Regiovisie Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

Geldend van 05-05-2026 t/m heden

Intitulé

Regiovisie Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

De Raad van de gemeente Rotterdam,

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 20 januari 2026

(raadsvoorstel nr. 26bb000413);

gelet op artikel 1, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

besluit:

de als bijlage bij dit raadsvoorstel opgenomen Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond vast te stellen.

Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond

INLEIDING

In de Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond voor 2026-2030 wordt de gezamenlijke ambitie voor de komende periode uiteengezet. Met dit document ligt er een gezamenlijk kompas in een tijd waarin de uitdagingen binnen de jeugdhulp toenemen: de vraag naar jeugdhulp blijft stijgen, de kosten nemen toe en er is een tekort aan professionals. Veel gezinnen ervaren een groeiende maatschappelijke druk door de combinatie van economische onzekerheid en sociale veranderingen.

Tegelijkertijd geldt dat jeugdhulp geen vanzelfsprekend antwoord op (maatschappelijke) problemen mag zijn. Het is onwenselijk dat steeds meer jeugdigen en jongeren afhankelijk worden van professionele hulp. Een sterke pedagogische basis in het gezin, de buurt en op school zijn cruciaal voor een gezonde ontwikkeling.

Deze regiovisie benadrukt daarom dat jeugdigen in Rijnmond zo thuis mogelijk opgroeien – veilig, gezond en met toekomstperspectief. De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp (GRJR) zorgt ervoor dat er regionale specialistische zorg beschikbaar is als deze pijlers in het geding komen. Preventie, lokale jeugdhulp en het lokale team, bestaanszekerheid, maatschappelijke ondersteuning, en het versterken van de basisvoorzieningen zijn hierbij randvoorwaarden waar elke gemeente een eigen verantwoordelijkheid voor draagt. Specialistische jeugdhulp wordt alleen ingezet waar dat echt noodzakelijk is en wordt altijd zo nabij en passend mogelijk georganiseerd. Door hulp te beperken tot situaties waarin het écht nodig is, wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van gezinnen en jongeren en hun veerkracht. Zelfredzaamheid betekent dat ouders en jeugdigen, binnen de mogelijkheden van hun situatie, hun eigen oplossingen creëren – waar nodig ondersteund door mensen en organisaties in hun omgeving.

De opgave vraagt om een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijs en maatschappelijke partners hebben ieder een cruciale rol. Alleen door domeinoverstijgend samen te werken kan het aantal jeugdigen en ouders dat afhankelijk is van specialistische hulp daadwerkelijk afnemen.

Waarom een geactualiseerde regiovisie?

De regiovisie 2020 vormde een belangrijke basis voor de beweging naar het nabij en passend organiseren van jeugdhulp. Sindsdien zijn er waardevolle stappen gezet, maar zijn er ook nieuwe uitdagingen en kansen ontstaan. En soms moeten zaken ook echt beter dan de afgelopen jaren.

Deze regiovisie is de eerste stap. In de volgende fase wordt een uitvoeringsplan opgesteld, waarin de visie verder wordt uitgewerkt. Het uitvoeringsplan vormt de basis voor domein overstijgende afspraken tussen de verschillende betrokken partijen. Hierbij wordt de samenwerking tussen domeinen zoals preventie, welzijn, maatschappelijke ondersteuning en onderwijs versterkt. Door deze domeinen te verbinden, kan de regio Rijnmond een duurzame en contextgerichte aanpak realiseren voor de problemen die jeugdigen en gezinnen ervaren met opgroeien en opvoeden.

Met deze actualisatie willen we koersvast doorgaan en tegelijkertijd scherpere keuzes maken om een beter resultaat te bereiken. Deze actualisatie van de regiovisie schetst een duidelijke ambitie en richting:

Rijnmond is een regio waar kinderen en jongeren zoveel mogelijk zonder jeugdhulp opgroeien, maar waar passende ondersteuning zo thuis én nabij mogelijk beschikbaar is als het ook helpend is. Daarom de titel: Nabij en passend.

afbeelding binnen de regeling

1. Onze ambitie: Nabij en passend

Onze ambitie blijft helder: jeugdhulp moet nabij en passend zijn. Dit betekent dat jeugdigen en jongeren zoveel mogelijk in hun eigen gezin, op school en in hun directe omgeving kunnen opgroeien. Zo zorgen we ervoor dat gezinnen zelfredzaam en veerkrachtig blijven.

Nabij

Nabij: Hulp dichtbij de jeugdige en het gezin

"Nabij" betekent dat hulp zo dicht mogelijk bij de jeugdige en het gezin wordt georganiseerd: toegankelijk, overzichtelijk en effectief. Jeugdhulp moet niet ver van het dagelijkse leven staan, maar tijdelijk en natuurlijk aansluiten op het leven van de jeugdige en het gezin – thuis, op school en in de buurt. Professionals moeten zicht hebben op het volledige aanbod in de gemeente, inclusief het voorliggend veld zoals jongerenwerk, sport, cultuur en Wmo-voorzieningen, zodat hulp op het juiste moment kan worden geboden.

Preventie speelt hierbij een cruciale rol. Door lichte, laagdrempelige en vroegtijdige interventies aan te bieden, kunnen veel opgroei- en opvoedvragen worden opgevangen zonder dat specialistische hulp nodig is. Dit voorkomt escalatie, vermindert de behoefte aan zwaardere zorgtrajecten en versterkt de veerkracht van gezinnen.

Passend

Passend: Hulp Die Aansluit op de werkelijke behoefte

"Passend" betekent dat de geboden hulp nauw aansluit op de daadwerkelijke behoeften van de jeugdige of het gezin. Dit vraagt om maatwerk en een integrale analyse van de hulpvraag: de juiste intensiteit, het juiste specialisme en de juiste duur. Passende hulp richt zich niet alleen op de jeugdige, maar op het hele gezinssysteem en de onderliggende zorgen. Vaak zijn de problemen van de jeugdige een gevolg van bredere gezinsdynamieken. Door het gezinssysteem als geheel te bekijken, kunnen we de jeugdige ‘onschuldigen’ en de oorzaak van de problematiek beter aanpakken.

Het doel is om gezinnen in staat te stellen zonder professionele hulp, maar met de steun van hun pedagogische basis, verder te kunnen. Passende hulp is ook effectief en efficiënt, wat gemeten wordt met de juiste data.

Passende hulp is niet altijd jeugdhulp. Als jeugdhulp wel passend is, ondersteunt het de pedagogische basis, blijft het gezin zo veel mogelijk bij dezelfde aanbieder, en wordt de hulp afgebouwd zodra herstel zichtbaar is. Als de situatie dat vraagt, wordt de hulp aangepast in intensiteit.

Specialistische jeugdhulp blijft beschikbaar voor wie het echt nodig heeft, maar het mag nooit de standaardroute zijn. Een doel is om regionaal minder uithuisplaatsingen en minder uitstroom naar speciaal onderwijs te realiseren. Uithuisplaatsingen moeten worden voorkomen, tenzij de veiligheid van de jeugdige ernstig in gevaar is. Bovendien moeten jeugdigen verbonden blijven met hun school, ook als ze jeugdhulp ontvangen, om leerachterstanden te voorkomen en hun sociale contacten te behouden.

Daarnaast moeten jongeren die bijna 18 worden, tijdig worden begeleid naar een passende, zelfstandige plek, waarbij aanpalende domeinen zoals Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz), Werk en Inkomen en de Zorgverzekeringswet waar nodig ondersteunen.

SAMENHANGENDE ONDERSTEUNING

Nabij en passend werken betekent dat jeugdigen, jongeren en gezinnen kunnen rekenen op een samenhangend en effectief ondersteuningsaanbod dat aansluit op de leefomgeving. Dit kan alleen als casusregie effectief wordt belegd bij lokale teams en het estafettemodel wordt doorbroken. Lokale professionals blijven betrokken, ongeacht welke hulp er wordt ingezet, en ook wanneer de regie tijdelijk bij een gecertificeerde instelling ligt. Het doel is altijd dat het gezin in eigen regie verdergaat, met ondersteuning van de pedagogische basis.

Om jeugdigen effectief te helpen, is samenwerking tussen domeinen en organisaties onmisbaar. Wanneer scholen, huisartsen, jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke organisaties en lokale teams samenwerken, ontstaat er samenhang en continuïteit. Dit vergroot de regie en overzichtelijkheid voor jeugdigen en ouders, met minder wisselende hulpverleners. Verantwoordelijkheid wordt gezamenlijk gedragen, expertise wordt gedeeld en de overdracht naar de pedagogische basis verloopt zorgvuldig.

afbeelding binnen de regeling

2. Leidende principes

De ambitie om jeugdhulp nabij en passend te organiseren, sluit aan bij de leidende principes die het Algemeen Bestuur in 2020, in samenspraak met de aanbieders en andere betrokkenen van de Jeugdhulpregio Rijnmond, heeft vastgesteld.

De leidende principes uit 2020 zijn essentieel voor het realiseren van deze ambitie en maken dan ook onderdeel uit van de Regiovisie.

DE LEIDENDE PRINCIPES ZIJN:

Jeugdigen hebben een (t)huis en kunnen naar school.

Alle inzetheeft als uiteindelijk doel dit in stand te houden.

Ouders en opvoeders zijn blijvend.

Hulpverlening sluitaan bij wat zij nodig hebben.

We doen wat helpt.

Betekent dat we ook andere hulp en ondersteuning inzetten dan jeugdhulp. Eventueel kan aanvullendjeugdhulp aan de orde zijn.

We luisteren naar de vraag van de jeugdige en spreken zijn taal.

We vragen hen wat ze zelf willen.

We streven altijdnaar passende hulp:gewoon is goedgenoeg.

Dit betekent dat eenvoud vaker effectiever is dan complexe oplossingen.

Tegelijkertijd worden de principes verder aangescherpt in de praktijk. Gemeenten worden sterker gepositioneerd als opdrachtgever, verordeningen worden beter afgestemd en duidelijke kaders worden gesteld voor aanbieders. Bovendien wordt de samenwerking tussen verschillende domeinen versterkt, waarbij onderwijs, bestaanszekerheid, publieke gezondheidszorg, Wmo en jeugdhulp elkaar aanvullen.

In het volgende hoofdstuk worden de maatschappelijke en inhoudelijke ontwikkelingen besproken die de actualisatie van de regiovisie noodzakelijk maken.

3. Ontwikkelingen en maatschappelijke uitdagingen

De actualisatie van de regiovisie is noodzakelijk vanwege de maatschappelijke en inhoudelijke ontwikkelingen die de jeugdhulp beïnvloeden. Veranderingen in wet- en regelgeving, gecombineerd met nieuwe uitdagingen in de regio en daarbuiten, vragen om een herziening van de koers.

De vijf belangrijkste redenen voor de actualisatie van de regiovisie zijn:

1 Wettelijke verplichting en ontwikkelingen

De landelijke Hervormingsagenda Jeugd (HAJ), die tot stand kwam ná de vorige regiovisie, vraagt om een aanscherping van de regionale koers. De nieuwe regiovisie is in de geest van de hervormingsagenda geschreven; van individuele hulp naar ondersteuning in de context met een collectieve aanpak.

De commissie van Ark stelt dat de HAJ vooral focust op ‘de jeugdhulp anders organiseren’, waarbij gedoeld wordt op de aanpalende domeinen. Volgens de commissie is het noodzakelijk om door te gaan met de HAJ, maar zij constateert terecht dat deze verbreed moet worden naar bestaanszekerheid, wonen, onderwijs en volwassenenzorg.

Aanpalende domeinen inzetten, moet daadwerkelijk leiden tot een krimp van de specialistische jeugdhulp. Hierbij doelen we ook op de verbinding met het lokale zorglandschap. Een van de uitwerkingen van de HAJ is de aanpassing van wetgeving.

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg

De nieuwe Jeugdwet verplicht iedere jeugdhulpregio om een actuele regiovisie op te stellen die voldoet aan de veranderende wet- en regelgeving. Dit is niet alleen een administratieve eis, maar een cruciaal instrument om de gezamenlijke koers van de regio vast te stellen en af te stemmen op nieuwe landelijke en regionale ontwikkelingen.

De nieuwe Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg vraagt van ons om de onderliggende thema’s een plaats te geven in de regiovisie. Het gaat hierbij om:

  • Aanpak wachttijden

  • Bovenregionale samenwerking, waaronder de af-en ombouw van de gesloten jeugdhulp

  • Regionale alternatieven voor de gesloten jeugdhulp

  • Aansluiting bij landelijke jeugdhulpstructuren

  • Realisatie regionale expertiseteams en bovenregionale expertisenetwerken.

In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op hoe deze organisatorische en wettelijke kaders de uitvoering van de visie ondersteunen.

2 Ongewenste groei in het gebruik van jeugdhulp

De toename in zowel de omvang als de zwaarte van jeugdhulp in de regio Rijnmond is zorgwekkend. Hoewel jeugdhulp beschikbaar moet blijven wanneer dat de beste oplossing is, mag het niet de standaardoplossing worden voor problemen die ook binnen het gezin, op school of in de wijk opgelost kunnen worden. Te veel en te zware hulp is niet altijd effectief en kan zelfs ongewenst resultaat opleveren: ‘baat het niet, dan schaadt het wel’.

3 Druk op middelen, prioriteiten en schaarste

De stijgende vraag naar jeugdhulp heeft directe gevolgen voor de beschikbare middelen, wat leidt tot verhoogde druk op gezinnen, professionals en gemeentelijke budgetten. Daarbij zijn tijd, geld en menskracht schaars, wat vraagt om scherpe keuzes en duidelijke prioriteiten. Tegelijkertijd moeten investeringen worden gedaan in het versterken van de pedagogische basis, zodat minder vaak een beroep op specialistische zorg nodig is. Dit draagt bij aan de financiële houdbaarheid en effectiviteit van de jeugdhulp. Door de nadruk te leggen op preventie en het versterken van het pedagogisch klimaat, kan het jeugdhulpstelsel efficiënter en minder belastend worden ingericht. Wanneer minder jeugdigen worden doorverwezen naar specialistische hulp, worden grote slagen gemaakt in het verminderen van de druk op professionals en uiteindelijk ook in het verminderen van wachtlijsten.

4 Nieuwe inkoopperiode

Er staat een nieuwe inkoopperiode voor de deur, waarin de 13 gemeenten gezamenlijk afspraken maken met zorgaanbieders over de levering van jeugdhulp voor de komende jaren. Deze periode vraagt om een solide basis, die door de regiovisie wordt geboden. Door de visie te actualiseren, wordt ervoor gezorgd dat de inkoop aansluit bij de ambities van de regio en dat zorgaanbieders de juiste richting krijgen om effectief bij te dragen aan de jeugdhulp.

5 Maatschappelijke en inhoudelijke uitdagingen

De samenleving verandert snel, met trends zoals individualisering, digitalisering, prestatiedruk en de invloed van sociale media. Deze veranderingen vergroten de kwetsbaarheid van jongeren en maken het opvoeden complexer. De jeugdzorg kan deze maatschappelijke veranderingen niet volledig oplossen, maar moet er wel op aansluiten. De versnippering binnen de jeugdzorgketen, door de vele betrokken partijen, zorgt voor druk op de samenwerking tussen domeinen zoals onderwijs en maatschappelijke ondersteuning. Deze complexe situatie vraagt om een regiovisie die verder kijkt dan zorg alleen.

Preventie, versterking van het pedagogisch klimaat, het vergroten van bestaanszekerheid en het bouwen aan sterke lokale teams zijn cruciaal voor een toekomstbestendige aanpak.

Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming speelt hierbij een belangrijke rol. Dit scenario legt de nadruk op het versterken van de bredere context van problematiek door huishoudens waar het thuis niet veilig is sneller en effectiever te ondersteunen. Het doel is om problemen in een vroeg stadium aan te pakken, met integrale zorg en minder versnippering. Lokale teams, die de regie voeren en beschikken over de nodige expertise, spelen hierin een centrale rol. De afgelopen jaren zijn in de regio proeftuinen opgezet die hebben aangetoond dat deze benadering leidt tot minder uithuisplaatsingen en betere resultaten voor huishoudens, door samen te werken met ouders en andere betrokkenen.

Conclusie

Met de actualisatie van de regiovisie wordt beter aangesloten bij zowel de maatschappelijke veranderingen als de landelijke hervormingsinitiatieven, zoals de HAJ en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.

Door deze nieuwe inzichten en ontwikkelingen te verwerken, wordt de samenhang tussen de verschillende regionale en landelijke trajecten versterkt. Deze visie helpt om de koers vast te houden, de juiste keuzes te maken en de jeugdhulp in de regio effectiever en toekomstbestendiger te maken.

“ BAAT HET NIET, DAN SCHAADT HET WEL”

4. Wettelijke eisen en regionale afstemming in jeugdhulp

Dit hoofdstuk gaat dieper in op hoe de afstemming tussen lokale, regionale en bovenregionale zorg wordt georganiseerd om te voldoen aan de veranderende wet- en regelgeving zoals de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg

Aanpak van wachttijden

De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht regio’s om wachttijden in de jeugdhulp aan te pakken. In de regiovisie ligt de nadruk op het beperken van de instroom van jeugdigen in specialistische jeugdhulp, wat naar verwachting een positieve invloed zal hebben op de wachttijden. In samenwerking met gecontracteerde aanbieders, zoals in regionale contractgesprekken en aan de Zorglandschapstafel, wordt gestreefd naar tijdige en passende zorg. Hierbij wordt de treeknorm van 14 weken voor wachttijden gehanteerd.

Afstemming over schaarste en inkoop van jeugdhulp

In de regio Rijnmond werken 13 gemeenten samen aan de inkoop van jeugdhulp. Met de verwachte nieuwe inkoopstructuur per 1 januari 2029 worden de minimale regionale inkoopvormen volgens de wet gerealiseerd. Momenteel worden twee inkoopmodellen op regionaal niveau toegepast, waarbij nauw wordt samengewerkt met zorgaanbieders om een passend netwerk voor jongeren te garanderen.

De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is verantwoordelijk voor de (boven)regionale inkoop van specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en het zorgen voor een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarnaast heeft de GRJR de taak om onderling overleg in de jeugdketen te bevorderen. De nieuwe Jeugdwetgeving en landelijke afspraken verplichten de gemeenten en de GRJR te werken met uniforme inkoop- en contractafspraken in uniforme administratieve processen. Het doel is om de administratieve lasten in de jeugdketen te verminderen voor gemeenten en instellingen zodat er meer geld naar de zorg kan.

De GRJR is opgericht in 2014 en heeft zich sindsdien verder ontwikkeld. In lijn met het rekenkameronderzoek pakt de GRJR de verantwoordelijkheid op het gebied van sturingsinformatie, contractmanagement en regionaal toezicht. Daarnaast neemt de GRJR verbetersuggesties serieus zodat samenwerking en afstemming voortdurend geoptimaliseerd wordt. De regionale afstemmingscyclus wordt hierbij gebruikt om blijvende schaarste in jeugdhulp effectief aan te pakken.

Afstemming lokaal, regionaal, bovenregionaal en landelijk

Lokaal en regionaal werken we samen om de jeugdhulp effectief te organiseren. De regio Rijnmond heeft eigen lokale kenmerken, wat afstemming vereist over hoe zorg lokaal wordt georganiseerd en hoe deze gezamenlijk wordt ingekocht. Het is verplicht om specialistische jeugdzorg op regionaal niveau in te kopen, maar het is niet noodzakelijk dat deze zorg ook regionaal wordt georganiseerd.

De GRJR, als grote jeugdhulpregio, organiseert het zorglandschap binnen de regio. Voor de meest complexe casuïstiek is afstemming op landelijk niveau (Zuid-Holland) nodig, zoals voor JeugdhulpPlus. De vijf jeugdhulpregio’s binnen het landsdeel Zuid-Holland leggen samen de visie vast op de af- en ombouw van gesloten jeugdhulp. Ook werken we samen in het bovenregionale expertisenetwerk (BREN) om passende zorg te bieden voor doelgroepen met de meest complexe hulpvraag. De regiovisie fungeert als kapstok voor deze bovenregionale afstemming.

afbeelding binnen de regeling

]1 Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland,Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee.

Afbouw JeugdhulpPlus en alternatieven

De afbouw van JeugdhulpPlus is onderdeel van het landelijke beleid om het aantal plaatsingen in gesloten jeugdhulpinstellingen (JeugdzorgPlus) aanzienlijk te verminderen en uiteindelijk zoveel mogelijk te voorkomen. JeugdhulpPlus richt zich op jongeren met ernstige gedragsproblemen of risico’s voor zichzelf of anderen. De regio Rijnmond werkt momenteel hard aan passende alternatieven voor deze groep jeugdigen.

In de samenwerking met de aanbieders die vallen onder het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) voor Rijnmond, en met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) als inkoper van het LTA, wordt de hoofdboodschap van de regiovisie meegenomen. Ook in deze context blijft de focus op passende en nabij georganiseerde zorg van groot belang.

Regio Rijnmond heeft een Regionaal Expertiseteam (RER) opgericht op basis van de landelijke richtlijnen. Het RER werkt samen met het bovenregionale expertisenetwerk voor kennisdeling en samenwerking. Binnen Rijnmond worden delen van de functies van het RER uitgevoerd door het team Zorgbemiddeling. Het RER richt zich op het analyseren van (gestructureerde) data over het zorglandschap om ontwikkelingen en trends te identificeren en advies uit te brengen aan de regio.

Samenhang met aanpalende domeinen

Het uitvoeringsplan fungeert als basis voor het maken van domein overstijgende afspraken. Hierbij gaat het om het versterken van de samenwerking tussen verschillende domeinen, zoals preventie, welzijn, maatschappelijke ondersteuning en onderwijs. Door deze domeinen te verbinden, kan de regio een duurzame en contextgerichte aanpak realiseren voor de problemen die jeugdigen en gezinnen ervaren met opgroeien en opvoeden.

Nieuwe wetswijzigingen

Met de recente Tweede Kamerverkiezingen en de vorming van een nieuw kabinet kunnen er wijzigingen komen in de landelijke wetgeving. Deze wijzigingen zullen worden meegenomen in het uitvoeringsplan, zodat de gemeenten hun raden adequaat kunnen informeren. Dit geldt ook voor de lokale regelgeving bij de vorming van nieuwe raden na de gemeentelijke verkiezingen in 2026.

In het volgende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de specifieke punten die aandacht vragen en de acties die ondernomen moeten worden om de jeugdhulp verder te verbeteren. Het gaat daarbij om het versterken van de samenwerking, het verbeteren van de toegang tot zorg en het verder optimaliseren van de effectiviteit van de geboden ondersteuning

afbeelding binnen de regeling

5. Versterken van de Jeugdhulp aanpak

De afgelopen jaren zijn er belangrijke stappen gezet, maar de resultaten zijn nog niet voldoende. Jeugdigen en gezinnen ervaren dagelijks dat hulp niet altijd snel beschikbaar is, dat trajecten soms te zwaar worden ingezet of dat er te weinigsamenhang is tussen professionals en voorzieningen. Het isdan ooknu tijdom devolgende stap te zetten, naast de eerdergenoemde ontwikkelingen en uitdagingen.

Versterken pedagogische basis

De inzet van jeugdhulp neemt al jaren toe, wat een zorgelijk signaal is van de mentale gezondheid van jeugdigen en de veerkracht van gezinnen. Deze stijging heeft niet alleen grote sociale gevolgen, maar ook aanzienlijke financiële impact. De huidige werkwijze is op de lange termijn niet houdbaar. Daarom is het essentieel om de pedagogische basis te versterken: de relaties en contacten tussen ouders, jeugdigen, opvoeders en de voorzieningen die hen ondersteunen, zowel fysiek als online. Een sterke pedagogische basis biedt ruimte om gezamenlijk de uitdagingen van opvoeden en opgroeien te dragen en voorkomt dat hulp te snel specialistisch wordt ingezet.

Tegelijkertijd zijn er maatschappelijke ont-wikkelingen die deze pedagogische basis onder druk zetten. De samenleving legt steeds meer nadruk op prestaties en maakbaarheid, wat leidt tot de oplossing van problemen via individuele hulpverleningstrajecten. De kracht van het netwerk rond gezinnen wordt onderbenut. Het is belangrijk te realiseren dat de problemen waarmee jeugdigen kampen vaak niet in de jeugdige zelf liggen, maar in de bredere omgeving. Soms is het juist de omgeving die zich moet aanpassen, bijvoorbeeld binnen het gezin of de school, in plaats van de jeugdige te verplaatsen naar een andere school of opvang.

Hulp is tijdelijk, het netwerk is blijvend

Jeugdhulp is altijd bedoeld als tijdelijk vangnet. Het doel is dat jeugdigen en gezinnen hun zelfstandigheid en veerkracht zo snel mogelijk terugvinden.

Elke vorm van hulp moet dan ook gericht zijn op herstel: wat is er nodig om het gezin weer zelfstandig verder te laten gaan, ondersteund door familie, vrienden, school, en de bredere gemeenschap? Het afbouwen van hulp is hierin een essentieel onderdeel. Een sterk en blijvend netwerk om het gezin heen is uiteindelijk de beste garantie voor duurzame ondersteuning.

Kind en gezin écht centraal

Er wordt aandacht besteed aan de gezinscontext en de behoeften en wensen van de jeugdige staan centraal. Het is belangrijk om te begrijpen wat de jeugdige zelf nodig heeft. Hulp werkt pas effectief als deze aansluit bij het dagelijks leven van jeugdigen en gezinnen, oog heeft voor bijvoorbeeld de culturele achtergrond, en gebaseerd is op een integrale analyse van hun situatie. Dit vraagt actieve betrokkenheid van professionals: luisteren naar de ervaringen van jeugdigen en gezinnen, hen betrekken bij het proces en uitgaan van hun kracht en perspectief. Hulpverlening moet flexibel zijn en meebewegen met de veranderende behoeften van het gezin en de omgeving.

Dit vraagt om een aanpassing van het vakmanschap van professionals, waarbij altijd rekening wordt gehouden met de rechten van de jeugdige.

Effectieve ondersteuning kan alleen geboden worden wanneer professionals betrokken blijven bij een gezin zolang dat nodig is. Dit voorkomt terugval en is kosteneffectiever. In dit proces worden jongeren en ouders niet gezien als 'cliënten', maar als volwaardige partners. Maatwerk wordt geleverd in samenwerking met het gezin en hun omgeving, waarbij gebruik wordt gemaakt van een gedeelde verklarende analyse en een perspectiefplan.

Samenwerken zonder schotten

Jeugdigen en gezinnen hebben geen baat bij versnipperde hulpverlening die zich beperkt tot de grenzen van één domein. Zij vragen om een integrale aanpak waarin onderwijs, zorg, welzijn, veiligheid en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Jeugdigen en gezinnen moeten niet van de ene naar de andere instantie worden doorverwezen. Het is belangrijk om verantwoordelijkheid te nemen en vast te houden bij een gezin totdat het juiste traject is afgerond.

Domeinoverstijgende samenwerking moet dan ook de norm zijn. Dit betekent niet alleen betere afstemming tussen organisaties binnen de jeugdzorg, maar ook het werken met gedeelde doelen en gezamenlijke verantwoordelijkheid. "Waar mogelijk moeten de beschikbare middelen voor hulp niet meer alleen binnen één zorggebied worden gehouden, maar gedeeld worden tussen verschillende zorggebieden. Dit voorkomt dat gezinnen vastlopen in de zorgketen en zorgt ervoor dat ze alle benodigde hulp op een samenhangende manier krijgen.

Regierol en opdrachtgeverschap

Het opdrachtgeverschap van gemeenten wordt niet alleen overkoepelend verstevigd, maar ook op casusniveau. Gemeenten zetten in op stevige procesregie rond complexe casussen om de wettelijk vereiste doelmatigheid en doeltreffendheid van jeugdhulp beter te kunnen invullen.

In de praktijk blijkt nu vaak dat:

  • Hulp niet passend genoeg is;

  • Er te vaak doorverwijzing plaatsvindt binnen het jeugdhulpsysteem;

  • Te snel wordt gegrepen naar gedwongen maatregelen;

  • Jeugdigen buiten de regio geplaatst worden, wat de betrokkenheid van het gezin en de school bemoeilijkt.

Om deze knelpunten aan te pakken, is een stevigere regierol nodig. Dit zorgt ervoor dat gezamenlijke besluitvorming rond complexe casuïstiek tot passende zorg leidt. Domeinoverstijgende samenwerking binnen het zorglandschap is hierbij onmisbaar. Ook wanneer gecertificeerde instellingen de regie over casussen voeren, blijven gemeenten nadrukkelijk betrokken. De procesregie blijft bij de gemeenten, zodat zij vanuit hun wettelijke verantwoordelijkheid kunnen sturen op integraliteit, doelmatigheid en het voorkomen van onnodige escalatie. Dit vraagt om heldere afspraken over rollen, mandaat en samenwerking.

afbeelding binnen de regeling

6. Onderlinge verwachtingen

Zoals eerder aangegeven, is de transformatie van de jeugdhulp een gezamenlijke opgave die niet door gemeenten alleen kan worden gerealiseerd. Geen enkele partij kan deze opgave alleen dragen. Alleen wanneer gemeenten, aanbieders, onderwijs, zorg en maatschappelijke partners ieder hun rol goed oppakken en zich gezamenlijk inzetten, kan de beweging naar nabij en passend werkelijkheid worden.

Verwachtingen van de betrokken partijen:

Gemeenten

De huidige opgaven in de jeugdhulp vragen om meer dan het vasthouden aan bestaande structuren. Gemeenten moeten als betrouwbare opdrachtgevers sturen op zowel de effectiviteit van de regionale specialistische jeugdhulp als op casusniveau. Dit vereist dat er durf is om te leren, experimenteren en vernieuwen. Het benutten en analyseren van data speelt hierbij een cruciale rol, evenals het ruimte maken voor nieuwe werkvormen en methoden. Oude patronen moeten worden losgelaten en alternatieve benaderingen moeten worden gekozen, ook wanneer deze spannend zijn.

Aanbieders

Er wordt van aanbieders verwacht dat zij zich actief committeren aan de regiovisie. Dit betekent niet alleen het leveren van goede zorg, maar ook samenwerking met partners uit andere domeinen. De inzet moet gericht zijn op het normaliseren van de situatie, het goed analyseren van het achterliggende probleem en het tijdig doorgeleiden naar basisvoorzieningen en het sociaal netwerk. Dit voorkomt dat gezinnen tussen wal en schip vallen door een estafette van verschillende aanbieders. In de inkoopstrategie wordt duidelijk gemaakt wat van aanbieders wordt verwacht.

partners

Partners zoals scholen, jeugdgezondheidszorg, huisartsen en maatschappelijke organisaties hebben een sleutelrol in het vroegtijdig signaleren van problemen, het bieden van preventieve steun en het versterken van de pedagogische basis. Zij dragen verantwoordelijkheid voor het bieden van onderwijs en het voorkomen van jeugdzorg. Samen zorgen zij voor de brede ontwikkeling van jeugdigen en gezinnen.

Samen

Er is afgesproken dat gewerkt wordt vanuit één gezamenlijke opdracht: het bieden van passende ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben. Dit betekent dat gezamenlijk wordt gestuurd op effectiviteit, dat van elkaar wordt geleerd op basis van data en praktijkervaringen, en dat verantwoording wordt afgelegd over de behaalde resultaten. Kennis wordt gedeeld, er wordt domein overstijgend gewerkt en middelen en expertise worden gezamenlijk ingezet, niet als losse schakels.

De Jeugdwet geeft de jeugdregio een rol in het werken aan de gezamenlijk opdracht. Inkoop die past bij de opdracht van nabij en passende hulp. Stevig contractmanagement ondersteund door data en informatie. Met vermindering van administratieve lasten door standaardisatie, zodat beschikbare mensen en middelen naar de inzet van hulp kunnen. In lijn met het rekenkameronderzoek en de nieuwe wetgeving blijft de GRJR zich verbeteren.

afbeelding binnen de regeling

“SAMEN WERKEN WE IN RIJNMOND AAN JEUGDHULP DIE DICHTBIJ, PASSEND ÉN TOEKOMSTBESTENDIG IS.”

De kern is eenvoudig: alleen door samen te werken, elkaars expertise te benutten en jeugdigen en gezinnen écht centraal te zetten, kan een jeugdhulpstelsel gerealiseerd worden dat dichtbij, passend en toekomstbestendig is. Deze actualisatie van de regiovisie maakt duidelijk dat er veel nadrukkelijker gestreefd wordt naar het voorkomen of verkorten van specialistische zorg en het voorkomen van uithuisplaatsingen en uitschoolplaatsingen. Deze regiovisie is de eerste stap. In de volgende fase wordt een uitvoeringsplan opgesteld, waarin de visie verder wordt uitgewerkt. Het uitvoeringsplan vormt de basis voor domeinoverstijgende afspraken tussen de verschillende betrokken partijen. Hierbij wordt de samenwerking tussen domeinen zoals: preventie, welzijn, maatschappelijke ondersteuning en onderwijs versterkt. Door deze domeinen te verbinden, kan de regio Rijnmond een duurzame en contextgerichte aanpak realiseren voor de problemen die jeugdigen en gezinnen ervaren met opgroeien en opvoeden.

De regiovisie is afgestemd met ervaringsdeskundigen, jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, onderwijs, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en andere ketenpartners.

Begrippenlijst

Begrip

Omschrijving

Aanpalende domeinen

Domeinen die nauw verwant zijn aan jeugdhulp, zoals onderwijs, welzijn, werk en sociale zorg, waarbij samenwerking essentieel is om de effectiviteit van de hulpverlening te vergroten.

Casusregie

Coördinatie van hulp en ondersteuning rondom één gezin of jeugdige, met als doel samenhangende, doelgerichte en passende hulp vanuit betrokken organisaties.

De commissie Van Ark

Een externe deskundigencommissie onder leiding van Tamara van Ark volgt de uitvoering van de Hervormingsagenda op de voet.

Deze commissie brengt zwaarwegend advies uit aan het rijk en de VNG ten aanzien van de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen, vooral in relatie tot de uitgavenontwikkeling.

Domeinoverstijgend

Het samenwerken over de grenzen van afzonderlijke domeinen heen, zodat integrale, gezamenlijke zorg wordt geboden en verschillende betrokken partijen effectief kunnen bijdragen aan de ondersteuning van gezinnen en jeugdigen.

Gezinssysteem

Het geheel van relaties en interacties binnen een gezin, waarbij wordt gekeken naar de onderlinge invloed van gezinsleden op elkaar en de invloed van externe factoren zoals de bredere omgeving en het netwerk.

Integrale analyse

Het systematisch en gezamenlijk bekijken van de situatie van een gezin of jeugdige, waarbij niet alleen het kind, maar ook het gezin, de omgeving en de sociale context in ogenschouw worden genomen.

Integrale zorg

Zorg die verschillende aspecten van een jeugdige of gezin tegelijkertijd aanpakt, met betrokkenheid van meerdere zorgprofessionals, domeinen en instanties om een bredere, meer samenhangende ondersteuning te bieden.

Jeugdwet

De wet die de jeugdhulp in Nederland regelt, met als doel de zorg voor jeugdigen te verbeteren en te zorgen voor meer regie en samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders en andere betrokkenen.

LandelijkTransitiearrangement (LTA)

Het Landelijk Transitiearrangement (LTA) is een set aan afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt, met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, om er zeker van te zijn dat er een contractbasis is voor aanbieders met uitzonderlijk aanbod.

Lokale teams

Stevige Lokale Teams is een begrip vanuit de Hervormingsagenda jeugd en van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. In deze visie bedoelen we de lokale teams van de gemeenten, ookwel een wijkteam, sociaal team of toegangsteam genoemd.

(Sociaal) netwerk

Dit bestaat uit de sociale contacten die een gezin heeft, bijvoorbeeld familieleden, vrienden, buren, leden van kerk, geloofsgemeenschap of (sport)club.

Normaliseren

Het benadrukken dat bepaalde problemen, gevoelens of gedragingen onderdeel zijn van normale ontwikkeling en het dagelijks leven er mogen zijn, en dus niet altijd professionele hulp of een diagnose vereisen.

Procesregie

Procesregie is het sturen en bewaken van het gehele hulpverleningsproces, waarbij de procesregisseur zorgt dat de samenwerking tussen betrokken partijen goed verloopt. Het doel is om stagnatie in de casus te voorkomen of op te lossen door tijdig op te schalen en doorzettingsmacht in te zetten waar nodig.

Rekenkameronderzoek

Een onderzoek uitgevoerd door de Rekenkamer naar de effectiviteit en efficiency van overheidsuitgaven, waaronder de besteding van middelen binnen de jeugdzorg.

Sociaal pedagogische basis

Het deel van de sociale basis dat bijdraagt aan de opgroei, opvoeding en ontwikkeling van kinderen en jonger en wordt gevormd door pedagogische sociale relaties en leefomgevingen. a) Pedagogische sociale relaties bestaan tussen ouders, kinderen, jongeren en opvoeders, die inspelen op de ontwikkelbehoeften en opvoedrelaties. b) Pedagogische leefomgevingen omvatten voorzieningen, diensten en plekken, zowel fysiek als online, die door ouders, opvoeders, kinderen en jongeren worden gebruikt.

Zorglandschapstafel

Dit is een overlegmoment met alle gecontracteerde partijen en gemeenten op regionaalniveau.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 februari 2026.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam

(CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl