Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761469
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761469/1
Beleidsregel dwangsommen en bestuurlijke boetes Moerdijk 2026
Geldend van 07-05-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel dwangsommen en bestuurlijke boetes Moerdijk 2026Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 31 maart 2026 alsmede de burgemeester, zulks ieder voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft;
overwegende dat,
- •
de aan hen toegekende wettelijke bevoegdheden en taken om al dan niet handhavend op te treden tegen overtredingen van wet- en regelgeving gebaat is bij rechtszekerheid en rechtsgelijkheid;
- •
deze beleidsregel voor de hierin genoemde overtredingen bepaalt welke dwangsomhoogten en hoogten voor bestuurlijke boetes zij hanteren in handhavingszaken
gelet op de relevante wettelijke grondslagen van onder andere:
- •
de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- •
artikel 125 Gemeentewet;
- •
Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht, in het bijzonder Titels 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden, 5.3 Herstelsancties en 5.4 bestuurlijke boete;
- •
Overige specifieke bij of krachtens wet gestelde en opgedragen handhavende taken en bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester;
Alsmede
- •
De uitvoerings- en handhavingsstrategie Moerdijk 2024-2027
- •
de uitgangspunten van de Landelijke Handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO), behoudens de hierna in deze beleidsregel gestelde uitzonderingen en/of aanvullingen;
b e s l u i t
vast te stellen de volgende beleidsregel:
Beleidsregel dwangsommen en bestuurlijke boetes Moerdijk 2026
Hoofdstuk 1. Algemeen
Paragraaf 1.1 Algemeen
Artikel 1:1 Begrippen en definities
In het kader van deze beleidsregel en bijlagen, wordt onder de volgende begrippen en definities verstaan:
- a)
Burgemeester: de burgemeester van de gemeente Moerdijk
- b)
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk
- c)
Gemeente: de gemeente Moerdijk;
- d)
Omgevingsdienst: het Openbaar Lichaam Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant, bedoeld in artikel 2, van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant;
Artikel 1:2 Toepassingsbereik en algemene voorwaarden
Voor het opleggen van een last onder dwangsom of bestuurlijke boete gelden de volgende algemene voorwaarden:
- 1)
De prioritering van (soorten) overtredingen wordt bepaald in uitvoerings- en handhavingsstrategie Moerdijk 2024-2027. Deze voorliggende beleidsregel is een verdere uitwerking van de genoemde uitvoerings- en handhavingsstrategie;
- 2)
Het college en de burgemeester houden bij de uitvoering van hun handhavingstaken, waar mogelijk rekening met de inhoud van deze beleidsregel;
- 3)
De in deze beleidsregel gegeven dwangsomhoogtes en hoogtes van bestuurlijke boetes, modaliteiten en begunstigingstermijnen zijn slechts indicatief. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend door derden. Afwijking per individuele situatie is altijd mogelijk en afhankelijk van de specifieke feiten, omstandigheden en belangenafweging van dat specifieke geval;
- 4)
De in deze beleidsregel genoemde voorbeelden, waaronder de in bijlage I en II opgenomen tabellen, zijn niet uitputtend. Voor zover bepaalde overtredingen en/of wettelijke grondslagen niet expliciet zijn genoemd, worden de hoogtes van dwangsommen (en waar van toepassing bestuurlijke boetes), de modaliteiten en begunstigingstermijnen bepaalt naar redelijkheid en de specifieke feiten, omstandigheden en belangen van een situatie;
- 5)
Deze beleidsregel is niet van toepassing op de volgende taakvelden of situaties:
- a.
Handhaving van de (directe) Openbare orde;
- b.
Bestuursrechtelijke strafbeschikkingen;
- c.
Handhaving Opiumwet, behoudens voor zover in de Algemene plaatselijke verordening aanvullende regels voor het voorkomen van drugsoverlast zijn opgenomen;
- d.
Illegale vuurwerkopslag of bezit;
- e.
Wet Kinderopvang
- f.
ISPS/Havenbeveiligingswet;
- a.
- 6)
Voor de lengte van begunstigingstermijnen en hoogte van dwangsommen voor milieuovertredingen gelden primair de voorwaarden en uitgangspunten voor milieuovertredingen, zoals neergelegd in de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht en daar bijbehorende leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen (laatste versie);
Hoofdstuk 2. Dwangsommen
Paragraaf 2. Dwangsommen algemeen
Artikel 2:1Uitgangspunten last onder dwangsom
-
1) De in bijlage I bij deze beleidsregel opgenomen tabellen geven de vooraf bepaalde dwangsomhoogten, modaliteiten (=vormen) en begunstigingstermijnen bij veel voorkomende overtredingen weer;
-
2) De gehanteerde dwangsomhoogtes zijn onder andere gebaseerd op 1 of meer van de volgende uitgangspunten:
- a.
De (maximum) dwangsomhoogte moet voldoende afschrikwekkend voor de overtreder zijn om een overtreding te stoppen, te voorkomen of te herhalen of in de oude toestand te herstellen;
- b.
De (maximum) dwangsomhoogten staan in redelijke verhouding tot de aard, ernst en omvang van de overtreding;
- c.
Verwachte herstelkosten van de overtreding;
- d.
De (maximum) dwangsomhoogte is gebaseerd op het te verwachten economische voordeel dat een overtreder heeft bij het laten voortbestaan van de overtreding;
- e.
De (maximum) dwangsomhoogte moet hoger zijn dan de geschatte kosten om een overtreding te beëindigen;
- f.
Onrechtmatig verkregen en toekomstig voordeel moet worden weggenomen;
- g.
Normbevestiging: herstel van de geschonden wettelijke normen en waarden;
- h.
De financiële draagkracht van een overtreder is in beginsel niet bepalend voor de hoogte van de dwangsom;
- a.
-
3) Aanvullend en in afwijking van de tabellen van Bijlage I kunnen onder andere de volgende uitgangspunten een rol spelen om in een individueel geval een hogere dwangsomhoogte op te leggen;
- a.
Algemeen naleefgedrag van de overtreder in het verleden, waaronder eerdere andersoortige overtredingen;
- b.
Herhaling van dezelfde (soort) overtreding;
- c.
De specifieke feiten en omstandigheden van het geval;
- d.
De mate van gevaarzetting
- e.
De mate van calculerend, crimineel of roekeloos gedrag van de overtreder;
- f.
De mate van (mogelijke) overlast en andere negatieve effecten en gevolgen van de overtreding voor de omgeving en omwonenden;
- a.
-
4) Wanneer een opgelegde last onder dwangsom volledig is verbeurd en de overtreding ook niet is opgeheven, of dat sprake is van recidive dan worden de in de tabellen genoemde dwangsomhoogten met een factor 2 verhoogd wanneer er gekozen wordt voor een (nieuwe) last onder dwangsom in plaats van bestuursdwang;
-
5) In uitzondering op lid 5 kan het college of de burgemeester ook een nog niet volledig verbeurde eerdere lastgeving onder dwangsom intrekken en ter vervanging tussentijds in een nieuw besluit een verhoogde dwangsom opleggen, als uit feiten en omstandigheden blijkt dat de eerdere lastgeving onder dwangsom niet of niet snel genoeg het beoogde effect heeft;
-
6) Voor zover de in lid 5 genoemde deeldwangsommen van de eerdere (ingetrokken) dwangsom al zijn verbeurd, worden deze wel ingevorderd;
-
7) Heeft ook de in lid 5 of 6 genoemde (al dan niet verhoogde) last onder dwangsom niet het beoogde effect, dan volgt na intrekking of volledige verbeuring van die eerdere dwangsom(men) een last onder bestuursdwang;
-
8) Wanneer het college of de burgemeester afwijkt van de in tabellen van Bijlage I gehanteerde richtbedragen, modaliteiten of begunstigingstermijnen, dan motiveren zij dat in het te nemen besluit zelf;
Artikel 2.2 Vormen van een last onder dwangsom
-
1) Waar mogelijk, kiest het college en de burgemeester in de tabellen van Bijlage I vanuit efficiëntieoverwegingen en beschikbare toezichtscapaciteit voor zo min mogelijk controlemomenten. Een dwangsom ineens heeft daarbij de voorkeur;
-
2) Het college of de burgemeester kiest aanvullend voor een dwangsom ineens bij gemakkelijk vast te stellen overtredingen;
-
3) In afwijking van lid 1 en 2 kan het college of de burgemeester, als de dwangsom primair gericht is op het voorkomen van herhaling van dezelfde (soort) overtreding, een dwangsom ineens of per overtreding opleggen om zo effectiever meerdere toekomstige overtredingen te voorkomen;
-
4) In afwijking van lid 1 kan het college of de burgemeester een dwangsom per tijdseenheid opleggen als de hoogte van een dwangsom ineens niet proportioneel is, of bij bepaalde duurovertredingen, zoals gebruik, waarbij een langere financiële prikkel of meerdere controlemomenten om de overtreding op te heffen, noodzakelijk of wenselijk is of kunnen zijn;
-
5) Na toepassing van spoedbestuursdwang, bijvoorbeeld stillegging van bouwwerkzaamheden, volgt altijd gelijk een aanvullende last onder dwangsom om verdere toekomstige overtreding te voorkomen.
Artikel 2:3 Begunstigingstermijnen voor een last onder dwangsom
-
1) De in de tabellen van bijlage I gehanteerde begunstigingstermijnen staan in redelijke verhouding tot de aard, ernst en omvang van de overtreding en zijn voldoende lang om de overtreding op te heffen zonder dat de overtreder een dwangsom verbeurt;
-
2) De in de tabellen van bijlage I gehanteerde standaard begunstigingstermijn voor overtredingen is 8 weken na verzendatum van het definitieve besluit, behoudens voor overtredingen, waarvoor in de tabellen zelf expliciet al een kortere termijn of langer termijn wordt gehanteerd of waarbij afwijking (zowel langer, als korter) noodzakelijk is op basis van de specifieke feiten, omstandigheden en belangen van een bepaalde situatie;
-
3) De volgende redenen kunnen aanleiding zijn om een afwijkende langere begunstigingstermijn te hanteren, behoudens de overtreder dit in zijn zienswijze tegen het voorgenomen besluit voldoende concreet en objectief kan onderbouwen en aantonen:
- a.
De belangenafweging van alle feiten en omstandigheden van het individuele geval maken een langere termijn noodzakelijk;
- b.
schaarste van bouwmaterialen, afhankelijkheid en beschikbaarheid van aannemers of levertijden voor specialistische goederen en diensten.
- c.
Derden of het algemeen belang hebben geen onevenredige gevolgen van een langere begunstigingstermijn;
- a.
-
4) In afwijking van de vorige leden kan ook een afwijkende kortere begunstigingstermijn dan 8 weken geboden worden als:
- a.
in de tabellen van Bijlage I standaard een kortere begunstigingstermijn is aangegeven;
- b.
er al voor dezelfde overtreding een eerdere last onder dwangsom is opgelegd, en die overtreding niet is opgeheven;
- c.
er sprake is van misbruik/uitbuiting (bijvoorbeeld arbeidsmigranten) van derden, waarbij deze directe derden gebaat zijn bij zo snel mogelijke beëindiging van een overtreding;
- d.
de verwachte negatieve gevolgen voor de omgeving, omwonenden, de (brand)veiligheid en/of de leefbaarheid, dit noodzakelijk maken;
- e.
het algemeen belang, dat gebaat is bij een kortere termijn, zwaarder weegt dan het belang van de overtreder om een standaard of langere begunstigingstermijn te bieden;
- a.
-
5) Wanneer het college of de burgemeester afwijkt van de in tabellen van Bijlage I gehanteerde begunstigingstermijnen, dan motiveren zij dat in het te nemen besluit zelf.
Hoofdstuk 3. Bestuurlijke boetes
Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen voor het opleggen van bestuurlijke boetes
Artikel 3:1 Algemene uitgangspunten bestuurlijke boetes
-
1. Het college of de burgemeester legt slechts een bestuurlijke boete op wanneer:
- a.
deze bevoegdheid expliciet bij of krachtens een wet aan hen is toebedeeld.
- b.
een boete geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is in verhouding tot het beoogde doel van het opleggen van een bestuurlijke boete;
- c.
de overtreder verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten op juiste manier te handelen.
- a.
-
2. De maximale hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete wordt bij of krachten de wet bepaald. Daarbij geldt aanvullend voor de toepassing en het bereik van deze beleidsregel het volgende:
- a.
De in Bijlage II van deze beleidsregel opgenomen bestuurlijke boetes zijn slechts een illustratie van eventuele mogelijke grondslagen voor het opleggen van deze variabele boetes.
- b.
Ook voor (nog) niet in Bijlage II genoemde grondslagen, bijvoorbeeld omdat de bevoegdheid of situatie pas na totstandkoming van deze beleidsregel is ontstaan, gelden de voorwaarden van deze beleidsregel.
- a.
Artikel 3:2 Criteria voor geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid en verwijtbaarheid
-
1. Het college of de burgemeester acht het opleggen van een bestuurlijke boete een geschikt en noodzakelijk middel indien:
- a.
bij wet oplegging van een bestuurlijke boete verplicht is voorgeschreven;
- b.
eerder opgelegde bestuursrechtelijke herstelmaatregelen geen herhaling van de overtreding voorkwamen;
- c.
het opleggen van een normale bestuursrechtelijke herstelmaatregel naar verwachting onvoldoende is om nieuwe overtredingen te voorkomen gelet op de aard, ernst en omvang van de huidige of eerdere overtreding;
- d.
de gevolgen van de overtreding niet meer hersteld kunnen worden (onherroepelijk feit);
- e.
er sprake is van (eerder) calculerend gedrag door dezelfde overtreder ongeacht de aard van de overtreding;
- f.
er sprake is van algemeen slecht (eerder) naleefgedrag, waarbij de overtreder dezelfde of andersoortige overtredingen (mede)pleegde;
- g.
andere factoren aanwezig zijn, waaruit blijkt dat het opleggen van een onvoorwaardelijke sanctie gewenst is in dit specifieke geval.
- a.
Artikel 3:3 Opleggen van bestuurlijke boetes
-
1. Het college of de burgemeester legt bij een wettelijk vastgestelde boetehoogte (zoals bijvoorbeeld de Alcoholwet) deze volledig op, tenzij de overtreder zelf aannemelijk maakt de vastgestelde boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is;
-
2. Het college of de burgemeester stemt bij een niet wettelijk vaste =(variabele) boetehoogte (zoals bedoeld in artikel 23, lid 4 Wetboek van Strafrecht) de hoogte van de boete ambtshalve af op de ernst van de overtreding en houdt daarbij rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan en de mate van verwijtbaarheid;
-
3. Bij een niet vaste (variabele) boetehoogte, zoals bedoeld in lid 2, kan het college of de burgemeester de hoogte van de op te leggen boete op grond van o.a. de volgende criteria matigen:
- a.
De overtreder heeft aantoonbaar redelijkerwijs alles eraan gedaan om de overtreding te voorkomen;
- b.
Persoonlijke of medische omstandigheden maken matiging noodzakelijk;
- c.
Andere belangen verzetten zich tegen het maximaal opleggen van de boete;
- a.
-
4. Het college of de burgemeester kan de hoogte van een niet vaste (variabele) boetehoogte, zoals bedoeld in lid 2 en 3, ambtshalve beperken afhankelijk van de feiten, omstandigheden en belangen van een specifieke situatie.
-
5. Het college of de burgemeester maakt geen gebruik van de in lid 3 of 4 genoemde matigingsmogelijkheden, wanneer sprake is van de volgende feiten of omstandigheden;
- a.
Herhaling van dezelfde soort overtreding;
- b.
Eerder opgelegde bestuurlijke herstelsancties of bestuurlijke boetes voor dezelfde soort overtreding waren niet effectief;
- c.
De overtreder heeft een algemeen slecht nalevingsgedrag;
- d.
De overtreder heeft calculerend gedrag vertoond bij het begaan van de te beboeten overtreding of anderszins;
- e.
Er was bij het begaan van de te beboeten overtreding sprake van bijkomende gebruik van geweld en/of bedreiging of andere zwaarwegende strafrechtelijke overtredingen of ander onwenselijk niet te tolereren gedrag;
- a.
Hoofdstuk 4 Invordering van verbeurde dwangsommen en bestuurlijke boetes
Paragraaf 4.1 Algemeen
Artikel 4:1 Algemene uitgangspunten bij invordering van bestuurlijke geldschulden
-
1) Het college en de burgemeester vorderen verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boetes, alsmede de daarbij verschuldigde wettelijke rente en invorderingskosten, altijd geheel in, omdat:
- a.
invordering van deze geldbedragen het sluitstuk van handhaving is;
- b.
financiële gevolgen van het niet opheffen of beëindigen van overtredingen voor risico van de overtreder dienen te blijven;
- c.
niet of slechts gedeeltelijke invordering van deze geldbedragen:
- i.
niet afschrikwekkend genoeg is voor de overtreder om de overtreding op te heffen of voor derden om van toekomstige overtredingen af te zien;
- ii.
de effectiviteit van het handhavingsbeleid en/of -programma ondermijnt;
- iii.
kan leiden tot calculerend gedrag van de overtreder, waardoor de overtreding langer blijft voortduren dan strikt noodzakelijk of wenselijk is;
- i.
- d.
in geval van een bestuurlijke boete er juist sprake is van een onvoorwaardelijke bestraffende sanctie;
- a.
-
2) In uitzondering op lid 1 kan het college of de burgemeester de hoogte van een in te vorderen dwangsom eventueel matigen, indien de overtreder in zijn zienswijze tegen het voorgenomen invorderingsbesluit concreet en objectief aantoont dat:
- a.
er sprake is van een blijvende of tijdelijke niet voorzienbare overmachtssituatie;
- b.
de gevolgen van volledige invordering andere dan in sub c genoemde bijzondere omstandigheden niet in redelijke verhouding staan tot het bij die invordering gebate doel;
- c.
er sprake is van dusdanige bijzondere persoonlijke omstandigheden en gevolgen of belangenafweging, dat gehele invordering niet proportioneel en evenredig is in dit specifieke geval;
- a.
-
3) Het college en de burgemeester besluiten nooit tot gehele kwijtschelding van een verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boete in de volgende situaties;
- a.
Er is sprake van een wettelijk vastgesteld boetebedrag;
- b.
Er is sprake van (eerder) calculerend gedrag van de overtreder;
- c.
Er is sprake van bijkomend crimineel gedrag;
- d.
Er is sprake van voorkoming van herhaling van dezelfde soort overtreding in de toekomst;
- e.
Er is sprake van voortzetting van een bestaande niet opgeheven overtreding, en waarbij al een eerdere dwangsom was opgelegd zonder resultaat;
- f.
Er zijn meerdere/verschillende overtredingen, waartegen meerdere aparte lastgevingen zin opgelegd;
- g.
De overtreder heeft eerder anderszins een aantoonbaar onvoldoende naleefgedrag getoond;
- h.
Het afzien van invordering in een specifiek geval schept een ongewenst negatief precedent voor toekomstige handhaving- of invorderingsmogelijkheden in andere of gelijksoortige situaties;
- i.
Het afzien van invordering leidt tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen;
- j.
Handhaving vloeit voort uit een verzoek om handhaving door derden;
- k.
Het algemeen belang, waaronder de gevolgen van niet invordering voor de omgeving of omwonenden weegt zwaarder dan het individuele belang van de overtreder om wel af te zien van (gedeeltelijke) invordering en/of matiging;
- a.
-
4) Wanneer de overtreder een verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boete niet ineens kan betalen, dan kan hij de gemeente schriftelijk verzoeken om een betalingsregeling te treffen of betaling tijdelijk op te schorten, waarbij wel als uitgangspunt geldt, dat hij het verschuldigde bedrag, inclusief wettelijke rente, binnen 1 jaar na verzenddatum van de invorderingsbeschikking of kostenverhaalbeschikking door middel van periodieke aflossingen volledig afbetaalt;
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 5:1 Overgangsbepaling
-
1) De uitgangspunten en voorwaarden van deze beleidsregel zijn van toepassing op situaties die ontstaan na bekendmaking van deze beleidsregel;
-
2) Aanvullend op lid 1 zijn de uitgangspunten en voorwaarden van deze beleidsregel met terugwerkende kracht overeenkomstig van toepassing op situaties, die zijn ontstaan voorafgaand aan de bekendmaking van deze beleidsregel, tenzij op basis van een eerder doorlopen individuele besluitvormings- of andere procedure expliciet afwijkende rechten en plichten gelden;
Artikel 5:2 Intrekking oude beleidsregels
De volgende beleidsregels worden ingetrokken met ingang van de datum, waarop deze beleidsregel in werking treedt
- 1)
Beleidsregel dwangsommen Moerdijk 2015;
Artikel 5:3 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze beleidsregel treedt in werking op daags na de bekendmaking van deze beleidsregel
-
2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: [Beleidsregel dwangsommen en bestuurlijke boetes Moerdijk 2026] van de gemeente Moerdijk.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door college van burgemeester en wethouders, en burgemeester van de gemeente Moerdijk in de vergadering van 31 maart 2026
De secretaris,
S. Elseman,
De burgemeester
A.J. Moerkerke
Alsmede de burgmeester
A.J. Moerkerke
Bijlage I Dwangsomhoogten en begunstigingstermijnen
Gebruikte afkortingen
In de hiernavolgende tabellen worden de volgende afkortingen gebruikt:
- •
APV: Algemene plaatselijke verordening
- •
Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving
- •
Ow: Omgevingswet;
Opmerking: De in de tabellen genoemde dwangsommen zijn niet bedoeld om het volledige handhavingstraject (zie stroomschema hieronder) weer te geven. Alleen de hoogtes van dwangsommen en bestuurlijke boetes worden genoemd. Voordat bijvoorbeeld overgegaan wordt tot een last onder dwangsom, kan eerst gekozen zijn voor een waarschuwing. Bovendien kan er ook bij ernstige gevaarzetting en/of overlast al voor gekozen zijn om eerst spoedbestuursdwang toe te passen en aanvullend en gelijktijdig een last onder dwangsom op te leggen om verdere herhaling of hervatting van de stilgelegde activiteiten te voorkomen. Deze overige stappen zijn dus niet altijd zichtbaar in de tabellen, nu het doel van deze beleidsregel is om alleen de hoogte van de dwangsommen en de eventuele invordering daarvan weer te geven.
I. A) Dwangsomhoogten technische bouwactiviteiten en bouwkundige eisen
|
Tabel I.A.1 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie: meldingsplichtigen technische bouw- en sloopactiviteiten |
||||
|
In deze tabel worden de meldingsplichten van het Besluit bouwwerken leefomgeving opgenomen. Ten aanzien van de meldingsplichten voor gevolgklasse bouwwerken op grond van de Wet kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) zijn alleen de meldplichten voor gevolgklasse I bouwwerken opgenomen voor bouw en verbouw. (deze laatste vorm moet overigens ten tijde van het opstellen van dit beleid nog in werking treden maar naar verwachting zal dat binnen de looptijd van dit beleid wel worden ingevoerd. Ten aanzien van gevolgklasse II en III bouwwerken is dat niet de verwachting. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Niet indienen van bouwmelding of afwijken van een bouwmelding (artikel 2.18 Bbl) voor meldingsplichtig gevolgklasse I bouwwerk (zoals bedoeld in artikel 2.17 Bbl) |
Geen (complete) bouwmelding of afwijken bij verbouwen of oprichten van een meldingsplichtig gevolgklasse I bouwwerk (bijvoorbeeld eengezinswoning, eenvoudige bedrijfsgebouwen) |
|
|
College |
|
In gebruik nemen van een gevolgklasse I bouwwerk (zoals bedoeld in artikel 2.17 Bbl) zonder voorafgaande gereedmelding bouw (2.21 Bbl) |
Ingebruiknemen van een gevolklasse bouwwerk zonder of in afwijking van een voorafgaande (complete) gereedmelding bouw, maar waarbij acceptatie van een gereedmelding alsnog mogelijk is na aanpassing of indiening. |
|
|
College |
|
In gebruik nemen van een gevolgklasse I bouwwerk (zoals bedoeld in artikel 2.17 Bbl) zonder voorafgaande gereedmelding bouw (2.21 Bbl) |
Niet in kunnen dienen van een (complete) gereedmelding bouw als gevolg van het niet kunnen afgeven door de kwaliteitsborger van eenverklaring (zoals bedoeld in artikel 3.86, lid 2 Bkl) |
|
Dwangsomhoogte en termijn afhankelijk van aard, ernst en omvang van gebreken/overtredingen |
College |
|
Het niet melden van het gewijzigd uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.5c, lid 2 Bbl van een vergunningsplichtig bouwwerk |
Gewijzigde uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden wordt niet gemeld |
|
|
|
|
Het niet informeren van het begin of beëindigen bouwwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.7 Bbl van een vergunningsplichtig bouwwerk |
De start of de afronding van bouwwerkzaamheden aan een vergunningsplichtig bouwwerk wordt niet gemeld aan het bevoegd gezag |
|
|
|
|
Tabel I.A.2 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie: technische bouwactiviteit |
||||
|
In deze tabel zijn de algemene vergunningsplichtige bouwwerken opgenomen die vergunningsplichtig zijn voor de bouwactiviteit. Daarbij wordt de dwangsomhoogte bepaald door factor oppervlakte en de aard (bedrijfsmatig of particulier) van het bouwwerk |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Vergunningsplichtig bouwwerk met dak (artikel 2.25 Bbl) |
Oprichten vergunningsplichtig bijgebouw of ander bouwwerk met dak (niet zijnde hoofdgebouw of meldingplichtig) (Particulier) |
|
8 weken |
College |
|
Vergunningsplichtig bouwwerk met dak (artikel 2.25 Bbl) |
Oprichten vergunningsplichtig bijgebouw of ander bijbehorend bouwwerk met dak (niet zijnde hoofdgebouw of meldingplichtig) (bedrijfsmatig) |
|
8 weken |
College |
|
Vergunningsplichtig bouwwerk zonder dak (artikel 2.26 Bbl) |
Oprichten van een vergunningsplichtig bouwwerk zonder dak (particulier) |
|
8 weken |
College |
|
Vergunningsplichtig bouwwerk zonder dak (artikel 2.26 Bbl) |
Oprichten van een vergunningsplichtig bouwwerk zonder dak (bedrijfsmatig) |
|
8 weken |
College |
|
Tabel I.A.3 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie uitzonderingen vergunningsplichtig bouwwerk |
||||
|
In deze tabel zijn de algemene vergunningsplichtige (qua bouwactiviteit) bouwwerken opgenomen, die in principe vergunningsvrij zijn voor de bouwactiviteit zijn maar die bijvoorbeeld niet voldoen aan de, waar van toepassing, gegeven maatvoering. De dwangsomhoogte wordt bepaald aan de ernst, aard en omvang (licht, middel, zwaar) van de overtreding. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het niet voldoen aan de criteria voor vergunningsvrije bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 2.26 of 2.27 Bbl |
Een bouwwerk voldoet niet aan de criteria of maatvoering voor het soort bouwwerk en wordt daarom niet beschouwd als vergunningsvrije technische bouwactiviteit. |
|
8 weken |
College |
|
Het niet voldoen aan de criteria voor vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten voor bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 2.29 Bbl |
Een bouwwerk voldoet niet aan de criteria of maatvoering voor het soort bouwwerk en wordt daarom niet beschouwd als vergunningsvrije omgevingsplanactiviteit |
|
8 weken |
College |
|
Tabel I.A.4 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie: specifieke zorgplichten en algemene zorgplicht |
||||
|
Deze tabel geeft dwangsom hoogten weer voor de algemene zorgplicht op grond van de Omgevingswet (Ow) en de specifieke zorgplichten van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Afhankelijk van de aard, ernst en omvang van de overtreding wordt een dwangsom bepaald. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het niet voldoen aan de algemene zorgplicht van artikel 1.6 Ow. |
Het niet voldoen aan de algemene zorgplicht van de omgevingswet |
|
|
College |
|
Het niet voldoen aan een specifieke zorgplicht van artikel 2.6 (zorgplicht bouwwerkinstallaties) artikel 3.5 (bestaande bouw), artikel 6.4 (brandveiligheid), artikel 7.4 Bbl (bouw- en sloopwerkzaamheden en artikel 7.31Bbl ( mobiel puinbreken) |
Niet voldoen aan een specifieke zorgplicht van het Besluit bouwwerken |
|
|
College |
|
Tabel I.A.5 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie technische eisen bestaande bouw, hoofdstuk 3 |
||||
|
In deze tabel worden hieronder dwangsommen aangegeven voor veel voorkomende overtredingen van technische eisen voor bestaande bouwwerken (hoofdstuk 3 van het BBL). De hoogte van de dwangsommen voor nieuwbouw (hoofdstuk 4) en verbouw (hoofdstuk 5) gaan uit van deze dwangsomhoogten voor bestaande bouw maar kunnen, (waar wenselijk en noodzakelijk) worden vermeerderd met 50%. De reden is dat de technische eisen voor nieuwbouw en verbouw vaak hoger zijn dan voor bestaande bouw en dat nieuwbouw en verbouw vanaf het begin (bouw) af aan al moeten voldoen aan die zwaardere eisen. Uiteraard zijn de grondslagen voor de overtredingen zelf dan te vinden in hoofdstuk 4 en 5. Aanvullend gelden er voor nieuwbouw en verbouw specifieke normen die niet voor bestaande bouw gelden. De dwangsomhoogten van die aanvullende eisen worden weergegeven in Tabel I.6 |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan de technische eis van constructieve (brand)veiligheid van afdeling 3.2 van het Bbl |
Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan enig voorschrift voor constructieve (brand) veiligheid |
|
|
College |
|
Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan een andere technische eis dan constructieve veiligheid van afdeling 3.2 van het Bbl |
Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan enig ander veiligheidsvoorschrift |
|
|
College |
|
Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan een brandveiligheidsvoorschrift van afdeling 3.2 van het Bbl |
Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan een brandveiligheidsvoorschrift |
|
|
College |
|
Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan een gezondheidsvoorschrift van afdeling 3.3 van het Bbl |
Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan een gezondheidsvoorschrift |
|
|
College |
|
Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan een duurzaamheidsvoorschrift van afdeling 3.4 van het Bbl |
Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan een duurzaamheidsvoorschrift |
|
|
College |
|
Het niet (meer) voldoen van een bestaande bouwwerkinstallatie aan een voorschrift van afdeling 3.7 van het Bbl |
Een bouwwerkinstallatie voldoet niet meer aan een voorschrift |
|
|
College |
|
Het niet meer voldoen van een bestaand bouwwerk aan de voorschriften van afdeling 3.8 van het Bbl voor toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten |
Een bestaand bouwwerk voldoet niet aan de eisen voor toegankelijkheid voor hulpdiensten |
|
|
College |
|
Tabel I.A.6 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie aanvullende technische eisen nieuwbouw (hoofdstuk 4) en verbouw, (hoofdstuk 5) |
||||
|
In deze tabel worden in aanvulling op tabel I.5 (bestaande bouw) technisch eisen weergegeven die expliciet alleen gelden voor verbouw en/of nieuwbouw. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het niet voldoen aan de technische eisen voor hulpverlening bij brand, zoals bedoeld in afdeling 4.2.12. van het Bbl |
Een nieuw te bouwen of te verbouwen bouwwerk voldoet niet aan de eisen voor hulpverlening bij brand |
|
|
College |
|
Het niet voldoen aan de technische eisen voor brand-en explosievoorschriften gebieden, zoals bedoeld in afdeling 4.2.14 van het Bbl. |
Een nieuw te bouwen of te verbouwen bouwwerk voldoet niet aan de brand- en explosievoorschriften |
|
|
College |
|
Het niet voldoen aan de eisen voor bouwwerkinstallaties, zoals bedoeld in afdeling 4.7 van het Bbl, in het bijzonder brandveiligheid |
Een nieuw te bouwen of te verbouwen bouwwerk voldoet niet aan de eisen voor bouwwerkinstallatie op het gebied van brandveiligheid |
|
|
College |
|
Tabel I.A.7 Besluit bouwwerken leefomgeving, gebruik van bouwwerken (hoofdstuk 6) |
||||
|
In deze tabel worden de eisen voor het (brand)veilig gebruiken van een bouwwerk weergegeven zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van het Besluit bouwwerken leefomgeving |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het niet beschikken over een gebruiksmelding, zoals bedoeld in artikel 7.7 van het Bbl. |
Het brandveilig gebruik van een bouwwerk met meer dan het aantal per functie toegestane personen, is niet gemeld. |
|
|
college |
|
Het niet voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand, zoals bedoeld in afdeling Paragraaf 6.2.1 van het Bbl |
Het gebruik van een bouwwerk voorkomt brandgevaar of ontwikkeling van brand niet of niet voldoende. |
|
|
College |
|
Het niet veilig kunnen vluchten bij brand, zoals bedoeld in paragraaf 6.2.2 van het Bbl. |
Het gebruik van een bouwwerk is niet zodanig dat veilig vluchten mogelijk is. |
|
|
College |
|
Het niet beschikken over of onjuiste energielabels voor bouwwerken, zoals bedoeld in afdeling 6.4 van het Bbl |
Een bouwwerk heeft geen of een onjuist energielabel |
|
|
College |
|
Een bouwwerkinstallatie voor brandveiligheid voldoet niet aan de inspectienormen zoals bedoeld in paragraaf 6.5.1 van het Bbl |
Een bouwwerkinstallatie voor brandveiligheid wordt niet naar behoren beheerd, gecontroleerd of onderhouden of beschikt niet over een voorgeschreven inspectiecertificaat |
|
|
College |
|
Een stookinstallatie voldoet niet aan de inspectienormen zoals bedoeld in paragraaf 6.5.3. van het Bbl |
Een stookinstallatie wordt niet naar behoren beheerd, gecontroleerd of onderhouden of beschikt niet over een voorgeschreven inspectiecertificaat |
|
|
|
|
Een gasverbrandings-installatie voldoet niet aan de inspectienormen zoals bedoeld in paragraaf 6.5.5. van het Bbl |
Een gasverbranding wordt niet naar behoren beheerd, gecontroleerd of onderhouden of beschikt niet over een voorgeschreven inspectiecertificaat |
|
|
|
|
Tabel I.A.8 Besluit bouwwerken leefomgeving, Bouw en sloopwerkzaamheden en mobielpuinbreken (hoofdstuk 7) |
||||
|
In deze tabel worden de eisen voor het sloopwerkzaamheden en mobiel-puinbreken weergegeven, zoals genoemd in hoofdstuk 7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het niet hebben of afwijken van een verplichte risicomatrix, zoals bedoeld in artikel 7.5a Bbl |
Op locatie wordt niet gehandeld conform, danwel beschikt men over een vooraf opgestelde risicomatrix |
|
|
College |
|
Het niet hebben of niet aanwezig zijn van een veiligheidscoördinator directe leefomgeving, zoals bedoeld in artikel 7.5b Bbl |
Op locatie beschikt men niet over een Veiligheidscoördinator directe leefomgeving |
|
|
College |
|
Het niet aanwezig hebben van bescheiden en gegevens stikstofemissie en risicomatrix, zoals bedoeld in artikel 7.5c Bbl |
Op locatie zijn geen of niet alle bescheiden en documenten voor stikstofemissie en risicomatrix aanwezig. |
|
|
College |
|
Het niet vooraf melden vanaanvang of einde van bouwwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.7 Bbl. Of sloopwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.12 Bbl |
De aanvang van of het einde van Bouw- of sloopwerkzaamheden worden niet of niet juist gemeld |
|
|
College |
|
Het niet aanwezig hebben van verplichte gegevens en bescheiden voor bouwwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.8 Bbl, of sloopwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.13 Bbl |
Op locatie zijn geen of niet alle bescheidden en gegevens voor bouw- of sloopwerkzaamheden aanwezig |
|
|
College |
|
Het slopen zonder sloopmelding, zoals bedoeld in artikel 7.10 Bbl |
Er wordt gesloopt zonder voorafgaande melding |
|
|
College |
|
Het niet voldoen aan de inhoudelijke regels voor veiligheid in de directe omgeving (artikel 7.15 Bbl), Grondwaterstand (artikel 7.16 Bbl), Geluidshinder (7.17 Bbl) , trillinghinder 7.18 Bbl), stofhinder (7.19 Bbl) |
Door bouw- of sloopwerkzaamheden ontstaat hinder of ontstaan onveilige situaties |
|
|
College |
|
Het onjuist bedrijfsmatig inventariseren van asbest (artikel 7.9 Bbl) en/of verwijderen van asbest (artikel 7.20 Bbl) |
Een bedrijf inventariseert of verwijderd onjuist asbest |
|
|
College |
|
Het niet voldoen aan de vereisten voor het scheiden van niet-gevaarlijk bouw- en sloopafval, zoals bedoeld in paragraaf 7.1.5 van het Bbl |
Niet-gevaarlijk afval wordt niet of niet op de juiste manier gescheiden |
|
|
College |
|
Het niet voldoen aan de vereisten voor het scheiden van gevaarlijk bouw- en sloopafval, zoals bedoeld in paragraaf 7.1.5 van het Bbl |
Gevaarlijk afval wordt niet of niet op de juiste manier gescheiden |
|
|
College |
|
Mobiel puinbrekenzonder voorafgaande melding, zoals bedoeld in artikel 7.33 van het Bbl |
Er is geen voorafgaande melding voor toestemming van mobiel puinbreken ingediend |
|
|
College |
|
Niet informeren aanvangmobiel puinbreken, zoals bedoeld in artikel 7.35 van het Bbl |
Het beginnen met het feitelijke mobiele puinbreken is niet gemeld. |
|
|
College |
II. B) Dwangsomhoogten omgevingsplanactiviteiten
|
Tabel I.B.1 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, bewoning |
||||
|
In deze tabel worden aan bewoning of huisvesting gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Woongebruik (niet zijnde huisvesting groepen of kamergewijze verhuur of logiesfunctie) in een niet voor bewoning bestemd bouwwerk. |
Men gebruikt of laat een bouwwerk of perceel gebruiken als woning voor 1 huishouden in strijd met de bestemming. |
|
|
College |
|
Huisvesting groepen en/of kamergewijze verhuur/logiesfunctie |
men gebruikt of laat een bouwwerk of perceel gebruiken in strijd met de bestemming voor de huisvesting van groepen personen en/of meer dan 1 huishouden, kamergewijze verhuur of logies. |
|
|
College |
|
Tabel I.B.2 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, agrarische activiteiten |
||||
|
In deze tabel worden agrarische gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om een agrarische bestemming zelf, maar ook om agrarisch gebruik op andere bestemmingen, zoals wonen of natuur etc. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Strijdig agrarisch gebruik bouwwerken en gronden |
Een particulier of bedrijf gebruikt g een (agrarisch) bouwwerk of perceel voor (buiten)opslag van al dan niet agrarische producten in strijd de bestemming |
|
|
College |
|
Strijdig agrarisch gebruik bouwwerken en gronden (algemeen) door een agrarisch bedrijf |
Een agrarisch, agrarisch aanverwant, agrarisch loonbedrijf, agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd, agrarisch hulp-of nevenbedrijf of anderszins agrarisch bedrijf gebruikt agrarische (bedrijfs)gronden in strijd met de bestemming |
|
|
College |
|
Strijdig agrarisch gebruik bouwwerken en gronden (algemeen) door een niet agrarisch bedrijf, |
Een niet-agrarisch bedrijf of al dan niet agarische groothandel gebruikt een bouwwerk of perceel met agrarische bestemming voor niet-agrarisch activiteiten (algemene Bedrijfsactiviteit) |
|
|
College |
|
Strijdig gebruik bouwwerken en gronden als teeltondersteunende en andere agrarische voorzieningen |
Er worden teeltondersteunende voorzieningen, andere agrarische voorzieningen van ondergeschikte betekenis zoals mestplaat, sleufsilo, of andere agrarische voorziening gebruikt of geplaatst op een bestemming waar dat niet is toegestaan |
|
|
College |
|
Strijdig gebruik of plaatsen hobbymatige schuilgelegenheid |
Er wordt een schuilstal geplaatst en/of gebruikt op al dan niet agrarische gronden |
|
|
College |
|
Strijdig gebruik of plaatsen paardenbak/rijbak |
Er wordt een paardenbak, rijbak of gelijksoortige voorziening geplaatst op al dan niet agrarische gronden |
|
|
College |
|
Strijdig gebruik of plaatsen lichtmasten |
Er wordt een lichtmast op agrarische gronden geplaatst |
|
|
College |
|
Tabel I.B.3 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, detail-of groothandelsactiviteiten en handel in volumineuze goederen |
||||
|
In deze tabel worden aan commerciële gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om zowel bestemmingen die deze activiteiten toestaan, maar ook voor andersoortige bestemmingen, zoals wonen, agrarisch etc. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor webshop of afhaalpunt pakketbezorgdiensten |
Een bedrijf of particulier gebruikt een bouwwerk of perceel voor een webshop (inclusief opslag) of afhaalpunt voor pakketbezorgdiensten in strijd met de bestemming of de bestemming overschrijdend gebruik |
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel |
Een bedrijf gebruikt een bouwwerk of perceel bedrijfsmatig voor detailhandelsdoeleinden in strijd met een bestemming (inclusief opslag) |
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor groothandel |
Een bedrijf gebruikt een bouwwerk of perceel voor groothandelsdoeleinden in strijd met een bestemming. (inclusief opslag) |
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor handel in volumineuze goederen |
Een bedrijf gebruikt een bouwwerk of perceel voor handelsdoeleinden voor volumineuze goederen (auto’s, caravans, boten etc.) |
|
|
College |
|
Tabel I.B.4 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, horeca-activiteiten |
||||
|
In deze tabel worden aan horeca gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om zowel bestemmingen die deze activiteiten toestaan, maar ook voor andersoortige bestemmingen, zoals wonen, agrarisch etc. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in lichte, middelzware en zware horeca-activiteiten. De indeling is o.a. afhankelijk van openingstijdstip, verwachte overlast en aantrekkende werking en bezoekeraantallen. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Strijdig gebruik bouwwerken en gronden lichte horeca-activiteiten |
Er worden bedrijfsmatig lichte horecaactiviteiten (beperkte hinder, alleen overdag en ‘s avonds open, gering aantrekkende werking) in strijd met de bestemming aangeboden. Te denken valt aan
|
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor middelzware horeca-activiteiten |
Er worden middelzware horecaactiviteiten (aanzienlijke hinder, ook s nachts open) aangeboden. Te denken valt aan
|
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor zware horeca-activiteiten |
Er worden zware horecaactiviteiten (aanzienlijke hinder, ook s nachts open, grote aantrekkende werking) aangeboden. Te denken valt aan
|
|
|
College |
|
Tabel I.B.5 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, kantoorfunctie en dienstverlening |
||||
|
In deze tabel worden aan kantoor en dienstverlenende gebruiksactiviteiten, daaronder begrepen vervoersdiensten, omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om zowel bestemmingen die deze activiteiten toestaan, maar ook voor andersoortige bestemmingen, zoals wonen, agrarisch etc. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in hinder, openingstijden, aantrekkende werking en aantal medewerkers. Algemeen hebben deze activiteiten gemeen dat er geen fysieke productie van goederen of producten plaatsvindt, maar dat zij gericht zijn op (al dan niet zakelijke) dienstverlening (inclusief gezondheidszorg en onderwijs.) |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Strijdig gebruik bouwwerken en gronden lichte kantoorfunctie en/ of dienstverlening |
Er worden in strijd met de bestemming lichte kantooractiviteiten of dienstverlening uitgevoerd (beperkte hinder, alleen overdag open, geringe aantrekkende werking, minder dan 10 medewerkers) aangeboden.
|
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor middelzware kantoorfunctie en/of dienstverlening |
Er worden in strijd met de bestemming middelzware kantoor activiteiten of dienstverlening uitgevoerd (aanzienlijke hinder, alleen overdag open, middelmatige aantrekkende werking, minder dan 25 medewerkers) Te denken valt aan:
|
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor zware kantoorfunctie en of dienstverlening |
Er worden in strijd met de bestemming zware kantoorfunctie activiteiten of dienstverlening uitgevoerd (aanzienlijke hinder, ook s avonds/’s nachts open, grote aantrekkende werking), 25 of meer medewerkers. Te denken valt aan:
|
|
|
College |
|
Tabel I.B.6 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, industriefuncties en aanverwante activiteiten |
||||
|
In deze tabel worden industrie gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om zowel bestemmingen die deze activiteiten toestaan, maar ook voor andersoortige bestemmingen, zoals wonen, agrarisch etc. Typerend voor deze activiteiten is dat zij gericht zijn op het fysiek maken van goederen en producten, (daaronder begrepen voedsel) of ten dienste hiervan staan bijvoorbeeld door opslag en of transport. Bepalend voor de hoogte van de dwangsom voor industriefuncties en transportbedrijven is de categorie, waarin een bedrijf volgens de staat van bedrijfsactiviteiten van het omgevingsplan te plaatsen is danwel wat de impact op de omgeving is. Zo zal bijvoorbeeld een transportbedrijf met minder vrachtwagen een minder grote impact hebben op de omgeving dan als er meer vrachtwagens zijn. Idem voor bijvoorbeeld de aard van het transportbedrijf (gevaarlijke stoffen versus niet gevaarlijke stoffen) |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Strijdig gebruik bouwwerken en gronden lichte industriefunctie |
Er worden in strijd met de bestemming lichte industriële activiteiten
Te denken valt aan; |
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor middelzware industriefunctie |
Er worden in strijd met de bestemming middelzware industriële activiteiten
Te denken valt aan:
|
|
|
College |
|
Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor zware industriefunctie |
Er worden in strijd met de bestemming zware tot zeer zware industriële activiteiten uitgevoerd
|
|
|
College |
|
Koeriersbedrijf tot en met 5 voertuigen |
Een koeriersbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming |
|
|
College |
|
Koeriersbedrijf met meer dan 5 voertuigen |
Een koeriersbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming |
|
|
College |
|
Personenvervoer, taxi met minder tot en met 5 voertuigen |
Een bedrijf voor personenvervoer gebruikt een locatie in strijd met de bestemming |
|
|
College |
|
Personenvervoer, Taxi met meer dan 5 voertuigen |
Een bedrijf voor personenvervoer gebruikt een locatie in strijd met de bestemming |
|
|
College |
|
Transportbedrijf voor bulkgoederen/of niet gevaarlijke vloeistoffen met uitzondering van chemische transporten met minder dan 10 vrachtwagens |
Een transportbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming |
|
|
College |
|
Transportbedrijf voor bulkgoederen of niet gevaarlijke vloeistoffen met uitzondering van chemische transporten met meer dan 10 vrachtwagens |
Een transportbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming |
|
|
College |
|
Transportbedrijf voor chemische of gevaarlijke goederen, ongeacht aantal vrachtwagens |
Een transportbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming |
|
|
College |
|
Tabel I.B.7 Omgevingsplanactiviteiten, omgevingsvergunningsplichtige werkzaamheden |
||||
|
In deze tabel worden aan werkzaamheden omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als vergunningsplichtige omgevingsplanactiviteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om ontgravingen, verharden, ophogen, rooien van houtopstanden, herplanten etc. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
werkzaamheden zonder of in afwijking van een verleende omgevings vergunning |
Er worden werkzaamheden, niet zijnde bouwwerkzaamheden uitgevoerd waarvoor op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning nodig is |
|
|
College |
I c) Dwangsomhoogten erfgoed en monumenten
|
Tabel I.C.1 Omgevingsplanactiviteiten, omgevingsvergunningsplichtige werkzaamheden |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen voor activiteiten aan Rijksmonumenten, gemeentelijke (archeologische) monumenten of andere erfgoedobjecten zoals een beschermd dorps-of stadsgezicht behandeld. De hierin vermelde dwangsommen worden alleen opgelegd als er geen onherstelbare schade is aangericht of ter voorkoming van genoemde schade. Kan de schade niet meer worden hersteld of voorkomen worden, of is er sprake van herhaling dan volgt, waar mogelijk een bestuurlijke boete (zie tabel III.A.2) |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het niet voldoen aan de instandhoudingsplicht van een rijksmonument, gemeentelijk monument of archeologisch monument |
De eigenaar/gebruiker van een monument verzuimt het monument goed te onderhouden of te herstellen |
|
|
College |
|
Het beschadigen, verstoren, verplaatsen, ontsieren of vernielen of anderszins in gevaar brengen van een Rijksmonument, gemeentelijk monument, of archeologisch monument |
De eigenaar/gebruiker of derde beschadigd een monument |
|
|
College |
|
Het zonder omgevingsvergunning slopen of wijzigen van een Rijksmonument of gemeentelijk monument |
De eigenaar/gebruiker sloopt of wijzigt een monument zonder omgevingsvergunning |
|
|
College |
|
Het afwijken van een voorschrift van een verleende omgevingsvergunning voor een Rijksmonument of gemeentelijk monument |
De vergunninghouder wijkt af van een voorschrift in een verleende omgevingsvergunning voor de monumentactiviteit |
|
|
College |
I.D) Dwangsomhoogtes Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
|
Tabel I.D.1 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik openbare plaatsen |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven die betrekking hebben op de bruikbaarheid, het uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Voorwerpen op of aan de weg, of openbare plaats (art. 2.10 APV) |
Er worden voorwerpen op de of aan de weg of openbare plaats geplaatst die daar niet thuishoren |
|
|
College |
|
Aanpassen van wegen zonder omgevingsvergunning (art.2.11 APV) |
Wegen worden zonder toestemming aangelegd, beschadigd of veranderd |
|
|
College |
|
Maken of veranderen van een uitweg zonder omgevingsvergunning (art. 2.12 APV) |
Uitwegen worden gemaakt of veranderd |
|
|
College |
|
Hinderlijk voorwerpen, modder of stoffen op de weg (art. 2.13 APV) |
Er zijn voorwerpen of stoffen aanwezig die daar niet thuishoren en gevaar opleveren voor het verkeer |
|
|
College |
|
Bruikbaarheid van de weg (Art. 2.14 APV) |
Handelingen die de bruikbaarheid van de weg aantasten |
|
|
College |
|
Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp |
Het uitzicht op de weg voor verkeersdeelnemers wordt gehinderd door beplanting of voorwerpen |
|
|
College |
|
Tabel I.D.2 Evenementen |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven die betrekking hebben op het organiseren en houden van evenementen. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen de hierna uit te leggen Kleine Evenementen en A, B en C-Categorieën, zoals opgenomen in het evenementenbeleid |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het niet-melden van een klein-evenement (Art. 2.25 lid 3 APV) |
Een klein evenement, zoals omschreven in artikel 2.25 lid 3 APV, wordt niet vooraf gemeld |
|
|
Burgemeester |
|
Het houden van een vergunningsplichtig categorie A- evenement zonder vergunning (Art. 2:25 APV) |
A-evenementen zijn evenementen met weinig risico’s en een beperkte impact op de omgeving. De organisator kan het evenement zelf voldoende voorbereiden en uitvoeren. Voorbeelden van A-evenementen zijn een braderie of een wandeltocht. Deze evenementen vergen doorgaans weinig veiligheids- en mobiliteitsmaatregelen |
|
|
Burgemeester |
|
Het houden van een vergunningsplichtig categorie B-evenement zonder vergunning (Art. 2:25 APV) |
B-evenementen zijn evenementen met een gemiddeld risico. De impact op de omgeving en het verkeer zijn groter dan bij een A-evenement. Deze evenementen hebben meer aandacht nodig bij de voorbereiding. Dit soort evenementen variëren van de wielerronde en grotere feesten zoals carnaval en Koningsdag. Voor deze categorie worden veiligheids- en mobiliteitsmaatregelen essentieel geacht. Hiermee streven we om zowel de veiligheid van bezoekers als de leefbaarheid in de directe omgeving te waarborgen. |
|
|
Burgemeester |
|
Het houden van een vergunningsplichtig categorie C-evenement zonder vergunning (Art. 2:25 APV) |
C-evenementen zijn (grootschalige) evenementen met een verhoogd risico. De impact op de omgeving en het verkeer zijn nog groter dan bij een B-evenement. Deze evenementen vergen een uitgebreide planning, veiligheids- en mobiliteitsmaatregelen en coördinatie op verschillende niveaus. Ze vragen veel inzet van de gemeente bij de voorbereiding en coördinatie om te komen tot een vergunning waarmee de risico’s zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. De impact is zodanig groot, dat de organisator moet samenwerken met betrokken hulpdiensten en gemeente. |
|
|
Burgemeester |
|
Afwijken van een voorschrift van een verleende evenementenvergunning |
Het A, B, C-evenement wijkt af van een voorschrift van verleende omgevingsvergunning |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.D.3 Toezicht op inrichtingen tot verschaffen nachtverblijf |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven die betrekking hebben op het bieden van nachtverblijf aan gasten. Te denken valt aan kampeerterreinen en hotels etc. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Niet (goed) bijhouden nachtregister (art. 2:37 APV) |
Het verplichte nachtregister wordt niet of niet goed bijgehouden |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.D.4 Toezicht op speelgelegenheden |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven die betrekking hebben op het bieden van speelgelegenheden, zoals kansspelautomaten of casino’s. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het zonder vergunning exploiteren van een speelgelegenheid (Art. 2:39 APV) |
Een speelgelegenheid heeft geen vergunning voor exploitatie |
|
|
Burgemeester |
|
Boventallig aantal kansspelautomaten aanwezig in hoogdrempelige inrichtingen (Art. 2:40 APV) |
In hoogdrempelige inrichtingen mogen niet meer dan 2 kansspelautomaten aanwezig zijn. In laagdrempelige inrichtingen mag geen enkele automaat aanwezig zijn. |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.D.5 Toezicht op Winkelbedrijven |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven die betrekking hebben op het exploiteren van zogenoemde smartshops, headshops, belshops of internetcafés. Deze vormen van winkels worden geacht een negatief effect te kunnen hebben op het woon- en leefklimaat. Een voorafgaande gebiedsaanduiding door het college is noodzakelijk om hierop te kunnen handhaven. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Het zonder vergunning exploiteren van een smartshop, headshop, belshop, internetcafé of ander soort winkelbedrijf zonder exploitatievergunning (Art. 2:40c APV) |
Een winkelbedrijf heeft geen benodigde exploitatievergunning |
|
|
Burgemeester |
|
Het aanwezig zijn of verblijven van personen in een gesloten inrichting binnen de aangewezen sluitingstijden (Art. 2:40g APV) |
In een aangewezen winkelbedrijf zijn gedurende de op grond van de Winkeltijdenwet geldende sluitingstijden personen aanwezig of verblijven daar. |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.D.5 Maatregelen ter voorkoming van overlast, hinder of gevaar door dieren |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven die betrekking hebben op het voorkomen van overlast, gevaar of schade door dieren |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Loslopende honden (Art. 2:57 APV) |
Honden lopen niet aangelijnd binnen bepaalde (aangewezen) openbare plaatsen en/of gebieden. |
|
|
College |
|
Verontreiniging door honden. (Art. 2:58 APV) |
Een hondenbegeleider ruimt niet onmiddellijk de uitwerpselen van honden op binnen bepaalde (aangewezen) openbare plaatsen en/of gebieden. |
|
|
College |
|
Verontreiniging door paarden en/of pony’s (Art. 2:58a APV) |
De berijder van een paard of pony ruimt niet onmiddellijk, dan wel binnen 24 uur de uitwerpselen op. |
|
|
College |
|
Verontreiniging door andere huisdieren (Art. 2:58b APV) |
De begeleider van een ander huisdier dan een hond, paard, of pony, ruimt binnen 6 uur de uitwerpselen van dat dier op. |
|
|
College |
|
Gevaarlijke honden (Art. 2:59 APV) |
Er is sprake van een gevaarlijke of hinderlijke hond waarbij een eerder muilkorf of aanlijngebod wordt genegeerd |
|
|
Burgemeester |
|
Loslopend vee (Art. 2:62 APV) |
De rechthebbende van vee zorgt niet voor een goede afscheiding tussen de weg en het weiland of ander niet van de weg afgescheiden terrein, waar het vee zich bevindt, waardoor het vee zonder hinder de openbare weg kan bereiken |
|
|
College |
|
Houden van bijen (Art. 2:64 APV) |
De bijenkorven of -kasten zijn niet op voldoende afstand van woningen of gebouwen geplaatst en/of zijn niet in voldoende mate afgeschermd |
|
|
College |
|
Vernietigen van rupsen- en rupsennesten (Art. 2:64a APV) |
De rechthebbende verwijdert of vernietigt niet, zoals verplicht na aanwijzing van het college, rupsen en/of -rupsennesten uit bomen of of houtopstanden |
|
|
College |
|
Tabel I.D.6 Drugsoverlast |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven die betrekking hebben op het voorkomen van overlast, gevaar of schade door openlijk gebruik van drugs, of handel in drugs, anders dan in woningen of lokalen. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Drugshandel op straat (Art. 2:74 APV) |
Al dan niet tegen betaling worden verboden drugs op een openbare plaats geleverd, aangeboden, of geworven. |
|
|
Burgemeester |
|
Verzameling van personen in verband met drugs. (Art. 2:74a APV) |
Er zijn op een door de burgemeester aangewezen plaats meer dan 4 personen aanwezig die openlijk drugs gebruiken. |
|
|
Burgemeester |
|
Openlijk drugsgebruik (Art.2:74b APV) |
Een persoon gebruikt op een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw drugs of treft voorbereidingen voor dat gebruik. |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.D.7 Bijzondere bevoegdheden burgemeester: |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven waarvoor een aanvullende exploitatievergunningsplicht geldt ter voorkoming van malafide ondernemersactiviteiten |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Bedrijfsmatige activiteit zonder exploitatievergunning (Art. 2:81, lid 3 APV) |
Een door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteit wordt zonder exploitatievergunning verricht in een aangewezen gebouw of erf. |
|
|
Burgemeester |
|
Een wijziging van een bedrijfsmatige activiteit wordt niet gemeld (Art. 2:81, lid 6 APV) |
Een exploitant meldt een wijziging van een bedrijfsmatige activiteit niet |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod aangewezen gebouw of erf open te stellen voor personen . (Art. 2:81, lid 7 APV) |
Een aangewezen gebouw of erf is open zonder aanwezigheid van een exploitant of beheerder. |
|
|
Burgemeester |
|
Ontbreken voldoende toezicht ter voorkoming strafbare feiten (Art.2:81, lid 8 APV) |
Een exploitant of beheerder ziet niet goed toe op voorkoming van strafbare feiten binnen zijn bedrijf |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.D.8 Parkeren en parkeerexessen |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening weergegeven voor regulering parkeerproblematiek |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Voertuigen van een autobedrijf (Art. 5:1 APV) |
Een autobedrijf plaatst meerdere van zijn voertuigen te veel of op onjuiste wijze op de openbare weg rondom zijn bedrijf of gebruikt de weg als werkplaats |
|
|
College |
I.E) Dwangsomhoogtes Alcoholwet en exploitatie openbare inrichtingen en terrassen
In de onderstaande tabellen voor alcoholverstrekkende openbare inrichtingen en terrassen worden dwangsommen op grond van de Alcoholwet weergegeven. In tegenstelling tot eerdere tabellen van andere wet- en regelgeving, zijn ook de (vaak) verplichte schorsing en zelfs intrekking van verleende alcohol- en of exploitatievergunningen een middel om een overtreding te beëindiging.
De hoogtes van de dwangsommen zijn gebaseerd op het aantal m² (vergunde) lokaliteiten en/of terras (zowel op grond van een alcoholvergunning en/of exploitatievergunning )
Vanwege de gevolgen van het verkeerd of niet mogen verstrekken van alcohol voor de volksgezondheid zijn de begunstigingstermijnen zeer kort.
- •
(1 week bij bijvoorbeeld ernstige overtreding en/of acuut én ernstig gevaar voor volksgezondheid, openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, direct gevaar voor witwassen, of handelen zonder verleende vergunning).
- •
2 weken bij bijvoorbeeld minder ernstige overtreding en/of ernstig gevaar voor volksgezondheid, openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, witwassen, of handelen in afwijking van verleende vergunning);
- •
Geen (bij gemakkelijk te voorkomen herhaling, geen duurovertreding of tot een individuele gebeurtenis terug te leiden overtreding)
Er is gekozen voor een dwangsom ineens, waarbij zodra deze is volgelopen (aanvullend) overgegaan wordt tot een tweede verhoogde dwangsom en/of een wettelijk vastgestelde bestuurlijke boete.
In tegenstelling tot andere bestuurlijke boetes (zie bijvoorbeeld Tabel III.B en verder) zijn bestuurlijke boetes op grond van de Alcoholwet geen variabele maar vaste bedragen. Matiging of wijziging van de hoogte is dan in principe niet mogelijk.
Na 2 opgelegde dwangsommen en aanvullend 1 bestuurlijke boete voor dezelfde soort overtreding volgt permanente intrekking van de verleende vergunning waar mogelijk, bijvoorbeeld op grond van artikel 31, lid 2 Alcoholwet.
|
Tabel I.E.1 Alcoholwet, paragraaf 2, algemeen |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Alcoholwet weergegeven. Het gaat dan om algemene overtredingen van de Alcoholwet, zoals genoemd in paragraaf 2 van de Alcoholwet. Bijvoorbeeld het zonder vergunning handelen of niet voldoen aan algemene vereisten. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Alcoholwet (vergunningsplicht) (Art. 3 Alcoholwet) |
Een bedrijf exploiteert zonder (rechtsgeldige) vergunning met zicht op legalisering |
|
|
Burgemeester |
|
Alcoholwet (vergunningsplicht) (Art. 3 Alcoholwet) |
Een horecabedrijf exploiteert zonder (rechtsgeldige) vergunning zonder zicht op legalisering |
|
|
Burgemeester |
|
Alcoholwet (leidinggevenden) (Art. 8 Alcoholwet) |
Een leidinggevende voldoet niet langer aan 1 of meer aan hem gestelde eisen |
|
|
Burgemeester |
|
Alcoholwet (Inrichtingsvereisten) (Art. 10 Alcoholwet) |
Een inrichting voldoet niet langer aan 1 of meer daaraan gestelde inrichtingseisen |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.E.2 Alcoholwet, paragraaf 2, Bijzondere bepalingen |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Alcoholwet weergegeven. Het gaat dan om bijzondere bepalingen en verboden gedragingen voor alcoholverstrekkende inrichtingen op grond van de Alcoholwet, zoals genoemd in paragraaf 3 van de Alcoholwet. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Verstrekken alcoholhoudende dranken buiten vergunde lokaliteit voor gebruik ter plaatse (Art. 12, lid 1 en 2 Alcoholwet) |
Er worden alcoholhoudende dranken buiten de op de vergunning vermelde horecalokaliteit(en) voor gebruik ter plaatse |
|
|
Burgemeester |
|
Verstrekken alcoholhoudende dranken voor gebruik elders dan ter plaatse (Art. 13, lid 1 Alcoholwet) |
Er worden alcoholhoudende dranken binnen de op de vergunning vermelde horecalokaliteit(en) verstrekt voor gebruik elders dan ter plaatse. |
|
|
Burgemeester |
|
Verstrekken alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse in een slijtlokaliteit (Art. 13, lid 2 Alcoholwet) |
Er worden alcoholhoudende dranken verstrekt binnen de slijtlokaliteit voor gebruik ter plaatse |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod andere bedrijfsactiviteiten in slijtlokaliteit (Art. 14, lid 1 Alcoholwet) |
Er worden anderebedrijfsactiviteiten in slijtlokaliteit uitgevoerd |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod kleinhandel in horecalokaliteit of op terras (Art. 14, lid 2 en artikel 15 Alcoholwet) |
Er worden in een horecalokaliteit of op een terras goederen of diensten aangeboden, niet zijnde horeca-activiteiten |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod verkoop alcoholhoudende dranken via automaten (Art. 16 Alcoholwet) |
Er worden binnen de inrichting via automaten alcoholhoudende dranken verstrekt |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod verstrekken alcoholhoudende dranken in niet gesloten verpakking (Art. 17 Alcoholwet) |
In een supermarkt of slijterij worden alcoholhoudende dranken verstrekt aan particulieren in niet gesloten verpakking |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod verkoop zwak-alcoholische dranken in een ander bedrijf dan een slijtersbedrijf voor gebruik elders dan ter plaatse. (Art. 18, lid 1 en 2 Alcoholwet) |
Er worden zwak-alcoholhoudende dranken,anders dan in een slijtersbedrijf of levensmiddelenbedrijf, verkocht voor gebruik elders dan ter plaatse |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod geen duidelijk onderscheid tussen zwak-alcoholhoudende dranken en alcoholvrije dranken (Art. 18, lid 3 Alcoholwet) |
Onderscheid tussen zwak-alcoholhoudende dranken en alcoholvrije dranken ontbreekt in een ruimte van een levensmiddelenbedrijf |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod bestelservice sterke drank (Art. 19, lid 1 Alcoholwet) |
Er wordt sterke drank verkocht op bestelling door een ander bedrijf dan een slijtersbedrijf of partycatering |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod bieden gelegenheid tot het doen van bestellingen en/of leveringen in aan huis bij particulieren van zwak-alcoholhoudende dranken (Art. 19, lid 2 Alcoholwet) |
Particulieren kunnen zwak-alcoholhoudende dranken bestellen (anders dan bij een slijtersbedrijf) en deze dranken aan huis geleverd krijgen. |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod verstrekken alcoholhoudende dranken aan minderjarigen (<18 jaar) (Art. 20, lid 1Alcoholwet) |
Een slijtersbedrijf of levensmiddelenbedrijf of ander bedrijf zoals bedoeld in artikel 18, lid verstrekt alcoholhoudende drank aan minderjarige |
Indien bedrijf zoals bedoeld in art. 18, lid 2 Alcoholwet: Bij derde keer overtreding (3 strikes your out)
|
|
Burgemeester |
|
Niet duidelijk zichtbaar aangegeven leeftijdsgrens (NIX18) (Art. 20, lid 3 Alcoholwet) |
|
|
Burgemeester |
|
|
Verbod op toelating van onder invloed verkerende personen (Art. 20, lid 4 en 5 Alcoholwet |
Dronken of onder invloed van drugs verkerende personen mogen niet worden toegelaten tot de slijt- of horecalokaliteit of terras |
|
|
Burgemeester |
|
Verkoop op afstand voldoet niet aan de daarvoor gestelde eisen (Art. 20a Alcoholwet) |
Verkoop op afstand van alcoholhoudende dranken voldoet niet aan de daarvoor gestelde regels, waaronder een verificatie van de leeftijd en daadwerkelijke levering op het adres van de besteller |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod verkoop alcoholhoudende dranken bij vermoeden verstoring openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. (Art. 21 Alcoholwet) |
Er wordt alcoholhoudende drank verstrekt, hetgeen tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid leidt |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod verstrekken alcoholhoudende dranken op bepaalde locaties direct langs autowegen (Art. 22 Alcoholwet) |
Er worden op genoemde locaties dicht bij de weg (zoals tankstations) alcoholhoudende dranken verkocht, hetgeen niet wenselijk is in verband met de verkeersveiligheid. |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod geopendzijn inrichting zonder aanwezigheid leidinggevende of vereiste persoon. (Art. 24, lid 1 Alcoholwet) |
Een horeca- of slijtlokaliteit is geopend voor publiek zonder dat een vereiste leidinggevende of andere vereiste persoon aanwezig is |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod geopend zijn van de horecalokaliteit van een para-commerciële rechtspersoon zonder aanwezigheid van leidinggevende of vereiste rechtspersoon (Art. 24, lid 2 Alcoholwet) |
Een para-commerciële rechtspersoon houdt de horeca-lokaliteit geopend voor publiek zonder dat een vereiste leidinggevende of andere vereiste persoon aanwezig is |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod behoudens uitzonderingen om personen jonger dan 16jaar dienst te laten doen of alcohol te verstrekken (Art. 24, lid 3 Alcoholwet) |
In een horeca- of slijtactiviteit draaien personen jonger dan 16 jaar een dienst of verstrekken alcohol, met uitzonderingen, zoals bedoeld in lid 5, bijvoorbeeld in het kader van het volgen van een beroepsopleiding. |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod aanwezigheid alcoholhoudende drank in een niet zijnde horeca- of slijtersbedrijf, in een voor publiek geopende ruimte behoudens uitzonderingen (Art. 25, lid 1, onder a Alcoholwet) |
Een ander bedrijf, dan een horeca of slijtersbedrijf houdt een ruimte voor publiek geopend en in die ruimte is alcoholhoudende drank aanwezig. |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod aanwezigheid voorraad alcoholhoudende drank in een nietvoor publiek geopende ruimte van een ander bedrijf dan een horeca of slijtersbedrijf, behoudens uitzonderingen (Art. 25, lid 1, onder b, Alcoholwet) |
Een ander bedrijf, dan een horeca of slijtersbedrijf heeft in een niet voor publiek geopende ruimte een voorraad alcoholhoudende drank aanwezig |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod nuttigen alcohol in een voor publiek geopende ruimte van een ander bedrijf dan een horecabedrijf (Art. 25, lid 2, Alcoholwet) |
Een ander bedrijf dan een horecabedrijf houdt een ruimte geopend voor publiek en in die ruimte wordt alcoholhoudende drank genuttigd |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod aanwezig hebben alcoholhoudende drank in een vervoermiddel voor kleinhandel, behoudens uitzonderingen (Art. 25, lid 3 Alcoholwet) |
In een vervoermiddel voor kleinhandel mag behoudens uitzondering geen alcoholhoudende drank aanwezig zijn |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.E.3 Alcoholwet, paragraaf 4, Vergunningen, verplichte intrekking |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Alcoholwet weergegeven. Het gaat dan om vergunningen op grond van Alcoholwet. Vergunningen op grond van de Alcoholwet moeten worden ingetrokken als een bepaald feit zich voordoet. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Gebod aanwezig hebben van verleende vergunning en/of aanhangsel binnen de inrichting (Art. 29, lid 3 Alcoholwet) |
Een verleende vergunning en/of bijbehorend aanhangsel of ander verplicht document, of afschriften daarvan is/zijn niet binnen de inrichting aanwezig |
|
|
Burgemeester |
|
Gebod om binnen een maand wezenlijke veranderingen binnen de inrichting te melden aan de burgemeester (Art. 30 Alcoholwet) |
Binnen een maand moeten wezenlijke veranderingen in de bedrijfsvoering, zoals nieuwe eigenaar/exploitant/rechtsvorm etc. aan de burgemeester gemeld worden |
|
|
Burgemeester |
|
Gebod melding bijschrijving of doorhalen leidinggevenden (Art. 30a Alcoholwet) |
Een nieuwe leidinggevende wordt niet gemeld, of een oude leidinggevende wordt niet gemeld |
|
|
Burgemeester |
|
Onjuist of onvolledig verstrekte gegevens aangevraagde vergunning (Art. 31, lid 1 onder a Alcoholwet) |
Een verleende vergunning zou niet zijn verleend als de burgemeester over de juiste gegevens beschikt had |
|
|
Burgemeester |
|
Vrees voor (verdere) verstoring openbare orde, veiligheid, zedelijkheid (Art. 31, lid 1 onder c Alcoholwet) |
Het stand houden van een vergunning zal leiden tot (verdere) verstoring van de openbare orde, veiligheid of Zedelijkheid |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.E.4 Alcoholwet, paragraaf 4, Vergunningen, facultatieve intrekking en/of schorsing |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Alcoholwet weergegeven. Het gaat dan om vergunningen op grond van Alcoholwet. Vergunningen op grond van de Alcoholwet kunnen worden ingetrokken of geschorst als een bepaald feit zich voordoet. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Niet houden aan voorschrift of beperkingen vergunning, ontheffing, Alcholwet. (Art. 31, lid 2, Alcoholwet) |
Een horeca of slijtersbedrijf houdt zich bij herhaling niet aan de regels van verleende vergunningen, ontheffingen en/of bij of krachtens de Alcoholwet gestelde voorschriften en vertoond over het algemeen slecht nalevingsgedrag |
|
|
Burgemeester |
|
Niet (meer) voldoen aan eisen Bibob (Art. 31, lid 3 onder a Alcoholwet) |
De vergunninghouder voldoet niet meer aan de in artikel 3 Wet Bibob gestelde eisen of situaties door strafrechtelijk of malafide handelen/nalaten |
|
|
Burgemeester |
|
Binnen 2 jaar 3 keer verzoeken om bijschrijving van leidinggevende op aanhangsel vergunning, waarvan de burgemeester 2 keer heeft geweigerd (Art. 31, lid 3, onder b Alcoholwet) |
De vergunninghouder heeft in de afgelopen 2 jaar tenminste 3 keer om bijschrijving van een leidinggevende gevraagd, waarbij de burgemeester 2 keer bijschrijving heeft geweigerd wegens niet voldoen aan sociale hygiëne-eisen en/of Wet Bibob |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.E.5 APV Alcoholverstrekkende openbare inrichtingen en terrassen |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene plaatselijke verordening weergegeven. Het gaat dan om openbare inrichtingen en terrassen waarbinnen (alcoholhoudende) dranken en spijzen worden verstrekt en/of exploitatievergunningen noodzakelijk zijn |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Verbod om een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning (Art. 2:28, lid 1 APV) |
Een openbare inrichting is in werking zonder (rechtsgeldige) exploitatievergunning (met zicht op legalisering) |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod om een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning (Art. 2:28, lid 1 APV) |
Een openbare inrichting is in werking zonder exploitatievergunning (zonder zicht op legalisering) |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod geopend zijn openbare inrichting zonder aanwezigheid van geldige leidinggevende (Art. 2:28, lid 5 APV) |
Er is geen verplichte en op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig bij een geopende inrichting |
|
|
Burgemeester |
|
Niet melden bijschrijven of verwijderen leidinggevende (Art. 2:28, lid 6 APV) |
Er volgt geen melding voor bijschrijving van een nieuwe en/of verwijdering van een bestaande leidinggevende |
|
|
Burgemeester |
|
Verplichte intrekking vergunning openbare inrichting (Art. 2:28a, lid 1 APV) |
Een openbare inrichting voldoet niet meer aan de gestelde eisen |
|
|
Burgemeester |
|
Facultatieve intrekking vergunning openbare inrichting (Art. 2:28a, lid 2 APV) |
Een openbare inrichting en/of leidinggevende voldoet niet meer aan de gestelde eisen |
|
|
Burgemeester |
|
Het zich niet houden aan Sluitingstijden voor openbare inrichtingen (Art. 2:29 APV) |
Een openbare inrichting niet zijnde een para-commerciële inrichting, houdt zich niet aan de sluitingstijden |
|
|
Burgemeester |
|
Verstoring openbare orde binnen een openbare inrichting (Art. 2:31, lid 1 onder a APV) |
De orde wordt verstoord in een openbare inrichting |
|
|
Burgemeester |
|
Bezoekers aanwezig binnen de openbare inrichting buiten openingstijd (Art. 2:31, lid 1 onder b) |
Bezoekers zijn aanwezig buiten openingstijden, zoals genoemd in artikel 2:30, lid 1 APV |
|
|
Burgemeester |
|
Verstrekking van spijzen aan personen, die geen gebruik maken van het terras (Art. 2:31, lid 1 onder c APV) |
Personen die geen gebruik maken van het terras krijgen toch eten of drinken |
|
|
Burgemeester |
|
Handel in een openbare inrichting (Art. 2:32 APV) |
Er wordt handel gedreven in een openbare inrichting |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod drank in glas (Art. 2:33a APV) |
Er wordt drank in glas aangeboden binnen de een door de burgemeester aangewezen gebied en periode |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.E.6 APV Alcoholverstrekkende para-commerciële rechtspersonen |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene plaatselijke verordening weergegeven. Het gaat dan om para-commerciële rechtspersonen (o.a.sportverenigingen en instellingen) die ook alcoholhoudende dranken verstrekken in het kader van hun niet bedrijfsmatige sportfunctie. |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Niet houden aan reguliere schenktijden zwak-alcoholhoudende dranken door para-commerciële rechtspersoon, gericht op sport (Art. 2:34b, lid 1 APV) |
De para-commerciële rechtspersoon, gericht op sport, houdt zich niet aan de in de APV regulier voorgeschreven schenktijden voor zwak-alcoholhoudende dranken |
|
|
Burgemeester |
|
Niet houden op wedstrijddagen aan afwijkende schenktijden voor para-commerciële rechtspersoon, gericht op sport. (Art. 2:34b, lid 2 APV) |
De para-commerciële rechtspersoon, gericht op sport, stopt op wedstrijddagen niet uiterlijk 1,5 na afloop van wedstrijden of later dan 24.00 uur met schenken van zwak alcoholhoudende dranken, dan wel schenkt zwak-alcoholhoudende dranken tijdens wedstrijden voor personen jonger dan 18 jaar. |
|
|
Burgemeester |
|
Niet houden aan regulier schenktijden overige para-commerciële rechtspersonen (Art. 2:34b, lid 3 APV) |
Overige para-commerciële rechtspersonen, houden zich niet de regulier schenktijden zwak-alcoholhoudende drank |
|
|
Burgemeester |
|
Niet houden aan maximaal aantal toegestane bijeenkomsten sociaal-culturele para-commerciële rechtspersoon (Art. 2:34c, lid 1 APV) |
Een sociaal-cultureel gericht para-commerciële rechtspersoon houdt meer dan 6 bijeenkomsten persoonlijke aard per jaar waar zwak-alcoholhoudende dranken worden geschonken en/of bijeenkomsten voor niet bij de rechtspersoon aangesloten personen |
|
|
Burgemeester |
|
Niet indienen melding door sociaal-culturele para-commerciële rechtspersoon van bijeenkomsten (Art. 2:34c, lid 2 APV) |
Een sociaal-cultureel gericht para-commerciële rechtspersoon dient geen melding in bijeenkomsten vanpersoonlijke aard en/of bijeenkomsten voor niet bij de rechtspersoon aangesloten personen |
|
|
Burgemeester |
|
Verbod verstrekken Overige para-commerciële verstrekken tijdens bijeenkomsten alcoholhoudende dranken (Art. 2:34c, lid 3) |
Overige para-commerciële rechtspersonen, niet zijnde sociaal-cultureel georiënteerd, schenken alcoholhoudende drank bij bijeenkomsten van persoonlijke aard of voor personen die niet bij de rechtspersoon zijn aangesloten |
|
|
Burgemeester |
|
Tabel I.E.7 APV Alcoholmatiging |
||||
|
In deze tabel worden dwangsommen op grond van de Algemene plaatselijke verordening weergegeven. Het gaat dan om maatregelen ter voorkoming van misbruik van alcohol, dan wel ter matiging van alcoholgebruik |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Herstelmaatregel |
Begunstigingstermijn |
Wie? |
|
Verbod Happy Hours (Art. 2:34d APV) |
Verbod om bedrijfsmatig of gratis alcoholhoudende binnen de horecalokaliteit of het terras dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse die voor een periode van 24 uur lager dan 60 % gebruikelijk wordt aangeboden |
|
|
Burgemeester |
Bijlage II (Bestuurlijke Boetes)
II.A) Bestuurlijke Boetes Omgevingsrecht
|
Tabel II.A.1 Bestuurlijke boetes, omgevingsplan, gebruik of staat van open erven en bouwwerken, tegengaan van hinder, bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of veiligheid |
||||
|
Deze tabel geeft de hoogte voor bestuurlijke boetes weer die terug te leiden zijn tot artikel 18.12 lid 1, onder a van de Omgevingswet (Ow). Het gaat dan vooral om het gebruik of de staat van open erven, terreinen en bouwwerken. Dit onderwerp is geregeld in afdeling 22.2 van het omgevingsplan. Op grond van artikel 18.12, lid 2 is de hoogte van de boete dan in de 3e kolom dan maximaal van de tweede categorie (artikel 23, lid 4 wetboek van strafrecht maximaal € 5.150) Is er echter sprake van bijkomende bedreiging van de leefbaarheid of een (ernstig) gevaar voor de gezondheid of veiligheid tot maximaal de 4e categorie (=maximaal € 25.750) De hieronder genoemde bedragen kunnen worden geïndexeerd, afhankelijk van de landelijke aanpassing van de boetebedragen in artikel 23 Sr. De genoemde bedragen zijn richtbedragen en kunnen afhankelijk van feiten, omstandigheden en belangenafweging naar boven of beneden worden bijgesteld) |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Zonder bedreiging leefbaarheid of ernstige gevaarzetting (2e categorie |
Met bedreiging , leefbaarheid/ernstige gevaarzetting (4e cat) |
Wie? |
|
Overbewoning (art. 22.16 omgevingsplan) |
Een vergunde woning heeft te veel personen per m² voorgeschreven leefruimte/gebruiksoppervlakte |
|
|
College |
|
Gebruik bouwwerk naast bouwvallig verklaard bouwwerk (art. 22.17 omgevingsplan) |
Een bouwwerk is bouwvallig verklaart waardoor het naastgelegen bouwwerk niet gebruikt mag worden. |
|
|
College |
|
Niet voldoen aan specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk (Art. 22.18 omgevingsplan) |
De gebruiker van een bouwwerk veroorzaakt hinder of een bouwwerk voldoet als gevolg van gebrekkig onderhoud, of anderszins overtreding specifieke zorgplicht |
|
|
College |
|
Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerk (Art. 22.19 omgevingsplan |
Er is een brandgevaarlijke stof aanwezig nabij een bouwwerk |
|
|
College |
|
Niet voldoen aan specifieke zorgplicht gebruik open erf/terrein (Art. 22.20 omgevingsplan) |
De gebruiker van een bouwwerk veroorzaakt hinder of een bouwwerk of als gevolg van gebrekkig onderhoud, of anderszins overtreding specifieke zorgplicht |
|
|
College |
|
Overtreding (algemeen) art. 4.1, lid 1 (betreffende de gestelde regels in het omgevingsplan), dan wel art. 4.3, lid 1 (verwijzing naar Bbl), aanhef en onder a, van de Omgevingswet vanuit niet bedrijfsmatige exploitatie |
Een particulier overtreedt in het algemeen en bij herhaling de regels van het omgevingsplan en/of het Besluit bouwwerken leefomgeving |
|
|
College |
|
Overtreding (algemeen) art. 4.1, lid 1 (betreffende de gestelde regels in het omgevingsplan), dan wel art. 4.3, lid 1 (verwijzing naar Bbl), aanhef en onder a, van de Omgevingswet vanuit een bedrijfsmatige exploitatie |
Een bedrijf (eigenaar/exploitant) overtreedt in het algemeen en bij herhaling de al dan niet technische voorschriften/ regels van het omgevingsplan en/of het Besluit Bouwwerken leefomgeving |
|
|
College |
|
Tabel II.A.2 Bestuurlijke boetes erfgoed-en monumenten |
||||
|
Deze tabel geeft de hoogte voor bestuurlijke boetes weer die terug te leiden tot overtreding van de erfgoedverordening Moerdijk en de Omgevingswet. Bestuurlijke boetes die terug te leiden zijn tot artikel 18.13 Ow, gaan uit van de 5e categorie (zoals aangegeven in artikel 23, lid 4 Sr, maximaal € 103.000,-) De genoemde bedragen zijn richtbedragen en kunnen afhankelijk van feiten, omstandigheden en belangenafweging naar boven of beneden worden bijgesteld) |
||||
|
Overtreding |
Onderwerp |
Boetebedrag bij herstelbaar (5e categorie |
Boetebedrag bij niet herstelbaar/bij veelvuldige herhaling (5e categorie) |
Wie? |
|
Handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten voorzover dat voorschrift beoogt dat monument te beschermen (Art. 5.5, lid 1, aanhef onder a, onder 40 Ow) |
Een monument-beschermend voorschrift van een verleende omgevingsvergunning voor een (archeologisch) gemeentelijk monument wordt overtreden. |
|
|
College |
|
Handelen in strijd met voorschrift van een omgevingsvergunning voor een Rijksmonumentenactiviteit (art. 5.5., lid 1, aanhef, onder b Ow) |
Een voorschrift van een verleende omgevingsvergunning voor een Rijksmonument wordt overtreden. |
|
|
College |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl