Omgevingsprogramma gemeente Waadhoeke - Water- en Rioleringsprogramma 2026-2030

Geldend van 24-04-2026 t/m heden

Omgevingsprogramma gemeente Waadhoeke - Water- en Rioleringsprogramma 2026 - 2030

1. Inleiding

Het belang van riolering
Sinds de komst van riolering begin 1900 is de hygiëne van de Nederlandse huishoudens en de gezondheid van de bevolking met sprongen vooruitgegaan. Ook het milieu is gebaat bij het bestaan van de huidige rioleringszorg. Het is nog niet zo heel lang geleden dat afvalwater rechtstreeks op sloten, vijvers en kanalen werd geloosd. Nu wordt al het afvalwater eerst gezuiverd voordat het in oppervlaktewater terecht komt. Om de leefomgeving te beschermen heeft de gemeente wettelijke zorgtaken voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater; ook wel gemeentelijke watertaken genoemd.

afbeelding binnen de regeling

De totale vervangingswaarde van onze gemeentelijke voorzieningen, zowel in als boven de grond, bedraagt circa € 234 miljoen. Met het beheer en in stand houden is jaarlijks ruim € 6 miljoen gemoeid. Onvoldoende beheer en onderhoud leidt tot kapitaalvernietiging. Er is dus een degelijke visie nodig met een achterliggend beheerplan om doelmatig en rechtmatig beheer toe te passen. Dit deden wij tot dusver in onze gemeentelijke rioleringsplannen (afgekort GRP).

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Aanleiding voor het Water en Rioleringsprogramma 2026-2030
Het GRP was onder de Wet milieubeheer een verplicht plan voor gemeenten. Onder de Omgevingswet is het GRP niet langer verplicht, maar een facultatief programma. Daarmee verdwijnt weliswaar de planverplichting uit de Wet Milieubeheer, maar gemeenten kunnen ervoor kiezen om de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vast te leggen. Dat kan op verschillende manieren. Het facultatieve programma is vormvrij (geen wettelijke voorschriften) en ook de naam is voor de gemeente vrij om te kiezen.

Vanwege de bijdrage die riolering aan de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving levert én om verantwoording te geven hoe wij onze kapitaalgoederen in stand houden kiezen wij in Waadhoeke ervoor een Water en Rioleringsprogramma (hierna WRP) op te stellen.

Klimaatverandering heeft een steeds grotere impact op hoe we binnen onze leefomgeving omgaan met opvang en verwerking van water, omdat dit zowel schaarser (droogte) als heviger(wateroverlast) wordt. Hoe we dat gaan doen, in welk tempo, hoe de interactie daarin is met overige facetten uit de openbare ruimte (zoals bijvoorbeeld groen en wegen) en wat daarin de inbreng wordt van eenieder wordt bepalen we in dit nieuwe programma. De gemeentelijke watertaken hebben dus al lang niet enkel meer betrekking op de rioleringsbuizen onder de grond. Vanwege deze steeds breder wordende scope noemen we dit plan daarom ook het Water en Rioleringsprogramma.

afbeelding binnen de regeling

Relatie Water en Rioleringsprogramma versus Omgevingsvisie
In de concept omgevingsvisie Waadhoeke is vastgelegd wat we belangrijk vinden voor de omgeving waarin we wonen, werken en waarin we onze vrije tijd doorbrengen. De concept omgevingsvisie bevat een visie op hoofdlijnen gericht op onze toekomst, een gemeente:

  • Waar het fijn leven is in een gezonde omgeving;

  • Waar we zorgdragen voor het nu én voor onze toekomst;

  • Met een waardevol landschap waarin landbouw en natuur in balans zijn;

  • Waar we trots kunnen zijn op onze stad en op onze veerkrachtige dorpen en wijken.

Hoewel de omgevingsvisie nog niet is vastgesteld geven we met dit WRP alvast een beleidsuitwerking van de omgevingsvisie naar de invulling van onze wettelijke zorgtaken voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater.

Leeswijzer
Dit rapport bestaat uit de volgende 10 hoofdstukken:

  • 1.

    Inleiding - Achtergrond, Aanleiding en doel

  • 2.

    Hoe hebben wij het aangepakt? - Inzicht in de procedure van het opstellen van dit WRP Waadhoeke

  • 3.

    Wat moeten wij? - Een overzicht van de taakstellingen en verplichtingen van de betrokken partijen

  • 4.

    Wat hebben wij gedaan en wat moeten wij nog? - Evaluatie van het huidig vGRP

  • 5.

    Wat hebben wij? - Een overzicht van de arealen anno 2024

  • 6.

    Waar staan wij nu? - Een nulmeting van de toestand en functioneren van onze voorzieningen

  • 7.

    Wat willen wij bereiken en hoe komen wij daar? - Ambitie en strategie

  • 8.

    Wat moeten wij daarvoor doen? - Het uitvoeringsprogramma voor de planperiode

  • 9.

    Wat betekent dit voor de financiën? – Lastenontwikkeling en tariefvoorstel rioolheffing

  • 10.

    Hoe gaan wij verder? – Het vervolg in het proces

Begrippenkader
De gemeentelijke watertaken omvatten meer dan de zorg voor een stelsel van buizen in de grond. Om de inhoud van dit WRP te kunnen begrijpen is kennis nodig van de (milieu) technische, financiële, organisatorische en juridische aspecten. Het vakgebied van riolering en stedelijk water kent een eigen begrippenkader. De belangrijkste begrippen zijn in Bijlage 1 Begrippenkader toegelicht.

2. Hoe hebben wij het aangepakt?

Kerngroep en ambtelijke projectgroep en opdracht aan Antea Group
De ambtelijke voorbereiding en uitwerking van het WRP is verzorgd door de kerngroep. Voor de begeleiding van de kerngroep (riolering en financiën) is een brede ambtelijke projectgroep samengesteld waarin alle relevante domeinen zijn vertegenwoordigd (Financiën, Wegen, Groen, Riolering/Water, Communicatie en Duurzaamheid/Omgevingswet). 

De gemeente heeft Antea Group opdracht gegeven te ondersteunen bij het opstellen van dit Water en Rioleringsprogramma.

Proces opstellen Water en Rioleringsprogramma
De ambtelijke voorbereiding van het WRP is begin 2024 gestart. In onderstaand schema is het proces van het opstellen van dit WRP gevisualiseerd. Op het volgend blad is per fase de aanpak toegelicht.

afbeelding binnen de regeling

Wat moeten wij?
Bij de invulling van de gemeentelijke watertaken gelden verschillende wetten en regels. De taakstellingen en verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn deels bepalend voor de invulling van dit WRP.

Wat hebben wij gedaan en wat moeten wij nog doen?
Zijn alle voorgenomen maatregelen uit het tot eind 2025 geldende vGRP uitgevoerd? Resteren er nog maatregelen en zo ja welke? Wat ging goed wat kan er eventueel beter? Bij de evaluatie én analyse van de behaalde uitvoeringsresultaten van het huidig vGRP brengen we dat in beeld.

Wat hebben wij?
Met behulp van onze digitale beheersystemen brengen wij in beeld wat we aan areaal hebben, hoe dit er nu bij ligt en wat de (vervangings)waarde ervan is.

Waar staan we nu?
Vervolgens stellen wij via de nulmeting de huidige kwaliteit vast; oftewel waar staan we nu? Alleen vanuit een goed fundament kun je goed onderbouwde keuzes maken. De kenmerken van een nulmeting zijn:

  • Verzamelen van informatie voor een strategisch en beleidsmatig niveau;

  • Geven van de algemene en gemiddelde kwaliteitsindruk, opgebouwd uit vaktechnische items (bijvoorbeeld afvoercapaciteit, vuilemissie) en gebruikersitems (overlast, veiligheid, beleving). 

Waar willen wij bereiken en hoe komen wij daar?
Met de nulmeting en de resultaten uit de verkenning van de vigerende beleidsdocumenten (waaronder het huidig vGRP) heeft de ambtelijke projectgroep in een workshop de ambities uit het vigerend beleid geanalyseerd; oftewel waar willen wij naar toe? En getoetst of de ambitie en strategie uit het huidig vGRP daar nog goed invulling aan geven. De resultaten daarvan heeft de kerngroep tussentijds aan de Raad gepresenteerd (kernsessie van dinsdag 17 september 2024).

afbeelding binnen de regeling

Nadat de omgevingsvisie door de Raad is vastgesteld wordt de ambitie van dit WRP, daar waar nodig, geijkt aan de 9 speerpunten uit de omgevingsvisie. Zodoende sluit dit WRP naadloos aan op de omgevingsvisie.

Om de ambities te behalen is een strategie geformuleerd, daarin leggen we o.a. het volgende vast:

  • Hoe geven wij invulling aan onze wettelijke zorgtaken?

  • Welke rol en verantwoordelijkheden nemen wij daarin als gemeente?

  • Wat verwachten wij van inwoners en bedrijven?

Wat moeten wij daarvoor doen? 
Met het uitvoeringsprogramma brengen wij in beeld wat we gaan doen, waarom we dat doen, wanneer we datdoen, hoe we dat gaan doen en welke budgetten daarvoor nodig zijn om de ambities waar te maken.

Wat betekent dit voor onze financiën?
De laatste fase betreft de vertaling van de benodigde budgetten naar de financiën en de gevolgen daarvoor(o.a. ontwikkeling van de rioolheffing).

Wat spreken wij af? Besluitvorming
Het ontwerp WRP wordt in het najaar van 2025 ter vaststelling voorgelegd aan het bestuur.

afbeelding binnen de regeling

3. Wat moeten wij?

De taakstellingen en verplichtingen van de betrokken partijen
De zorg en verantwoordelijkheid voor water in Waadhoeke is, naast de gemeente, in handen van wetterskip Fryslân, de Provincie Fryslân, het drinkwaterbedrijf (Vitens) en in de gemeente aanwezige particulieren en ondernemers. De betrokkenen hebben verschillende taakstellingen en verplichtingen. Sommige verplichtingenzijn wettelijk vastgelegd, andere zijn geborgd in Europees, landelijk, provinciaal of regionaal beleid. Ook zijn er eigen gemeentelijke normen, vastgelegd (en bestuurlijk goedgekeurd) in uitvoerend beleid. In sommige gevallen gaat het daarbij om resultaatverplichtingen, in andere gevallen zijn 'slechts' werknormen aangegeven. 

Onderstaand schema toont de taakverdeling tussen de betrokkenen. Op het volgend blad is dit in detail toegelicht.

afbeelding binnen de regeling

De Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht is geworden heeft diverse beleidsdomeinen en wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving (o.a. Wet milieubeheer en Waterwet) juridisch geïntegreerd.

Onderstaand schema toont de onderlinge relatie van de wet- en regelgeving voor het stedelijk waterbeheer:

afbeelding binnen de regeling

Via de website https://www.overheid.nl zijn de actuele kaders van wetten en regelgeving te raadplegen. 

afbeelding binnen de regeling

4. Wat hebben wij gedaan en wat moeten wij nog doen?

In dit hoofdstuk geven wij antwoord op de vragen:

  • Zijn alle voorgenomen maatregelen uit het huidige vGRP uitgevoerd?

  • Resteren er nog maatregelen en zo ja welke?

  • Wat ging goed wat kan er eventueel beter? 

  • En hoe staan we er financieel voor? 

  • Had de organisatie afgelopen periode voldoende kennis, capaciteit en middelen (budget) om de geplande maatregelen goed uit te kunnen voeren? 

Bij de evaluatie én analyse van de behaalde uitvoeringsresultaten van het huidig vGRP hebben we dat in beeld gebracht. Deze ervaringen zijn verwerkt in het nieuwe WRP. In Bijlage 2 Evaluatie uitvoeringsprogramma huidige vGRP is een detailonderbouwing van de evaluatie opgenomen; dit hoofdstuk beschrijft de hoofdlijn.

Sinds het ontstaan van Waadhoeke eerst focus op volledig en actueel inzicht
Bij het ontstaan van de gemeente Waadhoeke in 2018 is het rioolareaal van de vier verschillende gemeenten samengevoegd. De jaren 2018 en 2019 zijn gebruikt om dit areaal goed in het nieuwe beheersysteem te krijgen en te inventariseren of alles actueel en betrouwbaar is. Tegelijkertijd ging de dienstverlening en het dagelijkse beheer en onderhoud gewoon door.

In 2019 is begonnen met het opstellen van het vGRP 2020-2024. Hierin zijn de ambities (zie kader rechts), het beleid en het gewenste beheer en onderhoud van de gemeente Waadhoeke voor de eerste keer vastgelegd.

afbeelding binnen de regeling

De afgelopen jaren hebben wij fors ingezet op:

  • Het visueel (door middel van camerabeelden) in beeld brengen van de kwaliteitstoestand van onze riolering;

  • Het vernieuwen en optimaliseren van het telemetriesysteem van de gemeentelijke rioolgemalen (meer dan 300 stuks). Hiermee kunnen de gemalen op afstand bediend worden en worden storingen per ommegaande gemeld. Hierdoor is de bedrijfszekerheid van de gemalen fors toegenomen;

  • Door middel van technische modelberekeningen gecontroleerd of de rioolsystemen in stad en dorpen op orde zijn om de klimaatbuien goed te verwerken én de knelpunten / zwakke plekken er in het systeem te bepalen;

  • Slechte riolering vervangen en/of hersteld;

  • Werk-met-werk maken; bij vervanging van riolering direct de omgeving klimaatrobuust maken zodat deze voorbereid is op toekomstige klimaatveranderingen;

  • De dienstverlening op een hoog niveau brengen en borgen; het Waadhoekse cijfer 8,5;

  • Adequaat (risicogestuurd) beheer en onderhoud van de voorzieningen; dat wil zeggen voorzieningen die nu nog goed functioneren in bedrijf houden ook als de technische levensduur ondertussen al verstreken is.

Al met al heeft bovenstaande geresulteerd in een volledig en actueel inzicht in het gemeentelijke rioolstelsel. Een robuust systeem dat in kwalitatief goede staat is en waarin weinig storingen of calamiteiten voorkomen. Daarmee bereiken we dat negatieve effecten op de omgeving (zoals bijvoorbeeld wateroverlast) geminimaliseerd worden.

Uitvoering klimaatmaatregelen later gestart en daardoor vertraagd
Het huidig vGRP heeft de subtitel “met aandacht voor klimaatadaptatie”. Er is uitvoerig omschreven welke koers/strategie gevolgd gaat worden om toe te werken naar een klimaatbestendig Waadhoeke in 2050. Het vGRP bevat een eerste serie verbeteringsmaatregelen die daarvoor nodig zijn. Deze zijn (grotendeels)gebaseerd op de verdiepende klimaatstresstest die voor het vGRP is uitgevoerd. Op dit moment is ongeveer een derde deel van deze maatregelen gerealiseerd. De uitvoering van deze maatregelen is later gestart en daardoor vertraagd (zie ook de detailonderbouwing in Bijlage 2 Evaluatie uitvoeringsprogramma huidige vGRP). Dit is het gevolg van een combinatie van:

  • Het verkrijgen van een volledig en actueel inzicht had de eerste jaren hoogste prioriteit;

  • Personeelswisseling(en) waardoor projectleider(s) tijdelijk beheertaken opgepakt hebben, waardoor uitvoering van projecten later gestart is;

  • De minimaal benodigde extra uitbreiding van de eigen formatie (2,6 fte volgens het vGRP) is niet volledig ingevuld/gedekt (uitgangspunt in het vGRP is tijdelijke inhuur van 2,0 fte);

  • Uit nieuwe technische modelberekeningen zijn andere inzichten ontstaan waardoor bepaalde maatregelen zijn aangepast.

Thans staan er nog 16 maatregelen open. Deze zijn deels heroverwogen en worden meegenomen in dit WRP. Daarbij worden de investeringsramingen opnieuw bepaald. Bij de uitvoering van de eerste verbeteringsmaatregelen is gebleken dat de budgetramingen te laag waren. Bij sommige projecten zijn de uiteindelijke uitvoeringskosten factor 2 hoger uitgevallen. Dit is grotendeels het gevolg van sterk gestegen marktprijzen.

Herijking budgetbepaling onderhoud en vervanging mechanische riolering
Bij de evaluatie van het vigerend GRP is gebleken dat theorie (vGRP) en de uitvoeringspraktijk niet altijd overeenkomen:

  • Bij mechanische rioolvoorzieningen bestaan de bouwkundige en elektromechanische onderdelen uit verschillende componenten, ieder met eigen gebruiksduren. Soms volstaat bij een pomp alleen het vervangen van een waaier (onderdeel van de pomp) in plaats van de gehele pomp. Dit maakt dat de vervangingskosten van de gemalen variëren;

  • Situering van gemalen, maar ook gebruik c.q. belasting van gemalen heeft impact op de gebruiksduur van de componenten. Pompen in gemalen op industrieterreinen worden bijvoorbeeld zwaarder belast dan pompen in woonwijken. Daarnaast is bij pompen in de tunnels sprake van een afwijkende belasting in vergelijking tot rioolgemalen. Hierdoor varieert de gebruiksduur en is deze niet te koppelen aan één vaste termijn (zoals in het vGRP wel is gedaan);

  • Uit inspecties is gebleken dat bij bepaalde gemalen, door extra slijtage, vervanging van componenten eerder nodig was dan in het GRP was voorzien. Daarentegen was ook sprake van gemalen waar vervanging van de componenten uitgesteld kon worden. Het “uitruilen” van de budgetten leverde veel discussie op met de accountant;

  • De eigen buitendienst voert het dagdagelijks onderhoud aan mechanische riolering uit. Zij beschikken over voldoende kennis en zijn qua materieel ook toegerust om vervanging van componenten te doen. De uitgaven daarvoor komen ten laste van de exploitatie. Daarnaast zijn ook de kosten die door derden worden uitgevoerd de achterliggende jaren veelal ten laste van de exploitatie gekomen. Dit resulteert in een afwijkende financiële toerekening.

Financieel resultaat 2020-2024
Een analyse van het financieel resultaat over de periode 2020 t/m 2024 bevestigt het beeld uit de evaluatie van het activiteitenprogramma van het vGRP:

  • De jaarlijkse uitgaven voor reguliere exploitatie (o.a. reiniging en inspectie van riolen, periodieke modelberekeningen, klein onderhoud en schadeherstel aan riolen en gemalen) liggen grotendeels in lijn met de ramingen uit het vGRP;

  • De werkelijke investeringsuitgaven lopen achter t.o.v. de ramingen uit het vGRP. Met name in het eerste jaar (2020) is het effect van de latere start (o.a. door vertraging in de klimaatmaatregelen)duidelijk herkenbaar. Vanaf 2022 is de inhaalslag ingezet. In 2024 heeft voornamelijk het accentgelegen op voorbereiding van diverse omvangrijke integrale projecten (o.a. Minnertsga-Noord en ItStilselplak); waarvan uitvoering in 2025 is gestart. Hierdoor is per saldo in 2024 een lager investeringsresultaat gerealiseerd.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 4-1: financieel resultaat regulier exploitatie periode 2020 t/m 2024
afbeelding binnen de regeling
Figuur 4-2: financieel resultaat investeringsuitgaven periode 2020 t/m 2024

Voorstel inrichting egalisatievoorziening riolering
Eventuele voor- en nadelen in de reguliere exploitatie worden tot dusver opgevangen vanuit de algemene middelen. Derhalve wordt voorgesteld om met ingang van 2026 een egalisatievoorziening riolering in te richten zodat eventuele voor- en nadelen in de reguliere exploitatie binnen de gesloten boekhouding van de rioolheffing opgevangen worden.

5. Wat hebben wij?

De totale vervangingswaarde van onze gemeentelijke voorzieningen, zowel in als boven de grond, bedraagt circa € 234 miljoen. Dat is omgerekend naar het aantal inwoners circa € 5.000 per inwoner.

Onderstaande kaart toont de ligging van onze arealen. De oudste, nog bestaande, riolen in de gemeente stammen uit de jaren dertig. Dit betreft de gemengde riolen in de Hertog van Saxenlaan te Franeker, de Altoenaestraat in St.-Annaparochie en de Gijsbert van Swietenstraat in St.-Jacobiparochie.

afbeelding binnen de regeling

De vrijverval riolen in stad en dorpen vormen verreweg het grootste aandeel binnen de voorzieningen. Maar daarnaast zijn ook de gemalen, persleidingen, kolken en lozingswerken onderdeel van de gemeentelijke voorzieningen. Onderstaande tabel toont een samenvatting van de arealen anno 2024.

Verdere details van deze voorzieningen zijn opgenomen in het beheersysteem en de vigerende BRP’s/SSW’s vande buurtschappen, dorpen en stad Franeker.

Leeftijdsopbouw en inspectiegraad vrijverval riolering
Tot en met de jaren tachtig zijn nog hoofdzakelijk gemengde rioolstelsels aangelegd. Vanaf dat moment is begonnen met aanleg van gescheiden stelsels. De gemengde riolen die na de jaren negentig zijn aangelegd betreft het vervangen van slechte riolen op plaatsen waar aanleg van gescheiden stelsel niet doelmatig was. In onderstaand figuur is de leeftijdsopbouw van de vrijverval riolering weergegeven.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 5-1: leeftijdsopbouw vrijverval rioleringGBI, maart 2024

De achterliggende jaren hebben we de verbeterd gescheiden stelsels (deze zijn met name aangelegd op de industrieterreinen) gefaseerd omgebouwd tot volledig gescheiden stelsels. Onderzoek heeft aangetoond dat ook het hemelwater wat via deze stelsels ingezameld wordt schoon genoeg is om direct op oppervlaktewater geloosd te worden.

Het overgrote deel van de vrijverval riolering (circa 344 km, 91% van het totaal) is geïnspecteerd (door middel van video opnamen vanuit de buis met een rijdende camera). Onderstaande grafiek toont de verdeling van de inspectiegraad over de leeftijd van de vrijverval riolering.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 5-2: inspectiegraad vrijverval rioleringGBI, maart 2024

Het merendeel van de inspecties (circa 75%) is recent uitgevoerd en maximaal 10 jaar oud. Met name de laatste jaren (2020-2022) is focus gelegd op extra rioolinspecties. In die 3 jaar is circa 40% van het totale areaalvrijverval riolering geïnspecteerd.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 5-3: inspectieperiode/-jaar vrijverval rioleringGBI, maart 2024

Areaalontwikkeling planperiode
Op dit moment zijn voor de periode t/m 2041 diverse nieuwbouwprojecten verspreid over de gemeente voorzien. Het betreft uitbreidings- en inbreidingslocaties. In totaal is met deze projecten over de periode 2022-2041 voorzien in een netto uitbreiding van het aantal woningen met circa 1.626 stuks (gecorrigeerd met het aantal woningen dat bij enkele inbreidingslocaties gesloopt wordt).

Bij de meeste projecten is de realisatie voorzien in de planperiode van dit WRP; 2026 t/m 2030 (circa 810 woningen). In vergelijking tot het huidig aantal aangesloten woningen (22.196) betekent dit in totaal een groei van circa 4%. Na de planperiode is vooralsnog alleen voorzien in uitbreiding van de Elfstedenwijk in Franeker (met in totaal 180 woningen).

Bijlage 3 Details Woonvisie Waadhoeke toont een specificatie van deze nieuwbouwprojecten.

6. Waar staan wij nu?

6.0 Inleiding

Om de huidige situatie in de gemeente Waadhoeke te kunnen beoordelen heeft 2024 een 'nulmeting' plaatsgevonden. Hierbij wordt de stand van zaken en het huidig kwaliteitsniveau van de voorzieningen in kaart gebracht. De resultaten van de nulmeting zijn geanalyseerd en beschreven in dit hoofdstuk.

6.1 De basis voor de nulmeting

Het werkveld van de gemeentelijke watertaken is complex. Om juiste keuzes te kunnen maken is inzicht en begrip in de toestand en het functioneren van de riolering, watergangen en overige voorzieningen nodig. Dit vraagt enerzijds om actuele en betrouwbare gegevens en informatie. Anderzijds is ook specialistische kennisnodig om de informatie op de juiste wijze te interpreteren en op die wijze de juiste afwegingen te kunnen maken. 

Voor de nulmeting is, naast het huidig vGRP, o.a. gebruik gemaakt van de volgende gegevens:

  • Vigerende BRP’s/SSW’s van de buurtschappen, dorpen en stad Franeker

  • Stresstest klimaatverandering wateroverlast 2018

  • Kwaliteitshandboek Waadhoeke 2023

  • Mobiliteitsvisie Waadhoeke 2021

  • Gegevens rioolbeheersysteem (peildatum maart 2024)

  • Diverse informatiebestanden met betrekking tot het areaal (gemalen, pompen, drainage, e.d.)

  • Geregistreerde meldingen riolering en water periode 2018-2024

 In de volgende paragrafen wordt per categorie dieper gekeken naar de resultaten van de nulmeting. De detailonderbouwing van de nulmeting is opgenomen in Bijlage 4 Onderbouwing nulmeting.

6.2 Nulmeting stedelijk afvalwater

Voor inzameling en transport van het stedelijk afvalwater wordt gebruik gemaakt van vrijverval riolering en mechanische riolering. Bij vrijverval riolering lopen de buizen een klein beetje schuin. Hierdoor stroomt het water vanzelf naar het laagste punt. Bij mechanische riolering duwt een pomp het afvalwater met kracht de buis (persleiding) in of zuigt een pomp het afvalwater aan. Dit principe wordt vooral gebruikt als grote afstanden overbrugd moeten worden, zoals in het buitengebied.

Aansluitgraad
Op dit moment zijn 1.318 percelen niet aangesloten op de gemeentelijke riolering of een IBA van de gemeente. Deze percelen hebben een eigen voorziening die in de bodem of op oppervlaktewater loost (particuliere IBA).

Bedrijfszekerheid gemalen
De rioolgemalen zijn een kritisch onderdeel binnen het rioleringsstelsel. Uitval van een rioolgemaal kan al snel leiden tot overlast en schade. In ons rioolsysteem zijn in totaal 313 gemalen toegepast.

In de periode 2018-2022 zijn in totaal 17 meldingen geregistreerd waarbij bewoners/ondernemers melding gemaakt hebben van een storing bij een gemaal. Deze storingen zijn gemiddeld gezien binnen 4 dagen afgehandeld.

Alle gemalen en randvoorzieningen zijn voorzien van telemetrie, met uitzondering van de 4 poldergemalen. De kritische gemalen (gemalen met een grote aanvoer en/of gemalen op een kritisch onderdeel binnen het systeem zoals een tunnelgemaal), in totaal 34 objecten, beschikken over een reservepomp, die bij uitval en/of storing de afvoer kan garanderen. Een reservepomp voorkomt echter niet uitval bij stroomuitval.

Technische staat vrijverval riolering stedelijk afvalwater
Voor inzameling en transport van het stedelijk afvalwater wordt gebruik gemaakt van 285 km vrijverval riolering (202 km gemengd riool en 83 km DWA riool).

Tot begin 21e eeuw werd binnen het rioolbeheer voornamelijk geprogrammeerd op basis van rationeel beheer. Uitgangspunt daarbij is optimaal technisch beheer (ingrijpen voordat de technische ondergrens is bereikt). De theoretisch technische levensduur is daarin een belangrijke parameter. In het huidig vGRP is voor de technische levensduur van vrijverval riolering uitgegaan van 70 jaar.

De laatste decennia is een transitie gaande naar “risico gestuurd beheer”. Principes en denkmodellen vanuit assetmanagement ondersteunen daarin. Dit betekent dat we bij de keuze van maatregelen de optimale balans zoeken tussen prestaties, risico’s en kosten.

afbeelding binnen de regeling

Het sterk verbeterd inzicht wat we de achterliggende jaren hebben gekregen stelt ons steeds beter in staat om het optimaal moment van ingrijpen te bepalen:

  • Wij renoveren of vervangen een riool pas wanneer de riolen hun functie niet meer  goed kunnen uitvoeren en het risico op uitval/bezwijken te groot wordt;

  • Als er in de buurt op korte termijn geen andere maatregelen voorzien zijn (bijvoorbeeld wegreconstructie) dan repareren we eventuele schades aan het riool (levensduurverlenging), zodat we het moment van vervangen kunnen uitstellen en in de toekomst maatregelen kunnen combineren (zie ook onderstaand figuur);

  • In de afweging beschouwen we het totaal; dat kan ook betekenen dat we riolen vervangen die op dit moment nog niet aan vervanging toe zijn, maar waar vervanging wél doelmatig is.

Dit maakt dat de risico gestuurde vervangingsprognose (areaal en budget) een andere karakter en ontwikkeling kent dan de traditionele prognose conform rationeel technisch beheer.

Onderstaande grafiek toont de opgave vanuit de planning conform “risico gestuurd beheer”. Daaruit blijkt dat op dit moment de technische staat van de voorzieningen uitstekend is. Slechts in 1% van de riolen, bedoeld voor inzameling van stedelijk afvalwater, is ingrijpen noodzakelijk.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 6-1: resultaat risicogestuurde beheerplanning gemengd/vuilwater rioolRasmariant/GBI, maart 2024

Ook blijkt uit de planning conform “risicogestuurd beheer” dat een groot deel van het areaal, wat thans ouder is dan 70 jaar (de beoogde technische levensduur), op dit moment nog in een goede technische staat verkeert. Ingrijpen is nu nog niet nodig. Daarentegen blijkt ook dat in “jongere riolen” nu al maatregelen nodig zijn. Zo is het bijvoorbeeld nodig om ruim 500 meter riool, aangelegd in de periode 2020-2029 te repareren.

6.3 Nulmeting hemelwater

Riolering
Voor inzameling en transport van overtollig hemelwater in het stedelijk gebied wordt gebruik gemaakt van 296 km vrijverval riolering. Via dit riool wordt het hemelwater wat op stoepen, daken, wegen, parkeerplaatsen en pleinen valt afgevoerd. In circa 202 km riolering wordt het 'schone' hemelwater samen met het vuile afvalwater in één buis afgevoerd (de gemengde stelsels). Bij circa 94 km riolering wordt het hemelwater (verbeterd) gescheiden ingezameld en afgevoerd naar oppervlaktewater of in de bodem.

Technische staat vrijverval riolering hemelwater
Van de hemelwaterriolen (riolen die specifiek zijn aangelegd voor alleen verwerking van hemelwater; gescheiden stelsels) is circa 87% geïnspecteerd. De hemelwater riolen zijn (in vergelijking tot de gemengde riolen) relatief jong. Pas vanaf 1990 is begonnen met structurele aanleg van deze riolen. Het aantal geconstateerde schadebeelden is daardoor nu nog zeer beperkt. Het aandeel riolen waar op korte termijnmaatregelen noodzakelijk zijn is daardoor beperkt tot circa 800 meter, nagenoeg volledig bestaand uit klein onderhoud / reparaties (circa 700 meter).

afbeelding binnen de regeling
Figuur 6-2: resultaat risicogestuurde beheerplanning hemelwater rioolRasmariant/GBI, maart 2024

Emissies vanuit overstorten
Het is niet doelmatig om de rioolstelsels zo groot te maken dat bij hevige regenval al het, met hemelwater verdund, afvalwater kan worden afgevoerd naar de RWZI. In onze gemengde rioolstelsels zijn daarom op verschillende plaatsen riooloverstorten aanwezig. Deze overstorten treden in werking op het moment dat bij regenval de druk in de rioolstelsel te hoog wordt en de ontwerpcapaciteit van systemen wordt overschreden. Het water wat tot overstorting komt is dan al sterk verdund (door voorbezinking). In de gevallen waar dit toch leidt tot waterkwaliteitsknelpunten zijn in het verleden zogenaamde randvoorzieningen gebouwd. Alle rioolstelsels in het beheergebied van wetterskip Fryslân voldoen aan een minimale standaard (basisinspanning)die voor emissies uit overstorten gelden. De overstorten in onze gemeente voldoen al sinds 2013 aan dit kader.

De achterliggende jaren hebben wij voor al onze kernen nieuwe modelberekeningen uitgevoerd en de daarmee de vuilemissie voor de huidige situatie in beeld gebracht. Bij het samenstellen van de rekenmodellen hebben wij opnieuw de vuilwaterbelasting van woningen en bedrijven en het verhard oppervlak (wegen en daken), wat op het riool is aangesloten, in beeld gebracht. Daarnaast zijn de verbeteringsmaatregelen (o.a. afkoppelen) die wijde achterliggende jaren getroffen hebben en de actuele gemaalcapaciteiten in de rekenmodellen verwerkt.

Uit de nieuwe modelberekeningen blijkt dat de overstortvolumes hoger liggen dan de eerdere berekeningen. Deels komt dit doordat er meer verhard oppervlak op de gemengde stelsels is aangesloten maar ook deels doordat geïnstalleerde gemaalcapaciteiten van wetterskip Fryslân te laag zijn.

In de praktijk leidt dit niet tot waterkwaliteitsproblemen en/of -knelpunten. Ook geldt dat er vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water in onze gemeente geen opgave is voor aanvullende maatregelen aan de overstorten. Uitzondering daarop zijn de overstorten in de kernen Minnertsga en St.-Annaparochie. In beide dorpen lozen de overstorten op relatief kleine watergangen die onderdeel zijn van een poldersysteem, met weinig doorstroming. Na een overstortsituatie blijft de “overstortwolk” daarom lang hangen wat resulteert in meldingen van stank en (met name in de zomerperiode) tot overlast o.a. in de vorm van vissterfte als gevolg vaneen laag zuurstofgehalte. 

Voor de nieuwe persleiding vanaf de kern St.-Annaparochie naar de RWZI in Franeker is het nodig de gemaalcapaciteiten opnieuw in te richten en af te stemmen op de gewijzigde afvoerrichting van het stedelijk afvalwater. Daarbij kijken wij, samen met wetterskip Fryslân, of er optimalisatiemogelijkheden (bijvoorbeeld door afkoppelen en/of aanpassing van gemaalcapaciteiten) zijn om de knelpunten in Minnertsga en St.-Annaparochie aan te pakken. De verkenning naar deze optimalisatiemogelijkheden is thans (begin 2025) in uitvoering.

Afvoercapaciteit riolering
De riolering is bedoeld om bij normale buien probleemloos het water van wegen en daken af te voeren. Het rioleringssysteem is hiervoor, conform de landelijke normen, gedimensioneerd op een hevige bui met een herhalingstijd van eens per twee jaar. Om de gevoeligheid voor wateroverlast in beeld te brengen toetsen wijde laatste jaren bij nieuwe modelberekeningen de stelsels ook aan een grotere bui (bui 9).

Uit de modelberekeningen blijkt dat er een aantal locaties zijn waar de afvoercapaciteit in theorie onvoldoend eis. Deze locaties zijn getoetst aan praktijkwaarnemingen/-ervaringen. Op die locaties die ook in de praktijk als aandachtspunt c.q. knelpunt naar voren komen zijn verbeteringsmaatregelen bepaald.

Afvoercapaciteit openbare ruimte
Door de klimaatverandering zullen zeer zware regenbuien vaker en heftiger optreden. In alle KNMI-scenario's nemen de buien toe. Het rioolstelsel kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken. De riolering is bedoeld om bij normale regenbuien het water van wegen en daken af te voeren. Om bij grote hoosbuien schade te voorkomen, is afvoercapaciteit van de totale openbare ruimte nodig. Bijvoorbeeld infiltratie in de bodem, afvoer naar open water en kortdurende berging op straat of in groenvoorzieningen.

De achterliggende jaren hebben wij door middel van stresstest-berekeningen in beeld gebracht of en hoe onze buitenruimte bestand is tegen zeer zware regenbuien:

  • In 2018 hebben wij met alle Friese gemeenten de Friese Klimaatatlas opgesteld. Hierin hebben we in beeld gebracht wat er gebeurt als er een hoosbui valt met een intensiteit van 60 mm per uur;

  • In 2019 hebben wij, bij het opstellen van het huidig vGRP voor stad Franeker en alle dorpen en kernenmodelberekeningen uitgevoerd met verschillende neerslagintensiteiten (o.a. 36 mm neerslag, 70 mm neerslag en 90 mm neerslag) om de kwetsbaarheid beter te kunnen duiden dan in de Friese Klimaatatlas;

  • In de periode 2019-2024 hebben wij bij de actualisaties van de stelselberekeningen in de kernen met knelpunten (o.a. stad Franeker en kern Winsum) gerichter gekeken naar gevoeligheid voorwateroverlast door middel van gecombineerde 1D/2D modelberekeningen. Daarmee hebben we inbeeld gebracht hoe de interactie tussen maaiveld, riolering en oppervlaktewater plaatsvindt zodat we gericht(er) verbeteringsmaatregelen kunnen bepalen.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 6-3: uitsnede stresstest omgeving Berltsum hoosbui 60 mm per uurFriese Klimaatatlas 2018

Met deze inzichten hebben wij klimaatadaptatiemaatregelen bepaald. een deel daarvan is al opgenomen in het huidig vGRP en ondertussen ook gerealiseerd (zie ook Bijlage 2 Evaluatie uitvoeringsprogramma huidige vGRP). De resterende maatregelen zijn onderdeel van dit nieuwe WRP.

DPRA gelden (Impulsregeling klimaatadaptatie)
Voor een deel van de adaptatiemaatregelen hebben wij namens de werkregio Fryslân vanuit de Impulsregeling klimaatadaptatie (de zogeheten DPRA gelden) een bijdrage aangevraagd en toegewezen gekregen. Het gaat om de volgende projecten:

  • Klimaatbestendige speeltuin Schalsumerplan, Franeker, is al gerealiseerd;

  • Afkoppelen verhard oppervlak en verruimen vijverpartij Arkens/Schalsumerplan, uitvoering vindt plaats via het baggerprogramma (uitvoeringstermijn 2025/2026);

  • Aanpak knelpunt regenwater M. Smitstraat Ny Altoenae, is al gerealiseerd;

  • Verduurzaming Wijk Stiselplak te Franeker. Uitvoering staat gepland voor 2025.

6.4 Nulmeting grondwater

Op basis van de meldingenregistratie van de afgelopen jaren is er af en toe sprake geweest vangrondwateroverlast/hinder. De grondwaterstand kan periodiek, in combinatie met fluctuaties van de waterstanden in de sloten, hoog staan. Het gaat hier dan niet om een structurele situatie. Per jaar worden daardoor waarschijnlijk ook slechts een enkele keer overlast gemeld. De melding komen voornamelijk uit de woonwijken Professorenbuurt, Arkens en Witzens in Franeker. 

De risico’s op toekomstige grondwateroverlast wordt door het voorschrijven van een grondwatertoets en het water robuust inrichten zo veel mogelijk voorkomen.

6.5 Nulmeting duurzaamheid en energie

Duurzaamheid is één van de vijf centrale onderwerpen in het Coalitieakkoord 2022 én één van de negen speerpunten uit de omgevingsvisie. 

Coalitieakkoord 2022 
Duurzaamheid is een van de pijlers van deze coalitie en keert in vrijwel alle thema’s terug. We willen energie besparen en waar mogelijk overstappen op lokale duurzame energiebronnen, om zo minder afhankelijk te zijn van buitenlandse fossiele brandstoffen. Ook onze ambities voor wonen, onderwijs en landschap richten zich opeen duurzame toekomst voor jong en oud.

Omgevingsvisie
Ons doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Dat betekent dat we de energie die we verbruiken duurzaam opwekken. Voor onze gebouwde omgeving willen we in 2050 aardgasvrij zijn. Om deze ambities waar te maken zetten we onder meer in op de opwek van energie op één centrale plaats. We geven als gemeente het goede voorbeeld en hebben een functie om inwoners en ondernemers wegwijs te maken in subsidies en financiering op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau.

Ten aanzien van duurzaamheid en energie zijn de achterliggende jaren de volgende resultaten bereikt:
 
Op dit onderdeel missen wij nog input. Wat wij normaliter veel terugzien zijn aspecten als:

  • Bij aanbestedingen worden duurzaamheidscriteria zoals de CO2 ladder en inzet van biobrandstof gehanteerd/voorgeschreven (e.e.a. conform SEB; Stichting Emissieloos Bouwen);

  • Toepassen van groene energie bij rioolgemalen (groene stroom wordt provincie breed ingekocht);

  • Inzet van elektrisch materieel in de projecten (e.e.a. conform SEB; Stichting Emissieloos Bouwen);

  • Bij renovatie/vervangingswerkzaamheden worden vrijgekomen materialen, daar waar mogelijk, hergebruikt.

Er wordt thans gewerkt aan nieuw gemeentelijk beleid met betrekking tot CO2 ladder. Duurzaam aanbesteden is al vastgelegd in aanbestedingsbeleid.

7. Wat willen wij bereiken en hoe komen wij daar?

7.0 Inleiding

Ondanks de taakstellingen en wettelijke verplichtingen die ons vanuit Europese en landelijke wet- en regelgeving wordt opgelegd is er nog ruimte om op onderdelen te differentiëren of te nuanceren. Daarnaast dienen er op onderdelen ook (beleids)keuzes gemaakt te worden. Denk daarbij aan lokale omstandigheden en welke rol en verantwoordelijkheden de gemeente neemt en wat zij van haar inwoners verwacht.

In dit hoofdstuk geven wij aan welk gewenste kwaliteitsniveau wij willen bereiken met onze inspanningen en de voorzieningen die wij daarbij toepassen; oftewel de ambitie. Bij het bepalen van de ambitie zijn er keuzemogelijkheden in kwaliteit. Elk kwaliteitsniveau heeft bijbehorende voordelen en consequenties. Oftewel: elke kwaliteit heeft een ander prijskaartje.

7.1 Proces en ambitieverkenning

Op 11 april 2024 zijn tijdens een workshop met een ambtelijke projectgroep de mogelijke ambities verkend.

Aan de hand van de evaluatie van het huidig vGRP, de resultaten uit de verkenning van de vigerende beleidsdocumenten en relevante nieuweontwikkelingen en uitdagingen in de(afval)waterketen is met de projectgroep o.a. stil gestaan bij de volgende vragen:

  • Hoe kan riolering en water bijdragen aan de onderwerpen “fijn wonen”, “duurzaamheid” en “een mooi landschap” uit het coalitieakkoord 2022?

  • De komende jaren zijn verschillende rioolvervangingsprojecten gepland. Hoe kunnen wij bij deze herinrichtingsprojecten de buitenruimte klimaatbestendig inrichten, wat moeten we dan eventueel anders gaan doen?

  • Sluiten de zes ambities uit het huidig vGRP hierop nog goed aan? 

Na deze werksessie zijn we tot de conclusie gekomen dat onze ambitiethema’s nog goed aansluiten. Wel is op onderdelen een nuancering in de strategie nodig. Deze uitkomsten heeft de kerngroep tijdens de kernsessie van dinsdag 17 september 2024 aan de Raad gepresenteerd.

Ten tijde van deze kernsessie zat de uitwerking van de omgevingsvisie Waadhoeke in de laatste fase. Met de verdere uitwerking van de strategie (en de daarbij voorgestelde nuanceringen) van dit WRP is gestart nadat de concept omgevingsvisie gereed was. Zodoende sluit dit WRP naadloos aan op de omgevingsvisie.

afbeelding binnen de regeling

7.2 Koppeling speerpunten omgevingsvisie ambitiethema's gemeentelijke watertaken

De omgevingsvisie Waadhoeke bevat 9 speerpunten. In onderstaande tabel hebben wij weergegeven hoe en in welke mate de ambitiethema’s gemeentelijke watertaken aansluiten op deze speerpunten.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 7-1: koppeling speerpunten omgevingsvisie ambitiethema's gemeentelijke watertaken

De ambities gemeentelijke watertaken hebben een nadrukkelijke relatie met speerpunt 1 “Een fijne gemeente om te wonen en te recreëren, met een goed onderhouden en toegankelijke openbare ruimte” en speerpunt 7 “Een gemeente waarin we ons landschap en bebouwde omgeving zo inrichten dat we de veranderingen in het klimaat op kunnen vangen”. Maar zijdelings is op onderdelen ook een relatie met andere speerpunten.

7.3 Ambitie en strategie per thema

7.3.0 Inleiding

Om vanuit onze gemeentelijke watertaken uitvoering te kunnen geven aan de speerpunten van de omgevingsvisie hebben wij in dit WRP een (technische) strategie geformuleerd. Deze is omschreven in deze paragraaf; per ambitiethema brengen wij in beeld welk gewenste kwaliteitsniveau wij willen bereiken en welke strategie daarvoor nodig is.

Dit WRP is als omgevingsprogramma de brug tussen de omgevingsvisie en de regels in het omgevingsplan. Dit betekent dat bij (periodieke) actualisatie van omgevingsvisie, WRP en/of het omgevingsplan een ijking nodig is op onderlinge samenhang. Daar waar nodig vindt een bijstelling plaats om de onderlinge samenhang te borgen.

Voor een aantal thema’s zijn, net als bij het huidig vGRP, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden geformuleerd (zie Bijlage 5 Functionele eisen maatstaven en meetmethoden). Deze zijn nodig bij de uitvoering van de strategie.

7.3.1 Een goede inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater

Ambitie

afbeelding binnen de regeling
  • Nagenoeg al het afvalwater wordt ingezameld via riolering en centraal gezuiverd. Op locaties in het buitengebied waar het afvalwater niet via riolen wordt ingezameld wordt dit lokaal verwerkt (gezuiverd) via eigen voorzieningen in eigendom en beheer bij de bewoner. Stankklachten en of verontreinigingen van sloten en bodem komen hierdoor nauwelijks voor. Dit draagt bij aan een fijne leefomgeving (speerpunt 1 uit de omgevingsvisie);

  • Nieuwe aansluitingen in stad en dorpen worden gescheiden en duurzaam aangelegd;

  • De riolering voldoet aan de (landelijke) normering voor inzameling, transport, afvoercapaciteit van afvalwater;

  • Er mogen geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s voor de omgeving optreden;

  • Overlast voor bewoners bij storingen of calamiteiten aan de riolering wordt tot een minimum beperkt.

Strategie

afbeelding binnen de regeling
  • Er is nu geen aanleiding om in het buitengebied de bestaande percelen met een eigenvoorziening alsnog aan te sluiten op (druk)riolering. Mocht er door ontwikkelingen sprake zijn van een gewijzigde situatie bekijken we per geval op basis van doelmatigheid of aansluiting op (druk)riolering meerwaarde biedt;

  • Bij nieuwbouw in het buitengebied gaan wij op basis van doelmatigheidsafweging opmaatschappelijke kosten bepalen of het perceel aangesloten wordt op (druk)riolering of een eigen voorziening. De komende jaren werken wij daarvoor een kader uit;

  • Wanneer de riolen hun functie niet meer goed kunnen uitvoeren renoveren of vervangen we deze. Hierbij hanteren we het principe van risicogestuurd beheer;

  • De grootste en belangrijkste gemalen zijn aangesloten op een geautomatiseerd signaleringssysteem. Daarmee kan de werking van de gemalen continu worden gecontroleerd en tijdig worden ingegrepen wanneer de gemalen onverhoopt uitvallen;

  • Riooloverstorten zijn nodig om wateroverlast te voorkomen. De overstortvolumes voldoen aan de kaders. Actief en integraal verder verlagen van de vuiluitworp heeft geen daarmee geen eerste prioriteit. Maar kansen die zich voor doen (o.a. in renovatieprojecten)benutten wij om verhard oppervlak af te koppelen.

Nieuwe aanleg in het buitengebied
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de ontheffingsbevoegdheid ook formeel vervallen. Gemeente en Wetterskip bepalen vanaf nu onderling hoe omgegaan moet worden met niet aangesloten percelen. Onze insteek daarin is in lijn zijn met de huidige kaders, namelijk een doelmatigheidsafweging op maatschappelijke kosten, bestaande uit de volgende kaders op hoofdlijn:

  • Algemeen: afweging op basis van afstand en doelmatigheid/technische haalbaarheid;

  • Is een perceel te ver van de riolering gesitueerd en daarmee aansluiting té kostbaar dan moet de perceeleigenaar een eigen voorziening treffen;

  • Nieuw cluster van percelen (bijvoorbeeld camping/vakantiepark) is een maatwerk afweging.

De komende jaren werken wij hiervoor een gedetailleerder afwegingskader met beslisboom uit.

afbeelding binnen de regeling
Drukrioolgemaal in het buitengebied

Risicogestuurd beheer
Bij de nulmeting (zie ook paragraaf 6.2) is een toelichting gegeven op de achtergrond en aanleiding voor risicogestuurd beheer. Deze gaat uit van de volgende drie basisprincipes:

  • Wij renoveren of vervangen een riool pas wanneer de riolen hun functie niet meer goed kunnen uitvoeren en het risico op uitval/bezwijken te groot wordt;

  • Als er in de buurt op korte termijn geen andere maatregelen voorzien zijn (bijvoorbeeld wegreconstructie) dan repareren we eventuele schades aan het riool (levensduurverlenging), zodat we het moment van vervangen kunnen uitstellen en in de toekomst maatregelen kunnen combineren;

  • In de afweging beschouwen we het totaal; dat kan ook betekenen dat we riolen vervangen die op dit moment nog niet aan vervanging toe zijn, maar waar vervanging wél doelmatig is.

Voorwaarde bij het toepassen van risicogestuurd beheer is het hebben én houden van actueel inzicht in de toestand van onze voorzieningen. Daarom inspecteren we ééns per 10 jaar onze vrijverval riolen.

7.3.2 Overtollig hemelwater inzamelen en verwerken

Ambitie

afbeelding binnen de regeling
  • Bij normale neerslag (buien met een herhalingstijd van eens per 2 jaar) willen we dat er geen water op straat blijft staan. Bij hevige neerslag willen we dat het water geen schade geeft (dit is voor ons een bui van 40 mm in één uur). Hiermee zorgen we ervoor dat belangrijke voorzieningen in stad en dorpen ook bij neerslag goed bereikbaar zijn (speerpunt 2 omgevingsvisie); 

  • We moeten leren accepteren hiermee dat water bij hevige neerslag op straat en andere plekken in de openbare ruimte kan staan. En dat er schade kan optreden als het heviger regent dan 40mm in één uur. Het verwerken van grotere hoeveelheden hemelwater krijgen we niet zomaar voor elkaar, we richten ons erop om in 2050 Waadhoeke hierop ingericht te hebben. Dit is dezelfde termijn als in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie staat. Zo kunnen we werk met werk maken;

  • Om dit voor elkaar te krijgen moet iedereen meewerken, want we hebben zowel de openbare als de particuliere ruimte nodig. In bestaand gebied stimuleren wij bewoners, bedrijven, projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen om anders met hemelwater om te gaan.

Strategie

afbeelding binnen de regeling
  • Wij toetsen periodiek (in de basis eens per 10 jaar) door middel van modelberekeningen de afvoercapaciteit van onze riolen. De uitkomsten van deze theoretische berekeningentoetsen wij aan praktijkervaring. Op die plekken waar daadwerkelijk sprake is van knelpunten gaan wij maatregelen treffen; 

  • Wanneer de riolen hun functie niet meer goed kunnen uitvoeren renoveren of vervangen we deze. Bij vervanging kijken we kritisch naar de afvoercapaciteit en bepalen we of we de afvoercapaciteit kunnen vergroten. Daarbij kijken we naar het gehele systeem en zoeken we niet alleen de oplossing in ondergrondse rioolbuizen. Een andere inrichting van de bovengrond en nabij gelegen watergangen nemen we ook nadrukkelijk mee in de afweging;

  • Als we bij rioolvervanging kiezen voor afkoppelen van verhard oppervlak dan koppelen we de regenpijp (voorzijde) van aangrenzende gebouwen in principe ook af;

  • Wij stimuleren particulieren om opvang van hemelwater en aanleg van meer groen op eigen terrein. Hiervoor beschikken wij over een subsidieregeling;

  • Wij gaan de komende planperiode verkennen hoe we, aanvullend op de subsidieregeling, het verplicht verwerken/opvangen van hemelwater op en nabij particuliere percelen vorm gaan geven via een hemelwaterverordening.

IJking bestaande subsidieverordening

Inwoners en bedrijven in de gemeente Waadhoeke kunnensubsidie aanvragen voor de aanleg van meer groen en het afkoppelen van hemelwater. Hiervoor is sinds 2021 op jaarbasis een vast budget gereserveerd in de begroting. Deze regeling loopt formeel tot en met 2026. Een heroverweging van kaders en budget vindt 2026 plaats. Vooralsnog is het uitgangspunt dat deze regeling ook na 2026 doorgezet wordt met het vergelijkbaar budget als in 2025. Mocht uit de heroverweging een gewijzigd kaderen/of budget volgen dan wordt dat via een apart bestuurlijk besluit (college en/of Raad) vastgesteld. 

afbeelding binnen de regeling
Opvang van hemelwater in een groene tuin

Hemelwaterverordening

In het huidig vGRP hebben wij in de ambitiethema’s “Overtollig hemelwater inzamelen en verwerken” en “Rekening houden met klimaatverandering” vastgelegd dat:

  • Iedereen mee moet werken om wateroverlast aan te pakken en/of te voorkomen én;

  • Als het nodig is we bewoners en bedrijven kunnen verplichten om op specifieke locaties het hemelwater af te koppelen”. 

Tot dusver is deze strategie (nog) niet verder vertaald naar concrete kaders. Wel is er een subsidieregeling ingericht (zie ook vorig punt) waarmee we particulieren verleiden anders met hemelwater om te gaan.

Circa de helft van het verhard oppervlak wat op onze riolen afvoert is afkomstig van particulieren. Met het aanbrengen van buffer- of bergingsvoorzieningen onder oprit of terras is met eenvoudige ingrepen al snel een significante berging te creëren (zie ook Figuur 7-1).

Als meerdere perceel eigenaren bereid zijn dit soort maatregelen te treffen dan hoeft de gemeente uiteindelijk in openbaar gebied minder maatregelen te treffen. Tot dusver is deze verplichting nog niet doorgevoerd. Dit wordt wel een van beleidskeuze voor 2026; kiezen we voor een aanpak van verleiden (zoals we nu doen meteen subsidieregeling) of kiezen we voor een aanpak van verplichten zodra er iets wijzigt in en rond het perceel?

afbeelding binnen de regeling
Figuur 7-1: potentie maatregelen op particulier terrein
7.3.3 Goed omgaan met grondwater

Ambitie

afbeelding binnen de regeling
  • Overtollig grondwater of een tekort aan grondwater mag geen problemen geven;

  • Gemeente is aanspreekpunt voor grondwaterproblemen, maar niet aansprakelijk;

  • De ontwatering in openbaar gebied is goed voor elkaar. Incidenteel kan sprake zijn van hoge grondwaterstanden (bijvoorbeeld bij (langdurig) hoogwater in boezem of polderwatergangen) die tot hinder en/of overlast kan zorgen. Mogelijk dat in sommige kruipruimtes af en toe water staat. 

Strategie

afbeelding binnen de regeling
  • Meldingen van grondwaterproblemen kunnen bij het klantencontactcentrum worden gemaakt en worden vervolgens in behandeling genomen;

  • Bij elke melding beoordelen we wie er wettelijk gezien een taak heeft in onderzoek en oplossingen. Deze partijen brengen we met elkaar in contact. In veel gevallen heeft de perceeleigenaar een belangrijke taak, omdat de perceeleigenaar in eerste instantie zelfverantwoordelijk is en zelf zorg moet dragen voor een oplossing. Ook bij lekke kelders, vloeren en muren is het de verantwoordelijkheid van de eigenaar om dit te verhelpen;

  • Als wij als gemeente een taak hebben, onderzoeken we of er sprake is van structurele grondwateroverlast en of doelmatige maatregelen mogelijk zijn. Hierbij houden we voorgrondwateroverlast als richtlijn aan dat er zichtbare of anderszins verifieerbare nadelige gevolgen moeten zijn en grondwaterstanden bij panden minimaal 3 maanden in één jaar hoger zijn dan 70 centimeter onder maaiveld;

  • Vervolgens kijken we gezamenlijk met eigenaren, bewoners en het wetterskip of de problemen doelmatig kunnen worden verholpen. Wij als gemeente treffen alleen maatregelen in openbaar terrein. Voor een goede oplossing is dus vaak ook de inzet van de particulier nodig. Als we geen oplossing kunnen bieden, streven we in ieder geval naar verbetering;

  • Bij nieuwbouwlocaties wordt bij het ontwerp al rekening gehouden met een duurzame ontwatering. Hiermee worden problemen in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen;

  • Om problemen met droogte te beperken gaan we, daar waar mogelijk. meer water vasthouden in de bodem (infiltreren) en het watersysteem (sloten en vijvers).

  • Grondwaterproblemen worden zoveel mogelijk voorkomen door instandhouding van oorspronkelijke afvoervoorzieningen (zoals sloten, greppels etc.). Hiervoor is toezicht en goede duidelijke communicatie naar bewoners noodzakelijk.

7.3.4 Oppervlaktewateren goed beheren, zodat ze water bergen en afvoeren

Ambitie

afbeelding binnen de regeling
  • Oppervlaktewateren hebben een belangrijke rol in onze gemeente; primair zijn ze bedoeldom water te bergen en/of af te voeren. Maar goed en voldoende oppervlaktewater draagt óók bij aan een fijne leefomgeving (speerpunt 1 uit de omgevingsvisie). Het recreëren rondom water (zwemmen of vissen) biedt de leefomgeving een kwaliteitsimpuls.

  • Bij herstructurering van bestaand gebied én ontwikkeling van nieuwe gebieden creëren we meer oppervlaktewater en kijken we nadrukkelijker naar lokale opvang van water. Enerzijds om het lokaal zolang mogelijk vast te houden en er geen problemen ontstaan door afvoer naar aangrenzende gebied en anderzijds zodat dit ook ten tijde van droogte benut kan worden.

  • Bij herstructurering van bestaand gebied én ontwikkeling van nieuwe gebieden passen we bij voorkeur groene(re) natuurvriendelijke oevervoorzieningen toe; deze dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit en de gemiddelde jaarlijkse beheerkosten liggen lager dan een harde stenen, beton en/of houten constructie.

Strategie

afbeelding binnen de regeling
  • Wij voeren, samen met wetterskip Fryslân, onderhoud aan onze watergangen zodat deze op orde zijn en blijven. In onderling overleg bepalen we de taak- en rolverdeling, inclusief afspraken over de kostenverdeling;

  • Ten aanzien van waterberging hanteren we de kaders vanuit de toekomstvisie “Fryslân klimaatbestendig 2050+” en de daaraan gekoppelde “Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving” (zie ook Figuur 7-2);

  • Bij nieuwbouwontwikkeling borgen wij via de Weging van het Waterbelang (voorheen de watertoets) dat er voldoende berging in het watersysteem gerealiseerd wordt en dat de inrichting ervan op een duurzame manier plaatsvindt zodat deze optimaal bij gaat dragen aan het verhogen van de biodiversiteit.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 7-2: Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving
7.3.5 Rekening houden met klimaatverandering

Ambitie

afbeelding binnen de regeling
  • De intensiteit van de regenbuien waar we nu onze afwatering op ontwerpen, neemt naar verwachting toe door klimaatverandering. Ook krijgen we te maken met droogte en hitte, en neemt de kans op overstromingen toe. We proberen daarom Waadhoeke te vergroenen en water zoveel mogelijk vast te houden. Door minder stenen, meer groen en meer ruimte voor water wordt Waadhoeke klimaatbestendiger (speerpunt 7 uit de omgevingsvisie);

  • We weten dat we Waadhoeke niet kunnen beschermen tegen alle weersomstandigheden. Bij de meest extreme weersomstandigheden zal er overlast zijn en kan er schade optreden. We zorgen daarom voor een goede calamiteitenvoorbereiding via de veiligheidsregio.

Strategie

afbeelding binnen de regeling
  • Projecten in de buitenruimte benutten we om de omgeving direct klimaatrobuust(er) te maken; werk-met-werk maken. Daarbij geldt dat we technieken toepassen waarmee we zoveel mogelijk water lokaal vasthouden (infiltreren in de bodem en/of vasthouden inwatergangen), mits dit technisch uitvoerbaar is én geen (nieuwe) problemen oplevert(bijvoorbeeld hogere grondwaterstanden bij infiltratie). Zodat er in tijden van droogte extra water lokaal beschikbaar is;

  • Op dit moment zijn wij nog niet volledig klaar voor de klimaatveranderingen (bekende knelpunten worden aangepakt en daar gaan wij mee door). Op plaatsen waar op dit moment sprake is van een knelpunt wateroverlast betrekken wij in toenemende mate het particulier terrein voor het kunnen realiseren van maatregelen en doen een beroep op onze inwoners en bedrijven.

Toekomstbestendig werken volgens een wijk en buurgerichte aanpak
In onze projecten werken we volgens het principe vantoekomstbestendig werken volgens een wijk en buurgerichte aanpak. Dit betekent dat wanneer wij riolen gaan vervangen (omdat ze hun functie niet meer goed kunnen uitvoeren) wij dit moment benutten om de omgeving direct klimaatrobuust(er) te maken; werk-met-werk maken.

Door klimaatverandering, hevigere buien, langere periodes van droogte en meer hitte, zullen wij in de projecten daarvoor meer en ander soort maatregelen moeten treffen. Een voorbeeld daarvan is het toepassen van technieken waarmee we zoveel mogelijk waterlokaal proberen vast te houden (infiltreren in de bodem als dat goedmogelijk is en/of vasthouden in watergangen). Zodat er in tijden van droogte extra water lokaal beschikbaar is.

afbeelding binnen de regeling
Voldoende watergangen als buffer bij hevige neerslag

Ook bekijken we of met aanpassingen aan het groen gelijktijdig de biodiversiteit vergroot kan worden. Ook betrekken we in deze projecten actief de aanwonenden en bieden we ze bijvoorbeeld de mogelijkheid om de straatzijde van hun daken af te koppelen. Deze nieuwe manier van toekomstbestendig werken maakt dat de scope van de projecten steeds breder en complexer wordt. Dat heeft impact op de totale projectkosten.

Onderstaand figuur visualiseert deze bredere scope.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 7-3: Principe van toekomstbestendig werken

Communicatieplan water, hitte en droogte
Omdat we weten dat we Waadhoeke niet kunnen beschermen tegen alle weersomstandigheden gaan we bij het begin van de planperiode een communicatieplan water, hitte en droogte opstellen. Daarin maken we als gemeente duidelijk wat voor inwoners en ondernemers de kansen en bedreigingen voor de komende jaren zijn:

  • waar moet men rekening mee gaan houden?

  • wat rekent de gemeente wel en niet tot haar verantwoordelijkheid?

  • wat kan en gaat de gemeente wel doen en wat verwachten wij van inwoners/bedrijven?

  • wanneer is er sprake van overmacht?

In het communicatieplan geven wij aan welke maatregelen genomen worden door de gemeente en waar wij inspanning van de inwoners en ondernemers verwachten én wat die zijn. In onze communicatie gaan wij inwoners wijzen op het eigen gedrag en invloed (als er een regionaal beregeningsverbod van kracht is dan houdt de gemeente zich daar ook aan; we gaan dan niet onze groenvoorzieningen beregenen.

7.3.6 Behouden en verbeteren wat we hebben

Ambitie

afbeelding binnen de regeling
  • We hebben het beheer nu goed geregeld; de voorzieningen verkeren in een goede technische staat. De risico's op beschadigingen zijn daardoor beperkt. Dat moet zo blijven. Doelmatigheid en risicobeheersing staat daarbij voorop;

  • Wanneer de riolen hun functie niet meer goed kunnen uitvoeren renoveren of vervangen we deze. Bij vervanging is scheiden van het hemelwater van het afvalwater (afkoppelen) al jaren ons uitgangspunt. Daarmee bereiken we dat er minder schoon water naar de zuivering afgevoerd wordt;

  • Ook bekijken we of met aanpassingen aan het groen gelijktijdig de biodiversiteit vergroot kan worden.

Strategie

  • Door middel van periodiek beheer en onderhoud zorgen wij ervoor dat de voorzieningen blijven doen wat ze moeten doen;

  • De buitendienst zijn feitelijk de “oren en ogen” voor de binnendienst. Wij zorgen ervoor dat zij de kennis en middelen/materieel hebben om adequaat onderhoud aan onze voorzieningen uit te kunnen voeren.

8. Wat moeten wij daarvoor doen? Van theorie naar praktijk

8.0 Inleiding

Om het gewenste kwaliteitsniveau te realiseren c.q. handhaven, moeten wij diverse activiteiten uitvoeren. Deze activiteiten zijn te onderscheiden in drie onderdelen: reguliere exploitatie, (eenmalige) investeringen binnen het bestaand areaal en de aanleg van nieuw areaal.

De volgende paragrafen bevat een detailonderbouwing van de verschillende programmadelen. Hierin zijn de jaarlijkse activiteiten en bijbehorende budgetten gespecificeerd op jaarschijf en (daar waar van toepassing) gekoppeld aan de betreffende kostensoortcode uit de begroting.

Uitgangspunten
Bij de programmadelen zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: 

  • De geraamde bedragen zijn op prijspeil 2025 en worden in de toekomst met de dan geldende prijsindex gecorrigeerd;

  • Alle geraamde bedragen zijn exclusief btw (deze wordt separaat inzichtelijk gemaakt in het kostendekkingsplan);

  • De investeringen zijn inclusief toeslagen voor voorbereiding en toezicht (voor projecten die niet door de eigen organisatie uitgevoerd kunnen worden, uitgangspunt 15%).

8.1 Reguliere exploitatie

8.1.1 Programmadeel: Onderzoek & Planvorming

Om tot doelmatige keuzes en planning van maatregelen te komen (die invulling geven aan onze ambities) is jaarlijks onderzoek & planvorming nodig. Daarbij zetten wij de strategische doelen om naar het tactische en operationele beheerniveau én vertalen we deze naar maatregelen. Deze baseren wij op de laatste inzichten en meetresultaten. Elk jaar komen er bijvoorbeeld nieuwe inspecties van de riolen en gemalen beschikbaar. Daarnaast leveren periodieke controle berekeningen ook nieuwe inzichten op. 

Onderstaande tabel toont een aantal specifieke activiteiten die wij binnen dit programmadeel in de planperiode voorzien.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 8-1: programmadeel onderzoek & planvorming planperiode 2026-2030

De meeste activiteiten uit dit programmadeel vinden jaarlijks en/of periodiek plaats. De volgende activiteiten worden eenmalig, voornamelijk bij het begin van de planperiode, uitgevoerd:

Optimalisatiestudie zuiveringskring Franeker
Wetterskip Fryslân heeft besloten de RWZI in St.-Annaparochie te amoveren en de zuiveringsgebieden Franeker en St.-Annaparochie samen te voegen in één vernieuwde RWZI Franeker. Als onderdeel daarvan wordt een nieuwe persleiding vanaf St.-Annaparochie naar RWZI Franeker aangelegd. 

Op deze nieuwe persleiding vanuit St.-Annaparochie worden straks 15 kernen/buurtschappen aangesloten. Voor sommige kernen wijzigt door de aanleg van de nieuwe persleiding de afvoerroute vanaf het overname punt naar de RWZI.

Begin 2025 is samen met wetterskip Fryslân gestart met een onderzoek naar mogelijkheden tot optimalisatie van de (afval)waterketen van de vernieuwde zuiveringskring RWZI Franeker. Dit onderzoek krijgt in 2026 nog een vervolg.

Herijking besluiten en verordeningen voor het Omgevingsplan
In het stelsel van de Omgevingswet zijn verschillende regels en voorschriften rondom riolering herijkt. Zo zijn een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen overgegaan. Via de bruidsschat Omgevingswet is de overgang geborgd.

De gemeente kan in het omgevingsplan ter vervanging van deze bruidsschatregels lokaal specifieke regels opnemen die noodzakelijk of nuttig zijn voor het behalen van de doelen voor het stedelijk waterbeheer. Die regels kunnen bijvoorbeeld gaan over lozingen in het buitengebied, klimaatadaptatie, bouwpeilen en afkoppelen. Een verdiepende analyse zal inzichtelijk maken welke bruidsschatregels vervangen moeten worden. Deze analyse staat gepland voor 2027.

Opstellen hemelwaterverordening
Op dit moment is circa de helft van het afvoerend verhard oppervlak op onze riolen afkomstig van particulierterrein. Met eenvoudige ingrepen kunnen particulieren al snel een significante berging te creëren (zie ook Figuur 7-1). Wij gaan in de planperiode een hemelwaterordening opstellen waarin we kaders voor omgang met water op particulier terrein nader uitwerken.

Bestaande situaties
Door het landelijk karakter van onze dorpen grenzen veel percelen direct aan een watergang. Voor die locaties willen we onderzoeken of we de perceeleigenaren verplicht gaan stellen hun afvoeren (daar waar dit nog niet het geval is) op het riool af te koppelen en om te zetten naar de aangrenzende watergang.

Verbouwing en/of nieuwbouw
Bij verbouwing of nieuwbouw is het aanbrengen van wateropvang eenvoudig en met geringe meerkosten te realiseren. Als de perceeleigenaar bijvoorbeeld voor een waterbuffer kiest zit er ook een financieel voordeel in; bijvoorbeeld water gebruiken voor het besproeien van de tuin, of als spoeling voor de WC.

Bij de uitwerking van de hemelwaterordening gaan wij verkennen of:

  • Bij nieuwbouwlocaties gaan wij een minimale bergingseis op eigen terrein verplicht stellen;

  • Indien een perceeleigenaar dit niet kan of wil realiseren dan kan hij/zij de berging “afkopen” bij de gemeente. De gemeente gaat dan in openbaar gebied voorzieningen aanleggen die het “bergingsverlies” op eigen terrein compenseren.

De verdere kaders voor deze regeling (o.a. de minimale bergingseis, technische voorwaarden, de afkoopregeling) werken wij in de planperiode P verder uit zodat deze regeling met ingang van bijvoorbeeld 2027 van kracht wordt.

Budget
Een deel van deze activiteiten wordt door de eigen organisatie uitgevoerd; team riolering en stedelijk water(bijvoorbeeld het periodiek doorvoeren van mutaties van beheerdata). De kosten voor deze inzet zijn onderdeel van de doorbelasting van de kostenplaatsen (zie ook paragraaf 0).

Maar bij een deel van de activiteiten binnen dit programmadeel is specialistische kennis, expertise en/of software nodig die de gemeente zelf niet in huis heeft. Deze werkzaamheden worden uitbesteed. In de planperiode is hiervoor jaarlijks € 120.000 beschikbaar. De budget is in de begroting onder gebracht in kostensoortcode 38030U Uitbestede werkzaamheden algemeen (taak 5); grootboeknummer 6720001.

8.1.2 Programmadeel: Regulier onderhoud

Voor het in stand houden van het areaal is regulier onderhoud nodig. Een groot deel daarvan wordt door de buitendienst uitgevoerd. Ondanks dat de buitendienst beschikt over specialistisch materieel en technische kennis kunnen zij niet al het onderhoudswerk zelfstandig uitvoeren. Een deel van het werk wordt door derden uitgevoerd. Coördinatie en aansturing daarvan vindt plaats vanuit de binnendienst (afdeling BOR).

De werkzaamheden van het programmadeel regulier onderhoud zijn, in de begroting, ondergebracht in 5 kostensoortcodes; grootboeknummer 6720001:

  • 38022 Elektriciteit

  • 38024 Materiaalkosten

  • 38030 Uitbestede werkzaamheden algemeen

  • 38096 Telefoon- en datakosten

  • 38033 Onderhoudskosten onroerende zaken (onderhoud tractie riolering)

Onderstaande tabel toont de activiteiten die wij binnen dit programmadeel in de planperiode voorzien.

Tabel 8-2: programmadeel regulier onderhoud planperiode 2026-2030

Budget
De komende planperiode is binnen dit programmadeel voor aanschaf van materiaal en/of inzet van derden totaal jaarlijks € 1.280.000 beschikbaar. Dit is als volgt per kostensoortcode én taak verdeeld:

 6720001-38022 

 Elektriciteit

 € 150.000

 6720001-38024 

 Materiaalkosten (mechanische riolering)

 € 150.000

 6720001-38024

 Materiaalkosten (vrijverval riolering)

 € 100.000

 6720001-38030 

 Uitbestede werkzaamheden algemeen Taak 1: mechanische riolering

€ 100.000

 6720001-38030 

Uitbestede werkzaamheden algemeen Taak 2: vrijverval riolering

€ 350.000

 6720001-38030

Uitbestede werkzaamheden algemeen Taak 3: reiniging en inspectie vrijverval riolering

€ 275.000

 6720001-38030

Uitbestede werkzaamheden algemeen Taak 4: reiniging en inspectie vrijverval riolering

€ 110.000

 6720001-38096

 Telefoon- en datakosten

€ 10.000

 6720001-38033U

 Onderhoudskosten onroerende zaken (onderhoud tractie riolering)

€ 35.000

De jaarlijkse budgetten per kostensoortcode zijn gebaseerd op de ervaring van de achterliggende jaren en als vast budget in de begroting opgenomen. In de praktijk zullen de daadwerkelijke uitgaven binnen dit programmadeel fluctueren:

  • De achterliggende jaren was sprake van forse schommelingen in de tarieven voor elektriciteit;

  • De jaarlijkse hoeveelheid regen bepaalt ook deels de elektriciteitskosten; bij een relatief nat jaar vallen deze hoger uit;

  • Het aantal storingen en reparaties aan riolen en gemalen is niet elk jaar gelijk;

  • Bij uitbestede werkzaamheden zijn we mede afhankelijk van capaciteit van aannemers.

8.1.3 Programmadeel: Personeel

Om het uitvoeringsprogramma van dit WRP uit te kunnen voeren is een team met deskundig en voldoendepersoneel en materieel nodig. Om het kennisniveau van het team riolering en stedelijk water op peil te houden en de aanwezige kennis in de eigen organisatie met anderen te delen is de gemeente aangesloten bij verschillende externe kennisinstituten en samenwerkingsverbanden (o.a. FBWK en Stichting RIONED).

Daarnaast ondersteunt het team riolering en stedelijk water ook andere afdelingen (bijvoorbeeld door het geven van advies) die niet direct toe te schrijven is aan specifieke projecten of werkzaamheden, voorbeelden daarvan zijn o.a: 

  • Afhandeling van meldingen;

  • Voorlichting en communicatie;

  • Advies omtrent vergunningverlening.

Al deze activiteiten zijn geclusterd  in het programmadeel personeel & facilitair.

Formatieanalyse team riolering en stedelijk water
Op dit moment geeft de organisatie invulling aan de gemeentelijke watertaken met eigen personeel aangevuld met inzet van derden. Werkzaamheden waarvoor specialistische kennis en vaardigheden nodig zijn en/of(bulk)werkzaamheden worden extern uitgevoerd. Werkzaamheden waarbij lokale gebieds- en organisatiekennismeerwaarde oplevert of rand voorwaardelijk is worden zoveel mogelijk vanuit de eigen organisatie uitgevoerd.

Dit geldt in het bijzonder voor de werkzaamheden van de buitendienst. Zij zijn feitelijk de “oren en ogen” voorde binnendienst. De achterliggende jaren is geïnvesteerd in specialistisch materieel (o.a. voertuigen en meet- en analyseapparatuur) zodat de buitendienst zoveel mogelijk werkzaamheden zelfstandig kan uitvoeren.

afbeelding binnen de regeling

Er is op dit moment in totaal 6,0 fte fysiek beschikbaar in de eigen organisatie:

  • Binnendienst- rioolbeheerder / klimaatadviseur 1,0 fte

  • Binnendienst - rioolbeheerder / toezichthouderregulier onderhoud 1,0 fte

  • Buitendienst 3,0 fte

  • Projectleider(s) 1,0 fte

Er is een pool van 6 projectleiders beschikbaar die op jaarbasis circa 1,0 fte leveren aan projecten “riolering en water”.

De inzet van de binnen- en buitendienst wordt doorbelast in de begroting riolering. De inzet van de projectleiders komt ten laste van het betreffende project en daarmee ten laste van de voorziening riolering.

Met behulp van de formatiecalculator van Stichting RIONED is bepaald welke capaciteit de komende planperiode minimaal benodigd is. Deze capaciteit is nader onderverdeeld naar de verschillende activiteiten én onderverdeeld naar reguliere werkzaamheden en investeringsprojecten uit het uitvoeringsprogramma. 

afbeelding binnen de regeling
Tabel 8-3: vergelijk beschikbare capaciteit eigen organisatie met benodigde capaciteit (peildatum 2025)

Bijlage 6 Formatiescan RIONED bevat een detailonderbouwing van bovenstaande tabel.

Uit deze analyse komt naar voren dat uitbreiding van de formatie bij de reguliere werkzaamheden nodig is. Specifiek op de rol/functie beleidsmedewerker/regisseur watertaken.

De achterliggende jaren hebben de beheerders en beschikbare projectleiders op ad-hoc basis het tekort opgevangen. Maar dit is (deels) ten koste gegaan aan begeleiding van de overige reguliere(beheer)werkzaamheden en investeringsprojecten. In de komende planperiode is minimaal 1 fte op jaarbasis nodig voor de begeleiding van de projecten uit het uitvoeringsprogramma en is er nauwelijks capaciteit bij de projectleiders beschikbaar om (deels) ondersteuning te geven aan de rol/functie beleidsmedewerker/regisseur watertaken. Ook beschikken de beheerders over te weinig capaciteit om structureel een bijdrage op de rol/functie beleidsmedewerker/regisseur watertaken te leveren. 

Met ingang van 2026 is budget opgenomen om in eerste instantie via inhuur derden de extra benodigde capaciteit aan te vullen. Gedurende de planperiode wordt besloten of en hoe dit omgezet wordt naar een vaste uitbreiding van de eigen formatie. 

afbeelding binnen de regeling
Tabel 8-4: programmadeel personeel planperiode 2026-2030

Budget
De personeelskosten wijzigen jaarlijks (o.a. door loonstijging). Het budget voor de planperiode is bepaald conform begroting 2025. Dit betekent dat voor leveringen en/of inzet van derden totaal jaarlijks circa € 719.721 beschikbaar is. Dit is als volgt per kostensoortcode én taak verdeeld:

 6720001-11101

Doorbelasting kostenplaatsen bor/buitendienst/financiën (1)

 € 619.721

 6720001-35100

Inhuur beleidsmedewerker/regisseur watertaken

 € 100.000

8.1.4 Programmadeel: Facilitair

Doorbelastingen
Naast reguliere activiteiten die het team riolering en stedelijk water zelf uitvoert, coördineert en/of uitbesteed is ook sprake van doorbelastingen. Dit zijn activiteiten waarbij het team riolering en stedelijk water geen inspanningen voor hoeft uit te voeren (dit wordt door andere afdelingen in de organisatie gedaan). Alleen (een deel van) de gemaakte kosten worden doorbelast aan de begroting riolering. Deze activiteiten maken onderdeel uit van programmadeel facilitair.

Onderstaande tabel toont de activiteiten die wij binnen dit programmadeel in de planperiode voorzien.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 8-5: programmadeel facilitair planperiode 2026-2030

Budget
Net als bij de personeelskosten is ook bij het budget van dit programmadeel sprake van jaarlijkse fluctuaties inde budgetten (o.a. als gevolg van aanschaf van nieuw materieel). Het budget voor leveringen en/of inzet van derden in de planperiode is bepaald conform begroting 2025. Daarmee is in totaal jaarlijks circa € 1.192.000 beschikbaar. Dit is als volgt per kostensoortcode én taak verdeeld:

 6720001-11101

Doorbelasting kostenplaatsen bor/buitendienst/financiën (1)

 € 619.721

 6720001-21101

Doorbelasting kostenplaatsen tractie reiniging (2)

 € 380

 6720001-35101

Doorbelasting kostenplaatsen afdeling buitendienst (3)

 € 22.400

 6720001-38101

Doorbelasting kostenplaatsen automatisering (4) 

 € 28.219

 6720001-32020

Duurzame roerende zaken (financial lease) 

 € 100.000

 6720001-38002

Abonnementen en contributies

 € 30.000

 6720001-43800

Subsidies en bijdragen

 € 20.800

6.210.006

Doorbelasting straatvegen (33%)

 € 176.010

6.240.003

Doorbelasting Afwatering kanalen, vaarten en sloten (50%)

 € 191.213

6.630.002

Doorbelasting, Kwijtschelding gem. belastingen en heffingen (45%)

 € 3.285

Totaal budget programmadelen regulier exploitatie
In onderstaande tabel zijn alle budgetten van de vier programmadelen van de regulier exploitatie samengevat.

Tabel 8-6: totaal budget regulier exploitatie planperiode 2026-2020

8.2 Investeringen bestaand areaal

8.2.0 Inleiding

De investeringen aan het bestaand areaal zijn geclusterd in de volgende programmadelen:

  • Levensduur verlengend onderhoud vrijverval riolering

  • Groot onderhoud en vervanging mechanische riolering

  • Integrale projecten

8.2.1 Programmadeel: Levensduur verlengend onderhoud vrijverval riolering

Vanuit de strategie van risicogestuurd beheer (zie ook paragraaf 7.3.1) wordt de komende planperiode op jaarbasis is € 250.000 gereserveerd voor relinen van vrijverval riolering. Jaarlijks wordt op basis van de dan beschikbare inspectiedata en inzichten uit de rasmariant planning bepaald welke riolen gelined worden.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 8-7: programmadeel levensduur verlengend onderhoud vrijverval riolering planperiode 2026-2030

In de praktijk worden de jaarlijkse budgetten vaak geclusterd tot grotere projecten; bijvoorbeeld het budget van 2026 en 2027 wordt geclusterd tot één project; deze wordt uitgevoerd in 2028.

8.2.2 Programmadeel: Groot onderhoud en vervanging mechanische riolering

Uitgaven voor groot onderhoud (vervanging van complete kast + besturing of vervangen van totaal binnenwerk van een object), complete renovatie (vervanging van pomp(en), leidingwerk, besturingssysteem en kasten) en vervanging (complete voorziening) beschouwen wij als investeringen. Uitgaven voor groot onderhoud (vervanging van complete kast + besturing of vervangen van totaal binnenwerk van een object), complete renovatie (vervanging van pomp(en), leidingwerk, besturingssysteem en kasten) en vervanging (complete voorziening) beschouwen wij als investeringen.

De vervangingsbudgetten zijn gebaseerd op de 10-jarig gemiddelden uit de cyclische vervangingsplanning (zie Bijlage 7 Beheerstrategie mechanische riolering voor een detailonderbouwing). Jaarlijks wordt op basis van de dan beschikbare inspectiedata en inzichten (in de geest van risicogestuurd beheer) bepaald welke componenten van welke gemalen vervangen worden.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 8-8: programmadeel groot onderhoud en vervanging mechanische riolering planperiode 2026-2030

Net als bij het programmadeel levensduur verlengend onderhoud vrijverval riolering geldt ook voor dit programmadeel dat in de praktijk de jaarlijkse budgetten vaak geclusterd worden tot grotere projecten.

Vervanging mechanische leidingen
Op dit moment hebben wij circa 59 km mechanische riolering in eigendom en beheer. Op peildatum 2025 heeft dit areaal een vervangingswaarde van circa € 5,1 miljoen. Aanleg van deze voorzieningen is begonnen in de jaren 80. Dit betreft hoofdzakelijk de mechanische leidingen in het buitengebied. In de periode 1980-1990 is bijna een derde van het areaal aangelegd. Uitgaande van een gemiddelde technische levensduur van 60 jaar zijnde eerste grootschalige vervangingen pas voorzien vanaf 2040. De achterliggende jaren is gestaag landelijk ervaringsinzicht ontstaan in het vervangen van mechanische leidingen. Daaruit komt naar voren dat wijziging (meestal toename) in de afvoercapaciteit tot dusver veelal aanleiding is tot vervanging. En dat slijtage van de leidingen nauwelijks nog aanleiding geeft tot vervanging. Voorwaarde is wel dat tijdig onderhoud van pompen, reinigen van leidingen uitgevoerd wordt en toezicht op de lozingen op orde is.

Om die reden is voor dit WRP nog geen reservering opgenomen voor vervangingskosten van persleidingen. Mocht de situatie zich de komende planperiode voor doen dat als gevolg van een gewijzigde afvoercapaciteit vervanging van een leiding noodzakelijk is dan zullen de investeringsuitgaven voor deze vervanging doorbelast worden richting de initiatiefnemer van de ontwikkeling/aanleiding tot de gewijzigde afvoercapaciteit.

8.2.3 Programmadeel: Integrale projecten

Als onderdeel van het nieuwe WRP is vanuit het beheersysteem een nieuwe (risicogestuurde) onderhouds- en vervangingsplanning voor de vrijverval riolering opgesteld (peildatum maart 2024). De voorgestelde maatregelen zijn eerst afgestemd met overige kansen en maatregelen binnen het domein riolering (o.a. de resultaten vanuit de klimaatstresstest, aandachts- en knelpunten uit de BRP’s/SSW’s). Vervolgens zijn deze integraal afgestemd met andere (beheer)disciplines, beleidsvelden, opgave(n) en projecten. Het resultaat van deze afstemming levert een overzicht op van integrale projecten die of individueel binnen het domein riolering worden uitgevoerd en / of integrale transitie projecten openbare ruimte.

In deze integrale projecten werken we volgens het principe van toekomstbestendig werken volgens een wijk en buurgerichte aanpak. Dit betekent dat wanneer wij riolen gaan vervangen (omdat ze hun functie niet meer goedkunnen uitvoeren) wij dit moment benutten om de omgeving direct klimaatrobuust(er) te maken; werk-met-werk maken. Door klimaatverandering, hevigere buien, langere periodes van droogte en meer hitte, zullen wij in de projecten daarvoor meer en ander soort maatregelen moeten treffen. Een voorbeeld daarvan is het toepassen van technieken waarmee we zoveel mogelijk water lokaal proberen vast te houden (infiltreren in de bodem als dat goed mogelijk is en/of vasthouden in watergangen). Zodat er in tijden van droogte extra waterlokaal beschikbaar is. Ook bekijken we of met aanpassingen aan het groen gelijktijdig de biodiversiteit vergroot kan worden. Ook betrekken we in deze projecten actief de aanwonenden en bieden we ze bijvoorbeeld demogelijkheid om de straatzijde van hun daken af te koppelen.

Deze nieuwe manier van toekomstbestendig werken maakt dat de scope van de projecten steeds breder en complexer wordt. Dat heeft impact op de totale projectkosten.

In totaal zijn de komende planperiode 20 integrale projecten voorzien. In het beheersysteem zijn de contourgrenzen van deze projecten vastgelegd. Op basis van de binnen de contouren aanwezige arealen (riolen en wegoppervlak) zijn de budgetramingen voor de projecten bepaald (zie Bijlage 8 Onderbouwing budgetraming integrale projecten voor een detailonderbouwing). 

Hierbij maken wij onderscheid in:

  • Kosten voor vervangen van bestaand riool;

  • Kosten voor het bijleggen van een regenwaterriool;

  • Kosten voor het afkoppelen van verhard oppervlak (openbaar en particulier);

  • Overige maatregelen.

Deze 20 integrale projecten zijn ingedeeld in 3 urgentieklasses. Met de uitvoering van de projecten uit urgentieklasse 1 is, vooruitlopend op de besluitvorming van dit WRP, in 2025 al gestart. Via een separaatraadsvoorstel is het budget voor deze projecten aangevraagd én vrijgegeven (Raadsvergadering van 14 november 2024). Hierbij is tevens het budget voor de eerste jaarschijf van project Franeker, It Stilselplak (urgentieklasse 2) meegenomen.

In onderstaande tabel zijn de budgetramingen van alle 20 integrale projecten weergegeven. De budgetten die reeds door de Raad (raadsbesluit d.d. 14 november 2024) zijn vrijgegeven zijn apart gearceerd. Vanwege het feit dat de urgentieprojecten 1 (en een deel van 2) reeds in 2025 starten en deels doorlopen in de planperiode presenteren wij in deze tabel ook de geraamde budgetten voor de jaarschijf 2025.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 8-9: programmadeel integrale projecten planperiode 2026-2030
8.2.4 Onvoorziene zaken en/of calamiteiten

De achterliggende jaren hebben zich geen onvoorziene zaken en/of calamiteiten voorgedaan. Dit is deels te danken aan het sterk verbeterde inzicht in de toestand en het functioneren van het areaal (zie ook hoofdstuk 5). De kans dat zich de komende planperiode onvoorziene zaken en/of calamiteiten voordoen achten we klein maar kunnen we uiteraard niet uitsluiten. Mocht het zich voordoen dan ondernemen we (herstel)acties. Afhankelijk van aard en omvang bepalen we vervolgens hoe we met de kosten voor deze (herstel)actiesomgaan. We nemen op voorhand geen jaarlijks reservering op.

8.3 Nieuwe aanleg

In de komende planperiode zijn er verschillende nieuwbouwprojecten gepland. In totaal is met alle projecten voorzien in een netto uitbreiding van het aantal woningen met in totaal 1.040 stuks (planhorizon tot 2050). Bijlage 3 Details Woonvisie Waadhoeke toont een specificatie van alle nieuwbouwprojecten (ook projecten na de planperiode).

Conform Bouwbesluit 2012 is uitgangspunt bij nieuwbouw dat waterstromen (afval- en hemelwater) op het perceel gescheiden worden en gescheiden worden aangeleverd op de perceelsgrens. 

Ten aanzien van de (verdere) verwerking van hemelwater geldt daarbij de volgende voorkeursvolgorde:

  • Al het hemelwater naar oppervlakte water of infiltreren (ook van wegen);

  • Zoveel mogelijk naar oppervlakte water of infiltreren, maar waar nodig op een hemelwaterriool;

  • Al het hemelwater op een hemelwaterriool indien er geen of onvoldoende oppervlakte water aanwezig is en/of infiltratie niet mogelijk is.

Tijdens de “weging van het waterbelang” (voorheen de watertoets procedure) geldt deze voorkeursvolgorde als uitgangspunt en worden van daaruit de kaders voor het ontwerp op de betreffende nieuwbouwlocatie vastgesteld. 

Aanlegkosten nieuwe voorzieningen - grondexploitaties 
Kosten voor areaaluitbreiding als onderdeel van een grondexploitatie, worden gedekt uit deze grondexploitatie. Het betreft dan planvorming, ontwerp alsmede de aanlegkosten van de nieuwe voorzieningen. 

Aansluitkosten op gemeentelijke voorzieningen
Voor het maken van een nieuwe aansluiting op een gemeentelijke voorziening (riolering) brengt de gemeente de volgende kosten in rekening:

  • Het leggen van de aansluiting vanaf erfgrens tot aan riool, maximaal vijf meter, € 1.125,00 incl. BTW (prijspeil 2025).

  • Meerprijs aansluiting per meter, € 85,00 incl. BTW (prijspeil 2025).

Indexering van deze kosten vindt jaarlijks plaats op basis van de dan geldende CBS indexatie. 

8.4 Doorkijk middellange (2031-2050) en lange termijn (2051-2096)

Integrale projecten 2031-2050
Bij het opstellen van de projectenkaart zijn, naast de 20 projecten die in de planperiode gerealiseerd worden, ook projecten gedefinieerd die na de planperiode gerealiseerd worden. Deze projecten (in totaal 38 stuks) hebben een minder hoge urgentie; zo verkeren de riolen bijvoorbeeld nog in een voldoende goede technische staat waardoor ingrijpen nog enige tijd uitgesteld kan worden. De uitvoeringstermijn van deze projecten betreft 2031-2050. Voor deze projecten zijn al wel de projectcontouren en budgetramingen bepaald. Bijlage 9 Toekomstige integrale projecten (> 2030) bevat een overzicht van deze projecten.

Budgetreservering toekomstig integrale projecten 2051-2096
De aanpak van risicogestuurd programmeren en toekomstbestendig werken stelt ons veel beter in staat om een wijk- en buurtgerichte aanpak toe te passen. De integrale projecten kennen daarom ook duidelijk afgebakende projectlocaties.

Binnen deze projecten beschouwen we het totaal; dat betekent ook dat we riolen vervangen die op dit moment nog niet aan vervanging toe zijn, maar waar vervanging op dit moment wél doelmatig is. Deze aanpak leidt ertoe dat we de komende jaren minder bestaande riolen vervangen c.q. relinen in vergelijking tot deprogrammering op basis van technische levensduur 70 jaar conform het huidig vGRP. Dit levert investeringsruimte op. Deze benutten wij om, gelijktijdig met de aanpak van de bestaande riolen, maatregelen te treffen die de omgeving klimaatrobuust(er) maken. De budgetramingen van de integrale projecten houden tot en met 2024 min of meer gelijke trend houdt met de programmering volgens cyclische vervanging op basis van een technische levensduur van 70 jaar.

Op basis van de areaaldata en vervangingswaarde uit het beheersysteem is een budgetprognose integrale projecten met planhorizon 2096 (70 jaar) gegenereerd. Onderstaande grafiek toont het resultaat. Hieruit blijkt dat op middellange termijn (vanaf 2050 en verder) een jaarlijkse budgetprognose van gemiddeld € 3 miljoen wordt voorzien.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 8-1: budgetprognose integrale projecten 2026-2096

In Bijlage 9 Toekomstige integrale projecten (> 2030) is dit voorstel nader onderbouwd. 

Budgetreservering groot onderhoud en vervanging mechanische riolering
Onderstaande grafiek toont het verloop van de budgetreservering voor groot onderhoud en vervanging van mechanische riolering. Deze budgetten zijn gebaseerd op de 10-jarig gemiddelden uit de cyclische vervangingsplanning (zie Bijlage 7 Beheerstrategie mechanische riolering voor een detailonderbouwing). Vanwege de “aanleggolven” vertonen de budgetreserveringen sprongen; de gemiddelde jaarlijkse budgetreservering bedraagt circa € 250.000.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 8-2: budgetprognose groot onderhoud en vervanging mechanische riolering

9. Wat betekent dit voor onze financiën?

9.0 Inleiding

De uitgaven t.b.v. de gemeentelijke watertaken worden gedekt vanuit de rioolheffing die door de bewoners en ondernemers in de gemeente bijeengebracht wordt. Dit hoofdstuk beschrijft de uitgangspunten van het kostendekkingsplan en presenteert de onderbouwing van de rioolheffing.

De rioolheffing dient alle lasten uit het watertakenprogramma te ondervangen. In onderstaand figuur is de balans tussen de rioolheffing en de lasten weergegeven.

afbeelding binnen de regeling

De lasten van de watertaken worden door 5 componenten bepaald:

1. Visie en beheerstrategie (geel)

  • a.

    Beheerambitie en verschil in kwaliteitsniveaus

  • b.

    Begroting en MJOP

  • c.

    Beheerstrategie; risico's en effecten

2. Concernstrategie (rood)

  • a.

    Doorbelastingen

  • b.

    Kwijtschelding

  • c.

    Overhead

  • d.

    Compensabele BTW

3. Financieringsmethodiek (paars)

  • a.

    Kapitaallasten verleden

  • b.

    Investeringen ten lasten van de voorziening

  • c.

    Opbouw voorziening

4. Bedrijfsvoering (blauw)

  • a.

    Zelf doen of uitbesteden

  • b.

    Samenwerking

5. Heffingsgrondslag (groen)

Binnen deze componenten heeft de gemeente keuzemogelijkheden. Deze keuzemogelijkheden hebben invloed op de hoogte van de rioolheffing. In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten die hierin van toepassing zijn nader toegelicht. De specificatie van het kostendekkingsplan is opgenomen in Bijlage 10 Specificatie investeringsramingen 2026-2096.

9.1 Uitgangspunten en rekenmethode

Algemeen
Prijspeil, indexering en inflatie
Alle bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 2025. Er is geen rekening gehouden met indexering en/of inflatie. Bij toekomstig gebruik (in bijvoorbeeld begrotingen en budgetten) dienen de bedragen altijd te worden aangepast aan het dan geldende prijspeil. 

Eenheidsprijzen en staartkosten
De ramingen zijn gebaseerd op de kennisbank riolering van Stichting RIONED en eigen gemeentelijke ervaringscijfers uit nacalculaties. In de eenheidsprijzen zijn toeslagen voor uitvoeringskosten/CAR verzekering(10%), algemene kosten/winst en risico (12%) en (plan)voorbereiding en directie en toezicht op de werken(15%), voor die projecten die niet door de eigen organisatie uitgevoerd kunnen worden, meegenomen. De eenheidsprijzen zijn exclusief btw, deze is separaat inzichtelijk gemaakt. 

Planningshorizon kostendekkingsplan
De planningshorizon van het kostendekkingsplan is, net als bij het huidig vGRP, 70 jaar; 2026-2096.

1. Visie en beheerstrategie
In hoofdstuk 8 is het uitvoeringsprogramma van dit WRP toegelicht en zijn de verwachte uitgaven in de planperiode 2026-2030 gepresenteerd. De ramingen voor de uitgaven na de planperiode (vanaf 2031) zijn gebaseerd op de inzichten en meerjarenplanningen met peildatum 2024. 

Exploitatiekosten planperiode
De kosten voor het jaarlijks operationeel beheer vormen samen de exploitatiekosten. Deze kosten worden in één keer ten laste van de rioolexploitatie in het betreffende jaar gebracht. Binnen het programmadeel regulier onderhoud wordt op onderdelen (taak 3: reiniging en inspectie vrijverval riolering en taak 4: reiniging kolken en lijngoten) gerekend met 1% jaarlijkse kostenstijging als gevolg van de groei van het areaal.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 9-1: exploitatiekosten planperiode 2026-2030 (afgerond)

Investeringsuitgaven planperiode
De investeringsuitgaven komen direct ten laste van de voorziening riolering.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 9-2: investeringsuitgaven planperiode 2026-2030 (afgerond)

Budgetreservering middellange en lange termijn
Voor de budgetreservering investeringen middellange en lange termijn gelden de volgende uitgangspunten:

afbeelding binnen de regeling
Figuur 9-1: budgetreservering investeringen middellange en lange termijn

Aanlegkosten nieuwe voorzieningen - grondexploitaties
Kosten voor areaaluitbreiding als onderdeel van een grondexploitatie, worden gedekt uit deze grondexploitatie. Het betreft dan planvorming, ontwerp alsmede de aanlegkosten van de nieuwe voorzieningen.

2. Concernstrategie
Kwijtschelding
Op jaarbasis wordt een bedrag gereserveerd voor kwijtschelding/oninbaar. Conform begroting 2025 bedraagt dit € 243.675. Dit bedrag is ook als uitgangspunt gehanteerd voor de planperiode.

Doorbelastingen
Op jaarbasis worden van 3 onderdelen (een deel van) de kosten doorbelast richting de rioolheffing. Dit betreft de volgende onderdelen:

  • Kosten voor het straatreinigen (33% van de totale kosten, jaarlijks € 176.010)

  • Kosten voor het onderhoud aan watergangen (50% van de totale kosten, jaarlijks € 191.213)

  • Kosten voor verwerking van kwijtschelding, gemeentelijk belastingen en heffingen (de zogeheten perceptiekosten), jaarlijks circa € 3.285)

Dotatie voorziening
Investeringen aan de riolering worden direct gedekt ten laste van de voorziening. Om deze voorziening op peil te houden wordt jaarlijks een dotatie aan de voorziening gedaan. Bij het vaststellen van het huidig vGRP in 2020 is besloten in 10 jaar (tot en met 2030) via een ingroeiregeling een extra dotatie aan de voorziening riolering te doen. De dotatie in de jaren 2021 t/m 2030 wordt ieder jaar verhoogd met € 94.500 naar € 945.000. In 2025 bedraagt de dotatie aan de voorziening € 2.267.622.

Historische kapitaallasten verleden en rentevoet
Tot het ontstaan van de gemeente Waadhoeke in 2018 zijn investeringen die aan de riolering zijn gerealiseerd geactiveerd en als kapitaallast ten laste van de begroting gebracht (uitgangspunt rente 2,5%). Voor de jaarschijf 2025 bedragen de kapitaallasten uit het verleden € 626.300. Deze bouwen geleidelijk af tot een bedrag van circa€ 2.750 in 2081. Vanaf 2082 is geen sprake meer van kapitaallasten uit het verleden.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 9-3: ontwikkeling historische kapitaallasten planperiode 2026-2030

Overhead
De overhead vormt geen aparte post binnen de begroting maar wordt wel toegerekend aan de rioolheffing. Hierbij geldt voor 2025 als uitgangspunt een overhead percentage van 12,51%. De overhead voor de jaarschijf 2025 bedraagt € 717.821.

Compensabele BTW
De compensabele btw op de exploitatielasten en dotatie aan de voorziening wordt toegerekend aan de rioolheffing.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 9-4: specificatie compensabele btw

Baten
Naast de inkomsten uit de rioolheffing zijn er geen aanvullende baten. Kosten voor nieuwe rioolaansluitingen worden 1:1 doorbelast aan de aanvrager. Deze verrekening betreft dus een gesloten boekhouding. Eventuele subsidies worden in mindering gebracht op de betreffende investeringen.

3. Financieringsmethodiek
Investeringsuitgaven direct ten laste van de voorziening riolering
Conform de “Nota Waardering, activering en afschrijving Waadhoeke (2025)” worden investeringen voor grootonderhoud, vervanging en verbetering van bestaande voorzieningen direct gedekt ten laste van de voorziening riolering. Deze financieringsmethodiek is ingericht bij het ontstaan van de gemeente Waadhoeke in 2018. De voorziening riolering had op 1‑1‑2025 een stand van € 15.351.626. Naar verwachting heeft deze op 1‑1‑2026 (bij het begin van de planperiode) een stand van circa € 10,6 miljoen.

Voor- en nadelen in de reguliere exploitatie
Eventuele voor- en nadelen in de reguliere exploitatie worden tot dusver opgevangen vanuit de algemene middelen. Met name in het programmadeel regulier onderhoud is jaarlijks sprake van fluctuaties in de werkelijke kosten, omdat:

  • Wijziging van de energietarieven en fluctuatie in de draaiuren van de gemalen (in een relatief nat jaar verpompen de gemalen meer regenwater) leiden tot variatie in de jaarlijkse elektriciteitskosten;

  • Het aantal storingen en reparaties aan riolen en gemalen is niet elk jaar gelijk;

  • Bij uitbestede werkzaamheden zijn we mede afhankelijk van capaciteit van aannemers.

Derhalve wordt voorgesteld om met ingang van 2026 een egalisatievoorziening riolering (art. 44 lid 2) in te richten zodat eventuele voor- en nadelen in de reguliere exploitatie binnen de gesloten boekhouding van de rioolheffing opgevangen worden.

4. Bedrijfsvoering
Voor het efficiënt uitvoeren van de gemeentelijke watertaken levert lokale gebieds- en organisatiekennis op onderdelen een duidelijke meerwaarde op. Daarom wordt de lijn van het huidig vGRP doorgezet. Dit betekent dat veel activiteiten grotendeels zelfstandig in eigen beheer worden uitgevoerd. Op onderdelen waar specialistische kennis bij benodigd is (bijvoorbeeld onderzoek naar het technisch functioneren of de voorbereiding van de complexe/grootschalige vervangings- en verbeteringsprojecten) wordt externe kennis c.q. capaciteit ingeschakeld.

5. Heffingsgrondslag rioolheffing
Grondslag rioolheffing
De grondslag van de rioolheffing bestaat uit 2 delen:

  • Een vast basistarief (eigenarenheffing) voor de bekostiging van de zorgtaken voor hemel- en grondwater;

  • Het gebruikersheffing afhankelijk van de gebruikerssituatie op 1 januari (één persoon, twee of meer personen, bedrijvigheid of recreatieterreinen).

Gebruikers van garageboxen/opslagruimtes met minder dan 10 m³ waterverbruik krijgen alleen het basistarief in rekening gebracht. Ook gebruikers van bebouwde percelen in het buitengebied die niet lozen op de riolering of gemeentewater, krijgen alleen het basistarief in rekening gebracht.

Toename heffingseenheden als gevolg van areaaluitbreiding
Er wordt de komende planperiode rekening gehouden met een jaarlijkse toename van 10 heffingseenheden(woningen). Na de planperiode (vanaf 2031) wordt rekening gehouden met een jaarlijkse toename van 5 eenheden. In totaal wordt voor de periode 2026-2048 uitgegaan van een toename van 140 eenheden. Binnen het programmadeel regulier onderhoud wordt op onderdelen (taak 3: reiniging en inspectie vrijverval rioleringen taak 4: reiniging kolken en lijngoten) gerekend met 1% jaarlijkse kostenstijging als gevolg van de groei van het areaal. 

Inkomsten rioolheffing
In 2025 wordt in totaal circa € 6,9 miljoen aan rioolheffing opgelegd.

9.2 Ontwikkeling verhaalbare lasten en voorziening riolering planperiode

Onderstaande grafiek toont het verloop van de totale lasten en de verhaalbare kosten riolering. Hierin zijn de verschillende lastencomponenten zoals toegelicht in de vorige paragraaf apart aangegeven.

Als gevolg van toenemende uitgaven voor het instandhouden én verbeteren van het areaal is in de planperiode 2026-2030 gemiddeld sprake van een jaarlijkse stijging van circa 2,2% in de verhaalbare kosten.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 9-2: ontwikkeling lasten en totaal verhaalbare kosten planperiode 2026-2030

Onderstaande grafiek en tabel tonen de ontwikkeling van de voorziening riolering.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 9-5: ontwikkeling voorziening planperiode 2026-2030
afbeelding binnen de regeling
Figuur 9-3: ontwikkeling voorziening planperiode 2026-2030

Omdat in de planperiode de onttrekking uit de voorziening groter is dan de jaarlijkse dotatie zal de stand van de voorziening geleidelijk teruglopen. Naar verwachting heeft de voorziening aan het einde van de planperiode een stand van circa € 8,2 miljoen.

9.3 Ontwikkeling verhaalbare lasten en voorziening riolering lange termijn

Wanneer de huidige koers t.a.v. de jaarlijkse dotatie aan de voorziening wordt gevolgd is deze vanaf 2041negatief; dit is niet toegestaan. Er is daarom op termijn een aanvullende dotatie aan de voorziening nodig. Het voorstel is om, vergelijkbaar als met het huidig GRP; na de planperiode (vanaf 2031) een jaarlijks gestaffelde extra dotatie van € 95.000 aan de voorziening riolering te doen.

Het verloop van de voorziening, met een extra dotatie vanaf 2031 is weergegeven in onderstaand figuur.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 9-4: ontwikkeling voorziening lange termijn 2026-2096

De extra dotatie is in de basis ontoereikend om een negatieve stand van de voorziening te voorkomen. Vanaf medio 2050 is sprake van een negatieve voorziening.

De voorgestelde budgetprognose van gemiddeld € 3 miljoen per jaar voor integrale projecten op middellange termijn (vanaf 2040 en verder) is bepalend voor de ontwikkeling van de voorziening. Deze prognose kent een aantal onzekerheden (zie ook Bijlage 9 Toekomstige integrale projecten (> 2030)).

De keuze over het eventueel verhogen van de extra dotatie aan de voorziening riolering zal uiterlijk pas in 2045,bij de vierde actualisatie van dit WRP; het WRP Waadhoeke 2046-2050, gemaakt moeten worden. Op dat moment zijn alle bestaande riolen ondertussen minimaal één keer geïnspecteerd en is het functioneren van de riolen in de dorpen en stad Franeker minimaal één keer opnieuw bepaald via modelberekeningen. Daarnaast wordt nog 20 keer de jaarlijkse P&C cyclus doorlopen. Vooruitlopend op de (andere) inzichten die daaruit naar voren komen doen we daarom nu nog geen voorstel voor een eventuele extra dotatie aan de voorziening.

9.4 Hoe kunnen wij dat bekostigen?

Op dit moment (2025) is sprake van een kostendekkendheid van 94,6% op de tarieven rioolheffing. De overige 5,4% wordt opgevangen vanuit de algemene middelen. De jaarlijkse ontwikkeling van de tarieven wordt bepaald op basis van de stijging van de verhaalbare kosten. In 2026 is sprake van een stijging van de verhaalbare kosten van 4,0%. Vanaf 2027 t/m 2030 bedraagt de jaarlijkse stijging 1,7%.

Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de tarieven rioolheffing in de planperiode. In deze tarieven is nog geen rekening gehouden met prijsindexatie. Indexering zal jaarlijks gebeuren op basis van de dan geldende CBS indexatie.

afbeelding binnen de regeling
Tabel 9-6: ontwikkeling tarieven rioolheffing planperiode 2026-2030 (op prijspeil 2025)

10. Hoe gaan wij verder?

Dit ontwerp WRP wordt in het najaar van 2025 ter vaststelling aangeboden aan college en gemeenteraad. Na vaststelling vindt publicatie plaats via de daarvoor gebruikelijke kanalen.

Jaarlijkse (financiële) review
Binnen de reguliere P&C cyclus doen wij de komende planperiode jaarlijks een (financiële) review als evaluatie- en bijstuurmiddel. In onderstaand schema is het proces van deze (financiële) review gevisualiseerd.

afbeelding binnen de regeling

Overzicht informatieobjecten

Bijlage 1 Begrippenkader

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_1_Begrippenkader/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 2 Evaluatie uitvoeringsprogramma huidige vGRP

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_2_Evaluatie_uitvoeringsprogramma_huidige_vGRP/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 3 Details Woonvisie Waadhoeke

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_3_Details_Woonvisie_Waadhoeke/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 4 Onderbouwing nulmeting

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_4_Onderbouwing_nulmeting/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 5 Functionele eisen maatstaven en meetmethoden

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_5_Functionele_eisen_maatstaven_en_meetmethoden/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 6 Formatiescan RIONED

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_6_Formatiescan_RIONED/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 7 Beheerstrategie mechanische riolering

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_7_Beheerstrategie_mechanische_riolering/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 8 Onderbouwing budgetraming integrale projecten

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_8_Onderbouwing_budgetraming_integrale_projecten/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 9 Toekomstige integrale projecten (> 2030)

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_9_Toekomstige_integrale_projecten_na_2030/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 10 Specificatie investeringsramingen 2026-2096

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_10_Specificatie_investeringsramingen_2026_2096/nld@2026‑04‑24;1

Bijlage 11 Specificatie kostendekkingsplan

/join/id/regdata/gm1949/2026/Bijlage_11_Specificatie_kostendekkingsplan/nld@2026‑04‑24;1