Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760975
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760975/1
Regeling vervalt per 01-01-2028
Nadere regels subsidie Versterken Sociale Basis Helmond 2027
Geldend van 24-04-2026 t/m 31-12-2027
Intitulé
Nadere regels subsidie Versterken Sociale Basis Helmond 2027Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond,
gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.4, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Helmond 2020;
B E S L U I T:
vast te stellen:
de Nadere regels subsidie Versterken sociale Basis Helmond 2027
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Wat willen we bereiken met de subsidieregeling?
We willen dat alle Helmonders kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen in onze stad (Externe link: Kadernota sociaal domein 2024-2028). En dat jonge Helmonders kansrijk, gezond en veilig opgroeien, zodat ze – eenmaal volwassen – kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen (Externe link: Meerjarenprogramma jeugd 2024-2032). Dit zijn onze maatschappelijke doelen.
Deze regeling gaat over aanvragen voor het kalenderjaar 2027. Met deze subsidieregeling:
- -
Zorgen we voor een sterke sociale basis in onze stad, die de (persoonlijke) veerkracht van onze inwoners vergroot en bijdraagt aan de (sociale) veerkracht en samenredzaamheid van gemeenschappen, buurten en wijken.
- -
Versterken we de uitvoeringskracht in de sociale basis, door impactgedreven te werken en activiteiten mogelijk te maken die hun impact op de maatschappelijke doelen van de gemeente onderbouwen en monitoren.
- -
Realiseren we een samenhangend geheel van activiteiten in de sociale basis die impact maken op onze maatschappelijke doelen en samenwerking tussen organisaties stimuleert.
Artikel 2 Betekenissen
In deze subsidieregeling staan een aantal woorden die wij graag uitleggen:
- a)
Activiteiten: concrete, uitvoerbare interventies, programma’s of voorzieningen die binnen de gemeente Helmond worden uitgevoerd en direct bijdragen aan de versterking van de sociale basis en de bepalende factoren, zoals omschreven in artikel 4 van deze regeling.
- b)
ASV: Algemene subsidieverordening Helmond 2020;
- c)
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- d)
Bepalende factoren: beschermende, risico- en versterkende factoren die volgens de wetenschap van invloed zijn op de realisatie van onze maatschappelijke doelen;
- e)
Brede basisondersteuning: vrij toegankelijke, eerstelijns hulp en ondersteuning gericht op een breed scala van vragen, uitgevoerd in de directe leefomgeving (bijvoorbeeld in de thuissituatie, op school, in een wijkhuis). Brede basisondersteuning is systemisch (gericht op individu én zijn omgeving) en integraal (betrekt alle relevante leefgebieden). Brede basisondersteuning wordt uitgevoerd door betaalde beroepskrachten. Brede basisondersteuning is meestal een-op-een, maar ook groepswerk met een therapeutisch en systemisch karakter rekenen we tot brede basisondersteuning;
- f)
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond;
- g)
Cultuursensitief werken: rekening houden met wat in culturen als waardevol wordt gezien;
- h)
Daadwerkelijk bereik: het aantal directe deelnemers gedurende het subsidietijdvak. Het daadwerkelijk bereik wordt gemeten aan de hand van registratie van deelnemers of andere betrouwbare, aantoonbare gegevens;
- i)
Directe deelnemer: een Helmondse inwoner die daadwerkelijk deelneemt aan of direct bereikt wordt met een activiteit. Inwoners voor wie de activiteit bedoeld is (de doelgroep), maar die niet deelnemen, tellen niet als directe deelnemers. Het gaat hierbij om unieke deelnemers per activiteit;
- j)
Impactgedreven subsidiëren: het toekennen van subsidies aan activiteiten die een zo groot mogelijke impact hebben op onze maatschappelijke doelen zoals genoemd in artikel 1 van deze regeling:
- •
omdat ze factoren beïnvloeden die het meest bepalend zijn voor het realiseren van onze doelen, en;
- •
omdat de activiteiten een zo hoog mogelijke kwaliteit hebben en bewezen effectief of ten minste onderbouwd zijn, en;
- •
omdat binnen activiteiten structureel gemeten, geleerd en verbeterd wordt;
- •
- k)
interventie: afgebakende, doelgerichte en systematische methode met een duidelijke werkwijze, doelstelling en doelgroep, die een specifiek effect beoogt te bereiken ten aanzien van één of meer bepalende factoren zoals opgenomen in artikel 4 van deze regeling.
Een Interventie:
- o
heeft een duidelijk omschreven doel, doelgroep en beoogd effect;
- o
kent een afgebakende opzet, met beschreven werkwijze, looptijd en frequentie;
- o
is herkenbaar als afzonderlijk aanbod;
- o
is laagdrempelig en preventief van aard.
- o
- l)
Jeugdgezondheidszorg: jeugdgezondheidszorg zoals beschreven in artikel 1 onderdeel d van de Wet publieke gezondheid;
- m)
Leefwereld: de omgevingen waarin een inwoner zich begeeft en waarin de activiteit kan worden uitgevoerd. Het gaat om de leefwerelden thuis, school of werk, op straat of in de buurt en online;
- n)
Potentieel bereik: het totaal aantal Helmondse inwoners dat theoretisch in aanmerking komt voor deelname aan een activiteit, gebaseerd op de kenmerken van de doelgroep zoals omschreven in de aanvraag (bijvoorbeeld leeftijd, woonplaats of specifieke behoefte). Het potentieel bereik geeft aan hoeveel inwoners potentieel gebruik zouden kunnen maken van de activiteit, maar betekent niet dat deze inwoners daadwerkelijk deelnemen;
- o)
Professionele organisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die activiteiten uitvoert met beroepskrachten (minimaal één) en eventueel vrijwilligers, ter behartiging van belangen van ideële en/of materiële aard;
- p)
Programma: twee of meer interventies die gezamenlijk één integraal aanbod vormen met een zodanige inhoudelijke en uitvoeringsmatige samenhang dat deze interventies niet afzonderlijk kunnen worden uitgevoerd. Een programma heeft één duidelijke doelstelling en een gezamenlijke opzet en afhankelijkheid waarin de interventies elkaar versterken.
- q)
Regulier jongerenwerk: buitenschools aanbod behorende tot de pedagogische basisinfrastructuur van de sociale basis, waarbij vakkundige, gekwalificeerde jongerenwerkers zich focussen op de begeleiding bij het opgroeien in de maatschappij en de ontwikkeling van jongeren in de leeftijd van ongeveer 10 – 23 jaar, waarbij het zwaartepunt ligt op het groepswerk;
- r)
Sociale basis: de sociale basis bestaat uit wat inwoners samen doen, met of zonder organisatie. Daarnaast omvat het vrij toegankelijke activiteiten en voorzieningen van professionals, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en lotgenoten, gecoördineerd door een (betaalde) coördinator. Deze activiteiten richten zich op het dagelijks leven – zoals ontmoeten, opvoeden, gezondheid, werk, inkomen, sport, cultuur en veiligheid – en kunnen preventief zijn of dienen als laagdrempelig alternatief of aanvulling op professionele hulp.
- s)
Specialistische ondersteuning: specialistische ondersteuning is hulp op maat waarvoor een beschikking van de gemeente nodig is. Dit valt onder wetten zoals de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet of de schuldhulpverlening.
- t)
Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb;
- u)
Uitvoeringskracht: de kwaliteit en kracht van organisaties om beleid om te zetten in resultaten;
- v)
Volume: het aantal keer dat een bepaalde activiteit binnen het subsidiejaar wordt uitgevoerd;
- w)
Voorziening: een structurele, vrij toegankelijke en laagdrempelige fysieke locatie waar inwoners zonder indicatie of aanmelding binnen kunnen lopen voor ontmoeten, onderlinge steun, persoonlijke ontwikkeling, herstel, meedoen of dagelijks functioneren. Een voorziening betreft een zelfstandig en herkenbaar aanbod met een eigen doel, doelgroep en wijze van uitvoering, dat vanuit een vaste fysieke uitvoeringsplek wordt aangeboden en primair is gericht op versterking van de sociale basis en het bieden van collectieve ondersteuning. Het betreft geen brede basisondersteuning.
Artikel 3 Afstemming met Awb en Asv
Voor alle aanvragen geldt de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Helmond 2020 (Awb en de Asv). Als we daarvan afwijken, dan staat dat in deze subsidieregeling.
Hoofdstuk 2 Subsidieaanvraag
Artikel 4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Om in aanmerking te komen voor subsidie moeten activiteiten:
- 1.
gericht zijn op preventie, het versterken van de sociale basis;
- 2.
niet vallen onder jeugdgezondheidszorg, de brede basisondersteuning voor jeugd en volwassenen of specialistische ondersteuning, én;
- 3.
ten minste één van de volgende bepalende factoren op een positieve wijze beïnvloeden:
Bepalende factor
Definitie
Beschrijving van soort activiteiten
Armoede en schulden
Omvat ook: sociaaleconomische status, (gezins)inkomen, opleidingsniveau, werk, werkloosheid, sociaal juridische ondersteuning
Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden.
Het hebben van problematische en/of niet-problematische financiële schulden, leningen, krediet- of financiële problemen en/of het vertonen van problematisch financieel (leen)gedrag.
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van armoede en schulden.
Bijvoorbeeld*:
- •
Krachtwerk (onderbouwd)
- •
Yets (onderbouwd)
- •
Team Toekomst (onderbouwd)
Opvoeding
Omvat opvoedstijl en opvoedgedrag, hardhandig opvoedgedrag, gedragscontrole, ouderlijke warmte, ouderlijke steun
Omvat verschillende aanpasbare opvoedstijlen die ouders kunnen inzetten zoals ouderlijk toezicht, houding en alcoholgebruik van ouders, ouder-kind communicatie, betrokkenheid en ondersteuning door ouders.
Preventieve activiteiten die positief opvoedgedrag van ouders en verzorgers bevorderen en negatief opvoedgedrag voorkomen en/of beperken. Zoals het versterken van opvoedvaardigheden en ouderlijke steun, het stimuleren van ouderlijke warmte en sensitief-responsief opvoedgedrag en het beperken en/of voorkomen van inconsequente en hardhandige opvoedstijlen.
Bijvoorbeeld*:
- •
VIPP-SD(effectief)
- •
Incredible Years en Invest in Play(effectief)
- •
Home-Start(effectief)
- •
Ouder-baby interventie (effectief)
- •
Centering Zwangerschap (onderbouwd)
- •
Ouders Inc.( onderbouwd)
Psychische problemen
Omvat ook: stress, depressie en angst
Onder psychische problemen vallen: depressie, PTSS (posttraumatische stressstoornis), psychopathologie, paranoia, schizofrenie, stemmingswisselingen, mentale aandoeningen, mentale gezondheidsproblemen, zelfmoordpogingen/gedachten, slaapproblemen, eetstoornis, dementie, onbegrepen gedrag.
Preventieve activiteiten die psychische problemen voorkomen en/of (in vroegtijdig stadium) beperken. Behandeling is niet subsidiabel.
Bijvoorbeeld*:
- •
VRIENDEN (effectief)
- •
Denken + Doen = Durven(effectief)
- •
PAD (effectief)
- •
Kanjertraining (effectief)
- •
Dappere Dino’s (effectief)
- •
Alles Kidzzz (effectief)
- •
Ouder-baby interventie (effectief)
- •
Grip op je Dip (effectief)
- •
KOPP/KOV ondersteuningsgroepen (onderbouwd)
- •
Piep zei de Muis (onderbouwd)
- •
Billy Boem (onderbouwd)
- •
Steunend Relationeel Handelen (onderbouwd)
- •
Taakspel (onderbouwd)
Sociale verbondenheid en sociale steun
Omvat ook: eenzaamheid, sociale cohesie
De hoeveelheid en kwaliteit van sociale relaties en deelname aan activiteiten van formele en informele groepen
Preventieve of randvoorwaardelijke activiteiten die sociale verbondenheid, sociale cohesie en sociale steun vergroten en/of eenzaamheid en exclusie beperken. Het gaat bij sociale verbondenheid en steun niet om interventies die primair gericht zijn op cultuur.
Bijvoorbeeld*:
- •
Incredible Years en Invest in Play(effectief)
- •
Plezier op School (effectief)
- •
Centering Zwangerschap(effectief)
- •
Grip & Glans groepscursus (effectief)
- •
Sociaal vitaal en Sociaal vitaal in kleur (effectief)
- •
JoinUs en JoinUs Online (onderbouwd)
- •
GoldenSports (onderbouwd)
Sociaal-emotionele vaardigheden
Omvat ook: empathie, sensitiviteit, persoonlijkheidskenmerken, zelfvertrouwen
De vaardigheden die betrekking hebben op het herkennen en omgaan met eigen emoties en de omgang met anderen.
Preventieve activiteiten die sociaal-emotionele vaardigheden versterken, zoals self-efficacy empathie, coping, zelfregulatie en zelfvertrouwen.
Bijvoorbeeld*:
- •
PAD (effectief)
- •
Kanjertraining (effectief)
- •
Incredible Years en Invest in Play(effectief)
- •
KIES (effectief)
- •
KOPP/KOV ondersteuningsgroepen (onderbouwd)
- •
Move2Learn (onderbouwd)
- •
Taakspel (onderbouwd)
- •
Team Toekomst (onderbouwd)
Schoolprestaties
Meetbare resultaten met betrekking tot deelname en betrokkenheid op school. Hoge prestaties omvatten actieve deelname aan schoolactiviteiten, het regelmatig bijwonen van lessen en het succesvol voorkomen van schoolverzuim met als einddoel dat een jongere het onderwijs met een kwalificatiediploma (havo, vwo of mbo 2) verlaat. Lage prestaties omvatten frequent schoolverzuim, uitval, of terugkeer naar een lager onderwijsniveau door gebrek aan betrokkenheid, of het verlaten van het onderwijs zonder kwalificatie.
Preventieve activiteiten binnen het sociaal domein die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van slechte schoolprestaties en schooluitval en/of bijdragen aan het versterken van goede schoolprestaties.
Bijvoorbeeld*:
- •
KIES (effectief)
- •
Samen Leren (effectief)
- •
MAZL op het vo en M@ZL op het mbo (effectief)
- •
VoorleesExpress (effectief)
- •
Taakspel (onderbouwd)
- •
Team Toekomst (onderbouwd)
Fysieke gezondheid en persoonlijke verzorging
Omvat ook: conditie, overgewicht, (chronische) ziekten, gezonde voeding en bewegen
Het gaat om meerdere aspecten van de algehele fysieke staat van mensen, zoals conditie en gewicht. Gezonde voeding is onder meer rijk aan fruit, groente en volkoren granen. Bewegen is het ondernemen van een fysieke activiteit, zoals wandelen of sport; "elke lichamelijke beweging die wordt geproduceerd door de skeletspieren en resulteert in energieverbruik"
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van fysieke gezondheidsproblemen en/of het versterken van de fysieke gezondheid. Hieronder vallen ook preventieve activiteiten ter bevordering van bewegen en consumptie van gezonde voeding.
Bijvoorbeeld*:
- -
Vallen Verleden Tijd(effectief)
- -
Zicht op Evenwicht (effectief)
- -
Nijntje Beweegdiploma(effectief)
- -
- -
Sportbouwer (effectief)
- -
Cool 2B Fit(effectief)
- -
De Gezonde Basisschool van de Toekomst (effectief)
- -
B-fit (effectief)
- -
SuperFIT (effectief)
- -
Oldstars Sport(onderbouwd)
- -
GoldenSports (onderbouwd)
Taalbeheersing
Omvat ook: taalvaardigheden, financiële geletterdheid, gezondheidsvaardigheden, digitale vaardigheden
Taalbeheersing gaat over de mate van beheersing van taal en omvat ook reken- en digitale vaardigheden.
Preventieve activiteiten binnen het sociaal domein die bijdragen aan het versterken van taalbeheersing en taalvaardigheid en/of het voorkomen en/of beperken van taalproblemen, zoals leesbevordering voor het jonge kind.
VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie) en OAB (Onderwijs Achterstanden Beleid) activiteiten zijn niet subsidiabel onder deze regeling. Dit geldt ook voor volwasseneducatie (Wet Educatie en Beroepsonderwijs, WEB).
Bijvoorbeeld*:
- •
VoorleesExpress (effectief)
- •
Samen Leren (effectief)
- •
Boekstart/BoekenPret(onderbouwd)
Gehechtheidsrelatie
Een langdurige, affectieve relatie tussen ouder en kind. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie kan variëren van veilig tot verschillende vormen van onveilig
Preventieve activiteiten die bijdragen aan een veilige gehechtheidsrelatie tussen ouders/verzorgers en kinderen en/of bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van een onveilige gehechtheidsrelatie tussen ouders/verzorgers en kinderen.
Bijvoorbeeld*:
- •
VIPP-SD(effectief)
- •
Incredible Years en Invest in Play(effectief)
- •
Ouder-baby interventie (effectief)
- •
NIKA (onderbouwd)
Gezinsfunctioneren
Meerdere aspecten van het gezinsleven, waaronder communicatie, problemen oplossen, verdeling van werk, conflictmanagement en gehechtheid.
Het algemene niveau van kwaliteit, aanpassing of blijheid en tevredenheid van de relatie tussen ouders.
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het versterken van positief gezinsfunctioneren en/of bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatief gezinsfunctioneren.
Bijvoorbeeld*:
- •
Home-Start(effectief)
- •
Dappere Dino’s (effectief)
- •
Ouders Inc. (onderbouwd)
Blootstelling aan geweld
Omvat ook: getuige van huiselijk of relationeel geweld, mishandeling, misbruik, stalking
Onder blootstelling aan geweld valt: geschiedenis van kindermishandeling en/of getuige van partnergeweld, betrokkenheid van jeugdbescherming, in het verleden getuige/slachtoffer van ander geweld, prevalentie van dating violence onder leeftijdsgenoten
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van blootstelling aan geweld, mishandeling, stalking, relationeel en huiselijk geweld.
Bijvoorbeeld*:
- •
NIKA (onderbouwd)
- •
Happy2gether (onderbouwd)
Negatieve levensgebeurtenissen
Omvat ook: trauma, ingrijpende gebeurtenissen
Hieronder vallen onder andere: stressvolle gebeurtenissen, misbruik, trauma, verwaarlozing, mishandeling, directe en indirect blootstelling aan rampen, geweld), gedwongen migratie, mensensmokkel, slachtofferschap (intimidatie, geweld, discriminatie)
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van gevolgen van negatieve en ingrijpende levensgebeurtenissen en trauma.
Bijvoorbeeld*:
- •
Zorgen voor getraumatiseerde kinderen (onderbouwd)
Ervaren discriminatie/exclusie
Het ervaren van discriminatie gebaseerd op de persoonlijke identiteit vanuit de sociale omgeving
Preventieve activiteiten die gericht zijn op het voorkomen en/of beperken van discriminatie, racisme en exclusie.
- •
* Genoemde activiteiten zijn voorbeelden die aantoonbaar bijdragen aan bepalende factoren en erkend zijn door één van de landelijke databanken effectieve interventies. Als er geen erkende effectieve interventies zijn, worden hier goed onderbouwde alternatieven genoemd. De gemeente Helmond gebruikt in deze regeling ruimere criteria dan de landelijke databanken, waardoor meer activiteiten als bewezen effectief tellen. Het aanvragen van een van de als voorbeeld genoemde activiteiten, garandeert nog geen subsidie. Dit is afhankelijk van de andere in deze regeling genoemde voorwaarden, overige aanvragen en de totaalscores.
Artikel 5 Wie kan subsidie ontvangen?
-
1. We verstrekken uitsluitend subsidie aan professionele organisaties die activiteiten uitvoeren in Helmond voor de Helmondse inwoners.
-
2. Wij wijzen de aanvraag af als:
- a.
de aanvrager niet kan aantonen geen winstoogmerk te hebben;
- b.
de aanvrager activiteiten (deels) laat uitvoeren door een gelieerde commerciële entiteit of een andere partij met winstoogmerk, waardoor de subsidie indirect ten goede komt aan commerciële belangen.
- a.
-
3. We verlenen geen subsidie aan kinderopvangorganisaties en onderwijsinstellingen voor primair (speciaal) onderwijs, voortgezet (speciaal) onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs.
Artikel 6 Aan welke vereisten moet de subsidieaanvraag voldoen?
In aanvulling op de ASV moet de aanvraag voldoen aan de volgende vereisten:
- 1.
Een volledig ingevuld online aanvraagformulier, waarin per activiteit in ieder geval de volgende onderdelen staan beschreven:
- a)
naam activiteit
- b)
beschrijving van de activiteit
- c)
doelgroep van de activiteit
- d)
potentieel bereik en daadwerkelijk bereik
- e)
geografische schaal/gebied waar de activiteit wordt uitgevoerd en/of wordt aangeboden;
- f)
onderbouwing van bijdrage van de activiteit aan bepalende factoren genoemd in artikel 4;
- g)
onderbouwing van kwaliteit en effectiviteit van de activiteit;
- h)
prijs per activiteit;
- i)
het aantal keer dat de activiteit wordt uitgevoerd (volume);
- j)
fase van preventie van de activiteit;
- k)
leefwereld(en) waar de activiteit wordt uitgevoerd;
- l)
uitkomstmaat/maten waarop effect van de activiteit wordt gemeten;
- m)
beschrijving van de structurele werkwijze van meten, leren en verbeteren;
- n)
samenwerking met andere partners;
- o)
jaarrekening van de organisatie van het voorgaande jaar, uitgesplitst op activiteitenniveau;
- p)
een ingevulde begroting middels het hiervoor beschikbaar gestelde format.
- a)
- 2.
De aanvraag moet worden ingediend via het daarvoor beschikbaar gestelde online aanvraagformulier op de gemeentelijke website.
- 3.
Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen (of zoveel langer als aangegeven), te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te nemen.
Artikel 7 Wanneer moet u uw aanvraag indienen?
Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 1 mei tot 1 juli 2026 via het daarvoor beschikbaar gestelde online aanvraagformulier op de gemeentelijke website.
Hoofdstuk 3 Subsidieverlening
Artikel 8 Hoeveel subsidie is er?
-
1. Het maximale subsidiebedrag voor het kalenderjaar 2027 bedraagt € 8.230.000 per kalenderjaar. Dat is het subsidieplafond. Dit subsidieplafond geldt onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad. Binnen dit subsidieplafond zijn er deelplafonds. Subsidieaanvragen moeten worden ingediend onder één van de volgende deelplafonds, die worden toegelicht in Bijlage 2 van deze regeling:
- a.
Kansrijke start en kansrijk opgroeien
- b.
Kinderwerk
- c.
Jongerenwerk
- d.
Bestaanszekerheid
- e.
Mentaal en fysiek welzijn
- f.
Sociale cohesie
- g.
Basisvaardigheden
- h.
Voorzieningen.
- a.
-
2. De deelplafonds bedragen:
- a)
€ 900.000 voor Kansrijke start en kansrijk opgroeien
- b)
€ 300.000 voor Kinderwerk
- c)
€ 1.700.000 voor Jongerenwerk
- d)
€ 550.000 voor Bestaanszekerheid
- e)
€ 1.670.000 voor Mentaal en fysiek welzijn
- f)
€ 2.580.000 voor Sociale cohesie
- g)
€ 200.000 voor Basisvaardigheden
- h)
€ 330.000 voor Voorzieningen
- a)
-
3. De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen kunnen voor het kalenderjaar 2027 worden geïndexeerd.
Artikel 9 Hoe verdelen wij de subsidie en beoordelen wij de aanvragen?
-
1. Alle subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in deze regeling, beoordelen we aan de hand van een beoordelingskader (Bijlage 1) dat bestaat uit de volgende elementen:
- a)
Inhoudelijke beoordelingscriteria
- b)
Impact
- c)
Financiële duurzaamheid
- d)
Meten leren en verbeteren
De totaalscore van een activiteit wordt berekend met de formule: A + B + C + D.
- a)
-
2. Als het subsidiedeelplafond is bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de rangschikking zoals genoemd in lid 1. De hoogst gerangschikte activiteit komt het eerst in aanmerking voor subsidie en daarna in aflopende volgorde de opeenvolgende gerangschikte activiteiten, tot het subsidiedeelplafond wordt bereikt.
-
3. Als de uiteindelijke rangschikking, zoals bedoeld in lid 2, ertoe leidt dat de laagst gerangschikte activiteiten gelijk scoren en hierdoor een keuze moet worden gemaakt, passen we de volgende volgorde toe:
- a)
De hoogste score op A telt het zwaarst;
- b)
Vervolgens telt de hoogste score op B het zwaarst;
- c)
Dan telt de hoogste score op D het zwaarst;
- d)
Tot slot telt de score op C het zwaarst.
- a)
-
4. Als na toepassing van lid 3 nog steeds een gelijke rangschikking bestaat, dan wordt door loting bepaald welke activiteit voorrang krijgt.
-
5. Als een subsidiedeelplafond niet volledig is benut, worden de niet-gebruikte middelen verdeeld over de overige subsidiedeelplafonds, voor zover de aanvragen binnen die deelplafonds het plafond overschrijden. De verdeling van niet-gebruikte middelen over de overige deelplafonds vindt plaats in de volgende volgorde: 1) Bestaanszekerheid, 2)Voorzieningen, 3)Sociale cohesie, 4)Basisvaardigheden, 5)Kansrijke start en kansrijk opgroeien, 6)Mentaal en fysiek welzijn, 7)Jongerenwerk en 8)Kinderwerk.
Artikel 10 Wanneer weigeren wij de aanvraag voor subsidie?
In de ASV staan weigeringsgronden.
- 1.
Daarnaast weigeren we de subsidie (deels) als:
- a)
de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
- b)
de activiteit valt onder de brede basisondersteuning voor jeugd en volwassenen, jeugdgezondheidszorg of er sprake is van specialistische ondersteuning;
- c)
de activiteit hoort onder een andere specifieke subsidieregeling;
- d)
de activiteit minder dan 15 punten scoort op de totale beoordeling zoals omschreven in artikel 9, eerste lid;
- e)
de activiteit niet direct gericht is op ondersteuning aan inwoners;
- f)
de activiteit behandeling of ondersteuning omvat die kan worden verkregen op grond van een wet die niet door de gemeente wordt uitgevoerd, zoals de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg
- a)
- 2.
De volgende activiteiten vallen niet onder het bereik van deze subsidieregeling en een aanvraag voor een van deze activiteiten zullen we daarom weigeren:
- a)
Activiteiten rondom inburgering
- b)
Zorg- en gemaksdiensten, zoals de was- en strijkservice.
- c)
Vroegsignalering van schulden
- d)
Cliëntondersteuning
- e)
Het Kindpakket, voedselbanken en supermarkten voor minima
- f)
Meldpunt discriminatie
- g)
Huiswerkbegeleiding
- h)
Activiteiten die voorzien in financiële educatie op scholen
- i)
Voorzieningen die deel uitmaken van een wooncomplex en waarvan de activiteiten ook voornamelijk zijn gericht op de bewoners van het betreffende wooncomplex
- j)
Wijkhuizen
- a)
- 3.
Daarnaast kunnen wij de subsidie (deels) weigeren als:
- a)
de organisatie geen aantoonbare kennis heeft van de sociale basisinfrastructuur van Helmond, van maatschappelijke voorzieningen en van de doelgroep;
- b)
de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid zijn;
- c)
niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
- d)
uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid;
- e)
uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;
- f)
Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de beoordeling komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben.
- a)
Artikel 11 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
-
1. In de Asv staan verplichtingen. Daarnaast gelden de volgende verplichtingen:
- a)
Samenwerking met partners in de stad:
- •
de subsidieontvanger werkt aantoonbaar samen met Stichting Sociale Teams Helmond met onder andere afspraken over op- en afschalen;
- •
de subsidieontvanger werkt waar mogelijk én nodig samen met andere relevante partners in de stad om gezamenlijk maatschappelijke impact te maken.
- •
- b)
Structureel meten, leren en verbeteren:
- •
de subsidieontvanger meet het doel van de activiteit bij de doelgroep (conform aanvraag);
- •
de subsidieontvanger neemt deel aan belangrijke (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Helmond opdracht geeft;
- •
de subsidieontvanger monitort de effecten van de activiteiten (kwalitatief en/of kwantitatief), met als doel hiermee te leren en activiteiten te verbeteren.
- •
de subsidieontvanger treedt proactief en regelmatig in overleg met de gemeente over de uitvoering van de activiteiten en de voortgang.
- •
- c)
Naleven van kwaliteitseisen:
- •
activiteiten worden uitgevoerd volgens de kwaliteitseisen van deze activiteiten als het gaat om certificering, opleiding en licentie;
- •
activiteiten worden uitgevoerd volgens de methodiek of beschrijving van de activiteit. Er kunnen goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Dit beargumenteerd afwijken van de methodiek of beschrijving gebeurt in overleg met de gemeente.
- •
- d)
Inclusie en cultuursensitiviteit:
- •
activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend sluiten niemand uit op basis van afkomst, geloof, gender, leeftijd, seksuele voorkeur of beperking;
- •
de subsidieontvanger werkt cultuursensitief.
- •
- a)
-
2. In de verleningsbeschikking kunnen we aanvullende verplichtingen opleggen.
Hoofdstuk 4 Subsidievaststelling
Artikel 12 Hoe verantwoordt u de subsidie?
-
1. In de Asv staat hoe u de subsidie verantwoordt. Aanvullend op de Asv gelden de volgende verantwoordingseisen voor deze subsidieregeling:
- a)
U rapporteert over de uitvoering, resultaten en effecten van de activiteit(en) (interventies/programma’s/voorzieningen) aan de gemeente in een eindverantwoording;
- b)
U verantwoordt over hoe u reflecteert en leert van de uitvoering van de activiteit(en) en verbeteringen doorvoert, conform de aanvraag.
- a)
-
2. Naast de mogelijkheden die de Awb en de Asv ons bieden, kan de subsidie, bij het uitblijven van een (volledige) verantwoording ten minste 10% lager vastgesteld worden en wordt te veel betaalde subsidie teruggevorderd.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 13 Kunnen we afwijken van deze regels?
We kunnen afwijken van deze regels als we vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor de gemeente of de subsidieontvanger.
Artikel 14 Wat is nog belangrijk om te weten?
-
1. Deze subsidieregeling geldt vanaf de dag na de bekendmaking daarvan en is geldig tot en met 31 december 2027.
-
2. De regeling blijft van toepassing voor het vaststellen, herzien, intrekken of terugvorderen van subsidies die op grond van deze regeling zijn verleend.
-
3. We noemen dit de Nadere regels subsidie Versterken Sociale Basis Helmond 2027
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Helmond van 7 april 2026
Burgemeester en wethouders van Helmond,
mr. S.C.C.M. Potters
burgemeester
E.P.H. Koop, MSc
Gemeentesecretaris
Bijlage 1: beoordelingskader
Beoordelingskader
We scoren met de formule A + B + C + D.
A. inhoudelijke beoordelingscriteria;
B. Impact;
C. Financiële duurzaamheid;
D. Meten, leren en verbeteren.
|
Score A: Inhoudelijke beoordelingscriteria |
|||
|
1. Noodzaak en doelgroepbehoefte |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 2.5 |
Goed 5 |
|
2. Plan van aanpak |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 2.5 |
Goed 5 |
|
3. Bereik en toeleiding |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 1.5 |
Goed 3 |
|
4. Signalering en doorverwijzing |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 1.5 |
Goed 3 |
|
5. Samenwerking als ketenpartner |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 1.5 |
Goed 3 |
|
6. Passende en toegankelijke vindplaats |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 1 |
Goed 2 |
|
Score B: Impact |
|||
|
1. Bijdrage van een activiteit aan bepalende factoren |
7 punten: sterk (sterke onderbouwing van bijdrage aan tenminste 3 factoren) 5 punten: goed (goede onderbouwing van bijdrage aan tenminste 2 factoren) 3 punten: ruim voldoende (ruim voldoende onderbouwing van bijdrage aan tenminste 1 factor) 2 punten: voldoende (voldoende onderbouwde bijdrage aan tenminste 1 factor) 0 punten: geen of onvoldoende onderbouwing van bijdrage aan maatschappelijke impact |
||
|
2. De mate van kwaliteit en effectiviteit van de activiteit |
9 punten: sterke aanwijzingen voor effectiviteit 7 punten: goede aanwijzingen voor effectiviteit 5 punten: eerste aanwijzingen voor effectiviteit 2 punten: theoretisch onderbouwd 0 punten: geen aanwijzingen voor effectiviteit en geen theoretische onderbouwing |
||
|
Score C: financiële duurzaamheid |
|||
|
1. Prijs per deelnemer |
7 punten: < 500 euro 5 punten: 500 – 1.000 euro 3 punten: 1.000 – 1.500 euro 2 punten: > 1.500 euro 0 punten: > 4000 euro |
||
|
2. reëel subsidiebedrag |
|||
|
1. Inzet en tariefniveau van personeel in relatie tot de aard en beoogde kwaliteit van de activiteit |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 1 |
Goed 2 |
|
2. De overheadkosten in verhouding tot de totale activiteitenkosten |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 1 |
Goed 2 |
|
3. Aangevraagd subsidiebedrag in verhouding tot de totale inkomsten op activiteitenniveau |
Onvoldoende 0 |
Voldoende 1 |
Goed 2 |
|
Score D: Meten, leren en verbeteren |
5 punten: indien alle criteria wordt voldaan 3 punten: indien aan 3 of meer van de 5 bovenstaande criteria wordt voldaan 2 punten: indien aan 2 of meer van de 5 bovenstaande criteria wordt voldaan 0 punten: indien aan 1 of geen van de bovenstaande criteria wordt voldaan |
||
Maximale score:
Om de maximale score te krijgen, kiezen we de hoogste score per categorie:
- •
Categorie A: 21 punten
- •
Categorie B: 16 punten
- •
Categorie C: 13 punten
- •
Categorie D: 10 punten
Maximale uitkomst:
De hoogste score die je kunt behalen met de gegeven scores is 60 punten.
Onderdeel A – Inhoudelijke beoordelingscriteria (max. 21 punten)
Binnen onderdeel A worden subsidieaanvragen beoordeeld aan de hand van onderstaande inhoudelijke beoordelingscriteria. De beoordeling wordt per deelplafond uitgevoerd door een beoordelingscommissie met expertise op het thema. Per criterium kan een aanvraag de kwalificatie onvoldoende, voldoende of goed krijgen. De criteria zijn gerangschikt naar afnemend gewicht. De scores op alle criteria worden vervolgens opgeteld, wat resulteert in een totaalscore tussen 0 en 21 punten.
|
Criteria |
Onvoldoende |
Voldoende |
Goed |
|
1. Noodzaak en doelgroepbehoefte De mate waarin de subsidieaanvrager aannemelijk maakt dat de voorgestelde activiteit voorziet in een concrete en onderbouwde behoefte van de beoogde doelgroep. De aanvraag laat zien welke maatschappelijke of inhoudelijke opgave wordt geadresseerd, aan welke bepalende factor(en) deze bijdraagt en waarom de activiteit hiervoor passend en noodzakelijk is. |
0 |
2.5 |
5 |
|
2. Plan van aanpak De mate waarin de subsidieaanvrager een duidelijke en samenhangende beschrijving geeft van de activiteit. De aanvraag maakt inzichtelijk:
Het plan van aanpak is concreet, uitvoerbaar en logisch opgebouwd. |
0 |
2.5 |
5 |
|
3. Bereik en toeleiding De mate waarin de subsidieaanvrager aantoont dat de beoogde doelgroep effectief wordt bereikt en gestimuleerd om deel te nemen aan of gebruik te maken van de activiteit. De aanvraag beschrijft op welke wijze de doelgroep wordt geïnformeerd en benaderd, hoe deelname wordt bevorderd en hoe eventuele drempels voor deelname worden weggenomen. De aanpak is concreet, passend bij de doelgroep en uitvoerbaar. |
0 |
1.5 |
3 |
|
4. Signalering en doorverwijzing De mate waarin de subsidieaanvrager aantoont dat binnen de uitvoering van de activiteit relevante signalen, behoeften of knelpunten bij deelnemers tijdig worden herkend en op een zorgvuldige en professionele wijze worden opgepakt. De aanvraag maakt inzichtelijk op welke wijze signalen worden gesignaleerd, besproken en beoordeeld, en welke passende vervolgstappen worden gezet wanneer aanvullende ondersteuning, afstemming of doorgeleiding naar ander aanbod wenselijk of noodzakelijk is. |
0 |
1.5 |
3 |
|
5. Samenwerking als ketenpartner De mate waarin de subsidieaanvrager aantoont een actieve, betrouwbare en proactieve partner te zijn binnen het lokale netwerk en bij te dragen aan een samenhangend aanbod binnen de sociale basis. De aanvraag maakt inzichtelijk hoe de activiteit wordt afgestemd op het bestaande aanbod, zodat een complementaire en dekkende keten ontstaat, waarbij overlap wordt voorkomen en lacunes worden gesignaleerd. De subsidieaanvrager laat zien dat sprake is van een open samenwerkingshouding, met structurele afstemming en gerichte doorgeleiding van deelnemers naar ander aanbod wanneer nodig. De samenwerking draagt bij aan een toegankelijk, effectief en samenhangend netwerk en aan het realiseren van de doelstellingen van de subsidieregeling. |
0 |
1.5 |
3 |
|
6. Passende en toegankelijke vindplaats De mate waarin de subsidieaanvrager aantoont dat de activiteit wordt uitgevoerd op een logische, herkenbare en bereikbare vindplaats binnen de leefwereld van de doelgroep. De aanvraag maakt duidelijk waarom is gekozen voor de betreffende locatie(s) of context (bijvoorbeeld wijkgericht, schoolomgeving, online omgeving of andere relevante setting) en hoe deze keuze bijdraagt aan bereik, toegankelijkheid en effectiviteit van de activiteit. Indien geen gebruik wordt gemaakt van openbare maatschappelijke gebouwen of voorzieningen, zoals een wijkhuis, school, park of vereniging, licht de subsidieaanvrager gemotiveerd toe waarom hiervoor is gekozen en hoe deze keuze bijdraagt aan de doelmatigheid, toegankelijkheid en effectiviteit van de activiteit. |
0 |
1 |
2 |
Onderdeel B – Impact
Bij onderdeel b van de beoordeling worden punten toegekend op basis van de mate waarin de aangevraagde activiteit(en) aantoonbaar maatschappelijke impact realiseren. Deze maatschappelijke impact wordt uitgedrukt door de bijdrage van de activiteit aan de in deze regeling benoemde bepalende factoren en maatschappelijke doelen, alsmede aangetoonde kwaliteit en effectiviteit van activiteit. Deze twee onderdelen worden via onderstaande
1. Bijdrage van een activiteit aan bepalende factoren
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij dit onderdeel wordt toegekend:
|
Wat |
Toelichting |
Waar in aanvraag? |
Score |
|
Bijdrage aan bepalende factoren en maatschappelijke doelen |
De mate waarin de activiteit één of meerdere factoren en/of doelen beïnvloedt |
Dient per activiteit beschreven te staan in aanvraag onder ‘bijdrage aan maatschappelijke impact’ |
7 punten: sterk (sterke onderbouwing van bijdrage aan tenminste 3 factoren of doelen) 5 punten: goed (goede onderbouwing van bijdrage aan tenminste 2 factoren of doelen) 3 punten: ruim voldoende (ruim voldoende onderbouwing van bijdrage aan tenminste 1 factor of doel) 2 punten: voldoende (voldoende onderbouwde bijdrage aan tenminste 1 factor of doel) 0 punten: geen of onvoldoende onderbouwing van bijdrage aan maatschappelijke impact |
- •
Sterke onderbouwing: Dit betekent dat er bewijs wordt geleverd door de meest betrouwbare onderzoekssoorten, zoals RandomizedControlledTrials (RCT's) (dit zijn experimenten waarbij de deelnemers willekeurig worden toegewezen aan verschillende groepen) en/of meta-analyses (onderzoeken die meerdere studies samenvoegen en analyseren om een algemeen resultaat te vinden).
- •
Goede onderbouwing: Dit betekent dat het bewijs komt uit ander effectonderzoek (onderzoek dat het effect van een interventie meet) en/of systematische reviews (onderzoeken die meerdere studies op een gestructureerde manier samenbrengen) en/of longitudinaal onderzoek (onderzoek dat deelnemers over langere tijd volgt om veranderingen te meten).
- •
Ruim voldoende onderbouwing: Dit betekent dat er bewijs is uit ander extern onderzoek (onderzoeken van buiten de organisatie die nuttige informatie bieden), hoewel dit niet altijd van dezelfde kwaliteit is als bij "goede onderbouwing."
- •
Voldoende onderbouwing: Dit betekent dat er bewijs is uit eigen onderzoek (onderzoek dat je zelf hebt uitgevoerd) of uit grijze literatuur (onderzoeksrapporten, werkdocumenten, of rapporten die niet officieel gepubliceerd zijn, maar wel waardevolle informatie kunnen bieden).
- •
Geen of onvoldoende onderbouwing: Dit betekent dat er geen bewijs is, of dat het bewijs niet voldoet aan de bovengenoemde criteria om te worden beschouwd als voldoende.
2. Effectiviteit en kwaliteit van de activiteit
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij dit onderdeel wordt toegekend.
|
Wat |
Toelichting |
Waar in aanvraag? |
Score |
|
Kwaliteit en effectiviteit van activiteit |
De mate van kwaliteit en effectiviteit van de activiteit |
Dient per activiteit beschreven te staan in aanvraag onder ‘kwaliteit en effectiviteit van activiteit’ |
9 punten: sterke aanwijzingen voor effectiviteit 7 punten: goede aanwijzingen voor effectiviteit 5 punten: eerste aanwijzingen voor effectiviteit 2 punten: theoretisch onderbouwd 0 punten: geen aanwijzingen voor effectiviteit en geen theoretische onderbouwing |
- •
Sterke aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie die in Nederland is uitgevoerd, betrouwbare bewijs toont dat de interventie of aanpak effectief is. Dit zou bijvoorbeeld een Randomized Controlled Trial (RCT) kunnen zijn, waarbij er metingen voor en na de interventie zijn uitgevoerd om de effecten te meten.
- •
Goede aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie in Nederland is die redelijk tot goed bewijs levert dat de interventie werkt. Dit kan bijvoorbeeld een quasi-experimenteel onderzoek zijn, wat betekent dat de onderzoekers de effecten van een interventie meten zonder willekeurige toewijzing van deelnemers aan verschillende groepen.
- •
Eerste aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie in Nederland is die redelijk bewijs levert voor de effectiviteit van de interventie, bijvoorbeeld onderzoek met metingen voor en na de interventie. Het kan ook onderzoek zijn dat in het buitenland is uitgevoerd, bijvoorbeeld een RCT, maar het bewijs is minder sterk dan in de vorige categorieën.
- •
Theoretisch onderbouwd: Dit betekent dat er een theoretische uitleg is die de activiteit of interventie ondersteunt. Het gaat hierbij niet om goedgekeurde wetenschappelijke studies, maar om een beschrijving van het probleem, de doelgroep, de doelen, de aanpak, en de voorwaarden van de activiteit. De theoretische onderbouwing gebruikt wetenschappelijke theorieën en empirische kennis om uit te leggen waarom de interventie waarschijnlijk effectief is.
- •
Geen aanwijzingen voor effectiviteit en geen theoretische onderbouwing: Dit betekent dat er geen bewijs is dat de interventie effectief is, en ook geen theoretische onderbouwing is gegeven om de werkzaamheid te ondersteunen. Er is dus geen betrouwbare informatie verstrekt om te bewijzen dat de interventie werkt.
Onderdeel C – financiële duurzaamheid – max. 13 punten
Onderdeel C1 – prijs per directe deelnemer max. 7 punten
De score bij C1 wordt bepaald op basis van de prijs per directe deelnemer aan de activiteit. Dit wordt berekend door de prijs per activiteit te delen door het aantal directe deelnemers per activiteit (zoals op het aanvraagformulier bepaald). De meest gunstige categorie scoort 7 punten, die erna 5 punten, daarna 3 punten, vervolgens 2 punten. De activiteit scoort 0 punten wanneer dit in de hoogste categorie valt. De categorieën zijn als volgt:
|
Prijs per directe deelnemer |
Punten |
|
<500 euro |
7 |
|
500-1.000 euro |
5 |
|
1.000 -1.500 euro |
3 |
|
1.500 – 4.000 euro |
2 |
|
> 4.000 euro |
0 |
Onderdeel C2 – reëel subsidiebedrag max. 6 punten
|
Onvoldoende |
Voldoende |
Goed |
|
|
Inzet en tariefniveau van personeel in relatie tot de aard en beoogde kwaliteit van de activiteit |
0 |
1 |
2 |
|
De overheadkosten in verhouding tot de totale activiteitenkosten |
0 |
1 |
2 |
|
Aangevraagd subsidiebedrag in verhouding tot de totale inkomsten op activiteitenniveau |
0 |
1 |
2 |
Onderdeel D: meten, leren en verbeteren – max. 10 punten
De manier van meten, leren en verbeteren wordt per activiteit beoordeeld. Dit is verdeeld in niveaus. Het hoogste niveau, waar aan alle criteria van meten, leren en verbeteren wordt voldaan, krijgt de hoogste score. Daarna volgen twee lagere niveaus met lagere scores. Het laagste niveau, waar aan één of geen van de criteria wordt voldaan geeft een score van 0 punten.
Meten leren en verbeteren bestaat op het hoogste niveau uit kwantitatieve en kwalitatieve metingen, een hieraan verbonden methodische wijze van leren en reflecteren en een structureel verbeterplan voor activiteiten.
Criteria:
- 1.
Kwantitatieve outcome-meting op doel van de activiteit met gevalideerd instrument* voor de doelgroep, voor, na en eventueel tijdens de activiteit
- o
Kwantitatieve meting betekent dat de effecten van de activiteit meetbaar zijn met cijfers of cijfers gebaseerd op data (bijvoorbeeld het aantal mensen dat een bepaalde vaardigheid heeft verworven). Dit moet gedaan worden met een gevalideerd instrument*, wat betekent dat het meetinstrument (bijvoorbeeld een vragenlijst) is getest en bewezen betrouwbaar is voor de specifieke doelgroep. De metingen moeten voor, na en eventueel tijdens de activiteit plaatsvinden om te zien of de activiteit daadwerkelijk invloed heeft gehad.
- o
- 2.
Kwalitatieve metingen op mechanismen van de activiteit op methodische manier
- o
Kwalitatieve meting betekent dat er vragen worden gesteld aan de deelnemers om te begrijpen hoe en waarom de activiteit werkt. Er wordt gekeken naar de mechanismen van de activiteit. Dat zijn de onderliggende processen die de verandering mogelijk maken. Zo kan geleerd worden of de activiteit werkt zoals deze bedoeld is. Dit moet op een systematische en planmatige manier gebeuren, bijvoorbeeld door focusgroepen, interviews, enquêtes, of observaties. Dit geeft inzicht in de achtergrond van de veranderingen die worden veroorzaakt door de activiteit.
- o
- 3.
Reflecteren en leren op methodische wijze
- o
Dit betekent dat er planmatig wordt gereflecteerd op de uitvoering van de activiteit: wat goed ging en wat beter kan. Dit gebeurt op basis van de uitkomsten van de metingen (zowel kwantitatieve als kwalitatieve). Het is een continu proces, wat betekent dat er regelmatig wordt geëvalueerd en geleerd van de ervaringen om de activiteit in de toekomst te verbeteren. Dit moet minimaal voldoen aan de reflectiecriteria van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of de criteria van het Register voor Sociaal Werkers .
- o
- 4.
Structureel verbeterplan dat periodiek, op basis van de leerervaringen, wordt geactualiseerd
- o
Dit betekent dat er een plan voor verbetering is dat regelmatig wordt bijgewerkt op basis van de lessen die geleerd zijn van de reflecties en uitkomsten. Het plan moet ervoor zorgen dat de activiteit blijvend wordt aangepast en verbeterd om betere resultaten te behalen.
- o
- 5.
Alle bovenstaande elementen toegepast in een cyclisch proces
- o
Alle bovenstaande onderdelen moeten samen in een herhalend (cyclisch) proces worden toegepast. Dit houdt in dat er continu wordt geëvalueerd, geleerd, verbeterd en de activiteit telkens opnieuw wordt uitgevoerd met verbeteringen. Dit proces zorgt ervoor dat de activiteit steeds effectiever en beter wordt door de tijd heen.
- o
*Indien een gevalideerd instrument niet toepasbaar is binnen de context van de activiteit, motiveert de aanvrager waarom de toepassing niet mogelijk is. Daarnaast beschrijft de aanvrager welke alternatieve methoden worden ingezet om alsnog op systematische en onderbouwde wijze inzicht te verkrijgen in de effecten van de activiteit. Indien deze onderbouwing als voldoende wordt beoordeeld, kan alsnog aan dit criterium worden voldaan.
|
Score |
Punten |
|
Er wordt aan alle bovenstaande criteria voldaan |
10 |
|
Indien aan 3 of meer van de 5 bovenstaande criteria wordt voldaan |
6 |
|
Indien aan 2 of meer van de 5 bovenstaande criteria wordt voldaan |
4 |
|
Indien aan 1 of geen van de bovenstaande criteria wordt voldaan |
0 |
Bijlage 2: Deelplafonds
Deelplafond 1: Kansrijke start en kansrijk opgroeien
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die kinderen en/of hun (aanstaande) ouders in een kwetsbare opvoed- en opgroeisituatie ondersteunen en versterken, met als doel een veilige, stabiele en ontwikkelstimulerende omgeving te bevorderen waarin kinderen kansrijk, kunnen opgroeien.
De inzet is preventief, laagdrempelig en aanvullend op brede basisondersteuning en richt zich op (aanstaande) ouders, gezinnen en kinderen tot 12 jaar. Het accent ligt op het versterken van beschermende factoren, het verminderen van risico’s en het tijdig signaleren en voorkomen van ontwikkelachterstanden of daaraan gerelateerde problematiek:
Interventies en programma’s in het kader van bestaanszekerheid, Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) vallen niet onder dit deelplafond.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
- -
Ondersteuning bij opvoeding, hechting en gezinsfunctioneren: Bevorderen van sensitief opvoeden, positieve ouder-kindinteractie en een stabiele thuissituatie, met speciale aandacht voor de eerste levensfase;
- -
Voorlichtings- en bewustwordingsinterventies of programma’s voor kinderen en/of (aanstaande) ouders: Laagdrempelige voorlichting en themabijeenkomsten in bijvoorbeeld school- of wijkverband over onderwerpen die bijdragen aan kansrijk opgroeien;
- -
Lotgenoten- en praatgroepen voor kinderen: Groepsbijeenkomsten waarin kinderen in een vergelijkbare situatie ervaringen kunnen delen, herkenning vinden en werken aan veerkracht, zelfvertrouwen en omgaan met emoties, bijvoorbeeld bij scheiding, ziekte, beperking of andere ingrijpende gezinsomstandigheden.
- -
Stimulering van taalontwikkeling bij jonge kinderen: Gericht aanbod voor het versterken van woordenschat, taalbegrip en taalgebruik in de thuissituatie en in groepsverband, ter ondersteuning van een goede start op school, zowel NT1 als NT2;
Deelplafond 2: Kinderwerk
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die structureel, pedagogisch begeleid naschools aanbod voor kinderen van 4 tot 12 jaar bieden, die plaatsvinden in de vrije tijd en aanvullend zijn op het reguliere onderwijs. De interventies of programma’s zijn gericht op het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling, talentontwikkeling, sociale vaardigheden en maatschappelijke oriëntatie. De inzet draagt bij aan kansengelijkheid door kinderen, in het bijzonder kinderen die minder vanzelfsprekend toegang hebben tot buitenschoolse verrijking, toegang te bieden tot ontwikkelingsgericht aanbod. Het betreft interventies en programma’s met een doorlopend en methodisch karakter (geen eenmalige programma’s en interventies), waarin leren, ontdekken en ervaren centraal staan.
Niet onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s met een primair gezondheids-, zorg- of sportdoel, zoals leefstijl- of voedingsprogramma’s, mentale gezondheidsinterventies, weerbaarheidstrainingen met een preventief zorgdoel, of sport- en beweeginterventies waarbij fysieke gezondheid of prestatie centraal staat. Ook reguliere schoolactiviteiten of lesvervangend aanbod vallen niet onder dit deelplafond.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
- -
Structureel naschools groepsaanbod gericht op kunst, cultuur, creativiteit of maatschappelijke thema’s;
- -
Programmareeksen gericht op onderzoekend en ontdekkend leren (bijv. techniek, digitale vaardigheden);
- -
Interventies en programma’s gericht op sociale ontwikkeling, samenwerking en participatie;
- -
Wijk- of schoolgebonden interventies en programma’s die ontmoeting en betrokkenheid stimuleren, mits onderdeel van een doorlopende aanpak;
- -
Introductiereeksen waarin kinderen verschillende talenten en interesses verkennen.
Deelplafond 3: Jongerenwerk
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die kwalificeren als regulier jongerenwerk zoals omschreven in artikel 2 van deze regeling. Regulier jongerenwerk ondersteunt jongeren in hun persoonlijke, sociale en maatschappelijke ontwikkeling door middel van outreachend contact, het opbouwen van betekenisvolle relaties, groepswerk, talentontwikkeling, ontmoetingsinterventies en kortdurende, niet‑specialistische begeleiding. Jongerenwerkers sluiten aan bij de leefwereld van jongeren, versterken hun veerkracht en sociale steunbronnen, en dragen bij aan participatie, normalisering en vroegsignalering. Het jongerenwerk vervult een zelfstandige functie naast zorg, onderwijs en veiligheid en maakt geen onderdeel uit van specialistische jeugdhulp.
Onder dit deelplafond valt uitsluitend regulier jongerenwerk; Aanbod binnen specialistisch jongerenwerk en interventies en programma’s die onderdeel zijn van Preventie met Gezag vallen buiten deze regeling.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
- -
Laagdrempelige één-op-één ondersteuning gericht op versterking van eigen kracht;
- -
Structurele, zichtbare aanwezigheid in de leefwereld van jongeren;
- -
Informatieve, informele en positieve ontmoetingsinterventies;
- -
Doelgroepgericht jongerenwerk;
- -
Mentor- en coachprogramma’s gericht op persoonlijke ontwikkeling en participatie gericht op jongeren.
Deelplafond 4: Bestaanszekerheid
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die Helmondse inwoners ondersteunen bij het voorkomen of verminderen van financiële problemen en het versterken van financiële en sociaaljuridische zelfredzaamheid, met als doel dat inwoners zo financieel zelfstandig mogelijk kunnen participeren in de samenleving.
Het gaat om laagdrempelige en preventieve interventies en programma’s die gericht zijn op het verstrekking van informatie of advies, het begeleiden en ondersteunen bij financiële en sociaaljuridische vragen en het versterken van financiële en administratieve vaardigheden.
Interventies en programma’s die kwalificeren als gemeentelijke schuldhulpverlening, voorzieningen (zoals ruil- of kledingwinkels) of gericht zijn op materiële ondersteuning (zoals voedselbanken, kindpakketten of minimasupermarkten) vallen niet onder deze regeling en daardoor ook niet onder dit deelplafond.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
- -
Informatie- en adviespunten waar inwoners terecht kunnen met vragen over geldzaken, regelingen en sociaaljuridische onderwerpen;
- -
Laagdrempelige begeleidingstrajecten die inwoners helpen om (weer) grip te krijgen op hun inkomsten en uitgaven en hun financiële administratie zelfstandig te beheren.
- -
Interventies of programma’s gericht op het versterken van financiële vaardigheden, zoals budgetteren, plannen en omgaan met geld;
- -
Initiatieven die inwoners actief ondersteunen bij het verkrijgen van passende vervolghulp wanneer zwaardere ondersteuning nodig is, waarbij sprake is van een warme overdracht naar professionele hulpverlening.
Deelplafond 5: Mentaal en fysiek welzijn
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die gericht zijn op het verbeteren van mentale gezondheid, fysieke gezondheid en leefstijl van inwoners. Het betreft gerichte preventieve interventies en programma’s die werken aan bijvoorbeeld weerbaarheid, mentale gezondheid, beweging, gezonde voeding of vitaliteit.
Het zijn interventies en programma’s die primair mentaal of fysiek welzijn als hoofddoel hebben, waarbij ook andere secundaire doelen van toepassing kunnen zijn. De inzet kan zich richten op verschillende aspecten van gezondheid en welzijn, zoals psychisch welzijn, stressbeheersing en mentale veerkracht, maar ook op beweging, gezonde leefstijl en fysieke fitheid.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
- -
Preventieve welzijnsinterventies en programma’s die mentale gezondheid, sociale vaardigheden en participatie versterken;
- -
Weerbaarheids- en veerkrachttrainingen voor kinderen, jongeren, volwassenen of ouderen;
- -
Interventies en programma’s gericht op stressreductie, ontspanning en het versterken van psychisch welzijn;
- -
Beweeg- en gezondheidsbevorderende interventies en programma’s die bijdragen aan een actieve en gezonde leefstijl;
- -
Interventies en programma’s gericht op gezonde voeding, vitaliteit en het ontwikkelen van gezonde gewoonten;
- -
Interventies en programma’s gericht op het voorkomen van gezondheidsproblemen, zoals valpreventie voor ouderen;
- -
Interventies en programma’s die beweging combineren met ontmoeting en sociaal contact.
Deelplafond 6: Sociale cohesie
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die gericht zijn op het versterken van onderlinge verbondenheid tussen inwoners, het bevorderen van actieve deelname aan de samenleving en het vergroten van sociale inclusie en zelfredzaamheid. De interventies of programma’s dragen bij aan een veerkrachtige en inclusieve gemeenschap door sociale netwerken, onderlinge steun en burgerschap te versterken en inwoners te ondersteunen om mee te doen en eigen regie te vergroten.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
- -
Buurtwerk;
- -
Het stimuleren of ondersteunen van buurtinitiatieven, wijkplannen, bewonersgroepen of platforms die betrokkenheid, zeggenschap en samenhang in de wijk vergroten;
- -
Erkende buurtbemiddeling om burenruzies en conflicten op een laagdrempelige manier op te lossen;
- -
Structurele vrijwilligersprogramma’s, zoals begeleid vrijwilligerswerk voor inwoners met een klein sociaal netwerk, taalachterstand of andere belemmeringen;
- -
Advies en ondersteuning aan maatschappelijke organisaties om een gezond vrijwilligersklimaat en actief burgerschap te bevorderen;
- -
Faciliteren van zelfhulpgroepen, gericht op ervaringsuitwisseling, onderlinge steun en het versterken van sociale netwerken;
- -
Initiatieven die sociale inclusie mogelijk maken voor mensen die door beperking of kwetsbaarheid anders moeilijk aansluiting vinden.
Deelplafond 7: Basisvaardigheden
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die gericht zijn op het versterken van basisvaardigheden van volwassen inwoners, met als doel het vergroten van zelfredzaamheid, participatie en kwaliteit van leven. Onder basisvaardigheden verstaan we taalvaardigheid, rekenvaardigheid en digitale vaardigheid. De interventies en programma’s zijn aanvullend op formeel onderwijs en dragen bij aan het normaliseren van leren en ontwikkelen gedurende de gehele levensloop.
Interventies en programma’s die worden gefinancierd vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) vallen niet onder deze regeling en dus ook niet onder dit deelplafond.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
- -
Laagdrempelige leer- en oefenmogelijkheden voor volwassenen gericht op het verbeteren van basisvaardigheden;
- -
Inloop- en adviesmogelijkheden voor inwoners met vragen over taal, rekenen of digitale vaardigheden;
- -
Toeleiding en warme overdracht naar passend formeel of non-formeel aanbod;
- -
Voorlichting, bewustwording en normalisering rondom leren en basisvaardigheden;
- -
Samenwerking met toeleiders en partners die inwoners signaleren en ondersteunen bij het zetten van een eerste stap;
Deelplafond 8: Voorzieningen
Onder dit deelplafond vallen lokale laagdrempelige en preventieve voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 2 van deze regeling, die gericht zijn op het versterken van onderlinge verbondenheid tussen inwoners, het bevorderen van actieve deelname aan de samenleving en het vergroten van sociale inclusie en zelfredzaamheid. De voorzieningen dragen bij aan een veerkrachtige en inclusieve gemeenschap door sociale netwerken, onderlinge steun en burgerschap te versterken en inwoners te ondersteunen om mee te doen en eigen regie te vergroten. De voorzieningen fungeren tevens als vindplaats en signaleringsplek voor (beginnende) problematiek en als laagdrempelige toegangspoort naar aanvullende ondersteuning, zorg of welzijn.
Wijkhuizen, reguliere voorzieningen binnen de brede basisondersteuning en regionale voorzieningen vallen niet onder deze regeling en daarom ook niet onder dit deelplafond.
Voorzieningen kunnen onder meer bestaan uit:
- -
Een inlooppunt voor specifieke doelgroepen gericht op ontmoeting, onderlinge steun en lichte begeleiding;
- -
Laagdrempelige voorzieningen waar inwoners zonder aanmelding terechtkunnen voor een luisterend oor, praktische ondersteuning en sociale contacten;
- -
Kleinschalige plekken die structuur en betekenisvolle daginvulling bieden aan inwoners die (tijdelijk) niet meedoen in onderwijs, werk of reguliere dagbesteding;
- -
Plekken die fungeren als vindplaats en toegangspoort naar passende ondersteuning binnen zorg en welzijn;
- -
Initiatieven die ontmoeting combineren met ruilen, delen of samen-doen, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie;
- -
Veilige, informele omgevingen waar inwoners stap voor stap kunnen werken aan herstel, stabiliteit en (waar passend) voorbereiding op terugkeer richting onderwijs of arbeidsmarkt.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl