Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761429
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761429/1
Verlegregeling gemeente Zuidplas 2025
Geldend van 06-05-2026 t/m heden
Intitulé
Verlegregeling gemeente Zuidplas 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas;
Gelet op artikel 3 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Zuidplas, versie 2021;
B E S L U I T
De Verlegregeling gemeente Zuidplas 2025 vast te stellen
I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
-
1.1 De begripsbepalingen zoals opgenomen in artikel 1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Zuidplas (AVOI) zijn van toepassing, tenzij daar in de onderhavige regeling nadrukkelijk van wordt afgeweken.
-
1.2 In aanvulling op het in lid 1.1. bepaalde worden in de onderhavige regeling verstaan onder:
- a.
aanwijzing: een besluit of dwingend verzoek van de gemeente aan een nutsbedrijf tot het aanpassen van de ligging of het verleggen van een kabel of leiding op grond van een (voorgenomen) plan- of gebiedsontwikkeling, als gevolg van de rechtmatige uitoefening door of namens de gemeente van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.
- b.
college: het dagelijks bestuur van de gemeente Zuidplas (het college van burgemeester en wethouders).
- c.
gebiedsontwikkeling: het proces waarbij functies, disciplines, partijen, belangen en geldstromen bijeen worden gebracht met het oog op de (her)ontwikkeling van een plangebied.
- d.
gemeente: de ambtelijke organisatie die namens het college van de gemeente Zuidplas is belast met de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte.
- e.
grondverzakking: een beweging van de bodemlaag welke geheel of ten dele te wijten is aan een natuurlijk fenomeen anders dan een overstroming of een aardbeving.
- f.
liggingsduur: de periode tussen het aanleggen van een kabel of leiding en de datum van een aanwijzing, waarbij het moment van aanleggen wordt bepaald door de datum van de daarvoor verleende gemeentelijke vergunning of een ander wettig en overtuigend bewijs van instemming door de gemeente.
- g.
nadeelcompensatie: de vergoeding voor gemaakte kosten, die op basis van deze regeling, als schadevergoeding wordt toegekend aan een netbeheerder, voor het verleggen van een kabel of leiding op grond van een aanwijzing.
- h.
netbeheerder: een bedrijf die een kabel of leiding heeft aangelegd, in overeenstemming met een daarvoor verleende gemeentelijke vergunning of andere instemming van de gemeente en verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van deze kabel en/of leiding.
- i.
niet-vitale kabel: twee of meer geïsoleerde elektrische aders met een gezamenlijke mantel, voor het overbrengen van elektrisch vermogen tot een nominale spanning van 10 kV, om elektriciteit te transporteren van producent naar eindgebruikers.
- j.
niet-vitale leiding: een open buis voor gastransport, met een nominale (gas) druk tot 1 bar, om gas te transporteren van producent naar eindgebruikers.
- k.
niet-vitale leiding: een open buis voor watertransport, met een diameter (watertransport) tot 250 mm, om drinkwater te transporteren van producent naar eindgebruikers.
- l.
openbare ruimte: openbare wegen en wateren, zoals omschreven onder “openbare gronden” in artikel 1 van de AVOI.
- m.
planontwikkeling: het proces waarbij functies, disciplines, partijen, belangen en geldstromen bijeen worden gebracht om de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken te realiseren.
- n.
rijzen: het verticaal omhoog verplaatsen zonder onderbreking van een kabel of leiding.
- o.
verleggen: het nemen van maatregelen waaronder het verplaatsen of verwijderen van kabels of leidingen
- p.
vitale kabel: een elektriciteitskabel met een nominale spanning van 10 kV t/m 23 kV, in afwijking van het gestelde in artikel 1 van de AVOI, exclusief bijbehorende transformatorstations.
- q.
vitale leiding: een gas- of drinkwaterleiding met respectievelijk een druk van 1 t/m 8 bar en een nominale diameter van 250 mm t/m 699 mm, in afwijking van het gestelde in artikel 1 van de AVOI, exclusief bijbehorende verdeelstations.
- a.
Artikel 2 Toepasselijkheid
-
2.1. De onderhavige regeling is van toepassing:
- a.
voor niet-vitale en vitale leidingen in het beheergebied van de gemeente;
- b.
bij werken en werkzaamheden waarop een aanwijzing van toepassing is, waarvan de uitvoering op het moment van inwerking treden van de onderhavige regeling nog niet is aangevangen;
- a.
-
2.2. De onderhavige regeling is niet van toepassing op:
- a.
gemeentelijke kabels en leidingen, zoals:
- •
rioleringen;
- •
verkeerregelinstallaties (VRI);
- •
voedingskabels van openbare verlichting;
- •
- b.
DPO-leidingen;
- c.
telecomkabels, voor zover die vallen onder het verleggingsregime van de Telecommunicatiewet;
- d.
het bouwrijp maken van grond en/of het bouwen van gebouwen ten behoeve van uitsluitend commercieel belang van derden;
- e.
activiteiten die niet behoren tot een bevoegdheid of taak van de gemeente;
- f.
kabels en leidingen met grotere dimensies dan vitale kabels en leidingen;
- g.
bij vitale elektriciteitskabels en gas- of drinkwaterleidingen behorende transformator- en verdeelstations.
- a.
-
2.3. Tot deze regeling behoren de navolgende bijlagen:
- 1.
Nadeelcompensatieregime voor niet-vitale kabels en leidingen;
- 2.
Nadeelcompensatieregime voor vitale kabels en -leidingen;
- 3a.
Format voor een Voornemen tot Verzoek Tot Aanpassing (Voornemen tot VTA);
- 3b.
Format voor een Verzoek Tot Aanpassing (VTA);
- 4.
Format voor een Kostenspecificatie bij een verzoek om nadeelcompensatie;
- 1.
II NADEELCOMPENSATIE
Artikel 3 Nadeelcompensatie algemeen
-
3.1 De netbeheerder die een aanwijzing krijgt en hiervoor kosten moet maken die uitgaan boven het normale bedrijfsrisico en die hiertegen niet of niet voldoende is verzekerd, kan de gemeente verzoeken om hem, met inachtneming van het gestelde in de onderhavige regeling, een nadeelcompensatie toe te kennen.
-
3.2 Alleen wanneer de gemeente aan de netbeheerder een vergunning of enig ander wettig bewijs van instemming heeft afgegeven voor het aanleggen van de kabel of leiding waarop een aanwijzing is gegeven, komt de netbeheerder in aanmerking voor nadeelcompensatie.
-
3.3 De netbeheerder komt niet in aanmerking voor nadeelcompensatie als in de in artikel 3.2 bedoelde vergunning of enig ander wettig bewijs van instemming is opgenomen dat binnen een bepaalde periode (van maximaal vijf jaren) na vergunningverlening een verlegging van de kabel of leiding is voorzien en binnen deze periode een aanwijzing wordt gegeven.
Artikel 4 Nadeelcompensatie binnen de openbare ruimte
-
4.1 Bij het op grond van een aanwijzing verleggen van een kabel of leiding binnen de openbare ruimte wordt de nadeelcompensatie in beginsel gebaseerd op de kosten van:
- a.
ontwerp en begeleiding
(ook bekend als VAT-kosten: voorbereiding, administratie en toezicht);
- b.
uit- en in bedrijfstellen;
- c.
uitvoering;
- d.
materiaal.
- a.
-
Onder de onderhavige regeling worden deze kosten berekend overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk IV van deze regeling.
-
4.2 Bij het op grond van een aanwijzing verleggen van een kabel of leiding binnen de openbare ruimte komt de netbeheerder, afhankelijk van de liggingsduur en het soort kabel en/of leiding, in aanmerking voor nadeelcompensatie gebaseerd op de in artikel 4.1 genoemde kosten:
- a.
binnen 5 jaren bedraagt de nadeelcompensatie 100% van de kosten;
- b.
bij niet-vitale kabels of leidingen: vanaf het 6e jaar bedraagt de nadeelcompensatie 80% van de kosten, trapsgewijs teruglopend naar 0% vanaf het 16e jaar, volgens het schema in bijlage 1;
- c.
bij vitale kabels en –leidingen: vanaf het 6e jaar bedraagt de nadeelcompensatie 80% van de kosten, trapsgewijs teruglopend naar 0% vanaf het 31e jaar, volgens het schema in bijlage 2.
- a.
-
4.3 De netbeheerder dient de liggingsduur aan te tonen. Indien hij dit niet kan, wordt uitgegaan van een liggingsduur:
- a.
langer dan vijftien jaar van niet-vitale kabels of leidingen;
- b.
langer dan dertig jaar van vitale kabels of leidingen.
- a.
-
4.4. Indien de netbeheerder gevolg heeft gegeven aan een aanwijzing en de gemeente nalaat om binnen vijf jaar te starten met de uitvoering van de werkzaamheden, op grond waarvan de aanwijzing is gegeven, of deze zodanig anders heeft uitgevoerd dat de verlegging onnodig is geweest, heeft de netbeheerder recht op volledige vergoeding van de in artikel 4.1 genoemde kosten, verminderd met de (reeds) toegekende nadeelcompensatie, tenzij hierbij sprake is van overmacht of onvoorziene omstandigheden.
Artikel 5 Nadeelcompensatie buiten de openbare ruimte
-
5.1 Bij het op grond van een aanwijzing verleggen van een kabel of leiding buiten de openbare ruimte wordt de nadeelcompensatie in beginsel gebaseerd op de kosten van:
- a.
ontwerp en begeleiding (VAT-kosten);
- b.
uitvoering.
Onder de onderhavige regeling worden deze kosten berekend overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk IV van deze regeling.
- a.
-
5.2 Bij het op grond van een aanwijzing verleggen van een kabel of leiding buiten de openbare ruimte komt de netbeheerder, afhankelijk van de liggingsduur en het soort kabel en/of leiding, in aanmerking voor nadeelcompensatie gebaseerd op de in artikel 5.1 genoemde kosten:
- a.
binnen 5 jaren bedraagt de nadeelcompensatie 100% van de kosten;
- b.
bij niet-vitale kabels of leidingen: vanaf het 6e jaar bedraagt de nadeelcompensatie 80% van de kosten, trapsgewijs teruglopend naar 0% vanaf het 16e jaar, volgens het schema in bijlage 1;
- c.
bij vitale kabels en –leidingen: vanaf het 6e jaar bedraagt de nadeelcompensatie 80% van de kosten, trapsgewijs teruglopend naar 0% vanaf het 31e jaar, volgens het schema in bijlage 2;
- d.
wanneer de te verleggen kabel of leiding is gelegen in, op of boven grond die de netbeheerder in eigendom toebehoort bedraagt de nadeelcompensatie 100% van de kosten.
- a.
-
5.3 De netbeheerder dient de liggingsduur aan te tonen. Indien hij dit niet kan, wordt uitgegaan van een liggingsduur:
- a.
langer dan vijftien jaar van niet-vitale kabels of leidingen;
- b.
langer dan dertig jaar van vitale kabels of leidingen.
- a.
-
5.4 Indien de netbeheerder gevolg heeft gegeven aan een aanwijzing en de gemeente nalaat om binnen vijf jaar te starten met de uitvoering van de werkzaamheden, op grond waarvan de aanwijzing is gegeven, of deze zodanig anders heeft uitgevoerd dat de verlegging onnodig is geweest, heeft de netbeheerder recht op volledige vergoeding van de in artikel 5.1 genoemde kosten, verminderd met de (reeds) toegekende nadeelcompensatie, tenzij hierbij sprake is van overmacht of onvoorziene omstandigheden.
Artikel 6 Overige bepalingen
-
6.1 De gemeente en de netbeheerder(s) houden bij de voorbereiding en uitvoering van hun werkzaamheden rekening met wederzijdse belangen en wensen en zijn – ieder voor zich – verantwoordelijk voor het nakomen van schriftelijk overeengekomen (werk)afspraken en toezeggingen, inclusief de gevolgen wanneer deze afspraken en/of toezeggingen niet worden nagekomen.
-
6.2 Indien een verlegging op grond van een aanwijzing gefaseerd moet worden uitgevoerd, waardoor een kabel of leiding meerdere keren verlegd moeten worden, geldt deze regeling voor alle werkzaamheden tezamen, waarbij de gemeente als voorwaarde kan stellen dat deze gecombineerd of in samenwerking worden voorbereid en/of uitgevoerd.
III BEPALINGEN VAN PROCEDURELE AARD
Artikel 7 Algemene bepalingen van procedurele aard.
-
7.1 Gedurende het gehele planproces, van initiatieffase t/m gebruiksfase, volgen de gemeente en de netbeheerders de richtlijn van CROW-publicatie 500.
Artikel 8 Werkvoorbereiding
-
8.1 De gemeente maakt een (voorgenomen) plan- of gebiedsontwikkeling zo spoedig mogelijk bekend aan de daarbij betrokken netbeheerders.
-
8.2 Zodra de verlegging van een kabel of leiding in voldoende mate kan worden geduid maakt de gemeente een voorgenomen aanwijzing kenbaar via een Voornemen tot een Verzoek Tot Aanpassing (Voornemen tot VTA, zie bijlage 3a).
-
8.3 Vanuit het streven om een plan- of gebiedsontwikkeling met de laagst mogelijke maatschappelijke impact en kosten te realiseren betrekt de gemeente de bij de (voorgenomen) plan- of gebiedsontwikkeling betrokken netbeheerders middels een of meerdere vooroverleggen.
-
8.4 Vanuit het streven naar de technisch meest adequate aanpak en om een plan- of gebiedsontwikkeling met de laagst mogelijke maatschappelijke impact en kosten te realiseren, kunnen de gemeente en de betrokken netbeheerders besluiten om de uitvoering in een – nader te bepalen – samenwerkingsvorm voor te bereiden.
-
8.5 De bij een plan- of gebiedsontwikkeling van de gemeente betrokken netbeheerders mogen hun uitvoering gecombineerd voorbereiden en dienen de gemeente daarvan vooraf schriftelijk op de hoogte te stellen.
-
8.6 Indien een (voorgenomen) plan- of gebiedsontwikkeling van de gemeente samenvalt met de ligging van vitale kabels of –leidingen is het, op grond van het soort en de belangen van deze kabels en leidingen redelijkerwijs voorkomen van verlegging(en) hiervan een uitgangspunt bij de planvorming, mits dit planologisch mogelijk is en/of voor de gemeente geen onaanvaardbare financiële consequenties heeft.
-
8.7 Indien de gemeente en een netbeheerder concluderen dat een kabel of leiding niet hoeft te worden verlegd, krijgt de netbeheerder de gelegenheid om deze kabel of leiding op eigen kosten te verbeteren, opwaarderen, vervangen, verwijderen of rijzen, met dien verstande dat dit de plan- of gebiedsontwikkeling niet vertraagd en/of dit voor de gemeente niet tot hogere kosten leidt.
-
8.8 Indien de bij een plan- of gebiedsontwikkeling van de gemeente betrokken netbeheerders en de gemeente, voor het geheel aan werkzaamheden, specifieke werkafspraken, inclusief een planning, zijn overeengekomen wordt dit schriftelijk vastgelegd in een projectgebonden Samenwerkingsovereenkomst (SOK).
-
8.9 Indien de bij een plan- of gebiedsontwikkeling van de gemeente betrokken netbeheerders en de gemeente geen specifieke werkafspraken en/of planning zijn overeengekomen geeft de gemeente een aanwijzing via een Verzoek Tot Aanpassing (VTA, zie bijlage 3b).
Artikel 9 Uitvoering
-
9.1 De bij de uitvoering van werken van de gemeente betrokken netbeheerder moet haar werkzaamheden zodanig inplannen en uitvoeren dat de door of namens de gemeente uit te voeren werkzaamheden geen vertraging oplopen, tenzij dit door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet mogelijk is.
-
9.2 De betrokken netbeheerder is ertoe gehouden de verlegging uit te voeren voorafgaand aan de start van de uitvoering van de plan- of gebiedsontwikkeling, doch tenminste zesentwintig (26) weken na verzending van de betreffende aanwijzing, tenzij partijen bij de werkvoorbereiding specifieke werkafspraken en een planning in een SOK, als bedoeld in artikel 8.8, hebben vastgelegd.
-
9.3 Wanneer bij een plan- of gebiedsontwikkeling meerdere netbeheerders betrokken zijn, dan mogen de verleggingen gecombineerd worden uitgevoerd en/of gecoördineerd, mits de gemeente daarvan vooraf schriftelijk op de hoogte wordt gesteld.
-
9.4 De gemeente en de betrokken netbeheerder(s) kunnen in overleg besluiten om de werkzaamheden in een – nader te bepalen – samenwerkingsvorm uit te voeren, indien dit wenselijk is vanuit het streven naar de technisch meest adequate aanpak en om de plan- of gebiedsontwikkeling met de laagst mogelijke maatschappelijke impact en kosten te realiseren,
-
9.5 Indien – naar het oordeel van de gemeente – de maatschappelijke impact van de uitvoering van de werken van de gemeente in combinatie met de op grond daarvan aangewezen verlegging(en) aantoonbaar en substantieel lager is wanneer deze gecombineerd of in samenwerking worden uitgevoerd, kan de gemeente een dergelijke wijze van uitvoeren als voorwaarden opnemen in de aanwijzing.
-
9.6 De netbeheerder informeert de gemeente terstond en schriftelijk, doch uiterlijk binnen twee weken nadat de werkzaamheden zijn afgerond, over de datum waarop de aangewezen verlegging is opgeleverd.
Artikel 10 Verzoek om nadeelcompensatie
-
10.1 Een netbeheerder mag een verzoek om nadeelcompensatie indienen bij de gemeente tot uiterlijk zes maanden na afronding van haar werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 9.6
-
10.2 Een netbeheerder mag een verzoek om nadeelcompensatie op grond van artikel 4.4 of artikel 5.4 indienen bij de gemeente tot uiterlijk zes jaar na de betreffende aanwijzing.
-
10.3 In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een verzoek om nadeelcompensatie ten minste:
- a.
een afschrift van de aanwijzing;
- b.
een kostenspecificatie, volgens het format van bijlage 4, opgesteld in overeenstemming met het gestelde in artikel 13.2;
- c.
het bewijs van de liggingsduur van de kabel of leiding, zoals bedoeld in artikel 1.2, waarop de aanwijzing is gegeven;
- d.
een kopie van de originele overeenkomst, wanneer de kabel of leiding met een zakelijk recht is aangelegd (indien van toepassing);
- e.
een overzicht van andere netbeheerder(s) waarmee is samengewerkt, indien de werkzaamheden in combinatie zijn uitgevoerd.
- a.
-
10.4 Indien de werkzaamheden in combinatie of in samenwerking zijn voorbereid en/of uitgevoerd, dan moet één netbeheerder namens alle netbeheerders, daartoe bepaaldelijk gemachtigd door de andere netbeheerders, een gecombineerd verzoek om nadeelcompensatie indienen, inclusief een onderbouwde verdeling van de kosten per netbeheerder.
Artikel 11 Vaststelling nadeelcompensatie
-
11.1 11.1 De beslistermijn op een verzoek, zoals bedoeld in artikel 10, bedraagt acht weken. De gemeente kan als volgt beslissen:
- a.
indien het verzoek voldoet aan de gestelde voorwaarden volgens de onderhavige regeling, kent de gemeente een nadeelcompensatie toe overeenkomstig de in deze regeling daarvoor opgenomen bepalingen.
De gemeente heeft bij de beoordeling van het verzoek het recht om de kostenspecificatie te laten toetsen door een derde.
- b.
indien het verzoek naar het oordeel van de gemeente niet of onvoldoende is onderbouwd stelt de gemeente de netbeheerder in de gelegenheid om dit verzuim binnen een termijn van (maximaal) vier weken nader te onderbouwen en wordt de beslistermijn met vier weken opgeschort. Ingeval de netbeheerder het verzuim niet of niet tijdig heeft hersteld – wordt het verzoek buiten behandeling gesteld.
- c.
indien het verzoek is ingediend na de in artikel 10.1 of artikel 10.2 genoemde termijn of de gemeente niet of niet tijdig is geïnformeerd over de opleverdatum als bedoeld in artikel 9.6, kan de gemeente het verzoek buiten behandeling stellen.
- d.
indien het verzoek niet voldoet aan de voorwaarden voor nadeelcompensatie conform de onderhavige regeling, wijst de gemeente het verzoek af.
- a.
-
11.2 De gemeente kan de beslistermijn uit artikel 11.1 eenmalig met acht weken verlengen. De netbeheerder wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.
-
11.3 Indien de werkzaamheden in combinatie of in samenwerking zijn voorbereid en/of uitgevoerd, baseert de gemeente de nadeelcompensatie op de werkelijke kosten van de uitgevoerde werkzaamheden.
-
11.4 Indien een gecombineerd verzoek, zoals bedoeld in artikel 10.4, is ingediend, baseert de gemeente de nadeelcompensatie per netbeheerder op de in het verzoek onderbouwde verdeling van de kosten.
-
11.5 Het rijzen als gevolg van grondverzakking en het opwaarderen of (kwantificeerbaar) verbeteren van een kabel of leiding die op grond van een aanwijzing wordt verlegd is uitgesloten van nadeelcompensatie.
Artikel 12 Betaling nadeelcompensatie
-
12.1 Indien de gemeente nadeelcompensatie heeft toegekend, zoals bedoeld in artikel 11.1 sub a, bericht de gemeente de belang netbeheerder hebbende hier terstond schriftelijk over.
-
12.2 De toegekende nadeelcompensatie is onbelast / vrij van BTW.
-
12.3 Uitbetaling van de nadeelcompensatie vindt in beginsel plaats binnen 30 dagen na het bericht, als bedoeld in artikel 12.1.
IV KOSTENTECHNISCHE BEPALINGEN
Artikel 13 Algemeen
-
13.1 Bij het verleggen van kabels en leidingen onderscheiden we de kosten voor:
- a.
ontwerp en begeleiding (VAT-kosten)
- b.
uit- en in bedrijfstellen;
- c.
uitvoering;
- d.
materiaal.
- a.
-
13.2 De kostenspecificatie bij een verzoek om nadeelcompensatie moet zijn opgesteld in overeenstemming zijn met de “Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatwerken en spoorwerken”(NKL 2024), tenzij de gemeente en de netbeheerder anders zijn overeengekomen.
Artikel 14 Kosten voor ontwerp en begeleiding (VAT-kosten)
-
14.1 Kosten voor ontwerp en begeleiding (VAT-kosten) betreffen de kosten voor:
- a.
engineering;
- b.
aanbesteding;
- c.
vergunningen, inclusief leges;
- d.
directievoering en toezicht houden;
- e.
overleg en correspondentie.
- a.
-
14.2 Kosten voor ontwerp en begeleiding (VAT-kosten) die behoren tot de reguliere bedrijfsvoering van de netbeheerder zijn uitgesloten van nadeelcompensatie.
Artikel 15 Kosten van uit- en in bedrijfstellen
-
15.1 Kosten van uit- en in bedrijfstellen, ten behoeve van de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de netbeheerder, betreffen de kosten voor:
- a.
het spannings- of productloos maken van de kabel of leiding;
- b.
het weer in bedrijf stellen van de kabel of leiding;
- c.
bijbehorende en noodzakelijke, tijdelijke operationele voorzieningen.
- a.
Artikel 16 Uitvoeringskosten
-
16.1 Uitvoeringskosten betreffen de kosten voor:
- a.
civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden, inclusief constructieve en tijdelijke voorzieningen en maatregelen;
- b.
het verwijderen van vervallen kabels en leidingen, inclusief de afvoer en stort daarvan, met uitzondering van de stortkosten van asbesthoudende materialen (omdat deze bij vervanging van de kabel of leiding op eigen initiatief ook ten laste komen van de netbeheerder).
- a.
Artikel 17 Materiaalkosten
-
17.1 Onder materiaalkosten verstaan we de kosten van de bedrijfseigen materialen van de te verleggen kabel of leiding, inclusief installaties die noodzakelijk zijn voor het in stand houden van de functie daarvan en eventuele beschermingsconstructies.
V OVERIGE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 18 Overgangsbepaling
-
18.1 Voor zover er nog sprake is van een terzake geldige privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en een netbeheerder, zijn de bepalingen in deze regeling, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing.
Artikel 19 Inwerkingtreding
-
19.1 De onderhavige regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Artikel 20 Citeertitel
-
20.1 De onderhavige regeling wordt aangehaald als: Verlegregeling gemeente Zuidplas 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 14 april 2026.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas,
De burgemeester,
J.F. Weber
de secretaris,
M. Burgmans
TOELICHTING OP DE VERLEGREGELING GEMEENTE ZUIDPLAS 2025
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
Met enige regelmaat komt het voor dat de gemeente, bij de uitvoering van haar taken ter behartiging van het algemeen belang, besluiten neemt, dan wel werken uitvoert of doet uitvoeren, waardoor een of meer burgers of bedrijven onevenredig zwaar worden benadeeld. Deze besluiten of feitelijke handelingen zijn wel rechtmatig.
Toch kan er onder omstandigheden een verplichting tot vergoeden van schade ontstaan. Deze verplichting is gebaseerd op het rechtsbeginsel van "égalité devant les charges publiques" (gelijkheid van openbare lasten).
Het college is op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht (“Awb”) bevoegd tot het vaststellen van nadere regels met betrekking tot een hen toekomende of onder hen verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hen gedelegeerde bevoegdheid. Met het vaststellen van deze verlegregeling is een regeling in het leven geroepen op grond waarvan benadeelden voldoende zekerheid wordt verschaft op welke wijze een aanvraag om nadeelcompensatie kan worden ingediend en volgens welke normen het eventuele nadeel dat niet ten laste van de benadeelde behoort te blijven, zal worden vergoed. De regeling roept geen nieuwe aansprakelijkheden in het leven, anders dan die naar de huidige stand van het recht al bestaan.
De gemeente zal de binnen haar grondgebied aanwezige netbeheerders in een zo vroeg mogelijk stadium informeren over haar plannen. Daartoe worden onder meer op reguliere basis coördinatie overleggen kabels en leidingen gehouden, waarvoor alle netbeheerders worden uitgenodigd. Doel van deze (niet vrijblijvende) bijeenkomsten is elkaar wederzijds te informeren over geplande werkzaamheden en projecten in de infrastructuur. De netbeheerders informeren de gemeente hierbij over hun meerjarenplannen, jaarplannen en plannen die op korte termijn worden gerealiseerd.
Artikel 1
Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 2
In artikel 2.2. sub c zijn telecomkabels uitgezonderd van deze regeling. Deze kabels vallen onder de Telecommunicatiewet die voor het uitvoeren van verleggingen van kabels en de kosten daarvan een geheel eigen regeling kent.
In artikel 2.2. sub d is bepaald dat deze nadeelcompensatieregeling niet van toepassing is bij het bouwrijp maken van grond ten behoeve van derden of activiteiten niet behorende tot de taak van de gemeente. Hiermee worden commerciële projecten bedoeld die de gemeente met een commerciële partij (bijvoorbeeld een projectontwikkelaar) overeenkomt. In die gevallen waar, voor het bouwrijp maken van gronden om die commerciële projecten te kunnen realiseren, kabels of leidingen verlegd moeten worden, komen de kosten daarvan voor rekening van de gemeente. De gemeente kan de kosten een op een in rekening brengen bij de betreffende commerciële partij.
HOOFDSTUK IINADEELCOMPENSATIE
Artikel 3
Als het college besluit om een aanwijzing te geven tot het aanpassen van de ligging van kabels of leidingen – als gevolg van het voornemen tot een plan- of gebiedsontwikkeling – en dit leidt voor een netbeheerder tot schade die redelijkerwijs niet of niet geheel tot haar normale maatschappelijke risico mag worden gerekend, dan kan de netbeheerder nadeelcompensatie aanvragen. Op basis van deze regeling wordt bepaald of nadeelcompensatie toegekend wordt en hoe hoog de vergoeding is die wordt uitgekeerd.
Als toestemming wordt of is verleend aan een netbeheerder voor het leggen van een kabel of leiding, op een locatie waarvan de gemeente vermoedt dat de kabel of leiding binnen 5 jaren verlegd zal moeten worden als gevolg van de uitvoering van haar werken en in de vergunning daartoe een bepaling is opgenomen, dan zal geen nadeelcompensatie plaats vinden.
Artikel 4
Voor de hoogte van de nadeelcompensatie zijn de artikelen in hoofdstuk 2 van de verlegregeling bepalend. De omvang van de nadeelcompensatie is afhankelijk van de kosten voor verleggen als gevolg van een aanwijzing. Deze kosten dienen inzichtelijk te worden gemaakt aan de hand van de verschillende kostenposten.
Voor de vaststelling van de periode waarover nadeelcompensatie plaatsvindt is voor de overheid in beginsel de voorzienbaarheid het uitgangspunt.
In bijlage 1 en 2 is met schema’s de nadeelcompensatie opgenomen voor de kosten voor het verleggen van kabels of leidingen die onder de werkingssfeer van artikel 4 vallen.
De periode van vijf jaren is de periode waarin redelijkerwijs voorzienbaar is of werken in de openbare ruimte plaats zullen gaan vinden. Vanaf het zesde tot en met het (afhankelijk van de aard van de kabel of leiding) vijftiende, danwel dertigste jaar is de periode waarin de voorzienbaarheid steeds minder wordt.
Als de toestemming voor het aanleggen van de kabel of leiding vijftien, danwel dertig jaar of langer geleden is afgegeven, zal geen nadeelcompensatie worden uitgekeerd. De kosten voor het verleggen worden na de genoemde termijnen volledig tot het maatschappelijke risico van de netbeheerder gerekend.
Kabels of leidingen die al verlaten waren voordat het verzoek tot verleggen door de gemeente is verstuurd, moeten op kosten van de netbeheerder verwijderd worden, ongeacht de leeftijd van die kabel of leiding.
Artikel 5
Dit artikel handelt over de hoogte van de nadeelcompensatie als de kabel of leiding van de netbeheerder verlegd, verwijderd of aangepast moet worden en niet in de openbare ruimte ligt.
Als een kabel of leiding in de openbare ruimte ligt en doorloopt buiten de openbare ruimte en die kabel of leiding moet verlegd worden vanwege werkzaamheden in de openbare ruimte verlegd worden, dan heeft dit soms ook consequenties voor het gedeelte van die kabel of leiding dat buiten de openbare ruimte ligt.
Artikel 5.2. sub d handelt over de situatie dat een kabel of leiding in openbaar gebied moet worden verlegd die gedeeltelijk ook op eigen terrein van de netbeheerder ligt. Het is mogelijk dat door de verlegging van de openbare kabel of leiding de niet-openbare kabel of leiding ook verlegd moet worden. Dan dient de verlegging van de kabel of leiding gesplitst te worden in een gedeelte in openbare grond en een gedeelte in niet-openbare grond. Voor de bepaling van de hoogte van de nadeelcompensatie is in dit artikel aangesloten bij hetgeen bepaald is in de Onteigeningswet. Dit betekent dat 100% van het schadebedrag vergoed zal worden.
We onderscheiden de situaties dat sprake is van ligging van een kabel of leiding in grond die in eigendom is van netbeheerder zelf, de kabel of leiding met een zakelijk recht ligt en of een recht krachtens de Belemmeringenwet privaatrecht (BP) rust op de kabel of leiding enerzijds en overige rechtsposities anderzijds. Het onderscheid wordt gemaakt in aansluiting op gelijke bepalingen in de Overeenkomst op rijksniveau (NKL ’24). Volgens de regels van het onteigeningsrecht kan aanspraak worden gemaakt op volledige schadeloosstelling in geval een kabel of leiding ligt in grond die in eigendom is van de netbeheerder, ingeval er een zakelijk recht rust op deze kabel of leiding of een BP-gedoogplicht bestaat.
Als de te verleggen, te verwijderen of aan te passen kabel of leiding niet in de openbare ruimte ligt en niet in grond van de netbeheerder, noch met een zakelijk recht of een gedoogplicht op basis van de Belemmeringenwet privaatrecht, dan bestaat de nadeelcompensatie uit de kosten van ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten. De materiaalkosten en de kosten van uit- en in bedrijfstellen worden niet vergoed.
Artikel 6
In het eerste lid van dit artikel wordt het belang van een vruchtbare samenwerking benadrukt, waarbij de gemeente en de netbeheerder(s) zich inspannen om de wederzijdse belangen steeds zo veel mogelijk te respecteren.
Het tweede lid van dit artikel handelt over de situatie waarbij vanwege een gemeentelijk project sprake is van meerdere verleggingen van dezelfde kabel of leiding op dezelfde projectlocatie, al dan niet tijdelijk van aard, op de eerste verlegging artikel 4 en/of 5 van toepassing zijn.
Als vanwege (de uitvoering van) het gemeentelijke project een kabel- of leidingvoorziening (bijvoorbeeld een noodnet, een bypass of een ondersteuningsconstructie) moet worden aangebracht, die weer wordt opgeheven zodra de definitieve verlegging is gerealiseerd, dan wordt dat gezien als een aanpak van de uit te voeren werkzaamheden.
HOOFDSTUK IIIBEPALINGEN VAN PROCEDURELE AARD
Artikel 7
Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 8
De gemeente voert vooroverleg met de netbeheerder nadat deze is geïnformeerd over de plannen van de gemeente en de mogelijke consequenties voor betrokken kabels of leidingen.
De gemeente streeft ernaar om in overleg tot overeenstemming te komen over het geheel van de uit te voeren werkzaamheden. Tijdens het vooroverleg worden onder andere de technische oplossing(en) en planning aan de orde gesteld.
Als bij de voorbereiding van een plan- of gebiedsontwikkeling een planning en specifieke werkafspraken zijn overeengekomen en zijn vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst (SOK), gelden die afspraken.
De aanwijzing tot het verleggen van kabels en/of leidingen richt zich op de noodzaak en het tijdstip waarop dit gerealiseerd moet zijn. De aanwijzing handelt uitdrukkelijk niet over ontstane schade en nadeelcompensatie. Die aspecten komen aan de orde in het besluit dat genoemd wordt in artikel 11 en dat genomen kan worden nadat een aanvraag om nadeelcompensatie is ingediend door de netbeheerder.
Artikel 9
Vanuit het streven naar het uitvoeren van de werkzaamheden met de laagst mogelijke maatschappelijke impact en kosten zijn de bij het verleggen van kabels of leidingen betrokken netbeheerders gehouden aan de in de SOK vastgelegde, danwel de in de aanwijzing genoemde termijn.
Wanneer het – in redelijkheid – niet lukt om overeenstemming te bereiken en/of werkafspraken te maken en vast te leggen in een SOK, geldt dat de gemeente de netbeheerder met een VTA een aanwijzing zal geven om de betreffende kabel of leiding te verleggen voorafgaand aan de start van de uitvoering van de plan- of gebiedsontwikkeling, waarbij als uitgangspunt een termijn van tenminste zesentwintig (26) weken geldt. Deze termijn is gebaseerd op de uit de consultatieronde bij het vormen van deze verlegregeling verkregen input.
In de aanwijzing kan als voorwaarde worden gesteld dat de werkzaamheden gecombineerd of in samenwerking moeten worden voorbereid en/of uitgevoerd. De gemeente stelt deze voorwaarde niet lichtvoetig en zal voorafgaande aan het stellen van deze voorwaarde daarover overleg voeren met de netbeheerder(s).
Artikel 10
De netbeheerder zal zelf moeten aantonen of aannemelijk moeten maken op welk moment de betreffende kabel of leiding op die locatie is aangelegd. In beginsel zal dit een vergunning of goedgekeurde melding. Als niet kan worden aangetoond of aannemelijk kan worden gemaakt wanneer de toestemming is verleend c.q. op welke datum het liggen is aangevangen, wordt er van uit gegaan dat de betreffende kabel of leiding langer dan vijftien, respectievelijk dertig jaar aanwezig is.
De datum waarop een verlegging is opgeleverd is bepalend voor het ingaan van de termijn waarbinnen de netbeheerder een aanvraag om nadeelcompensatie kan indienen.
Een verzoek om nadeelcompensatie vanwege het bepaalde in artikel 4.4. of 5.4. kan worden ingediend tot zes jaar na de aanwijzing tot het verleggen van een kabel of leiding, waarbij geldt dat de datum waarop de netbeheerder de aanwijzing heeft ontvangen bepalend is voor het ingaan van de termijn waarbinnen netbeheerder een aanvraag om nadeelcompensatie kan indienen.
Om tot een beslissing te kunnen komen op het verzoek van de netbeheerder, zijn meer gegevens noodzakelijk dan in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht als minimum opgesomd is. De aanduiding van de aard en de omvang van de schade en de specificatie van het schadebedrag dienen daarom bepaald te worden op basis van te onderscheiden kostenposten, gebruik makend van de bijlage 4.
Artikel 11
Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek om nadeelcompensatie een besluit inhoudende een van de in dit artikel opgesomde mogelijkheden. Het verzoek om nadeelcompensatie wordt niet in behandeling genomen als deze buiten de in artikel 10.1 en 10.2. gestelde termijn is ingediend.
Als het verzoek onvoldoende gegevens bevat voor een beoordeling van de nadeelcompensatie of voor de vaststelling van het schadebedrag, krijgt de netbeheerder vier weken de gelegenheid om aanvullende informatie te verstrekken. De termijn van acht weken na indiening van de aanvraag om nadeelcompensatie waarbinnen het college een besluit neemt wordt dan opgeschort met ingang van de dag waarop om aanvullende informatie wordt gevraagd.
Het college kan de termijn eenmalig verlengen, met een maximum van acht weken. Dit zal schriftelijk aan de netbeheerder worden medegedeeld.
Uit artikel 11.4 volgt dat in geval van bundeling van werkzaamheden van verschillende netbeheerders de nadeelcompensatie worden verdeeld over de netbeheerders. De compensatie voor het verleggen als gevolg van een aanwijzing worden verdeeld op basis van aan de netbeheerders toe te delen individuele kosten en de gezamenlijke kosten, overeenkomstig het gestelde in de artikelen 4 en 5. De verdeelsleutel voor de gezamenlijke kosten wordt – in beginsel – bepaald op basis van de individuele kosten voor de uitvoering.
In artikel 11.5 is bepaald dat voor netverbetering, capaciteitsvergroting of rijzen (al dan niet als gevolg van grondverzakking) van kabels of leidingen, al dan niet op verzoek van de gemeente, geen nadeelcompensatie wordt toegekend.
De vaststelling van nadeelcompensatie is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarvoor mogelijkheden van bezwaar en beroep bestaan.
Artikel 12
Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
HOOFDSTUK IV KOSTENTECHNISCHE BEPALINGEN
Artikel 13
De nadeelcompensatie wordt berekend op basis van werkelijke kosten die direct toegerekend kunnen worden aan de uitgevoerde werkzaamheden. Hierbij is van belang dat het geheel aan werkzaamheden ten behoeve van de betreffende plan- of gebiedsontwikkeling moeten worden uitgevoerd op basis van de technisch meest adequate aanpak en tegen de maatschappelijk laagste kosten.
Artikel 14
Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 15
Tijdelijke operationele voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn om de levering tijdens de uitvoering van een verlegging te waarborgen. Voorbeelden zijn extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering en hulpmiddelen zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten.
Artikel 16
Kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden zijn bijvoorbeeld werkputten en ondersteuningen. Alle tijdelijke voorzieningen van fysieke aard die nodig zijn voor een verlegging vallen onder de uitvoeringskosten. Onder dergelijke voorzieningen worden alle tijdelijke fysieke leidingverbindingen verstaan die de netbeheerder moet aanleggen om de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de betrokken netbeheerder te waarborgen. Het betreffen voorzieningen die worden opgeheven zodra de verlegging is gerealiseerd. Ook de kosten die moeten worden gemaakt om de oude kabel of leiding uit de grond te halen vallen onder uitvoeringskosten.
Ook het opslaan in hanteerbare stukken, het transport op de bouwlocatie en de kosten samenhangend met het verwijderen, afvoeren en storten van als gevolg van de aanwijzing vallen onder uitvoeringskosten. Vervallen kabels en leidingen vallen onder uitvoeringskosten (behalve de stortkosten van asbesthoudende stoffen omdat deze kosten bij vervanging van leidingen op eigen initiatief ook ten laste komen van de netbeheerder).
Artikel 17
Onder materiaalkosten worden in elk geval verstaan kosten van kabel- en leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, alsook kosten van bouwmaterialen, al dan niet bestemd voor gebouwen waarin delen van kabel- of leidingsystemen worden ondergebracht. Ook materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van derden (en niet door gemeente) vallen onder de materiaalkosten.
HOOFDSTUK V OVERIGE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 18
In dit artikel is bepaald dat als de gemeente en een netbeheerder in een privaatrechtelijke overeenkomst afspraken hebben vastgelegd over hoe om te gaan met werkzaamheden en de vergoeding van bijbehorende kosten, deze overeenkomst voorgaat op de in deze verlegregeling vastgelegde bepalingen, voor zover die bepalingen strijdig aan elkaar zijn.
Artikel 19
Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 20
Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl