Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Winterswijk 2026

Geldend van 05-05-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Winterswijk 2026

de raad van de gemeente Winterswijk;

gelezen het voorstel van het presidium van 7 april 2026, nr. 2444178;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Winterswijk 2026

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Raadslid: lid van de gemeenteraad.

  • b.

    Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

  • c.

    Commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet.

  • d.

    Commissielid: lid van de commissie op grond van artikel 82 van de Gemeentewet.

  • e.

    College: college van burgemeester en wethouders.

  • f.

    Burgemeester: voorzitter van het college van burgemeester en wethouders.

  • g.

    Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers: gepubliceerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • h.

    Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers: regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met regels inzake de rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers gepubliceerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden

de raad kan bij constatering van regelmatig verzuim bepalen dat de vergoeding voor de werkzaamheden van het betreffende raadslid kan worden verlaagd tot maximaal 80% van de normale vergoeding, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het lid van de raad op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.

Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

  • 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage zolang de commissie actief is. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De burgemeester stelt de duur van de activiteiten vast.

  • 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal 50% procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. De burgemeester stelt de duur van de activiteiten vast.

  • 3. Een raadslid dat voorzitter is van een commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt geen maandelijkse toelage voor de werkzaamheden.

Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

  • 1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij het presidium via de griffier.

  • 2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald, zoals uit de beschikbaar gestelde fractiebudgetten.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1. Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen direct in bij de gemeente.

  • 3. Het Mobiel Apparatuur Beleid van de gemeente is hierop van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk na schoning en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 7. Betaling vaste vergoedingen commissieleden

  • 1. De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt maandelijks of halfjaarlijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

  • 2. Vergaderingen van de Algemene raadscommissie en/of een politiek forum komen in aanmerking voor de vergoeding bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen; of

    • c.

      betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

  • 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier.

  • 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 9. Titel en inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening word aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Winterswijk 2026 en treedt in werking op 1 mei 2026.

  • 2. De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Winterswijk 2019 wordt ingetrokken.

Ondertekening

Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Winterswijk in zijn openbare vergadering gehouden op 23 april 2026,

de griffier,

w.g.

R.J.F. Jansen

de voorzitter,

w.g.

B. Dijkstra