Mandaatregeling gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2026

Geldend van 01-05-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Mandaatregeling gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2026

Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de BURGEMEESTER van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Cao Gemeenten overwegende dat uit een oogpunt van doelmatigheid, efficiency en een betere dienstverlening aan de burgers wenselijk is te komen tot een nieuwe regeling met betrekking tot mandaat, volmacht en machtiging;

gelet op titel 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 171, lid 2 van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

besluiten vast te stellen de volgende Mandaatregeling gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2026.

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bestuursorgaan: burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht en of de burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht;

  • gemeentesecretaris: de gemeentesecretaris van Hendrik-Ido-Ambacht, tevens zijnde de algemeen directeur;

  • machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • mandaat: de bevoegdheid om namens het bestuursorgaan besluiten te nemen;

  • teammanager: de leidinggevende functionaris, direct onder de Gemeentesecretaris;

  • volmacht: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

Artikel 2 Mandaat gemeentesecretaris

  • 1. Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot het bestuursorgaan behorende bevoegdheden met uitzondering van de aangelegenheden als vermeld in bijlage 1voor zover die daarin nadrukkelijk aan het bestuursorgaan voorbehouden blijven.

  • 2. De gemeentesecretaris is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hem ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken.

  • 3. De gemeentesecretaris maakt van aan hem verleende mandaat slechts gebruik met inachtneming van het ter zake geldende beleid.

Artikel 3 Mandaat overige functionarissen

  • 1. De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan teammanagers, met uitzondering van de bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan zijn functie zijn toegekend.

  • 2. De Gemeentesecretaris is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hem ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken.

  • 3. De teammanager maakt van het aan hem verleende mandaat slechts gebruik binnen de financiële grenzen van het aan hem toegekende budget, zulks met inachtneming van de geldende budgetregeling en het geldende inkoop- en aanbestedingsbeleid.

Artikel 4 Algemene uitzonderingen van mandaat

  • 1. Aan het bestuursorgaan blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot:

    • a.

      de raad;

    • b.

      de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis;

    • c.

      de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;

    • d.

      de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;

    • e.

      de vicepresident van de Raad van State;

    • f.

      de president van de Algemene Rekenkamer;

    • g.

      enig bestuursorgaan van een provincie, gemeente, waterschap of hoogheemraadschap;

    • voor zover geen sprake is van een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffingen of vrijstelling ten behoeve van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht.

  • 2. Ten aanzien van bezwaarschriften, gericht aan het college, die om advies in handen worden gesteld van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht blijft de beslissing op het bezwaarschrift voorbehouden aan het college met uitzondering van de beslissing op bezwaar als bedoeld in het vierde lid.

  • 3. Het nemen van een beslissing op bezwaar wordt opgedragen aan de gemeentesecretaris indien:

    • a.

      het bezwaar ongegrond wordt verklaard en het een bezwaarschrift betreft, gericht aan het college, die niet om advies in handen worden gesteld van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, maar middels ambtelijk horen wordt behandeld.

    • b.

      belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn bezwaar wordt verklaard en het een bezwaarschrift betreft, gericht aan het college, die niet om advies in handen worden gesteld van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, maar middels ambtelijk horen wordt behandeld.

    • c.

      Het nemen van besluiten op klachten op grond van afdeling 9 Awb, waarbij de beklaagde de secretaris-directeur is, blijft voorbehouden aan de wethouder P&O.

    • d.

      Het nemen van besluiten op klachten op grond van afdeling 9 Awb, waarbij de beklaagde een wethouder is, blijft voorbehouden aan de burgemeester.

    • e.

      Het nemen van besluiten op klachten op grond van afdeling 9 Awb, waarbij de beklaagde de burgemeester is, blijft voorbehouden aan de loco-burgemeester.

  • 4. Onverminderd het gestelde in het eerste lid is het mandaat niet van toepassing indien:

    • a)

      de verantwoordelijke portefeuillehouder namens burgemeester en wethouders beslist dat de aangelegenheid door burgemeester en wethouders moet worden afgedaan of indien de burgemeester beslist dat de aangelegenheid door hem moet worden afgedaan. De portefeuillehouder wordt tijdig geïnformeerd over gevoelige kwesties;

    • b)

      de aangelegenheid tot negatieve berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren en de betreffende portefeuillehouder – na overleg – aangeeft dat het benodigde besluit door het bevoegde bestuursorgaan zelf dient te worden genomen;

    • c)

      de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal burgers, bedrijven, verenigingen of belangengroepen en de betreffende portefeuillehouder – na overleg – aangeeft dat het benodigde besluit door het bevoegde bestuursorgaan zelf dient te worden genomen; of

    • d)

      daarmee wordt afgeweken van een gevraagd extern advies.

Artikel 5 Ondermandaat

  • 1. Gemandateerde bevoegdheden mogen worden ondergemandateerd, zulks met uitzondering van de aangelegenheden als vermeld in bijlage 1 en voorts:

    • a)

      het nemen van besluiten tot het verlenen, vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidie;

    • b)

      het namens de gemeente uitbrengen van een offerte voor een door de gemeente te verrichten levering of dienst; of

    • c)

      het aangaan van een kostenverhaalsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.13 van de Omgevingswet.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, is ondermandaat voor het verlenen, vaststellen en wijzigen van subsidies toegestaan indien het betreft besluiten die volledig overeenstemmen met toepasselijke subsidieregelingen.

  • 3. De bepalingen voor mandaat vinden op ondergemandateerde bevoegdheden gelijke toepassing.

Artikel 6 Ondertekening

  • 1.Uitoefening van een (onder)gemandateerde bevoegdheid blijkt, voor zover mogelijk, uit de ondertekening van het besluit of stuk.

  • 2. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt in voorkomend geval:

    • a.

      "Namens burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht", gevolgd door de functieaanduiding, naam van de ondertekenaar en een handtekening; of

    • b.

      "Namens de burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht", gevolgd door de functieaanduiding, naam van de ondertekenaar en een handtekening.

  • 3. Indien een besluit wordt genomen door de plaatsvervanger of waarnemer van de mandataris worden naast de handtekening, bedoeld in het tweede lid, geplaatst de woorden "bij afwezigheid" of de letters "b.a.".

Artikel 7 Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop rustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a. machtiging;

  • b. volmacht.

Artikel 8 Afwezigheid mandatarissen, volmachtontvangers of machtingverkrijgers

Ingeval van afwezigheid van de mandatarissen, volmachtontvangers of machtigingverkrijgers kunnen teammanagers elkaar vervangen.

Artikel 9 Nadere regels

  • 1. Het College kan nadere regels stellen omtrent het opmaken en het ondertekenen van een document, waarin van het verleende mandaat gebruik wordt gemaakt.

  • 2. De mandataris maakt slechts gebruik van verleend mandaat voor aangelegenheden die, op grond van het Organisatiebesluit Hendrik-Ido-Ambacht 2023 behoren tot het werkterrein van zijn afdeling of tot het aan hem opgedragen aandachtsgebied.

  • 3. Bij het gebruik van een verleend mandaat handelt de mandataris conform bestaande richtlijnen, budgetten, projectplannen, besluiten en overige wet- en regelgeving.

Artikel 10 Overgangsbepaling

Ondermandaatbesluiten, genomen op grond van de in artikel 11 genoemde regeling, blijven mutatis mutandis van kracht.

Artikel 11 Intrekking oude regeling

De Mandaatregeling Hendrik-Ido-Ambacht 2014 wordt ingetrokken.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 13 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatregeling Hendrik-Ido-Ambacht 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 21 april 2026 door

burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht,

secretaris,

P.J.J. Kalkman

burgemeester,

P. van der Giessen

Bijlage 1 – Aangelegenheden die blijven voorbehouden aan het bestuursorgaan dan wel aan specifiek genoemde functionarissen

A

Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

Voorbehouden aan

1

Algemeen

 

1.1

Het doen van voorstellen aan de raad.

bestuursorgaan

1.2

Het verlenen van mandaat aan personen die niet onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur werken.

bestuursorgaan

2

Publiekrecht – Omgevingswet c.a.

 

2.1

Het vaststellen van een deel van het omgevingsplan of van een voorbereidings-besluit op basis van een gedelegeerde bevoegdheid als bedoeld in artikelen 2.8 en 4.14, lid 5, van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.2

Het vaststellen van een programma als bedoeld in afdeling 3.2 en/of artikel 22.18 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.3

Het (voorlopig) vestigen en intrekken van een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.2, lid 2, en 9.5 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.4

Het (al dan niet onder beperkingen) toestaan van een vervreemding wegens gewichtige redenen als bedoeld in artikel 9.10 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.5

Het beslissen of de gemeente in beginsel bereid is een goed waarop een voorkeursrecht is gelegd te kopen of op grond van een andere titel te verkrijgen, als bedoeld in artikel 9.13 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.6

Het indienen van een verzoek bij de rechtbank tot het geven van een oordeel over de prijs als bedoeld in artikel 9.16 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.7

Het indienen van een verzoek tot nietigverklaring van een rechtshandeling die is verricht met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.22 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.8

Het bij beschikking vaststellen van de verschuldigde geldsom voor kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg, als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.9

Het beschikken op verzoeken om nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 15.8 van de Omgevingswet en 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij:

  • a.

    het toe te kennen bedrag hoger is dan € 25.000,-; of

  • b.

    geen mogelijkheid tot verhaal op een derde-belanghebbende bestaat en het toe te kennen bedrag hoger is dan € 10.000,-.

bestuursorgaan

2.10

Het aanwijzen van personen die belast zijn met toezicht op de naleving van de Omgevingswet als bedoeld in artikel 18.6 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.11

Het vaststellen van geluidsbelastingkaarten als bedoeld in artikel 20.17 van de Omgevingswet.

bestuursorgaan

2.12

Het vaststellen van een uitvoerings- en handhavingsstrategie als bedoeld in artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit.

bestuursorgaan

2.13

Het vaststellen van een uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit.

bestuursorgaan

2.14

Samenstellen lijst vanwege geluid te saneren gebouwen als bedoeld in artikel 15.2 van het Omgevingsbesluit.

bestuursorgaan

3

Publiekrecht – overig

 

3.1

Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels, voor zover deze niet door de raad worden vastgesteld.

bestuursorgaan

3.2

Het vaststellen van een andere inspraakprocedure ten behoeve van een beleidsvoornemen dan die is beschreven in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht of een wettelijk voorgeschreven inspraakprocedure.

bestuursorgaan

3.3

Het vaststellen van het eindverslag als bedoeld in de Inspraakverordening Hendrik-Ido-Ambacht.

bestuursorgaan

3.4

Het nemen van besluiten voor individuele gevallen, die niet onder een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel vallen, waaronder begrepen het toepassing geven aan hardheidsclausules in algemeen verbindende voorschriften.

bestuursorgaan

3.5

Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio's.

bestuursorgaan

3.6

Het nemen van besluiten over verzoeken om planschade en nadeelcompensatie, voor zover het gaat om toe dan wel af te wijzen bedragen vanaf € 25.000,-.

bestuursorgaan

3.7

Het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van belastingen met een financieel belang hoger dan € 10.000,-.

bestuursorgaan

3.8

Het vaststellen van een subsidieplafond en de wijze van verdeling ervan.

bestuursorgaan

3.9

Het verlenen en vaststellen van incidentele subsidies groter dan € 100.000,-.

bestuursorgaan

3.10

Het indienen van een zienswijze tegen een voorgenomen handhavingsbesluit, waarbij de gemeente als overtreder optreedt, tenzij hiertoe vooraf instemming is verleend door de portefeuillehouder.

bestuursorgaan

3.11

Het nemen van het besluit om bezwaar of (administratief) beroep of hoger beroep aan te tekenen of een verzoek om (wijziging of opheffing van) om voorlopige voorziening in te dienen namens de gemeente of het gemeentebestuur in administratiefrechtelijke procedures, tenzij hiertoe vooraf instemming is verleend door de portefeuillehouder in welk geval achteraf aan het bestuursorgaan wordt gerapporteerd.

bestuursorgaan

3.12

Het nemen van besluiten op bezwaar indien het oorspronkelijke besluit door het bestuursorgaan is genomen of daarmee wordt afgeweken van het ter zake door de commissie bezwaarschriften uitgebrachte advies.

bestuursorgaan

3.13

Het aanwijzen van een dienst als een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB).

bestuursorgaan

4

Privaatrecht

 

4.1

Het besluit tot het aangaan van convenanten, intentieverklaringen, bestuursovereenkomsten of daarmee gelijk te stellen wilsverklaringen.

bestuursorgaan

4.2

Het besluit tot het aangaan van overeenkomsten indien:

  • a.

    op grond van de Gemeentewet het bestuursorgaan de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren, omdat de raad daarom heeft verzocht;

  • b.

    op grond van de Gemeentewet de raad vooraf in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het bestuursorgaan te brengen omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben;

  • c.

de raad ter zake om informatie heeft gevraagd.

bestuursorgaan

4.3

Het besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen.

bestuursorgaan

4.4

Het kwijtschelden en buiten invordering stellen van vorderingen met een financieel belang hoger dan € 10.000,-, niet zijnde vorderingen in het kader van belastingheffing of een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure.

bestuursorgaan

4.5

Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen en legaten.

bestuursorgaan

4.6

Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen, anders dan bedoeld in onderdeel 3.17.

bestuursorgaan

4.7

Het besluit tot het doen van een schenking.

bestuursorgaan

4.8

Het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.

bestuursorgaan

4.9

Het afgeven van borgstellingen.

bestuursorgaan

4.10

Het nemen van besluiten over het opnemen van geldleningen op de kapitaalmarkt met een looptijd van een jaar of langer.

bestuursorgaan

4.11

Het nemen van besluiten over het verstrekken van geldleningen via de kapitaalmarkt.

bestuursorgaan

4.12

Het nemen van besluiten over het doen van beleggingen op de kapitaalmarkt.

bestuursorgaan

4.13

Het ondertekenen van overeenkomsten met een ander bestuursorgaan, waarbij de wederpartij wordt vertegenwoordigd door een bestuurder, met dien verstande dat in dat geval de burgemeester een machtiging kan verlenen aan een wethouder.

bestuursorgaan

4.14

Het verwerven dan wel anderszins verkrijgen of in gebruik nemen van onroerende zaken alsmede het vervreemden van onroerende zaken met een oppervlakte groter dan 200 m², daaronder mede te verstaan het in erfpacht uitgeven, verhuren, in gebruik geven, verpachten, in economisch eigendom overdragen en het vestigen van beperkte genotsrechten, dan wel het wijzigen, verlengen, opzeggen of anderszins beëindigen van de desbetreffende rechten, een en ander met uitzondering van:

  • a.

    het aangaan van overeenkomsten en het verrichten van alle uitvoeringshandelingen die daaruit voortvloeien, waaronder het ondertekenen van overeenkomsten en het accorderen van notariële conceptakten, ter uitvoering van besluiten met betrekking tot onroerend goed;

  • b.

    het verlenen van ontheffingen van voorwaarden in notariële akten waarbij overdracht van onroerende zaken heeft plaatsgevonden, zoals anti-speculatiebedingen en bedingen waarbij toestemming van het college vereist is om tot overdracht te komen;

  • c.

    verhuur van volkstuinen;

  • d.

    verhuren en in gebruik geven van gemeentelijk gebouwd vastgoed;

  • e.

    aanschrijven rechthebbenden in verband met terreinmeting bij onrechtmatige ingebruikneming van gemeentegrond;

  • f.

    verlenen van toestemming voor het plaatsen van niet vergunningsplichtige verdeelkasten en het (ver)plaatsen van overig vergelijkbaar wegmeubilair;

  • g.

    aanwijzen in het terrein van nieuw gevormde perceelsgrenzen aan derden en het Kadaster;

  • h.

    verhuur van een parkeerplaats binnen de bebouwde kom voor een voertuig dat hoger is dan 2,40 meter en langer dan 6 meter;

  • i.

    verhuren van woonwagenstandplaatsen;

  • j.

    afsluiten/verlengen van agrarische pachtovereenkomsten;

  • k.

    verkoop blote eigendom bij eeuwigdurende erfpacht aan particulieren alsmede canonherziening en verlenging van bestaande erfpachtrelaties;

  • l.

    het vestigen van en bezwaren van onroerend goed met zakelijke rechten en kwalitatieve verplichtingen;

  • m.

    het vestigen van zakelijke rechten en kwalitatieve verplichtingen die voortvloeien uit de reguliere uitvoering bij de gemeente, zoals opstalrecht voor kabels en leidingen;

  • n.

    verhuur van jachtgenot ingevolge de Wet natuurbescherming;

  • o.

    het ter stuiting van de verjaring schriftelijk aanmanen van of mededelen aan personen en organisaties dat zij grond in gebruik hebben genomen waarvan zij geen eigenaar zijn, alsmede het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging ter beëindiging van dit gebruik;

  • p.

het vertegenwoordigen van de gemeente voor wat betreft het verkrijgen, vervreemden, in erfpacht uit te geven, erfdienstbaarheden en zakelijk rechten te vestigen, kwalitatieve bedingen op te leggen of te aanvaarden met betrekking tot registergoederen e.a.

bestuursorgaan

4.15

Het nemen van besluiten over verzoeken om schadevergoeding, voor zover dergelijke verzoeken op grond van de verzekeringspolis niet aan de verzekeraar moeten worden overgedragen en het gaat om bedragen vanaf € 10.000,-.

bestuursorgaan

4.16

Het nemen van besluiten over verzoeken om schadevergoeding, voor zover dergelijke verzoeken op grond van de verzekeringspolis niet aan de verzekeraar moeten worden overgedragen en het gaat om bedragen tot € 10.000,-.

Gemeentesecretaris

4.17

Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen van voorwerpen die een zekere culturele doch, individueel of tezamen, een getaxeerde financiële waarde hebben van ten hoogste € 10.000,- en van schenkingen van geldbedragen tot een bedrag van € 10.000,-.

Gemeentesecretaris

5

Civiele en strafrechtelijke procedures

 

5.1

Het besluit tot het aangaan van civiele procedures, behoudens waar het een personeelsaangelegenheid betreft.

bestuursorgaan

5.2

Het besluit hoger beroep of cassatie aan te tekenen namens de gemeente of het gemeentebestuur in civiele procedures.

bestuursorgaan

5.3

Het nemen van besluiten ten aanzien van alternatieve geschillenbeslechting, tenzij het betreft arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden waarover vooraf schriftelijke afspraken zijn vastgelegd, personeelsaangelegenheden uitgezonderd.

bestuursorgaan

5.4

Het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure, indien hiervoor geen financiële middelen op de begroting beschikbaar zijn.

bestuursorgaan

5.5

Het bij de rechtbank aanhangig maken van een vordering tot het betalen van een geldsom ≥ € 5.000,-.

bestuursorgaan

5.6

De beslissing dat de gemeente zich voegt in een strafzaak.

Gemeentesecretaris

5.7

Het besluit tot het voeren van verweer in civiele en strafrechtelijke procedures, inclusief het hiervoor benodigde procesbesluit en het verstrekken van de daarbij horende volmacht, met de instructie dat de betreffende portefeuillehouder hierover vooraf dient te worden geïnformeerd.

Gemeentesecretaris

5.8

Het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure, indien hiervoor financiële middelen op de begroting beschikbaar zijn.

Gemeentesecretaris

B

Personeelsaangelegenheden

Voorbehouden aan

1

Het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie.

bestuursorgaan

2

Het aangaan en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een lid van het management, concerncontroller en bestuursadviseurs.

bestuursorgaan

3

Het nemen van beslissingen ten aanzien van de gemeentesecretaris.

bestuursorgaan

4

Het nemen van rechtspositionele beslissingen ten aanzien van leden van het management en concerncontroller, niet zijnde besluiten als bedoeld onder B, sub1.

gemeentesecretaris

5

Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens verval van arbeidsplaats/bedrijfseconomische reden, het indienen van het verzoek hiertoe bij de Cao-Ontslagcommissie.

bestuursorgaan

6

Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst dan wel het daartoe vragen van toestemming aan het UWV dan wel het nemen van een beslissing tot het indienen van een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter.

Gemeentesecretaris

7

Het nemen van een beslissing om over te gaan tot schorsing en ontzegging van de toegang als ordemaatregel.

Gemeentesecretaris

8

Het toepassen van disciplinaire maatregelen als bedoeld in artikel 10.1 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de sociale werkvoorziening.

Gemeentesecretaris

9

Het beslissen inzake non-actiefstelling als bedoeld in artikel 10.2 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de sociale werkvoorziening.

Gemeentesecretaris

10

Het schorsen van werknemers als bedoeld in artikel 10.3 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de sociale werkvoorziening.

Gemeentesecretaris

11

Het met betrekking tot een personeelsaangelegenheid:

  • a.

    besluiten tot het aangaan van een civiele procedure;

  • b.

    besluiten tot het instellen van hoger beroep of cassatie;

  • c.

    besluiten tot alternatieve geschillenbeslechting;

  • d.

treffen van een schikking.

Gemeentesecretaris

12

Het verlenen van ontslag op staande voet.

Gemeentesecretaris

C

Overige aangelegenheden

Voorbehouden aan

1

Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.

bestuursorgaan

2

Het benoemen van personen in adviesorganen van het bestuursorgaan.

bestuursorgaan

3

Het benoemen van personen in bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.

bestuursorgaan

4

Het benoemen van personen in commissies als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

bestuursorgaan

5

Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet.

bestuursorgaan

6

Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet.

bestuursorgaan