Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760939
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760939/1
Partiële herziening Omgevingsprogramma Flevoland t.b.v. grootschalige energieopslagsystemen (batterijen)
Geldend van 22-04-2026 t/m heden
A. Aanleiding voor de wijziging
Met de partiële herziening van het Omgevingsprogramma Flevoland ten behoeve van grootschalige energieopslagsystemen geeft de provincie Flevoland ruimte aan decentrale oplossingen voor netcongestie. Dit beleid wordt toegevoegd aan het Omgevingsprogramma Flevoland als nieuwe paragraaf 6.3.
Grootschalige energieopslag in batterijen is een essentieel onderdeel van het energiesysteem van de toekomst in de provincie. Zo kunnen batterijen bijdragen aan het flexibel en slim bij elkaar brengen van vraag en aanbod. De ruimte voor grote systeembatterijen voor het balanceren van het landelijke stroomnet is echter beperkt.
Dit beleid volgt op het experimentenkader voor grootschalige energieopslag dat Gedeputeerde Staten in juli 2023 hebben vastgesteld. Hiermee is het vanuit het provinciale beleid mogelijk gemaakt om voor drie initiatieven een bestemmingsplanwijziging of afwijkvergunning te realiseren. Op basis van de evaluatie van het Experimentenkader is gewerkt aan beleid voor grootschalige energieopslag in batterijen. Dit beleid is in lijn met de leidende principes uit het Energieperspectief Flevoland 2050:
-
a.
We sturen op het flexibel en slim bij elkaar organiseren van zowel vraag als aanbod naar energie.
-
b.
Energie wordt aan de voorkant van de ruimtelijke inrichting van Flevoland meegewogen.
-
c.
We geven ruimte aan decentrale oplossingen wat aansluit op het Nederlandse energiesysteem.
Met het beleid voor grootschalige energieopslagsystemen (batterijen) wil de provincie een toekomstbestendig provinciaal energiesysteem ten behoeve van de doorontwikkeling van Flevoland bevorderen en daarbij de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van Flevoland bewaren. Dit is van provinciaal belang.
Het beleid is opgesteld in overleg met gemeenten, netbeheerders, veiligheidsregio, initiatiefnemers en deskundigen.
De provincie kiest ervoor het beleid voor grootschalige batterijen vorm te geven vanuit een integrale benadering van de fysieke leefomgeving inclusief het energiebelang. Want wanneer energieopslag in batterijen puur vanuit omgevingskwaliteit wordt beoordeeld is het op veel locaties niet wenselijk. Het voegt geen werkgelegenheid toe, vraagt grond dat voor andere beleidsdoelen niet meer kan worden ingezet, draagt bij aan verharding en dreigt bij te dragen aan verrommeling van het landschap. De toegevoegde waarde van batterijen ligt vooral in het belang voor een toekomstbestendig energiesysteem. Batterijen kunnen bijdragen aan het flexibel en slim bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Tegelijkertijd is met de wijziging van het beleid geborgd dat de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van Flevoland beschermd en versterkt wordt. In het beleidskader wordt ingegaan op verschillende type batterijen.
Hierna is in onder B. Wijzigingen Omgevingsprogramma Flevoland de nieuwe paragraaf 6.3 'Grootschalige energieopslagsystemen (batterijen)’ van het Omgevingsprogramma Flevoland opgenomen.
B. Wijzigingen Omgevingsprogramma Flevoland
6.3 Grootschalige energieopslagsystemen (batterijen)
Het energiesysteem in Nederland en Flevoland verandert van een centraal naar een meer decentraal energiesysteem. Voor de balans en de stabiliteit van het elektriciteitsnet voorzien experts een toenemende behoefte aan batterijen, die bijdragen aan het versterken of behouden van een goede werking van de elektriciteitsinfrastructuur.
Batterijen kunnen op verschillende manieren worden ingezet en kennen verschillende functies. De drie belangrijkste functies voor het energiebelang zijn 1) het in balans houden van het landelijke net, 2) het lokaal bij elkaar brengen van vraag en aanbod en 3) het bijdragen aan oplossingen voor netcongestie. In principe kunnen alle batterijen in potentie congestieverzachtend zijn.
Het realiseren van installaties voor energieopslag vindt plaats in de fysieke leefomgeving. Dit met uitzondering van de aansluiting van installaties en bouwwerken op het elektriciteitsnet, want hoe woningen en bedrijven van de kabel gebruikmaken is geen onderdeel van de fysieke leefomgeving. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de ACM en de netbeheerders.
De provincie kiest ervoor het beleid voor grootschalige energieopslag in batterijen vorm te geven vanuit een integrale benadering van de fysieke leefomgeving inclusief het energiebelang. Met het beleid voor grootschalige energieopslagsystemen (batterijen) wil de provincie een toekomstbestendig provinciaal energiesysteem ten behoeve van de doorontwikkeling van Flevoland bevorderen. Dit is van provinciaal belang. Batterijen kunnen bijdragen aan het flexibel en slim bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Tegelijkertijd is het van belang dat de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van Flevoland bewaard blijft.
Bepalend voor het realiseren van energieopslag is het gemeentelijk omgevingsplan. Daarin is op basis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)[1] vastgelegd welke functies op welke locaties mogelijk zijn. Indien een omgevingsplan niet in energieopslag voorziet wordt de procedure van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gevolgd. Gemeenten zijn hiervoor in principe bevoegd gezag. Het provinciale beleid voor grootschalige energieopslagsystemen (batterijen) geeft gemeenten handvatten om te sturen op de planologische inpassing van grootschalige batterijen.
De provincie verstaat onder grootschalige energieopslagsystemen installaties met een vermogen groter dan 1 MW. Dit kan ook een clustering van kleinere batterijen zijn met een gezamenlijk vermogen groter dan 1MW. De provincie wil bij grootschalige energieopslag sturen op locatiekeuze, zodat deze installaties op een zorgvuldige manier terecht komen in de fysieke leefomgeving van Flevoland. Het energiebelang c.q. het belang van de energietransitie is een aspect dat in het kader van ETFAL aan de voorkant meegewogen dient te worden bij het beoordelen van initiatieven voor het realiseren van grootschalige energieopslagsystemen (batterijen). Hiervoor is een beoordeling vereist van alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten die betrekking hebben op de betreffende batterijen; zoals energie, ruimte, landschap, veiligheid, milieu, natuur en water.
Waar nodig zal een doorvertaling van het beleid plaatsvinden naar de Omgevingsverordening provincie Flevoland om doorwerking op planprocedures zoals omgevingsplannen en omgevingsvergunningen voor (B)OPA's te borgen.
Batterijen kunnen bijdragen aan een betere balancering van het energienet en het vergroten van de energiecapaciteit. Samen met de gemeenten wil de provincie ruimte bieden voor die batterijen die bijdragen aan oplossingen voor netcongestie, mits die goed ingepast worden in de omgeving.
[1] ‘Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL; (o.a. artikel 4.2 en 5.21 Omgevingswet) is onder de Omgevingswet de opvolger van het criterium van ‘een goede ruimtelijke ordening’ op grond van de Wet ruimtelijke ordening, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving.
6.3.1. Begrippen en uitgangspunten
6.3.1.1. Type batterijen
We onderscheiden vier typen batterijen
-
a.
Batterijen bij hoogspanningsstations
-
b.
Batterijen bij opweklocaties
-
c.
Batterijen bij energiehubs en buurtbatterijen
-
d.
Overige stand alone batterijen
Alle batterijtypen moeten aan een aantal algemene eisen voldoen, zie par. 6.3.3. Algemene vereisten. Per batterijtype geldt een specifiek beleid, dit is uitgewerkt in par. 6.3.2. Beleid per batterijtype.
6.3.1.2. Ruimtelijke uitgangspunten
Energieopslag in batterijen is een functie die bij moet dragen aan de energievoorziening. De focus ligt er daarom op om een batterij ook in ruimtelijke zin onderdeel te maken van bestaande ruimtelijke structuren van het energienetwerk. Zie hiervoor hoofdstuk 1 'Ruimte’ van het Omgevingsprogramma Flevoland en par. 6.3 Grootschalige energieopslagsystemen (batterijen) van deze partiële herziening.
Versnippering en verrommeling van het landschap door nieuwe losliggende gebiedsvreemde ontwikkelingen moet worden voorkomen. In plaats daarvan is het uitgangspunt om het landschappelijke raamwerk zo door te laten doorgroeien dat de behoeftes vanuit het energienetwerk samen kunnen ontwikkelen met de versterking van het doorlopende landschappelijk structuren, bosareaal en de ruimtelijke ordening (zie ook par. 6.3.3.1. Landschap).
6.3.1.3. Energetische uitgangspunten
Energieopslag in batterijen mag niet leiden tot toename van netcongestie.
Om het energiebelang mee te kunnen wegen in het kader van het gemeentelijk omgevingsplan en bij de beoordeling van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is het daarom noodzakelijk dat door de netbeheerder een energietoets wordt uitgevoerd om vast te stellen of de batterij ten minste congestieverzachtend of neutraal is. Hiervoor wordt een instructieregel opgenomen in de Omgevingsverordening.
De provincie anticipeert hiermee op de bij het Rijk in voorbereiding zijnde wijziging van het Energiebesluit op grond van artikel 6.12 tweede lid Energiewet. Zo nodig kan te zijner tijd de (concept)instructieregel later worden aangepast aan de mogelijkheden van het dan geldende Energiebesluit.
6.3.1.4. Financiële participatie
De provincie constateert dat er kansen liggen voor financiële participatie bij energieopslag. Financiële participatie kan bijdragen aan draagvlak in de omgeving en zorgt ervoor dat de omgeving kan meeprofiteren aan een initiatief. De provincie vereist dat initiatiefnemers mogelijkheden voor participatie verkennen en opnemen in hun plannen. Zo kan een bijdrage aan een lokaal gebiedsfonds bijvoorbeeld projecten of ontwikkelingen financieel mogelijk maken die van maatschappelijke meerwaarde zijn.
6.3.2. Beleid per batterijtype
6.3.2.1. Batterijen bij hoogspanningsstations
6.3.2.1.1. Batterijen bij 380 kV hoogspanningsstations
Grootschalige systeembatterijen bij 380 kV stations zijn stand-alone energieopslagsystemen zonder andere vormen van opwek of afname op dezelfde aansluiting. Deze batterijen hebben een belangrijke rol in de energiebalancering(sdiensten) en kunnen daarnaast congestieverzachtend werken.
De provincie geeft ruimte aan grote systeembatterijen op twee locaties: bij de 380 kV hoogspanningsstations in Ens en Lelystad. Per locatie geldt een maximaal ruimtebeslag voor de inrichting van de systeembatterijen van 5 hectare. Dit ruimtebeslag is exclusief landschappelijke inpassing. Voor deze grote systeembatterijen geldt een maximale vergunningsduur van 25 jaar.
Door de gemeente moet hiervoor een integraal projectplan opgesteld worden dat voorziet in het integraal combineren van verschillende opgaven en ontwikkelingen rondom het hoogspanningsstation. In het projectplan kan eventueel afgeweken worden van de huidige landschappelijke kernkwaliteiten als dat noodzakelijk is. Het projectplan dient in te gaan op de analyse van het plangebied en omgeving, gevolgd door een voorstel voor de fysieke verbetering van de aanwezige landschappelijk kwaliteiten of de ontwikkeling van wezenlijk nieuwe landschappelijke kwaliteiten, inclusief het ontwikkelen van een doorlopende landschappelijke structuur en bosareaal.
De grote systeembatterijen dienen een maximale afstand van 1 km van het hoogspanningsstation te hebben. Deze afstand is een richtwaarde. Hiervan kan worden afgeweken als de gemeente in haar integraal projectplan geen geschikte locatie ten behoeve van de ruimtelijke inpassing kan toewijzen binnen de radius van 1 km.
6.3.2.1.2. Batterijen bij 150/110 kV hoogspanningsstation
Naast de locaties bij Lelystad en Ens is er bij een aantal 150/110 kV-hoogspanningsstations ruimte voor het plaatsten van batterijen. Hier kunnen batterijen het bestaande landschappelijke casco versterken. Het gaat om de volgende 150/110 kV hoogspanningsstations: Zeewolde (Bloesemlaan), Lelystad Larserringweg en Dronten (Dronterweg).
Voor deze locaties geldt dat een begrenzing van maximaal 2,5 hectare, exclusief landschappelijke inpassing. Daarnaast moet de batterij aan ten minste één zijde grenzen aan het 150/110 kV-hoogspanningsstation en moet de batterij voldoen aan de landschappelijke inpassing zoals beschreven in par. 6.3.3.1. Landschap.
6.3.2.2. Batterijen bij opweklocatie
6.3.2.2.1. Algemeen
Batterijen bij opweklocaties worden primair ingezet om pieken van opwek op te vangen. Daarnaast kunnen zij bijdragen aan het ontlasten van netcongestie. Om deze reden geeft de provincie ruimte aan batterijen bij opweklocaties van zonnepanelen en windturbines. Om te borgen dat een batterij een doelmatige omvang heeft in relatie tot de opwekinstallatie waarop deze is aangesloten, mag het ruimtebeslag van de batterij-inrichting niet groter zijn dan 220 m²/MW van de opwekinstallatie. De hieruit resulterende oppervlakte is exclusief landschappelijke inpassing.
De duur van de vergunning voor batterijen bij opweklocaties dient synchroon te lopen met de duur van de vigerende vergunning van het bestaande zon- of windpark. Wanneer de vergunning van het zon- of windpark geen einddatum heeft, dan geldt een vergunningstermijn van maximaal 20 jaar voor de batterij.
6.3.2.2.2. Batterijen bij zonneparken
Voor batterijen bij zonnepanelen geldt dat de batterij ruimtelijk onderdeel moet zijn van het zonnepark, en qua beleving ondergeschikt hieraan. Deze batterijen bevinden zich dan of op dezelfde locatie als het zonnepark; of als dat niet mogelijk is direct aangrenzend hieraan met een doorlopende landschappelijke inpassing. Bij het toevoegen van batterijen wordt de inpassing opnieuw bekeken in het licht van het beleid voor zonne-energie, zoals opgenomen in par. 6.1.2.2 'Zonne-energie' van het Omgevingsprogramma Flevoland. Specifiek gaat het om par. 6.1.2.2.3.2 “Bouwsteen IV Streef naar een hoge ruimtelijke kwaliteit van het Flevolandse landschap” die is opgenomen. Een dergelijke landschappelijke inpassing moet ervoor zorgen dat het zonnepark inclusief batterij als een herkenbaar geheel zich voegt tot zijn omgeving met de betreffende kernkwaliteiten. Dit houdt in dat de voorgeschreven landschappelijke inpassing van 30% groene inpassing voor specifiek opwek zon niet geldt, maar maatwerk is per project.
6.3.2.2.3. Batterijen bij windparken
Bij windparken is de landschappelijke beleving anders dan bij zonneparken. Windparken omvatten grote gebieden in de polder en kernmerken zich door palen zonder impact op de openheid (puntbelasting in het landschap). Batterijen kenmerken zich echter door bebouwing die wel impact heeft op de openheid (vlakbelasting in het landschap). Batterijen voor windparken zijn daarom alleen toegestaan direct aansluitend bij het reeds aanwezige GS (gesloten systeem, voorheen een gesloten distributie systeem (GDS)) van het betreffende windpark, dat is aangesloten is op het nationale hoog- of middenspanningsnetwerk.
Dit betekent dat er per windplan/projectgebied 1 batterijsysteem mag worden gerealiseerd. Verdere clustering met andere functies wordt hier niet toegestaan.
Een uitzondering wordt gemaakt voor windparken op locaties die definitief zijn aangewezen voor woningbouw middels een omgevingsplan/bestemmingsplan. Daar is het aan de gemeente om te beoordelen of een batterij is toegestaan.
Batterijen de zijn aangesloten op een GS mogen worden gezien als directe koppeling aan de opwek aangesloten op het GS. Wanneer de windturbines geen onderdeel zijn van een GS, en er dus geen GS-onderstation is waarbij de batterijen gerealiseerd mogen worden, zijn batterijen alleen toegestaan op locaties waar ze geen solitair cluster gaan vormen.
6.3.2.3. Batterijen bij energiehubs en buurtbatterijen
Batterijen bij energiehubs en buurtbatterijen worden opgericht met de bedoeling om gezamenlijk energie op te wekken, uit te wisselen en op te slaan. Deze batterijen kunnen een bijdrage leveren aan het beter benutten van het bestaande net en worden daarom gefaciliteerd. Voor batterijen bij energiehubs en buurtbatterijen geldt een maximale vergunningsduur van 25 jaar.
Voor energiehubs dient de locatie van een batterij op een bestemd bedrijventerrein te liggen en de batterijen ondersteunend te zijn aan de energiehub. Dit betekent dat de batterij technisch gekoppeld dient te zijn met de energiehub en vooral lokaal gebruikt wordt. In principe wordt de batterij geplaatst op het bedrijventerrein. Is dit niet mogelijk dan kan het bedrijventerrein eventueel uitgebreid worden conform de reguliere voorwaarden. Het is niet toegestaan hiervoor een hoofdstructuur, zoals een vaart of een hoofdweg, over te steken.
De plot met batterijen dient een duidelijke en heldere afronding van het bedrijventerrein te vormen, zodat er geen uitstulpingen in het landschap ontstaan.
Buurtbatterijen zijn op veel vlakken vergelijkbaar met batterijen bij energiehubs want het gaat om collectieve vormen om energieopwek en/of energieverbruik beter bij elkaar te brengen en op te slaan. Het verschil ligt erin dat de initiatiefnemers van buurtbatterijen vaak niet bedrijven zijn,
maar eerder een collectief aan bewoners of een energie-coöperatie. Waar energiehubs vooral op bedrijventerreinen te verwachten zijn, zullen buurtbatterijen eerder midden in de stad, in de wijk ontstaan. Zowel energiehubs als ook buurtbatterijen vinden in stedelijk gebied plaats. Buurtbatterijen zijn primair aan de gemeente.
6.3.2.4. Overige stand alone batterijen
In Flevoland blijft de komende jaren nog sprake van netcongestie. Stand alone batterijen zijn batterijen niet gekoppeld aan opweklocaties, nabij hoogspanningsstations of onderdeel van energyhubs/buurtbatterijen. Deze batterijen bieden flexibel vermogen waardoor zij netcongestie kunnen verzachten. Hiermee kunnen zij zorgen voor een kortere wachtrij voor een elektriciteitsaansluiting. Dit kunnen individuele batterij-initiatieven zijn, of initiatieven die voortvloeien uit de actieplannen netcongestie.
Energetische voorwaarde bij deze batterijen is dat de initiatiefnemer kan aantonen dat de energieopslag (batterij) niet netcongestie verergerend is (en blijft). De netbeheerder toetst dit in het kader van de energietoets ten behoeve van het omgevingsplan of de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit.
Solitaire clusters dienen te worden voorkomen conform de essentiële elementen van het ruimtelijk beleid in paragraaf 1.3 (instrumenten) van het Omgevingsprogramma Flevoland. Voor batterijen in deze categorie betekent dit concreet dat er geen nieuwe bouwpercelen mogen ontstaan en/of geen clustervorming van bebouwing plaatsvindt in het landelijk gebied.
Om geen onomkeerbare keuzes te maken en de ruimtelijke kwaliteit in de toekomst te beschermen geldt dat de vergunningsduur maximaal 20 jaar is.
6.3.3. Algemene vereisten
6.3.3.1. Landschap
Om verrommeling van het landschap te voorkomen moeten toekomstige batterijen in het buitengebied integraal onderdeel worden van structuren die onderdeel zijn van de landschappelijke kernkwaliteiten van het gebied zoals bedoeld in het Programma Landschap van de Toekomst. Denk hierbij onder andere aan erfsingels, beplanting langs vaarten, lanen, singels en boscomplexen.
Hiervoor hanteren we de volgende criteria die zijn gebaseerd op de huidige landschappelijke maat van ons landschap en de ervaring met het doorlopen experimentenkader voor batterijen.
-
a.
Minimaal 30% van het oppervlak dat nodig is voor het plaatsen van de batterij gebruiken voor landschappelijke inpassing. Deze ruimte wordt gebruikt om de groene beplantingskraag rondom de batterij te maken en bij te dragen aan doorlopende bestaande landschappelijke structuren. Deze toevoeging van landschappelijke inpassing draagt bij aan de realisatie van de doelstelling voor nieuw bosareaal conform de provinciale bossenstrategie.
-
b.
De gesloten groene kraag moet bestaan uit inheemse bomen en onderbeplanting (heesters) en is een groene inpassing die batterijen aan het zicht onttrekt. De groene kraag heeft een minimale breedte van 3 tot 7 meter breed en is passend op de plek bezien vanuit landschappelijk oogpunt.
-
c.
De landschappelijke inpassing wordt aangeplant binnen een jaar na de start van de bouw en bevat een onderhoudsplan ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit.
Deze eisen gelden voor batterijen groter dan 1 MW, met uitzondering voor batterijen die binnen de landschappelijke inpassing van zonneparken worden gerealiseerd en voor batterijen die geheel binnen stedelijk gebied liggen.
6.3.3.2. Milieu en veiligheid
Energieopslag in batterijen is in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (nog) niet aangewezen als milieubelastende activiteit. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft aangekondigd o.a. het exploiteren van een energieopslagsysteem te gaan aanwijzen als milieubelastende activiteit. In de algemene regels van het Bal zal dan worden verwezen naar Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) 37-1 die in december 2023 is vastgesteld door het landelijke Bestuurlijk Omgevingsberaad. Daardoor worden bepaalde maatregelen wettelijk verplicht voor de exploitant.
Hoewel deze PGS-norm nu nog niet wettelijk verplicht is, wordt deze door de provincie en de Omgevingsdienst geadviseerd als toetsingskader bij vergunningverlening.
6.3.3.3. Natuur
De provincie vindt energieopslag in batterijen in Natura-2000 gebieden niet passend. Deze gebieden vallen onder strikte bescherming op grond van de Omgevingswet. Activiteiten die mogelijk negatieve effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen zijn in principe uitgesloten.
In NNN-gebieden is energieopslag in batterijen alleen onder strenge voorwaarden mogelijk. Als in een NNN-gebied natuur verloren gaat, dient dit gecompenseerd te worden. In de Omgevingsverordening provincie Flevoland zijn de voorwaarden voor herbegrenzing van NNN en natuurcompensaties uitgewerkt.
6.3.3.4. Water
Door de plaatsing van grootschalige batterijen neemt het verharde oppervlak toe waardoor het risico op wateroverlast bij hevige neerslag kan toenemen. Initiatiefnemers dienen maatregelen te nemen om verharding te minimaliseren. Eventueel kan compensatie voor deze verharding benodigd zijn. Daarnaast is er in Flevoland een klein risico op een overstroming waarbij de batterijen een verontreiniging kunnen veroorzaken. Hierbij moet rekening worden gehouden bij de locatiekeuze van grootschalige batterijen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl