Beleidsregels gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen gemeente Beek 2026

Geldend van 24-04-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen gemeente Beek 2026

Wat houdt deze beleidsregel in?

Deze beleidsregel vindt haar formele grondslag in artikel 2:1, tweede lid, en artikel 2:79 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beek. Op grond van artikel 2:1, tweede lid, kan de burgemeester ter beëindiging van samenscholing of ander groepsgedrag op of aan een openbare plaats dat de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren, een verwijderingsbevel geven aan één of meer personen. Dit bevel strekt ertoe dat betrokkene zich onmiddellijk verwijdert en verwijderd blijft, teneinde een (dreigende) ordeverstoring te beëindigen.

Artikel 2:79 van de APV Beek biedt de burgemeester de bevoegdheid om een gebiedsontzegging op te leggen. Dit betreft een verdergaande bestuurlijke maatregel, inhoudende dat betrokkene gedurende een bepaalde periode een aangewezen gebied niet mag betreden, veelal in reactie op herhaald of ernstig overlastgevend of ordeverstorend gedrag en ter voorkoming van nieuwe ordeverstoringen.

Namens de burgemeester van de gemeente Beek kunnen politieagenten aan personen een gebiedsontzegging (meerdere dagen tot weken) of een verwijderingsbevel (12 uur) opleggen. Het is een verbod om gedurende deze periode in een aangewezen gebied of meerdere gebieden aanwezig te zijn.

Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Beek houdende regels omtrent gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen;

(Beleidsregels gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen gemeente Beek 2026).

De burgemeester van Beek,

gelet op artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 2:1, tweede lid en 2:79 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beek en artikel 170 van de Gemeentewet.

Besluit:

  • I.

    vast te stellen de volgende regeling:

    Beleidsregels gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen gemeente Beek 2026

  • II.

    te bepalen dat deze beleidsregel op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad in werking treedt.

Inleiding

Een gebiedsontzegging wordt opgelegd aan personen die de openbare orde hebben verstoord. Hierbij wordt onder meer, doch niet-limitatief, gedoeld op: samenscholing, intimiderend groepsgedrag, handel in drugs, openlijk drugsgebruik, geweldpleging, doelloos ophouden in of rondom portieken van woningen en/of in of rondom winkels en/of horecazaken, belemmering van de vrije doorgang, schreeuwen, urineren, onvoorspelbare agressiviteit, voetballen op of tegen niet daarvoor bestemde plaatsen (zoals een voetbalveld) en het anderszins lastig vallen van inwoners of bezoekers. Hoe zwaarder de feiten, hoe langer de gebiedsontzegging geldt. Ook bij recidive (herhaalde overtreding) wordt de duur van de ontzegging langer.

Landelijk zijn de gebiedsontzeggingen in de loop van de jaren een zeer effectief middel gebleken om hinderlijk en openbare orde verstorend gedrag stevig aan te pakken. De ontzegging kan direct na de verstorende gedraging op straat worden gegeven. Waarbij de overtreder meteen zijn zienswijzen kan geven. Het besluit wordt aan de hand van een voorgedrukt besluit ingevuld en meteen fysiek uitgereikt. Het effect is groot omdat de maatregel meestal direct na de gedraging volgt.

Afhankelijk van onder meer de gedraging en de impact daarvan op de omgeving, de locatie en het tijdstip kan er ook gekozen worden om een verwijderingsbevel te geven. Dit is de meest milde vorm van een gebiedsontzegging omdat de tijdsduur (in beginsel 12 uur) beperkt is en daarmee de bewegingsvrijheid van de overtreder minimaal beperkt wordt. Of andersom, een stevige en niet vrijblijvende waarschuwing.

Onder openbare orde wordt in ieder geval aangemerkt de normale gang van het maatschappelijk leven op een bepaalde plaats en onder de gegeven omstandigheden. Wat in de ene buurt als redelijk of normaal gezien wordt, kan op een andere locatie wel als verstorend ervaren worden.

De toepassing van de beleidsregels beperkt zich niet tot de openbare ruimte. Zo kunnen gedragingen in een winkel of een horeca-inrichting wel degelijk relevant zijn voor de openbare orde en ten grondslag kunnen liggen aan een gebiedsontzegging. Tevens kunnen strafbare feiten die zich afspelen in een voor het publiek toegankelijke inrichting (zoals een café of discotheek) de basis zijn voor een gebiedsontzegging. De feiten hoeven dus niet per definitie op straat plaats te vinden, maar er moet wel een relatie zijn met de openbare orde.

Artikel 1 Uitleg begrippen

In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. Hier leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen.

  • a.

    Gebied: een geografisch zone die afgebakend wordt door (water)wegen of groenvoorzieningen alsmede de (water)wegen en groenvoorzieningen zelf;

  • b.

    Gebiedsontzegging: een op schrift gesteld bevel van de burgemeester om zich gedurende een in het bevel bepaalde periode niet anders dan in een openbaar middel van vervoer in aangewezen gebieden aanwezig te zijn;

  • c.

    Verwijderingsbevel: een, bij voorkeur op schrift gesteld, bevel om zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen en gedurende in het bevel geven aantal uren ook verwijderd te houden.

  • d.

    Woning: een feitelijk voor bewoning gebruikte ruimte, daar waar dus feitelijk sprake is van het hebben van woongenot.

  • e.

    Drugshandel: in deze beleidsregels wordt onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs in een pand en/of de daarbij behorende erven.

  • f.

    Gedragingen: onder gedragingen wordt verstaan het handelen of nalaten van een persoon dat kan worden aangemerkt als een overtreding of misdrijf. Dit begrip is niet beperkt tot strafbare feiten in het Sr, maar omvat tevens overtredingen en misdrijven op grond van andere wet- en regelgeving, waaronder begrepen (maar niet beperkt tot) de Algemene Plaatselijke Verordening, bijzondere wetten en overige toepasselijke regelgeving.

  • g.

    Afwijkingsbevoegdheid: Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat ‘het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen’.

Artikel 2 Juridisch kader

  • -

    artikel 2:1, tweede lid Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beek;

  • -

    artikel 2:79 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beek;

  • -

    artikelen 4:81 tot en met 4:84 Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 170 Gemeentewet.

Artikel 3 Doel

  • 1. Het doel van een verwijderingsbevel en een gebiedsontzegging is het handhaven en herstellen van de openbare orde en het voorkomen van (verdere) ordeverstoringen. Het betreft bestuurlijke ordemaatregelen met een preventief karakter: zij zijn erop gericht een actuele of dreigende verstoring te beëindigen en herhaling te voorkomen en strekken niet tot bestraffing.

  • 2. Teneinde de effectiviteit en doelmatigheid te vergroten, wordt het opleggen van een gebiedsontzegging en het verwijderingsbevel gemandateerd aan de politie en buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam voor de gemeente Beek. De burgemeester blijft te allen tijde bevoegd zelf gebruik te maken van deze bevoegdheden.

Artikel 4 Uitgangspunt verwijderingsbevel

  • 1. Een verwijderingsbevel wordt in beginsel voor de duur van 12 uur gegeven afhankelijk van de ernst van de gedraging en de impact daarvan op de openbare orde. Waar nodig kan er gekozen worden voor een bevel van 24 uur als hiermee het beoogde doel beter wordt behaald.

  • 2. Een verwijderingsbevel kan voor één of meer gebieden gelden.

Artikel 5 Bestuurlijke waarschuwing

  • 1. Alvorens een gebiedsontzegging wordt opgelegd, wordt aan de betrokkene die zich voor de eerste maal binnen de gemeente Beek schuldig maakt aan een strafbaar feit of een openbare orde verstorende gedraging, door de burgemeester een schriftelijke waarschuwing gegeven.

  • 2. De bestuurlijke waarschuwing geldt binnen de gehele gemeente Beek en is zes maanden geldig vanaf het moment van het uitreiken van de bestuurlijke waarschuwing.

  • 3. In gevallen waarbij sprake is van omstandigheden die gezien hun aard of omvang, al dan niet in combinatie met elkaar, apert vragen voor de toepassing van een der instrumenten in deze beleidsregel, is het niet voorstelbaar dat hierop het waarschuwingsbeleid wordt toegepast.

Artikel 6 Gebiedsontzegging gedurende 48 uur

  • 1. Indien ten aanzien van een betrokkene die een bestuurlijke waarschuwing heeft ontvangen nogmaals een strafbaar feit en/of een openbare orde verstorende handeling wordt geconstateerd, wordt aan die betrokkene in beginsel, conform artikel 2:79 eerste lid van de onderhavige APV, een gebiedsontzegging opgelegd voor de duur van 48 uur.

  • 2. Op dit artikel zijn de in artikel 8 opgenomen uitgangspunten van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7 Gebiedsontzegging gedurende ten hoogste 12 weken

  • 1. Aan een betrokkene die zich binnen zes maanden na het opleggen van een eerdere gebiedsontzegging in hetzelfde gebied opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit of een openbare orde verstorende handeling, wordt in beginsel een gebiedsontzegging opgelegd voor de duur van het in bijlage 2 bij deze beleidsregel genoemde tijdvak. Deze ontzegging heeft betrekking op de in het besluit aangewezen plaatsen waar, of in de nabijheid waarvan, het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling heeft plaatsgevonden.

  • 2. Op dit artikel zijn de in artikel 8 opgenomen uitgangspunten van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8 Uitgangspunt opleggen gebiedsontzegging

  • 1. Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd aan een betrokkene die strafbare feiten en/of openbare orde verstorende handelingen verricht, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel.

  • 2. Een gebiedsontzegging geldt in beginsel voor het gebied waarbinnen het strafbare feit en/of de openbare orde verstorende handeling heeft plaatsgevonden. Dit gebied wordt in de gebiedsontzegging nader beschreven en/of er wordt een kaart van het gebied waarvoor de ontzegging geldt bij de gebiedsontzegging gevoegd.

  • 3. Een gebiedsontzegging kan voor één of meer gebieden gelden.

  • 4. In de gebiedsontzegging wordt aangegeven op welk feit of welke feiten de gebiedsontzegging is gebaseerd alsmede de datum en het tijdstip waarop het feit/de feiten hebben plaatsgevonden.

  • 5. In de gebiedsontzegging wordt de periode waarvoor de gebiedsontzegging geldt, vermeld.

  • 6. De gebiedsontzegging wordt schriftelijk vastgesteld en aan betrokkene uitgereikt. Indien de spoedeisendheid van de situatie daaraan in de weg staat, kan de gebiedsontzegging mondeling worden aangezegd, waarna deze onverwijld alsnog op schrift wordt gesteld en aan betrokkene wordt uitgereikt.

  • 7. In geval van een minderjarige zal een afschrift van de gebiedsontzegging tevens aan de ouder(s)/verzorger(s) bekend worden gemaakt.

  • 8. De burgemeester kan de gebiedsontzegging intrekken wanneer gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven en voortzetting van de gebiedsontzegging niet langer noodzakelijk of evenredig wordt geacht.

Artikel 9 Zienswijze betrokkene

Voordat een gebiedsontzegging wordt opgelegd, wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze over het voorgenomen besluit kenbaar te maken. De mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze wordt geboden direct nadat het strafbare feit en/of de openbare orde verstorende handeling is geconstateerd. De zienswijze wordt schriftelijk vastgelegd.

Artikel 10 Uitzonderingsgrond gebiedsontzegging

  • 1. Indien de betrokkene kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich op een bepaalde plaats in het gebied op te houden, dan kan de burgemeester voorzien in een beperkte uitzondering of route, voor zover dit verenigbaar is met het doel van de maatregel en de openbare orde. Het is de betrokkene in dat geval slechts toegestaan om de desbetreffende locatie via de aangegeven looproute te bereiken. Het is betrokkene nadrukkelijk niet toegestaan om zich langer dan strikt noodzakelijk op deze route te begeven, zich hier onnodig op te houden en/of anderszins overlastgevend te gedragen.

  • 2. Of iemand een zwaarwegend belang heeft, zal door betrokkene zelf moeten worden aangetoond. Doorgaans zal het hierbij gaan om belangen in de persoonlijke levenssfeer, zoals: wonen, werken, naar school moeten gaan, bezoeken van een (huis)arts, advocaat of hulpverleningsinstantie.

Artikel 11 Inwerkingtreding en cumulatie gebiedsontzegging

  • 1. Een gebiedsontzegging treedt in werking op het moment dat deze aan de betrokkene wordt aangezegd of uitgereikt.

  • 2. Als een gebiedsontzegging wordt opgelegd terwijl er al een gebiedsontzegging geldt voor hetzelfde gebied, gaat de nieuwe gebiedsontzegging in na afloop van de eerder opgelegde gebiedsontzegging.

  • 3. In geval van een betrokkene die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde, kan de burgemeester in afwijking van de gebiedsontzegging uit artikel 2:79 van de APV rechtstreeks toepassing geven aan artikel 172a en artikel 172b van de Gemeentewet. Ook na een gebiedsontzegging op grond van de APV voor de duur van twaalf weken, kan de burgemeester een gebiedsverbod opleggen op grond van de Gemeentewet. De mogelijkheid voor een gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet wordt in deze beleidsregel verder buiten beschouwing gelaten.

Artikel 12 Mandaat

Voor de bestuurlijke waarschuwing en de gebiedsontzegging van 48 uur wordt de bevoegdheid gemandateerd aan de ambtenaren van de politie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a van de Politiewet 2012 en aan buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam voor de gemeente Beek. Ook de bevoegdheid om namens de burgemeester mondeling een voornemen te uiten tot het opleggen van een gebiedsontzegging voor een langere periode dan 48 uur en het opnemen van de zienswijze, wordt gemandateerd aan de genoemde ambtenaren.

Artikel 13 Dossiervorming

Voor het opleggen van een gebiedsontzegging voor de duur van twee weken of langer levert de politie een dossier aan bij de gemeente Beek. Dit dossier dient in ieder geval te bevatten:

  • -

    een op ambtsbelofte/ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen of een bestuurlijke rapportage waarin alle relevante bij de politie bekende en geregistreerde gedragingen van de betrokkene zijn vastgelegd met als doel om een totaalbeeld van de gedragingen van betrokkene te schetsen en inzicht te geven in de wijze van de totstandkoming van de gebiedsontzegging;

  • -

    de zienswijze van de betrokkene;

  • -

    een kaart met daarop het gebied waarvoor een gebiedsontzegging dient te worden opgelegd.

Artikel 14 Bevoegdheid afwijken van deze beleidsregels

In deze beleidsregel heeft de gemeente Beek omschreven in welke gevallen de burgemeester de bevoegdheid heeft om een gebiedsontzegging op te leggen. De burgemeester zal doorgaans handelen conform het geldende beleid, maar behoudt het recht om hiervan af te wijken in overeenstemming met artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Van deze discretionaire bevoegdheid zal enkel gebruik worden gemaakt als door het toepassen van de beleidsregel één of meer belanghebbenden gevolgen zouden ervaren die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het met deze beleidsregel te dienen doel.

Artikel 15: Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in het elektronische Gemeenteblad op www.overheid.nl.

Artikel 16: Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als:

‘Beleidsregels gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen gemeente Beek 2026’.

Ondertekening

Zo heeft besloten op dinsdag 31 maart 2026

Christine van Basten-Boddin

Burgemeester gemeente Beek

BIJLAGE 1: Strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen

Strafbaar feit/ Handeling

Omschrijving

Artikel 2:1 APV

Samenscholing en ongeregeldheden

Artikel 2:6 APV

Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

Artikel 2:9 APV

Vertoningen op openbare plaatsen

Artikel 2:26 APV

Ordeverstoring evenement

Artikel 2:31 APV

Verboden gedragingen

Artikel 2:41 APV

Betreden gesloten woning of lokaal

Artikel 2:44 APV

Vervoer inbrekerswerktuigen

Artikel 2:47 APV

Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

Artikel 2:48 APV

Verboden drankgebruik

Artikel 2:50 APV

Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten

Artikel 2:52 APV

Overlast van fiets of bromfiets op markt of kermisterrein en dergelijke

Artikel 2:64a APV

(Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen

Artikel 2:65 APV

Bedelarij

Artikel 2:73 APV

Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaar- wisseling

Artikel 2:74 APV

Drugshandel op straat

Artikel 2:74a APV

Openlijk drugsgebruik

Artikel 4:8 APV

Natuurlijke behoefte doen

Artikel 5:13 APV

Inzameling van geld of goederen of leden- en donateurwerving

Artikel 5:15 APV

Ventverbod

Artikel 3:12 VFL

Plakken en kladden

Artikel 4:26 VFL

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

Artikel 4:28 VFL

Crossterreinen

Artikel 4:29 VFL

Beperking verkeer in natuurgebieden

Artikel 2 Opiumwet

Verbodsbepaling omtrent lijst 1

Artikel 3 Opiumwet

Verbodsbepaling omtrent lijst 2

Artikel 131 Sr

Opruiing

Artikel 137c Sr

Belediging groep mensen

Artikel 137d Sr

Aanzetten tot haat

Artikel 141 Sr

Openlijke geweldpleging

Artikel 142 Sr

Vals alarm

Artikel 143 Sr

Verhindering vergadering

Artikel 144 Sr

Verstoring vergadering

Artikel 180 Sr

Wederspannigheid

Artikel 184 Sr

Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel

Artikel 186 Sr

Samenscholing

Artikel 254b Sr

Schennis van eerbaarheid

Artikel 266 jo. 267 Sr

Belediging ambtenaar in functie

Artikel 284-285 Sr

Bedreiging

Artikel 300-303 Sr

Mishandeling

Artikel 306 Sr

Deelname aan aanval of vechterij

Artikel 310-312 Sr

Diefstal

Artikel 350 Sr

Vernieling

Artikel 424 Sr

Straatschenderij

Artikel 426 Sr

In staat van dronkenschap de openbare orde verstoren

Artikel 426bis Sr

Belemmeren vrijheid van beweging, opdringen, hinderlijke wijze volgen

Artikel 430b Sr

Openbare dronkenschap

Artikel 13 WWM

Verbodsbepaling omtrent categorie 1

BIJLAGE 2: Tabel duur ontzegging

Constatering

Duur gebiedsontzegging

Eerste constatering

Bestuurlijke waarschuwing

Eerste constatering (aangemerkt als artikel 5 lid 3)

Gebiedsontzegging van 48 uur

Tweede constatering (binnen een periode van 6 maanden na de bestuurlijke waarschuwing)

Gebiedsontzegging van 48 uur

Derde constatering (binnen een nieuwe periode van 6 maanden na een eerdere gebiedsontzegging)

Gebiedsontzegging van 2 weken

Vierde constatering (binnen een nieuwe periode van 6 maanden na een eerdere gebiedsontzegging)

Gebiedsontzegging van 6 weken

Vijfde constatering (binnen een nieuwe periode van 6 maanden na een eerdere gebiedsontzegging)

Gebiedsontzegging van 12 weken