jaar, zijn geen eigen bijdrage verschuldigd voor hulpmiddelen. Vanaf 18 jaar zijn zij wel een eigen bijdrage verschuldigd voor hulpmiddelen die voor hun 18e verjaardag zijn toegekend. Bij een hulpmiddel dat in bruikleen is verstrekt, is de eigen bijdrage verschuldigd zolang het hulpmiddel in gebruik is. Bij een hulpmiddel dat is aangekocht door middel van een pgb, is een eigen bijdrage verschuldigd voor de periode dat de inwoner gebruik maakt van het middel, tot de kostprijs is bereikt..

Voorbeeld:

Er wordt een aangepaste fiets van € 3000 verstrekt op de 17e verjaardag van de inwoner. Het gaat om een fiets met een afschrijvingstermijn van 10 jaar. In principe is de maximale eigen bijdrage € 300 per jaar, dus € 25 per maand. Aangezien de inwoner nog geen 18 is, wordt er nog geen eigen bijdrage geïnd. Vanaf de 18e verjaardag wordt er wel een eigen bijdrage in rekening gebracht, voor de resterende looptijd. In dit geval wordt voor de resterende 9 jaar, iedere periode € 25 aan het CAK doorgegeven. Over het eerste jaar, en de daarbij behorende kosten van € 300 wordt dus geen eigen bijdrage in rekening gebracht.

Hoofdstuk 5: Aanvullende regels

Artikel 8. Afschrijvingstermijnen

Bij vervanging van maatwerkondersteuning worden de afschrijvingstermijnen gehanteerd zoals opgenomen in de raamovereenkomsten met de leveranciers. Voor overige voorzieningen worden bij vervanging van maatwerkondersteuning onderstaande afschrijvingstermijnen gehanteerd.

Soort voorziening

Afschrijvingstermijn

Woonvoorziening in de vorm van aanpassingen aan badkamer/toilet

360 maanden (30 jaar)

Woonvoorziening in de vorm van aanpassingen aan keuken

240 maanden (20 jaar)

Bedrag

Afschrijvingstermijn

Overige voorzieningen tot en met € 500

24 maanden (2 jaar)

Overige voorzieningen tot en met € 1.000

60 maanden (5 jaar)

Overige voorzieningen tot en met € 5.000

120 maanden (10 jaar)

Overige voorzieningen tot en met € 10.000

180 maanden (15 jaar)

Overige voorzieningen vanaf € 10.000

240 maanden (20 jaar)

De hierboven genoemde afschrijvingstermijnen worden meegenomen in de beoordeling van nieuwe aanvragen voor woonvoorzieningen. Dit wil zeggen dat we bij de toekenning en het vaststellen van de hoogte van de vergoeding rekening kunnen houden met de afschrijvingstermijn en de algemeen gebruikelijke levensduur. Op die manier kunnen eventuele kosten voor onderhoud en verzekering bepaald worden.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026.

Dit besluit treedt, met terugwerkende kracht, in werking vanaf 1 januari 2026.

Ondertekening