Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760984
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760984/1
Beleidsregels inkomen Participatiewet Gooise Meren 2026
Geldend van 24-04-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels inkomen Participatiewet Gooise Meren 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren;
gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 31, tweede lid, onderdeel s, 41, elfde lid, 43a, eerste lid, en 44, vijfde lid, van de Participatiewet en de artikelen 15a, eerste lid, en 16a, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
Beleidsregels inkomen Participatiewet Gooise Meren 2026
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begrippen
Alle begrippen die in deze regeling worden gebruikt en niet verder worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a)
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren;
- b)
drempelbedrag: het normbedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m, van de Participatiewet;
- c)
gift: een ontvangen bijdrage met een onverplicht karakter;
- d)
Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
- e)
jongere: de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de Wet;
- f)
meldplicht: inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17, lid 1, van de wet;
- g)
probleemschulden: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden;
- h)
schuldregeling: een schuldregeling op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet schuldsanering natuurlijke personen;
- i)
Wet: Participatiewet;
- j)
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- k)
zoektermijn: de termijn van vier weken, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de Wet.
HOOFDSTUK 2. BELEIDSKEUZES
Artikel 2. Giften
-
1. Vrijlaten van giften in individuele gevallen
-
Giften en kostenbesparingen tot het drempelbedrag worden in ieder geval niet tot de middelen gerekend (art. 31, tweede lid, onderdeel m, Pw). Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften boven het drempelbedrag in ieder geval als verantwoord:
- a)
giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden;
- b)
Kleinere, incidentele giften in natura (bijv. boodschappenpakket, kleding, tweedehands koelkast) zolang het geen structurele kostenbesparing oplevert.
- c)
giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand;
- d)
giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid, van de Wet, met een waarde tot maximaal 50% van het drempelbedrag per jaar.
- a)
-
2. Begrenzing van giften
-
Wanneer laten we giften boven het drempelbedrag niet of slechts deels vrij?
- a)
Als de gift leidt tot een financiële positie die niet verenigbaar is met het doel van de bijstand (bijv. structureel hogere bestedingsruimte dan passend is).
- b)
Bij structurele besparingen op algemene bestaanskosten (zoals maandelijks boodschappenpakket of huur- of premiebetaling door derden): dit zijn besparingsbijdragen. We stemmen dan de hoogte van de bijstand af (art. 18, eerste lid, Pw) in plaats van de gift als inkomen te tellen.
- a)
-
3. Meldplicht giften
- a)
Voor giften tot en met het drempelbedrag geldt geen meldingsplicht.
- b)
Voor giften boven het drempelbedrag geldt een meldingsplicht.
- a)
Artikel 3. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Jongeren die in een kwetsbare situatie zitten, hebben minder kansen om binnen 4 weken werk of scholing te vinden. Het college maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet, wanneer sprake is van ten minste een van de volgende omstandigheden:
- a)
jongeren die op het moment van aanvraag voor algemene bijstand in een inrichting of in maatschappelijke opvang verblijven of er in de periode van 12 maanden voor de aanvraag hebben verbleven;
- b)
jongeren die uit een pleegzorgsituatie komen;
- c)
jongeren met (zware) psychische problemen die al behandeling hebben en waarvan het wegens deze belemmering niet verwacht kan worden om binnen 4 weken aan het werk of naar school te gaan;
- d)
jongeren die statushouder zijn en zijn begonnen met inburgeren;
- e)
jongeren die dakloos zijn c.q. niet zijn ingeschreven in de BRP;
- f)
jongeren die een jeugdzorg of kinderbescherming maatregel hebben of recent hadden;
- g)
jongeren die in een anderszins kwetsbare positie zitten en niet zelfstandig een werkplek of scholing kunnen zoeken;
- h)
jongeren die in de afgelopen 12 maanden algemene bijstand hebben ontvangen.
Artikel 4. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
-
1. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten in verband met eerdere bijstandsverlening als bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Wet, te gebruiken, wanneer:
- a)
dit gebruik leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag;
- b)
de nieuwe aanvraag is ingediend binnen 9 maanden na het eindigen van de algemene bijstand; en,
- c)
de eerdere bijstandsverlening is beëindigd vanwege werkaanvaarding of een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 13 van de Wet.
- a)
-
2. In de vereenvoudigde aanvraag worden opgevraagd en nagegaan:
- a)
als het identiteitsbewijs niet (meer) bij ons geregistreerd is; een identiteitsbewijs of DigiD.
- b)
het hoofdverblijf;
- c)
de gezinssituatie; en
- d)
het inkomen en het vermogen middels bankafschriften van een volledige maand, voorafgaande aan de aanvraag
- a)
-
3. Aanvullende bewijsstukken
-
Het kan voorkomen dat er meer bewijsstukken nodig zijn aan de hand van de individuele situatie, dit zal de consulent in die gevallen bij de klant opvragen. Dit kan bijvoorbeeld zijn: bewijzen van sollicitaties en/of reacties van werkgevers.
Artikel 5. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
Bijstand gaat in op de dag van melding. Het college kan bijstand toekennen met terugwerkende kracht tot maximaal drie maanden vóór de melding als individuele omstandigheden dat noodzakelijk maken (art. 44, vijfde lid, Pw / art. 16a, vierde lid, Ioaw).
Wanneer er aan één of meerdere van onderstaande individuele omstandigheden wordt voldaan, dan ligt het voor de hand dat dit reden is voor toekenning met terugwerkende kracht tot maximaal 3 maanden voor de meldingsdatum. Dit wordt per geval beoordeeld waarbij er rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden van de aanvrager. Voor de beoordeling van de aanvraag met terugwerkende kracht kan er om bewijstukken worden gevraagd, die deze beoordeling mogelijk maakt.
- 1.
Late melding door omstandigheden:
- a)
de belanghebbende kon geen aanvraag doen (bijv. ziekenhuisopname, beperkte zelfredzaamheid);
- b)
betrokkene wist redelijkerwijs niet dat bijstand mogelijk was;
- c)
er is eerst een passende voorliggende voorziening aangevraagd en afgewezen (bijv. WW/ZW/Toeslag);
- d)
een eerdere aanvraag is buiten behandeling gesteld of afgewezen wegens onvolledigheid;
- e)
er bestond onzekerheid over inkomen/vermogen (flexwerk, echtscheiding, erfenis, detentie);
- f)
er is met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning afgegeven.
- a)
- 2.
Ernstige gevolgen zonder terugwerkende kracht:
- a)
sprake van (probleem)schulden of betalingsachterstanden;
- b)
na melding is beslag gelegd of faillissement uitgesproken;
- c)
na melding is huur opgezegd, zorgverzekering beëindigd of zijn nutsvoorzieningen afgesloten.
- a)
HOOFDSTUK 3. SLOTBEPALINGEN
Artikel 6. Situaties waarin deze regeling niet voorziet
Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze regeling als deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 7. Inwerkingtreding en overgangsrecht
-
1. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.
-
2. De Beleidsregels giften en schadevergoedingen Participatiewet Gooise Meren 2023 wordt per deze datum ingetrokken.
-
3. Besluiten die zijn genomen voor de datum waarop deze beleidsregel in werking is getreden, blijven in stand totdat daarover opnieuw wordt beslist.
Artikel 8. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregels inkomen Participatiewet Gooise Meren 2026.
Ondertekening
Burgemeester en wethouders van Gooise Meren
de secretaris
M. Voorhorst
burgemeester
drs. H.M.W. ter Heegde
Toelichting
Algemeen
Op 1 januari 2026 is de Participatiewet (de Wet) gewijzigd door de Participatiewet in balans en door de Verzamelwet SZW 2026. De wijzigingen door de Participatiewet in balans treden gefaseerd in werking. Deze beleidsregel ziet op het invullen van de beleids- en uitvoeringsruimte van het college op een viertal bevoegdheden uit de eerste fase. Deze bevoegdheden bieden het college onder voorwaarden de mogelijkheid om:
- i.
vrijgelaten giften te verruimen;
- ii.
de vier weken zoektermijn voor jongeren achterwege te laten;
- iii.
bij het college berustende gegevens te hergebruiken en daarmee de aanvraag voor belanghebbenden te vereenvoudigen; en,
- iv.
met terugwerkende kracht bijstand te verlenen tot maximaal drie maanden voor de melding.
Artikelsgewijs
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.
Artikel 1. Definities
In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begrippen uit de beleidsregel worden hieronder nader toegelicht.
Probleemschulden
In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt het begrip ‘probleemschulden’ (of: 'problematische schulden') niet gedefinieerd. Wel wordt aangegeven voor wie schuldhulpverlening is bedoeld. In artikel 1 van de Wgs staat:
‘het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.’
Voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) geldt een vergelijkbaar criterium. In de definitie zijn iets eenvoudiger woorden gebruikt om dit uit te drukken. Daarbij speelt ook de overweging, dat het niet de bedoeling is om exact te gaan boekhouden bij het beoordelen van iemands financiële situatie. Het is voldoende dat ‘naar het oordeel van’ het college iemand zijn schulden niet meer kan aflossen of is gestopt met betalen.
Schuldregeling
Een schuldregeling is een betaalregeling met schuldeisers voor de aflossing van problematische schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor schuldhulpverlening en kan met de schuldeisers en de schuldenaar een schuldregeling treffen, op grond van de Wgs. Daarnaast kan de rechter een wettelijke schuldsanering uitspreken, op grond van de Wsnp. In beide gevallen leidt een schuldregeling ertoe dat na afronding belanghebbende een ‘schone lei’ krijgt.
Zoektermijn
Onder ‘zoektermijn’ wordt verstaan: de termijn van vier weken nadat een jongere (tot 27 jaar) zich heeft gemeld om algemene bijstand aan te vragen. Pas na die termijn kan een aanvraag worden ingediend en door het college in behandeling worden genomen (enkele uitzonderingen daargelaten, zie artikel 41, vierde lid, van de Wet).
Artikel 2. Vrijlaten van giften in individuele gevallen
In artikel 2 zijn regels opgenomen over het vrijlaten van giften in het kader van artikel 31, eerste lid, onderdelen m en s, van de Wet. Het begrip ‘gift’ wordt hier niet nader omschreven. Uit de wetshistorie van achtereenvolgende bijstandswetten en de jurisprudentie daaromtrent blijkt dat het bij een gift moet gaan om een bevoordeling van de ontvanger, met een onverplicht karakter (vrijgevigheid), zie bijv. ECLI:NL:CRVB:2016:1160. Daarmee wordt aangesloten bij de omschrijving van ‘gift’ in artikel 7:186, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek: Een gift is iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van het eigen vermogen verrijkt’. Voor het aannemen van een gift is het dus nodig dat sprake is van een drietal vereisten: de verarming van de gever, de verrijking van de ontvanger, als gevolg van een (onverplichte) handeling uit vrijgevigheid waar partijen zich bewust van zijn (zie ook Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:AD7272).
Artikel 3. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Voor alle jongeren tot 27 jaar geldt een zoektermijn van vier weken na de melding voor algemene bijstand. In deze zoektermijn van vier weken wordt van hen verwacht dat zij zoeken naar werk of scholing. Op de zoektermijn zijn uitzonderingen mogelijk voor jongeren in knellende situaties. In die situaties kan de jongere meteen zijn aanvraag indienen, zonder eerst naar andere mogelijkheden voor arbeid of scholing te zoeken.
Het uitgangspunt van de wetgever blijft, ook na deze versoepeling, onverminderd dat van een naar het oordeel van het college (de ISD) zelfredzame jongere mag worden verwacht dat hij zijn mogelijkheden om via werk of opleiding verder in zijn toekomst te investeren intensief onderzoekt, voordat hij bijstand aanvraagt. Dit draagt bij aan de eigen verantwoordelijkheid. De afweging om van dit uitgangspunt af te wijken is en blijft maatwerk. Om het voor toepassing in de praktijk efficiënter te maken wordt hier een aantal voorbeelden gegeven waarin het voor de hand ligt om af te wijken van de zoektermijn. Deze voorbeelden zijn niet limitatief.
In artikel 3 worden groepen jongeren genoemd voor wie de zoektermijn achterwege blijft, omdat zij zich in kwetsbare omstandigheden bevinden. De genoemde omstandigheden gelden als indicator voor de aanwezigheid van kwetsbare omstandigheden.
Artikel 4. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
De aanvraagprocedure voor algemene bijstand is voor veel inwoners ingewikkeld en wordt als (te) lang ervaren. Vooral bij een korte periode van werk of bij flexibel werk moet de – behoorlijk uitgebreide - aanvraagprocedure steeds weer opnieuw doorlopen worden en zit men lang in financiële onzekerheid. Door de combinatie van een aantal maatregelen wordt de (behandeling van de) aanvraag sneller en eenvoudiger. Eén van die maatregelen is de vereenvoudigde (of verkorte) aanvraagprocedure, op grond van het nieuwe artikel 43a.
Voor een vereenvoudigde aanvraag geldt in beginsel een termijn van 9 maanden. De termijn van 9 maanden ligt het meest voor de hand, omdat dit aansluit op de WW termijn van 3 maanden na 6 maanden arbeid in loondienst. Er hoeft dan slechts beperkt gegevens te worden opgevraagd en de verwachting is dat dit in de praktijk het makkelijkst uitvoerbaar is. We vragen alleen gegevens op die echt nodig zijn en die we zelf niet kunnen raadplegen.
Voor de vereenvoudigde aanvraag wordt een verkort aanvraagformulier opgesteld waarbij de voornaamste focus is of er wijzigingen zijn sinds de laatste maand waarin er recht op bijstand was. We vragen zo min mogelijk stukken op en alleen stukken die echt nodig zijn.
Artikel 5. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
Geen nadere toelichting nodig
Artikel 6. Situaties waarin deze regeling niet voorziet
Geen nadere toelichting nodig
Artikel 7. Inwerkingtreding en overgangsrecht
Geen nadere toelichting nodig
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl