Treasurystatuut gemeente Haarlemmermeer 2026

Geldend van 24-04-2026 t/m heden

Intitulé

Treasurystatuut gemeente Haarlemmermeer 2026

Het college heeft besloten om, onder voorbehoud van intrekking van het Treasurystatuut gemeente Haarlemmermeer 2019 door de raad:

  • 1.

    het Treasurystatuut gemeente Haarlemmermeer 2026 vast te stellen.

Het college besluit de raad voor te stellen om:

  • 1.

    het Treasurystatuut gemeente Haarlemmermeer 2019 (3246916) in te trekken.

1. Inleiding

Treasury is het sturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden en het afdekken van de daarmee samenhangende risico’s; de financieringsfunctie.

Artikel 212 van de Gemeentewet bepaalt dat de gemeente een financiële beheersverordening moet opstellen. Hierin wordt het opnemen van de regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie expliciet benoemd. Artikel 20 van de financiële verordening 2023 van de gemeente Haarlemmermeer geeft invulling aan deze plicht, onder meer door het opstellen van een treasurystatuut. Het treasurystatuut dateert uit 2019 en behoeft actualisatie.

Omdat in 2019 een ander kader gold op basis waarvan de raad bevoegd was, is het treasurystatuut in 2019, op basis van de toen geldende financiële verordening, door de raad vastgesteld. Voordat het Treasurystatuut 2026 in werking treedt, moet het oude uit 2019 eerst door de raad worden ingetrokken. De Financiële verordening 2023 definieert het treasurystatuut niet als raadsbevoegdheid, maar als een richtlijn voor de uitvoering van de financieringsfunctie, dat valt onder de bevoegdheid van ons college.

In artikel 30 en 31 van de financiële verordening is daarnaast opgenomen dat het college zorg draagt voor interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie. Het treasurystatuut kan daarmee worden gezien als een nadere uitwerking van de artikelen uit de Gemeentewet en de financiële verordening van de Gemeente Haarlemmermeer. Een overzicht van de relevante artikelen is opgenomen in bijlage 1.

In het Treasurystatuut 2026 is een tweetal wijzigingen opgenomen ten opzichte van de Financiële verordening 2023. De eerste wijziging betreft de verhoging van het aantal offerten dat we verplicht uitvragen voor het aantrekken van kort-, en langlopende financiering van minimaal twee naar drie offerten. Daarnaast is nieuw opgenomen dat er geen gebruik wordt gemaakt van cryptovaluta. Beide zijn respectievelijk een wijziging en een aanvulling op artikel 20, de financieringsfunctie, en worden in de volgende actualisatie van de financiële verordening verwerkt.

In dit statuut wordt de ‘beleidsmatige infrastructuur’ van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Dit maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk.

Allereerst wordt het begrippenkader geformuleerd. Daarna zal worden ingegaan op de doelstellingen van de treasuryfunctie en de relevante wet- en regelgeving. Vervolgens focussen de hoofdstukken op twee deelgebieden van treasury: gemeentefinanciering en risico’s. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Daarbij ligt het accent op de helderheid omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden.

2. Begrippenkader

Hieronder worden de belangrijkste begrippen gedefinieerd die in het treasurystatuut zijn opgenomen.

Administratieve organisatie

Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding.

BBV

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

BBV commissie

Commissie met als taak om zorg te dragen voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV.

Cryptovaluta

Dit zijn valuta’s in digitale of virtuele vorm. Het zijn ruilmiddelen zonder tussenkomst van een officiële centrale tegenpartij zoals een bank of overheden.

Derivaten (Rentederivaten)

Financiële instrumenten die zijn afgeleid van een bepaalde onderliggende waarde, als activa, referentieprijzen of indices (prijsindexcijfers). Rentederivaten hebben geen eigen hoofdsom, maar ontlenen hun waarde aan de renteverschillen tussen twee of meer traditionele instrumenten gedurende hun looptijd.

Drempelbedrag

Het bedrag dat de gemeente over een heel kwartaal bezien gemiddeld buiten de schatkist mag aanhouden. De wijze waarop deze wordt bepaald is vastgelegd in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

fido (Wet -)

Wet financiering decentrale overheden.

Financiering

Het aantrekken van middelen (gelden) om uitgaven te kunnen doen.

Interne Controle

Het geheel van controlemaatregelen gericht op het waarborgen van rechtmatigheid, juistheid, volledigheid en tijdigheid van de gegevensverstrekking.

Kasgeld

Lening met een looptijd tussen één dag en één jaar, waarbij vooraf een rentepercentage wordt vastgesteld en de hoofdsom wordt gegarandeerd.

Kasgeldlimiet

Maximum aan toegestane korte schulden. De wijze waarop deze wordt bepaald is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden.

Koersrisico

De mogelijkheid dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.

Kredietrisico

De mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.

Liquiditeiten

Financiële middelen met een rentetypische looptijd korter dan 12 maanden.

Liquiditeitsrisico

De mogelijkheid van wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren- investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.

Onderhandse lening

Niet verhandelbare belegging, waarbij lening specifieke afspraken gemaakt worden over rentepercentage en looptijd.

Rating

De rating geeft een goede indicatie van de kredietwaardigheid van de financiële instellingen. Ook geeft het een goede inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Wij hanteren in het kader van dit statuut de ratings van twee belangrijkste kredietbeoordelaars die ratings toekennen, Moody’s en Standard & Poors (S&P).

Renterisico

De mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen met een rente typische looptijd van één jaar of langer.

Renterisiconorm

Deze norm stelt een maximum aan het bedrag van de vaste schuld waarvoor in een jaar een nieuw rentepercentage wordt vastgesteld. Doel is dat leidt tot een spreiding van looptijden van langlopende leningen en daarmee een vermindering van het renterisico. De wijze waarop deze wordt bepaald is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. 

Rentetypische looptijd

De periode waarover de rente van een lening vast staat. Bedraagt dit minder dan 1 jaar dan wordt de lening door Wet fido als kortlopend gezien en bij 1 jaar of langer als langlopend.

Schatkistbankieren

Het uitzetten van gelden bij het Ministerie van Financiën. Dit is geregeld in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

Treasury

Het sturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen.

Valutarisico

Het risico dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen uitgedrukt in euro’s afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslismoment (het moment van afsluiten).

3. Treasurybeleid

3.1. Doelstellingen treasuryfunctie

De treasuryfunctie van de gemeente:

  • 1.

    zorgt voor duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities, zodat er ten alle tijden voldoende middelen zijn om de gemeentelijke taken uit te voeren;

  • 2.

    beheerst de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s;

  • 3.

    streeft, binnen de kaders van de Wet fido, de bijbehorende ministeriële regelingen en dit treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur tegen zo laag mogelijke kosten;

  • 4.

    ondersteunt en adviseert alle onderdelen binnen de gemeentelijke organisatie bij

  • 2.

    financieringsvraagstukken;

  • 5.

    waarborgt dat de taken en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie duidelijk worden geregeld.

3.2. Wet en regelgeving voor de treasury taken

De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen geven het bindende kader voor de uitoefening van de treasuryfunctie van gemeenten. De onderliggende regelingen zijn:

  • Regeling uitzettingen derivaten decentrale overheden (Ruddo)

  • Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (Bldo)

  • Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo)

  • Regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb)

4. Gemeentefinanciering

4.1. Algemene uitgangspunten

Voor de uitvoering van de treasury taken hanteren wij de volgende uitgangspunten:

  • a.

    De gemeente werkt volgens het principe van de totaalfinanciering. Dit wil zeggen dat de financiering voor alle activiteiten centraal wordt aangetrokken en geen directe relatie bestaat tussen de financiering en de uitgaven;

  • b.

    Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door inkomende en uitgaande kasstromen zoveel als mogelijk op elkaar af te stemmen;

  • c.

    Financiering wordt uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak;

  • d.

    De rentelasten worden volgens de uitgangspunten in de Notitie Rente van de Commissie BBV over de taakvelden verdeeld.

4.2 Kortlopende financiering

Als de gemeente een tekort aan liquide middelen verwacht, kan zij geld lenen op de geldmarkt. Voor het aantrekken van kortlopende financieringen met een looptijd tot één jaar gelden aanvullend op artikel 4.1. de volgende richtlijnen:

  • a.

    De omvang en de rentetypische looptijd van nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de actuele liquiditeitenplanning en de actuele rentevisie;

  • b.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en rekening-courant krediet;

  • c.

    Bij het aantrekken van kortlopende middelen wordt de kasgeldlimiet conform de Wet fido niet overschreden;

  • d.

    Voor de berekening van de kasgeldlimiet geldt het in de Ufdo opgenomen percentage en minimumbedrag;

  • e.

    Er worden tenminste drie offerten bij verschillende financiële instellingen gevraagd, welke schriftelijk worden vastgelegd.

4.3 Langlopende financiering

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van een jaar en langer, gelden aanvullend op artikel 4.1 de volgende richtlijnen:

  • a.

    De omvang en de rentetypische looptijd van nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de meerjarige-liquiditeitenplanning volgens totaalfinanciering en de actuele rentevisie;

  • b.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van langlopende middelen zijn onderhandse leningen;

  • c.

    De renterisiconorm, zoals beschreven in de Wet fido en vastgesteld in de Ufdo, wordt niet overschreden;

  • d.

    Er worden tenminste drie offerten bij verschillende financiële instellingen gevraagd, welke schriftelijk worden vastgelegd.

4.4 Uitzettingen

  • a.

    Bij het uitzetten van middelen gelden de wettelijke regels zoals die voor het schatkistbankieren zijn vastgelegd;

  • b.

    Uitzondering op lid a is het onderling lenen. De gemeente mag gelden uitzetten bij andere decentrale overheden, mits er geen sprake is van een toezichtrelatie;

  • c.

    In afwijking van lid a mag de gemeente gelden tot het drempelbedrag (gemiddeld per kwartaal) buiten de schatkist aanhouden. Voor de berekening van het drempelbedrag geldt het in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden opgenomen percentage en minimumbedrag;

  • d.

    In afwijking van lid a is het alleen onder de in het ‘Garantiebeleid’ opgenomen voorwaarden toegestaan garanties te verstrekken aan banken voor derden. Er worden geen geldleningen door de gemeente verstrekt. Alleen onder de in het ‘Garantiebeleid’ opgenomen voorwaarden kan hiervan worden afgeweken.

4.5 Derivaten en cryptovaluta

  • a.

    Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet fido;

  • b.

    Er wordt geen gebruik gemaakt van cryptovaluta.

4.6 Relatiebeheer

De treasurer onderhoudt contacten met banken en geldmakelaars. Het contact met banken en geldmakelaars dient om informatie op te vragen over (rente)tarieven, leningcondities, rentevisies en naar het geval zich voordoet, het opnemen van gelden.

Banken en geldmakelaars dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Overeenkomsten met bankrelaties worden alleen aangegaan onder Nederlands recht en met bankrelaties die onder toezicht staan van De Nederlandse Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

  • De bankrelatie heeft tenminste een A-rating, afgegeven volgens de kwalificaties van twee kredietbeoordelaars (of ratingsbureau’s), zijnde Standard & Poors (S&P) en Moody's.

  • Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) te staan.

  • Geldmakelaars dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

5. Risicobeheer

Voor de deelfunctie risicobeheer komen de richtlijnen die zich richten op het beheersen van financiële risico’s per risicosoort aan de orde.

5.1 Renterisicobeheer

Het risico wordt beperkt door het hanteren van de van de onder 4.2 a en c, en 4.3 onder a en c opgenomen uitgangspunten.

5.2. Koersrisicobeheer

De Wet fido en de invoering regeling schakistbankieren decentrale overheden hebben het koersrisico bij uitzettingen weggenomen.

5.3 Kredietrisicobeheer

De Wet fido en de invoering van het schatkistbankieren hebben het kredietrisico bij uitzettingen weggenomen. Voor uitgezette leningen en verstrekte garanties zijn maatregelen opgenomen in het ‘Garantiebeleid’.

5.4 Liquiditeitsrisicobeheer

Ter beperking van het liquiditeitsrisico:

  • a.

    Is er een korte liquiditeitsplanning (looptijd tot 1 jaar) opgesteld op basis van historische patronen;

  • b.

    Bij het opstellen van de programmabegroting wordt in de paragraaf financiering de benodigde financiering voor de komende 4 jaar bepaald aan de hand van een globale meerjarige financieringsprognose.

5.5. Valutarisicobeheer

Het valutarisico wordt beperkt door uitsluitend leningen aan te gaan, te verstrekken of te garanderen in de muntsoort Euro.

6. Administratieve organisatie en interne controle

6.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

De uitvoering van de treasuryfunctie is ondergebracht bij het cluster Financiën & Administratie. De administratieve organisatie en interne controle dienen te waarborgen dat:

  • de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

  • de treasury activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;

  • de risico's kunnen worden beheerst;

  • de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.

6.2 Verantwoordelijkheden

De bestuurlijke verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie zijn hieronder weergegeven. Een totaaloverzicht van de verantwoordelijkheden in de treasury organisatie is opgenomen in bijlage 2.

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

  • vaststellen van de paragraaf financiering in de programmabegroting en de jaarstukken.

College van B&W

  • vaststellen en uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

  • rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid in de programmabegroting en de jaarstukken.

6.3 Bevoegdheden

De bevoegdheden binnen de treasury organisatie zijn vastgelegd in het mandaatbesluit. Een overzicht van de relevante taken is opgenomen in bijlage 3.

6.4 Informatievoorziening

Informatie

Frequentie

Informatieverstrekker

Informatieontvanger

Gegevens over toekomstige uitgaven en ontvangsten groter dan € 1 miljoen euro voor de liquiditeitenplanning

Continu

Budgethouders

Treasurer

Paragraaf financiering in de programmabegroting1

Jaarlijks

College

Gemeenteraad

Paragraaf financiering in de jaarstukken1

Jaarlijks

College

Gemeenteraad

Informatie aan derden (toezichthouder) zoals genoemd in artikel 8 Wet fido

Incidenteel

Treasurer, financieel adviseurs

Derden

Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

de secretaris,

Hermineke van Bockxmeer

de burgemeester,

Marianne Schuurmans-Wijdeven

Bijlage 1: Overzicht relevante artikelen wet en regelgeving

Gemeentewet:

Artikel 212

  • 1.

    De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

  • 2.

    De verordening bevat in ieder geval:

    • a.

      regels voor waardering en afschrijving van activa;

    • b.

      grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

    • c.

      regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.

Financiële verordening 2023

Artikel 20. Financieringsfunctie

  • 1.

    Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen in acht zoals vastgelegd in het treasurystatuut.

  • 2.

    Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht2:

    • a.

      voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en

    • b.

      er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.

  • 3.

    Het college informeert de raad vooraf indien de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden.

  • 4.

    Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar, of zoveel eerder als daar aanleiding toe is, een beleidsnotitie aan over het garantiebeleid. De raad stelt deze notitie vast.

  • 5.

    Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

Artikel 26. Financiering

In de paragraaf financiering bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording in ieder geval op:

  • a.

    de kasgeldlimiet;

  • b.

    de renterisiconorm;

  • c.

    de rentekosten en renteopbrengsten van de financieringsfunctie;

  • d.

    een overzicht kortlopende financiering met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

  • e.

    een overzicht langlopende financiering met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

  • f.

    de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar;

  • g.

    de rentevisie.

Artikel 30. Financiële organisatie

Het college draagt zorgt voor:

  • a.

    een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de clusters;

  • b.

    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

  • c.

    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

  • e.

    de te maken afspraken met de clusters over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

  • f.

    de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden van de taakveldenraming en de taakveldenrealisatie;

  • g.

    het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

  • h.

    het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;

  • i.

    het fiscaal beleid inzake de toepassing binnen de gemeente van de wetgeving op het gebied van Rijksbelastingen inclusief de toepassing van de wet op het BTW Compensatiefonds, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV):

Artikel 13.

De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

Overig

De overige wet- en regelgeving is verwerkt in paragraaf 3.2.

Bijlage 2: Totaaloverzicht verantwoordelijkheden

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

  • vaststellen van de paragraaf financiering in de programmabegroting en de jaarstukken.

College van B&W

  • vaststellen en uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

  • rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid in de paragraaf financiering in de programmabegroting en de jaarstukken.

Directeur Bedrijfsvoering en Gemeentesecretaris/Algemeen Directeur

  • afleggen van verantwoording aan het college over de uitvoering van het treasurybeleid in de paragraaf financiering in de programmabegroting en de jaarstukken;

  • accorderen van voorstellen betreffende het opnemen dan wel het uitzetten van gelden met een looptijd van langer dan een dag.

Manager II Financiën & Administratie

  • afleggen van verantwoording aan de Directeur Bedrijfsvoering over de uitvoering van het treasurybeleid in de paragraaf financiering in de programmabegroting en de jaarstukken;

  • via de Tactisch leidinggevende II F&A bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;

  • mede-paraferen van voorstellen betreffende het opnemen van gelden met een looptijd van langer dan een dag;

  • het aangaan van overeenkomsten van opgenomen geldleningen (og) op basis van juist geautoriseerde voorstellen;

  • het aangaan van overeenkomsten uitgezette geldleningen conform raadsbesluit.

Tactisch leidinggevende II Financiën & Administratie

  • rapporteren aan de Manager II F&A over de uitvoering van het treasurybeleid in de P&C documenten, zijnde de programmabegroting en de jaarstukken;

  • bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;

  • zorgen voor voldoende functiescheiding tussen financiële administratie en de treasurer (adviseur III belast met treasuryzaken.

Budgethouders

  • verwachte bijzondere ontvangsten en uitgaven groter dan € 1 miljoen euro melden bij de treasurer zodra zij voorzienbaar zijn.

Financiële administratie

  • afhandelen van het betalingsverkeer;

  • incasseren van openstaande vorderingen;

  • juist en volledig vastleggen van bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, opbrengsten en kosten in de financiële administratie.

Business & Financial controllers

  • bevorderen dat budgethouders verwachte bijzondere ontvangsten en uitgaven groter dan € 1 miljoen euro melden bij de treasurer en signaleren wanneer dit niet gebeurt.

Treasurer (Adviseur III belast met treasury-activiteiten)

  • uitvoeren van de treasury activiteiten conform het treasurystatuut en paragraaf financiering;

  • voorbereiden van beleidsvoorstellen treasury, inclusief de paragraaf financiering voor de begroting en jaarrekening;

  • formuleren van een rentevisie over de verwachte ontwikkeling van de rente;

  • bijhouden van liquiditeitsplanning en de financieringsprognose;

  • het doen van voorstellen betreffende het opnemen dan wel het uitzetten van gelden met een looptijd langer dan een dag;

  • het uitvoeren van de overeenkomsten van kort- en langlopende opnames/uitzettingen;

  • het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;

  • schriftelijk vastleggen van de treasury activiteiten en het doorgeven hiervan aan de financiële administratie;

  • aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de financiële administratie;

  • rapporteren aan de tactisch leidinggevende F&A over de uitvoering van het treasurybeleid;

  • aanleveren van de benodigde informatie ten behoeve van de Verbijzonderde Interne Controle;

  • vooraf aan het uitbrengen van de offerte voor een geldlening van 1 dag of langer opdracht geven aan de banken en/of broker om de transactiebevestiging gelijktijdig met het versturen aan de treasurer, deze ook te versturen naar de adviseur III belast met treasury activiteiten en naar de financiële administratie.

Bijlage 3: Overzicht treasury taken uit het mandaatregister F&A

Taak

Bijzondere bepaling

Ondermandaat aan:

Het uitvoeren van juist geautoriseerde voorstellen betreffende het aangaan van overeenkomsten van opgenomen geldleningen

Het daadwerkelijk opnemen van gelden kan alleen indien op het voorstel akkoord is gegeven door zowel directeur Bedrijfsvoering en de Manager II F&A. A of bij zijn afwezigheid door een Tactisch leidinggevende II F&A.

Manager II Tactisch leidinggevende II

Adviseur III belast met treasury-activiteiten.

Het accorderen van voorstellen tot het opnemen van gelden met een looptijd langer dan een dag

Gemeentesecretaris/Algemeen Directeur en Directeur Bedrijfsvoering. 

Directeur Bedrijfsvoering en Manager II F&A moeten beiden het voorstel accorderen.

Directeur Bedrijfsvoering Manager II F&A of bij afwezigheid door de Tactisch leidinggevende II F&A.

Het conform raadsbesluit uitvoeren van overeenkomsten van uitgezette geldleningen, met uitzondering van hypotheken

Gelden mogen alleen worden uitgeleend als daar een specifiek raadsbesluit aan ten grondslag ligt.

Manager II F&A Tactisch leidinggevende II F&A en Adviseur III belast met treasury-activiteiten


Noot
1

De vereisten waar de paragraaf financiering minimaal aan moet voldoen zijn opgenomen in artikel 13 van het BBV (besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten). Zie bijlage 1.

Noot
2

De artikel 20 lid 2 wordt als volgt aangepast bij de volgende wijziging op de Financiële verordening:

2a. wordt: voor het aantrekken van financiering met een looptijd langer dan 1 dag worden er tenminste drie offerten bij verschillende financiële instellengen gevraagd;

2c toegevoegd: er wordt geen gebruik gemaakt van cryptovaluta.