Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761020
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761020/1
Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026
Geldend van 24-04-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026Het college van de gemeente Voorst;
gelet op:
de Participatiewet, in het bijzonder de artikelen in hoofdstuk 4.1, de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Voorst 2024, de Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en aanverwante regelingen gemeente Voorst 2025, de Algemene wet bestuursrecht;
besluit vast te stellen: de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026
Inleiding
De verlening van bijzondere bijstand is geregeld in de Participatiewet. In artikel 35 van deze wet is bepaald dat bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de noodzakelijke kosten van het bestaan die als gevolg van bijzondere individuele omstandigheden niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomstenstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.
De Participatiewet biedt gemeenten beleidsruimte bij de beoordeling van aanvragen om bijzondere bijstand. Met deze beleidsregels geeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst invulling aan deze beleidsruimte. De beleidsregels zijn bedoeld om richting te geven aan de uitvoering, de rechtsgelijkheid te bevorderen en tegelijkertijd ruimte te laten voor maatwerk in individuele situaties.
Bij de beoordeling van een aanvraag om bijzondere bijstand beantwoordt het college achtereenvolgens de volgende vragen:
1. Doen de kosten zich daadwerkelijk voor?
De kosten moeten concreet en aantoonbaar zijn.
2. Zijn de kosten noodzakelijk in het individuele geval?
Er wordt beoordeeld of de kosten, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, als noodzakelijk moeten worden aangemerkt.
3. Vloeien de kosten voort uit bijzondere omstandigheden?
Er wordt beoordeeld of sprake is van omstandigheden die afwijken van wat voor personen met een vergelijkbaar inkomen en vermogen gebruikelijk is.
4. Kan de belanghebbende de kosten zelf dragen?
Er wordt beoordeeld of de kosten kunnen worden voldaan uit het inkomen, het vermogen of de aanwezige draagkracht.
Deze vragen worden in onderlinge samenhang beoordeeld. Recht op bijzondere bijstand bestaat uitsluitend indien de vragen 1 tot en met 3 bevestigend worden beantwoord en vraag 4 ontkennend wordt beantwoord.
Deze beleidsregels vormen het afwegingskader voor de beantwoording van deze vragen. De beleidsregels zijn niet limitatief. Niet alle mogelijke kosten of situaties kunnen worden voorzien. Indien de omstandigheden van het individuele geval daartoe aanleiding geven, kan het college gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels, met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving.
Met deze beleidsregels beoogt het college te zorgen voor een zorgvuldige, toegankelijke en evenwichtige uitvoering van de bijzondere bijstand, waarbij rechtsgelijkheid, maatwerk en uitvoerbaarheid in samenhang worden gewogen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
-
1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
-
a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst;
-
b. de wet: de Participatiewet;
-
c. bijstand: bijstand als bedoeld in artikel 35 van de wet;
-
d. bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 20 tot en met 24 van de wet waarbij de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet niet wordt toegepast bij de berekening van de draagkracht;
-
e. noodzakelijke kosten: de kosten die in het individuele geval onvermijdelijk en essentieel zijn voor het bestaan, en niet uit eigen middelen of via een voorliggende voorziening kunnen worden voldaan. Artikel 14 van de wet sluit enkele kostensoorten uit van het begrip noodzakelijke kosten.
-
f. voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze beleidsregels waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgave, zoals bedoeld in artikel 5 sub e en artikel 15 van de wet;
-
g. draagkracht: het deel van het inkomen en het vermogen dat de belanghebbende redelijkerwijs kan aanwenden om in noodzakelijke bijzondere kosten te voorzien. De draagkracht wordt afhankelijk van de kostensoort, vastgesteld op basis van het voor de bijzondere bijstand in aanmerking te komen inkomen en het beschikbare vermogen. De draagkracht in relatie tot bijzondere bijstand kan worden uitgedrukt in een percentage van het inkomen. Er wordt in dat verband gesproken van een draagkrachtpercentage.
-
h. woning: een pand, woonwagen of woonboot dat naar zijn aard bestemd is voor bewoning.
-
2. De inhoud van de overige in deze beleidsregel gebruikte begrippen is gelijkluidend aan die in de wet tenzij daarvan expliciet wordt afgeweken.
-
3. Indien de toepassing van een begrip in een individueel geval tot onduidelijkheid leidt, wordt dit begrip uitgelegd in samenhang met de doelstelling en het beoordelingskader van deze beleidsregels.
Artikel 2 Reikwijdte en algemene uitgangspunten
-
1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen om bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 van de wet voor personen die woonplaats hebben in de gemeente Voorst.
-
2. Van woonplaats in de gemeente Voorst is sprake indien de belanghebbende:
-
a. In de gemeente Voorst staat ingeschreven als ingezetene; en
-
b. daar feitelijk zijn hoofdverblijf heeft.
-
3. Bij de beoordeling van een aanvraag om bijzondere bijstand wordt eerst beoordeeld of een voorliggende voorziening beschikbaar is die naar aard en doel voorziet in (een deel van) de kosten.
-
4. Vergoedingen in het kader van de Zorgverzekeringswet en de (collectieve) zorgverzekering worden aangemerkt als voorliggende voorzieningen.
-
5. Voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen geldt dat een sociale lening bij de kredietbank verbonden aan de schuldhulpverlening door de gemeente Voorst als voorliggende voorziening wordt beschouwd.
-
6. Bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand worden kosten die behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan buiten beschouwing gelaten tenzij deze kosten in het individuele geval voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
-
7. Het college kan in bijzondere omstandigheden gemotiveerd afwijken van het bepaalde in dit artikel, indien toepassing ervan leidt tot een onredelijke uitkomst, met inachtneming van de doelstelling en het beoordelingskader van deze beleidsregels.
Artikel 3 Vorm van de bijstand
-
1. Bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt.
-
2. Bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:
-
a. de bijstand betrekking heeft op de noodzakelijke vervanging of reparatie van bestaande duurzame gebruiksgoederen;
-
b. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende binnen een periode van maximaal 12 maanden over voldoende middelen zal beschikken om in de kosten te voorzien;
-
c. de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
-
d. de aanvraag betrekking heeft op een door de belanghebbende te betalen waarborgsom.
-
3. Een geldlening wordt renteloos verstrekt en wordt terugbetaald, waarbij rekening wordt gehouden met de draagkracht van de belanghebbende.
-
4. De maximale hoogte van de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening bedraagt 36 maal 5% van de op het moment van toekenning geldende bijstandsnorm. Het meerdere wordt om niet verstrekt.
-
5. De aflossingstermijn van een renteloze geldlening bedraagt maximaal 36 maanden.
-
6. Het college kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in dit artikel indien de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven.
Artikel 4 Aanvraag
-
1. Bijzondere bijstand wordt, overeenkomstig artikel 43 van de wet, op aanvraag verstrekt.
-
2. De belanghebbende meldt zich in beginsel voordat de kosten worden gemaakt waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd.
-
3. In afwijking van het tweede lid kan bijzondere bijstand worden verleend voor kosten die voorafgaand aan de aanvraag zijn gemaakt, indien:
-
a. de aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat de kosten zijn gemaakt en het college de noodzaak van deze kosten nog kan vaststellen; of
-
b. sprake is van bewindvoering, curatele of mentorschap en de eerste aanvraag of daaropvolgende periodieke kosten zijn ingediend binnen drie maanden na de datum van benoeming door de rechtbank.
Artikel 5 Betaling
-
1. Bijzondere bijstand wordt verleend voor daadwerkelijk gemaakte kosten.
-
2. De bijzondere bijstand kan, indien dit gelet op de aard van de kosten of de omstandigheden van de belanghebbende passend is, worden uitbetaald:
-
a. aan de belanghebbende;
-
b. rechtstreeks aan een derde; of
-
c. in natura.
-
3. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in het eerste lid, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige en passende uitvoering van de bijzondere bijstand.
Artikel 6 Terugvordering
-
1. Het college kan de verstrekte bijzondere bijstand terugvorderen indien deze:
-
a. niet of niet volledig is besteed aan het doel waarvoor deze is verleend; of
-
b. is besteed aan een ander doel dan waarvoor deze is verleend.
-
2. Indien de verplichting tot terugbetaling van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening niet of niet behoorlijk wordt nagekomen, kan het college de bijzondere bijstand terugvorderen op grond van artikel 58, tweede lid, van de wet.
-
3. Bij de toepassing van dit artikel houdt het college rekening met de omstandigheden van het individuele geval.
Hoofdstuk 2 Draagkracht en draagkrachtperiode
Artikel 7 Vermogen
-
1. Het vermogen wordt bij de aanvraag vastgesteld op dezelfde wijze als bij de algemene bijstand.
-
2. Voor bijzondere bijstand wordt vermogen boven 60% van de voor de belanghebbende geldende vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet, in beginsel aangemerkt als redelijkerwijs aanwendbaar vermogen voor de betaling van de noodzakelijke kosten.
-
3. Indien sprake is van vermogen boven 60% van de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet, wordt beoordeeld of dit vermogen redelijkerwijs kan worden aangewend voor de betaling van de noodzakelijke kosten.
-
4. Vermogen dat tijdens de verlening van bijzondere bijstand door sparen ontstaat, wordt betrokken bij de beoordeling van de draagkracht, voor zover dit vermogen redelijkerwijs beschikbaar is.
-
5. Het vermogen in de eigen woning die het hoofdverblijf vormt van de belanghebbende blijft buiten beschouwing.
-
6. Vermogen in de vorm van de afkoopwaarde van een levensverzekering of uitvaartverzekering wordt niet als vermogen aangemerkt.
-
7. Voor de vaststelling van de waarde van auto’s, motoren en caravans wordt in beginsel uitgegaan van de ANWB-koerslijst (verkoopprijzen).
-
8. Bij het vaststellen van het vermogen wordt de waarde van één voertuig dat op naam van de belanghebbende is geregistreerd buiten beschouwing gelaten indien:
-
a. de waarde van het voertuig niet hoger is dan € 2.500; of
-
b. het voertuig aantoonbaar wegens medische redenen is aangepast.
Artikel 8 Inkomen
-
1. Tot het inkomen van de belanghebbende worden gerekend de middelen en het inkomen als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van de wet, voor zover deze niet zijn uitgezonderd.
-
2. Bij de vaststelling van het inkomen worden de individuele inkomenstoeslag en de studietoeslag buiten beschouwing gelaten.
-
3. Het deel van het inkomen dat op grond van een wettelijke verplichting wordt ingehouden ten behoeve van schuldeisers, wordt niet als inkomen aangemerkt.
-
4. Bij de vaststelling van het inkomen wordt in beginsel uitgegaan van het periodieke inkomen in de maand waarin de kosten zijn gemaakt, tenzij dit geen representatief beeld geeft van de financiële situatie van de belanghebbende.
Artikel 9 Draagkracht vaststellen en draagkrachtperiode
-
1. Van draagkracht is geen sprake indien:
-
a. de belanghebbende op jaarbasis een netto inkomen heeft tot 125% van de voor hem geldende bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld), eventueel vermeerderd met het verschil tussen de toepasselijke maximale huurtoeslag bij een bijstandsinkomen en de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag, en
-
b. geen sprake is van vermogen boven 60% van de voor de belanghebbende geldende vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Participatiewet; of
-
c. op de belanghebbende de Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is.
-
2. Indien het inkomen hoger is dan 125% van de toepasselijke bijstandsnorm, wordt de draagkracht vastgesteld op:
-
a. 10% van het inkomen tussen 125% en 150% van de toepasselijke bijstandsnorm;
-
b. 50% van het inkomen tussen 150% en 200% van de toepasselijke bijstandsnorm;
-
c. 100% van het inkomen boven 200% van de toepasselijke bijstandsnorm.
-
3. In afwijking van het tweede lid wordt bij bijzondere bijstand voor woonkosten, kosten van woninginrichting en kosten van duurzame gebruiksartikelen het inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm volledig als draagkracht aangemerkt.
-
4. Voor zover sprake is van vermogen dat redelijkerwijs beschikbaar is en boven de toepasselijke vermogensgrens uitkomt, wordt dit vermogen als draagkracht aangemerkt.
-
5. De draagkracht wordt vastgesteld voor een periode van één jaar, aanvangend op de eerste dag van de maand waarin de bijzondere bijstand wordt aangevraagd.
-
6. Bij eenmalige bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de vastgestelde jaardraagkracht.
-
7. Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht per maand verrekend.
-
8. Bij samenloop van periodieke en incidentele bijzondere bijstand wordt de draagkracht met voorrang toegepast op de periodieke bijzondere bijstand.
-
9. Indien zich gedurende de draagkrachtperiode omstandigheden voordoen die van zodanig gewicht zijn dat deze niet konden worden voorzien, kan het college de draagkracht voor het resterende deel van de draagkrachtperiode herzien.
-
10. Bij iedere volgende aanvraag om bijzondere bijstand binnen de draagkrachtperiode wordt rekening gehouden met de vastgestelde draagkracht.
-
11. Bij de vaststelling van het inkomen voor de draagkracht wordt een verschuldigde eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg in mindering gebracht.
Hoofdstuk 3 Kosten van algemene aard
Artikel 10 Jongeren van 18 tot 21 jaar in een inrichting
-
1. Aan een belanghebbende van 18 tot en met 20 jaar die in een inrichting verblijft, kan bijzondere bijstand worden verleend voor noodzakelijke kosten van het bestaan, tot maximaal het normbedrag als bedoeld in artikel 23 van de wet, voor zover:
-
a. de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn, of
-
b. de jongere redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht tegenover zijn ouder niet te gelde kan maken.
-
2. Van het redelijkerwijs niet te gelde kunnen maken van het onderhoudsrecht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is in ieder geval sprake indien:
-
a. de ouder of ouders zijn overleden of in het buitenland verblijven;
-
b. de jongere in het kader van de Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst; of
-
c. sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de jongere zelf geen verandering kan worden gebracht, blijkend uit een indicatie van een hulpverlenende instantie.
Artikel 11 Overbruggingsbijstand
-
1. Bijzondere bijstand kan worden verleend ter financiële overbrugging van een periode waarin de belanghebbende nog geen inkomen heeft ontvangen, terwijl vaststaat dat dit inkomen op korte termijn zal worden ontvangen en de belanghebbende op het moment van de aanvraag niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
-
2. De overbruggingsbijstand bedraagt maximaal het maandbedrag van de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, exclusief vakantietoeslag.
-
3. De overbruggingsbijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening, als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdeel a, van de wet.
Artikel 12 Woonkostentoeslag
-
1. Woonkostentoeslag voor een huurwoning, gehuurde woonwagen of gehuurde woonboot:
-
a. Indien de belanghebbende een woning bewoont en hij recht zou hebben op huurtoeslag, maar door omstandigheden buiten zijn schuld nog geen aanspraak kan maken op deze toeslag, wordt een woonkostentoeslag verstrekt tot de datum waarop belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag;
-
b. De woonkostentoeslag wordt op gelijke wijze berekend als de huurtoeslag.
-
2. Woonkostentoeslag voor een woning in eigendom:
-
a. Woonkostentoeslag voor een woning in eigendom wordt uitsluitend verstrekt indien de belanghebbende de woning zelf bewoont;
-
b. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende op grond van de Wet op de huurtoeslag voor de woonkosten per maand zou ontvangen indien sprake zou zijn van een huurwoning.
-
c. Tot de woonkosten worden gerekend:
-
i. 70% van de verschuldigde hypotheekrente;
-
ii. het eigenaarsdeel van de onroerendezaakbelasting;
-
iii. de premie van de opstalverzekering;
-
iv. de erfpachtcanon;
-
v. de omslagheffing voor huiseigenaren (waterschapslasten).
-
3. Woonkostentoeslag bij bewoning van een woning met woonkosten boven de maximale rekenhuur:
-
a. Bij bewoning van een huurwoning wordt de woonkostentoeslag uitsluitend verleend als aanvulling op de huurtoeslag en heeft alleen betrekking op het deel van de huurkosten dat uitstijgt boven de maximale rekenhuur zoals omschreven in artikel 13 van de wet op de huurtoeslag en daardoor niet door huurtoeslag wordt gecompenseerd.
-
b. Bij bewoning van een woning in eigendom kan een aanvullende woonkostentoeslag worden verstrekt indien en voor zover de woonkostentoeslag op grond van artikel 12, lid 2, ontoereikend is. Deze aanvullende woonkostentoeslag heeft alleen betrekking op het deel van de woonkosten dat uitstijgt boven de maximale rekenhuur zoals omschreven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.
-
4. De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel aanspraak kan maken op huurtoeslag en, als huurtoeslag niet aan de orde is, voor de periode van maximaal een half jaar. Deze periode kan op aanvraag worden verlengd indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken. De aantoonplicht ligt hierbij bij belanghebbende.
-
5. Aan de verlening van de woonkostentoeslag zoals beschreven in het derde lid wordt de verplichting verbonden dat belanghebbende alles in het werk stelt om goedkopere woonruimte te vinden, waardoor geen aanspraak meer gedaan hoeft te worden op woonkostentoeslag. De naleving van deze inspanningsverplichting wordt eens per drie maanden gecontroleerd.
-
6. Wanneer de belanghebbende naar het oordeel van het college onvoldoende inspanningen heeft verricht om passende woonruimte te verkrijgen, kan de woonkostentoeslag worden beëindigd dan wel verlenging van de woonkostentoeslag worden geweigerd.
-
7. Als de belanghebbende naar vermogen getracht heeft goedkopere woonruimte te vinden, maar dit niet gelukt is, dan kan indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken de woonkostentoeslag met maximaal één jaar worden verlengd.
Artikel 13 Woonlasten bij tijdelijk verblijf in een inrichting
-
1. Indien de belanghebbende tijdelijk verblijft in een (zorg)instelling of penitentiaire inrichting, kan bijzondere bijstand worden verleend voor de noodzakelijke woonlasten van de aangehouden woning, voor zover:
-
a. de verwachte verblijfsduur korter is dan zes maanden;
-
b. het inkomen niet hoger is dan de toepasselijke bijstandsnorm voor persoonlijke uitgaven; en
-
c. geen partner of medebewoner met een eigen inkomen in de woning achterblijft.
-
2. De bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend voor:
-
a. de huur, na aftrek van de huurtoeslag, dan wel bij een woning in eigendom de rente en aflossing;
-
b. het vastrecht van gas, water, elektriciteit en televisie/internet;
-
c. de premie van de inboedelverzekering;
-
d. de onroerendezaakbelasting.
Hoofdstuk 4 Kosten in verband met ziekte en ondersteuning
Artikel 14 Medische kosten
-
1. Medische kosten komen in beginsel niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, voor zover deze kosten worden gedekt op grond van de Zorgverzekeringswet of een daarop gebaseerde aanvullende verzekering. De door de gemeente aangeboden collectieve zorgverzekering geldt daarbij als een passende voorliggende voorziening, mits belanghebbende redelijkerwijs in staat is geweest deze verzekering af te sluiten.
-
2. Voor eigen bijdragen voor medisch noodzakelijke voorzieningen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet kan bijzondere bijstand worden verleend. Dit geldt niet voor:
-
a. het verplicht eigen risico; en
-
b. kosten die voortvloeien uit het aangaan van een vrijwillig eigen risico.
-
3. Indien redelijkerwijs niet van belanghebbende kan worden verwacht dat hij beschikt over een aanvullende verzekering, bijvoorbeeld als gevolg van deelname aan de Wet schuldsanering natuurlijke personen of het wanbetalersregime zorgpremie, kan bijzondere bijstand worden verleend.
-
4. Voor een aantal medische kosten kan bijzondere bijstand worden verleend tot maximaal het bedrag zoals vastgesteld in het financieel besluit.
-
5. Indien het college dit noodzakelijk acht, kan de medische noodzaak worden vastgesteld door een daartoe aangewezen instantie. De bijzondere bijstand dient te zijn aangevraagd vóórdat met de (voortgezette) behandeling wordt gestart en vóórdat de kosten zijn gemaakt, zodat eerst een medisch advies kan worden ingewonnen om de noodzaak en, indien van toepassing, de goedkoopst adequate voorziening vast te stellen, tenzij sprake is van een aantoonbare spoedeisende medische situatie.
Artikel 15 Tandheelkundige kosten
-
1. Tandheelkundige kosten komen voor rekening van de belanghebbende en/of een aanvullende (tandarts) verzekering, tot maximaal het bedrag per kalenderjaar zoals opgenomen in het financieel besluit onder eigen bijdrage tandheelkundige kosten.
-
2. Voor zover de tandheelkundige kosten het in het eerste lid genoemde bedrag te boven gaan, kan bijzondere bijstand worden verleend tot maximaal het bedrag per kalenderjaar zoals opgenomen in het financieel besluit onder bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten.
-
3. In afwijking van het tweede lid kan voor orthodontiekosten voor jeugdigen tot 18 jaar bijzondere bijstand worden verleend voor zover deze kosten medisch noodzakelijk zijn. De hoogte van de bijstand wordt vastgesteld op basis van een behandelplan van een orthodontist, tot maximaal het bedrag zoals opgenomen in het financieel besluit.
Artikel 16 Begrafenis- of crematiekosten
-
1. Bijzondere bijstand voor de kosten van begrafenis of crematie kan worden verleend aan de nabestaande van de overledene, voor zover:
-
a. de uitvaartkosten niet (volledig) uit de nalatenschap van de overledene kunnen worden voldaan; en
-
b. de nabestaande niet beschikt over toereikende middelen om de uitvaartkosten, dan wel zijn aandeel daarin, te voldoen.
-
2. De bijzondere bijstand wordt uitsluitend verleend voor de noodzakelijke kosten van de uitvaart, tot maximaal het bedrag zoals vastgesteld in het financieel besluit.
Artikel 17 Maaltijdvoorziening
-
1. Bijzondere bijstand voor een maaltijdvoorziening kan worden verleend indien:
-
a. sprake is van een medische en/of sociale indicatie; en
-
b. de noodzaak van de maaltijdvoorziening is vastgesteld door een organisatie op het gebied van thuiszorg en/of ouderenwerk.
-
2. De bijzondere bijstand wordt uitsluitend verstrekt voor de meerkosten van de maaltijdvoorziening ten opzichte van de algemene kosten van voeding.
-
3. Bij de vaststelling van de algemene kosten van voeding wordt uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in de Nibud-prijzengids.
Artikel 18 Waskosten en kledingslijtage
-
1. Bijzondere bijstand voor extra waskosten en extra kosten van slijtage van kleding, schoeisel of beddengoed kan worden verleend indien deze kosten het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden.
-
2. Van extra kosten als bedoeld in het eerste lid is sprake indien deze kosten voortvloeien uit een medische oorzaak, waardoor:
-
a. sprake is van meer slijtage van kleding, schoeisel of beddengoed; en/of
-
b. extra bewassing noodzakelijk is, ten opzichte van wat in vergelijkbare situaties gebruikelijk is.
-
3. De bijzondere bijstand voor waskosten en kledingslijtage wordt vastgesteld conform de geïndexeerde GMD-lijst.
Artikel 19 Hoortoestellen
-
1. Bijzondere bijstand voor hoortoestellen kan worden verleend ter hoogte van de wettelijke eigen bijdrage voor de kosten van het geïndiceerde hoortoestel.
-
2. Voor de kosten van batterijen voor hoortoestellen kan bijzondere bijstand worden verleend.
-
3. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld conform het bedrag per batterij per week, zoals opgenomen in het financieel besluit.
-
4. Voor oplaadbare hoortoestellen wordt geen bijzondere bijstand verleend voor de gebruikskosten, zoals elektriciteitskosten voor het opladen, aangezien deze worden aangemerkt als algemene kosten van het bestaan.
Artikel 20 Brillen en contactlenzen
-
1. Indien de vergoeding vanuit de Gemeentepolis of de gemiddelde aanvullende zorgverzekering van de belanghebbende de kosten van een nieuwe bril of contactlenzen niet volledig dekt, kan éénmaal per twee jaar bijzondere bijstand worden verleend tot maximaal het bedrag zoals opgenomen in het financieel besluit, onder aftrek van de vergoeding zoals genoemd in de Plusverzekering van de Gemeentepolis, voor zover de noodzaak tot visuele correctie is vastgesteld door een opticien.
-
2. In afwijking van het eerste lid kan aanvullende bijzondere bijstand voor een bril of contactlenzen worden verleend indien uit een medische indicatie van een erkende oogarts of optometrist blijkt dat extra kosten noodzakelijk zijn en deze kosten niet (volledig) worden vergoed vanuit de Gemeentepolis of een gemiddelde aanvullende zorgverzekering.
-
3. Voor een kind tot 14 jaar kan, indien noodzakelijk, éénmaal per jaar, aanvullend op de vergoeding van de zorgverzekeraar, bijzondere bijstand worden verleend voor een montuur, tot maximaal het bedrag zoals opgenomen in het financieel besluit.
Artikel 21 Personenalarmering
-
1. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de kosten van sociaal-medisch noodzakelijke personenalarmering.
-
2. Onder de kosten als bedoeld in het eerste lid worden verstaan:
-
a. de abonnementskosten; en
-
b. de eenmalige aansluitkosten.
-
3. Bijzondere bijstand wordt uitsluitend verleend indien de noodzaak van personenalarmering aannemelijk is gemaakt, bijvoorbeeld op basis van een medische of sociale indicatie.
Artikel 22 Extra stookkosten
-
1. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor extra stookkosten, indien sprake is van een medische noodzaak die leidt tot aantoonbare meerkosten van energieverbruik.
-
2. De meerkosten worden vastgesteld door vergelijking van:
- a.
het daadwerkelijke energieverbruik van belanghebbende; en
- b.
het gemiddelde energieverbruik zoals opgenomen in de Nibud-prijzengids.
- a.
-
3. Bijzondere bijstand wordt uitsluitend verleend voor het deel van de kosten dat uitgaat boven het gemiddeld energieverbruik.
Artikel 23 Dieetkosten
-
1. Bijzondere bijstand voor dieetkosten kan worden verleend indien belanghebbende:
- a.
op voorschrift van een arts om medische redenen is aangewezen op een dieet; en
- b.
aannemelijk maakt dat dit dieet leidt tot meerkosten.
- a.
-
2. De hoogte van de meerkosten wordt vastgesteld aan de hand van de richtprijzen voor dieetkosten zoals opgenomen in de Nibud-prijzengids.
Artikel 24 Orthopedische schoenen
-
1. Voor de wettelijke eigen bijdrage in de kosten van orthopedische schoenen kan bijzondere bijstand worden verleend.
-
2. Op de eigen bijdrage wordt een bedrag in mindering gebracht ter hoogte van de algemeen gebruikelijke kosten van schoeisel, zoals vastgesteld op basis van de Nibud-prijzengids.
Artikel 25 Kosten voor podotherapie
-
1. Voor de kosten van medisch noodzakelijke podotherapie, waaronder podotherapeutische zolen, kan bijzondere bijstand worden verleend per kalenderjaar, voor zover deze kosten niet worden vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet of een daarop gebaseerde aanvullende verzekering.
-
2. De bijzondere bijstand bedraagt maximaal het bedrag dat op grond van de Gemeentepolis Plus per kalenderjaar voor podotherapie wordt vergoed.
Artikel 26 Pedicure
-
1. Voor medisch noodzakelijke pedicurebehandelingen kan bijzondere bijstand worden verleend, indien sprake is van een medische indicatie.
-
2. De bijzondere bijstand wordt verleend voor maximaal één behandeling per zes weken, tot een maximum van acht behandelingen per kalenderjaar, voor zover deze kosten niet worden vergoed vanuit de zorgverzekering.
Artikel 27 Fysiotherapie
-
1. Voor fysiotherapeutische behandelingen die op grond van de Zorgverzekeringswet of een aanvullende verzekering voor vergoeding in aanmerking komen, wordt geen bijzondere bijstand verleend.
-
2. Voor fysiotherapeutische behandelingen die niet worden vergoed door de zorgverzekering kan bijzondere bijstand worden verleend, indien:
-
a. sprake is van een medische noodzaak, aannemelijk gemaakt door een behandelend arts of fysiotherapeut; en
-
b. geen sprake is van een chronische aandoening waarvoor op grond van de Zorgverzekeringswet aanspraak bestaat op vergoeding.
Artikel 28 Leges Gehandicapten Parkeer Kaart (GPK) en leges Gehandicapten Parkeer Plaats (GPP)
-
1. Voor de leges die verschuldigd zijn voor het aanvragen van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) kan bijzondere bijstand worden verleend, uitsluitend indien de GPK daadwerkelijk is toegekend.
-
2. Voor de leges die verschuldigd zijn voor het aanvragen van een gehandicaptenparkeerplaats (GPP) kan bijzondere bijstand worden verleend, uitsluitend indien de GPP daadwerkelijk is toegekend.
Artikel 29 Onderzoek voor ontheffing inburgeringplicht
-
1. Voor de kosten van een medisch onderzoek dat noodzakelijk is voor het aanvragen van gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht, kan bijzondere bijstand worden verleend indien het onderzoek betrekking heeft op een psychische, lichamelijke en/of verstandelijke beperking.
-
2. Indien de kosten van het medische onderzoek achteraf worden vergoed door een andere instantie, waaronder DUO, wordt de verleende bijzondere bijstand teruggevorderd.
Artikel 30 Rollator
-
1. Voor de aanschaf van een rollator kan bijzondere bijstand worden verleend indien sprake is van een medische noodzaak.
-
2. De bijzondere bijstand wordt verleend voor de kosten van een medische noodzakelijke rollator, voor zover deze kosten niet worden vergoed op grond van een voorliggende voorziening.
-
3. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt gemaximeerd tot het bedrag zoals opgenomen in het financieel besluit.
Artikel 31 Alternatieve zorg
-
1. Voor alternatieve zorg kan bijzondere bijstand worden verleend, voor zover deze kosten niet worden vergoed op grond van een aanvullende zorgverzekering, indien sprake is van een medische of psychosociale noodzaak.
-
2. De bijzondere bijstand bedraagt maximaal het bedrag dat op grond van de Gemeentepolis Plus per kalenderjaar voor alternatieve zorg wordt vergoed, mits de zorgverlener voldoet aan de voorwaarden die gelden binnen de Gemeentepolis Plus.
Artikel 32 Overige medische kosten
-
1. Voor overige medische kosten die niet expliciet in deze beleidsregels zijn genoemd, kan per kalenderjaar bijzondere bijstand worden verleend indien:
-
a. sprake is van medisch noodzakelijke kosten;
-
b. geen sprake is van een passende voorliggende voorziening; en
-
c. de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
-
2. Het college beoordeelt per individueel geval en per kalenderjaar of en in welke mate bijzondere bijstand noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5 Juridische kosten
Artikel 33 Kosten voor bewindvoering, mentorschap en curatele
-
1. Om voor bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind, mentorschap of curatele in aanmerking te komen, is in ieder geval vereist dat:
- a.
het bewind, mentorschap of de curatele door de rechtbank is ingesteld of verlengd; en
- b.
de rechtbank aan de bewindvoerder, mentor of curator toestemming heeft verleend om de desbetreffende kosten bij belanghebbende in rekening te brengen.
- a.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld overeenkomstig de tarieven zoals genoemd in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
-
3. De bijzondere bijstand voor de beloning van de bewindvoerder, mentor of curator wordt per maand verstrekt.
-
4. Er kan bijzondere bijstand worden verleend voor de noodzakelijke bankkosten die de bewindvoerder, mentor of curator in redelijkheid in rekening brengt in het kader van de uitvoering van het bewind, mentorschap of de curatele.
-
5. Een eenmaal toegekende bijzondere bijstand voor de beloning van de bewindvoerder, mentor of curator blijft van toepassing, tenzij geen sprake is van gewijzigde financiële omstandigheden die leiden tot draagkracht in het inkomen.
-
6. De kosten voor extra werkzaamheden van de bewindvoerder, mentor of curator komen in beginsel voor bijzondere bijstand in aanmerking, voor zover de kantonrechter heeft vastgesteld dat deze werkzaamheden noodzakelijk zijn en door de aangewezen bewindvoerder, mentor of curator moeten worden uitgevoerd.
Artikel 34 Eigen bijdrage rechtsbijstand
-
1. Voor de eigen bijdrage die verschuldigd is op grond van een door de Raad voor Rechtsbijstand verleende toevoeging, kan bijzondere bijstand worden verleend.
-
2. Bijzondere bijstand kan tevens worden verleend voor noodzakelijke bijkomende kosten die verband houden met de rechtsbijstand, waaronder in ieder geval worden verstaan:
-
a. het griffierecht;
-
b. de kosten van uittreksels; en
-
c. de kosten van een deurwaarder,
-
voor zover deze kosten niet op andere wijze worden vergoed.
-
3. Op de te verlenen bijzondere bijstand wordt een door het Juridisch Loket verstrekte korting op de eigen bijdrage in mindering gebracht.
-
4. Indien geen sprake is van een door de Raad voor Rechtsbijstand verleende toevoeging, wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend voor de kosten van rechtsbijstand, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden waarin het college het noodzakelijk acht hiervan af te wijken.
Artikel 35 Legeskosten verblijfsvergunning en naturalisatie
-
1. Voor de leges die verschuldigd zijn voor het verlengen van een verblijfsvergunning kan bijzondere bijstand worden verleend, indien:
-
a. de legeskosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden;
-
b. geen sprake is van een passende voorliggende voorziening; en
-
c. de belanghebbende niet in staat is deze kosten uit eigen middelen te voldoen, noch de mogelijkheid heeft deze kosten te voldoen door middel van een geldlening.
-
2. De kosten van naturalisatie worden niet aangemerkt als noodzakelijke kosten van het bestaan en komen derhalve niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 6 Reis- en verwervingskosten
Artikel 36 Algemene bepalingen voor reiskosten
-
1. Reis -en verwervingskosten die samenhangen met arbeid, participatie of een re-integratietraject worden gefinancierd vanuit het daarvoor bestemde participatiebudget en komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
-
2. Bijzondere bijstand voor reiskosten kan uitsluitend worden verleend indien het bezoek gericht is op:
- a.
een gedetineerde;
- b.
een uit huis geplaatst kind;
- c.
een verpleegde of verzorgde; of
- d.
een specialisten bezoek als bedoeld in artikel 37.
- a.
-
3. Bij verblijf van een gedetineerde, verpleegde of verzorgde van vier weken of langer, kan bijzondere bijstand voor reiskosten worden verleend met inachtneming van de volgende maximale bezoekfrequentie:
- a.
twee bezoeken per week bij een partner of eerstegraads familielid;
- b.
één bezoek per week bij een tweedegraads familielid;
- c.
één bezoek per drie weken bij een derdegraads familielid.
- a.
-
In afwijking van de eerste volzin kan voor bezoek aan een partner of eerstegraads familielid dat is opgenomen in een ziekenhuis bijzondere bijstand worden verleend tot maximaal vijf bezoeken per week.
-
4. Bijzondere bijstand voor reiskosten wordt in beginsel uitsluitend verleend indien de enkele reisafstand minimaal 30 kilometer bedraagt.
-
5. De bijzondere bijstand voor reiskosten wordt toegekend op basis van de goedkoopst adequate vervoersvorm. Indien openbaar vervoer of eigen vervoer op medische gronden niet mogelijk is, kan bijzondere bijstand voor taxivervoer worden verleend. Indien gebruik wordt gemaakt van eigen vervoer, wordt de vergoeding per kilometer vastgesteld overeenkomstig het door de Belastingdienst gehanteerde bedrag voor de maximale onbelaste reiskostenvergoeding.
Artikel 37 Reiskosten voor specialisten bezoek
-
1. Bijzondere bijstand kan worden verleend voor noodzakelijke reiskosten in verband met:
- a.
regelmatige geneeskundige behandelingen, waaronder ziekenhuisbezoeken; en
- b.
bezoeken aan hulpverlenende instanties, voor zover deze bezoeken medisch of sociaal noodzakelijk zijn.
- a.
-
2. Bijzondere bijstand wordt uitsluitend verleend indien geen sprake is van een volledige vergoeding vanuit een voorliggende voorziening, zoals de Zorgverzekeringswet (waaronder zittend ziekenvervoer), de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Wet langdurige zorg.
-
3. De behandeling of het bezoek als bedoeld in het eerste lid:
- a.
is medisch of sociaal noodzakelijk op basis van een indicatie; en
- b.
vindt plaats binnen Nederland.
- a.
-
4. De bijzondere bijstand voor reiskosten wordt verleend op basis van de dichtstbijzijnde locatie waar de medisch of sociaal noodzakelijke behandeling of ondersteuning op een passende wijze kan worden ontvangen, tenzij uit een indicatie blijkt dat behandeling op een verder gelegen locatie noodzakelijk is.
Hoofdstuk 7 Kosten voor woninginrichting en verhuizing
Artikel 38 Voorliggende voorzieningen
-
1. Voor de kosten van inrichting en verhuizing geldt dat een sociale lening bij de kredietbank verbonden aan de schuldhulpverlening door de gemeente Voorst als voorliggende voorziening wordt beschouwd.
-
2. Van het eerste lid wordt afgeweken indien de belanghebbende in de drie jaren voorafgaand aan de aanvraag redelijkerwijs geen financiële ruimte heeft gehad om te reserveren, omdat:
- a.
de beschikbare financiële ruimte aantoonbaar is benut voor noodzakelijke kosten van het bestaan; of
- b.
de beschikbare financiële ruimte aantoonbaar is benut voor de aflossing van schulden.
- a.
-
3. Indien het aangaan van een lening als bedoeld in het eerste lid redelijkerwijs niet mogelijk of niet passend is gelet op de financiële situatie van de belanghebbende, kan bijzondere bijstand worden verleend.
-
4. Het college beoordeelt per individueel geval of sprake is van een passende voorliggende voorziening en betrekt daarbij in ieder geval:
- a.
de financiële draagkracht van de belanghebbende;
- b.
de (on)mogelijkheid om te reserveren; en
- c.
de gevolgen van het aangaan van een lening voor de financiële stabiliteit van het huishouden.
- a.
Artikel 39 Inrichtingskosten
-
1. Bijzondere bijstand kan worden verleend voor noodzakelijke inrichtingskosten, zijnde de kosten voor de aanschaf van een gebruikelijke en noodzakelijke inboedel.
-
2. Inrichtingskosten worden in ieder geval aangemerkt als bijzondere en noodzakelijke kosten indien sprake is van:
- a.
huisvesting in het kader van de gemeentelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders;
- b.
nieuwe huisvesting als gevolg van echtscheiding of beëindiging van een samenwoning, waarbij maatwerk wordt toegepast;
- c.
een anderszins noodzakelijke verhuizing, waarbij de noodzaak voldoende is onderbouwd.
- a.
-
Bij de toepassing van dit lid kan, gelet op de individuele omstandigheden, naar beneden worden afgeweken van het in het vierde lid genoemde maximum.
-
3. De bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt verstrekt in de vorm van een geldlening. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven tot verstrekking om niet. Artikel 3, vierde lid, van deze beleidsregels is van toepassing.
-
4. Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld op maximaal 50% van het inventarispakket naar huishoudtype, zoals opgenomen in de meest recente Nibud-richtlijnen.
-
5. Bij kamerbewoning wordt de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten beperkt tot het maximale bedrag zoals opgenomen in het financieel besluit.
-
6. De besteding van de bijzondere bijstand moet met bewijsstukken worden aangetoond. Het niet of niet geheel besteden van de bijzondere bijstand aan het daarvoor bestemde doel kan leiden tot terugvordering.
Artikel 40 Verhuiskosten
-
1. Onder verhuiskosten worden verstaan de noodzakelijke kosten voor het transport van goederen van de oude naar de nieuwe woning.
-
2. Bijzondere bijstand voor verhuiskosten kan worden verleend indien sprake is van een noodzakelijke verhuizing op grond van een sociale of medische indicatie.
-
3. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de goedkoopst adequate mogelijkheid en bedraagt maximaal het bedrag zoals opgenomen in het financieel besluit.
Artikel 41 Dubbele woonlasten
-
1. Bijzondere bijstand kan worden verleend voor noodzakelijke dubbele woonlasten indien sprake is van een noodzakelijke verhuizing.
-
2. Onder dubbele woonlasten worden verstaan de kosten van dubbele huur en een eventueel te betalen waarborgsom.
-
3. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de laagste huur.
Artikel 42 Babyuitzet
-
1. Bijzondere bijstand kan worden verleend voor noodzakelijke kosten van een babyuitzet, voor zover deze kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De kosten van een babyuitzet worden geacht voorzienbaar te zijn vanaf de derde maand van de zwangerschap.
-
2. Onder een babyuitzet worden verstaan de noodzakelijke kosten voor de eerste aanschaf van goederen die nodig zijn voor de verzorging van een baby.
-
3. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op maximaal 60% van het door het Nibud vastgestelde bedrag voor een babyuitzet. Bij de vaststelling van de hoogte kan, gelet op de individuele omstandigheden, naar beneden worden afgeweken van dit maximum.
-
4. De bijzondere bijstand wordt in beginsel uitsluitend verstrekt ten behoeve van het eerste kind. Hiervan kan worden afgeweken indien sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor de babyuitzet van eerdere kinderen niet meer beschikbaar is.
Hoofdstuk 8 Minimaregelingen
De minimaregelingen zijn regelingen voor bijzondere bijstand voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen en maatschappelijke participatie, zoals opgenomen in het financieel besluit.
Artikel 43 Algemene bepalingen bij de minimaregelingen
-
1. Het minimabeleid geldt voor inwoners die direct voorafgaand aan een aanvraag minimaal één jaar een inkomen hebben gehad dat niet hoger was dan 125% van de voor hen geldende bijstandsnorm.
-
2. Voor de kosten waarvoor op grond van dit hoofdstuk bijzondere bijstand kan worden verleend, wordt niet geacht te zijn gereserveerd.
-
3. Indien de kosten bij de aanvraag nog niet zijn aangetoond, dient de belanghebbende binnen één maand na toekenning bewijsstukken te overleggen. Indien dit niet gebeurt, kan de bijzondere bijstand worden teruggevorderd.
Artikel 44 Duurzame gebruiksgoederen
-
1. Bijzondere bijstand kan worden verleend voor de noodzakelijke vervanging of reparatie van bestaande duurzame gebruiksgoederen, voor zover deze zijn opgenomen in het financieel besluit.
-
2. Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt uitsluitend verleend indien sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval.
-
3. De bijzondere bijstand wordt verleend tot maximaal de bedragen zoals opgenomen in het financieel besluit.
-
4. Bijzondere bijstand wordt niet verleend voor de vervanging van duurzame gebruiksgoederen die jonger zijn dan zes jaar, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
-
5. Indien een duurzaam gebruiksgoed kan worden gerepareerd, wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend voor vervanging.
Artikel 45 Maatschappelijke participatie 18+
-
1. De bijzondere bijstand voor maatschappelijke participatie is een bijdrage in de kosten van deelname aan sociaal-maatschappelijke, sportieve en culturele activiteiten.
-
2. Bijzondere bijstand voor maatschappelijke participatie kan worden aangevraagd vanaf 18 jaar.
-
3. De datum van de aanvraag geldt als ingangsdatum van de bijzondere bijstand.
-
4. De bijzondere bijstand voor maatschappelijke participatie bedraagt maximaal het bedrag zoals opgenomen in het financieel besluit.
Artikel 46 Gemeentepolis
-
1. Het inkomen voor deelname aan de collectieve zorgverzekering, de Gemeentepolis, mag op het moment van toetreding niet hoger zijn dan 125% van de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 1, onder d, van deze beleidsregels.
-
2. Voor deelname aan de collectieve zorgverzekering wordt het vermogen, als bedoeld in zowel artikel 34 van de wet als in artikel 7 van deze beleidsregels, buiten beschouwing gelaten.
-
3. Het recht op deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt indien de belanghebbende niet langer in de gemeente woont.
-
4. Het recht op deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt indien het inkomen is gestegen boven 125% van de relevante bijstandsnorm.
-
5. De deelnemer is verplicht het college zo spoedig mogelijk te informeren over wijzigingen in inkomen, verhuizing buiten de gemeente of andere wijzigingen waarvan hij redelijkerwijs kan verwachten dat deze van invloed zijn op de aanspraak op de collectieve zorgverzekering.
Artikel 47 Hardheidsclausule
Het college kan aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van het voorafgaande bijstand verlenen als zeer dringende redenen daartoe noodzaken.
Artikel 48 Ingangsdatum en intrekking
-
1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
-
2. Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2024-2025 ingetrokken.
Artikel 49 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026.
Ondertekening
Twello, 7 april 2026
Paula Jorritsma-Verkade, burgemeester
Lisette Wolbers-Cents, secretaris
Bijlage 1: Financieel besluit bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst
Dit financieel besluit hoort bij de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026 en bevat de maximale vergoedingen en normbedragen die bij de uitvoering van deze beleidsregels worden gehanteerd. De bedragen in dit besluit gelden als maximale vergoedingen. Het college kan, met toepassing van de beleidsregels, besluiten tot een lagere vergoeding.
Indexering vindt plaats conform de in dit besluit genoemde bronnen (Nibud, GMD-lijst, wettelijke regelingen) of bij afzonderlijk collegebesluit.
|
Tandheelkundige kosten (artikel 15) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding per kalenderjaar |
|
Eigen bijdrage tandheelkundige kosten |
€ 500 per gezinslid |
|
Bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten |
€ 500 per gezinslid |
|
Orthodontiekosten voor jeugdigen tot 18 jaar |
€ 3.000 per gezinslid |
|
Begrafenis- of crematiekosten (artikel 16) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding |
|
Uitvaart |
€ 3.000 |
|
Hoortoestellen (artikel 19) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding |
|
Batterij voor hoortoestellen |
€ 0,25 per batterij per week |
|
Brillen en contactlenzen (artikel 20) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding |
|
Montuur |
€ 50 |
|
Enkelvoudige glazen |
€ 120 |
|
Varifocaal glazen |
€ 190 |
|
Contactlenzen |
€ 240 |
|
Rollator (artikel 30) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding |
|
Rollator |
€ 100 |
|
Inrichtingskosten (artikel 39) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding |
|
Kamerbewoning |
€ 1.000 |
|
Verhuiskosten (artikel 40) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding |
|
Verhuiskosten |
€ 500 |
|
Duurzame gebruiksgoederen (artikel 44) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding |
|
Koelkast met vriesvak (1–2 personen) |
€ 300 |
|
Koelkast met vriesvak (vanaf 3 personen) |
€ 500 |
|
Inductiekookplaat |
€ 300 |
|
Stofzuiger |
€ 100 |
|
Wasmachine |
€ 500 |
|
Magnetron |
€ 90 |
|
Laptop |
€ 400 |
|
Eenpersoons matras |
€ 100 |
|
Tweepersoons matras |
€ 200 |
|
Maatschappelijke participatie (artikel 45) |
|
|
Kostensoort |
Maximale vergoeding per kalenderjaar |
|
Maatschappelijke participatie |
€ 200 per persoon |
Indexering en actualisering
De in dit financieel besluit opgenomen bedragen kunnen jaarlijks worden aangepast. Dit financieel besluit treedt in werking tegelijk met de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl