Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760930
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760930/1
Toewijzingsbeleid nieuwe woonwagenstandplaatsen Westelijke Mijnstreek
Geldend van 01-05-2026 t/m heden
Intitulé
Toewijzingsbeleid nieuwe woonwagenstandplaatsen Westelijke MijnstreekBurgemeester en wethouders van Sittard-Geleen
Gelet op:
- •
het Volkshuisvestigingsprogramma ‘Goed wonen in Sittard-Geleen 2025-2030’, vastgesteld door het college van de gemeente Sittard-Geleen op 28 augustus 2025;
- •
artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
Overwegende dat:
- •
in het ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onder meer bepaald is dat rekening gehouden dient te worden met de mensenrechten en woonbehoeften van woonwagenbewoners en daarbij zo mogelijk tegemoet wordt gekomen aan de wens om in familieverband samen te leven;
- •
In een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2018 is bepaald dat wonen in een woonwagen op een standplaats in familieverband een beschermde woonvorm is die voldoende effectief gefaciliteerd dient te worden.
Besluiten:
vast te stellen het ‘toewijzingsbeleid nieuwe woonwagenstandplaatsen Westelijke Mijnstreek’.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit beleidskader wordt verstaan onder:
- a.
Standplaats: Een kavel dat bestemd is voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in de Woningwet, artikel 1 onder woongelegenheid, sub. C.
- b.
Woonwagen: Een voor bewoning bestemd zijnde gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, als omschreven in de Woningwet, artikel 1 onder woongelegenheid, sub. B. Een prefab woning, chalet of houtskeletbouwwoning wordt in dit beleid ook gezien als woonwagen.
- c.
Spijtoptant: een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in de gemeente [Sittard-Geleen/Stein/Beek] is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw in een woonwagen wil wonen.
- d.
Afstammingsbeginsel: het beginsel dat inhoudt dat de standplaatszoekende, diens ouders dan wel grootouders in een woonwagen wonen dan wel moeten hebben gewoond, waarbij sprake moet zijn van een generatie op generatie doorlopende en intensieve beleving van de woonwagencultuur.
Artikel 2 Uitgangspunten
Om bij een nieuwe standplaats transparant, uitlegbaar en stabiel te kunnen handelen hanteren we een aantal uitgangspunten.
- ▪︎
Toewijzen op basis van het afstammingsbeginsel
- ▪︎
Transparante toewijzing: toewijzing vindt plaats op basis van een vastgestelde volgorde (zie artikel 3).
Artikel 3 Volgorde toewijzing
Onderstaande volgorde wordt toegepast voor het toewijzen van een standplaats:
- 1.
Inwonende kinderen
- 2.
Uitwonende kinderen
- 3.
Inwonende kleinkinderen
- 4.
Uitwonende kleinkinderen/Spijtoptanten
- 5.
Ouders
- 6.
Broers/zussen
- 7.
Ooms/tantes
- 8.
Neven/nichten
- 9.
Wachtlijst
3.1 Inwonende kinderen
Kinderen vanaf 18 jaar die aantoonbaar minimaal 5 jaar feitelijk inwonen én ingeschreven staan bij hun ouder(s) op de woonwagenlocatie. Zijn er meerdere inwonende kinderen op de woonwagenlocatie die in aanmerking komen voor een standplaats, dan wordt geselecteerd op leeftijd (van oud naar jong).
3.2 Uitwonende kinderen
Kinderen vanaf 18 jaar die voorheen aantoonbaar feitelijk bij hun ouder(s) op de woonwagenlocatie hebben gewoond én ingeschreven hebben gestaan. Zij zijn in een andere woonvorm gaan wonen, omdat er geen uitzicht was op een standplaats. Zijn er meerdere uitwonende kinderen op de woonwagenlocatie die in aanmerking komen voor een standplaats, dan wordt geselecteerd op leeftijd (van oud naar jong).
3.3 Inwonende kleinkinderen
Kleinkinderen vanaf 18 jaar die aantoonbaar minimaal 5 jaar feitelijk inwonen en ingeschreven staan bij hun grootouder(s) op de woonwagenlocatie. Zijn er meerdere inwonende kleinkinderen op de woonwagenlocatie die in aanmerking komen voor een standplaats, dan wordt geselecteerd op leeftijd (van oud naar jong).
3.4 Uitwonende kleinkinderen/Spijtoptanten
Kleinkinderen/spijtoptanten vanaf 18 jaar die aantoonbaar feitelijk bij hun grootouder(s)/op de woonwagenlocatie hebben gewoond én ingeschreven hebben gestaan. Zij zijn in een andere woonvorm gaan wonen, omdat er geen uitzicht was op een standplaats. Zijn er meerdere uitwonende kleinkinderen op de woonwagenlocatie die in aanmerking komen voor een standplaats, dan wordt geselecteerd op leeftijd (van oud naar jong).
Spijtoptanten zijn voormalige bewoners van een woonwagenlocatie die voorheen een standplaats/woonwagenwoning bewoonden, maar vrijwillig vertrokken zijn naar een andere woonvorm. Hierbij heeft de spijtoptant met de meeste woonhistorie/ familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als er spijtoptanten zijn met dezelfde woonhistorie dan heeft de spijtoptant met de meeste familiebanden voorrang ten opzichte van de ander. Als er dan nog sprake is van gelijkheid dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
3.5 Ouders
Ouders van bewoners van een woonwagenlocatie. Hierbij heeft de ouder met de meeste familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als beide gelijke familiebanden hebben op de locatie dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
3.6 Broers/zussen
Broers of zussen van bewoners van een woonwagenlocatie. Hierbij heeft de broer/zus met de meeste woonhistorie/familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als er broers/zussen zijn met dezelfde woonhistorie dan heeft de broer/zus met de meeste familiebanden voorrang ten opzichte van de ander. Als er dan nog sprake is van gelijkheid dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
3.7 Ooms/tantes
Ooms of tantes van bewoners van een woonwagenlocatie. Hierbij heeft de oom/tante met de meeste woonhistorie/familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als er ooms/tantes zijn met dezelfde woonhistorie dan heeft de oom/tante met de meeste familiebanden voorrang ten opzichte van de ander. Als er dan nog sprake is van gelijkheid dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
3.8 Neven/nichten
Neven of nichten van bewoners van een woonwagenlocatie. Hierbij heeft de neef/nicht met de meeste woonhistorie/familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als er neven/nichten zijn met dezelfde woonhistorie dan heeft de neef/nicht met de meeste familiebanden voorrang ten opzichte van de ander. Als er dan nog sprake is van gelijkheid dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
3.9 Wachtlijst
Als er geen kandidaten zijn uit bovenstaande genoemde familierelaties wordt er in goed overleg bepaald aan wie de vrijkomende standplaats/woonwagenwoning vervolgens zal worden toegewezen. We bekijken wie volgens de wachtlijst/inschrijving Thuis in Limburg in aanmerking komt. We houden hierbij rekening met de dan zijnde familieverhoudingen en hanteren hierin een hardheidsclausule.
Artikel 4 Hardheidsclausule
Indien er naar het oordeel van de gemeente en andere organisaties (zoals de woningcorporatie, veiligheidsinstanties en betrokken maatschappelijke organisaties) er sprake is van een medische en/of in sociaal aantoonbare urgente situatie, kan in afwijking van bovenstaande, aan een standplaatszoekende voorrang worden verleend.
(Het gaat hier om een ‘collectieve’, gezamenlijke afweging tussen partijen waarbij hier ook het uitgangspunt dient te gelden dat e.e.a. beargumenteerd uitlegbaar dient te zijn).
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl