Beleidsregels Brede Ondersteuning gedupeerden hersteloperatie toeslagen gemeente Moerdijk

Geldend van 23-04-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Brede Ondersteuning gedupeerden hersteloperatie toeslagen gemeente Moerdijk

Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 14 april 2026;

overwegende dat,

  • landelijke ontwikkelingen zoals wetswijzigingen en inzichten vanuit de uitvoeringspraktijk actualisatie van de beleidsregels noodzakelijk maken;

  • de VNG hiervoor een model beleidsregels heeft opgesteld voor gemeenten, met het advies dit model te gebruiken ter actualisatie, verduidelijking en harmonisering van de brede ondersteuning;

  • het wenselijk is aan te sluiten bij dit model ten behoeve van uniformiteit en rechtsgelijkheid, maar wel rekening houdend met de lokale context.

gelet op artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen en artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels Brede Ondersteuning gedupeerden hersteloperatie toeslagen gemeente Moerdijk

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

In de beleidsregels wordt verstaan onder:

  • 1.

    Bedreigende situatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen beëindiging van de zorgverzekering, ernstig belemmerende psychische omstandigheden of een soortgelijke acute crisissituatie;

  • 2.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk;

  • 3.

    Gezin: gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet waarbij onder het kind ook het thuiswonende kind of pleegkind van achttien jaar of ouder valt van de persoon, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de wet of hun partner;

  • 4.

    Hulpvraag: formulering van de behoefte aan brede ondersteuning dat passend is om de doelstellingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, te kunnen bereiken;

  • 5.

    Inwoner: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente ingeschreven is;

  • 6.

    Kindregeling: herstelregeling op grond van afdeling 2.2 van de wet waarmee een tegemoetkoming en brede ondersteuning wordt geboden aan kinderen van gedupeerde ouders;

  • 7.

    Leefgebieden: de vijf leefgebieden, genoemd in artikel 2.21, eerste lid, van de wet, zijnde financiën, gezin, werk, wonen en zorg;

  • 8.

    Reguliere ondersteuning: andere gemeentelijke ondersteuning binnen het sociaal domein dan brede ondersteuning;

  • 9.

    Toekennen: verlenen van de aanspraak op een voorziening;

  • 10.

    UHT: Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen;

  • 11.

    Verstrekken: feitelijk verschaffen van een toegekende voorziening;

  • 12.

    Voorziening: materiële voorziening of immateriële voorziening als bedoeld in artikel 12;

  • 13.

    Wet: Wet hersteloperatie toeslagen

HOOFDSTUK 2. DOEL, UITZONDERINGEN EN DOELGROEP BREDE ONDERSTEUNING

Artikel 2. Doel van de brede ondersteuning

De brede ondersteuning heeft tot doel:

  • 1.
    • a.

      het ondersteunen van de aanvrager bij het maken van een nieuwe start in het kader van herstel als bedoeld in artikel 2.21, vierde lid, van de wet; en

    • b.

      het bijdragen aan het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid.

  • 2.

    De doelstellingen van de brede ondersteuning op de leefgebieden die de aanvrager in staat moet stellen een nieuwe start te maken zijn:

    • a.

      financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren;

    • b.

      gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen;

    • c.

      werk: minimaal de beschikking hebben over een startkwalificatie of duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces;

    • d.

      wonen: een veilige en betaalbare plek om te wonen; en

    • e.

      zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Artikel 3. Uitzonderingen van de brede ondersteuning

Geen onderdeel van de brede ondersteuning zijn:

  • a.

    vormen van algemene inkomensaanvulling of inkomensondersteuning;

  • b.

    ondersteuning op andere leefgebieden dan de vijf leefgebieden genoemd in artikel 2;

  • c.

    vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet;

  • d.

    vergoeding van schulden, tenzij het gaat om vergoeding van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en onder de voorwaarde dat er ook aanvullende voorzieningen worden ingezet om herhaling van een bedreigende situatie te voorkomen;

  • e.

    kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat een aanvraag is ingediend tenzij sprake was van een bedreigende situatie; of

  • f.

    kosten voor een advocaat bij het ontvangen van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.

Artikel 4. Doelgroep brede ondersteuning

  • 1. Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan inwoners die onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet vallen en die niet eerder met brede ondersteuning een nieuwe start hebben kunnen maken.

  • 2. Het college verleent ook brede ondersteuning aan het gezin van de aanvrager die op grond van het eerste lid is toegelaten tot de brede ondersteuning. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend.

  • 3. Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner.

  • 4. Bij toepassing van het derde lid vindt over de verlening van toegang tot brede ondersteuning overleg plaats met de aanvrager en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar deze aanvrager inwoner is.

Artikel 5. Brede ondersteuning voor een minderjarige

Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan een minderjarige die in aanmerking komt voor de kindregeling als deze:

  • a.

    jonger is dan zestien jaar en onder het gezag van een inwoner staat;

  • b.

    jonger is dan zestien jaar en feitelijk verblijft bij een inwoner die één van de gezaghebbers is; of

  • c.

    zestien jaar of ouder is en zelf inwoner is.

HOOFDSTUK 3. AANVRAAG, EERSTE GESPREK EN VASTSTELLING HULPVRAAG

Artikel 6. Aanmelden brede ondersteuning

  • 1. Een verzoek tot toegang tot brede ondersteuning aan het college kan zowel schriftelijk als mondeling bij het Steunpunt Brede Ondersteuning Moerdijk worden ingediend.

  • 2. Het college stelt vast of de inwoner behoort tot de in artikel 4 genoemde doelgroep en daarmee in aanmerking komt voor brede ondersteuning.

  • 3. Indien een inwoner bij de UHT heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning, ontvangt het college de contactgegevens van de inwoner via het gegevensportaal van de UHT. De datum van ontvangst van de gegevens via het gegevensportaal van de UHT wordt gelijkgesteld met het indienen van het verzoek.

  • 4. Indien de inwoner zich rechtstreeks meldt bij het college, dan verifieert het college via het gegevensportaal van UHT of hij/zij in aanmerking komt voor brede ondersteuning.

Artikel 7. Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag

  • 1. Nadat een aanmelding brede ondersteuning bij het college is ingediend, nodigt het college de aanmelder binnen 8 weken uit voor een eerste gesprek.

  • 2. Tijdens het eerste gesprek wordt samen met de aanmelder, aan de hand van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de situatie op de leefgebieden op het moment van de aanvraag vastgesteld en wordt gezamenlijk bepaald wat diens hulpvraag is.

  • 3. De datum van het eerste gesprek wordt aangemerkt als de datum van indienen van de formele aanvraag.

HOOFDSTUK 4. BESLUIT OP DE AANVRAAG EN PLAN VAN AANPAK

Artikel 8. Besluit op de aanvraag

  • 1. Het college zorgt dat de aanvrager 8 weken na het eerste gesprek een beschikking ontvangt. De beschikking bevat:

    • a.

      een verlening van toegang tot brede ondersteuning met een plan van aanpak dat minstens op hoofdlijnen is vastgesteld; of

    • b.

      een gemotiveerde weigering van de toegang tot brede ondersteuning.

  • 2. Het college kan de termijn uit het eerste lid voor het opstellen van een plan van aanpak met 4 weken verlengen.

Artikel 9. Het opstellen van het plan van aanpak

  • 1. Het college stelt samen met de aanvrager het plan van aanpak op. Daarbij vormt de situatie van de aanvrager op het moment van de aanvraag en de hulpvraag het startpunt.

  • 2. In het plan van aanpak wordt vastgelegd:

    • a.

      hoe stapsgewijs en integraal naar de doelstellingen voor het maken van een nieuwe start door de aanvrager op de leefgebieden wordt toegewerkt; en

    • b.

      welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.

Artikel 10. Aanvullend schuldhulpverleningsaanbod jongeren

  • 1. Het plan van aanpak bevat een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021, als de aanvrager:

    • a.

      achttien jaar of ouder is;

    • b.

      in aanmerking komt voor de kindregeling;

    • c.

      naar het oordeel van het college in een problematische schuldsituatie zit; en

    • d.

      diens aanvraag heeft ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021

  • 2. Het college begeleidt de aanvrager bij het inzichtelijk maken van diens financiële situatie.

Artikel 11. Het wijzigen van het plan van aanpak

  • 1. Het college kan tot twee jaar na het eerste gesprek het plan van aanpak in samenspraak met de aanvrager aanvullen of nieuwe of andere voorzieningen toekennen. Bij materiële voorzieningen is deze termijn beperkt tot zes maanden na het eerste gesprek.

  • 2. Een aanvrager kan een verzoek indienen om het plan van aanpak te wijzigen. Artikel 8, eerste lid, is op deze aanvraag van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Als de aanvrager het college verzoekt een aanvullende voorziening toe te kennen, toetst het college dit verzoek aan artikel 12, tweede en derde lid.

  • 4. De in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen wijzigt het college niet, tenzij zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die wijziging noodzakelijk maken.

HOOFDSTUK 5. TOEKENNEN, VERSTREKKEN EN WEIGEREN VAN VOORZIENINGEN

Artikel 12. Toekennen en verstrekken voorzieningen

  • 1. Het college verstrekt aan de aanvrager de materiële en immateriële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn toegekend.

  • 2. Een voorziening wordt uitsluitend toegekend, indien deze, in samenspraak met de aanvrager én naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak én bijdraagt aan herstel en het kunnen maken van een nieuwe start.

  • 3. Bij de beoordeling van de noodzaak als bedoeld in het tweede lid houdt het college onder meer rekening met:

    • a.

      de vaardigheden van de aanvrager;

    • b.

      de draagkracht en financiële armslag van de aanvrager;

    • c.

      de omvang en samenstelling van het huishouden van de aanvrager;

    • d.

      het duurzame karakter van de voorziening; en

    • e.

      de wijze waarop de voorziening de aanvrager in staat stelt de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.

  • 4. Een materiële voorziening is een zaak die noodzakelijk is om belemmeringen van de aanvrager bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken. Het college kan materiële voorzieningen toekennen tot zes maanden na het eerste gesprek. De feitelijke verstrekking kan na deze periode plaatsvinden.

  • 5. Een immateriële voorziening is een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak. Het college kan immateriële voorzieningen toekennen tot twee jaar na het eerste gesprek. De feitelijke uitvoering kan na deze periode plaatsvinden.

  • 6. De hoogte van een financiële voorziening wordt bepaald op basis van een redelijke en passende vergoeding, waarbij het college de Nibud-richtlijnen als uitgangspunt hanteert.

  • 7. Financiële voorzieningen in het kader van brede ondersteuning worden, voor zover wettelijk toegestaan, niet aangemerkt als middelen in de zin van de Participatiewet

Artikel 13. Medewerking aanvrager

Het college kan, voordat de voorziening wordt toegekend via het plan van aanpak, de aanvrager om medewerking vragen om te kunnen beoordelen of een beoogde voorziening voldoet aan artikel 12, tweede en derde lid.

Artikel 14. Weigeren voorziening

Het college weigert het toekennen van een voorziening als:

  • a.

    Indien naar zijn oordeel niet is aangetoond dat de voorziening noodzakelijk is voor het bereiken van de doelen uit het plan van aanpak en het kunnen maken van een nieuwe start.

  • b.

    de gevraagde voorziening al vóór het eerste gesprek is gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er na het indienen van de aanvraag maar vóór het eerste gesprek sprake was van een bedreigende situatie waarvoor de voorziening noodzakelijk was;

  • c.

    de voorziening niet aan artikel 12, tweede en derde lid voldoet.

  • d.

    de aanvrager niet de medewerking, als bedoeld in artikel 13 heeft verleend en het college daardoor niet kan vaststellen of de beoogde voorziening aan artikel 12, tweede en derde lid voldoet.

HOOFDSTUK 6. BEËINDIGING BREDE ONDERSTEUNING EN OVERDRACHT

Artikel 15. Beëindiging brede ondersteuning

  • 1. Aanvullend op artikel 2.21, vierde en zesde lid, van de Wet beëindigt het college de brede ondersteuning indien:

    • a.

      de aanvrager om beëindiging verzoekt;

    • b.

      de aanvrager niet binnen een redelijke termijn gebruik heeft gemaakt van de aangeboden ondersteuning en niet reageert op een oproep van het college om hiervan alsnog gebruik te maken;

    • c.

      de aanvrager na integrale beoordeling definitief niet als gedupeerde is aangemerkt;

    • d.

      de doelen uit het plan van aanpak zijn bereikt en verdere ondersteuning niet langer noodzakelijk is; of

    • e.

      de aanvrager verhuist naar een andere gemeente.

  • 2. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over het plan van aanpak en daardoor geen uitvoering kan worden gegeven aan de brede ondersteuning, kan het college besluiten de ondersteuning te beëindigen, mits de aanvrager in de gelegenheid is gesteld alsnog tot overeenstemming te komen.

  • 3. Bij verhuizing draagt het college, indien de aanvrager dat wenst, de ondersteuning zorgvuldig over aan de nieuwe woongemeente.

  • 4. Voorafgaand aan de beëindiging van de brede ondersteuning nodigt het college de aanvrager uit voor een gesprek om de actuele situatie op de leefgebieden te bespreken en de beëindiging toe te lichten.

Artikel 16. Overdracht

Als de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning de doelstellingen uit het plan van aanpak niet heeft bereikt en het plan van aanpak niet expliciet in een overdracht naar reguliere ondersteuning voorziet, dan zorgt het college in samenspraak met de aanvrager alsnog voor een warme overdracht vanuit de brede ondersteuning.

Artikel 17. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een onevenredige benadeling van een belanghebbende of tot een uitkomst die kennelijk onredelijk is.

Artikel 18. Inwerkingtreding en duur

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2. Deze beleidsregels vervallen van rechtswege op het moment dat de hersteloperatie toeslagen eindigt.

  • 3. Met het inwerkingtreding van deze beleidsregels worden gelijktijdig de “beleidsregels Brede Ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire” vastgesteld op 28 maart 2024, ingetrokken.

    [Artikel 18, lid 3 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Met het inwerkingtreding van deze beleidsregels worden gelijktijdig de “beleidsregels Brede Ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire” vastgesteld op 19 maart 2024, ingetrokken.]

Artikel 19. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Brede Ondersteuning gedupeerden hersteloperatie toeslagen gemeente Moerdijk.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk in de vergadering van 14 april 2026.

De secretaris,

S. Elseman,

De burgemeester,

A.J. Moerkerke