Evenementenbeleid gemeente Hulst 2026

Geldend van 30-04-2026 t/m heden

Intitulé

Evenementenbeleid gemeente Hulst 2026

Besluit:

vast te stellen Evenementenbeleid gemeente Hulst 2026 en de Evenementennota 2019 in te trekken.

Inleiding

Met het evenementenbeleid wil het gemeentebestuur:

  • a.

    de sociale cohesie stimuleren;

  • b.

    het imago van Hulst versterken;

  • c.

    het culturele klimaat van Hulst bevorderen.

Evenementen die een bijdrage leveren aan deze doelstelling(en) kunnen in principe op een positief onthaal rekenen bij de gemeente.

De gemeente Hulst telt veertien kernen en de stad Hulst. In een streek waar men graag het leven viert en het bourgondische karakter vaak herkenbaar is in de samenleving, zijn festiviteiten en evenementen in de gemeente bijna vanzelfsprekend volop aanwezig. Jaarlijks worden er binnen het Hulsterse grondgebied ongeveer 225 – 250 activiteiten georganiseerd, variërend van een bescheiden straatbarbecue tot het duizenden bezoekers trekkende VESTROCK. Vooral in de zomermaanden is de evenementenkalender goed gevuld.

Evenementen brengen leven in de brouwerij, bevorderen de sociale samenhang tussen inwoners en genereren meestal inkomsten voor de middenstand. Festiviteiten zijn dus zowel vanuit een culturele, maatschappelijke als economische invalshoek belangrijk.

Geen evenementen zonder vrijwilligers

De organisatie en het succes van een evenement zijn vaak afhankelijk van de belangeloze inzet en betrokkenheid van mensen. De gemeente Hulst waardeert die inzet en wil mede daarom, waar mogelijk, de organisatie faciliteren en medewerking verlenen. Dit moet onder meer tot uiting komen in het ondersteunen van organisaties door het beperken van papierwerk, het voorkomen van lange procedures en het gratis beschikbaar stellen van sommige materialen. In dit kader past ook een soepel gemeentelijk traject voor de ‘kleinere’ evenementen, die relatief weinig overlast veroorzaken. Voor deze categorie behoeft geen vergunning te worden aangevraagd maar kan worden volstaan met een melding.

Waar er, zoals hiervoor aangegeven, voldoende redenen zijn om evenementen te stimuleren, moet het gemeentebestuur ook rekening houden met de andere kant van de medaille: de openbare orde, de algemene veiligheid, het milieu en de volksgezondheid. Dit impliceert dat de gemeente op het gebied van beleid en vergunningverlening, toezicht en handhaving duidelijke kaders moet stellen en grenzen moet aangeven. Daarbij zijn de beoordelingscriteria uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) uitgangspunt.

Evenementen raken dus verschillende belangen. Ernstige incidenten bij evenementen in de afgelopen jaren hebben de aandacht gevestigd op het veiligheidsaspect bij festiviteiten en evenementen.

In deze nota wordt geprobeerd een evenwicht te vinden tussen de gezelligheid en het vermaak dat evenementen met zich meebrengen en de grenzen die daarbij moeten worden gesteld om deze festiviteiten veilig en zonder onnodige overlast te laten verlopen.

Hoofdstuk 1 Algemeen

1.1 Wat is een evenement?

In deze nota worden de begrippen ‘evenement’ en ‘festiviteit’ willekeurig door elkaar gebruikt. Bedoeld is in alle gevallen ’het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis zoals een feest, braderie of andere bijeenkomst tot ontspanning of vermaak’. Kermissen zijn festiviteiten die vallen buiten de strekking van deze nota.

Besloten feesten zijn niet algemeen (voor het publiek) toegankelijk en vallen evenmin onder hetgeen in deze nota is gesteld. Van een besloten feest is sprake als er geen entreegeld wordt gevraagd, de bezoekers op persoonlijke uitnodiging komen, er geen reclame voor of ruchtbaarheid aan het feest wordt gemaakt of gegeven en de consumpties gratis worden verstrekt.

Bij evenementen in horeca-inrichtingen is de grens voor de vergunningplicht minder eenvoudig te trekken. Als een festiviteit in een horecabedrijf kan worden beschouwd als ‘behorend tot de normale bedrijfsvoering’, is er geen evenementenvergunning nodig. De regels die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit worden dan namelijk voldoende geacht om overlast of hinder te voorkomen. Als de activiteit extra uitstralingseffect heeft op de omgeving als gevolg van bovennormale bezoekersaantallen, extra geluidsbelasting, parkeerdruk of andere te verwachten effecten op de openbare orde en/of veiligheid, is wel een vergunning vereist. Ook als een (deel van de) activiteit op het terras of buiten de horeca-inrichting plaatsvindt, geldt in principe de vergunningplicht.

Voor de beoordeling of een activiteit tot de normale bedrijfsvoering behoort, kunnen onder andere de volgende factoren een rol spelen:

  • *

    de omvang van de activiteit is anders vergeleken met reguliere activiteiten;

  • *

    de activiteit trekt een ander soort publiek ten opzichte van reguliere activiteiten;

  • *

    de activiteit heeft een andere sluitingstijd ten opzichte van reguliere activiteiten;

  • *

    de activiteit wordt georganiseerd door een derde organisator in plaats van (de exploitant van) het bedrijf;

  • *

    de exploitant van het bedrijf heeft geen kennis van wat precies zal plaatsvinden in het bedrijf;

  • *

    er is extra politie-inzet nodig om de openbare orde te handhaven vergeleken met de reguliere activiteiten.

De reguliere controle van een horeca-inrichting wordt uitgevoerd door de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD Zeeland). Als voor een festiviteit in een horeca-inrichting een evenementenvergunning is verleend, dan voert de gemeente eventuele controles op het naleven van de vergunningsvoorwaarden uit.

1.2 Melding of vergunning?

De APV bepaalt dat voor ‘elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak’ een vergunning nodig is van de burgemeester. Maar, het ene evenement is het andere niet. Evenementen zijn in te delen naar de mate waarin er sprake kan zijn van overlast of risico’s. Bij veel festiviteiten is hiervan nauwelijks sprake.

Daarom heeft de burgemeester categorieën van evenementen aangewezen waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd, maar waarbij kan worden volstaan met een melding. Hiervan wordt door organisatoren veel gebruik gemaakt; bij ongeveer tweederde van de festiviteiten binnen de gemeente Hulst kan worden volstaan met een melding. Dit zijn vooral kleinere activiteiten, zoals optochten, rommelmarkten, buurtbarbecues.

De meldingssystematiek biedt voordelen voor zowel de gemeente als de initiatiefnemer: de aanvrager hoeft alleen een eenvoudig meldingsformulier in te dienen, en de gemeente kan meestal volstaan met het sturen van een ontvangstbewijs met bijbehorende standaard-voorschriften. Deze werkwijze is snel, klantvriendelijk en leidt vrijwel niet tot (overlast)klachten als gevolg van de desbetreffende festiviteit.

Omdat de belasting voor het milieu en het woon- en leefklimaat relatief gering is, geldt er geen maximumgrens voor het aantal meldingsplichtige activiteiten. De gemeente wil vanuit haar verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte en in verband met de bereikbaarheid voor hulpdiensten wel tijdig weten wat er waar en wanneer te gebeuren staat. Daarom dient een melding ten minste vier weken voor het evenement te worden ingediend.

Als festiviteiten niet voldoen aan de vastgestelde meldingscriteria, geldt er een vergunningsplicht. Ook in deze categorie van evenementen is een onderverdeling tussen evenementen die een grote impact op de omgeving hebben en activiteiten die minder effect op de omgeving kennen. In de gemeente Hulst worden evenementen voortaan dus ingedeeld in:

  • 0.

    meldingsplichtige evenementen;

  • A.

    reguliere evenementen;

  • B.

    evenementen met verhoogd risico/aandacht,

  • C.

    risico evenementen.

Deze onderverdeling wordt hierna verder verduidelijkt.

Categorie 0 Meldingsplichtig evenement

Er kan met een melding worden volstaan als het evenement voldoet aan de volgende criteria:

  • -

    Het evenement duurt niet langer dan één dag;

  • -

    Er wordt na 21.00 uur geen muziek meer ten gehore gebracht;

  • -

    Het evenement eindigt om uiterlijk 00.00 uur;

  • -

    Het evenement is er niet mede of hoofdzakelijk op gericht om bezoekers van buiten de wijk of kern te trekken;

  • -

    Tijdens het evenement worden geen doorgaande wegen afgesloten;

  • -

    Het evenement vindt niet plaats in een (tijdelijk) bouwwerk zoals een tent, schuur of loods;

  • -

    Het evenement wordt niet in of nabij een milieu- en/of natuurbeschermingsgebied gehouden;

  • -

    Het evenement is geen circusvoorstelling.

    Voor activiteiten die aan al deze voorwaarden voldoen, is geen vergunning, maar alleen een melding nodig. Een melding wordt ook beschouwd als een verzoek om het evenement op de Evenementenkalender te plaatsen. Vergunningsvrije evenementen kunnen bijvoorbeeld buurtbarbecues (die plaatsvinden op de openbare weg of waarvoor een wegafsluiting wordt aangevraagd), wandel- en fietstochten, braderieën, rommelmarkten, optochten zijn.

    Als de melding is ingediend, ontvangt de organisatie bij akkoordbevinding een bewijs van ontvangst, met daarbij de standaardvoorschriften.

    Eenmalige activiteiten zoals een buurtbarbecues of wandel- en fietstochten, waarbij geen wegen worden afgesloten en het evenement niet plaatsvindt in een (tijdelijk) bouwwerk zoals een tent, schuur of loods op de openbare weg, zijn vergunnings- en meldingsvrij.

De vergunningsplichtige evenementen worden onderscheiden in drie categorieën. Voor elke categorie zijn standaardvoorschriften vastgesteld. In bijlage 4 van deze nota zijn deze toegevoegd.

Categorie A Regulier Evenement

Dit zijn reguliere evenementen met een laag risico. Hulpverleningsdiensten worden zo nodig geïnformeerd over het evenement.

Categorie B Evenement met verhoogd risico

Dit zijn middelgrote evenementen met enig risico. De gemeente vraagt advies aan de afzonderlijke hulpverleningsdiensten. Het opstellen van een veiligheidsplan kan verplicht worden. Hiervan is in ieder geval sprake als:

  • -

    er versterkte of livemuziek ten gehore wordt gebracht na 21.00 uur;

  • -

    of er nadere verkeersmaatregelen nodig zijn;

  • -

    of er enige hinder of overlast voor de omgeving te verwachten is. Deze hinder of overlast kan worden beperkt met standaard maatregelen en voorschriften.

Tot deze categorie behoren onder meer dorpsfeesten, muziekoptredens, wedstrijden op de openbare weg, braderieën.

Een verzoek tot plaatsing op de Evenementenkalender moet vóór 1 november van het voorafgaande jaar worden gedaan. Dit verzoek is niet hetzelfde als de vergunningaanvraag, maar moet worden gezien als een vraag om een datum/plaats voor het bewuste evenement op de Evenementenkalender te reserveren. Voor de aanvraag van de vergunning zelf geldt een indientermijn van minimaal acht weken voorafgaand aan de datum van het evenement.

Indien nodig, kan advies gevraagd worden aan de Taakgroep Grote Evenementen van de Veiligheidsregio Zeeland. Dit wordt per evenement bekeken.

Categorie C Risico Evenement

Dit zijn evenementen waarbij te verwachten is dat er aanmerkelijke risico’s ontstaan voor de openbare orde, openbare (verkeers)veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Dit kan worden veroorzaakt door grote aantallen bezoekers, forse geluidsbelasting en/of het grote aantal verkeersbewegingen. De beoordeling of een evenement onder categorie B of C valt vindt plaats door het invullen van een risicoanalyse die verstrekt wordt door de Veligheidsregio Zeeland. Hierin worden allerlei factoren meegewogen. Daarom kan niet op voorhand in beleid worden vastgelegd welke evenementen nog onder categorie B vallen en wanneer een evenement in categorie C thuishoort.

Er kan in bij evenementen in categorie C niet worden volstaan met standaardvoorschriften en er is er extra aandacht van politie, brandweer en/of GHOR vereist. Ook is vooroverleg met de organisatie in een vroegtijdig stadium nodig en behoort een veiligheidsplan onderdeel te zijn van de aanvraag.

Hierbij wordt advies uitgebracht door de Taakgroep Grote Evenementen van de Veiligheidsregio Zeeland. In verband met de benodigde, uitgebreide voorbereiding die met deze aanvragen gemoeid is, moet een verzoek in deze categorie tenminste 10 weken voor het evenement worden ingediend. Deze termijn biedt ook de mogelijkheid om waar nodig het verzoek te verfijnen of bij te sturen. Ook hier geldt dat uiterlijk 1 november een verzoek tot plaatsing op de Evenementenkalender moet worden gedaan.

1.3 Toetsingsgronden

De burgemeester is het bevoegd gezag om te beslissen op een aanvraag voor een evenement. Hij/zij dient hierbij te toetsen aan de belangen die in de APV zijn genoemd. Voor zover noodzakelijk wordt extern advies (van bijvoorbeeld de politie, Veiligheidsregio Zeeland) ingewonnen over de belangen die bij een evenement in het geding zijn. Artikel 1:8 j.o. 2:22 APV vermelden de volgende weigeringsgronden:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    de openbare veiligheid;

  • c.

    de volksgezondheid

  • d.

    de bescherming van het milieu

  • b.

    het voorkomen of beperken van overlast;

  • e.

    de zedelijkheid;

  • f.

    als het evenement niet op de evenementenkalender is geplaatst.

1.4 Wat willen we niet?

Elke aanvraag behoort op zijn merites te worden beoordeeld voordat een beslissing op het verzoek wordt genomen. Toch zijn er evenementen die het gemeentebestuur om redenen van openbare orde en veiligheid per definitie ontoelaatbaar acht en die bovendien niet worden geacht te passen binnen de doelstellingen van dit evenementenbeleid. Hiertoe behoren:

  • a.

    Vechtevenementen in strijd met de menselijke waardigheid

    Onder deze categorie vallen niet de reguliere vechtsporten zoals judo, karate, of andere vechtsporten die onder toezicht of leiding staan van koepelorganisaties die zijn aangesloten bij NOC/NSF. Hier wordt gedoeld op evenementen waarbij (vrijwel) geen regels gelden en het sportieve karakter nauwelijks een rol speelt. Voorbeelden hiervan zijn de MMA (mixed martial arts) zoals kooigevechten, free fights en vale tudo. Dergelijke spektakels hebben een (zeer) gewelddadig karakter, dragen bij aan de verruwing van de samenleving, schuren aan de menselijke waardigheid en zijn alleen daarom al een gevaar voor de openbare orde.

  • b.

    Autostuntshows binnen de bebouwde kom

    Ervaringen hebben geleerd dat autostuntshows (zoals met monstertrucks) een ernstig risico vormen voor de veiligheid van toeschouwers, als deze shows worden uitgevoerd op een terrein waar de afstand tussen publiek en 'stunts’ door omliggende bebouwing of obstakels beperkt is. Tot nu toe werden voor dergelijke evenementen vrijwel uitsluitend gemeentelijke (parkeer)terreinen gebruikt. Gebleken is ook dat bij dergelijke voorstellingen vaak schade wordt veroorzaakt aan deze terreinen. In de gemeente Hulst worden daarom zulke stuntshows binnen de bebouwde kom van een kern niet toegestaan. Dergelijke evenementen kunnen buiten de kernen slechts worden toegestaan als de inrichting van het evenemententerrein en het veiligheidsplan van de organisatie voldoende waarborgen biedt voor de veiligheid van toeschouwers en deelnemers.

c. Evenementen met dieren

Voor evenementen met dieren gelden wettelijke beperkingen. De Wet dieren geeft de regels voor onder meer het gebruik van dieren bij evenementen. Hierin is onder meer het verbod opgenomen om een dier als prijs, beloning of gift uit te reiken bij wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere dergelijke evenementen. Daarnaast is in deze wet bepaald, dat het verboden is om dierengevechten te organiseren of dieren aan dierengevechten te doen deelnemen. De Flora- en Faunawet bevat eveneens bepalingen die het dierenbelang beschermen bij het organiseren van (buiten)evenementen.

1.5 Circussen

Er worden maximaal twee speelvergunningen voor circussen per kalenderjaar verleend. Circusvoorstellingen mogen plaatsvinden in Kloosterzande en Hulst, aangezien in deze kernen de meest aangewezen terreinen daartoe beschikbaar zijn. Het toewijzen van speelvergunningen vindt om toerbeurt plaats. Circussen moeten verder ingeschreven zijn bij de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO).

1.6 Reclame

Elke organisatie hoopt dat de energie, tijd en moeite die het realiseren van een evenement met zich meebrengt, zich laat vertalen in voldoende bezoekersaantallen. Een veel gebruikt middel dat de aandacht op een festiviteit moet vestigen, zijn publicatieborden die in de openbare ruimte worden geplaatst. Hiervoor is een ontheffing nodig van het college. Om wildgroei en ontsiering van het algemene straatbeeld te voorkomen, zijn beleidsregels vastgesteld voor het plaatsen van deze aankondigingsborden binnen de bebouwde kom. Deze zijn terug te vinden in bijlage 3 van deze nota.

Het algemene straatbeeld, met name in de zomermaanden, laat zien dat er meer aankondigingen worden geplaatst dan dat er worden aangevraagd. Dit heeft een negatieve impact op het straatbeeld en ook vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid kan het plaatsen van aankondigingen onwenselijk zijn. Daarom treedt de gemeente kordaat op, desnoods door het verwijderen van de illegale bebording door de gemeente met toepassing van kostenverhaal.

1.7 Zondagswet

Bij evenementen die plaatsvinden op zondagen, of daarmee gelijk te stellen dagen, dient de burgemeester toepassing te geven aan de bepalingen in de Zondagswet. Kort gezegd komt dit erop neer dat op zondagen voor 13.00 uur het houden van een evenement niet is toegestaan. De burgemeester kan van dit verbod ontheffing verlenen. De Zondagswet heeft in de Tweede Kamer enige tijd der discussie gestaan, maar van het oorspronkelijke voornemen om de wet in te trekken is uiteindelijk afgezien.

1.8 Diensten gemeente

Bij festiviteiten wordt vaak gebruik gemaakt van openbare terreinen (parkeerterreinen, sportvelden, straten, pleinen). Omdat de gemeente het houden van evenementen wil stimuleren, wordt hiervoor geen vergoeding in rekening gebracht, mits er geen schade is toegebracht en het (openbare) terrein in dezelfde staat wordt opgeleverd als voor het evenement. Kosten voor het herstellen van schade of schoonmaak, kunnen worden verhaald.

Verder staat de gemeente welwillend en faciliterend tegenover de evenementenorganisatie: dranghekken, afzetschragen, kliko’s, verkeersregelaarshesjes en vlaggenmasten worden kosteloos ter beschikking gesteld. De organisatie dient zelf te zorgen voor het transport. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een evenementenvergunning worden leges in rekening gebracht. Dit geldt niet voor het in ontvangst nemen van een melding voor categorie A-evenementen. Daarnaast is in sommige gevallen ook een subsidie voor het evenement mogelijk. Daarvoor wordt verwezen naar de gemeentelijke subsidieverordening.

Hoofdstuk 2 De Evenementenkalender

2.1 Planning

De Evenementenkalender is een goed middel om inzicht te krijgen in het aantal en de aard van de evenementen voor het komende jaar. Waar en wanneer gebeurt er wat? Tot nu toe wordt de kalender vooral benut om de eventueel benodigde politie-inzet in Zeeuws-Vlaanderen te plannen. Om die reden worden de evenementenkalenders van de gemeenten in de regio voor aanvang van het nieuwe jaar naast elkaar gelegd en met de politie besproken. Als er sprake is van samenvallende evenementen waardoor de nodige bijstand van de politie niet kan worden gegarandeerd, dan wordt contact gelegd met de desbetreffende organisaties om tot een oplossing te komen.

Er is ook de behoefte om de kalender als sturingsinstrument te benutten en daarmee ongewenste samenloop of wildgroei van festiviteiten in de eigen gemeente tegen te gaan. Verder zijn er soms evenementen die qua aard of omvang niet op de gevraagde locatie passen of een te grote druk uitoefenen op de openbare ruimte of het woon- en leefklimaat. De gemeente wil daar meer grip op krijgen.

Omdat vrijwel alle partijen (organisatie, middenstand, bezoekers, inwoners, gemeente, horeca) belang hebben bij een goede spreiding en programmering van festiviteiten, zal de functie van de Evenementenkalender veranderen. In plaats van een aanmelding van het evenement voor de kalender, zullen organisaties nu een verzoek moeten doen om op de kalender te worden geplaatst. Deze aanvragen moeten worden ingediend vóór 1 november. De verzoeken worden vervolgens getoetst aan de criteria die zijn vermeld in bijlage 1 van deze nota (o.a. tijd, locatie, programmering, kwaliteit openbare ruimte en historische omgeving). Bij evenementen die zijn gepland voor de binnenstad van Hulst vindt de toetsing plaats in samenspraak met de Stichting Bezoekersmanagement Hulst (zie hierna). Uiterlijk 15 december stelt de burgemeester de definitieve Evenementenkalender vast. Vermelding op de kalender houdt overigens niet automatisch in dat er voor het evenement een vergunning zal worden verleend, maar het geeft de aanvrager in beginsel een akkoord voor de datum waarop het evenement is gepland. Bij de vermelding op de Evenementenkalender geldt dat voorrang wordt gegeven aan vaste, traditionele evenementen, die uiteraard wel tijdig moeten worden aangemeld.

Bij aanvragen waarbij de toetsing negatief uitvalt, ontvangt de organisatie bericht. In dergelijke gevallen kan in overleg worden gezocht naar een alternatief. Als een evenement niet op de Evenementenkalender is geplaatst, kan dit voor de burgemeester aanleiding zijn om de eventuele (latere) vergunningaanvraag te weigeren.

Evenementen waar na 1 november een verzoek voor plaatsing op de Evenementenkalender, worden getoetst aan de hand van de tot dan toe bekende Evenementenkalender en afhankelijk van de uitkomst van de beoordeling, daaraan al dan niet toegevoegd. Evenementen die al op de kalender staan, hebben in beginsel voorrang ten opzichte van later aangemelde evenementen. Als aan de criteria wordt voldaan én als er nog (locatie)mogelijkheden zijn, wordt het evenement alsnog aan de kalender toegevoegd.

Een evenement wordt niet toegevoegd als op dezelfde locatie, datum of binnen de tijdspanne voor luidruchtige evenementen (zie hierna), al een evenement plaatsvindt. Een eventuele aanvraag zal om die reden dan ook geweigerd worden. Uitzonderingen op het bovenstaande zijn mogelijk voor spontane evenementen ter gelegenheid van onverwachte, bijzondere gebeurtenissen (zoals een WK-finale voetbal, de Postcode-loterij).

Op de gemeentelijke website wordt maandelijks een update van de evenementenkalender gepubliceerd. Inwoners kunnen dan zien of en welke evenementen plaatsvinden.

2.2 Stichting Bezoekersmanagement Hulst (SBH)

Deze stichting heeft tot doel de toeristische aantrekkingskracht van Hulst te vergroten, onder meer door het initiëren, organiseren en coördineren van evenementen in de binnenstad. De stichting is dus een belangrijk orgaan betreffende festiviteiten binnen de stadswallen en vormt binnen dit kader een voorname overlegpartner voor het gemeentebestuur. De stichting heeft als voornaamste belang de promotie van Hulst in het algemeen, maar legt de nadruk hierbij op de binnenstad. De stichting heeft aangegeven vanuit haar doelstelling graag meer invloed te willen op de (aard en de) planning van festiviteiten. Uiteraard erkent het gemeentebestuur het nut van een evenwichtige programmering van evenementen in de binnenstad. Om SBH te ondersteunen in hun coördinerende functie, zal de stichting daarom in een zo vroeg mogelijk stadium, in een adviserende rol, betrokken worden bij het opstellen van de Evenementenkalender.

SBH krijgt ook na vaststelling van de kalender van elk aangemeld (of aangevraagd) evenement binnen de kern Hulst bericht. Als de stichting een onwenselijke samenloop van festiviteiten constateert, kan zij in contact treden met de gemeente en/of de desbetreffende organisaties. Vervolgens zal in overleg met de partijen geprobeerd worden een oplossing te vinden.

Hoofdstuk 3 Locaties en geluid

3.1 Beperken overlast

Evenementen vinden doorgaans plaats op openbare plaatsen. Het toegestane gebruik van deze locaties is vastgelegd in omgevingsplannen, die op grond van de Omgevingswet verplicht zijn.

Voor zover de festiviteiten geen of slechts een geringe planologische relevantie hebben is geen aanvullende (planologische) besluitvorming nodig. Dit is vaak het geval met kleinschalige, incidentele festiviteiten.

Jaarlijks terugkerende, meerdaagse of grote evenementen op een vaste locatie hebben in beginsel wel planologische betekenis. Dit is onder meer afhankelijk van de bestemming van de locatie, de aard en de duur van de activiteit en de mogelijke nadelige planologische gevolgen zoals parkeren en (geluid-)hinder. Als evenementen op grond van het omgevingsplan niet zijn toegestaan, maakt het omgevingsrecht het mogelijk om door het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van dit omgevingsplan. Dit is de zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

De binnenstad van Hulst is een regelmatig terugkerend decor voor festiviteiten. Het bevordert de levendigheid en trekt bezoekers naar de stad. Toch spelen in de stad ook andere belangen: er wordt gewinkeld, er komen toeristen, er moet worden geparkeerd, de stad moet toegankelijk zijn, er wordt uitgegaan, en niet in de laatste plaats: er wordt gewoond.

Evenementen gaan vaak gepaard met beperking van het woongenot: bezoekersdrukte, beperkte bereikbaarheid, minder beschikbare parkeerruimte, geluidsoverlast en soms zelfs openbare ordeverstoringen. Hinderbeleving is overigens ook afhankelijk van andere factoren. Zo zijn bewoners binnen de stadswallen van Hulst zich ervan bewust dat evenementen een onlosmakelijk onderdeel van de levendige binnenstad zijn en dat dit op een aantal dagen per jaar enige hinder met zich meebrengt.

Voor de kernen geldt dat breed gedragen dorpsfestiviteiten over het algemeen kunnen rekenen op ruime acceptatie van enige overlast. In het algemeen zijn inwoners geneigd minder overlast als gevolg van festiviteiten te ervaren als zij tevoren voldoende zijn geïnformeerd over de plaats, de aard en de duur van het evenement. Een goede, duidelijke en tijdige communicatie neemt aan de voorzijde al een hoop mogelijke wrevel weg en is daarom belangrijk.

De gemeente zal hierin een rol spelen met de publicatie en het regelmatig bijwerken van de Evenementenkalender, maar ook organisatoren hebben hierin een taak. Aan hen kan bijvoorbeeld met een vergunningsvoorschrift de verplichting worden opgelegd om omwonenden vooraf in kennis te stellen van een evenement en de eventuele beperkingen in de bereikbaarheid van het woonadres. Van een organisator wordt overigens ook verwacht dat hij alles in het werk stelt om overlast voor de directe (woon)omgeving te voorkomen. Voorzieningen zoals aggregaten, bakkramen, maar ook de opstelling van geluidsboxen moeten zo worden geplaatst dat dit zo min mogelijk hinder oplevert. Hiervoor kunnen vereisten worden opgenomen in een verleende vergunning.

Geluidsoverlast, en dan met name in de avond- en nachtperiode, blijkt over het algemeen de meeste aanleiding te geven tot irritatie, ergernis en klachten. Toch is (versterkt) muziekgeluid niet meer weg te denken bij de meeste festiviteiten. Het is een belangrijk onderdeel van de beleving van een activiteit. Anderzijds kan evenementenmuziek het woongenot fors aantasten en een risico vormen voor het milieu en de gezondheid.

Er moet dus naar een zo goed mogelijk evenwicht moeten worden gezocht tussen diverse belangen. Dit betekent dat er grenzen moeten worden gesteld aan aantal, aard en de plaats van evenementen waarbij muziekgeluid een grote rol speelt.

Festiviteiten die kunnen volstaan met een melding (categorie A), brengen relatief weinig geluidhinder met zich mee. Het zijn kleinschalige evenementen, die nagenoeg geen belasting vormen voor de leefomgeving en beperkt van omvang zijn. Hiervoor worden dan ook geen vaste locaties of maxima aangewezen.

3.2 Geluidsaspecten

Muziekgeluid is een bijna onlosmakelijk onderdeel van een evenement en bepaalt voor een groot deel de sfeer. Eén van de problemen bij evenementen is, dat geluidshinder voor omwonenden onvermijdelijk is. Geluidshinder is overigens van meer zaken afhankelijk dan uitsluitend de hoogte van het geluidsniveau. Ook de herkenbaarheid van het geluid speelt daarbij een rol. Geluidshinder blijft echter een subjectieve beleving waarbij ook psychologische factoren een belangrijke rol spelen.

Als een bewoner zonder aankondiging wordt geconfronteerd met een luidruchtige gebeurtenis, waarvan niet bekend is wanneer die eindigt en het geluid steeds luider lijkt te worden, neemt het gevoel van machteloosheid en irritatie toe. Als een evenement voldoet aan een verwachtingspatroon, weet de bewoner wat er gaat gebeuren. De acceptatie kan nog worden vergroot door de bewoner een telefoonnummer te verschaffen waarop klachten kunnen worden geuit.

De vraag welk geluidsniveau door omwonenden (maar ook door het publiek) geduld moet worden is moeilijk te beantwoorden; de mate waarin geluid als overlast wordt ervaren verschilt van persoon tot persoon. Landelijke geluidsnormen voor evenementen zijn er niet, waardoor bij de vergunningverlening de lokale Verordening fysieke leefomgeving en het Omgevingsplan het wettelijk kader vormt.

Op grond van artikel 3:14 Vfl kan aan instellingen een ontheffing worden verleend voor het –tijdelijk- veroorzaken van geluidhinder voor de omgeving. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

De potentiële overlast kan sterk verschillen per evenement en is afhankelijk van de locatie, maar ook van het tijdstip, de duur, de frequentie van het evenement en natuurlijk de hoeveelheid geluid. Wel staat vast dat de duur van een evenement en de frequentie waarmee men wordt geconfronteerd met geluidsevenementen van invloed is op de acceptatie. Langdurige en/of regelmatige blootstelling aan geluid zorgt voor irritatie en klachten. Ook de aard van de muziek speelt een rol; akoestische muziek en achtergrondmuziek worden minder snel als hinderlijk ervaren. Met het spreiden en maximaliseren van geluidsevenementen in de kernen zoals hierna is aangegeven, is de ‘buitengrens’ vastgelegd.

Het geluidsniveau wordt doorgaans gemaximeerd op een gemiddeld geluidsniveau van LAeqa= 80 dB(A). Gemeten wordt op de gevel van de dichtstbij gelegen woning van derden. De afstand van de bron tot deze gevel verschilt dus per locatie. De norm van 80 dB(A) op de gevel van een woning is een hanteerbare norm die in de meeste gevallen goed bruikbaar is. Gebleken is dat bij woningen, die zich op een wat grotere afstand bevinden, een 80 dB(A) norm alsnog tot ernstige hinder van bas- tonen kan leiden. In aansluiting hierop wordt naast de 80 dB(A) norm een extra toets van 95 dB(C) ingevoerd ter beperking van eventuele bas- tonen. In bijlage 6 wordt aangegeven hoe er wordt gemeten.

's Nachts dient rekening te worden gehouden met het belang van de nachtrust van omwonenden. Vandaar dat naast de gevelbelasting, eindtijden voor evenementen worden opgenomen. Dit biedt ook duidelijkheid voor de burgers. Om enerzijds evenementen mogelijk te maken en anderzijds nachtrumoer te beperken, worden de volgende eindtijden gehanteerd:

  • -

    24.00 uur als het evenement plaatsvindt op een zondag, maandag, dinsdag, woensdag of donderdag;

  • -

    01.00 uur als het evenement wordt gehouden op een vrijdag, zaterdag of als de dag erna een officiële feestdag is.

De algemene eindtijden, dus het moment waarop het evenement geheel beëindigd moet zijn, liggen een half uur na de bovengenoemde tijdstippen: 00.30 uur, of 1.30 uur.

Voor dorpsfeesten in de kernen van de gemeente Hulst geldt dat de eindtijd uiterlijk 02.30 uur is voor muziek als het evenement plaatsvindt op een vrijdag of zaterdag of als de dag erna een officiële feestdag is. Een evenement kan meerdere dagen beslaan. De eindtijd kan voor maximaal twee dagen achtereen voor hetzelfde evenement verlaat worden. Voorwaarde is dat het geluidsvolume vanaf 02.00 uur significant lager is. Een dorpsfeest wordt in deze evenementennota gedefinieerd als ‘een lokaal en laagdrempelig evenement, gericht op bezoekers van verschillende of alle leeftijden met een algemeen aansprekend programma, georganiseerd voor en door bewoners van een dorp, eventueel verenigd in een stichting of vereniging, met als doel de gemeenschap te verbinden en sociale cohesie te bevorderen, zonder winstoogmerk’.

Deze uitzonderingspositie voor dorpsfeesten kan enkel bestaan als er geen klachten vanuit de omgeving komen. Als er over een specifiek evenement meldingen binnenkomen bij de gemeente Hulst, kan de burgemeester de eindtijd voor het evenement in de evenementenvergunning eerder stellen dan 02.30 uur. Als door inwoners van een kern klachten of meldingen ingediend worden in verband met een te hoge belasting voor de bewoners door het toestaan van meerdere dorpsfeesten met een verlate eindtijd, zal de burgemeester of gemeente in overleg treden met de dorpsfeesten die gebruik maken van de mogelijkheid om hun evenement tot 02.30 te laten duren. Als geen oplossing gevonden kan worden, kan de burgemeester besluiten om voor dorpsfeesten in de betreffende kern geen verlate eindtijd te hanteren.

Slechts in uitzonderlijke gevallen, als er bijvoorbeeld sprake is van een bijzonder karakter van het evenement, of wanneer de kans op verstoring van de nachtrust verwaarloosbaar is, kan de burgemeester afwijken van de gebruikelijke sluitingstijden.

3.3 Luidruchtige (muziek)evenementen

Onder luidruchtige evenementen worden verstaan: festiviteiten waarbij het ten gehore brengen van (elektrisch versterkte) muziek nadrukkelijk aanwezig is en waarbij de geluidsproductie na 21.00 uur tot buiten het evenemententerrein hoorbaar is. Akoestische muziek, blaaskapellen, (licht versterkte) achtergrondmuziek, circussen en dergelijke worden op een heel ander wijze door omwonenden ervaren en worden daarom in deze nota niet onder de categorie luidruchtig geschaard. De hiervoor gegeven omschrijving is overigens indicatief, niet limitatief.

Luidruchtige evenementen leveren overlast op, vooral bij dichte bebouwingsconcentraties. Het is daarom, met name voor de binnenstad, wenselijk een limiet te stellen aan deze categorie van evenementen en daarvoor ook locaties te benoemen. Met het aanwijzen van plaatsen waar een bepaald aantal van deze luidruchtige evenementen mag worden gehouden, wordt de belasting ‘verdeeld’ over de binnenstad. Behalve deze ruimtelijke maatregel, is het eveneens van belang om voor de binnenstad een rustperiode na dit soort evenementen in te stellen.

Onderzoek wijst uit dat de mate van acceptatie van evenementen afneemt naarmate er vaker evenementen plaatsvinden. Om die reden moet er tussen luidruchtige evenementen per locatie in de binnenstad een periode van tenminste drie weken zitten.

De noodzaak om in de overige kernen vaste evenemententerreinen aan te wijzen is er niet, mede omdat het aantal festiviteiten daar normaliter vrij beperkt is. Deze aanvragen zullen per geval worden beoordeeld. Daarmee behouden zowel de organisatie als de gemeente enige flexibiliteit en kan desgewenst maatwerk worden geleverd. Wel geldt er voor elk dorp een maximumaantal dagen per jaar waarop luidruchtige evenementen mogen plaatsvinden. Voor alle andere kernen dan Hulst geldt dus: geen vaste locaties, wel een maximumaantal luidruchtige evenementen. Gelet op de ervaringen tot nu toe en de algemene belangen waarmee rekening dient te worden gehouden, worden de hiernavolgende aantallen per kern vastgesteld voor luidruchtige evenementen in de openbare ruimte of in een tent. De hiernavolgende maxima zijn gebaseerd op de huidige situatie en frequentie, met een beperkte mogelijkheid voor nieuwe initiatieven. Verwacht wordt dat hiermee een evenwicht wordt bereikt tussen vertier en leefbaarheid. Carnaval, kermissen en circussen vallen buiten het volgende overzicht.

KERN

Maximumaantal dagen met luidruchtige evenementen

KERN

Maximumaantal dagen met luidruchtige evenementen

Hulst

 

Hengstdijk

4

Grote Markt/Houtmarkt

6

Nieuw Namen

4

Vismarkt/Bierkaai/

’s Gravenhofplein

4

Heikant

4

Oranjebolwerk

1

Lamswaarde

4

Molenbolwerk

1

Terhole

4

Buiten binnenstad

5

Paal

4

Graauw

6

Walsoorden

4

Sint Jansteen

5

Ossenisse

3

Kloosterzande

5

Kuitaart

3

Clinge

5

Absdale

3

Vogelwaarde

5

Buitengebied

5

Incidenteel vinden ook openbare evenementen plaats in landbouwschuren, loodsen of andere locaties in het buitengebied die geen horeca-bestemming hebben. Overeenkomstig het bepaalde in de Nota (pseudo-)horeca in het buitengebied is het aantal festiviteiten in dergelijke bouwwerken beperkt tot vijf openbare evenementen in het buitengebied per jaar.

Openluchtevenementen in het buitengebied, en dan met name de luidruchtige muziekevenementen, zullen worden getoetst op de natuur- en milieubelasting. Voor evenementen in het buitengebied zijn in totaal vijf dagen beschikbaar. Geluid, licht en verkeersbewegingen zijn in het buitengebied verzwarende elementen. Een Flora- en Faunacheck kan als eis worden gesteld bij de in te dienen evenementenaanvraag.

Bij het beoordelen van een locatie wordt dus niet enkel het geluidsaspect getoetst, maar ook de algemene criteria zoals milieu- en natuurbelangen, bereikbaarheid, toegankelijkheid hulpdiensten, maximumaantal bezoekers en de volksgezondheid.

Hoofdstuk 4 Veiligheid en gezondheid

4.1 Gezondheid en milieuzorg

Niet elk evenement houdt een risico in voor de gezondheid van de bezoeker. Vaak wordt op het gebied van fysieke gezondheid de inzet van EHBO–ers voldoende geacht. Het aantal EHBO-ers is afhankelijk van de aard en omvang van het evenement en wordt bepaald aan de hand van de richtlijn van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR). Deze instantie zal om advies worden gevraagd bij C-evenementen (risico-evenementen).

Grofweg wordt uitgegaan van twee EHBO’ers per 750 (gelijktijdig aanwezige) bezoekers. EHBO’ers moeten als zodanig duidelijk herkenbaar zijn op het terrein en bij voorkeur beschikken over een vaste en voldoende uitgeruste EHBO-post.

Een evenementen zal daarnaast ook rekening moeten houden met de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Hieraan zal in de voorschriften van de vergunning aandacht worden besteed.

Alcohol

Evenementen moeten op de eerste plaats vertier bieden en problemen als gevolg van (overmatig) alcohol- of drugsgebruik moeten worden voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt.

De inname van alcohol is van invloed op de gezondheid van de bezoeker en is ook vaak de oorzaak van ordeverstoringen (vandalisme, vechtpartijen). Zonder te betuttelend te willen zijn, wil de gemeente Hulst een verantwoord beleid voeren, waarbij we zowel de organisatie als de bezoekers van evenementen bewust willen maken van de risico’s van alcohol en drugs.

De gemeente wil alcoholgebruik niet verbieden, maar wel zorgen dat het verstrekken en drinken van alcohol op een verantwoorde manier plaatsvindt. Speciale aandacht hierbij verdient de categorie minderjarige bezoekers.

Als er bij een festiviteit - buiten een horecabedrijf - alcohol wordt verstrekt, dan is hiervoor een ontheffing van artikel 35 van de Alcoholwet van de burgemeester vereist. De ontheffing wordt enkel verstrekt aan degene die de leiding heeft over de alcoholverstrekking en geldt slechts voor zwak-alcoholische drank. De ontheffingshouder zal moeten beschikken over een Verklaring Sociale Hygiëne, waarmee hij/zij aantoont te beschikken over de nodige basiskennis over alcohol, de effecten van nuttigen daarvan en de wettelijke bepalingen.

De burgemeester zal een ontheffing op basis van artikel 35 van de Alcoholwet niet verstrekken als de bezoekers van de festiviteit hoofdzakelijk jonger zijn dan 18 jaar. Als bij het evenement veel jongeren worden verwacht, wordt in de vergunning een eis opgenomen inzake het hanteren van een systeem waardoor leeftijdskenbaarheid eenvoudiger wordt (zoals o.a. polsbandjes).

Als alcohol beperkt beschikbaar is door een goede naleving van de leeftijdsgrens, het naleven van het verbod op doorschenken bij dronkenschap en het wederverstrekken van alcohol aan minderjarigen en er voldoende aanbod is van alcoholvrije alternatieven, is er een kleinere kans op alcoholgerelateerde problemen.

Drank, met en zonder alcohol, mag enkel worden verstrekt in plastic - of veiligheidsglazen. Ook kan bij bepaalde evenementen de verplichting worden opgelegd om gratis drinkwater (kraanwater) beschikbaar te stellen. De algemene voorwaarden die de burgemeester stelt bij de te verlenen ontheffing, zijn terug te vinden in bijlage 2.

Drugs

De gemeente Hulst kent een nulbeleid op het gebied van verdovende middelen, wat onder meer inhoudt dat handel en gebruik van drugs niet is toegestaan. De risico’s voor de openbare orde en de volksgezondheid worden te groot geacht. Nu het aantal evenementen met een vergrote kans op veelvuldig gebruik van verdovende middelen relatief beperkt is, zullen slechts in enkele gevallen vergunningsvoorschriften worden opgenomen die de organisatie verplichten toe te zien op en in te grijpen bij drugsgebruik.

Preventie

Minstens zo belangrijk als het repressief optreden bij overtreding van wetgeving en voorschriften op het gebied van alcohol en drugs, is de voorlichting over al deze genotmiddelen. Bij evenementen geldt dat de door of namens het bevoegde gezag aangewezen dienst die is belast met gezondheidsvoorlichting c.q. alcoholpreventie, vrije toegang tot het evenemententerrein moet worden verleend. Dit wordt als voorwaarde in de vergunning worden opgenomen.

Voedsel en afval

Het toezicht op de kwaliteit van eten en drinken tijdens een evenement is op grond van de Warenwet een verantwoordelijkheid van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Wat milieuzorg betreft ligt het accent naast geluidsbeheersing met name op afval. De organisatie is verantwoordelijk voor het verzamelen en afvoeren van afval tijdens het evenement. Rolemmers stelt de gemeente gratis beschikbaar. De openbare ruimte op de locatie en in de directe omgeving van het evenement dienen weer schoon te worden opgeleverd. Afvalwater dat ontstaat tijdens het evenement mag niet in de bodem of het oppervlaktewater worden geloosd, maar moet worden opgevangen en worden afgevoerd naar een daartoe bestemde verwerker of worden geloosd in het vuilwaterriool. Voor toiletvoorzieningen geldt als richtlijn één toilet per 150 (gelijktijdige) bezoekers. Afhankelijk van de aard en de omvang van het evenement kan de organisatie worden verplicht om in een invalidentoilet te voorzien.

4.2 Toegankelijkheid

Het VN-Verdrag rechten voor de mens met een handicap is op 1 januari 2017 in werking getreden. Het verdrag beoogt personen met een beperking toegang te garanderen tot onder andere de fysieke omgeving. Dit geldt uiteraard ook voor evenementen. Het uitgangspunt is dan ook dat een evenement bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor iedereen. De gemeente Hulst wil organisatoren hiervan bewust maken.

Om het evenement (beter) toegankelijk te maken voor gehandicapten kunnen, afhankelijk van het evenement, de volgende voorwaarden aan een evenementenvergunning worden verbonden:

  • -

    zorg voor een (of meerdere) gehandicaptentoilet(ten);

  • -

    zorg voor goede aan- en afvoerwegen van en naar het evenemententerrein en een goede toegankelijkheid op het evenemententerrein zelf (bijvoorbeeld de toegang tot en de doorgang van een (feest)tent), ook voor rolstoelgebonden publiek.

Daarnaast zal bijlage 5 van deze nota met de evenementenvergunning worden meegezonden. Voor verder advies kunnen organisaties desgewenst terecht bij Drempelvrij Hulst.

4.3 Veiligheid

Naast het beperken van overlast, is het beoordelen van de veiligheidsaspecten bij een evenement belangrijk voor de gemeente Hulst. Als algemeen uitgangspunt geldt dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen veiligheid. Maar ook de evenementenorganisatie en de overheid hebben verplichtingen.

Veiligheid is één van de belangrijkste aspecten waarop een vergunningsaanvraag wordt getoetst. De veiligheidstoets vindt met name plaats in het maandelijkse Evenementenoverleg. Dit is een platform van ambtelijke medewerkers (vergunningverlening, handhaving, realisatie & beheer), politie en Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). Adviezen van politie en VRZ worden vertaald in de voorschriften bij de evenementenvergunning. Zo kan een plan van aanpak onderdeel zijn van de voorschriften voor veilige en rustige uitstroom van bezoekers. Incidenteel en op uitnodiging nemen ook organisatoren van evenementen aan dit overleg deel.

De eisen op het gebied van veiligheid verschillen per evenement: waar bij meldingsplichtige festiviteiten (0) de veiligheidsvoorschriften relatief bescheiden zijn, zal bij een risico-evenement (C) een veiligheidsplan door de organisatie moeten worden ingediend. Uiteraard is de bereikbaarheid van het evenement en de omgeving voor de hulpdiensten een belangrijk onderdeel van de toetsing, evenals de verkeersveiligheid en de brandveiligheid. In sommige gevallen zullen gekwalificeerde (evenementen)beveiligers ingezet moeten worden.

4.4 Beveiliging

Bij grotere evenementen met een risico voor de openbare orde kan de aanwezigheid van (gekwalificeerde) beveiligers noodzakelijk zijn. De noodzaak hiertoe wordt besproken in het Evenementenoverleg of komt voort uit advisering van de politie.

De afweging waaruit de eis voor beveiliging volgt, wordt gemaakt op basis van o.a. deze criteria:

  • -

    Aantal bezoekers

  • -

    Doelgroep/soort evenement

  • -

    Alcohol- of drugsgebruik

  • -

    Ervaring van eerdere edities

  • -

    Activiteit op of langs de openbare weg

Aangezien de inzet van de politie bij de beveiliging van evenementen in verband met de beschikbare capaciteit vermindert, wordt steeds vaker een beroep gedaan op gecertificeerde beveiligingsdiensten. Bij festiviteiten waarbij risico’s op verstoringen van de openbare orde mogelijk zijn, geldt de verplichting voor de inzet van deze functionarissen.

Zij zijn er vooral om toezicht te houden op de ‘huisregels’ van het evenement. De goed zichtbare aanwezigheid van deze personen op het evenemententerrein werkt over het algemeen preventief. Van belang is verder een goede afstemming met de politie over eventueel benodigde ondersteuning als er repressief moet worden ingegrepen. Het aantal beveiligers is afhankelijk van aard en omvang van het evenement, maar in het algemeen geldt een norm van één op 250 bezoekers en een minimum van twee beveiligers.

Indien beveiliging moet worden ingezet om bezoekers bij de ingang te fouilleren, zullen hiervoor mannelijke en vrouwelijke beveiligers aanwezig moeten zijn.

De rol van de politie is vooral het handhaven van de openbare orde en veiligheid buiten het evenemententerrein.

4.5 Verkeer

Indien er evenementen op de openbare weg plaatsvinden, of als er festiviteiten zijn met een forse verkeerstoeloop of parkeerdruk, is de aanwezigheid van verkeersregelaars een gemeentelijke voorwaarde. Hoeveel verkeersregelaars per evenement nodig zijn, zal bij de beoordeling van de aanvraag worden vastgesteld omdat dit maatwerk is. De organisatie werft zelf de verkeersregelaars. Deze vrijwilligers dienen een online instructie te hebben gevolgd bij Stichting Verkeersregelaars Nederland.

In sommige gevallen kan een evenement de bereikbaarheid van een straat of wijk beperken. In die gevallen zal de organisatie via de vergunning worden verplicht de omwonenden, voorafgaand aan het evenement, in kennis te stellen. Ook zal een verkeersplan moeten worden opgesteld waarin de plaatsen waar verkeersregelaars worden ingezet staan aangegeven. In de meeste gevallen wordt bij het afsluiten van een weg een afsluitschraag met verkeersregelaar geëist. In situaties waar inrijden op publiek zou kunnen plaatsvinden, dient een fysieke afscheiding te worden geplaatst.

Evenementen in de binnenstad gaan regelmatig gepaard met afsluiting van bijvoorbeeld de Gentsestraat of de Grote Markt voor het autoverkeer. Deze verminderde bereikbaarheid van de binnenstad roept regelmatig bezwaren op bij de daar gevestigde ondernemers. Met het instellen van de dubbele rijrichting in de Frans van Waesberghestraat is dit bezwaar gedeeltelijk weggenomen. De veiligheid (van een evenement) weegt zwaarder dan de bereikbaarheid van het winkelgebied of het economisch belang.

Jaarlijks is er sprake van ongeveer tien dagen dat de Gentsestraat en/of Grote Markt zijn afgesloten voor evenementen. Dit aantal zal in principe niet worden verhoogd. Voor het afsluiten van de Grote Markt voor evenementen is het uitgangspunt dat dit beperkt blijft tot acht keer per kalenderjaar.

Bij sommige evenementen is de gemeentelijke wegsleepregeling van toepassing. Hiervan wordt kennisgegeven via overheid.nl en door middel van informatieborden in de openbare ruimte.

4.6 Brandveiligheid

De brandveiligheid van andere plaatsen dan bouwwerken is geregeld in het ‘Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’. Dit besluit geldt ook voor evenementen.

Het besluit bevat een aantal algemene bepalingen over veiligheid, maar is verder gebaseerd op de gedachte dat er alleen een regeling nodig is voor situaties waarin een reëel risico bestaat. Omdat de risico's van vuur, rook en warmte in de openlucht kleiner zijn dan in een besloten ruimte worden hiervoor verschillende eisen gesteld. Ook zijn er regels vastgelegd over de bereikbaarheid van het evenemententerrein door hulpdiensten. Bij het indienen van een evenementenaanvraag zal de organisatie gegevens over moeten leggen waaruit blijkt dat aan het genoemde besluit wordt voldaan. De brandveiligheid van gebouwen is vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving.

4.7 Klic-melding

Het plaatsen van tenten en het verankeren van objecten in de grond gaat gepaard met graaf-, boor- of heiwerkzaamheden. Als dit in de openbare ruimte gebeurt, is de organisatie verplicht om een zogenaamde Klic-melding te doen bij het Kadaster. Hiermee proberen we schade aan kabels en leidingen te voorkomen.

4.8 Toezicht en handhaving

De organisator is eindverantwoordelijk voor een goed en veilig verloop van het evenement. Bij hem berust in eerste instantie het toezicht op het evenemententerrein en op de naleving van vergunningsvoorschriften en wetgeving, eventueel geassisteerd door beveiligingsmedewerkers.

Buiten het evenemententerrein is de politie de aangewezen instantie om zo nodig handhavend op te treden in het kader van de openbare orde. Gemeentelijke toezichthouders zien er als verantwoordelijke voor de openbare orde en de leefbaarheid op toe dat de organisator de vergunningsvoorwaarden en de bepalingen van de Alcoholwet naleeft. Het spreekt voor zich dat goede onderlinge afspraken tussen de hiervoor genoemde partijen voorafgaand aan het evenement, een duidelijke en efficiënte wijze van handhaven bevordert. Een onderdeel van deze afspraken is dat minimaal één persoon namens de organisatie aanspreekpunt moet zijn voor gemeente, RUD, politie en brandweer.

Het Integraal Handhavingsbeleid Zeeuws-Vlaanderen geeft inzicht in de wijze waarop wordt gehandhaafd en welke sancties kunnen worden opgelegd. In het uiterste geval kan een evenement worden beëindigd of stilgelegd (bestuursrechtelijk) en/of een proces verbaal (strafrechtelijk) worden opgemaakt. In dergelijke gevallen wordt het optreden van de politie en gemeentelijk toezichthouder op elkaar afgestemd en wordt gekozen voor het meest geschikte middel. Als een organisatie regelmatig vergunningsvoorschriften overtreedt, kan dit reden zijn bij een volgende aanvraag extra voorwaarden te hanteren of een vergunning te weigeren.

Tot slot

Deze nota moet worden beschouwd als een vaste gedragslijn van het college van burgemeester en wethouders, respectievelijk de burgemeester, ieder voor zover het hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij evenementen betreft. Als de situatie hierom vraagt, kan er gemotiveerd worden afgeweken van deze beleidsnota.

Ondertekening

Hulst, 17 maart 2026

De secretaris,

College van burgemeester en wethouders,

Inwerkingtreding: 1 april 2026