Beheerverordening gemeente begraafplaatsen Zuidplas 2026

Geldend van 01-05-2026 t/m heden

Intitulé

Beheerverordening gemeente begraafplaatsen Zuidplas 2026

De raad van de gemeente Zuidplas;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2025;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

B e s l u i t

  • 1.

    De Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021 in te trekken;

  • 2.

    De beheerverordening gemeente begraafplaatsen Zuidplas 2026 vast te stellen

HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: de persoon of rechtspersoon die opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkings- plechtigheid of asverstrooiing en hiervoor de betalingsplichtige is. En/of de persoon of rechtspersoon die de uitgifte van een graf, (kelder-) urnengraf, urnennis of gedenkteken verzoekt en hiervoor de betalingsplichtige is;

  • b.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waar de mogelijkheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van een lijk;

  • c.

    asbus: een bus ter berging van as van een lijk;

  • d.

    babygraf: een particulier graf waarin een lijk vanaf 24 weken zwangerschap tot 1 jaar na geboorte worden begraven;

  • e.

    begraafplaats::

    • Begraafplaats De Essehof, Kerkhofpad 1 te Nieuwerkerk a/d IJssel;

    • de gesloten begraafplaats Oude Begraafplaats, Prinses Beatrixstraat 4 te Nieuwerkerk a/d lJssel;

    • begraafplaats Zevenhuizen, Zuidplasweg 3 te Zevenhuizen;

    • Nieuwe Algemene Begraafplaats, Middelweg 45a te Moordrecht;

    • Algemene begraafplaats, Koningin Julianastraat 11 te Moordrecht;

    • Algemene begraafplaats Westhage, Akkerweg 84 te Moerkapelle;

    • de Oude begraafplaats Moerhage, Beatrixlaan 2 te Moerkapelle.

  • f.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

  • g.

    belanghebbende: een verzamelnaam voor alle contactpersonen met een belang bij een algemeen graf, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechthebbende.

    Belanghebbenden maken deel uit van de categorie ‘gebruikers’;

  • h.

    beschermd bijzonder graf: een algemeen of particulier graf waarvoor door het college van burgemeester en wethouders de status beschermd bijzonder graf voor onbepaalde tijd is vastgesteld;

  • i.

    betalingsplichtige; de aanvrager van een begrafenis of bijzetting in graf/kelder/urnenplaats of voor een vergunning aanvraag grafbedekking;

  • j.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas;

  • k.

    eigenaar grafbedekking: natuurlijk persoon of rechtspersoon die met toestemming van de rechthebbende of belanghebbende de grafbedekking op een graf in eigendom heeft;

  • l.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, danwel degene die redelijkerwijs geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden (belanghebbend).

  • m.

    gebruikrecht: het recht op het gebruik van een ruimte in een algemeen graf;

  • n.

    graf: een ruimte waar een lijk of de restanten daarvan wordt begraven;

  • o.

    grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door het college het grafrecht wordt verleend;

  • p.

    grafbedekking: monumenten, gedenktekens of vaste planten die op het graf of de urnenplaats zijn geplaatst;

  • q.

    grafrecht: het recht van gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een urnenplaats, het doen plaatsen van een naamplaatje, hetzij het uitsluitend recht op een particulier graf;

  • r.

    keldergraf: een kunststof, betonnen of gemetselde constructie die in de grond is geplaatst en waarin een of meerdere lijken worden begraven en begraven gehouden of asbussen worden bijgezet;

  • s.

    kindergraf: een particulier graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van een persoon vanaf 1 tot en met 11 jaar;

  • t.

    lijkbezorging: het lijk laten begraven of cremeren of op een andere bij of krachtens de wet voorziene wijze;

  • u.

    monument: een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat, of ander gedenkteken ter nagedachtenis van een overledene;

  • v.

    particulier graf: een particulier graf, keldergraven daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van een lijk en het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • w.

    plaatsingsrecht: het recht tot het doen aanbrengen van een naamplaatje op een algemene herdenkingszuil bij een asverstrooiingsveld;

  • x.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier (kelder-)urnengraf, een particuliere urnenplaats of een urnennis;

  • y.

    schudden of samenvoegen: het op verzoek van de rechthebbende een graf extra diep uitgraven, waarbij de overblijfselen van meerdere lagen worden samengevoegd op of onder de onderste laag.

  • z.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • aa.

    urnengraf: een particulier graf, een urnenkeldergraf daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen en het verstrooien van as;

  • bb.

    urnennis: een nis in een urnenmuur waarin de gelegenheid wordt geboden tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • cc.

    urnenplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het plaatsen van en geplaatst houden van asbussen of urnen in een bovengrondse urnenvoorziening;

  • dd.

    verstrooiingsplaats: een plaats bij de gemeente in beheer waar as van een overledene kan worden verstrooid;

  • ee.

    wet: Wet op de Lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving;

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder ‘particulier graf’ mede verstaan: kindergraf, babygraf, keldergraf, urnengraf en urnenplaats.

Artikel 3. Beheer

  • 1. Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college.

  • 2. Het beheer omvat:

    • a.

      dagelijkse leiding van de gemeentelijke begraafplaatsen;

    • b.

      de bijbehorende administratie van de begraafplaatsen;

    • c.

      het onderhouden van de begraafplaatsen;

  • 3. Het college wijst één of meer verantwoordelijken aan voor het dagelijkse beheer en de administratie.

HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 4. Openstelling begraafplaatsen

  • 1. De begraafplaatsen zijn dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.

  • 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van begrafenissen, de bezorging van as of algemene herdenkingsbijeenkomsten.

Artikel 5. Ordemaatregelen

  • 1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of Iaten verwijderen.

  • 3. Het is verboden om met motorrijtuigen op de begraafpIaats(en) te rijden, behalve met toestemming van de beheerder. Motorvoertuigen waarvoor toestemming is verleend mogen alleen op de daartoe aangewezen rijwegen rijden en niet harder rijden dan 5 km per uur. Motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen.

  • 4. Het is niet toegestaan om op de begraafplaats te fietsen en te skeeleren, tenzij anders bepaald.

  • 5. De beheerder is bevoegd om bezoekers met een beperking toestemming te verlenen voor het bezoeken van de begraafplaats met een fiets, rolstoel of ander aangepast voertuig.

  • 6. Huisdieren zijn niet toegestaan op de begraafplaatsen, met uitzondering van hulphonden.

  • 7. Asverstrooiing op de begraafpIaats(en) is alleen mogelijk in overleg met, na toestemming van en in het bijzijn van de beheerder.

  • 8. Het verontreinigen van de begraafplaats en het plaatsen van gebruiksvoorwerpen buiten de grafafmetingen, zoals afval, vazen, potten, gieters, gereedschap en bankjes, is niet toegestaan.

  • 9. Lopen op graven is niet toegestaan in verband met respect voor de overledenen en nabestaanden, het voorkomen van schade aan de grafbedekking en andere voorwerpen op het graf, tenzij de bereikbaarheid voor uitvoering van werkzaamheden belemmerd wordt.

  • 10. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

  • 11. Het college kan via nadere regels aanvullende ordemaatregelen vaststellen.

Artikel 6. Plechtigheden

  • 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en andere plechtigheden, niet zijnde een begrafenis, op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen van tevoren schriftelijk zijn gemeld bij de begrafenisadministratie. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  • 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder en/of de medewerkers van de begraafplaats.

Artikel 7. Opgravingen, samenvoegingen en ruimingen

  • 1. Bij het opgraven van overledenen, de samenvoeging van stoffelijke resten en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

  • 2. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent het opgraven, samenvoegen en ruimen van graven.

HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1. Degene die wil begraven, as wil bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaatsen op aanwijzen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar hebben gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij de werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

  • 3. De rechthebbende is verplicht bij een bijzetting in een particulier graf voor de tijdelijke verwijdering van gedenktekens en grafbedekking ofwel het vrijmaken van het graf te zorgen. Dit is voor rekening van de rechthebbende en dient drie volle werkdagen voor de geplande bijzetting gereed te zijn.

  • 4. Wanneer de rechthebbende de actie uit lid 3 nalaat of niet volledig uitvoert zal de gemeente de daaruit voortvloeiende werkzaamheden in rekening brengen bij de rechthebbende.

Artikel 9. Lijkomhulsel en grafgiften

  • 1. Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkomhulsels, die voldoen aan de in of krachtens de wet dan wel op basis van publiekrechtelijke verordeningen, privaatrechtelijke reglementen, adviezen of algemene voorwaarden gestelde regels ten aanzien van de doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid. Genoemde regels zijn vastgesteld in het Besluit op de lijkbezorging en de Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.

  • 2. Rechthebbenden of belanghebbenden zijn verplicht bij het verzoek tot het verlof tot begraven en op het aanvraagformulier voor een begrafenis het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven.

  • 3. Het is verboden om te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.

  • 4. Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen en/of vervuilend zijn.

  • 5. De beheerder kan bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel verzoeken om een schriftelijke verklaring omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen.

  • 6. De beheerder kan door middel van steekproeven controleren of aan de bepalingen in dit artikel is voldaan.

Artikel 10. Te overleggen stukken

  • 1. Tot begraving wordt niet eerder overgegaan dan nadat het verlof tot begraven en het registratiedocument behorende bij het lijkomhulsel, digitaal en ondertekend zijn overgelegd aan de beheerder.

  • 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overlegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn, met minimaal 5 jaar, zodanig dat de dan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

  • 4. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven dient het bedoelde verlof van de burgemeester worden overlegd.

  • 5. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 11. Tijden van begraven en asbezorging

De tijden van begraving en bijzetting worden door het college bij nadere regels vastgesteld.

Artikel 12. Gemeentelijke voorzieningen

  • 1. Het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, voor zover aanwezig of beschikbaar, dient schriftelijk te worden aangevraagd bij de beheerder, uiterlijk om 8.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden.

    Wanneer later dan dit moment een aanvraag bij de beheerder binnenkomt is het mogelijk dat de voorziening niet meer beschikbaar kan worden gesteld.

  • 2. Het college kan bij nader vast te stellen regels voorwaarden verbinden aan het gebruik van gebouwen die bij de gemeente in beheer zijn.

HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN

Artikel 13. Indeling graven en asbezorging

Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

  • a.

    particuliere graven;

  • b.

    algemene graven.

Artikel 14. Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen

  • 1. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel bijzettingen van asbussen er in en op de particuliere urnengraven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de particuliere graven.

  • 2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen kunnen worden bijgezet in algemene graven. Asbus bijzettingen zijn niet toegestaan in algemene graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de algemene graven.

  • 3. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel asbussen met of zonder urn in urnennissen worden bijgezet.

Artikel 15. Volgorde van uitgifte

  • 1. Graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2. Bij een bijzondere situatie kan een andere locatie worden aangevraagd bij de beheerder. Dit dient schriftelijk te worden gemotiveerd bij de aanvraag van de begrafenis.

  • 3. De beheerder kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving (reservering) en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

  • 4. Het college bepaalt via nadere regels onder welke voorwaarden reserveringen mogelijk zijn.

Artikel 16. Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en gebruiksvoorwaarden.

Artikel 17. Termijnen particuliere graven en algemene graven

  • 1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, grafrechten. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels de termijnen. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf wordt uitgegeven.

  • 2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met via nadere regels vast te stellen termijnen, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3. Het gebruik van algemene graven wordt verleend voor een bij nadere regels vast te stellen termijn. Deze termijn kan niet worden verlengd.

  • 4. Indien een rechthebbende afstand heeft gedaan van zijn asbus en deze niet wenst op te halen, wordt de as ambtshalve verstrooid, op een door de beheerder te bepalen tijdstip en plaats, zonder kennisgeving aan en buiten aanwezigheid van nabestaanden.

  • 5. Dubbelgraven (twee enkele graven naast elkaar) worden uitgegeven voor een gelijke termijn vanaf eenzelfde datum en kunnen alleen gelijktijdig verlengd worden voor eenzelfde termijn. Bij een bijzetting waarbij de resterende termijn minder is dan de vereiste wettelijke grafrust van 10 jaar dienen de beide rechten gelijktijdig verlengd te worden met een gelijke termijn van minimaal 5 jaar.

Artikel 18. Keldergraven

  • 1. Het college kan aan de rechthebbende van een particulier graf op een bijzonder graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden in de nadere regels.

  • 2. Het college kan in nadere regels voorwaarden stellen aan het gebruik van bestaande keldergraven.

  • 3. Het college kan in nadere regels voor reeds bestaande keldergraven de vergunningsvoorwaarden wijzigen of intrekken.

Artikel 19. Grafrechten en overschrijving van verleende rechten

  • 1. Voor particuliere graven worden grafrechten geheven overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in de Verordening op de invordering en heffing op de lijkbezorging Zuidplas.

  • 2. Het college kan het recht op een graf op schriftelijk verzoek van de rechthebbende overschrijven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 3. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 4. Na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn vervalt het graf aan de gemeente maar kan het college het particuliere graf alsnog op naam laten stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

  • 5. De rechthebbende en/of belanghebbende is verplicht om zijn/haar adresgegevens aan de beheerder van de begraafplaats op te geven, alsmede de wijziging van hun adres.

Artikel 20. Vervallen grafrechten

  • 1. Het grafrecht vervalt:

    • a.

      door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;

    • b.

      indien de rechthebbende afstand doet van het recht;

  • 2. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      indien de betaling van het grafrecht —ondanks een aanmaning —niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;

    • b.

      indien de rechthebbende —ondanks een aanmaning —in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • c.

      indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving van het recht niet wordt gedaan binnen de in artikel 19, lid 3 genoemde termijn van zes maanden na het overlijden van de rechthebbende;

  • 3. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.

Artikel 21. Afstand doen van graven

Een rechthebbende op een grafrecht kan hiervan afstand doen door middel van een schriftelijk bericht aan de beheerder. In het geval een rechthebbende afstand doet van het grafrecht ontvangt de rechthebbende daarvan een schriftelijke bevestiging.

HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 22. Vergunning grafbedekking

  • 1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

  • 2. De rechthebbende van een particulier graf of de belanghebbende van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

  • 3. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

  • 4. Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      Niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

    • b.

      De grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      De duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      De constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

  • 5. College kan bij nadere regels het plaatsingsrecht voor naamplaatjes op algemene herdenkingszuilen regelen.

  • 6. Het is verboden, anders dan met toestemming van het college, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten. Uitgezonderd onderhoudswerkzaamheden.

  • 7. Alleen de rechthebbende of belanghebbende geeft toestemming tot plaatsen van een grafbedekking.

Artikel 23. Aansprakelijkheid

  • 1. Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijft de rechthebbende, belanghebbende, gebruiker of de eigenaar van de grafbedekking aansprakelijk voor de in artikel 22 bedoelde grafbedekking en gedenkmonument, maar ook beplantingen en andere voorwerpen. AI hetgeen wat op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende, belanghebbende, gebruiker of eigenaar van de grafbedekking te zijn aangebracht.

  • 2. Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of (tijdelijk) verwijderen van de grafbedekking geschiedt door en voor rekening en risico van de rechthebbende, belanghebbende, gebruiker of eigenaar van de grafbedekking.

  • 3. Schade en eventuele gevolgschade door derden is voor rekening en risico van de rechthebbende, belanghebbende, gebruiker of eigenaar van de grafbedekking en deze dient de daaraan toegebrachte schade, door welke omstandigheid ook, op eerste aanschrijven te herstellen.

  • 4. Indien binnen twaalf weken na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is de beheerder bevoegd tot verwijdering en afvoer van de gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan zonder dat deze tot enige financiële compensatie of vergoeding verplicht is.

  • 5. Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie van de grafbedekking naar het oordeel van de beheerder een veiligheidsrisico voor personen en/of omgeving bestaat, kan de beheerder direct maatregelen treffen.

Artikel 24. Onderhoud door de beheerder van de begraafplaats

  • 1. Het college voorziet in het algemeen onderhoud van de begraafplaats. Dit betreft het onderhouden van de wegen en paden, bomen, algemeen groen en algemene voorzieningen zoals de watertappunten. Daarnaast zorgt het college voor het rechtzetten van monumenten ten gevolge van verzakking en het aanvullen van graven na verzakking. Mits deze verzakking resultaat is van werkzaamheden aan het graf of aan het naast gelegen graf. Verzakkingen ingevolge van het verteringsproces van de kist worden tevens door de gemeente verholpen. Voor alle overige verzakkingen of scheefstand is de rechthebbende, belanghebbende, gebruiker, of eigenaar van de grafbedekking zelf verantwoordelijk.

  • 2. De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om, zonder toestemming van de rechthebbende, belanghebbende of eigenaar van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale hoogte uitreikt, terug te zetten of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een financiële compensatie of vergoeding.

  • 3. Voor het onderhouden van de graven worden rechten geheven overeenkomstig het bepaalde in de Verordening op de invordering en de heffing op de lijkbezorging Zuidplas.

Artikel 25. Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende

  • 1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking gebeurt door, voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker van het graf.

  • 2. De rechthebbende, belanghebbende, gebruiker of eigenaar is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent een nadere specificering en de wijze van onderhouden.

  • 3. Indien de rechthebbende, belanghebbende, gebruiker of eigenaar nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan de beheerder de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking verwijderen. Het verwijderde, met uitzondering van beplanting, blijft gedurende vier weken ter beschikking van de rechthebbende of de belanghebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige financiële compensatie of vergoeding verplicht is.

  • 4. De verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat het college de rechthebbende, belanghebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende, belanghebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. De termijn die hiervoor gehandhaafd wordt is 12 weken na versturen van de brief of plaatsing van het bordje.

  • 5. Het college kan de rechthebbende, belanghebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn van 12 weken. Indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van de beheerder het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden en/of de omgeving, zal de gemeente direct handelen.

  • 6. Kosten voor herstel maar ook van schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, storm, bliksem, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, komt voor rekening van de rechthebbende, belanghebbende of gebruiker of eigenaar.

Artikel 26. Grafbeplanting

  • 1. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de aard, de afmetingen en de wijze van aanbrengen van grafbeplanting.

  • 2. Rechthebbenden of gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van niet blijvende- beplantingen op een graf of het tijdig verwijderen daarvan wanneer zij verwelkt zijn.

  • 3. Wanneer het bepaalde in het tweede lid in een verwaarloosde staat verkeren kunnen deze door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak door een rechthebbende of een gebruiker kan worden gemaakt op schadevergoeding.

  • 4. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd zonder dat de rechthebbende of gebruiker hierover geïnformeerd hoeft te worden.

Artikel 27. Tijdelijke verwijdering van blijvende grafbedekking

  • 1. Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken en grafbedekking respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een overledene of de bijzetting van een asbus in het particulier graf geschiedt namens de rechthebbende en is voor rekening en risico van de rechthebbende. Wanneer er schade ontstaat door derden zijn zij hiervoor aansprakelijk.

  • 2. Kosten door werkzaamheden aan omliggende graven ten behoeve van rituelen, zijn voor rekening van de rechthebbende.

  • 3. Een rechthebbende, belanghebbende, gebruiker of eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen door de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

  • 4. Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat tijdelijk grond op een graf geplaatst wordt, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

  • 5. De gemeente zal er alles aan doen om de beplanting die teruggeplaatst moet worden na een bijzetting, in een zo goed mogelijke staat te houden. Het kan echter voorkomen dat na terugplaatsing de beplanting niet meer aanslaat. Hiervoor neemt de gemeente geen verantwoordelijkheid.

Artikel 28. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1. De grafbedekking dient voor het verstrijken van de termijn te worden verwijderd.

  • 2. Indien de grafbedekking bij afloop van de grafrechtentermijn niet verwijderd is, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige financiële compensatie of vergoeding verplicht is.

  • 3. De grafbedekking wordt na het verstrijken van de termijn van uitgifte in opdracht van de beheerder door de begraafplaatsmedewerkers van het graf verwijderd.

  • 4. Ten minste een jaar voorafgaande aan het aflopen van de graftermijn wordt de rechthebbende of belanghebbende hierover per brief door het college geïnformeerd en wordt de rechthebbende of belanghebbende geïnformeerd over het verwijderen van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is, maakt het college het verlopen van de graftermijn gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 5. Voorafgaande aan de verwijdering van de grafbedekking door de rechthebbende of belanghebbende is melding en toestemming van de beheerder nodig over het tijdstip en wijze van verwijdering.

Artikel 29. Losse voorwerpen (niet zijnde bloemen of planten in een kunststof pot of vaas)

  • 1. Het is niet toegestaan om losse voorwerpen (die kunnen wegwaaien/breken) te plaatsen op een grafbedekking. Onder losse voorwerpen wordt verstaan voorwerpen die niet op of aan de grafbedekking zijn of kunnen worden bevestigd.

  • 2. Losse voorwerpen zoals in dit artikel bedoeld kunnen door de beheerder van de grafbedekking worden verwijderd. In dat geval worden de voorwerpen voor een periode van vier weken bewaard en kunnen door de rechthebbende of gebruiker worden opgehaald. Na de termijn van vier weken staat het de beheerder vrij de voorwerpen te (laten) vernietigen zonder tot enige financiële compensatie of vergoeding aan de rechthebbende of gebruiker gehouden te zijn.

HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN EN URNENFACILITEITEN.

Artikel 30. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1. Het voornemen van het college om een graf te laten ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het grafrecht of het gebruiksrecht verloopt per brief aan de rechthebbende, belanghebbende of gebruiker bekend gemaakt Wanneer het adres van de rechthebbende, belanghebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan tot alsnog cremeren van de overblijfselen.

  • 4. Van de bij de ruiming van het graf aanwezige asbussen wordt de betreffende as verstrooid, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan om de asbus elders te begraven.

  • 5. Bij het opgraven van menselijke resten en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

  • 6. Het college kan nadere regels vaststellen over het ruimen, schudden, bezorgen van overblijfselen en as en het plaatsingsrecht voor gedenkplaatjes.

HOOFDSTUK 7. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN BIJZONDERE GRAFBEDEKKING

Artikel 31. Lijst historische graven

  • 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. Van de in het eerste lid bedoelde lijst wordt aantekening gemaakt in het grafregister.

  • 2. Voordat tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de in lid 1 genoemde lijst te worden bijgeschreven.

  • 3. Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 8. INRICHTING REGISTER

Artikel 32. Voorschriften

  • 1. De administratie bevat een openbaar register van diegenen die zijn begraven of waarvan de as is bezorgd. In dit register worden de naam, de geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting.

  • 2. De administratie bevat naast het openbare register ook een niet openbaar register waarin de gegevens van alle rechthebbenden, gebruikers en belanghebbenden van de graven en urnenplaatsen, met hun namen en adressen en geboortedatum zijn opgenomen. De gegevens van rechthebbenden en belanghebbenden kunnen worden verstrekt aan derden, indien hun belangen dit rechtvaardigen.

  • 3. De rechthebbenden van particuliere graven, urnennissen of urnengraven, gebruikers en belanghebbenden van algemene graven en eigenaren van grafbedekkingen voor zover niet de rechthebbende of belanghebbende van het graf, zijn verplicht wijzigingen in NAW-gegevens binnen een maand aan de administratie van de begraafplaats door te geven.

  • 4. Het grafregister inclusief plattegrond van de begraafplaatsen, wordt bijgehouden door de beheerder van de begraafplaats.

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN

Artikel 33. Beslissingsbevoegdheid

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 34. Intrekking oude regeling

  • 1. Op het tijdstip waarop deze verordening in werking treedt, wordt de ‘beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021, vastgesteld op 29 juni 2021, ingetrokken.

Artikel 35. Overgangsbepaling

  • 1. Besluiten van het college van de gemeente Zuidplas van voor 1 januari 2026 die genomen zijn krachtens de destijds geldende verordeningen op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, is daarop deze verordening van toepassing.

Artikel 36. Strafbepaling

Eenieder die handelt in strijd met artikel 4 derde lid, artikel 5 en artikel 6 tweede lid wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie als bedoeld in het Wetboek van strafrecht.

Artikel 37. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2026.

Artikel 38. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2026.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Zuidplas in de openbare raadsvergadering van 13 januari 2026.

de griffier

de voorzitter