Antennebeleid

Geldend van 02-05-2026 t/m heden

Intitulé

Antennebeleid

Nota Richtlijnen Antennes Medemblik

Voorwoord

Voor u ligt onze Nota Richtlijnen Antennes Medemblik. Met de richtlijnen kunnen wij als gemeente meer de regie houden op de inrichting en de kwaliteit van onze leefomgeving in de woonkernen en het buitengebied, door voldoende ruimte voor antenne-installaties voor telecomaanbieders in onze gemeente aan te wijzen. De richtlijnen zijn met de gemeenten van Westfriesland afgestemd.

Met de richtlijnen geven we mede invulling aan de behoefte aan mobiele communicatie (digitale connectiviteit); een belangrijke pijler voor economische en sociaal-maatschappelijke activiteiten binnen onze gemeente. Onze inwoners, bedrijven, andere organisaties en bezoekers van onze gemeente, willen altijd en overal bereikbaar zijn en connectiviteit wordt dan ook steeds meer een basisbehoefte. Connectiviteit is cruciaal voor onze ondernemers en organisaties die in hun dienstverlening en interne bedrijfsvoering (zoals Cloud services en telewerken) afhankelijk zijn van de kwaliteit daarvan. Er is ook een toenemend connectiviteitsbelang vanuit de gezondheidszorgsector om invulling te geven aan moderne en passende zorg- en dienstverlening aan onze inwoners. Steeds meer mensen willen langer zelfstandig wonen, ook als ze een zwaardere zorgbehoefte hebben. In samenhang daarmee is een goed dekkend netwerk nodig, om toekomstige apps en applicaties in de zorg en dienstverlening, zoals eHealth en Domotica, te kunnen toepassen en/of te laten werken in onze woonkernen en het buitengebied.

Als wij in onze gemeente de connectiviteit verder willen verbeteren, zullen we naast de aanleg van ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen), ook de aanleg van bovengrondse infrastructuur (antenne-installaties) door telecombedrijven moeten faciliteren. Voor de beschikbaarheid van goed en snel internet en een goed mobiel bereik, is het noodzakelijk dat er antenne-installaties in onze gemeente worden bijgeplaatst.

1 Inleiding

Mobiele communicatie is een maatschappelijke basisbehoefte. Inwoners, bedrijven, andere organisaties en bezoekers van onze gemeente, hechten veel belang aan de beschikbaarheid van snelle en betrouwbare mobiele verbindingen. Het gebruik van mobiele communicatie groeit elk jaar. Daarnaast zijn mobiele netwerken essentieel om hulpdiensten te kunnen bereiken. Telecomaanbieders zijn verplicht in elke gemeente voldoende mobiele dekking te bieden. Daarvoor is een goede bovengrondse infrastructuur, voldoende antenne-installaties, een vereiste. Door de groeiende behoefte aan mobiele communicatie zijn er meer antenne‑installaties nodig voor de verdere uitbouw en versterking van de vijfde generatie netwerk mobiele netwerken (5G). Belangrijkste kenmerk van 5G is de extreem hoge snelheid. 5G is niet alleen sneller dan 4G, het kan ook meer data versturen, is stabieler en is minder belastend voor de accu van de apparaten.

De uitbreiding van het 5G-netwerk wordt geïnitieerd vanuit de telecommunicatiesector. Voor een betrouwbaar en toekomstbestendig mobiel netwerk zijn voldoende antenne‑installaties essentieel. Antenne-installaties zijn echter niet altijd een esthetische aanwinst voor de leefomgeving. Daarbij is er ook vrees voor gezondheidsrisico’s (straling) onder onze inwoners. Bij de plaatsing van antenne-installaties moeten daarom twee belangen worden afgewogen: 1) connectiviteit en 2) kwaliteit van de fysieke leefomgeving (in de Omgevingswet wordt dat omgevingskwaliteit genoemd). Om deze reden is het wenselijk om duidelijke richtlijnen te hebben voor de plaatsing van antenne-installaties voor mobiele communicatie, die duidelijk maken wat van de gemeente en de telecomaanbieders mag worden verwacht.

1.1 Aanleiding en reikwijdte van het antennebeleid

Wij streven naar een uniforme en efficiënte toepassing van regelgeving, samenwerking tussen de verschillende belanghebbenden en een goede ruimtelijke afweging voor de locatiekeuze en het aanzicht van vergunningplichtige antenne-installaties.

Doel van het gemeentelijke antennebeleid is om, inwoners, bedrijven en andere organisaties, waaronder de aanbieders van mobiele netwerken (telecomproviders), duidelijkheid te bieden over de kaders die de gemeente stelt bij de aanleg van de bovengrondse infrastructuur voor digitale connectiviteit en antenne-installaties voor mobiele communicatie in het bijzonder.

Deze nota geeft richtlijnen waaraan aanvragen voor antennes beoordeeld worden. De richtlijnen, die in deze nota worden geformuleerd, stellen enerzijds kaders aan de omvang van een antenne-installatie en zijn anderzijds richtinggevend voor de beoordeling van een locatie.

Wij willen in samenwerking met de telecomaanbieders en tot een ruimtelijk en maatschappelijk verantwoorde inpassing van de antennes en de daarbij behorende installaties komen. De nota geeft richtlijnen voor de opbouw van een mobiel netwerk en kan in die zin als basis dienen voor het organiseren van een goede voorbereiding van aanvragen en het verlenen dan wel weigeren van omgevingsvergunningen.

De nota richt zich op de criteria voor plaatsing van vergunningplichtige antenne-installaties voor mobiele communicatie (hoger dan 5 meter). Het stelt de uitgangspunten voor het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning. Daarnaast beschrijft de nota het proces en de voorwaarden waarmee de gemeente haar wettelijke plicht invult om mee te werken aan het vergunningvrij plaatsen van antenne-installaties (small cells) op gemeentelijke infrastructuur. Voor wat betreft het vergunningvrij plaatsen van small cells, sluit deze nota aan bij het Antenneconvenant tussen de VNG, het Rijk en de telecomproviders.

Deze nota richt zich niet op antennes die op kleinere schaal worden geplaatst zoals die van omroepzenders, C2000, radiozendamateurs en particulieren. Ook niet op antennes tot 5 meter hoogte en schotelantennes met een doorsnede tot 2 meter, vallen niet onder de beleidskaders van deze nota. Deze kleine antennes zijn veelal vergunningvrij. Antennes die binnen worden geplaatst zijn ook vergunningvrij en vallen buiten de reikwijdte van deze nota. Denk aan de indoor aanleg van mobiele of wifinetwerken in woningen, kantoren, scholen en winkels.

De gemeente kan door periodieke evaluatie en monitoring van haar beleid, het maken van de omgevingsvisie, het maken van het omgevingsplan of door een herziening van het (landelijke) Antenneconvenant, de Nota Richtlijnen Antennes Medemblik aanpassen.

1.2 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de wettelijke kaders. Hoofdstuk 3 start met de inspanningsverplichtingen die de gemeente zichzelf oplegt. Daarna volgen algemene uitgangspunten en de kaders voor het medegebruik van gemeentelijke infrastructuur. Hoofdstuk 4 beschrijft de uitgangspunten voor communicatie bij antenneplaatsing.

Bijlage 1

Begrippenlijst

Bijlage 2

Beschrijft de achtergrond, de ontwikkelingen en de vraagstukken ‘gezondheid en veiligheid’

Bijlage 3

Geeft een overzicht van de uitvoeringstaken die volgen uit het antennebeleid

Bijlage 4

Betreft een modelovereenkomst medegebruik gemeentelijk infrastructuur bij small cells

2 Wet- en regelgeving

Uitgangspunt voor onze richtlijnen zijn de geldende wetten, regels en verdragen op Europees, nationaal en provinciaal niveau, die van toepassing kunnen zijn bij de plaatsing van een antenne-installatie voor mobiele communicatie. Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste wet- en regelgeving.

Kernregelgeving antennes voor mobiele communicatie

Omgevingswet

antenne-installaties tot 5 meter zijn uitgezonderd van vergunningplicht* + **

Telecommunicatiewet

  • ▪︎

    frequentieverdeling

  • ▪︎

    blootstellingslimieten

  • ▪︎

    medegebruik

  • ▪︎

    antenneregister

Antenneconvenant

afspraken plaatsing vergunningvrije antennes

Europese small cell verordening 

small cells zijn vergunningvrij*

*niet op monumenten

**hoger geplaatst dan 3 of 9 m, afhankelijk van het bouwwerk

2.1 Europese kaders

De Europese Unie (EU) bepaalt voor een belangrijk deel de telecommunicatieregelgeving in de Europese lidstaten. De Nederlandse telecommunicatieregelgeving, waarvan de Telecommunicatiewet de belangrijkste is, is grotendeels gebaseerd op Europese richtlijnen. Zo schrijft de Europese Telecomcode (EU 2018/1972) voor dat infrastructuur onder zeggenschap van overheden -waaronder gemeenten- tegen redelijke voorwaarden beschikbaar moet worden gesteld voor antenneplaatsing. De Telecomcode biedt ook ruimte aan gemeenten om bij antenneplaatsing in sommige gevallen gedeeld gebruik van infrastructuur op te leggen. Uit de Telecomcode volgt ook dat small cells in principe vergunningvrij zijn. De afbakening en voorwaarden staan in de Telecommunicatiewet.

Vergunningvrije small cells

De Europese Telecomcode bepaalt dat overheden geen vergunningplicht mogen opleggen voor de plaatsing van small cells, uitgezonderd een eventuele vergunningplicht voor antenneplaatsing bij monumenten, in beschermde stads- of dorpsgezichten en natuurgebieden. In EU-verordening 2020/1070 staan de kenmerken van een small cell die vergunningvrij geplaatst mag worden. Uitgangspunt is een minimale visuele impact. Een vergunningvrije small cell is bijvoorbeeld volledig geïntegreerd in de draagconstructie of het zichtbare deel is in omvang niet groter dan 30 liter 1 . De gemeente is het bevoegd gezag wat betreft het toezicht op de visuele plaatsingseisen. Een small cell voor mobiele communicatie wordt binnen twee weken na plaatsing door de antenne-eigenaar aangemeld bij het landelijke Antenneregister. Op die manier is het voor inwoners inzichtelijk waar small cells zijn geplaatst.

2.2 Nationaal antennebeleid

Sinds de uitrol van het 3G-netwerk is er een landelijk antennebeleid dat zorgvuldige plaatsing van antennes mogelijk maakt. Het doel van dit Nationaal Antennebeleid is het binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid stimuleren en faciliteren van voldoende ruimte voor antenne-opstelpunten. De beleidspunten zijn verankerd in wetgeving en het Antenneconvenant.

2.3 Antenneconvenant, plaatsingsplan en antenneregister

Antenneconvenant

De Rijksoverheid, Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de aanbieders van mobiele communicatie hebben in het Antenneconvenant afspraken gemaakt over de plaatsing van antennes waar geen omgevingsvergunning voor nodig is. De gemeente zelf is formeel geen partij in het convenant, maar kan wel nakoming vorderen. In het Antenneconvenant staan verder afspraken over visuele inpasbaarheid van antennes, kennisgeving van grootschalige plaatsing van small cells door Monet via de VNG, inspraak van huurders in woongebouwen en een zo gering mogelijke blootstelling van het algemeen publiek aan elektromagnetische velden.

Plaatsingsplan

Elk jaar ontvangt de gemeente een plaatsingsplan van Monet, de vereniging van Nederlandse mobiele operators. Het plaatsingsplan is vertrouwelijk en niet openbaar. In het plaatsingsplan staan de op het grondgebied van de gemeente vergunningvrije en vergunningplichtige geplaatste antennes én de gebieden waar de aanbieders antennes willen plaatsen (zoekgebieden). Het plan is de basis voor het plaatsingsplangesprek waarvoor de gemeente wordt uitgenodigd door Monet. Daarin kan de gemeente het gesprek aangaan met operators over de voorgenomen antenneplaatsing. Het gesprek gaat naast de plannen van de aanbieders, ook over mogelijke knelpunten en ontwikkelingen ten aanzien van dekking, bestaande en nieuwe locaties, ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en communicatie.

Het plaatsingsplangesprek wordt op regionaal niveau gehouden, zodat alle gemeenten in het overleg vertegenwoordigd zijn en de plaatsingsplannen in samenwerking met de providers en Monet regionaal worden afgestemd, met inachtneming van de bestuurlijke ambitie: een goede digitale bereikbaarheid met zo min mogelijk opstelpunten die negatieve effecten hebben op de omgevingskwaliteit.

Antenneregister

Via www.antenneregister.nl zijn de locaties zichtbaar van antennes voor mobiele communicatie binnen de gemeente, van zowel vergunningplichtige als vergunningvrije antenne-installaties. In het antenneregister staan de vast opgestelde antenne-installaties met een zendvermogen groter dan 10 decibelwatt.

Effective Radiated Power (ERP) en antennes op een vaste locatie met minder zendvermogen als ze deel uitmaken van een netwerk waarvan meer dan 50% van de antenne-installaties met meer dan 10 dBW uitzendt, worden eveneens geregistreerd. Small cells die worden geplaatst conform EU-verordening 2020/1070 worden door de antenne-eigenaar aangemeld voor het register. Verder staan onder andere de antennes van radiozendamateurs en omroepzenders in het Antenneregister. C2000-antennes zijn om veiligheidsredenen niet opgenomen in het register. Daarnaast staan de EMV-metingen van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur in het Antenneregister.

Small cells in het Antenneconvenant

Bij plaatsing van small cells op een woongebouw is afgesproken dat de mobiele operators de eigenaar en/of verhuurder informeren waar informatiemateriaal te vinden is voor de bewoners.

De gemeente kan bij de VNG-contactgegevens registreren voor de kennisgeving voorgenomen grootschalige plaatsing small cells. De gemeente wordt dan uiterlijk twee maanden vóór grootschalige plaatsing geïnformeerd. De kennisgeving is vertrouwelijk en niet openbaar. Het Antenneconvenant laat open wat precies onder grootschalige plaatsing van small cells wordt verstaan. In de jaarlijkse evaluatie van het convenant wordt besproken hoe dit in de praktijk uitwerkt. Over een enkele small cell zal de gemeente niet vooraf worden geïnformeerd, net zoals dat bij een reguliere vergunningvrije antenne niet het geval is. Bij grootschalige uitrol is samenwerking en coördinatie met de gemeente gewenst, onder andere vanwege afspraken over aanpassing in boven en ondergrondse infrastructuur. Na plaatsing zijn geplaatste small cells zichtbaar in het Antenneregister.

2.4 Telecommunicatiewet

De Telecommunicatiewet (Tw) regelt onder andere de uitgifte van frequenties en telefoonnummers, de sectorspecifieke mededinging, bescherming van de consument, veiligheid, gedeeld gebruik van infrastructuur, blootstellingslimieten en het Antenneregister. Ook regelt de wet het toezicht op deze thema’s.

2.4.1 Dekkings- en snelheidseis

De drie landelijke mobiele operators (KPN, T-Mobile, Vodafone) zijn via hun frequentievergunning gebonden aan een landelijke dekkings- en snelheidseis. In de vergunning voor het gebruik van de 700 MHz frequentieband staat een verplichting om 8 Mbit/s en in 2026, 10 Mbit/s aan te bieden in 98% van het grondgebied van elke gemeente. Hiervan zijn Natura 2000 gebieden uitgezonderd. Om te voldoen aan deze eisen kan een mobiele operator een vergunning aanvragen voor antenneplaatsing. De gemeente is vanuit de Telecommunicatiewet niet verplicht een aanvraag toe te kennen op grond van de dekkingseis voor die locatie. Zij kunnen hun eigen afweging maken bij de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning voor antenneplaatsing. In gebieden waar geen bouwwerken beschikbaar zijn voor vergunningvrije antennes kan de gemeente bepalend zijn bij het mogelijk maken van dekking. Overleg tussen gemeenten en mobiele operators, onder andere in het plaatsingsplangesprek, kan bijdragen aan het voorkomen van gaten in de dekking op gemeentelijk grondgebied en het vinden van goede locaties voor antennes.

2.4.2 Gedeeld gebruik en medegebruik van infrastructuur

Voor de ruimtelijke ordening zijn voor de gemeente in sommige gevallen de regels uit de Telecommunicatiewet relevant die gaan over gedeeld gebruik en medegebruik van fysieke infrastructuur, ondergronds en bovengronds.

Site-sharing

Telecom- en radio-operators en beheerders van telecominfra moeten over en weer infrastructuur delen na een onderling redelijk verzoek (site-sharing). De gemeente heeft hierin geen formele rol, maar kan zich hierover laten informeren in het plaatsingsplangesprek. Site-sharing houdt in dat operators of mastbeheerders zowel technisch, constructief, financieel als juridisch het delen van een bouwwerk voor antenneplaatsing met elkaar afstemmen. Het gaat vaak om een vrijstaande zendmast.

Op een enkele zendmast van een telecomprovider kunnen immers best meerdere antenne- installaties aanwezig zijn. Op een enkele zendmast van circa 40 meter hoog, kunnen in theorie 3 telecomproviders hun antenne-installaties ophangen.

Een masteigenaar zal het medegebruik in het algemeen slechts kunnen weigeren wanneer dit op technische bezwaren stuit, zoals storing van de gebruikte frequenties, beschikbare ruimte of draagkracht van de installatie. Deze regel slaat niet op private eigenaren van opstelpunten zoals een woningbouwvereniging. Zij bepalen zelf hoeveel ‘huurders’ zij toestaan op hun dak (Tw, art. 5a.3 lid 2 en 3).

Medegebruik bij gedoogplicht

Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken moeten over en weer voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van fysieke infrastructuur waarop de gedoogplicht van toepassing is (Tw, art. 5a.3 lid 4). Het gaat om de passieve elementen van een bekabeld netwerk, zoals mantelbuizen en kabelgoten. Die kunnen bijvoorbeeld nodig zijn voor de aansluiting van antenne-installaties op een vast glasvezelnetwerk.

De gemeente heeft een taak bij het faciliteren en coördineren van werkzaamheden in openbare grond en kan in haar instemmingsbesluit voorschriften opnemen over het bevorderen van medegebruik van ondergrondse voorzieningen (Tw art. 5.2, 5.4 en 5.5).

Voor het beleid rond graven en aanleg kabels en leidingen in de openbare grond wordt verwezen naar de gemeentelijke regelgeving vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving (Afdeling 5.3 Ondergrondse infrastructuur).

Opleggen colocatie of gedeeld gebruik

Artikel 5b.1 van de Telecommunicatiewet stelt dat in specifieke gebieden bevoegd gezag (gemeente, provincie, waterschap en het Rijk) op basis van publieke belangen aan aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, colocatie of gedeeld gebruik kan opleggen van netwerkelementen (inclusief bijbehorende faciliteiten) en gedeeld gebruik van eigendom.

Het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik als instrument uit de Europese Telecomcode heeft als doel om naast de stedelijke gebieden, ook de rurale gebieden (buitengebied) zo spoedig mogelijk van snel internet te voorzien, door de uitrol van glasvezelnetwerken. Met deze bevoegdheid heeft de gemeente een instrument in handen om de uitrol van nieuwe openbare elektronische communicatienetwerken op een eerlijke, efficiënte en zorgvuldige wijze te laten verlopen. Het delen van netwerkelementen (inclusief bijbehorende faciliteiten) en gedeeld gebruik van eigendom, kan de ruimtelijke impact die de uitrol van infrastructuur met zich brengt op het straatbeeld in de dorpen en/of in een landschap in het buitengebied beperken en kan daarmee bijdragen aan het realiseren van de stedenbouwkundige en planologische doelstellingen van de gemeente. Bij het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik geldt als voorwaarde dat de betreffende infrastructuur is aangelegd onder de gedoogplicht (Hoofdstuk 5c, Tw), of dat er sprake is van bestaande site-sharing (Hoofdstuk 5a, Tw) of van medegebruik van publieke infrastructuur (Hoofdstuk 5c, Tw).

Medegebruik van publieke infrastructuur

Hoofdstuk 5c van de Telecommunicatiewet stelt dat overheden na een redelijk verzoek van een telecomnetwerkbeheerder hun publieke infrastructuur beschikbaar moeten stellen voor het plaatsen van small cells. Het gaat bijvoorbeeld om gebouwen of straatmeubilair waarvan de gemeente-eigenaar is of het economisch eigendom heeft. In een privaatrechtelijke overeenkomst worden afspraken vastgelegd, zoals voorwaarden waaronder het medegebruik plaats vindt en een vergoeding voor het medegebruik of de coördinatie. De gemeente kan voor het medegebruik een marktconforme vergoeding vragen. In bijlage 4 kunt u een concept model overeenkomst terugvinden, die u hiervoor kunt gebruiken.

2.5 Blootstellingslimieten

Alle antennes in een mobiel netwerk moeten voldoen aan de wettelijke vereisten. Door de opname van de basisrestricties voor radiofrequente elektromagnetische velden (EMV) in het Frequentiebesluit 2013 geldt er een landelijk EMV-regime. De gemeente kan zelf geen ruimere of strengere limieten hanteren. Het gaat om internationaal erkende blootstellingslimieten die het algemeen publiek beschermen tegen een te hoge blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden. De limieten gelden niet alleen voor mobiele communicatie maar bijvoorbeeld ook voor antennes van radio, televisie en hulpverleningsdiensten (C2000). De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur ziet erop toe dat de blootstellingslimieten niet worden overschreden.

2.6 Provinciale kaders

De provincie Noord-Holland heeft geen instructieregels in de provinciale omgevingsverordening opgenomen die exclusief gelden voor antennemasten voor de mobiele telefonie. Wel kunnen de regels voor bijvoorbeeld beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en NNN-gebieden) en ter bescherming van bijzondere landschapskarakteristieken en/of - waarden (Bijzonder Provinciaal Landschap) relevant zijn.

2.7 Omgevingswet

De gemeente is autonoom – binnen de kaders van de Omgevingswet (Ow) – voor het bepalen van beleid voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Voor het plaatsen van antenne-installaties gelden de technische bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het omgevingsplan kan de gemeente eigen ruimtelijke regels en vrijstellingen vastleggen. Het Bbl bepaalt welke antennes vergunningvrij zijn.

Hieronder staat een overzicht van de regels voor het bepalen van de vergunningplicht bij het plaatsen van een antenne-installatie na de inwerkingtreding van de Ow.

Regels voor het bepalen van de vergunningplicht bij antenneplaatsing

Milieubelastende activiteit

Bal* art. 3.9

Technische bouwactiviteit

Bbl** art 2.26

Omgevingsplanactiviteit bouwen

Bbl art. 2.29

Rijksmonument

Bbl art. 2.30

Rijksbeschermde stad- of dorpsgezichten

Bbl art. 2.30, lid 3

Bbl art. 8.2

Provinciaal of gemeentelijk monument

Bbl art. 2.30

* Besluit activiteiten leefomgeving

** Besluit bouwwerken leefomgeving

2.7.1 Vergunningvrije antenne-installaties

De vergunningvrije antenne-installaties zijn met de inwerkingtreding van de Ow geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl bepaald dat voor het bouwen van antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie die niet hoger zijn dan 5 meter (gemeten vanaf de voet van de installatie), geen vergunning nodig is voor de technische bouwactiviteit (Bbl, artikel 2.26) en ook niet voor de omgevingsplanactiviteit (Bbl, artikel 2.29).

2.7.2 Vergunningplichtige antenne-installaties

Het bouwen van een vergunningplichtige antenne-installatie levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk.

Technische bouwactiviteit

Een zendmast is een bouwwerk zonder dak en hoger dan 5 meter. Het plaatsen ervan levert een vergunningplicht op voor de technische bouwactiviteit. (Bbl, artikel 2.26). De gemeente toetst een vergunningaanvraag voor een bouwactiviteit aan de technische regels van het Bbl en aan de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Antennes tot 20 meter hoogte zijn bouwwerken in gevolgklasse 1 (Bbl, artikel 2.17 onder g).

Op grond van de Wet kwaliteitsborging, geldt voor antenne- installaties van 5 tot 20 meter hoogte een bouwmeldingsplicht in plaats van een vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit. Een onafhankelijke kwaliteitsborger ziet toe of aan de voorschriften van het Bbl wordt voldaan. Dit staat los van de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit.

Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk

Via artikel 2.29 van het Bbl en de artikelen 22.26 en 22.27 van het Invoeringsbesluit Ow (bruidsschat) geldt het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 5 meter als een vergunningplichtige omgevingsplanactiviteit.

2.7.3 Omgevingsplan

Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 Omgevingswet). Onze huidige bestemmingsplannen en/of beheersverordeningen zijn via overgangsrecht onderdeel van het ‘tijdelijk omgevingsplan’. Dit staat in artikel 4.6 van de Invoeringswet Ow. Zo zijn de huidige planologische toetsingskaders voor het plaatsen van vergunningplichtige antenne-installaties, ook geldig onder de Ow.

Een zendmast is in planologische zin geen zelfstandige functie. Binnen functies als wonen, werken, verkeer en recreatie zijn antennes nodig voor mobiel bereik. Een vrijstaande mast vraagt relatief weinig bouwoppervlak, zodat het apart intekenen in een omgevingsplan niet noodzakelijk is. Een antenne-installatie heeft hoogte én rondom vrij zicht nodig. Dat is noodzakelijk voor een goede verbinding met mobiele apparaten die zich op straatniveau bevinden. Een hoogte tot 40 meter biedt doorgaans voldoende ruimte om van drie aanbieders de afzonderlijke antenne-installaties onder elkaar te plaatsen.

Via artikel 2.29 onder m van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de artikelen 22.26 en 22.27 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (bruidsschat) geldt het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 5 meter als een vergunningplichtige binnenplanse omgevingsplanactiviteit tijdens de overgangsfase naar een definitief omgevingsplan.

Vergunning op grond van het omgevingsplan

In het (tijdelijke) omgevingsplan wordt bepaald welke (bouw)activiteiten vergunningplichtig zijn: de zogenaamde (binnenplanse-) omgevingsplanactiviteiten (artikel 5.1 lid 1 sub a Ow). Een aanvraag voor een vergunning wordt dan getoetst aan de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan en aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiervoor is het college het bevoegd gezag. De aanvraag voor een vergunning vindt plaats via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Indien de omgevingsactiviteit voldoet aan de regels van het omgevingsplan is de reguliere vergunningprocedure (8 weken) van toepassing.

Vergunning wegens strijd met het omgevingsplan

Indien een activiteit niet past binnen het (tijdelijke) omgevingsplan, dan is een vergunning wegens het in strijd zijn met het (tijdelijke) omgevingsplan noodzakelijk: de zogenaamde ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’.

Een aanvraag voor een vergunning wordt dan getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Verder gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. De aanvraag voor een vergunning vindt plaats via het DSO.

De reguliere procedure (in beginsel een beslistermijn van acht weken plus eventueel zes weken verlenging) is het uitgangspunt voor de vergunningverlening.

Op grond van artikel 16.65 lid 4 Omgevingswet kan het college van burgemeester en wethouders echter in de volgende gevallen (alsnog) de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren (afdeling 3.4 Awb) op de voorbereiding van de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

  • a)

    als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving; en

  • b)

    waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Dit is een discretionaire bevoegdheid van het college. Het college heeft dan ook bij elke aanvraag beoordelingsruimte om te beslissen of aan bovenstaande criteria is voldaan en kan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (alsnog) van toepassing verklaren op de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

2.7.4 Milieubelastende activiteit

De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Elektromagnetische velden die worden veroorzaakt door frequentiegebruik kunnen, bij zeer hoge waarden die in de praktijk zelden gemeten zijn, gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Hiermee vallen zij in beginsel onder de reikwijdte van de Omgevingswet. Uit paragraaf 3.2.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), volgt dat een zendmast geldt als milieubelastende activiteit indien het opgenomen vermogen dat wordt omgezet in stralingsenergie groter is dan 4 kW. Antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie werken meestal met opgenomen vermogens die lager zijn dan 4 kW. Er zijn geen algemene gebruiksregels in het Bal aangewezen voor de milieubelastende activiteit zendmast.

2.7.5 Regels over participatie

Op grond van de Ow moet in elke aanvraag voor een vergunning, dus ook voor antenneplaatsing, door de initiatiefnemer aangegeven zijn of er participatie heeft plaatsgevonden (Omgevingsregeling art. 7.4 lid 1 en 2).

Bij de aanvraag geeft de initiatiefnemer aan of derden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij de voorbereiding zijn betrokken. Als dit het geval is meldt de aanvrager ook hoe deze partijen zijn betrokken en wat de resultaten zijn. De gemeente neemt de informatie mee bij de behandeling van de aanvraag.

Vormvrije participatie

Er zijn in de Ow geen regels opgenomen over de wijze waarop participatie moet plaatsvinden. De initiatiefnemer moet aan participatie doen, maar de wijze waarop de initiatiefnemer derden bij de aanvraag en/of initiatief heeft betrokken is vormvrij. De gemeente verzoekt de initiatiefnemer om participatie te organiseren.

Als de gemeente van mening is dat van derden onvoldoende informatie is om tot een goede belangenafweging te komen, kan de gemeente eventueel zelf en/of in overleg met de initiatiefnemer informatie verzamelen bij derden. Dat kan voorafgaande aan de daadwerkelijke aanvraag voor een vergunning, gedurende het zogenaamde vooroverleg, maar ook bij de aanvraag. Na indiening van de aanvraag door de initiatiefnemer, kan de gemeente op drie manieren tot een goede belangenafweging komen: de ontwerpaanvraag wordt in overleg met de aanvrager ter inzage gelegd, de definitieve aanvraag wordt ter inzage gelegd voor zienswijzen of de gemeente benadert zelf belanghebbenden.

2.7.6 Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie

De gemeenteraad van Medemblik heeft met toepassing van artikel 16.15, eerste lid, Ow met een raadsbesluit op 17 februari 2022 buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aangewezen waarop zij het bindend adviesrecht van toepassing heeft verklaard. Ook heeft de gemeenteraad in datzelfde besluit, met toepassing van artikel 16.55, zevende lid, van de Ow diezelfde gevallen aangewezen als gevallen waarop de participatie verplicht is. Het realiseren van een antenne-installatie is door de raad niet aangewezen als omgevingsplanactiviteit waar zij adviesrecht over heeft en zodoende is er ook geen verplichte participatie van toepassing.

2.7.7 Monumenten en beschermde stad- en dorpsgezichten

Onder de Ow (Bbl) is het plaatsen van een antenne-installatie op een monument of in een (rijks)beschermd stad- of dorpsgezicht in de meeste gevallen een vergunningplichtige omgevingsactiviteit. Dit geldt zowel alle door het Rijk en de Provincie of door de gemeente aangewezen monumenten of beschermde stad- en dorpsgezichten.

Bij de inwerkingtreding van de Ow en bijbehorende Bbl en Bkl, is het begrip ‘kwaliteit van de omgeving van het monument’ of beschermde stad- en dorpsgezicht’ geïntroduceerd. Dit om te voorkomen dat de omgeving van rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd (=gemeentelijke en provinciale monumenten) wordt aangetast, voor zover die aantasting een negatieve invloed heeft op het aanzicht of de waardering van die monumenten.

In de regel geldt onder de Ow de reguliere vergunningprocedure (8 weken).

2.7.8 Natuur

Als het initiatief gewenst is binnen een gebouw of object en natuurwaarden in het geding zijn, is volgens de Omgevingswet een omgevingsvergunning vereist voor Natura 2000-activiteiten en/of Flora- en fauna-activiteiten, met het oog op de gevolgen van de activiteit voor natuur en/of milieu.

Voor een Natura 2000-activiteit is meestal een omgevingsvergunning vereist (artikel 5.1, 1e lid, sub e, Omgevingswet). De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing (artikel 10.24, 1e lid, Omgevingsbesluit).

Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij dieren van bijlage IX, onder A van het Bal (artikel 11.54, eerste lid, Bal).

Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij planten van bijlage IX, onder B van het Bal (artikel 11.54, eerste lid, Bal).

2.7.9 Beperkingengebied

Bij het plaatsen van een antenne-installatie nabij een rijksweg kunnen er beperkingen gelden waardoor een vergunning- of meldingsplicht geldt (art. 8.16 en 8.17 Bal). Bij antenneplaatsing naast een provinciale weg kan de provinciale Omgevingsverordening regels bevatten voor de beperkingengebied-activiteit provinciale weg. Bij een spoorweg kan het gaan om een beperkingengebied-activiteit spoorweg (art. 5.1, lid 2, onder f, sub 4 Ow). Voor een gemeenteweg kunnen regels gelden uit het (tijdelijke) Omgevingsplan voor een Omgevingsplanactiviteit beperkingengebied-activiteit gemeentelijke weg. In de buurt van waterstaatswerken kunnen eveneens beperkingen gelden (art. 5.1, lid 2, onder f, sub 2 Ow).

3 Voorwaarden bij antenneplaatsing

Als wij in onze gemeente de digitale connectiviteit verder willen verbeteren voor al onze inwoners, organisaties en bezoekers van onze gemeente, zullen we naast de aanleg van ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) ook bovengrondse infrastructuur (antenne-installaties en/of zendmasten) door telecombedrijven, moeten faciliteren. Voor de beschikbaarheid van goed en snel internet en een goed mobiel bereik, zullen er antenne-installaties en/of zendmasten in onze gemeente worden bijgeplaatst.

Het is zeer wenselijk om als gemeente een ruimtelijk beleid te hebben met betrekking tot de plaatsing van de bovengrondse fysieke infrastructuur voor mobiele communicatie. Dit biedt een kader voor de samenwerking tussen de verschillende belanghebbenden, de locatiekeuze en de verschijningsvorm van antenne-installaties. Binnen de landelijke wet- en regelgeving worden hiermee lokale keuzes mogelijk.

Dit hoofdstuk begint in paragraaf 3.1 met een belangenafweging. Gevolgd door paragraaf 3.2 met inspanningen die de gemeente zichzelf oplegt met betrekking tot de plaatsingsverzoeken van telecomproviders voor antenne-installaties. De kaders voor ruimtelijke inpassing van antenne-installaties, zoals richtlijnen voor locatiekeuze en verschijningsvorm, staan beschreven in paragrafen 3.3 t/m 3.7).

3.1 Belangenafweging gemeente

Om als gemeente een gefundeerd oordeel over een te volgen beleid ten aanzien van de plaatsing van antenne-installaties te kunnen vormen, dienen alle betrokken belangen te worden afgewogen. De volgende belangen spelen een rol bij plaatsingen. Behoefte aan antenne-installaties, tegengestelde wensen inwoners en belang gemeente.

Behoefte aan antenne-installaties

Het kunnen ontvangen van radio- en tv-signalen, het mobiel kunnen bellen en het feit dat de vitale overheidsdiensten (brandweer, ambulance en politie) goed met elkaar kunnen communiceren wordt als vanzelfsprekend beschouwd. Voor al deze toepassingen zijn antenne-installaties noodzakelijk. Het aantal antenne-installaties verschilt per netwerk en toepassing.

De belangen van de eigenaren van antenne-installaties voor consumentendiensten zijn vooral van economische aard. Het netwerk van de telecomaanbieders moet een dusdanige kwaliteit hebben dat het ten opzichte van de netwerken van andere aanbieders concurrerend is. Daarnaast moet het netwerk door eenieder gebruikt kunnen worden. Dat houdt in dat het netwerk vooral een grote capaciteit moet hebben. Die grote capaciteit wordt voornamelijk bereikt door een zo groot mogelijke zender/ontvanger dichtheid.

Telecomaanbieders van mobiele communicatienetwerken trachten met zo min mogelijk antenne-installaties een zo maximaal mogelijke dekking en capaciteit te bereiken, zodat de klanten te allen tijde gebruik kunnen maken van het netwerk. De gebruikers wensen tegen een zo goedkoop mogelijk tarief storingvrij gebruik te kunnen maken van hun apparatuur middels een goed functionerend netwerk.

De Telecomaanbieders dienen naast een economisch belang ook een maatschappelijk belang. Steeds meer mensen en organisaties maken gebruik van de mobiele communicatiemiddelen, ook in noodsituaties, en verwachten dat deze te allen tijde gebruikt kunnen worden. De communicatienetwerken voorzien hiermee in een grote maatschappelijke behoefte. Door de toename van het aantal apparaten dat gebruik maakt van een mobiele dataverbinding, zal de groei de komende jaren nog verder doorzetten.

Tegengestelde wensen inwoners

Wat opvalt aan de huidige gang van zaken rond het uitbreiden van het mobiele netwerk, is het naast elkaar bestaan van twee tegengestelde wensen. Ten eerste wil onze inwoner kunnen rekenen op een betrouwbaar netwerk, dat een hoge kwaliteit levert. De realisatie van dit uitgebreide netwerk stuit echter op een tweede, eveneens breed gedeelde, wens; het niet geconfronteerd willen worden met de antenne-installaties.

De bezwaren tegen de bouw van nieuwe antenne- installaties komen veelal neer op de volgende twee punten: eventuele effecten op de gezondheid en een ontsiering van de omgeving. Het oordeel over mogelijke gezondheidsrisico’s is aan de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport voorbehouden. Het gemeentebestuur heeft hier geen zeggenschap over. De gemeente kan de plaatsing van antenne-installaties daarom niet afwijzen enkel op basis van bezorgdheid over gezondheidsrisico’s.

Het gemeentebestuur is wel bevoegd om een afweging te maken ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van antenne-installaties. De gemeente kan wel gehoor geven aan/ rekening houden met de wens om te voorkomen dat de omgeving ontsiert wordt. Op dit punt vallen overigens ogenschijnlijk tegengestelde belangen, toch voor een groot deel samen. Zo willen onze inwoners geen ‘woud’ aan antennes te zien krijgen.

Telecomaanbieders streven een efficiënt netwerk na, dat een goede werking verkrijgt door een juiste plaatsing van antenne-installaties op strategische plaatsen. Gevolg van deze werkwijze is niet het gevreesde ‘woud’ aan antennes, maar een netwerk dat een zo groot mogelijk gebruiksgemak biedt voor onze inwoners, dat gerealiseerd is met een efficiënt gebruik van middelen. Het gaat dus niet om het plaatsen van zoveel mogelijk antennes, maar om een evenredige verdeling van antenne-installaties over het grondgebied waar de gebruikers zich bevinden. Dit streven naar een efficiënte aanwending van middelen bij de telecomaanbieders leidt ook tot de wens om zo veel mogelijk gebruik te maken van reeds aanwezige elementen in de omgeving of in een gebied.

Belang gemeente

De gemeente heeft eveneens belang bij het plaatsen van antenne-installaties voor het waarborgen van een goed mobiel bereik. Voor de eigen bedrijfsvoering maakt de gemeente veel gebruik van mobiele dataverbindingen (financieel beheer, parkeercontroleurs, onderhoudsteams, etc.). Daarnaast heeft de gemeente een rechtstreeks belang wanneer op gemeente-eigendommen antenne- installaties zijn of nog worden geplaatst; er is dan immers een privaatrechtelijke overeenkomst nodig. Bij een ruime interpretatie van het economisch belang moet vooral gedacht worden aan het feit dat het voor een gemeente noodzakelijk is dat zij beschikt over de mogelijkheden van modern communicatieverkeer.

Aangezien de behoefte aan goede communicatie groot is bestaat de kans dat een gemeente minder interessant wordt als vestigingsplaats voor bedrijven, instellingen en burgers als de dekking en capaciteit van het mobiele netwerk onvoldoende is. Daarnaast is het voor onze gemeente ook belangrijk om bij te dragen aan goede communicatiemogelijkheden voor haar inwoners, organisaties en bezoekers.

De plaatsing van vergunningvrije antenne-installaties op bestaande zendmasten (site-sharing en/of mast delen), heeft nadrukkelijk de voorkeur van de gemeente boven een nieuwe vergunningplichtige antenneplaatsing. Voor vergunningplichtige antenne-installaties is het gemeentebestuur verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en goede procedures. Wij hebben als gemeente er belang bij om antenne-installaties uit landschappelijk en/of cultuurhistorisch oogpunt zo goed mogelijk in de omgeving te integreren zodat er geen wildgroei en horizonvervuiling ontstaat door het plaatsen van nieuwe vergunningplichtige antenne-installaties, ten behoeve van het opzetten van een efficiënt werkend mobiel netwerk.

3.2 Inspanningen gemeente

In deze paragraaf staan de inspanningen die de gemeente zichzelf oplegt bij antenneplaatsing binnen haar gemeentegrens.

Beschikbaar stellen van gemeentelijke eigendommen voor antenneplaatsing

Voor de plaatsing van vergunningvrije antenne-installaties (small cells) is de gemeente verplicht gebouwen en publieke infrastructuur zoals straatmeubilair, verkeerslichten en lantaarnpalen beschikbaar te stellen na een redelijk verzoek van een exploitant. Dat volgt uit de Europese Telecomcode en de Telecommunicatiewet. Gezien deze verplichting en in het belang van de lokale digitale connectiviteit stelt de gemeente in beginsel haar eigendommen beschikbaar voor de plaatsing van zowel small cells als ook andere vergunningvrije antenne-installaties. De voorwaarden waaronder dit plaatsvindt zijn afhankelijk van de locatie en het type antenne. De algemene voorwaarden zijn vastgelegd in paragraaf 3.7, specifieke voorwaarden worden in contracten met de gebruikers vastgelegd. Per geval worden daarbij afspraken gemaakt over verhuurtarief of opstalrecht en over eventuele aanpassingen door wijzigingen in gemeentelijk beleid of infrastructuur. Uitgangspunt daarbij is dat de exploitant voor eigen kosten noodzakelijke wijzigingen aanbrengt, antennes verwijdert of verplaatst. Voor de beschikbaarstelling van gemeentelijke eigendommen of gronden en beschikbaarstelling van gemeentelijke infrastructuur, streeft de gemeente naar een marktconforme vergoeding.

Plaatsingsplangesprek

De gemeente ontvangt jaarlijks een plaatsingsplan van Monet en een uitnodiging voor een plaatsingsplangesprek met telecomaanbieders, zoals volgt uit het Antenneconvenant. Monet draagt er zorg voor dat uiterlijk vier weken voor een plaatsingsplangesprek door de providers een plaatsingsplan met een overzicht beschikbaar wordt gesteld van alle gebouwen, infrastructuur en gronden waar de provider(s) een vergunningvrij of vergunning plichtige antenne wil(len)plaatsen, met een onderbouwing van de locatiekeuzes (w.o. site-sharing). In het gesprek bespreken partijen de voorgenomen antenneplaatsing, mogelijke antennelocaties, mogelijkheden site-sharing, mogelijkheden rond visuele inpasbaarheid en communicatie-activiteiten, eventuele lokale knelpunten bij antenneplaatsing (nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld voorgenomen nieuwbouwprojecten) en de overige uitgangspunten van het gemeentelijke antennebeleid.

Communicatie

Het communicatie- en/of participatietraject dat de gemeente met betrekking tot antenneplaatsingen voor ogen heeft, is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • -

    het verstrekken van goede informatie aan onze inwoners en belanghebbenden: tegen- als ook aan de voorstanders van de voorgenomen antenneplaatsing;

  • -

    het vroegtijdig betrekken en/of tijdig betrekken van onze inwoners en/of omwonenden bij de locatiekeuze van antenne-installaties;

  • -

    de gemeente streeft per antenneplaatsing -in samenwerking met de initiatiefnemer(telecomaanbieder)- naar maatwerk in de communicatie met onze inwoners en/of belanghebbenden.

Bovenstaande uitgangspunten met betrekking tot communicatie staan nader uitgewerkt in hoofdstuk 4 van deze nota

3.3 Algemene en objectgerichte uitgangspunten antenneplaatsing

In deze paragraaf staan de algemene toetsingscriteria die toegepast worden bij het beoordelen van een aanvraag om een vergunning bij een (vergunningplichtige) antenneplaatsing. Figuur 1 geeft ter illustratie een overzicht van het proces van antenneplaatsing.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1 Overzicht van het proces van antenneplaatsing

Algemene toetsingscriteria vergunningplichtige antenne-installatie

De algemene toetsingscriteria bij vergunningplichtige antenne-installaties zijn als volgt:

  • Het doel van de antenneplaatsing is verbeterde dekking en/of capaciteit van een mobiel netwerk.

  • Plaatsing van een nieuwe antenne-installatie op al aanwezige bestaande masten in de omgeving (site-sharing) moet aantoonbaar niet mogelijk zijn2 . Antenneplaatsing op bestaande opstelpunten is vergunningvrij en voorkomt het oprichten van meerdere masten in dezelfde omgeving.

  • Antenne-installaties en opstelpunten (vrijstaande zendmasten) moeten zo goed mogelijk ingepast zijn in de omgeving, afhankelijk van de plaats vanuit de kwaliteit van de gebouwde omgeving en de openbare ruimte dan wel vanuit landschappelijk en/of cultuurhistorisch oogpunt. Een vrijstaande mast dient het bestaande ruimtelijke beeld zo min mogelijk te verstoren.

  • Bij de locatiekeuze van antenne-installaties en opstelpunten (vrijstaande zendmasten), moet zoveel mogelijk worden aangesloten op of bij bestaande hoge bebouwing en/of hoge verticale elementen binnen en buiten de bebouwde kom. Het algemene doel van een goede ruimtelijke inpassing is dat een nieuwe zendmast het bestaande ruimtelijk beeld zo min mogelijk verstoord. De daadwerkelijke zichtbaarheid van de vrijstaande zendmast vanuit de omgeving wordt verkleind en ruimtelijk gezien als minder storend ervaren, indien aangesloten wordt bij bestaande hoge bebouwing en/of verticale elementen in de omgeving3 .

  • Bij antenneplaatsing moet gestreefd worden naar een zo klein mogelijke impact op de ondergrond (ter bevordering van gedeeld en medegebruik van infrastructuur). Aansluitingen op ondergrondse infra moet plaatsvinden door zo weinig mogelijk ruimtebeslag in die ondergrond en zo weinig mogelijk graafwerkzaamheden.

Objectgerichte criteria voor vergunningplichtige antenne-installaties

Rekening houdend met technische eisen voor antenneplaatsing gelden de volgende objectgerichte criteria voor vergunningplichtige antenne-installaties:

  • De antenne-installatie en bijbehorende apparatuur dienen zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de architectuur of omgeving.

  • De antenne-installaties, de bijbehorende technische installaties en de bedrading moeten door middel van zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze in de omgeving ingepast worden.

  • De installaties moeten voldoen aan de redelijke eisen van Welstand, indien de beoogde locatie voor antenneplaatsing binnen een gebied ligt waar gemeentelijke welstandscriteria van toepassing zijn.

Verplicht vooroverleg bij verzoek antenneplaatsing

De gemeente wil graag voorafgaande aan de aanvraag om een vergunning van de initiatiefnemer (vooroverleg) een nadere onderbouwing van de antenneplaatsing ontvangen. Deze bevat in elk geval de volgende zaken:

  • Een toelichting op het zoekgebied en beoogde locatie antenneplaatsing, vanuit de gewenste mobiele connectiviteit (dekking en capaciteit) en vanuit netwerk technisch oogpunt. Aangetoond moet worden dat de gewenste locatie het meest effectief is in verband met dekking en capaciteit.

  • Een toelichting of er is gekeken naar een vergunningvrije antenneplaatsing op bestaande antenne-opstelpunten en/of zendmasten (site-sharing).

  • Een toelichting of alternatieve locaties binnen het zoekgebied van de telecomaanbieder onderzocht zijn voor een nieuw opstelpunt (vrijstaande zendmast) voor de antenneplaatsing.

  • Een toelichting op de ruimtelijke inpassing van de beoogde antenne-installatie of zendmast met toebehorende infrastructuur in zijn omgeving. Naast een toelichtende beschrijving, verzoeken wij de zichtbaarheid en ervaring van de mast vanuit de omgeving te visualiseren vanuit de belangrijkste zichtlijnen.

  • Een toelichting op het communicatieplan en/of participatietraject; hoe en wanneer de omgeving (omwonenden en/of belanghebbenden) bij de antenneplaatsing te betrekken en/of te informeren.

Vergunningvrije antennes

Vergunningvrije antennes (waaronder small cells) volgens het omgevingsplan, hoeven niet te voldoen aan gemeentelijke welstandscriteria.

In het Antenneconvenant is onder meer afgesproken dat de mogelijkheden rond visuele inpasbaarheid van een grootschalige uitrol van vergunningvrije antenne-installaties (small cell) onderdeel kunnen zijn van het plaatsingsplangesprek.

In aansluiting op de Europese verordening EU 2020/1070 is de voorkeur van de gemeente dat een vergunningvrije small cell (zoveel mogelijk onzichtbaar en/of gecamoufleerd) verwerkt wordt in bestaande infrastructuur zoals bushokjes, lichtbakken en aan gevels.

3.4 Tijdelijke antenneplaatsing

Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij tijdelijke of kortdurende antenneplaatsing gewenst is om de mobiele bereikbaarheid te garanderen. Op basis van jurisprudentie geldt een periode tot 31 dagen in elk geval als kortdurend. Kortdurende antenneplaatsing is mogelijk na overleg met de gemeente. Voor langdurige plaatsing vraagt een telecomaanbieder een (tijdelijke) vergunning bij de gemeente aan.

Calamiteiten

Als een telecomaanbieder op een locatie in de gemeente tijdelijk geen dekking kan bieden door overmacht, zoals stormschade is kortdurende antenneplaatsing mogelijk na overleg met de gemeente.

Evenementen

Bij grote evenementen en op feestdagen is kortdurende antenneplaatsing vaak noodzakelijk voor extra netwerkcapaciteit en het waarborgen van bereik hulpdiensten bij een calamiteit.

Ruimtelijke herontwikkeling

Door ruimtelijke herontwikkeling moet een antenne-installatie en/of opstelpunt (zendmast) soms verplaatst worden. In afwachting van een geschikte locatie kan een telecomaanbieder ter overbrugging een tijdelijke vergunning bij de gemeente aanvragen.

3.5 Criteria monumenten en beschermde dorpsgezichten

De gemeente hanteert zoveel mogelijk de leidraad van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed ‘Plaatsing van telecommunicatieapparatuur op, in en aan monumentale gebouwen’. Het beleid van de gemeente is dat er in principe geen antenne-installaties zichtbaar geplaatst mogen worden op monumenten of in een beschermd dorpsgezicht.

Terughoudendheid wordt betracht bij het plaatsen van zichtbare antenne-installaties in de directe nabijheid van monumenten of beschermde dorpsgezichten. Het algemene doel van een goede ruimtelijke inpassing is dat een nieuwe vrijstaande zendmast nabij een monument of beschermd dorpsgezicht het bestaande ruimtelijk beeld zo min mogelijk verstoord. De daadwerkelijke zichtbaarheid van de vrijstaande zendmast vanuit de omgeving wordt verkleind en ruimtelijk gezien als minder storend ervaren, indien aangesloten wordt bij bestaande hoge bebouwing en/of verticale elementen in de omgeving4 .

Antenne-installaties mogen geen onevenredige of onomkeerbare afbreuk doen aan de waarde van monumentale gebouwen of beschermde dorpsgebieden. Plaatsing van een antenne op, aan of bij een monument of cultuurhistorisch gebouw of gebied dient daarom zorgvuldig te worden beoordeeld. Extern advies wordt gevraagd van de monumentencommissie en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

De gemeente stelt de volgende voorwaarden voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een antenne- installatie of een small cell op, aan of bij een monument en/of in een beschermd dorpsgezicht:

  • Blijvende bouwkundige aantasting of (gevolg)schade aan het monument moet worden voorkomen.

  • De zichtbaarheid van de antenne vanaf de openbare ruimte moet worden geminimaliseerd.

  • Bliksem- en brandbeveiliging moeten worden aangepast op de nieuwe situatie.

  • Restauratie- en onderhoudswerkzaamheden in, aan of op het monument moeten ongehinderd doorgang kunnen vinden.

3.6 Gebiedsgerichte uitgangspunten antenneplaatsing

De gemeente heeft gekozen voor een gebiedsgericht beleid voor de plaatsing van vergunningplichtige antenne-installaties. In bepaalde gebieden willen we de plaatsing vanwege het maatschappelijke belang mobiele connectiviteit faciliteren, maar in andere gebieden geldt een restrictief beleid. De gebiedstypen en de afwegingskaders die daar gelden, worden verder op in deze paragraaf beschreven.

Een aanvraag tot plaatsing van een vergunningplichtige antenne-installatie wordt naast maatschappelijke en bouwtechnische aspecten getoetst aan de volgende ruimtelijke aspecten: stedenbouwkundige, landschappelijke, Welstand en/of monumentale aspecten. In een als ‘restrictief’ aangemerkt gebied gelden deze ruimtelijke aspecten in versterkte mate.

Gebiedstypen en functies

Een gebiedsgerichte aanpak betekent dat bij de toetsingscriteria onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende gebiedstypen. De volgende gebieden worden onderscheiden:

  • 1.

    Bebouwde kom

  • 2.

    Bedrijventerreinen

  • 3.

    Sportterreinen

  • 4.

    Buitengebied

Vervolgens worden in elk gebied globaal zes mogelijke functies onderscheiden:

  • 1.

    Woonfunctie (wonen/zorginstellingen, kindercentra)

  • 2.

    Werkfunctie (bedrijvigheid)

  • 3.

    Maatschappelijke functie (zoals kerk, brandweerkazerne)

  • 4.

    Recreatieve functie (groen, sportaccommodaties)

  • 5.

    (bovenlokaal-) Infrastructurele functie (auto- spoor- en vaarwegen)

  • 6.

    Natuurfunctie (Natuurnetwerk Nederland)

Faciliterend en restrictief beleid

In deze paragraaf staan de gebieden en locaties opgesomd waar faciliterend of restrictief beleid geldt voor de plaatsing van vergunningplichtige antenne-installaties voor mobiele communicatie. In de praktijk gaat het om vrijstaande zendmasten of antennes die op hoge gebouwen worden geplaatst.

Faciliterend beleid wil zeggen dat de gemeente een positieve grondhouding heeft. De medewerking is afhankelijk van de functie van de locatie in een bepaald gebied in combinatie met de ruimtelijke impact en er moet zijn voldaan aan de algemene beleidsuitgangspunten uit paragraaf 3.3.

Bij restrictief beleid wordt medewerking verleend aan de realisering van antenne-installaties in de aangegeven gebieden en locaties als de mobiele connectiviteit in het geding is en door de aanvrager wordt aangetoond dat in gebieden en locaties waar een faciliterend beleid wordt gevoerd geen adequate locatie of oplossing gevonden kan worden. De gebieden met een restrictief beleid zijn mede ingegeven vanuit de ervaring dat een vergunningplichtige antenne-installatie, vaak een zendmast, vanwege de ruimtelijke impact daar meer bezwaren oplevert met soms lange procedures tot gevolg.

Onderstaande tabel geeft eerst een overzicht in welke gebieden een faciliterend of restrictief beleid geldt. Vervolgens volgt een toelichting met de voorwaarden.

Beleid per gebied/locatie

Faciliterend

Restrictief

  • Bebouwde kom: Op en in een gebouw voor maatschappelijke voorzieningen, zoals een gemeentelijke gebouw en brandweerkazerne en in een kerktoren

  • Bedrijventerrein

  • Sportterrein

  • Buitengebied: (bovenlokaal-) Infrastructurele functie Werk- of recreatieve functie

  • Bebouwde kom: Locatie die niet valt onder faciliterend beleid

  • Beschermd dorpsgezicht

  • Buitengebied: Gebied met landschappelijke kwaliteiten

  • Natuurnetwerk Nederland

De tabel geeft aan in welke situaties een faciliterend of restrictief beleid geldt. Antenneplaatsing dient bij voorkeur in het stedelijk gebied plaats te vinden. Dit zijn locaties binnen de bebouwde kom met woon-, werk- en/of recreatieve functies, bedrijventerreinen en sportterreinen.

Antenneplaatsingen in het – vaak meer open – buitengebied, springen meer in het oog. Bij voorkeur vinden er daarom zo min mogelijk antenneplaatsingen plaats in het buitengebied. Maar de gemeente Medemblik is een gemeente met een groot buitengebied. Ook daar is een goed mobiel netwerk met voldoende bereik gewenst. Voor plaatsing bij een (bovenlokaal-) Infrastructurele functie, werk- of recreatieve functie in ons buitengebied geldt daarom toch een faciliterend beleid t.a.v. antenneplaatsing.

Bebouwde kom

Binnen de bebouwde kom is het realiseren van zendmasten met grote zichtbaarheid minder gewenst. Binnen de bebouwde kom voert de gemeente een faciliterend beleid ten aanzien van hoge antennes op en in een gebouw voor maatschappelijke voorzieningen en onder hieronder genoemde voorwaarden ten aanzien van kleinschalige vergunningplichtige antenne-installaties.

  • zoveel mogelijk op bestaande gebouwen en/of bouwwerken plaatsen (er dient door de aanvrager aangetoond te worden dat plaatsing van een vergunningvrije installatie niet mogelijk is);

  • zoveel mogelijk plaatsen nabij verticale elementen in omgeving;

  • zoveel mogelijk plaatsen uit het zicht (voornamelijk bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie);

  • minimaliseren qua aantal (waarbij rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid tot site-sharing);

  • zoveel mogelijk integreren in architectuur en/of omgeving.

Voor de andere locaties en antenne-installaties voert de gemeente een restrictief beleid.

Bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen zijn aangewezen gebieden waar een clustering van bedrijven is. Het esthetische aspect van antenne-installaties is van minder groot belang in deze gebieden. Inpassing van vergunningplichtige antenne-installaties is op bedrijventerreinen daarom makkelijker te realiseren. Voor bedrijventerreinen voert de gemeente een faciliterend beleid ten aanzien van vergunningplichtige antenne-installaties. De specifieke voorwaarden hiervoor zijn:

  • zoveel mogelijk op bestaande gebouwen of bouwwerken (er dient door de aanvrager aangetoond te worden dat plaatsing van een vergunningvrije installatie niet mogelijk is);

  • vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst (voornamelijk bekeken vanuit nabijgelegen gebieden, gebieden met een woonfunctie en waardevolle landschappen in de omgeving).

Sportterreinen

Sportterreinen zijn buitenterreinen waar sportverenigingen actief zijn. Net als bij bedrijventerreinen geldt hier dat het esthetische aspect van minder groot belang is. Voorwaarden voor plaatsing op sportterreinen zijn:

  • zoveel mogelijk op bestaande bouwwerken of in combinatie met andere functionaliteit en/of verticaal element (bijvoorbeeld veldverlichting);

  • vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst (voornamelijk bekeken vanuit nabijgelegen gebieden, gebieden met een woonfunctie en waardevolle landschappen in de omgeving).

Beschermd dorpsgezicht

Binnen een beschermd dorpsgezicht is het realiseren van vrijstaande zendmasten vanwege de grote zichtbaarheid minder gewenst. Daarom geldt voor locaties binnen een beschermd dorpsgezicht een restrictief beleid.

Alleen bij aantoonbaar onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor vergunningvrije antenne-installaties op bijvoorbeeld daken wil de gemeente een aanvraag in behandeling nemen.

Buitengebied

Onder het buitengebied worden de gebieden buiten de bebouwde kom verstaan, ook wel aangeduid als landelijk gebied. Hieronder vallen gebieden met een agrarisch karakter, maar ook natuur- en recreatiegebieden.

Het landschap is de basis en de resultante van de ontwikkelingsgeschiedenis van de gemeente Medemblik. Het landschap bepaalt mede ‘de eigenheid’ van onze gemeente. Veel van onze inwoners voelen zich met hun ‘leefomgeving’ en het landschap verbonden en hechten aan de alom aanwezige landschappelijke kwaliteiten en verscheidenheid. We waarderen het landschap daarom als belangrijke kwaliteit van de gemeente. Deze landschappelijke kwaliteiten waarden willen wij graag behouden en beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen, die deze landschappelijke kwaliteiten kunnen schaden.

De gemeente streeft naar een zo gunstig mogelijke landschappelijke inpassing waarbij geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden of natuurwaarden in de directe omgeving. Het algemene doel van een goede landschappelijke inpassing is dat een nieuwe mast het ruimtelijk beeld zo min mogelijk verstoord. De daadwerkelijke zichtbaarheid van de vrijstaande zendmast vanuit de omgeving wordt verkleind en ruimtelijk gezien als minder storend ervaren, indien aangesloten wordt bij bestaande hoge bebouwing en/of verticale elementen in de omgeving. Voorwaarden voor plaatsing in het buitengebied zijn:

  • zoveel mogelijk aansluitend bij bestaande hoge bebouwing en/of verticale elementen5 in het buitengebied (bij afwijking dient door de aanvrager aangetoond te worden dat alternatieve plaatsing niet mogelijk is);

  • in een gebied met een cultuurhistorische, natuur- en/of andere bijzondere landschappelijk waarde dient een grote mate van terughoudendheid te worden betracht bij de plaatsing van nieuwe antenne-installaties.

Gebied met landschappelijke waarden

Landschappelijke waarden brengen de kwaliteit van het gebied in beeld. Kenmerken van landschap zijn bijvoorbeeld openheid, historische verkaveling of de schaal van bebouwing. De beoordeling van de kwaliteit van een landschap is altijd gebiedspecifiek. Het gaat daarbij om de waardering van aanwezige kenmerken.

Buitengebied: Natuurnetwerk Nederland

Voor antenneplaatsing in Natuurnetwerk Nederland gebieden waaronder Natura 2000- gebieden geldt terughoudendheid (restrictief beleid) en moeten aanvragen worden afgestemd met de provincie als bevoegd gezag.

3.7 Plaatsing small cells op gemeentelijke infrastructuur

Het initiatief voor plaatsing van antenne-installaties, inclusief vergunningvrije small cells, ligt bij een aanbieder. De gemeente voert een faciliterend beleid voor de plaatsing van vergunningvrije small cells op gemeentelijke infrastructuur. De algemene voorwaarden daarvoor zijn voor elke aanbieder gelijk en worden hieronder besproken.

Redelijk verzoek

Voor de plaatsing van small cells zal de gemeente -vanuit haar wettelijke plicht- voldoen aan redelijke verzoeken voor toegang tot infrastructuur die onder zeggenschap staat van de gemeente. Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten en aanbieders van bijbehorende faciliteiten kunnen een verzoek tot medegebruik indienen.

Kosten voor (ver)plaatsing

De aanvrager is verantwoordelijk voor de kosten van de aanpassingen en werkzaamheden die nodig zijn om de plaatsing van small cells op de gemeentelijke infrastructuur mogelijk te maken. De eigenaar van de small cell draagt de kosten voor vervanging, reparatie en verplaatsing (ook op verzoek van de gemeente) van zijn small cells die in, op of aan gemeentelijke infrastructuur geplaatst zijn en de kosten van bijbehorende infrastructurele werkzaamheden.

Onderbouwing van een verzoek tot medegebruik

De onderbouwing van een verzoek tot medegebruik van gemeentelijke infrastructuur bevat in elk geval de volgende punten:

  • Beschrijving van de infrastructuur en locatie waarvoor medegebruik wordt aangevraagd.

  • Een toelichting waarom medegebruik nodig is vanuit netwerktechnisch oogpunt en de gewenste mobiele connectiviteit.

  • Een toelichting indien het medegebruik nodig is voor het verbinden van een small cell met een backbonenetwerk.

Beoordelingsgronden

Criteria die de gemeente gebruikt voor de beoordeling van de redelijkheid van de aanvraag zijn:

  • De infrastructuur is technisch geschikt voor het plaatsen van de small cell.

  • De infrastructuur is noodzakelijk voor de verbinding van small cells met een backbonenetwerk (indien van toepassing).

  • Redenen van veiligheid: de infrastructuur kan normaal blijven functioneren.

  • De integriteit en veiligheid van alle reeds aangelegde netwerken of van kritieke nationale infrastructuur is niet in het geding.

  • Er is geen risico op ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via dezelfde infrastructuur worden verstrekt.

Vastlegging en vergoeding

Bij de vastlegging van afspraken over medegebruik hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten:

  • De afspraken over medegebruik worden vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst.

  • Er wordt een datum van ingebruikname van de infrastructuur vastgelegd.

  • Er worden afspraken vastgelegd voor situaties waarin gemeentelijke plannen de infrastructuur wijzigen.

  • De gemeente vraagt voor medegebruik van haar infrastructuur een marktconforme vergoeding van aanbieders.

  • Voor de afhandeling van verzoeken tot medegebruik van infrastructuur voor small cell plaatsing vraagt de gemeente een kostendekkende administratieve vergoeding (leges).

  • De voorwaarden en tarieven voor medegebruik van infrastructuur voor small cell plaatsing worden inclusief onderbouwing openbaar gemaakt.

  • Op initiatief van de Gemeente kan een tussentijds evaluatiemoment georganiseerd worden. Partijen kunnen in onderling overleg de voorwaarden van de overeenkomst wijzigen.

Voor het medegebruik van gemeentelijke infrastructuur en gebouwen voor het plaatsen van small cells, wordt een marktconforme vergoeding in rekening gebracht. De hoogte van deze vergoeding wordt op een later moment vastgesteld en bekend gemaakt.

Voor de afhandeling van verzoeken tot medegebruik van infrastructuur voor het plaatsen van small cells, worden leges in rekening gebracht.

4 Communicatie en/of participatie

In het Participatieprotocol staat informatie over de communicatie en/of participatie inspanningen die wij als gemeente van een initiatiefnemer verwachten.

Onze communicatie en/of participatie inspanningen en wat wij vervolgens m.b.t. deze inspanningen aan inbreng verwachten van de initiatiefnemers (telecomaanbieders) alsook mogen verwachten van onze inwoners.

Bij de plaatsing van antenne-installaties in onze gemeente hebben wij aandacht voor eventuele

zorgen van inwoners over de impact van antennes.

Een deel van de antenneplaatsingen in onze gemeente zijn vergunningvrij, waardoor wij niet betrokken zijn bij eventuele communicatie over de plaatsing. Tegelijk richten onze inwoners zich vaak wel in eerste instantie tot de gemeente als ze worden geconfronteerd met veranderingen in hun (woon-)omgeving, zo ook bij antenneplaatsingen.

Onbekendheid met, geen invloed hebben op besluitvorming en geen direct individueel voordeel hebben met, kan invloed hebben op de beleving van onze inwoners bij een voorgenomen antenneplaatsing. Het vroegtijdig en dus vooraf betrekken van belanghebbenden (omwonenden) bij een antenneplaatsing kan het draagvlak bevorderen en bijdragen aan een zorgvuldige belangenafweging door de gemeente.

Voor meer (algemene) informatie over en rond antenneplaatsingen over huidige en nieuwe techniek en/of gezondheid- en/of veiligheidsaspecten, verwijzen wij naar de landelijke informatie van de Rijksoverheid (Antennebureau), GGD en het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid.

Vroegtijdige communicatie en/of participatie met de omgeving

Uitgangspunt voor communicatie en/of participatie met de omgeving is dat de initiatiefnemers van antenneplaatsingen de omgeving en dus omwonenden, vroegtijdig informeren en betrekken bij antenneplaatsingen. De gemeente faciliteert het communicatie- en/of participatietraject van de aanvrager daar waar nodig, als dit de communicatie en/of participatie richting belanghebbenden bevordert.

De gemeente is in het communicatietraject verantwoordelijk voor procedurele aspecten en/of vragen over het vergunningverleningstraject bij antenneplaatsingen. De aanvrager is verantwoordelijk voor informatie en/of vragen over de betreffende antenneplaatsing, het nut en noodzaak van de betreffende antenneplaatsing.

Het nemen van het initiatief om de omgeving tijdig te informeren en te betrekken ligt daarbij nadrukkelijk bij de aanvragers van antenneplaatsingen. De aanvrager komt vroegtijdig in het vooroverleg met de gemeente, met een voorstel voor het communicatie- en/of participatietraject. Dit voorstel wordt met de gemeente besproken en overlegd hoe de gemeente de aanvrager kan helpen en/of faciliteren in het communicatie en/of participatietraject.

Standaardvragen van inwoners en/of omwonenden bij voorgenomen antenneplaatsingen die in het communicatie- en/of participatietraject beantwoord kunnen worden zijn:

‘Waarom is de zendmast nodig, waarom op deze locatie en welke regels gelden er?’

Hulpmiddelen communicatie- en/of participatietraject

Bij het betrekken van inwoners en belanghebbenden valt te denken aan een (online) gesprek, huis-aan-huisbrief en/of inloopbijeenkomst met daarin de aankondiging van de voorgenomen aanvraag antenneplaatsing.

Uitgangspunten communicatie en/of participatie

De gemeente hanteert bij de communicatie over antenneplaatsing in ieder geval de volgende uitgangspunten:

  • In het jaarlijkse plaatsingsplangesprek gaat de gemeente in gesprek met de telecomaanbieders over de communicatie met (‘aan’ gaat uit van alleen zenden van info en niet over en weer delen van info) belanghebbenden bij antenneplaatsing.

  • Bij vergunningvrije plaatsing van antennes (waaronder small cells) op eigen gemeentelijke infrastructuur maakt de gemeente met de antenne-eigenaar afspraken over de communicatie, met als uitgangspunt dat de antenne-eigenaar de omgeving informeert.

  • Bij grootschalige uitrol van small cells maakt de gemeente met de antenne-eigenaar afspraken over de communicatie, met als uitgangspunt dat de antenne-eigenaar de omgeving informeert.

  • Bij een vergunningplichtige antenneplaatsing gaat een initiatiefnemer in gesprek met de gemeente over communicatie aan belanghebbenden (participatie), alvorens een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, met als uitgangspunt dat de initiatiefnemer de omgeving informeert.

  • Aanvullend op de wettelijke publicatieplicht bij een vergunningstraject beoordeelt de gemeente per aanvraag en voorafgaande aan het vergunningstraject (vooroverleg), of aanvullende communicatie inspanningen door de gemeente nodig zijn.

  • De gemeente stimuleert aanvragers de omgeving en belanghebbenden tijdig te informeren en te betrekken bij de antenneplaatsing; de gemeente faciliteert daar waar nodig als dit de communicatie richting belanghebbenden bevordert.

5 Interne organisatie

Om de verdere uitbouw van het 5G-netwerk te faciliteren is het nodig om een multidisciplinair team samen te stellen die gaat over digitale connectiviteit. In dit team zitten leden met kennis over en verantwoordelijkheden voor het vergunningenproces voor het plaatsen van antennes en graafwerkzaamheden voor kabels en leidingen, beheerders van de openbare ruimte, alsmede leden met respectievelijk kennis over privaatrecht en over de toepassingen van 5G.

De coördinatie van de aanleg van digitale infrastructuur voor antennes wordt belegd bij team Beheer & Onderhoud. Een teamlid wordt voor de coördinatie aangewezen als (vaste) eerste aanspreekpunt voor interne en externe belanghebbenden. De betreffende contactgegevens zijn gedeeld met Monet (de vereniging van Nederlandse netwerkoperators).

Naast de teamleden van Beheer & Onderhoud zijn er ook andere medewerkers van de gemeente betrokken bij de besluitvorming op een vergunningaanvraag. Bijlage 2 geeft een overzicht van de taken van de organisatieonderdelen die bij het uitvoeren van het Antennebeleid betrokken zijn.

6 Citeertitel en inwerkingtreding

  • Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Nota Richtlijnen Antennes Medemblik’.

  • De datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels is de dag na bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik, gehouden op 14 april 2026.

De secretaris,

C. Minnaert

De burgemeester,

M. Pijl

Bijlage 1: Begrippenlijst

Antennes voor mobiele communicatie worden in de praktijk aangeduid met verschillende termen, bijvoorbeeld met zendmast. De Telecommunicatiewet bevat de termen antennes, antennesystemen en opstelpunten. Het Besluit omgevingsrecht en Besluit bouwwerken leefomgeving hanteren het begrip antenne-installatie. Hieronder volgt een uitleg van de belangrijkste termen.

Aanbieder:

Een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk, -dienst of bijbehorende faciliteit. Doorgaans is een aanbieder een landelijke telecomprovider (operator) of een beheerder van antenne-opstelpunten (ook wel tower company genoemd).

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur:

De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur voert de wet- en regelgeving uit die gaat over de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de digitale infrastructuur. De Rijksinspectie houdt toezicht op relevante regels, eisen en voorwaarden. De organisatie verdeelt onder andere frequentieruimte en verleent frequentievergunningen aan gebruikers. Ook het toezicht op frequentiegebruik behoort tot de hoofdtaken. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur valt onder het ministerie van Economische Zaken.

Antenne:

Een antenne is een onderdeel van een antenne-installatie. In het dagelijks taalgebruik bedoelt men met antenne vaak een typische antenne-installatie voor mobiele communicatie met drie antennepanelen. Een antennepaneel ziet er aan de buitenkant vaak uit als een rechthoekige bak. Een antennepaneel van een antenne-installatie voor mobiele communicatie bevat meerdere antennes.

Antennebureau:

Het informatie- en voorlichtingsbureau van de rijksoverheid over antennes en de beheerder van het Antenneregister. Het Antennebureau is ondergebracht bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Antenne-installatie:

Een antenne-installatie betreft het bij elkaar behorend geheel van één of meer antennes, antennedragers, bedrading en apparatuur- of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt door een telecomoperator voor het verzenden en/of ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden.

Mobiele netwerken:

Er zijn drie netwerken voor mobiele communicatie met landelijke dekking. Elke netwerkoperator heeft -via een zendvergunning- zijn eigen frequenties. De antenne- installaties zenden daarmee gegevens naar en ontvangen gegevens van gebruikerstoestellen in het verzorgingsgebied van de antenne-installatie. Een mobiel netwerk heeft een cellulaire structuur te vergelijken met een honingraat. Iedere raat staat voor een specifiek gebied, een cel. Een antenne-installatie verzorgt het bereik in een cel. De cellen samen vormen het mobiele netwerk. Het frequentiegebruik in de cellen wordt nauwkeurig op elkaar afgestemd om een goede mobiele verbinding te kunnen garanderen: de radioplanning. Elke cel (antenne) heeft een bepaalde capaciteit en kan een beperkt aantal gebruikers bedienen. Meer gebruikers en meer datagebruik betekent een grotere capaciteitsbehoefte en daardoor mogelijk meer antennes. Een te kort aan capaciteit in het netwerk kan bij de gebruiker de beleving van ‘geen bereik’ geven.

Mobiele Network Operator:

Bedrijf dat een mobiel netwerk exploiteert en aan wie een zendvergunning voor het gebruik van frequenties voor mobiele communicatie is toegekend. De netwerkoperator verzorgt alle techniek die nodig is voor het gebruik en beheer van het mobiele netwerk. Naast toegang aan gebruikers via eigen abonnementen biedt een netwerkoperator ook toegang aan derden, de zogenaamde Mobiele Virtuele Netwerk Operators.

Monet:

Vereniging van Nederlandse netwerkoperators met een landelijke vergunning voor mobiele telecommunicatie.

Opstelpunt:

Een opstelpunt is een bouwwerk waarop één of meerdere antenne-installaties geplaatst wordt. Een opstelpunt kan bijvoorbeeld het dak van een gebouw, een zendmast, een schoorsteen, licht- of een hoogspanningsmast zijn. Voor small cells kunnen dit bestaande opstelpunten van mobiele operators zijn, maar ook bushokjes, lantaarnpalen en gevels van gebouwen.

Small cell:

Een small cell is een kleine antenne-installatie met klein bereik dat onderdeel is van een mobiel netwerk. Ten opzichte van de traditionele antenne-installaties zijn small cells kleiner van formaat en gewicht, hebben ze een lager vermogen en een kleiner bereik. In de Europese verordening EU 2020/1070 zijn de eigenschappen gespecificeerd van een small cell die vergunningvrij geplaatst kan worden. Er geldt bijvoorbeeld een maximale omvang van 30 liter.

Tower company / mastbeheerder:

Bedrijf dat opstelpunten (vaak masten) exploiteert voor antenneplaatsing, meestal antenne-installaties voor mobiele communicatie. Mobiele operators en andere aanbieders kunnen ruimte huren van een mastbeheerder voor de plaatsing van een antenne-installatie.

Zendmast:

Een zendmast is een (vaak) vrijstaande mast die als opstelpunt gebruikt kan worden door meerdere antenne-eigenaren met verschillende toepassingen. In een zendmast kunnen meerdere antenne-installaties geplaatst worden.

Bijlage 2: Achtergrondinformatie

1.1Antenne-installaties

Draadloze signalen kunnen door elektromagnetische velden of radiofrequenties verstuurd worden. Mobile communicatie kan niet zonder antenne-installaties tot stand komen. Afhankelijk van de te overbruggen afstand tussen de zender en ontvanger en de te gebruiken frequentie, is er een bepaald zendvermogen nodig. Hoe groter de te overbruggen afstand, des te krachtiger het zendvermogen moet zijn. De huidige locaties van 2G/3G/4G/5G antenne-installaties in de gemeente Medemblik zijn te raadplegen via het antenneregister6 . Deze antenne-installaties kunnen op of aan een hoog (woon-)gebouw zijn geplaatst of in een zendmast.

Naast de traditionele antenne-installaties met een relatief groot bereik zijn er kleinere antenne-installaties de zogenaamde small cells. Een small cell is een kleine antenne- installatie met een relatief laag vermogen en dus klein bereik. En dus alleen effectief op locaties waar veel mensen samen komen, zoals bijvoorbeeld bij evenementen of in stadscentra van grote steden. Grootschalige uitrol van deze small cells wordt pas na 2026 verwacht en dan in eerste instantie in de grote steden, zoals Amsterdam, Den Haag of Rotterdam. Small cells kunnen op bestaande opstelpunten zoals een zendmast worden geplaatst, maar ook op bushokjes, lantaarnpalen en aan gevels van gebouwen.

Voor het verder verbeteren van de bereikbaarheid de mobiele dekking en voor de verdere uitbouw van 5G-netwerk, is de inschatting voor de komende 6 tot 10 jaar, dat het aantal antenne- installaties in de gemeente verder zullen toenemen. Daarbij bestaat behoefte aan meer inzicht in een vertaling naar de ruimtelijke impact van een antenne-installatie plaatsing. De ruimtelijke impact van een antenne-installatie plaatsing op of aan een bestaand hoog (woon-)gebouw is kleiner dan een antenne-installatie plaatsing waarvoor een nieuw opstelpunt, een (vrijstaande) zendmast, in een dorp of in het buitengebied moet worden gerealiseerd.

1.2Gezondheid

Antenne-installaties en mobiele telefoons communiceren met elkaar door middel van draadloze signalen. Deze kunnen alleen door elektromagnetische velden of radiofrequenties verstuurd worden. De Nederlandse Gezondheidsraad en Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geven aan dat negatieve gezondheidseffecten door elektromagnetische velden van antennes en zendmasten niet zijn aangetoond. Voorwaarde is dat de blootstellinglimieten niet worden overschreden. Deze limieten zijn opgesteld door een onafhankelijke groep internationale wetenschappers, de Internationale Commissie voor Bescherming tegen Niet-Ioniserende Straling (ICNIRP). Nederland hanteert deze ICNIRP- limieten, zoals ook aanbevolen door de Nederlandse Gezondheidsraad en de Europese Unie. De limieten bevatten uit voorzorg een ruime veiligheidsmarge om ook rekening te houden met kinderen en mensen met een zwakke gezondheid. De blootstellingslimieten gelden voor alle bronnen van elektromagnetische velden waaronder Wifi, radio-omroep, C2000 en alle generaties mobiele communicatie (2G/3G/4G/5G).

De rijksoverheid volgt de nieuwste wetenschappelijke resultaten op het gebied van antennes en elektromagnetische straling. Indien wetenschappelijk onderzoek daartoe aanleiding geeft, treft de rijksoverheid passende maatregelen. Het onafhankelijke Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid biedt informatie over elektromagnetische velden (EMV) en gezondheid en duidt relevant wetenschappelijk onderzoek7 .

De rijksoverheid heeft een infographic8 gemaakt waarin wordt uitgelegd hoe het beleid rond straling en gezondheid is geregeld in Nederland. Door de opname van de basisrestricties voor radiofrequente elektromagnetische velden (EMV) in het Frequentiebesluit 2013 geldt er een landelijk EMV-regime, waarbij gemeenten geen rol hebben. De blootstelling aan radiofrequente EMV (straling) mag nergens te hoog zijn, ongeacht de afstand tot antenne-installaties. Of het nou om afstand tot woningen, scholen, kindercentra of gezondheidsinstellingen gaat, er gelden landelijke normen die een ieder beschermen tegen een te hoge blootstelling aan radiofrequente straling. De frequentiegebruikers moeten zich houden aan deze landelijke normen voor radiofrequente EMV en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur is de toezichthouder. De Rijksinspectie meet regelmatig de elektromagnetische straling en toetst of de optelsom van alle bronnen van radiofrequente elektromagnetische straling onder de blootstellingslimieten blijft (cumulatieve vermogensdichtheid). De metingen zijn openbaar en staan in het Antenneregister.

Bijlage 3: Overzicht uitvoeringstaken

De verantwoordelijkheden van alle collega’s die betrekking hebben op het toepassen van de richtlijnen worden hier omschreven. Zo worden de taken geborgd in de organisatie.

Coördinator kabels & leidingen (Coördinator antennes)

  • is het aanspreekpunt voor (potentiële) initiatiefnemers van antenneplaatsing en coördineert de toepassing van de richtlijnen;

  • draagt zorg voor de registratie van contactgegevens bij VNG (antenneconvenant@vng.nl) t.b.v. plaatsingsplannen en kennisgeving vooraf rondom voorgenomen grootschalige plaatsing small cells;

  • neemt kennis van het plaatsingsplan en deelt deze met de collega’s van Beheer & Onderhoud en Vastgoed;

  • draagt zorg voor het inplannen van het plaatsingsplangesprek;

  • neemt deel aan het plaatsingsplangesprek;

  • is verantwoordelijk voor de interne toegankelijkheid van relevante data rondom antenne(plaatsing);

  • volgt de afspraken die voortkomen uit het antenneconvenant;

  • draagt zorg voor communicatie door de initiatiefnemer naar de bewoners, huurders, omwonenden e.d. van de gemeentelijke grond, een gemeentegebouw of een gemeentelijk bouwwerk geen gebouw zijnde over de plaatsing van zowel een vergunningplichtige als een vergunningvrije antenne.

Specialist vergunningverlener

  • is verantwoordelijk voor de behandeling van een aanvraag voor een vooroverleg of een vergunningsaanvraag voor antenneplaatsing. Toetst daarbij aan het antennebeleid, de bestaande wet- en regelgeving en de ruimtelijke toetsingskaders zoals het omgevingsplan (algemene doelstelling: goede dekking met zo weinig mogelijk opstelpunten);

  • zorgt voor behandeling van het initiatief op de intake- of omgevingstafel om het initiatief te toetsen op kansrijkheid (wenselijkheid) respectievelijk haalbaarheid. Is verantwoordelijk voor het betrekken van interne en externe adviseurs;

Beleidsadviseur Welzijn en Sociaal Domein – accounthouder GGD HN

  • wordt geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of toezegging van een antenneplaatsing;

  • is de contactpersoon voor de GGD. Dit betrekt zich specifiek tot het onderwerp gezondheid. Bijvoorbeeld wanneer er een conflict is over een antenne over mogelijke gezondheidsrisico’s, neemt de beleidsadviseur gezondheid contact op met de GGD. De hulpvraag richt zich met name op kennis en advies van de GGD.

Vastgoed

  • ontvangt bij voorkeur voor dan wel na een plaatsingsplangesprek een overzicht van alle gebouwen en gronden waar de provider een vergunningvrij of vergunningplichtige antenne wil plaatsen. Zo kan het team Vastgoed en Grondzaken beoordelen of het mogelijk is, of dat er complicaties zijn, waardoor het niet mogelijk of later pas mogelijk is om een antenne te plaatsen;

  • wordt geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of een afwijzing of toezegging van een antenneplaatsing, als de antenne op een gemeentelijk gebouw, grond of -bouwwerk wordt geplaatst;

  • controleert de geschiktheid van het gebouw (incl. voeding) voor de antenne bij een aanvraag voor een vergunning voor antenneplaatsing op een gemeentelijk gebouw;

  • maakt een verkenningsrapport over de geschiktheid van een gebouw, grond of ander bouwwerk van de gemeente, als hier om wordt gevraagd door een vergunningverlener. Dit is meestal ter voorbereiding van een vooroverleg;

  • is (desgewenst) aanwezig bij het vooroverleg;

  • draagt er zorg voor dat het team Vastgoed en Grondzaken een huurovereenkomst voor een vergunningvrije antenne op een gemeentelijk gebouw of grond verzorgt. De gemeente streeft naar een marktconforme vergoeding;

Beheerder Openbare Ruimte

  • ontvangt bij voorkeur voor of na een plaatsingsplangesprek een overzicht van alle bouwwerken (geen gebouw zijnde) , infrastructuur en gronden waar de provider een vergunningvrij of vergunningplichtige antenne wil plaatsen. Zo kan Team Beheer en Onderhoud beoordelen of het mogelijk is, of dat er complicaties zijn (korte termijn onderhoud o.i.d.), waardoor het niet mogelijk of later pas mogelijk is om een antenne te plaatsen;

  • wordt geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of een afwijzing of toezegging van een antenneplaatsing, als de antenne op gemeentegrond wordt geplaatst;

  • beoordeelt of het mogelijk is om een antenne te plaatsen met betrekking tot de bezetting van de (gemeente)grond, met het oog op bijvoorbeeld het groen, de riolering en de leidingen en kabels. Dit geldt voor zowel vergunningvrije als vergunningsplichtige antennes. Er wordt dan ook gekeken naar grondverontreiniging. Wanneer dit het geval is, moeten wij dat melden bij de potentiële gebruiker;

  • is (desgewenst) aanwezig bij het vooroverleg;

  • regelt zowel de interne als de externe afstemming over infrastructurele werkzaamheden;

(Juridisch) Beleidsadviseur of beleidsmedewerker Ruimte (Ruimtelijke Ordening)

  • wordt (indien nodig) geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of een afwijzing of toezegging van een antenneplaatsing;

  • is (desgewenst) aanwezig bij het vooroverleg;

  • bevordert integrale besluitvorming en samenhang;

  • draagt zorg voor de afweging om bij nieuwe ontwikkelingen juridisch-planologische ruimte in het planinitiatief of omgevingsplan te reserveren voor een antenneplaatsing.

Communicatieadviseur

  • wordt geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of een afwijzing of toezegging van een antenneplaatsing, alleen indien er problemen worden verwacht of ondervonden met betrekking tot communicatie;

  • kan ingeschakeld worden om maatwerk te leveren in probleemsituaties met betrekking tot de aanvraag van een vergunning of bij de plaatsing een vergunningvrije antenne;

  • ondersteunt, indien nodig intern, bij standaard communicatieprocedures met betrekking tot het vooroverleg en de aanvraag van de vergunning;

  • is sparringpartner op het gebied van communicatie over dit onderwerp;

  • is aanspreekpunt voor de pers rondom het thema antennes en digitale connectiviteit.

Grondzaken

  • draagt zorg voor een privaatrechtelijke overeenkomst evt. gevolgd door de vestiging van een recht van opstal voor een antenne op gemeentegrond of een gemeentelijk gebouw of een gemeentelijk bouwwerk geen gebouw zijnde. De gemeente streeft naar een marktconforme vergoeding. Dit geldt voor zowel vergunningvrije als vergunningplichtige antennes.

Bijlage 4: conceptovereenkomst Medegebruik publieke infrastructuur voor plaatsen small cells

OVEREENKOMST

MEDEGEBRUIK PUBLIEKE INFRASTRUCTUUR

VOOR PLAATSEN SMALL CELLS

tussen

GEMEENTE Medemblik

en

[BEDRIJFSNAAM]

Gebruik van deze modelovereenkomst

Deze overeenkomst is onderdeel van de ‘Leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells’ en is bedoeld voor Gemeenten en partijen die publieke infrastructuur willen medegebruiken op basis van hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet. Bij sommige artikelen geeft een blauw kader zoals deze een toelichting. Deze kaders zijn geen onderdeel van de overeenkomst en moeten door partijen worden verwijderd bij gebruik. Optionele artikelen zijn in blauwe tekst weergegeven.

Disclaimer

Op het moment van totstandkoming van dit modelcontract wordt tot medio 2026 geen grootschalige uitrol van small cells verwacht. In hoeverre dit model passend en werkbaar is voor de uitrol van small cells moet blijken in de praktijk. Deze modelovereenkomst kan daarom worden geëvalueerd op verzoek van een van de partijen die betrokken waren bij het opstellen ervan en in onderlinge overeenstemming worden herzien. Daarnaast is het mogelijk dat een gemeente en aanbieder in onderling overleg hun overeenkomst laten afwijken van de modelovereenkomst als een specifieke situatie daarom vraagt. Inhoudelijke reacties op en ervaringen met dit model zijn welkom viaantenneconvenant@vng.nl eninfo@overalsnelinternet.nl.

Ondergetekenden:

  • 1.

    De Gemeente Medemblik, gevestigd en kantoorhoudend aan de Dick Ketlaan 21, 1687 CD Wognum, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) onder nummer 37159672, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer M. Pijl, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d........, nr. DOC-24- @@@@@@@;

    hierna te noemen: hierna te noemen “De Gemeente

  • 2.

    <volledige bedrijfsnaam>, gevestigd en kantoorhoudend te <postcode - vestigingsplaats> aan de <adres>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) onder nummer <nummer>, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer/mevrouw;

    hierna te noemen “De Medegebruiker

In aanmerking nemende dat:

  • a.

    De in Bijlage 1 vermelde Publieke Infrastructuur, gespecificeerd met [kadastrale nummers/ identificatienummers/tekeningen] onder zeggenschap van De Gemeente staat;

  • b.

    De Medegebruiker aan De Gemeente heeft verzocht voornoemde Publieke Infrastructuur mede te gebruiken voor de plaatsing van een of meerdere Small Cells op grond van hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet;

  • c.

    De Gemeente verplicht is in te stemmen met een verzoek van een Aanbieder voor medegebruik conform hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet;

  • d.

    Medegebruiker een Aanbieder als bedoeld in de Telecommunicatiewet is;

  • e.

    De door De Medegebruiker te plaatsen Small Cells voldoen aan de Uitvoeringsverordening EU 2020/1070;

  • f.

    De Gemeente instemt met medegebruik, mits door De Medegebruiker aan het in deze overeenkomst gestelde wordt voldaan;

  • g.

    Voor zover deze overeenkomst niet duidelijk genoeg is, deze kan worden uitgelegd in de context van hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet.

Verklaren het navolgende overeen te zijn gekomen

DEFINITIES

Aanbieder: aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en/of - dienst of de aanbieder van bijbehorende faciliteiten zoals gedefinieerd in de Telecommunicatiewet.

Small Cells: draadloze toegangspunten met klein bereik, zoals gedefinieerd in de Uitvoeringsverordening EU 2020/1070.

Publieke Infrastructuur: een onder zeggenschap van De Gemeente staand openbaar gebouw, fysieke infrastructuur of installatie die onderdeel is van het straatmeubilair, zoals gedefinieerd in artikel 5c.1 van de Telecommunicatiewet.

ALGEMEEN

Artikel 1 - Publieke Infrastructuur

De Gemeente en De Medegebruiker verklaren in medegebruik te hebben gegeven, respectievelijk in medegebruik te hebben aangenomen de Publieke Infrastructuur zoals gedefinieerd in Bijlage 1.

Artikel 2 - Continuïteit

  • 2.1

    Gedurende de looptijd van deze overeenkomst staat het De Gemeente en De Medegebruiker vrij om, in gezamenlijke overeenstemming, de aangewezen Publieke Infrastructuur te wijzigen en de Small Cells te verplaatsen. Bijlage 1 dient in geval van een dergelijke wijziging te worden geactualiseerd.

  • 2.2

    Wanneer ook praktische zaken, zoals afspraken over aansluiting en bevestiging, in Bijlage 1 zijn opgenomen, kunnen deze in gezamenlijke overeenstemming worden gewijzigd.

Artikel 3 - Eigendom Small Cells

De Small Cells en bijbehorende apparatuur en verbindingen blijven eigendom van De Medegebruiker. Indien de Small Cells van rechtswege door natrekking of vermenging tot de Publieke Infrastructuur is gaan behoren, zal De Gemeente bij het einde van de overeenkomst de Small Cells om niet terug (laten) leveren aan de Medegebruiker.

AANVANG EN DUUR OVEREENKOMST

Artikel 4 - Aanvang en duur

Deze overeenkomst tot medegebruik gaat in op [00-00-0000] en geldt voor onbepaalde tijd.

Toelichting : Is op voorhand duidelijk dat alleen kortlopend medegebruik mogelijk is? Dan kunnen partijen kiezen voor een beperkte contractduur, bijvoorbeeld als het voor De Medegebruiker een beperkt aantal testlocaties betreft, of als van tevoren bekend is dat de infrastructuur na een bepaalde periode niet meer beschikbaar is. Bij een overeenkomst voor bepaalde tijd moet een bepaling worden toegevoegd over verlenging.

Artikel 5 - Opzegging overeenkomst door De Gemeente

Deze overeenkomst kan geheel of gedeeltelijk door de gemeente worden opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste zes maanden. Van deze bevoegdheid kan gebruik worden gemaakt indien de gemeente aantoont dat een wijziging is opgetreden waardoor een situatie is ontstaan waarbij sprake is van een weigeringsgrond, zoals omschreven in artikel 5c.3 Telecommunicatiewet en daardoor de publieke infrastructuur niet langer beschikbaar kan worden gesteld voor medegebruik, onder andere bij:

  • a.

    een wijziging in het Omgevingsplan;

  • b.

    wijzigingen aan straatmeubilair om redenen van (verkeers)veiligheid;

  • c.

    het feit dat de gemeente de publieke infrastructuur teniet laat gaan.

Toelichting : De gronden voor opzegging door de Gemeente moeten gebaseerd zijn op de weigeringsgronden van artikel 5c.3 Tw en gepaard gaan met een motivering. Lid c is toegevoegd omdat de situatie zich kan voordoen dat infrastructuur het einde van haar levensduur bereikt. In dat geval kan De Gemeente het object/infrastructuur tenietdoen/opheffen en eindigt het recht op medegebruik.

Artikel 6 - Opzegging overeenkomst door De Medegebruiker

Deze Overeenkomst kan op elk moment, met inachtneming van een opzegtermijn van 2 maanden, schriftelijk door De Medegebruiker worden opgezegd indien De Medegebruiker van mening is dat door een verandering in de bebouwing of omgeving van de Publieke Infrastructuur als vermeld in Bijlage 1, of door een verandering in de netwerkplanning de Publieke Infrastructuur geen waarde meer heeft voor De Medegebruiker. Alleen De Medegebruiker zal kunnen beoordelen of een dergelijk geval zich voordoet.

Artikel 7 - Tussentijdse evaluatie [optioneel]

Partijen spreken af jaarlijks een evaluatiemoment over het medegebruik in te plannen. De gemeente organiseert dit overleg. Partijen kunnen op basis van de tussenevaluatie in onderling overleg de voorwaarden van de overeenkomst wijzigen.

Toelichting : Op verzoek van De Gemeente kan een tussentijds evaluatiemoment georganiseerd worden door De Gemeente. Partijen kunnen in onderling overleg de voorwaarden van de overeenkomst wijzigen.

Artikel 8 - Ingebruikname

  • a.

    De in medegebruik gegeven publieke infrastructuur wordt uiterlijk per [00-00-0000] in gebruik genomen door feitelijke plaatsing van de Small Cells ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en/of dienst, te weten 16 weken na ingaan van de overeenkomst.

  • b.

    De overeenkomst eindigt automatisch 16 weken na het ingaan van de overeenkomst indien de Small Cells niet geplaatst zijn.

  • c.

    De Medegebruiker is na het ingaan van deze overeenkomst verplicht tot betaling van de marktconforme vergoeding, ook wanneer de Small Cells niet zijn geplaatst.

  • d.

    Plaatsingswerkzaamheden voor de Small Cells vinden plaats in overleg met De Gemeente.

Toelichting : Artikel 8 is bedoeld om speculatie te voorkomen. Een datum voor feitelijke plaatsing voorkomt dat een partij medegebruik bedingt zonder tot daadwerkelijke plaatsing van small cells over te gaan.

BESTEMMING EN GEBRUIK

Artikel 9 - Doelbinding

  • 9.1

    De in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur zal gedurende de gehele duur van de overeenkomst door De Medegebruiker slechts gebruikt worden voor de volgende doeleinden:

    • a.

      Het plaatsen en exploiteren van Small Cells;

    • b.

      Het verbinden van Small Cells met een backbonenetwerk.

      [Optioneel: in overeenstemming kan de doelbinding worden uitgebreid]

  • 9.2

    Indien de Publieke Infrastructuur door De Medegebruiker wordt gebruikt voor andere dan bovengenoemde zaken, kan De Gemeente die andere zaken op kosten van De Medegebruiker verwijderen, nadat De Medegebruiker tevergeefs in gebreke is gesteld om die andere zaken binnen een redelijke termijn te verwijderen.

Toelichting : Op grond van de Telecomcode en de Telecommunicatiewet is De Gemeente gehouden medegebruik in principe toe te staan. De doelbinding van artikel 9 is hierop gericht. Het staat partijen vrij om de doelbinding van de overeenkomst ruimer in te vullen dan verplicht is gesteld.

Wordt de fysieke infrastructuur door de Medegebruiker gebruikt voor andere dan de hierboven afgesproken doeleinden, bijvoorbeeld de plaatsing van reclame-uitingen, dan kan de Gemeente dit op kosten van de Medegebruiker verwijderen. De Medegebruiker dient wel eerst schriftelijk gesommeerd te worden die zaken te verwijderen.

Artikel 10 - Uitsluiting exploitatie derden

De Medegebruiker is op grond van deze overeenkomst niet gerechtigd om de in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur aan een derde beschikbaar te stellen ter exploitatie, tenzij er sprake is van gedeeld gebruik als bedoeld in artikel 11.

Artikel 11 - Colocatie en gedeeld gebruik

Het staat De Gemeente vrij om na plaatsing van de Small Cells, de Publieke Infrastructuur als vermeld in Bijlage 1 aan te wijzen voor colocatie of gedeeld gebruik zoals bedoeld in artikel 5b.1 van de Telecommunicatiewet, zonder dat De Medegebruiker recht heeft op vermindering van de vergoeding.

Toelichting : De bevoegdheid om colocatie of gedeeld gebruik op te leggen geldt voor specifieke gebieden en onder voorwaarden. Het kan gaan om drukke binnensteden om de impact op het straatbeeld te beperken. Er moet voor de aanwijzing van colocatie of gedeeld gebruik al sprake zijn van een vorm van medegebruik conform hoofdstuk 5A of 5C van de Telecommunicatiewet.

Artikel 12 - Primaire functie

De Medegebruiker zal erop toezien dat de plaatsing en het gebruik van de Small Cells op de Publieke Infrastructuur de primaire functie en het gebruik hiervan op geen enkele manier verstoren.

Artikel 13 - Hinder

De Medegebruiker is verplicht er zorg voor te dragen, dat hij, dan wel een derde die voor hem werkzaam is, geen onredelijke hinder veroorzaakt bij het gebruik, plaatsing, verwijdering, vervanging en onderhoud aan Small Cells die geplaatst zijn op de Publieke Infrastructuur waarvoor medegebruik geldt. Dit geldt ook voor de directe omgeving van de Small Cells. Onredelijke hinder is bijvoorbeeld, maar niet beperkt tot:

  • a.

    Het onnodig lang blokkeren van toegangsroutes bij de Publieke Infrastructuur in verband met werkzaamheden bij de Small Cells;

  • b.

    Het veroorzaken van belemmeringen aan het primaire doel van de Publieke Infrastructuur door het gebruik, plaatsing of onderhoud, tenzij met voorafgaande toestemming van De Gemeente;

  • c.

    Het uitvoeren van werkzaamheden tijdens de gebruikelijke rusturen, tenzij met voorafgaande toestemming van De Gemeente of ingeval van storingen en/of calamiteiten.

  • d.

    Het uitvoeren van werkzaamheden tijdens momenten met grote verkeersdrukte en tijdens publieke evenementen, tenzij met voorafgaande toestemming van De Gemeente.

Artikel 14 - Onderhoud en wijzigingen Small Cells en bevestigingsconstructie

  • a.

    Indien De Medegebruiker (onderhouds-)werkzaamheden aan de Small Cells of de bevestigingsconstructie verricht dan wel laat verrichten, stelt De Medegebruiker De Gemeente hiervan tijdig, doch uiterlijk tien (10) werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden, schriftelijk in kennis. Deze termijn is niet van toepassing bij storingen of calamiteiten.

  • b.

    De Medegebruiker is niet bevoegd, anders dan na voorafgaande schriftelijke toestemming, wijzigingen aan te brengen aan de technische constructie van de in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur, dan wel in, op, aan of rond de Publieke Infrastructuur uitbreidingen en/of verbouwingen of andere wijzigingen aan te brengen.

Artikel 15 - Oplevering bij einde overeenkomst

  • a.

    Na beëindiging van deze overeenkomst tussen De Gemeente en De Medegebruiker, draagt De Medegebruiker er zorg voor dat de Small Cells voor diens rekening zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen één maand na aflopen van de overeenkomst, zonder schade verwijderd worden van de Publieke Infrastructuur. Gedurende deze periode draagt De Gemeente conform artikel 31 geen aansprakelijkheid voor schade aan de Small Cells, tenzij sprake is van schuld of nalatigheid door De Gemeente.

  • b.

    Indien zich schade voordoet aan de Publieke Infrastructuur, herstelt Medegebruiker deze schade op eigen kosten, ofwel kan deze worden verhaald op De Medegebruiker indien Medegebruiker ondanks tevergeefse ingebrekestelling hiertoe niet overgaat.

  • c.

    Indien na tevergeefse ingebrekestelling De Medegebruiker de Small Cells niet binnen afgesproken tijd verwijdert, behoudt De Gemeente zich het recht voor om zelf tot verwijdering van de Small Cells over te gaan en de kosten daarvan op De Medegebruiker te verhalen.

PLICHTEN GEMEENTE

Artikel 16 - Overdracht Publieke Infrastructuur

Overdracht van de Publieke Infrastructuur, waarop de overeenkomst tot medegebruik betrekking heeft, doen de rechten en verplichtingen van De Gemeente uit deze overeenkomst, die daarna opeisbaar worden, overgaan op de verkrijger.

Toelichting : De Gemeente houdt de zeggenschap om de infrastructuur, waar het recht tot medegebruik op rust, te verkopen. Koop breekt echter geen huur. Dit brengt met zich mee dat de partij die bij de (ver)koop in de voetsporen van De Gemeente treedt, partij wordt in deze overeenkomst.

Artikel 17 - Plichten De Gemeente

  • a.

    De Gemeente zal De Medegebruiker in staat stellen om haar rechten uit deze overeenkomst uit te oefenen. De Gemeente zal De Medegebruiker in staat stellen de Small Cells te plaatsen, te onderhouden, te exploiteren en te inspecteren.

  • b.

    Het is De Gemeente of derden die in zijn opdracht werken, niet toegestaan Small Cells en aanverwante apparatuur dan wel de elektriciteitsvoorziening van De Medegebruiker te verplaatsen, te verwijderen, te beschadigen of uit te schakelen, zonder voorafgaande toestemming van De Medegebruiker.

Artikel 18 - Gebrekenregeling

Anders dan bepaald bij het regelend recht worden de volgende situaties niet gezien als een gebrek in de zin van artikel 7:204, tweede lid, BW:

  • a.

    Gebreken van welke aard en omvang dan ook door wijzigingen in de directe omgeving die van invloed zijn op het functioneren van de Small Cells, signaalkwaliteit, dekking en de bijbehorende netwerkverbindingen en straalverbindingen.

  • b.

    Zichtbare en/of onzichtbare gebreken van welke aard dan ook aan de Publieke Infrastructuur, behalve voor zover de gebreken het gevolg zijn van schuld of nalatigheid van De Gemeente met betrekking tot het voor zijn rekening komend onderhoud.

Artikel 19 - Onderhoud De Gemeente

  • a.

    Tenzij het werkzaamheden betreffen aan zaken die niet door of vanwege De Gemeente zijn aangebracht, zijn alle werkzaamheden en onderhoud aan de Publieke Infrastructuur voor rekening van De Gemeente.

  • b.

    Indien De Gemeente (onderhouds-)werkzaamheden - waaronder renovatie en/of vernieuwing - verricht of laat verrichten aan de Publieke Infrastructuur, stelt De Gemeente De Medegebruiker hiervan tijdig, doch uiterlijk dertig (30) werkdagen voor aanvang van de (onderhouds-)werkzaamheden schriftelijk in kennis. Dit om De Medegebruiker - zulks in overleg met De Gemeente of derden die in zijn opdracht werken - in de gelegenheid te stellen afdoende maatregelen te nemen om verstoring van de doorgifte van radiosignalen ten gevolge van voornoemde (onderhouds-)werkzaamheden te voorkomen.

Artikel 20 - Tijdelijk alternatief bij wijzigingen aan de Publieke Infrastructuur

  • a.

    Wijzigingen aan de door De Gemeente in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur zijn toegestaan, mits deze geschikt blijft voor plaatsing van de Small Cells.

  • b.

    Indien er infrastructurele wijzigingen plaatsvinden gedurende de looptijd van de overeenkomst, zoals de uitvoering van grootschalige renovaties en/of bouwwerkzaamheden, waardoor tijdelijke verwijdering van Publieke Infrastructuur vereist is, zullen De Gemeente en De Medegebruiker gezamenlijk bespreken welk tijdelijk alternatief mogelijk is om de Small Cells te plaatsen. Dit tijdelijke alternatief is geschikt voor het oorspronkelijke doel waarvoor de Small Cells werden geplaatst. Met wederzijdse instemming kan het alternatief permanent worden in plaats van de originele Publieke Infrastructuur.

  • c.

    In geval van noodzakelijke verplaatsing van geplaatste Small Cells in verband met infrastructurele wijzigingen door De Gemeente treden partijen in overleg over een redelijke verdeling van de kosten van verplaatsing.

Toelichting : Artikel 20 betreft de situatie dat er tijdelijke wijzigingen aan de publieke infrastructuur zullen plaatsvinden. Eventueel kan De Gemeente de overeenkomst opzeggen voor een deel van de infrastructuur in bijlage 1, mits er sprake is van een voorwaarde conform artikel 5.

Artikel 21 - Informatieverstrekking derden en contactgegevens

  • a.

    Bij vragen van derden over het medegebruik in deze overeenkomst is De Gemeente het aanspreekpunt. Bij informatieverstrekking door De Medegebruiker vindt afstemming met De Gemeente plaats.

    • Contactgegevens van De Gemeente zijn: […]

    • Contactgegevens van De Medegebruiker zijn: […]

  • b.

    De medegebruiker is gehouden voor de plaatsing zorg te dragen voor een objectieve openbare communicatievoorziening en een participatieproces met direct belanghebbenden, dat is gebaseerd op de uitgangspunten van de Omgevingswet. De medegebruiker stemt deze beide trajecten af met de gemeente.

  • c.

    Bij verwijdering en eventueel bij tussentijdse vragen is de medegebruiker verplicht zorg te dragen voor objectieve openbare communicatie

PLICHTEN MEDEGEBRUIKER

Artikel 22 - Kosten

De Medegebruiker is verantwoordelijk voorde kosten van plaatsing, exploitatie en onderhoud van de Small Cells inclusief de werkzaamheden en materialen die benodigd zijn voor het aansluiten en in werking stellen van de Small Cells.

Artikel 23 - Overdracht rechten en verplichtingen

Het recht op medegebruik is vatbaar voor (gedeeltelijke) overdracht aan een andere Aanbieder, mits deze aanspraak kan maken op het recht op medegebruik zoals vervat in hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet. De Medegebruiker stelt De Gemeente hiervan tijdig, doch uiterlijk 2 maanden voor de overdracht, schriftelijk in kennis.

  • a.

    Na overdracht van het recht op medegebruik van de Publieke Infrastructuur zoals gedefinieerd in Bijlage 1 wordt een nieuwe overeenkomst opgesteld tussen De Gemeente en de partij die de rechten en verplichtingen uit deze overeenkomst heeft overgenomen van De Medegebruiker.

  • b.

    Bij gedeeltelijke overdracht van het recht op medegebruik van de Publieke Infrastructuur zoals gedefinieerd in Bijlage 1 zal de huidige overeenkomst worden gewijzigd door een aanpassing van de in Bijlage 1 vermelde en in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur en de marktconforme vergoeding. Tussen De Gemeente en de partij die de overeenkomst tot medegebruik gedeeltelijk heeft overgenomen van De Medegebruiker, zal een nieuwe overeenkomst worden opgesteld, inclusief een overzicht zoals gesteld in Bijlage 1, omvattende de betreffende Publieke Infrastructuur.

  • c.

    Wanneer er sprake is van rechtsopvolging onder algemene titel blijft de huidige overeenkomst onverkort van toepassing.

Toelichting : Het medegebruik is een beperkt recht dat over kan gaan op een rechtsopvolger. Artikel 23 specificeert wat er bij een overdracht moet gebeuren. Gaat het om rechtsopvolging? Dan blijft de volledige overeenkomst in stand. Wordt het specifieke recht tot medegebruik in zijn geheel of deels aan een derde overgedragen? Dan is een nieuwe overeenkomst nodig tussen De Gemeente en de nieuwe partij die een deel (sub b) of het gehele recht (sub a) tot medegebruik verkrijgt.

PRIJSBEPALING

Artikel 24 - Marktconforme vergoeding

De Medegebruiker is jaarlijks aan De Gemeente voor het medegebruik van de Publieke Infrastructuur zoals vermeld in Bijlage 1 een marktconforme vergoeding verschuldigd van … (zegge: … euro), nader gespecificeerd als volgt: […] aantal x […] euro = […]. Deze vergoeding is in ieder geval ter dekking van de hierna te noemen gemaakte kosten:

  • a.

    Afschrijvingskosten;

  • b.

    Onderhoudskosten fysieke infrastructuur;

  • c.

    1e controle na plaatsing;

  • d.

    Periodiek toezicht op de naleving van deze overeenkomst;

  • e.

    gebruiksvergoeding publieke infrastructuur.

De Gemeente maakt de prijsopbouw inzichtelijk voor De Medegebruiker.

alternatief, zonder specificatie van het aantal:

De Medegebruiker is jaarlijks aan De Gemeente voor het medegebruik van de Publieke Infrastructuur zoals vermeld in Bijlage 1 een marktconforme vergoeding verschuldigd van … (zegge: … euro). Deze vergoeding is in ieder geval ter dekking van de hierna te noemen gemaakte kosten:

  • a.

    Afschrijvingskosten;

  • b.

    Onderhoudskosten fysieke infrastructuur;

  • c.

    1e controle na plaatsing;

  • d.

    Periodiek toezicht op de naleving van deze overeenkomst;

  • e.

    gebruiksvergoeding publieke infrastructuur.

De Gemeente maakt de prijsopbouw inzichtelijk voor De Medegebruiker.

Toelichting : Indien het om een groep dezelfde soort infrastructuur gaat, is het praktisch een vergoeding per object te berekenen. Als de lijst met infrastructuur divers van aard is, ligt een totaalbedrag voor de gehele bijlage meer voor de hand.

De marktconforme vergoeding is te zien als ‘de huur van de locatie’. Hierbij kan De Gemeente vergoeding vragen voor (materiële) kosten, zoals aanpassingen aan infrastructuur, aanvullend onderhoud als ook de controle van en het toezicht op de naleving van het medegebruik.

De marktconforme vergoeding mag meer dan kostendekkend zijn, mits deze is onderbouwd en overeenkomt met in de markt gebruikelijke vergoedingen voor het gebruik van opstelpunten voor small cells.

Artikel 25 - Energiekosten

  • a.

    Bij gebruik van de energietoevoer van De Gemeente, wordt jaarlijks een vast gebruikstarief voor het gemiddelde verbruik van een Small Cell in rekening gebracht.

  • b.

    De Medegebruiker zal aan De Gemeente een onderbouwde bestuurdersverklaring verstrekken van het gemiddeld gebruikte vermogen per Small Cell per jaar. De Gemeente zal dit opgeven bij en afrekenen met de netbeheerder en de energiekosten verrekenen met De Medegebruiker.

  • c.

    Partijen kunnen onderling afspreken voor de uitvoering van de leden a) en b) van dit artikel te werken met een tussenmeter voor het energieverbruik.

alternatief:

  • a.

    De Medegebruiker mag gebruik maken van de elektriciteitsvoorziening van De Gemeente.

  • b.

    De Medegebruiker is verplicht om op haar kosten een tussenmeter te plaatsen die het energieverbruik registreert.

  • c.

    Als voorschot op de verbruikskosten is De Medegebruiker een bedrag van [€ …] verschuldigd. De verbruikskosten worden jaarlijks achteraf berekend op basis van het energietarief dat aan De Gemeente in rekening wordt gebracht. Hierop vindt verrekening plaats met het voorschot van het daaropvolgende jaar.

Artikel 26 - Prijsindexatie

  • a.

    De marktconforme vergoeding zal telkens na verloop van 1 jaar worden geïndexeerd, voor het eerst op 1 januari van het jaar volgend op de datum van ondertekening van deze overeenkomst, op basis van het Consumptieprijsindexcijfer (CPI), reeks alle huishoudens (2015=100), zoals dit cijfer wordt berekend en gepubliceerd door het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Bij een negatieve indexering zal het bedrag niet worden verlaagd.

  • b.

    Indien De Gemeente de indexatie niet doorvoert in een jaar, mag zij indexeren vanaf het jaar dat zij voor het laatst de vergoeding heeft geïndexeerd. Er vindt geen naheffing plaats voor eventueel niet-geïndexeerde jaren.

Artikel 27 - Doorbelasting belastingen en heffingen

De Medegebruiker is verplicht alle (gemeentelijke) belastingen en heffingen, verband houdende met het plaatsen, houden en exploiteren van de Small Cells, inclusief verhogingen hiervan, op correcte wijze aan de betreffende instanties te betalen, ook indien De Gemeente hiervoor wordt aangeslagen.

Artikel 28 – Toekomstige toeslagen

Eventuele toekomstige wettelijk verplichte toeslagen als gevolg van medegebruik van de Publieke Infrastructuur zullen door De Gemeente één op één aan De Medegebruiker worden doorbelast.

BETALING

Artikel 29 - Vooruitbetaling

  • a.

    Betaling van de marktconforme vergoeding dient jaarlijks bij vooruitbetaling te geschieden, voor het eerst uiterlijk op de ingangsdatum van deze overeenkomst en vervolgens telkens vóór 1 januari van het nieuwe kalenderjaar. De Gemeente brengt de uit hoofde van deze overeenkomst aan De Gemeente verschuldigde bedragen van [€…] per jaar door middel van een conform artikel 24 gespecificeerde factuur in rekening, onder vermelding van [referentienummer]. Deze gespecificeerde factuur ontvangt De Medegebruiker uiterlijk één maand voor het nieuwe kalenderjaar waarop de factuur ziet. De facturen zullen worden gezonden naar het factuuradres van De Medegebruiker: […]

  • b.

    De eerste betaling heeft betrekking op de periode vanaf de ingangsdatum tot het einde van dat kalenderjaar en zal naar rato worden berekend. De factuur voor het eerste jaar wordt voor het einde van het eerste jaar verstuurd. Bij tussentijdse beëindiging van deze overeenkomst zal geen restitutie van de vooruitbetaalde som van dat jaar plaatsvinden.

Artikel 30 - Verzuim/ wettelijke rente

Indien De Medegebruiker de kosten niet tijdig voldoet, is De Medegebruiker over (het nog verschuldigde deel van) de marktconforme vergoeding de wettelijke rente verschuldigd, nadat De Gemeente De Medegebruiker hiervoor tevergeefs in gebreke heeft gesteld.

SCHADE EN AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 31 - Uitsluiting aansprakelijkheid

De Gemeente is niet aansprakelijk voor:

  • a.

    de gevolgen van welke aard en omvang dan ook van zichtbare en/of onzichtbare gebreken aan de Publieke Infrastructuur, behalve voor zover de gebreken het gevolg zijn van schuld of nalatigheid van De Gemeente met betrekking tot het voor zijn rekening komend onderhoud, maar beperkt tot de kosten van de vervanging en installatie van de Small Cells;

  • b.

    gevolgen van welke aard en omvang dan ook van schade aan de Small Cells welke veroorzaakt worden door derden of natuurlijke omstandigheden;

  • c.

    enige vorm van schade van De Medegebruiker of haar klanten door verstoring van of wijziging in de dienstverlening die plaats vindt via de Small Cells, ongeacht de oorzaak, tenzij sprake is van niet nakoming van artikel 17 van deze overeenkomst door schuld of nalatigheid van De Gemeente;

  • d.

    de gevolgen van welke aard en omvang dan ook van wijzigingen in de openbare ruimte die van invloed zijn op het functioneren van de Small Cell, signaalkwaliteit, dekking en de bijbehorende netwerkverbindingen en straalverbindingen;

  • e.

    enige vorm van gevolgschade die bij De Medegebruiker ontstaat uit werkzaamheden of onderhoud aan de infrastructuur, de openbare ruimte en omgeving door De Gemeente of derden, behalve voor zover de schade het gevolg is van schuld en/of nalatigheid van De Gemeente.

Artikel 32 - Voorkomen van schade

  • a.

    De Medegebruiker is gehouden om alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen om schade aan de Publieke Infrastructuur te voorkomen.

  • b.

    De Medegebruiker is voorts gehouden De Gemeente tijdig, zo mogelijk schriftelijk, op de hoogte te brengen indien aan de Publieke Infrastructuur, schade is of dreigt te ontstaan.

  • c.

    De Gemeente is voorts gehouden De Medegebruiker tijdig, zo mogelijk schriftelijk, op de hoogte te brengen indien aan de Small Cells schade is of dreigt te ontstaan.

SLOTBEPALING

Artikel 33 - Toepasselijk recht en bevoegde rechter

  • a.

    Op deze Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

  • b.

    Geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze Overeenkomst of naar aanleiding van overeenkomsten die hiervan het gevolg zijn omtrent de uitleg van hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet kunnen worden voorgelegd aan de Autoriteit Consument en Markt.

  • c.

    Alle overige geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze Overeenkomst of naar aanleiding van overeenkomsten die hiervan het gevolg zijn, zullen bij uitsluiting worden voorgelegd aan de bevoegde rechter van het arrondissement van de Gemeente.

Aldus overeengekomen en in drievoud opgemaakt en ondertekend te Wognum,

De Gemeente

Bedrijf ……

Namens deze, de heer M. Pijl

Namens deze, de heer/mevrouw

Datum:_____________

Datum:_____________

BIJLAGE 1 ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1

Toelichting: wees er bij het opstellen van de bijlage alert op dat voldoende duidelijk is op welk deel of oppervlak van de Publieke Infrastructuur het medegebruik betrekking heeft. Denk aan een beschrijving of tekening waardoor een deel van een gevel in medegebruik wordt gegeven in plaats van een geheel gebouw.

Modelovereenkomst medegebruik publieke infrastructuur voor plaatsen small cells

Versie 1.0 | 1 mei 2022 | auteur: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Pagina < # > van < # >


Noot
1

Zie ook de factsheet Lokaal beleid en kleine antennes: www.antennebureau.nl/documenten/brochures/2020/juli/3/factsheet-lokaal-beleid-kleine-antennes

Noot
2

Een masteigenaar weigert het medegebruik van een vrijstaande mast in het algemeen slechts wanneer dit op technische bezwaren stuit, zoals storing van de gebruikte frequenties, beschikbare ruimte of draagkracht van de installatie.

Noot
3

Bron: EOS-VVL landschapsplan voor 380 kV, 2017

Noot
4

Bron: EOS-VVL landschapsplan voor 380 kV, 2017

Noot
5

Denk aan wegen, viaducten, hoogspanningsmasten en verkeersportalen, maar ook aan (voormalige) bedrijfslocaties, baggerdepots en RWZI’s.

Noot
6

Antenneregister is te raadplegen via: https://antenneregister.nl/viewer/