Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761116
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761116/1
Beleidsregels Vermogen, giften en overige middelen Participatiewet gemeente Sluis
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels Vermogen, giften en overige middelen Participatiewet gemeente SluisGelet op
Participatiwet, art. 31;
Participatiwet, art. 34
overwegende, dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis (hierna het college):
- •
het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een vermogen bij uitkeringsgerechtigden kan worden vastgesteld.
- •
daartoe de beleidsregels Vermogen, giften en overige middelen gemeente Sluis 2025-2027 wenst vast te stellen;
- •
Op 1 januari 2026 is de Participatiewet in balans in werking getreden. In de aangepaste wet zijn duidelijke bepalingen opgenomen over de vrijlating van giften en van bijdragen die leiden tot een besparing op de bijstand (zoals bijvoorbeeld voorzien in boodschappen of het betalen van de huur). Het vastgestelde vrijlatingsbedrag van € 1.200,- per jaar zorgt ervoor dat giften en besparingen tot dit bedrag, geen invloed hebben op het recht op bijstand. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden giften en besparingen mogen ontvangen zonder dat dit onmiddellijk gevolgen heeft voor hun recht op uitkering. Ontvangt de uitkeringsgerechtigde meer dan het vrijlatingsbedrag, dan moeten wij beoordelen of het vrijlaten daarvan verantwoord is uit oogpunt van bijstandsverlening. In deze beleidsregels geven wij aan in welke gevallen hiervan sprake is.
Omdat giften en bijstandsbesparende bijdragen onderdeel uitmaken van het veel bredere middelenbegrip, zijn in deze beleidsregels ook andere onderdelen van dat middelenbegrip opgenomen die nadere uitwerking behoeven. Het gaat hierbij onder meer om inkomsten uit kansspelen, schadevergoedingen en vermogensaspecten.
Het dagelijks bestuur van de gemeente Sluis;
gelet op artikel 18, lid 8*, artikel 31, lid 2, onderdeel l en m en artikel 34 van de Participatiewet ;
overwegende dat het wenselijk is regels vast te stellen over hoe Gemeente Sluis omgaat met het middelenbegrip b e s l u i t :
• de beleidsregels Vermogen, giften en overige middelen gemeente Sluis vast te stellen.
De tekst luidt als volgt:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregels betekent:
- 1.
Cliënt: de persoon die een uitkering van de gemeente Sluis ontvangt.
- 2.
Co-ouderschap: een regeling waarbij beide ouders, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, de verzorging en opvoeding van hun kind(eren) op zodanige wijze verdelen dat beide ouders in gelijk mate betrokken zijn bij het dagelijks leven van het kind.
- 3.
Gift: ontvangst in geld of natura die ertoe strekt dat de belanghebbende ten koste van het vermogen van de schenker wordt verrijkt en die door de schenker onverplicht wordt verricht.
- 4.
Inkomen: inkomsten die in mindering moeten worden gebracht op de bijstandsuitkering zoals bedoeld in artikel 32 en artikel 33, lid 1, van de Participatiewet.
- 5.
Kansspel: het gelegenheid geven om mede te dingen naar prijzen of premies, waarbij de aanwijzing van de winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen.
- 6.
Klassieker: een motorvoertuig dat aantoonbaar hoofdzakelijk is bedoeld voor hobby- of verzameldoeleinden en dat ten minste 30 jaar geleden voor het eerst is toegelaten tot het wegverkeer;
- 7.
Kostenbesparing: bijdragen die leiden tot een kostenbesparing zoals bedoeld in artikel 18, lid 8 van de Participatiewet, waarbij de cliënt voordeel geniet doordat hij lagere noodzakelijke bestaanskosten heeft dan waarin de bijstandsnorm veronderstelt te voorzien.
- 8.
Loterij: een kansspel waarbij de deelnemers loten kopen met als doel een prijs te winnen in geld of natura. Aan elk lot is een cijfer en/of lettercombinatie verbonden.
- 9.
Middelen: de middelen zoals bedoeld in artikel 31 van de Participatiewet.
- 10.
Normwijziging: de aanpassing van de bijstandsnorm na een wijziging in de woon- of leefsituatie van de belanghebbende.
- 11.
Probleemschulden: schulden die naar het oordeel van de gemeente Sluis in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden;
- 12.
Schadevergoeding: een financiële of andere compensatie die iemand ontvangt om het nadeel te herstellen dat hij heeft geleden door toedoen of nalatigheid van een ander.
- 13.
Vermogen: de waarde van de bezittingen waarover belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden, zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
- 14.
De peildatum voor de vermogensvaststelling bij aanvang van de bijstandsverlening, is de datum waarop het recht op bijstand voor de belanghebbende is ontstaan.
Artikel 2. Vrijlaten van giften
- 1.
Bij de beoordeling of giften uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, lid 2, onderdeel s, van de wet, beschouwt de gemeente Sluis de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:
- a.
giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand of een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verstrekt had kunnen worden;
- b.
giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;
- c.
giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand;
- d.
giften die direct bijdragen aan de kans op arbeidsinschakeling of die noodzakelijk zijn voor maatschappelijke participatie;
- e.
giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, lid 8, van de Wet, met een waarde tot maximaal € 100,- per jaar;
- f.
giften van de werkgever als deze onbelast zijn;
- g.
giften in natura van de voedselbank, kledingbank, speelgoedbank en kerkgenootschappen en daarmee vergelijkbare religieuze instellingen; en
- h.
ontvangsten van thuiswonende kinderen tot een maximum van 20% van de gehuwdennorm zoals bedoeld in artikel 21, onderdeel b, van de wet.
- a.
- 2.
Voor zover het gezamenlijke bedrag aan giften en opbrengsten uit loterijen in een kalenderjaar het in lid 1 genoemde vrij te laten bedrag overschrijdt, wordt het meerdere aangemerkt als inkomen in de maand waarin de gift is ontvangen en de overschrijding plaatsvindt. Als dit meerdere niet volledig kan worden verrekend met de uitkering over die maand, wordt het resterende bedrag tot het vermogen gerekend.
Artikel 3. Materiële schadevergoeding
- 1.
Gemeente Sluis laat een materiële schadevergoeding vrij als de belanghebbende de vergoeding gebruikt om de geleden of toekomstige schade te herstellen.
- 2.
Als de belanghebbende een schadevergoeding voor materiële schade niet gebruikt om de schade te herstellen, dan is de vergoeding vermogen.
- 3.
Een schadevergoeding voor het verlies van inkomsten uit werk is inkomen.
Artikel 4. Immateriële schadevergoeding
- 1.
Bij een ontvangen immateriële schadevergoeding hanteert Gemeente Sluis het uitgangspunt dat hiervan 1/3e deel wordt vrijgelaten en 2/3e deel tot het vermogen wordt gerekend.
- 2.
Gemeente Sluis maakt altijd een afweging of er, bijvoorbeeld vanwege de aard van de schadevergoeding, in het individuele geval redenen zijn om van hetgeen in lid 1 is opgenomen, af te wijken.
Artikel 5. Ontvangsten verkregen uit kansspelen
- 1.
Ontvangsten uit loterijen worden vrijgelaten, voor zover deze samen met de giften en kostenbesparingen, het bedrag, bedoeld in artikel 31, lid 2, onderdeel m, van de wet niet overstijgt.
- 2.
Ontvangsten verkregen uit overige kansspelen (niet zijnde een loterij) worden volledig in aanmerking genomen als inkomen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met eventuele verwervingskosten zoals kosten voor deelname en (opnieuw) ingezette bedragen.
Artikel 6. Vrijlating motorvoertuigen
- 1.
Motorvoertuigen behoren tot het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet.
- 2.
Motorvoertuigen met een gezamenlijke waarde tot € 5.000,- worden niet tot het vermogen gerekend.
- 3.
Als de waarde meer bedraagt dan € 5.000,- dan wordt het meerdere aangemerkt als vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet.
- 4.
Als een motorvoertuig meer dan 10 jaar oud is wordt deze geacht volledig afgeschreven te zijn en telt deze voor de waardebepaling niet mee, tenzij redelijkerwijs kan worden vastgesteld dat het voertuig, gelet op het merk en type, een uitzonderlijk hoge economische waarde vertegenwoordigt.
- 5.
In afwijking van het gestelde in de voorgaande leden van dit artikel kan bij de vermogensvaststelling in incidentele gevallen de (meer)waarde van motorvoertuigen buiten beschouwing worden gelaten als het motorvoertuig/de motorvoertuigen onmisbaar is/zijn in verband met werk en/of invaliditeit en verkoop van het motorvoertuig in redelijkheid niet kan worden gevergd.
- 6.
Voor de waardevaststelling van auto’s en de motoren dient gebruik gemaakt te worden van de ANWB Koerslijst.
- 7.
Als sprake is van een motorvoertuig die in het maatschappelijk verkeer wordt gezien als klassieker dan wordt in afwijking van lid 4 van dit artikel de waarde van het motorvoertuig vastgesteld op basis vaeen door een erkend taxateur opgesteld taxatierapport.
Artikel 7. Vrijlating caravan of boot
Een caravan of boot die de belanghebbende gebruikt als hoofdverblijf laat Gemeente Sluis vrij tot maximaal het bedrag aan vrijlating voor een eigen woning als bedoeld in artikel 34 lid 2 onderdeel d van de wet.
Artikel 8. Vrijlating sieraden en andere waardevolle zaken
Sieraden en andere waardevolle voorwerpen zoals schilderijen en antiek zijn ook bezittingen. De waarde hiervan telt mee bij het bepalen van het vermogen. Gemeente Sluis kan dit vrijlaten als verkoop hiervan redelijkerwijs niet van de belanghebbende verwacht kan worden.
Artikel 9. Vermogen bij co-ouderschap
Bij co-ouderschap geldt de vermogensgrens voor een alleenstaande ouder.
Artikel 10. Vermogen na normwijziging
Gemeente Sluis laat het deel van het vermogen dat als gevolg van een normwijziging boven de nieuwe vermogensgrens uitkomt buiten beschouwing in de volgende situaties:
- a.
bij een wijziging van de norm voor gehuwden naar de norm voor een alleenstaande als gevolg van het overlijden van de partner;
- b.
bij een wijziging van de norm voor een alleenstaande ouder naar de norm voor een alleenstaande doordat een kind uit huis gaat.
Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze beleidsregels treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026.
- 2.
De beleidsregels Giften, ontvangsten en schadevergoedingen en de beleidsregels Vermogen worden ingetrokken per de datum van de bekendmaking van deze beleidsregels.
- 3.
Deze beleidsregels kunnen aangehaald als: Beleidsregels vermogen Gemeente Sluis.
Ondertekening
Aldus besloten op 21 april 2026 te Oostburg
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VOORNOEMD
De secretaris, de burgemeester,
S.I. de Kievit-Minnaert mr. M.M.D. Vermue
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl