Beleidsregels externe veiligheid

Geldend van 07-05-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels externe veiligheid

Tot aan wijziging van de Hengelose Omgevingsvisie hanteert het college bij ruimtelijke plannen (vergunningen voor Buitenplanse Omgevingsplan Activiteiten (BOPA’s)) de volgende beleidsregels.

Beleidsregels externe veiligheid:

  • 1.

    Nieuwvestiging van risicobedrijven op de bedrijventerreinen Twentekanaal en Westermaat wordt alleen toegestaan als het brand- en/of explosieaandachtsgebied zich niet tot buiten het bedrijvensterrein uitstrekt.

  • 2.

    Bij nieuwe LPG-, aardgas- of waterstoftankstations wordt zoveel mogelijk voorkomen dat er woningen binnen het explosie-aandachtsgebied aanwezig zijn

  • 3.

    Toezicht op en handhaving van voorschriften die betrekking hebben op veiligheid hebben en houden prioriteit.

  • 4.

    Bij nieuwe ruimtelijke plannen binnen het aandachtsgebied van risicobronnen moet rekening worden gehouden de kans op het overlijden van 10 of meer personen (art. 5.15 Bkl; verantwoording groepsrisico). Hengelo doet dit als volgt.

    Bij nieuwe ontwikkelingen:

    • a.

      betrekt de gemeente de Veiligheidsregio in een vroegtijdig stadium, vooral voor advies over de aspecten bereikbaarheid en bestrijdbaarheid.

    • b.

      blijft de gemeente, in samenwerking met de Veiligheidsregio, aandacht besteden aan risicocommunicatie om zelfredzaamheid te bevorderen: informatie over wat te doen bij (dreigende) calamiteiten.

    • c.

      schrijft de gemeente, in overleg met de Brandweer Twente, voor dat

      • i.

        een goede bereikbaarheid en bluswatervoorziening moet worden gerealiseerd;

      • ii.

        er vluchtwegen moeten zijn van de risicobron af en;

      • iii.

        ter bescherming tegen een gifwolk mechanische ventilatie handmatig uitgeschakeld moet kunnen worden (dit is voor nieuwe gebouwen ook een wettelijk vereiste).

    • d.

      hanteert de gemeente voor het overige een risicobenadering. Het plaatsgebonden risico, de berekende (theoretische) kans dat een persoon die permanent en onbeschermd aanwezig is dodelijk wordt getroffen door een calamiteit van 1 op 100 miljoen per jaar (PR 10-8) wordt als grens gehanteerd:

      • i.

        Binnen de PR10-8-contour wordt het belang van de ontwikkeling afgewogen tegen het risico en worden mogelijke maatregelen om het risico te verkleinen in deze afwegingen betrokken;

      • ii.

        buiten de PR10-8-contour is er sprake van een acceptabel klein (rest)risico en worden geen andere beperkingen dan genoemd onder c. opgelegd.

  • 5.

    De PR 10-8-contour wordt berekend met behulp van wettelijk voorgeschreven rekenprogrammatuur1 en op basis van geprognosticeerde vervoersstromen2.

  • 6.

    In de praktijk betekent de risicobenadering bedoeld in de punt 4 dat:

    • a.

      de zone van 30 meter (het brandaandachtsgebied) langs de sporen naar Borne en Oldenzaal beschikbaar blijft voor werk- en kantoorfuncties, maar dat binnen deze zone, mede gelet op de aspecten geluid en trillingen, in beginsel geen nieuwbouw wordt gerealiseerd, bestemd voor woonfuncties of voor andere kwetsbare functies.

    • b.

      binnen een PR 10-8-contour in beginsel geen nieuwe zeer gevoelige functies - bedoeld voor doelgroepen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals kinderdagverblijven, basisscholen, verzorgings- en verpleeghuizen - worden gerealiseerd;

    • c.

      buiten de PR 10-8-contouren geen beperking worden gesteld aan de aard van de functies en aan (personen)dichtheid, met dien verstande dat:

      • i.

        zeer kwetsbare functie bij voorkeur worden geprojecteerd op wat grotere afstand, daar waar het gebouw is afgeschermd tegen de effecten van een explosie en;

      • ii.

        er wel aandacht is voor bereikbaarheid van hulpdiensten en vluchtwegen zoals bedoeld onder 4.c

    • d.

      geen voorschriftengebieden worden aangewezen tenzij dat vanwege de aanwezigheid van een zeer kwetsbaar gebouw wettelijk verplicht is.

Ondertekening


Noot
1

Ten tijde van de totstandkoming van deze beleidsregels zijn dat RMBII voor het spoor en wegvervoer en Carola voor aardgasleidingen en Safeti-NL voor andere risicobronnen.

Noot
2

De PR 10-8-contour langs het spoor is gebaseerd op het gerealiseerde vervoer van gevaarlijke stoffen in 2023 vermenigvuldigd met de groeifactoren die worden voorzien in de Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen die de staatssecretaris in juni 2024 naar de Kamer zond.