Subsidieregeling Kunst en Cultuur Alphen aan den Rijn 2027 - 2030

Geldend van 06-05-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Kunst en Cultuur Alphen aan den Rijn 2027 - 2030

Besluit van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn tot vaststelling van de Subsidieregeling Kunst en Cultuur Alphen aan den Rijn 2027-2030

Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn;

overwegende dat het gemeentebestuur het creëren van een kunstzinnig en cultureel, openbaar toegankelijk aanbod aan kunst en cultuurbeoefening, zowel professioneel als in de vrije tijd, door gevestigde organisaties als ook door pioniers wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;

gelet op de Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Kunst en Cultuur Alphen aan den Rijn 2027-2030

Paragraaf 1: Algemeen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    Adviescommissie: een interne ambtelijke commissie die de aanvragen beoordeelt aan de hand van de in deze regeling benoemde beoordelingscriteria;

  • -

    Alphense Culturele Basis: het geheel van professionele organisaties die als kernorganisaties het fundament vormen van de Alphense culturele sector;

  • -

    Actieve leden: contributie betalende leden van een organisatie, die de activiteiten ervan mede uitvoeren. De artistieke leiders, bestuurders, commissarissen, donateurs, ereleden en dergelijke worden niet als zodanig aangemerkt;

  • -

    Activiteiten: de werkzaamheden van een organisatie gericht op de beoefening van kunst en cultuur;

  • -

    Artistiek leider: een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf en dergelijke, die hiertoe een erkende opleiding heeft gevolgd en/of aantoonbare relevante ervaring heeft;

  • -

    Asv 2020: Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020;

  • -

    Code Diversiteit & Inclusie: gedragscode om culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren, te raadplegen via https://codedi.nl/;

  • -

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn;

  • -

    Culturele functie: categorie van bepaalde activiteiten, gericht op een bepaald resultaat, die door één of meer professionele organisaties kunnen worden gerealiseerd.

  • -

    Culturele maker: een professionele kunstenaar of culturele ondernemer die minstens twee jaar actief is in de gemeente Alphen aan den Rijn en als zodanig geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel;

  • -

    Culturele organisatie: een rechtspersoon die zich structureel of in hoofdzaak bezighoudt met kunstzinnige of culturele activiteiten die bijdragen aan een veelzijdig kunst- en cultuuraanbod of die een bijdrage levert aan de kunst- en culturele infrastructuur;

  • -

    Cultuureducatie: het kennis laten maken met een kunstvorm, bijvoorbeeld het leren bespelen van een instrument, tekenles, dans- en muziekonderwijs, zodat kinderen en jongeren hun talenten verder kunnen ontdekken;

  • -

    Cultuurparticipatie: het beoefenen of ervaren van een vorm van kunst of cultuur, bijvoorbeeld het (mede) maken of het zien van een voorstelling of schilderij. Het beoefenen gebeurt zowel op amateurniveau als op professioneel niveau en zowel individueel als in groepsverband;

  • -

    Eenjarige subsidie: subsidie voor het subsidietijdvak van één kalenderjaar;

  • -

    Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie, te raadplegen via https://fairpracticecode.nl/;

  • -

    Governance Code Cultuur: toetsingskader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties, te raadplegen via https://www.cultuur-ondernemen.nl/governance-code-cultuur/principe/introductie;

  • -

    Jeugdigen/jeugdleden: personen in de leeftijd t/m 18 jaar;

  • -

    Kunst- en cultuurvisie: de Kunst- en cultuurvisie gemeente Alphen aan den Rijn 2021 – 2030;

  • -

    Multifunctionele accommodatie (MFA): een gebouw waarin verschillende maatschappelijke organisaties en functies samenkomen op een centrale locatie;

  • -

    Openbare optredens: een door een organisatie georganiseerde, voor publiek toegankelijke, activiteit waaraan door publiciteit bekendheid wordt gegeven;

  • -

    Professionele organisatie: een organisatie die over een professionele medewerkersbezetting beschikt die zich beroepsmatig bezighoudt met de uitvoering van kunst- dan wel culturele activiteiten;

  • -

    Projectsubsidie Cultuur: een eenmalige subsidie voor een op zichzelf staande activiteit op het gebied van kunst en cultuur, met een duidelijk begin en eind, uitgevoerd door een of meer culturele makers of een culturele organisatie;

  • -

    Vierjarige subsidie: subsidie voor vier aaneengesloten kalenderjaren voor het subsidietijdvak 2027-2030;

  • -

    Vrijwilligersorganisatie: een organisatie die zich bezighoudt met kunst en cultuur, waarbij de activiteiten hoofdzakelijk door vrijwilligers worden uitgevoerd.

Artikel 1.2 Algemene Doelstelling

Met deze regeling wil het college een stimulans bieden aan kunst- en culturele activiteiten, in de gemeente Alphen aan den Rijn die bijdragen aan de doelstellingen zoals verwoord in de Kunst- en cultuurvisie 2021-2030. Doel is het creëren van een divers, kunstzinnig en cultureel, openbaar toegankelijk aanbod aan kunst- en cultuurbeoefening, zowel professioneel als in de vrije tijd, door gevestigde organisaties als ook door pioniers.

Artikel 1.3. Subsidiecategorieën

Deze subsidieregeling omvat de volgende subsidiecategorieën:

  • 1.

    Alphense Culturele Basis

  • 2.

    Projectsubsidies Cultuur

  • 3.

    Eenjarige structurele subsidie

  • 4.

    Vierjarige structurele subsidie

Paragraaf 2: Alphense Culturele Basis

Artikel 2.1 Doelstelling

Op grond van deze paragraaf wil het college de Alphense Culturele Basis middels vierjarige subsidies faciliteren voor het ontwikkelen, produceren en presenteren van culturele activiteiten.

Artikel 2.2 Doelgroep en voorwaarden

Subsidies voor de Alphense Culturele Basis worden uitsluitend verstrekt aan professionele culturele organisaties die:

  • a.

    Minimaal 3 jaar gevestigd zijn in de gemeente Alphen aan den Rijn;

  • b.

    Aantoonbaar ervaring hebben met het uitvoeren van de culturele functie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • c.

    Een statutaire doelstelling hebben op het gebied van kunst en cultuur;

  • d.

    Een culturele functie vervullen zoals genoemd in artikel 2.3;

  • e.

    De drie culturele codes: de Fair Practice Code, de Code Diversiteit en Inclusie en de Governance Code Cultuur onderschrijven.

Artikel 2.3 Activiteiten

  • 1. Het college kan een subsidie Alphense Culturele Basis verstrekken voor activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de volgende culturele functies:

    • a.

      Een theater;

    • b.

      Een bibliotheek;

    • c.

      Een cultuurcentrum;

    • d.

      Een organisatie voor muziekeducatie;

    • e.

      Een organisatie voor jeugdtheatereducatie;

    • f.

      Een lokale omroep;

    • g.

      Overig (nader door het college te bepalen toekomstige culturele functie).

    De functies worden verder toegelicht in onderdeel 1.1 van bijlage 1, die integraal onderdeel uitmaakt van deze regeling:

  • 2. Per functie zoals genoemd in lid 1 van dit artikel is maximaal één Alphense Culturele Basis subsidie beschikbaar.

Artikel 2.4 Beoordelingscriteria

  • 1. Subsidieaanvragen binnen de Alphense Culturele Basis worden beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria:

    • a.

      Inhoudelijke kwaliteit en deskundigheid;

    • b.

      Maatschappelijke waarde;

    • c.

      Samenwerking en ontwikkeling;

    • d.

      Publieksbereik en zichtbaarheid;

    • e.

      Zakelijke kwaliteit.

  • 2. De beoordelingscriteria zoals genoemd in het eerste lid worden verder toegelicht in onderdeel 1.2 van bijlage 1, die integraal onderdeel uitmaakt van deze regeling.

Artikel 2.5 Wijze van verdeling Alphense culturele basissubsidie

  • 1. Aanvragen die voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 2.2 worden beoordeeld door de (interne) Adviescommissie Cultuur;

  • 2. De Adviescommissie Cultuur kent punten toe aan de hand van de beoordelingscriteria zoals genoemd in artikel 2.4 en het puntensysteem, zoals toegelicht in onderdeel 1.5 van bijlage 1.

  • 3. Per criterium zijn maximaal 4 punten te verdienen.

  • 4. De beoordeelde aanvragen worden per functie, als bedoeld in artikel 2.3, lid 1, op volgorde van het aantal punten gerangschikt.

  • 5. Als twee beoordeelde aanvragen binnen een functie als bedoeld in artikel 2.3, lid 1, op een gelijk aantal punten eindigen, dan eindigt de aanvraag met de hoogste score bij criterium a het hoogst in de rangorde.

  • 6. Als toepassing van het bovenstaande lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, volgt een inhoudelijk interview met een onafhankelijk expert op het gebied van artistieke en inhoudelijke kwaliteit. Op basis daarvan wordt bepaald welke organisatie het hoogste eindigt in de rangorde.

  • 7. Als toepassing van het bovenstaande lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, dan wordt door loting bepaald welke aanvraag als hoogste eindigt in de rangorde.

  • 8. Als na de verdeling van de subsidieplafonds voor de functies zoals bedoeld in artikel 2.3, lid 1, een bedrag resteert, kan het college beslissen om dit bedrag toe te voegen aan het subsidieplafond van een andere functie, of aan een subsidieplafond van een van de andere subsidiemogelijkheden binnen de subsidieregeling Kunst en Cultuur.

Artikel 2.7 Subsidieplafond

  • 1. Het jaarlijkse subsidieplafond per culturele functie zoals bedoeld in artikel 2.3, lid 1 bedraagt:

    • a.

      € 2.621.152,-- voor een theaterfunctie;

    • b.

      € 2.676.124,-- voor een bibliotheekfunctie;

    • c.

      € 378.810,-- voor een cultuurcentrumfunctie;

    • d.

      € 110.042,-- voor een muziekeducatiefunctie;

    • e.

      € 86.415,-- voor een jeugdtheatereducatiefunctie;

    • f.

      € 65.000,-- voor een lokale omroepfunctie;

    • g.

      € 0,-- voor de functie overig.

Artikel 2.8 Indieningsvereisten

  • 1. In aanvulling op artikel 5 Asv 2020 levert de aanvrager de volgende stukken aan:

    • a.

      Een meerjarenplan (richtlijn maximaal 7500 woorden) voor de periode 2027-2030, waarin het volgende staat beschreven:

      • i.

        De visie, ambities en doelstellingen van de culturele organisatie voor komende vier jaar;

      • ii.

        De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de beoordelingscriteria;

      • iii.

        De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de drie culturele codes: de Fair Practice Code, Code Diversiteit en Inclusie en de Governance Code Cultuur;

      • iv.

        Een meerjarenplanning voor de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

      • v.

        Een sluitende, onderbouwde en toegelichte meerjarenexploitatiebegroting voor de periode 2027-2030.

    • b.

      In afwijking van het genoemde onder sub a, geldt voor de functies ‘bibliotheek’ en ‘lokale omroep’ een meerjarenplan voor de periode 2028-2030.

Artikel 2.9 Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvrager dient, in afwijking van artikel 6 Asv 2020, een aanvraag voor de periode 2027-2030 uiterlijk op 1 juli voorafgaand aan de subsidieperiode in.

  • 2. Voor de culturele functies in artikel 2.3 lid b, f en g dient de aanvrager, in afwijking van artikel 6 Asv 2020, een aanvraag voor de periode 2028-2030 uiterlijk 1 juli voorafgaand aan de subsidieperiode in.

Artikel 2.10 Beslistermijn

Het college beslist, in afwijking van artikel 7 van de Asv 2020, uiterlijk binnen 13 weken nadat de aanvraagtermijn is verstreken.

Artikel 2.11 Duur van de subsidie

  • 1. Het college verleent op basis van deze regeling vierjarige subsidies voor de periode 2027-2030.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt voor de culturele functie ‘bibliotheek’ en ‘lokale omroep’ zoals benoemd in artikel 2.3, lid 1, sub b een subsidieduur van 3 jaar, lopend van 2028-2030.

Artikel 2.12 Tussenrapportage

  • 1. In afwijking van artikel 18 Asv 2020 doet de subsidieaanvrager jaarlijks uiterlijk 1 mei verslag aan het college over de voortgang van de activiteiten en de financiële resultaten over het voorgaande kalenderjaar in de vorm van een beknopte tussenrapportage.

  • 2. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn genoemd in het eerste lid.

  • 3. De tussenrapportage zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:

    • a.

      Een beknopte beschrijving (maximaal 2500 woorden) van de gerealiseerde activiteiten;

    • b.

      Een jaarrekening over het afgelopen jaar inclusief accountantsverklaring voor organisaties waarvan de gemeentelijke subsidie jaarlijks meer dan € 250.000,-- bedraagt.

Artikel 2.13 Eindverantwoording

  • 1. De subsidieontvanger dient uiterlijk voor 1 mei 2031 een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college.

  • 2. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn genoemd in het eerste lid.

  • 3. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk eindverslag waarin wordt gereflecteerd op de doelstellingen, gerealiseerde activiteiten en de wijze waarop invulling is gegeven aan de culturele codes;

    • b.

      een financieel eindverslag waarin de realisatie wordt gekoppeld aan de ingediende begroting en waarin een toelichting wordt gegeven op de eventuele verschillen;

    • c.

      de jaarrekeningen over het afgelopen jaar inclusief accountantsverklaring.

Artikel 2.14 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd artikel 13 van de Asv 2020 weigert het college subsidieverlening als:

  • 1.

    de aanvrager niet valt onder de doelgroep en voorwaarden zoals benoemd in artikel 2.2;

  • 2.

    een subsidieaanvraag op een beoordelingscriterium als genoemd in artikel 2.4, lid 1, nul punten scoort;

  • 3.

    een subsidieaanvraag in totaal minder dan 10 punten behaalt op basis van de beoordelingscriteria;

Paragraaf 3 Projectsubsidies Cultuur

Artikel 3.1 Doelstelling

Op grond van deze paragraaf wil het college culturele projecten ondersteunen die bijdragen aan de diversiteit van het culturele aanbod in Alphen aan den Rijn en die ontwikkeld en uitgevoerd worden door culturele makers en culturele organisaties. Met deze subsidievorm wil het college een levendig makersklimaat met ruimte voor experiment en innovatie in Alphen aan den Rijn stimuleren.

Artikel 3.2 Doelgroep

  • 1. Subsidie kan verstrekt worden aan organisaties met volledige rechtspersoonlijkheid en aan natuurlijke personen.

  • 2. Projectsubsidies cultuur worden uitsluitend verstrekt aan:

    • -

      culturele makers;

    • -

      culturele organisaties.

Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor culturele projecten die bijdragen aan de doelstelling zoals genoemd in artikel 3.1.

  • 2. De activiteiten:

    • -

      vinden nagenoeg uitsluitend plaats binnen de gemeentegrenzen van Alphen aan den Rijn en zijn openbaar toegankelijk;

    • -

      richten zich op een of meerdere van de volgende kunst- en cultuurdisciplines: (muziek)theater, (urban) dans, muziek, spoken-word, beeldende kunst en fotografie, bewegend beeld/film, design en mode, digitale cultuur, letteren, erfgoed, literatuur.

Artikel 3.4 Aanvraag

  • 1. Een aanvraag voor subsidie wordt minimaal acht weken voor de geplande activiteit schriftelijk ingediend conform het beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

  • 2. Als een aanvraag onvolledig is, geldt een hersteltermijn van maximaal 2 weken.

  • 3. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende stukken overlegd:

    • a.

      Het ingevulde aanvraagformulier;

    • b.

      Een sluitende begroting;

    • c.

      Een beknopt projectplan (max. 2000 woorden)

    • d.

      Een gewaarmerkt uittreksel van de KvK niet ouder dan een jaar, waaruit vestiging in gemeente Alphen aan den Rijn blijkt;

    • e.

      In geval van een culturele maker ook een curriculum vitae en een overzicht van werkzaamheden in de afgelopen twee jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag.

Artikel 3.5 Beoordelingscriteria

  • 1. Subsidieaanvragen voor een culturele projectsubsidie worden beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria:

    • a.

      Inhoudelijke kwaliteit en deskundigheid;

    • b.

      De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de diversiteit van het Alphense culturele aanbod, zowel naar soort, doelgroep en uitstraling, als in spreiding in tijd en plaats;

    • c.

      De verhouding tussen de gevraagde bijdrage enerzijds en de toegevoegde waarde voor de gemeente Alphen aan den Rijn en haar inwoners anderzijds;

    • d.

      De mate waarin het project vernieuwend is, naar opzet en/of inhoud;

    • e.

      De mate waarin het project d.m.v. een concreet marketing- en communicatieplan zichtbaar wordt gemaakt voor een zo breed mogelijk publiek;

    • f.

      De mate waarin het project financieel en organisatorisch haalbaar en realiseerbaar is voor de initiatiefnemer(s).

  • 2. De beoordelingscriteria zoals genoemd in het eerste lid worden verder toegelicht in onderdeel 1.3 van bijlage 1, die integraal onderdeel uitmaakt van deze regeling.

Artikel 3.6 Wijze van verdeling projectsubsidies

  • 1. Het beschikbare budget wordt in vier periodes toegekend.

  • 2. Voor de vier periodes gelden de volgende deadlines:

    Periode

    Deadline indienen aanvraag

    Startdatum uitvoering

    1

    Laatste dag van oktober

    Tussen 1 januari en 1 april

    2

    Laatste dag van januari

    Tussen 1 april en 1 juli

    3

    Laatste dag van april

    Tussen 1 juli en 1 oktober

    4

    Laatste dag van juli

    Tussen 1 oktober en 1 januari

  • 3. Aanvragen kunnen gemotiveerd maximaal twee periodes eerder worden ingediend dan benoemd in het tweede lid.

  • 4. Aanvragen die voldoen aan het gestelde in artikel 3.2 en 3.3 worden beoordeeld door een interne ambtelijke adviescommissie aan de hand van de beoordelingscriteria zoals genoemd in artikel 3.5.

  • 5. De interne ambtelijke adviescommissie kent punten toe aan de hand van de beoordelingscriteria en het puntensysteem zoals toegelicht in onderdeel 1.5. van bijlage 1.

  • 6. Per criterium zijn maximaal 4 punten te verdienen.

  • 7. De beoordeelde aanvragen worden op volgorde van het aantal punten gerangschikt totdat het subsidiedeelplafond voor de betreffende periode zoals bedoeld in artikel 3.7 bereikt is.

  • 8. Als beoordeelde aanvragen na toepassing van het voorgaande lid op een gelijk aantal punten eindigen, dan eindigt de aanvraag met de hoogste score bij criterium b van artikel 3.5 het hoogst in de rangorde.

  • 9. Als toepassing van het bovenstaande lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, hebben de aanvragen waarvan de activiteiten in de passende periode zoals bedoeld in artikel 3,6, lid 2 zijn aangevraagd voorrang ten opzichte van de aanvragen die op grond van lid 3 in een eerdere periode zijn ingediend.

  • 10. Bij toepassing van het bovenstaande lid geldt dat de aanvraag die één periode eerder is ingediend op basis van het derde lid voorrang heeft ten opzichte van de aanvraag die twee periodes eerder is ingediend.

  • 11. Als toepassing van het bovenstaande lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, dan wordt door loting bepaald welke aanvraag als hoogste eindigt in de rangorde.

Artikel 3.7 Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor het onderdeel projectsubsidies cultuur bedraagt jaarlijks €80.000,--.

  • 2. Per periode zoals genoemd in artikel 3.6, lid 2, geldt een subsidiedeelplafond.

  • 3. De subsidiedeelplafonds zijn als volgt verdeeld:

    Periode 1

    € 30.000,--

    Periode 2

    € 30.000,--

    Periode 3

    € 10.000,--

    Periode 4

    € 10.000,--

  • 4. Het subsidieplafond is bereikt als er op de uiterste indieningsdatum meer aanvragen zijn ingediend die voldoen aan de voorwaarden dan er aan budget beschikbaar is.

  • 5. Als na de verdeling van de subsidiedeelplafonds zoals genoemd in het tweede lid een bedrag resteert wordt het restant automatisch overgeheveld naar de volgende tranche. Het subsidieplafond van die volgende tranche wordt in dat geval met het restbudget van de voorgaande periode opgehoogd.

Artikel 3.8 Hoogte van de subsidie

  • 1. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 10.000,-- voor een cultureel project dat wordt uitgevoerd door een culturele organisatie.

  • 2. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 3.000,-- voor een cultureel project dat wordt uitgevoerd door een culturele maker.

  • 3. Het toe te kennen bedrag bedraagt maximaal 50% van de totale uitvoeringskosten van de activiteiten.

Artikel 3.9 Beslistermijn

  • 1. Het college besluit binnen zes weken na het verstrijken van de deadline van de periodes zoals bedoeld in artikel 3.6, lid 2.

  • 2. Het college kan deze termijn indien nodig eenmalig met zes weken verlengen. De subsidieaanvragers worden hier tijdig van op de hoogte gesteld.

Artikel 3.10 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. Het project is uiterlijk binnen 12 maanden na subsidieverlening volledig uitgevoerd.

  • 2. De aanvrager geeft bij communicatie uitingen over het project aan dat dit project financieel ondersteund wordt door de gemeente Alphen aan den Rijn.

  • 3. De aanvrager meldt het project aan voor de culturele UITagenda.

  • 4. De aanvrager onderschrijft de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie. Voor culturele organisaties geldt dat zij ook de Governance Code Cultuur onderschrijven.

Artikel 3.11 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd artikel 13 van de Asv 2020 weigert het college subsidieverlening als:

  • a.

    de aanvrager niet valt onder de doelgroep en voorwaarden zoals benoemd in artikel 3.2;

  • b.

    de activiteiten niet vallen onder de subsidiabele activiteiten zoals benoemd in artikel 3.3;

  • c.

    een subsidieaanvraag in totaal minder dan 12 punten behaalt op basis van de beoordelingscriteria;

  • d.

    de aanvrager de aanvraag niet tijdig heeft ingediend, zoals bedoeld in artikel 3.4, lid 1 en artikel 3.6, lid 2;

  • e.

    de aanvrager al subsidie ontvangt voor dezelfde activiteiten op basis van deze subsidieregeling of een andere subsidieregeling van de gemeente Alphen aan den Rijn;

  • f.

    de aanvrager al een eenjarige of vierjarige subsidie ontvangt op basis van deze subsidieregeling.

Paragraaf 4 structurele subsidies cultuur

Artikel 4.1 Doelstelling

Op grond van deze paragraaf wil het college activiteiten stimuleren die bijdragen aan de ontwikkeling en de bestendiging van de culturele infrastructuur in Alphen aan den Rijn. Het gaat hierbij om het creëren van een kunstzinnig en cultureel, openbaar toegankelijk aanbod voor het beleven en beoefenen van kunst en cultuur, zowel professioneel als in de vrije tijd, door gevestigde organisaties alsook door startende organisaties.

Artikel 4.2 Doelgroep

  • 1. Structurele subsidies worden uitsluitend verstrekt aan culturele organisaties die:

    • a.

      in de gemeente Alphen aan den Rijn gevestigd en/of in deze gemeente actief zijn op het gebied van kunst en cultuur;

    • b.

      een statutaire doelstelling hebben op het gebied van kunst en cultuur.

  • 2. Onverminderd het eerste lid, wordt een vierjarige subsidie voor de periode 2027-2030 uitsluitend verstrekt aan culturele organisaties die minimaal twee jaar voorafgaand aan het tijdvak een eenjarige subsidie ontvingen van de gemeente Alphen aan den Rijn op basis van de Subsidieregeling structurele subsidies kunst en cultuur Alphen aan den Rijn 2023-2030.

Artikel 4.3 Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor kunst- en culturele activiteiten die zich richten op:

  • a.

    het organiseren, produceren en uitvoeren van culturele activiteiten, zoals lessen, concerten, voorstellingen, exposities of andere kunstvormen;

  • b.

    het bevorderen van cultuurparticipatie;

  • c.

    het bevorderen van cultuureducatie, discussie en bewustwording over kunst en cultuur.

Artikel 4.4 Voorwaarden en verplichtingen eenjarige subsidies

Aanvullend op het gestelde in artikel 4.2 gelden de volgende voorwaarden voor het aanvragen van een eenjarige subsidie:

  • a.

    activiteiten zijn gericht op kunst en/of cultuur;

  • b.

    activiteiten vinden nagenoeg uitsluitend plaats binnen de gemeente Alphen aan den Rijn;

  • c.

    activiteiten dragen bij aan de doelstelling van deze regeling;

  • d.

    de subsidie is aantoonbaar noodzakelijk om de activiteiten te realiseren;

  • e.

    het betreft in de kern activiteiten met de potentie structureel te worden.

  • f.

    de aanvrager is in staat op 1 januari van het jaar waar de subsidie betrekking op heeft te starten met de activiteiten.

Artikel 4.5 Voorwaarden en verplichtingen vierjarige subsidies

  • 1. Aanvullend op het gestelde in artikel 4.2. gelden de volgende voorwaarden voor het aanvragen van een vierjarige subsidie voor de periode 2027-2030:

    • a.

      activiteiten zijn gericht op kunst en/of cultuur;

    • b.

      activiteiten vinden nagenoeg uitsluitend plaats binnen de gemeente Alphen aan den Rijn;

    • c.

      het betreft in de kern structurele activiteiten die ook bij een volgend subsidietijdvak kunnen worden voorgezet;

    • d.

      de aanvrager is in staat op 1 januari te starten met de activiteiten.

  • 2. De subsidieontvanger is verplicht voor 1 december, voorafgaand aan ieder kalenderjaar, een jaarplan ter goedkeuring in te dienen.

Artikel 4.6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de direct aan kunst en culturele activiteiten verbonden kosten, die resteren na aftrek van bijdragen van derden, en naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de gesubsidieerde activiteiten.

  • 2. Het toe te kennen bedrag bedraagt maximaal 75% van de totale uitvoeringskosten van de activiteiten.

  • 3. Kosten voor huisvesting, voor zover uit de aanvraag blijkt dat voor de meest efficiënte oplossing is gekozen, waaronder het gebruik van gemeentelijke Multifunctionele Accommodaties (MFA’s), tenzij anders met de gemeente is overeengekomen.

Artikel 4.7 Subsidieplafonds

  • 1. Het subsidieplafond voor de vierjarige structurele subsidies bedraagt € 110.000,--

  • 2. Het subsidieplafond voor de eenjarige structurele subsidies bedraagt € 27.500,--.

  • 3. Indien na toepassing van de verdelingssystematiek zoals beschreven in artikel 4.12 een bedrag resteert binnen het subsidieplafond voor de vierjarige subsidies, zal dit worden toegevoegd aan het budget voor de eenjarige subsidies.

  • 4. Indien na toepassing van de verdelingssystematiek zoals beschreven in artikel 4.12 een bedrag resteert binnen het subsidieplafond voor de eenjarige subsidies, zal dit worden toegevoegd aan het budget voor Projectsubsidies Cultuur van diezelfde subsidieperiode.

Artikel 4.8 Hoogte van de subsidie

  • 1. Een subsidie bedraagt nooit meer dan het bedrag waarvoor subsidie is aangevraagd.

  • 2. Een subsidieverzoek voor een eenjarige of vierjarige structurele subsidie bedraagt maximaal € 10.000, -.

Artikel 4.9 Aanvraagtermijn

Een subsidieaanvraag wordt, in afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Asv 2020, ingediend uiterlijk 1 juli voorafgaand aan de betreffende subsidieperiode.

Artikel 4.10 Aanvraag

  • 1. De aanvrager maakt gebruik van het door de gemeente beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

  • 2. De subsidieaanvraag wordt ondertekend door één of meer daartoe volgens het Uittreksel van de Kamer van Koophandel bevoegde personen.

  • 3. Aanvullend op de in artikel 5 van de Asv 2020 genoemde stukken, levert de aanvrager van een structurele subsidie de volgende stukken aan:

    • a.

      een beschrijving van de manier waarop invulling wordt gegeven aan de beoordelingscriteria zoals genoemd in artikel 4.13 of artikel 4.14.;

    • b.

      Indien subsidie wordt aangevraagd voor een vierjarige subsidie: een vierjarenplan voor de periode 2027-2030 met een visie voor deze periode en een beschrijving van de subsidiabele activiteiten die in ieder kalenderjaar zullen plaatsvinden;

    • c.

      Indien subsidie wordt aangevraagd voor een eenjarige subsidie: een jaarplan met een beschrijving van de subsidiabele activiteiten die in het komende kalenderjaar zullen plaatsvinden;

    • d.

      een sluitende begroting van de kosten van de activiteiten en een dekkingsplan voor de subsidieperiode waarvoor de organisatie subsidie vraagt;

    • e.

      De meest recente jaarrekening;

    • f.

      een communicatieplan;

    • g.

      een recente opgave van de bestuurssamenstelling.

Artikel 4.11 Beslistermijn

Het college beslist, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Asv 2020, uiterlijk op 31 oktober van het jaar waarin de organisatie de subsidieaanvraag heeft ingediend.

Artikel 4.12 Wijze van verdeling

  • 1. De aanvragen van vrijwilligersorganisaties die voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.4 worden beoordeeld op basis van de in artikel 14 genoemde criteria.

  • 2. De aanvragen van professionele organisaties die voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.5 worden beoordeeld op basis van de in artikel 15 genoemde criteria.

  • 3. Aan de aanvraag wordt per criterium maximaal vier punten toegekend, waarbij gebruik wordt gemaakt van het puntensysteem zoals toegelicht in onderdeel 1.5 van bijlage 1. Vervolgens worden de behaalde punten per criterium bij elkaar opgeteld tot een totaalscore.

  • 4. Het beschikbare subsidiebedrag wordt in eerste instantie op basis van de onderstaande berekening onder de aanvragers verdeeld:

    • -

      80% of meer van het maximale puntenaantal → 100% subsidie;

    • -

      60-80% van het maximale puntenaantal → 80% subsidie;

    • -

      40-60% van het maximale puntenaantal → 60% subsidie ;

    • -

      0 -40% van het maximale puntenaantal → 0% subsidie.

  • 5. Verstrekking van subsidie vindt plaats op basis van de gerangschikte score op het beoordelingsformulier op basis van de criteria geformuleerd in artikelen 4.13 en 4.14, totdat het voor de subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

Artikel 4.13 Subsidiecriteria vrijwilligersorganisaties

Subsidieaanvragen van vrijwilligersorganisaties worden getoetst op de volgende criteria:

  • a.

    artistieke begeleiding

  • b.

    inhoudelijke creativiteit en vernieuwing;

  • c.

    publieksbereik;

  • d.

    zichtbaarheid;

  • e.

    sociaal-maatschappelijke waarde;

  • f.

    de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de diversiteit van het culturele aanbod in de gemeente Alphen aan den Rijn;

  • g.

    de mate waarin wordt samengewerkt met andere culturele en/of maatschappelijke partners;

  • h.

    de verwachte haalbaarheid van het plan, op basis van de begroting en het communicatieplan.

Artikel 4.14 Subsidiecriteria professionele organisaties

Subsidieaanvragen van professionele organisaties worden getoetst op de volgende criteria:

  • a.

    expertise en deskundigheid;

  • b.

    publieksbereik;

  • c.

    zichtbaarheid;

  • d.

    sociaal-maatschappelijke waarde;

  • e.

    bijdrage aan cultuureducatie, -participatie, en talentontwikkeling;

  • f.

    de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de diversiteit van het culturele aanbod in de gemeente Alphen aan den Rijn;

  • g.

    de mate waarin wordt samengewerkt met andere culturele en/of maatschappelijke partners;

  • h.

    zakelijke kwaliteit.

Artikel 4.15 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 13 van de Asv 2020 weigert het college de subsidieaanvraag als:

  • a.

    de activiteiten van de aanvrager niet bijdragen aan de doelstelling van deze subsidieregeling;

  • b.

    de aanvrager niet voldoet aan het gestelde in artikel 4.2 en artikel 4.4 of 4.5, afhankelijk van de gewenste subsidievorm;

  • c.

    de financiële onderbouwing onduidelijk of onvoldoende is;

  • d.

    de aanvrager al op grond van een andere subsidieregeling van Alphen aan den Rijn of voor een andere subsidiecategorie binnen deze regeling een subsidie ontvangt voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • e.

    de aanvrager die een eenjarige subsidie aanvraagt al een vierjarige subsidie ontvangt op basis van deze subsidieregeling;

  • f.

    de aanvraag te laat is ingediend;

  • g.

    minder dan 40% van het maximaal te bepalen puntenaantal is behaald op grond van de beoordelingscriteria en het puntensysteem.

Artikel 4.16 Verantwoording en vaststelling van subsidies

  • 1. Voor de vaststelling en verantwoording van subsidies zijn de artikelen 14, 15 en 16 Asv 2020 van toepassing.

  • 2. In afwijking van de Asv 2020 wordt in het verslag van activiteiten ook verslag gedaan van het aantal personen dat aan de activiteiten deelnam of bij de activiteiten aanwezig was.

  • 3. Onverminderd de verplichtingen van een subsidieontvanger als bedoeld in de Asv 2020, verstrekt een subsidieontvanger op verzoek van het college inlichtingen waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 4. Een verzoek om inlichtingen, als bedoeld in het derde lid, kan door het college worden gedaan tot vijf jaar na het jaar waarop de subsidieverstrekking van toepassing was.

Paragraaf 5 Slotbepalingen

Artikel 5.1 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze regeling buiten toepassing laten, of daarvan afwijken, voor zover de toepassing gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 5.2 Overgangs- en slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 mei 2026.

  • 2. De subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Kunst en Cultuur Alphen aan den Rijn 2027-2030.

  • 3. De Subsidieregeling structurele subsidies kunst en cultuur Alphen aan den Rijn 2023 – 2030, laatstelijk gewijzigd op 1-1-2023, wordt per 1 mei 2026 ingetrokken.

  • 4. Aanvragen tot vaststelling die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze nieuwe subsidieregeling en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de inwerkingtreding van deze subsidieregeling, worden afgehandeld op basis van de Subsidieregeling structurele subsidies kunst en cultuur Alphen aan den Rijn 2023-2030.

  • 5. Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten die zijn genomen op grond van de Subsidieregeling structurele subsidies kunst en cultuur Alphen aan den Rijn 2023-2030, worden op grond van die subsidieregeling afgehandeld.

  • 6. De Asv 2020 is op deze subsidieregeling van toepassing, voor zover hiervan niet wordt afgeweken in deze subsidieregeling.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college d.d. 14 april 2026

de secretaris

F. (Flora) van den Berg

de burgemeester,

F.D. (Erik) van Heiningen

Bijlage 1

1.1. Toelichting functies artikel 2.3

  • a.

    Een theater

    Podiumorganisatie met rechtspersoonlijkheid die een breed en artistiek gebalanceerd programma biedt. Bestaande uit diverse activiteiten door podiumkunstgezelschappen of makers uit het land, stad en regio, gericht op diverse doelgroepen. Het theater maakt daarnaast ook eigen producties, in samenwerking met landelijke, regionale of lokale makers. Het theater biedt een toekomstbestendig en inspirerend podium voor jong en oud en richt zich op een breed en divers bereik van kunst, cultuur en talentontwikkeling, het stimuleren van sociale samenhang en welzijn en het stimuleren van de lokale economie. Ook heeft het theater een educatiefunctie, waarbij zij actief samenwerken met scholen. Het theater werkt daarnaast samen met diverse culturele en maatschappelijke organisaties en lokale ondernemers.

    Het theater heeft een verantwoordelijkheid in de keten van podiumkunsten, bijvoorbeeld in het bieden van ruimte aan lokale makers, gezelschappen en amateurs. Naast een toegankelijk professioneel podiumaanbod is er ook ruimte voor innovatie, ontwikkeling en experiment. Het theater heeft als streven om per jaar 140.000 bezoekers te ontvangen en 200 professionele theatervoorstellingen en 30 aanverwante podiumactiviteiten te realiseren. Ook streeft het theater naar een zaalbezetting van minstens 60%.

  • b.

    Een bibliotheek

    Een organisatie die een of meerdere voor iedereen toegankelijke bibliotheekvoorzieningen verzorgt. De organisatie vervult een brede, cultureel-maatschappelijke rol, waaronder in ieder geval de volgende vijf functies, zoals opgenomen in de WSOB (Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen):

    • 1.

      kennis en informatie beschikbaar stellen;

    • 2.

      bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie;

    • 3.

      bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur;

    • 4.

      organiseren van ontmoeting en debat;

    • 5.

      laten kennismaken met kunst en cultuur.

    • 6.

  • Daarnaast dient de bibliotheek te beschikken over een fysieke collectie en een professionele personeelsbezetting. Ook is de organisatie aangesloten bij het Bibliotheeknetwerk.

    De bibliotheek draagt bij aan maatschappelijke opgaven, zoals geformuleerd in het gemeentelijk meerjarenbeleidsplan bibliotheekvoorzieningen, dat in het kader van de herziene WSOB opgesteld zal worden. De bibliotheek werkt samen met diverse maatschappelijke en culturele partners, scholen en het bibliotheeknetwerk

    De bibliotheek heeft het streven om in Alphen aan den Rijn minimaal 1600 activiteiten 15.000 deelnemers en 200.000 bezoeken te realiseren.

  • c.

    Cultuurcentrum

    De organisatie is een cultureel centrum met een breed, kwalitatief en gevarieerd aanbod voor inwoners van alle leeftijden. Het centrum presenteert verschillende kunst- en cultuurvormen op samenhangende wijze, waarbij disciplines elkaar versterken en nieuwe verbindingen en artistieke ontwikkeling mogelijk worden, voor zowel amateurs als professionals.

    Het programma omvat podiumkunsten zoals muziek, theater, cabaret en aanverwante disciplines, evenals filmprogrammering gericht op arthouse-, filmhuis- en documentairefilms en aanverwante cinematografische vormen. Waar inhoudelijk passend wordt aanvullende context geboden via nagesprekken, specials, themareeksen of educatieve activiteiten.

    Daarnaast vervult de organisatie een belangrijke rol op het gebied van talentontwikkeling, cultuureducatie en culturele participatie. Ze organiseert een divers aanbod van lessen en cursussen in creatieve disciplines, waarin inwoners kunnen leren, ontwikkelen en talent ontplooien, zowel in de vrije tijd als binnen gestructureerde educatieve programma’s.

    De organisatie werkt actief samen met scholen, maatschappelijke organisaties en andere culturele partners om cultuuronderwijs te versterken en culturele participatie te bevorderen. De activiteiten die hieruit voortkomen bereiken ook inwoners voor wie kunst en cultuur minder vanzelfsprekend toegankelijk zijn.

    Het cultuurcentrum heeft als streven om minimaal 80.000 bezoekers per jaar te ontvangen.

  • d.

    Een organisatie voor muziekeducatie

    Een organisatie die muziekcursussen en lessen verzorgt voor alle doelgroepen. Het cursusaanbod omvat een breed palet aan disciplines, stijlen en instrumenten, waarbij de organisatie ook faciliteert in samenspel, samenzang en ensemblespel. De organisatie heeft een verantwoordelijkheid voor talentontwikkeling en lange leerlijnen in de muziekketen. De organisatie beschikt over oefenruimtes en diverse ruimtes voor cursusaanbod. De organisatie biedt hun leerlingen een podium door diverse concerten en voorstellingen te organiseren, i.s.m. diverse culturele en maatschappelijke partners. Ook zet de organisatie actief in op cultuurparticipatie en muziekeducatie in het regulier onderwijs.

  • e.

    Een organisatie voor jeugdtheatereducatie

    Een organisatie die theatercursussen en lessen verzorgt voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 4-21 jaar. De organisatie biedt een divers aanbod aan theater- en musicallessen aan, gericht op een brede doelgroep. De organisatie heeft een verantwoordelijkheid voor talentontwikkeling en lange leerlijnen. De organisatie biedt haar leerlingen een podium door diverse producties te organiseren, i.s.m. diverse culturele en maatschappelijke partners. Ook zet de organisatie actief in op cultuurparticipatie en theatereducatie in het regulier onderwijs.

  • f.

    Een lokale omroep

    Organisatie die door het Commissariaat van de Media is aangewezen voor de verzorging van een lokale publieke mediadienst voor de gemeente Alphen aan den Rijn. De organisatie heeft als doel om op een onafhankelijke en toegankelijke manier informatie en nieuws te vergaren, te verwerken en te verspreiden. De organisatie werkt samen met collega-omroepen Studio Kaag en Braassem en RTV Hollands Midden en met lokale culturele en maatschappelijke partijen.

    De organisatie heeft als streven om per maand 15.000 luisteraars via de radio, 10.000 televisiekijkers, 8.000 volgers via de social media te bereiken.

  • g.

    Overig

    Hieronder vallen mogelijk een poppodium en een culturele broedplaats en eventuele andere culturele functies die we op dit moment niet hebben voorzien. Vooralsnog is hier geen financiële dekking voor.

    Poppodium

    Presentatieplek voor popmuziek door artiesten, (inter)nationaal en lokaal uit de gemeente en regio. Het podium biedt een artistiek hoogwaardige en brede programmering met diverse genres binnen de popmuziek. Het poppodium heeft als kernorganisatie een verantwoordelijkheid in de keten van popmuziek door in te zetten op talentontwikkeling.

    Culturele broedplaats

    Een verzameling werkplekken voor amateurkunstenaars en professionele makers uit verschillende kunst- en cultuurdisciplines, waarbij verschillende functies in elkaar overlopen: ontmoeting, experiment en presentatie. De organisatie werkt samen met andere culturele partners in de gemeente en organiseert culturele activiteiten.

1.2. Toelichting beoordelingscriteria artikel 2.4.

De aanvragen die worden ingediend binnen de Alphense Culturele Basis voor een van de functies zoals benoemd in artikel 2.3, worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a.

    Inhoudelijke kwaliteit en deskundigheid

    Uit de aanvraag blijkt een bewezen kennis en kunde ten aanzien van de activiteiten en de doelgroep. Dit wordt beoordeeld op basis van de volgende onderdelen:

    • 1.

      Oorspronkelijkheid: een duidelijke identiteit, waarmee de organisatie zich onderscheidt van andere organisaties. De identiteit is terug te zien in de activiteiten.

    • 2.

      Vakmanschap: de aanwezigheid van kennis, vaardigheden, kunde en competenties om de activiteiten op een goed niveau te kunnen realiseren.

    • 3.

      Zeggingskracht: de organisatie heeft met haar activiteiten het vermogen om het publiek/de doelgroep te raken, te prikkelen, aan het denken te zetten.

  • Het profiel van de organisatie bepaalt de context waarbinnen de inhoudelijke kwaliteit wordt beoordeeld. Waar de ene organisatie zich meer focust op de productie van activiteiten, ligt bij de andere organisatie de nadruk op de presentatie van de activiteiten of op de ondersteuning van inhoudelijke activiteiten.

  • b.

    Maatschappelijke waarde

    • 1.

      De bijdrage aan het bereiken van maatschappelijke doelen: uit de aanvraag blijkt op welke manier inzet wordt gepleegd op de maatschappelijke doelen zoals geformuleerd in de Sociale Visie van de gemeente Alphen aan den Rijn: bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond leven in een gezonde leefomgeving.

    • 2.

      Inzet vrijwilligers: de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager naast betaalde krachten ook vrijwilligers inzet bij de uitvoering van de activiteiten.

  • c.

    Samenwerking en ontwikkeling

    • 1.

      De mate waarin actief wordt samengewerkt met andere culturele organisaties, makers en kunstenaars.

    • 2.

      De mate waarin de organisatie zich inzet voor verbindingen met andere beleidsterreinen, zoals het sociaal domein.

    • 3.

      De bijdrage die de organisatie levert aan kennisuitwisseling, versterking, experiment en vernieuwing van de culturele sector.

    • 4.

      De mate waarin de organisatie bijdraagt aan de keten van talentontwikkeling.

    • 5.

      De mate waarin organisaties een actieve rol vervullen binnen cultuurplatform KHABBAZ.

  • d.

    Publieksbereik en zichtbaarheid

    • 1.

      Uit de aanvraag blijkt op welke manier de organisatie invulling geeft aan marketing en communicatie en zichtbaar is in de gemeente.

    • 2.

      De organisatie heeft een duidelijke visie op publiek en doelgroepen, o.a. gebruikmakend van het culturele doelgroepenmodel.

    • 3.

      De mate waarin de organisatie een breed en divers publiek bereikt en zich inzet om ook nieuwe doelgroepen en inwoners die minder vanzelfsprekend in aanraking komen met kunst en cultuur te bereiken, blijkend uit een passende benadering van deze doelgroepen.

    • 4.

      Uit de aanvraag blijkt hoe de code Diversiteit & Inclusie wordt toegepast.

  • e.

    Zakelijke kwaliteit.

    Onder zakelijke kwaliteit verstaan we dat de organisatie financieel, organisatorisch en bedrijfsmatig op orde is. Bij de beoordeling van de zakelijke kwaliteit wordt daarom getoetst of:

    • 1.

      De aanvraag is voorzien van een sluitende en realistische meerjarenbegroting;

    • 2.

      De organisatie zorgt voor een gezonde financieringsmix die aansluit bij het type organisatie: naast gemeentelijke subsidie ook eigen inkomsten uit (kaart)verkoop, contributies, donaties, sponsoring en fondsen;

    • 3.

      De aanvraag is voorzien van een goede risicoanalyse waaruit blijkt hoe wordt omgegaan met tegenvallende inkomsten en uitgaven en welke maatregelen er dan getroffen kunnen worden;

    • 4.

      Uit de aanvraag blijkt dat er sprake is van een gezonde organisatorische, bedrijfsmatige en financiële situatie die vertrouwen biedt voor de toekomst (o.a. op basis van solvabiliteit, liquiditeit, weerstandsvermogen). Voor een gezonde financiële bedrijfsvoering wordt als richtlijn een bandbreedte gehanteerd van minimaal 5% en maximaal 15% aan reserves van de laatst vastgestelde subsidie.

    • 5.

      Uit de aanvraag blijkt hoe de Governance Code Cultuur wordt toegepast.

    • 6.

      Uit de aanvraag blijkt hoe de Fair Practice Code wordt toegepast.

1.3Toelichting beoordelingscriteria 3.5.

  • a.

    Inhoudelijke kwaliteit en deskundigheid

    Uit de aanvraag blijkt een bewezen kennis en kunde ten aanzien van de activiteiten en de doelgroep. Dit wordt beoordeeld aan de hand van oorspronkelijkheid, zeggingskracht en vakmanschap, zoals verder beschreven in de toelichting op artikel 2.5.

  • b.

    De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de diversiteit van het Alphense culturele aanbod, zowel naar soort, doelgroep en uitstraling, als ook aan spreiding in tijd en plaats

    Als gemeente vinden we een divers cultureel aanbod belangrijk. Organisaties of makers die zich weten te onderscheiden van anderen door de inhoud van hun activiteiten scoren punten bij dit criterium. Ook de locatie en/of moment van uitvoering van de activiteiten kan bijdragen aan de diversiteit. Of hier sprake van is wordt mede bepaald op basis van een vergelijking met de andere aanvragen en het totale culturele aanbod in de gemeente Alphen aan den Rijn.

  • c.

    De verhouding tussen de gevraagde bijdrage enerzijds en de toegevoegde waarde voor de gemeente Alphen aan den Rijn en haar inwoners anderzijds

    Bij dit criterium wordt gekeken of het gevraagde bedrag in verhouding staat tot het beoogde resultaat van de culturele activiteiten en de meerwaarde die de culturele activiteiten kan hebben voor de inwoners van de gemeente Alphen aan den Rijn. Hierbij wordt ook gekeken naar de verbinding van het project met maatschappelijke doelstellingen.

  • d.

    De mate waarin het project vernieuwend is, naar opzet en/of inhoud;

    De gemeente streeft naar diversiteit in het aanbod aan kunst en cultuur en stimuleert daarom creativiteit, inhoudelijke vernieuwing en experiment. Hierbij wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar nieuwe samenwerkingen die worden aangegaan.

  • e.

    De mate waarin het project d.m.v. een concreet marketing- en communicatieplan zichtbaar wordt gemaakt voor zo breed mogelijk publiek.

    Bij dit criterium wordt een uitwerking van een publiciteitsplan van de aanvrager gevraagd en beoordeeld. Aanvrager scoort punten voor het uitwerken van een plan waarin toelichting gegeven wordt op de inzet van marketingmiddelen en mediakanalen en hoe dit bijdraagt aan het trekken van een divers publiek.

  • f.

    De mate waarin het project financieel en organisatorisch haalbaar en realiseerbaar is door de initiatiefnemer(s).

    Bij dit criterium wordt gekeken naar de haalbaarheid van het projectplan, bijvoorbeeld waar het gaat om het bereiken van het publiek, partners waarmee wordt samengewerkt, tijdsplanning en de manier waarop de organisatie is ingericht. Daarnaast wordt gekeken of er sprake is van een sluitende en realistische begroting.

1.4.Toelichting beoordelingscriteria behorend bij de artikelen 4.13 en 4.14 van de subsidieregeling

Subsidiecriteria artikel 4.13. vrijwilligersorganisaties kunst en cultuur

  • a.

    Artistieke begeleiding

    Een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf en dergelijke heeft een relevant CV (opleiding en/of ervaring). Gevraagd wordt een CV van de artistiek leider bij de aanvraag te voegen.

  • b.

    Inhoudelijke creativiteit en vernieuwing

    Bij dit criterium wordt gekeken naar de manier waarop ingezet wordt op inhoudelijke creativiteit en vernieuwing. Dit kan zijn op het gebied van programmering, samenwerkingspartners, verbinding met andere sectoren, in de communicatie etc.

  • c.

    Publieksbereik

    Bij dit criterium wordt gevraagd naar de omvang van het aantal actieve leden van de culturele organisatie, het aantal openbare optredens dat de organisaties per kalenderjaar verzorgt en het aantal verwachte bezoekers van de optredens. Ook wordt gekeken naar de diversiteit van het publiek dat een organisatie beoogt te bereiken en op welke manier er wordt ingezet op het bereiken van het publiek.

  • d.

    Zichtbaarheid

    Bij dit criterium wordt een uitwerking van een publiciteitsplan van de aanvrager gevraagd en beoordeeld. Aanvrager scoort punten voor het uitwerken van een plan waarin toelichting gegeven wordt op de inzet van marketingmiddelen en mediakanalen. Bij dit criterium wordt ook meegewogen of aanvrager actief is binnen cultuurplatform KHABBAZ en bijdraagt aan gezamenlijke communicatie, o.a. in de culturele UITagenda van KHABBAZ.

  • e.

    Sociaal-maatschappelijke waarde

    Alphen aan den Rijn acht culturele activiteiten op zichzelf waardevol. Meerwaarde kan gevonden worden als de activiteiten samenhangen met actuele maatschappelijke thema’s en /of verbinding leggen tussen verschillende doelgroepen) en actieve participatie. Dit draagt bij aan een sterke sociale basis, waarin iedereen zich gehoord en gesteund voelt. Cultuur biedt kansen om deze thema’s en verbinding in een nieuw licht te plaatsen en breder onder de aandacht te brengen. Gevraagd wordt om een beschrijving van de samenhang van activiteiten met actuele maatschappelijke thema’s. Ook wordt gekeken naar de betrokken vrijwilligers bij de uitvoering van de activiteiten.

  • f.

    De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de diversiteit van het culturele aanbod in de gemeente Alphen aan den Rijn;

    De gemeente streeft naar diversiteit in het aanbod aan (amateur)kunst. Organisaties die zich weten te onderscheiden van anderen door de inhoud van hun activiteiten scoren punten bij dit criterium. Of hier sprake van is wordt mede bepaald op basis van een vergelijking met de andere aanvragen en het totale culturele aanbod in Alphen aan den Rijn.

  • g.

    De mate waarin wordt samengewerkt met andere culturele en/of maatschappelijke partners

    Bij dit criterium wordt gevraagd in hoeverre er sprake is van samenwerking met andere culturele en/of maatschappelijke organisaties of lokale ondernemers. De samenwerkingspartner(s) moeten een inhoudelijk toegevoegde waarde hebben. In het verlengde hiervan wordt ook de samenwerking binnen cultuurplatform KHABBAZ meegewogen.

  • g.

    De verwachte haalbaarheid van het plan, op basis van de begroting en het communicatieplan.

    Bij dit criterium wordt gekeken of de begroting realistisch en haalbaar is, waarbij gelet wordt op een gezonde financieringsmix. Ook wordt gekeken of het beoogde aantal bezoekers/deelnemers haalbaar is, o.a. aan de hand van het communicatieplan.

Subsidiecriteria artikel 4.14 professionele organisaties kunst en cultuur

  • a.

    Expertise en Deskundigheid

    Deskundigheidsbevordering en professionalisering is relevant voor het voortbestaan van een organisatie. Bij dit criterium wordt gevraagd hoe de aanvrager zich inzet om de kwaliteit van de eigen culturele activiteiten te verbeteren. Dit houdt concreet in dat aanvrager ontwikkeling van kennis en expertise binnen de eigen organisatie bevordert en beschikbaar stelt aan het culturele en maatschappelijke veld.

    Bij de aanvraag wordt een CV van de artistiek leider en zakelijk leider (c.q. de directie) gevraagd. Verder wordt gekeken of de activiteiten danwel de programmering van de organisatie deskundig opgezet zijn. En in hoeverre het programma en/of de thema’s zijn uitgewerkt in onderlinge samenhang. Het verschil tussen basale en uitgebreide uitwerking wordt bepaald op basis van vergelijking met de andere aanvragen.

  • b.

    Publieksbereik

    Bij dit criterium wordt gevraagd naar de omvang van het aantal actieve leden van de culturele organisatie, het aantal openbare optredens dat de organisaties per kalenderjaar verzorgt en het aantal verwachte bezoekers van de optredens. Ook wordt gekeken naar de diversiteit van het publiek dat een organisatie beoogt te bereiken en op welke manier er wordt ingezet op het bereiken van het publiek.

  • c.

    Zichtbaarheid

    Bij dit criterium wordt een uitwerking van een publiciteitsplan van de aanvrager gevraagd en beoordeeld. Aanvrager scoort punten voor het uitwerken van een plan waarin toelichting gegeven wordt op de inzet van marketingmiddelen en mediakanalen. Bij dit criterium wordt ook meegewogen of aanvrager actief is binnen cultuurplatform KHABBAZ en bijdraagt aan gezamenlijke communicatie, o.a. in de culturele UITagenda van KHABBAZ.

  • d.

    Sociaal-maatschappelijke waarde

    Alphen aan den Rijn acht culturele activiteiten op zichzelf waardevol. Meerwaarde kan gevonden worden als de activiteiten samenhangen met actuele maatschappelijke thema’s en /of verbinding leggen tussen verschillende doelgroepen en actieve participatie. Dit draagt bij aan een sterke sociale basis, waarin iedereen zich gehoord of gesteund voelt. Cultuur biedt kansen om deze thema’s en verbinding in een nieuw licht te plaatsen en breder onder de aandacht te brengen. Gevraagd wordt om een beschrijving van de samenhang van activiteiten met actuele maatschappelijke thema’s. Ook wordt gekeken naar de betrokken vrijwilligers bij de uitvoering van de activiteiten.

  • e.

    De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de diversiteit van het culturele aanbod in de gemeente Alphen aan den Rijn;

    De gemeente streeft naar diversiteit in het aanbod aan (amateur)kunst. Organisaties die zich weten te onderscheiden van anderen door de inhoud van hun activiteiten scoren punten bij dit criterium. Of hier sprake van is wordt mede bepaald op basis van een vergelijking met de andere aanvragen en het totale culturele aanbod in Alphen aan den Rijn.

  • f.

    Bijdrage aan cultuureducatie, -participatie, en talentontwikkeling

    De gemeente vindt het van belang dat talentontwikkeling, met name bij jeugdigen, gestimuleerd wordt en er voldoende aanbod is om kunst en cultuur in de vrije tijd te beoefenen. Bij dit criterium wordt een toelichting gevraagd op de manier waarop de organisatie zich inzet voor cultuureducatie, -participatie, talentontwikkeling en/of sociale samenhang en positieve gezondheid. Dit kan bijvoorbeeld door middel van programma’s, workshops en samenwerking met scholen en andere organisaties. Ook wordt hierbij gekeken naar de plaats die de organisatie inneemt in de keten van talentontwikkeling voor de discipline(s) waarvoor de organisatie zich inzet.

  • g.

    De mate waarin wordt samengewerkt met andere culturele en/of maatschappelijke partners

    Bij dit criterium wordt gevraagd in hoeverre er sprake is van samenwerking met andere culturele en/of maatschappelijke organisaties of lokale ondernemers. De samenwerkingspartner(s) moeten een inhoudelijk toegevoegde waarde hebben. In het verlengde hiervan wordt ook de samenwerking binnen cultuurplatform KHABBAZ meegewogen.

  • h.

    Zakelijke kwaliteit

    Onder zakelijke kwaliteit verstaan we dat de organisatie financieel, organisatorisch en bedrijfsmatig op orde is. Bij de beoordeling van de zakelijke kwaliteit wordt daarom getoetst of de begroting haalbaar en realistisch is en of de plannen uitvoerbaar zijn. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk dat bij de organisatie sprake is van een eerlijk en transparant bestuur. Waarbij toezicht wordt gewaarborgd en zorg wordt gedragen voor een eerlijke betaling van culturele makers en personeel. Daarom wordt gekeken naar de manier waarop de aanvrager invulling geeft aan de Governance Code Cultuur en de Fair Practice Code.

    In aanvulling op het criterium ‘publieksbereik’, zoals in de toelichting op artikel 4.13 genoemd, wordt bij de professionele organisaties ook gekeken naar de toepassing van de Code Diversiteit en Inclusie, omdat de gemeente het belangrijk vindt dat de aanvrager oog heeft voor inclusie en diversiteit.

1.5. Puntensysteem behorend bij de beoordelingscriteria uit artikel 2.4, 3.5, 4.13 en 4.14.

Aan ieder beoordelingscriterium zoals genoemd in de artikelen 2.4, 3.5, 4.14 en 4.15. kan maximaal 4 punten worden toegekend. De beoordeling vindt plaats op basis van de ingediende stukken door de aanvrager. Voor artikel 2.4. geldt dat ieder criterium meerdere aspecten omvat, zoals toegelicht in onderdeel 1.2. van bijlage 1. Vervolgens wordt per criterium een aantal punten toegekend op basis van de volgende systematiek:

4 – zeer goed / excellent: er zijn (bijna) geen punten van kritiek. De aanvraag is op het betreffende criterium zeer goed uitgewerkt, de inhoud is zeer helder beschreven, zorgvuldig en overtuigend onderbouwd en roept geen (wezenlijke) vragen op;

3 – goed: er zijn weinig punten van kritiek en deze doen weinig afbreuk aan de inhoud. De aanvraag is op het betreffende criterium ruim voldoende tot goed uitgewerkt en helder omschreven. De enkele vragen die de aanvraag mogelijk oproept staan de uitvoering niet in de weg;

2 – voldoende: Er zijn wel punten van kritiek maar deze zijn niet van doorslaggevende betekenis. De positieve elementen hebben de overhand. De aanvraag is op het betreffende criterium voor verbetering vatbaar, maar de verwachting is dat de aanvrager deze verbeteringen bij de uitvoering van het plan kan realiseren;

1 - matig: er zijn veel punten van kritiek. De aanvraag is op het betreffende criterium matig uitgewerkt en roept veel vragen op. Op onderdelen ontbreekt informatie of is er inconsistentie. Er zijn verbeterpunten die opgepakt moeten worden om de activiteiten te kunnen uitvoeren;

0 – onvoldoende / erg zwak: De aanvraag levert zeer veel kritiek op en er zijn nauwelijks positieve elementen te benoemen. De aanvraag is op het betreffende criterium (erg) zwak uitgewerkt. Essentiele informatie ontbreekt of de informatie is inconsistent. Er is gegronde twijfel of de activiteiten uitvoerbaar zijn.