Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760900
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760900/1
Nadere regels voor deelbakfietsen Amsterdam 2026
Geldend van 23-04-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regels voor deelbakfietsen Amsterdam 2026Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
gelet op artikel 2.50A van de Algemene Plaatselijke Verordening
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Nadere regels voor deelbakfietsen Amsterdam 2026
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
- a.
aanvrager: een aanbieder van deelvoertuigen, die een vergunning wenst ten behoeve van het aanbieden van deelbakfietsen in de openbare ruimte;
- b.
college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;
- c.
bakfiets: fiets met laadbak geschikt voor vervoeren van bijvoorbeeld goederen of kinderen, al dan niet voorzien van elektrische hulpmotor waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;
- d.
(buurt)hub: een clustering van deelvoertuigen, waarbij de gemeente zorgdraagt voor de aanleg van de benodigde fysieke infrastructuur of welke de vergunninghouder digitaal zichtbaar maakt;
- e.
deelvoertuig: de in deze Regel bedoelde deelbakfietsen;
- f.
gebruikers: bewoners, ondernemers en bezoekers die gebruikmaken van de deelvoertuigen, ook wel bestuurder;
- g.
fietsparkeervoorziening; een door de gemeente aangewezen plek om deelbakfietsen te parkeren, bijvoorbeeld een fietsenrek, een nietje, een buurthub of een (digitaal) bakfietsparkeervak.
- h.
fietsenrek: Een duurzaam verankerd rek in de openbare ruimte voor het stallen van fietsen.
- i.
MaaS: het aanbod van verschillende soorten mobiliteitsdiensten, waarbij op maat gemaakte reismogelijkheden via een digitaal platform met real-time informatie aan klanten worden aangeboden, door klanten worden geboekt, betaald en transacties worden afgehandeld;
- j.
servicegebied: een servicegebied is het gebied waarin de huur van een deelvoertuig gestart en beëindigd kan worden. Dit is te herkennen aan de geografische kaarten waar aanbieders van deelmobiliteit het aanbod op tonen;
- k.
vergunning: vergunning om deelbakfietsen op of aan de weg ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, als bedoeld in artikel 2.50A van de verordening;
- l.
verordening: Algemene Plaatselijke Verordening 2008;
- m.
voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 2.50A van de verordening;
- n.
verbodsgebied: een verbodsgebied is een door het college aangewezen gebied waar het in de openbare buitenruimte voor gebruikers verboden is om een huurperiode te starten of te beëindigen.
Hoofdstuk 2: Nadere regels
Paragraaf 1 Algemene bepalingen over vergunningen voor deelbakfietsen
Artikel 2.1 Categorieën en typen voertuigen
Het college verleent uitsluitend vergunningen voor het aanbieden van bakfietsen met elektrische ondersteuning die toegestaan zijn voor het rijden op de openbare weg.
Artikel 2.2. De looptijd van een vergunning
-
1. Een vergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend met een opzegtermijn van 6 maanden.
-
2. De vergunning start zodra de gemeente de aanvraag heeft beoordeeld en het besluit is toegezonden.
-
3. Als de aanvrager verlangt dat de vergunning op een ander, later moment start dan kan de aanvrager in de vergunningsaanvraag aangeven wanneer de vergunning moet starten.
Artikel 2.3 Vergunningverlening aan bedrijfsmatige aanbieders
-
1. Het college verleent de aanvrager een vergunning voor minimaal 50 en maximaal 100 bakfietsen.
-
2. De vergunninghouder kan in aanmerking komen voor een volgende vergunning van maximaal 100 voertuigen indien op basis van de bestaande dienstverlening in de gemeente Amsterdam (minimaal 6 achtereenvolgende maanden) gemiddeld 90 bakfietsen worden aangeboden en deze bakfietsen gemiddeld 0,5 maal per dag worden verhuurd.
-
3. Op gelijke wijze wordt een daaropvolgende vergunning voor maximaal 100 bakfietsen verleend wanneer telkens een veelvoud van 90 (180, 270, enzovoorts) bakfietsen, minimaal 0,5 maal per dag worden verhuurd (minimaal 6 achtereenvolgende maanden).
-
4. De eerste mogelijkheid om een volgende vergunning aan te vragen, is 9 maanden na de start van de eerste vergunning.
Artikel 2.4 Vergunningverlening kleinschalige buurtinitiatieven
Het college verleent aan de niet-bedrijfsmatige en niet-commerciële aanvrager, inwoner van Amsterdam, maximaal 1 vergunning voor maximaal 5 bakfietsen.
Artikel 2.5 Het aanbieden van bakfietsen in de stad (bedrijfsmatige vergunningen)
-
1. Het college hanteert een onderverdeling van de stad in zones. In de oranje zones wijst de gemeente (digitale) hubs aan, waarbij uitsluitend daar de huur van een deelvoertuig gestart en beëindigd kan worden. In de blauwe zones is free-floating toegestaan. In de overige gebieden mogen geen verhuringen van een deelvoertuig gestart of beëindigd worden.
-
2. In de gebieden en op plaatsen waar het op basis van artikel 4.27 van de verordening verboden is om fietsen te parkeren en in gebieden en op plaatsen waar het op grond van de Wegenverkeerswet verboden is om fietsen te parkeren mogen geen verhuringen van een deelvoertuig gestart of beëindigd worden.
-
3. Het toegestane aantal aangeboden bakfietsen binnen een (digitale) hub is beperkt tot de in de (digitale) hub beschikbare ruimte, te weten: het aantal bakfietsen dat voor die plaats is aangewezen.
-
4. Aanbieders wijzen gebruikers er actief op (en handhaven), dat wanneer een (digitale) hub het maximaal aantal voertuigen heeft bereikt, er niet meer voertuigen worden bijgeplaatst.
-
5. De vigerende kaart met de oranje en blauwe zones is online te raadplegen. Deze kaart is dynamisch en kan door de gemeente op ieder moment aangepast worden op basis van actuele ontwikkelingen, zoals (parkeer)overlast van deelbakfietsen of kansen voor extra (hub)locaties in een gebied.
Paragraaf 2 Behandeling van aanvragen voor vergunningen voor deelbakfietsen
Artikel 2.7 Indieningsvereisten voor aanvragen voor vergunningen voor deelbakfietsen
-
1. Een aanvraag voor een vergunning wordt in behandeling genomen indien de aanvraag langs elektronische weg is ingediend middels het in bijlage A (voor bedrijfsmatige aanbieders) of in bijlage B (voor kleinschalige buurtinitiatieven) bij deze nadere regels opgenomen formulier, dat volledig in het Nederlands is ingevuld en de gevraagde bijlagen bevat.
-
2. Aanvragen voor vergunningen die niet voldoen aan de voorwaarden die in het eerste lid zijn genoemd worden buiten behandeling gesteld.
-
3. Voor het aanvragen van de vergunning als bedoeld in artikel 2.50A van de Algemene Plaatselijke Verordening, worden leges in rekening gebracht op grond van de Legesverordening Amsterdam.
-
4. Voor een vergunning voor de kleinschalige buurtinitiatieven, worden geen leges geheven.
Artikel 2.8 Voorwaarden, weigering en intrekking
Een aanvraag voor een bedrijfsmatige vergunning wordt geweigerd of ingetrokken indien de aanvraag niet voldoet, of de aanvrager niet kan voldoen of voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden.
Algemeen
- 1.
De aanvraag wordt ingediend voor het type voertuigen zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
- 2.
De aanvrager is een rechtspersoon die is ingeschreven in het handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel of bij een gelijkwaardig register in een EU-lidstaat. Na vergunningverlening dient de vergunninghouder zich voor de start van de eerste vergunning in te schrijven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel.
- 3.
De aanvrager is geen moeder-, dochter-, of zusteronderneming van of op een andere wijze verweven met een andere onderneming die voor dezelfde periode voor dezelfde deelvoertuigcategorie een vergunning heeft aangevraagd.
- 4.
Uit de statuten en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft.
- 5.
De aanvrager heeft één vast Nederlandssprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op maandag tot en met vrijdag van 9:00 uur tot 17:00 uur (feestdagen uitgezonderd) en dat in staat is om terstond te reageren. De aanvrager is 24/7 bereikbaar voor noodsituaties via een apart (nood)nummer.
- 6.
De aanvrager van de vergunning is degene voor wiens rekening en risico deelbakfietsen worden geëxploiteerd. De vergunninghouder is aansprakelijk voor alle schade die door het gebruik van de vergunning aan eigendommen en personen wordt toegebracht. De vergunninghouder sluit daarvoor een aansprakelijkheidsverzekering af, die alle materiële en letselschade dekt die voortvloeit uit de exploitatie. De aanvrager overlegt binnen een maand na vergunningverlening of uiterlijk een maand voor de start van de vergunning het polisblad waaruit blijkt dat deze verzekering is afgesloten.
- 7.
De vergunninghouder zorgt ervoor dat binnen 6 maanden nadat de vergunning is gestart minimaal 50 deelbakfietsen in de openbare ruimte wordt aangeboden. De vergunninghouder kan met de gemeente in overleg treden om het aantal aangeboden bakfietsen tijdelijk te verminderen.
- 8.
De vergunninghouder informeert, hanteert en handhaaft het uitgangspunt dat de verhuring van een bakfiets alleen gestart en/of beëindigd kan worden volgens de in deze regels gehanteerde criteria (zie in het bijzonder artikel 2.5). Hiervoor treft de aanbieder afdoende (digitale) voorzieningen. Indien de aanvrager naar het oordeel van het college te weinig handelt om overlast in de openbare ruimte te voorkomen kan een vergunning worden geweigerd of worden ingetrokken.
Voertuigen
- 9.
De deelvoertuigen die de aanbieder gebruikt of laat gebruiken voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de wet.
- 10.
De deelvoertuigen bevatten uitsluitend reclame voor de eigen onderneming van de aanvrager. Andere reclame op de voertuigen is niet toegestaan. Hiervan kan bij uitzondering worden afgeweken in overleg met- en na schriftelijk akkoord van de gemeente;
- 11.
Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de vergunninghouder worden ingediend in de Nederlandse en Engelse taal.
- 12.
De vergunninghouder rapporteert middels een vast format van de gemeente periodiek in een maandelijkse rapportage, aan de gemeente het type klacht, het aantal klachten (anoniem), inclusief first response time, ticket resolution time en wijze van afhandeling.
- 13.
De vergunninghouder draagt zorg voor het direct opvolgen van klachten over geluidshinder van een defect alarm. Een defect alarm dat herhalend afgaat moet binnen 60 minuten na melding worden uitgeschakeld door de aanvrager.
- 14.
De aanvrager draagt zorg voor het direct opvolgen van klachten.
Onderhoud
- 15.
De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan fietsen zijn gesteld of anderszins defect zijn of onbruikbaar (waaronder in ieder geval worden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de weg staan en defecten aan het GPS-tracking systeem), binnen 24 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat worden gehaald of ter plaatse gerepareerd (zonder hinder of overlast ter plaatse).
- 16.
De aanvrager voorkomt dat voertuigen met (bijna) lege accu’s worden aangeboden. Onder bijna lege accu’s wordt verstaan accu’s met een actieradius van minder dan 10 kilometer.
- 17.
De aanvrager of diens opdrachtnemer gebruikt bij de vervanging van (bijna) lege accu’s, bij reparatie op locatie op straat en bij het van straat halen van voertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan fietsen zijn gesteld of anderszins defect of onbruikbaar zijn, alleen emissievrije voertuigen of vervangt de accu’s op een andere wijze waarbij geen emissie in Amsterdam plaatsvindt. Onder bijna lege accu’s wordt verstaan accu’s met een actieradius van minder dan 10 kilometer.
- 18.
Deelbakfietsen worden na levensduur niet in dezelfde uitstraling doorverkocht, om verwarring op straat te voorkomen. Fietsen worden na levensduur op duurzame wijze verwerkt.
- 19.
Alle werkzaamheden, waaronder het onderhoud, die onder verantwoordelijkheid van de vergunninghouder worden uitgevoerd (dus ook in het geval van een externe leverancier) gebeuren op een duurzame wijze zoals ook beschreven bij de duurzaamheidseisen (onder “Duurzaamheid”).
Parkeren en inpassen
- 20.
De vergunninghouder instrueert gebruikers om volgens de fietsparkeersregels naar behoren te parkeren.
- 21.
Het instellen van (no) parking zones bij evenementen en werkzaamheden is een bevoegdheid van het College. De aanvrager zegt toe deze zones bekend te maken via de app van de vergunninghouder.
- 22.
De vergunninghouder maakt gebruik van afdoende technologische mogelijkheden of voorlichting om te voorkomen dat deelvoertuigen worden aangeboden of geparkeerd in gebieden die de gemeente heeft aangewezen als gebied (artikel 2.5) waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden buiten de aangewezen parkeerplekken.
- 23.
Het openen en/of vergrendelen van voertuigen maakt geen geluiden die op elektronische wijze worden toegevoegd.
- 24.
De aanvrager zegt toe om met de gemeente in gesprek te gaan over de mogelijkheid om bij grootschalige werkzaamheden of evenementen afspraken te maken voor het (tijdelijk) beschikbaar stellen van deelbakfietsen als aanvulling op (een tijdelijk beperkt aanbod van) openbaar vervoer.
- 25.
De aanvrager is in staat om elk voertuig op elk moment te traceren.
Data- en persoonsgegevens
- 26.
De aanvrager staat toe dat gegevens gebruikt mogen worden door de gemeente voor monitorings- en evaluatiedoeleinden en dat deze geanonimiseerd en geaggregeerd bekend gemaakt mogen worden.
- 27.
De aanvrager vraagt de gebruikers van de voertuigen toestemming om hun gegevens in geanonimiseerde vorm aan de gemeente te verstrekken ten behoeve van monitorings- en evaluatiedoeleinden.
- 28.
De vergunninghouder dient gegevens over haar deelvoertuigen in de gemeente, geautomatiseerd aan te leveren aan de gemeente of aan een door de gemeente aangewezen derde partij, op basis van het Nederlands Profiel Datadelen Deelmobiliteit, dat is ontwikkeld aan de hand van de CDS-M werkwijze ten behoeve van een zorgvuldige, veilige en effectieve data-uitwisseling. Daarbij gaat het om:
- ○
de feitelijke locatie van alle geparkeerde voertuigen van de aanvrager in de openbare ruimte binnen de gemeente, met uitzondering van geparkeerde voertuigen die verhuurd zijn;
- ○
de start- en eindlocatie van verhuringen die beginnen of eindigen binnen de gemeente.
- ○
- 29.
Voor het aanleveren van de data genoemd in lid 35 dient de vergunninghouder gebruik te maken van de volgende endpoints uit de MDS-standaard:
- ●
/provider/vehicles (met alleen aangeboden voertuigen) met specificatie van:
- ○
het type voertuig
- ○
de status
- ○
de kilometerstand
- ○
- ●
/provider/trips (route bevat alleen start- en eindlocatie met specificatie van:
- ○
begin- en eindtijd
- ○
het type voertuig
- ○
de afgelegde kilometer
- ○
- ●
-
Tevens stelt de aanbieder een openbare GBFS-feed beschikbaar van het servicegebied dat de aanbieder hanteert, inclusief verbodsgebieden en hubs.
- 30.
De vergunninghouder zegt medewerking toe aan de verdere ontwikkeling van de data-uitwisseling over deelvoertuigen. In het kader van de CDS-M werkwijze zie cds-m.nl en de MaaS-standaarden wil de gemeente Amsterdam samen met andere overheden en marktpartijen nieuwe mogelijkheden van data-uitwisseling zo goed mogelijk benutten. Als eventuele nieuwe eisen en specificaties worden vastgesteld, moet de vergunninghouder hieraan voldoen.
- 31.
Na start van de vergunning levert de vergunninghouder op verzoek van de gemeente rapportages per maand, per kwartaal en per jaar binnen tien werkdagen na afloop van de betreffende periode met de volgende gegevens:
- ○
het aantal unieke actieve gebruikers;
- ○
het aantal aangeboden bakfietsen;
- ○
het totaal aantal verhuringen;
- ○
gemiddeld aantal ritten per maand per gebruiker;
- ○
type gebruikers (percentage klanten inwoner van Amsterdam en percentage bezoeker);
- ○
aantal binnen gekomen klachten incl. locatie data;
- ○
first response time en ticket resolution time;
- ○
aantal toegepaste boetes, opschortingen en verwijderingen van gebruikers;
- ○
aantal vernielingen, dumpingen en andere afwijkende situaties;
- ○
(tussentijdse) parkeeractiviteiten.
- ○
- 32.
De aanvrager verzamelt en verwerkt persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met de wet- en regelgeving.
- 33.
De aanvrager vraagt de gebruikers van de voertuigen toestemming om maximaal twee keer per jaar surveys of vragenlijsten te ontvangen namens de gemeente ten behoeve van monitorings- en evaluatiedoeleinden en verleent de gemeente toegang tot de gebruikers die toestemming hebben verleend.
- 34.
De vergunninghouder doet mee aan de periodieke, landelijke enquête onder gebruikers van de deelmobiliteit, en levert indien van toepassing aan de uitvoerend onderzoekspartij de relevante ruwe, geanonimiseerde enquêteresultaten.
- 35.
De vergunninghouder verplicht zich tot het faciliteren van wederverkoop door derden (MaaS-dienstverleners) middels een publiek beschikbare, gestandaardiseerde open API (bij voorkeur conform de TOMP-API standaard). Deze koppeling maakt real-time data-uitwisseling mogelijk voor het vinden, reserveren, ontgrendelen en betalen van de deelbakfietsen, waarbij de Vergunninghouder non-discriminatoire voorwaarden hanteert en het tarief voor de eindgebruiker niet hoger is dan het tarief in de eigen applicatie van de Vergunninghouder.
Duurzaamheid
- 36.
Alle vervoers- en transportbewegingen die worden ingezet ten behoeve van de uitvoering van de dienstverlening van Vergunninghouder dienen uitstootvrij te zijn. Uitstootvrij betekent zonder uitlaatemissies van vervuilende gassen en deeltjes.
- 37.
Vergunninghouder dient uitsluitend gebruik te maken van elektriciteit uit aantoonbaar hernieuwbare bronnen voor het opladen van de fietsen.
Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit volledig opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Hernieuwbare energiebronnen zijn: wind, zonne-energie, aardwarmte, golfenergie, getijdenenergie, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuivering gas en biogas (Gedefinieerd in Artikel 1 lid 1, Onderdeel t, van de Elektriciteitswet). Vergunninghouder dient dit vanaf het ingaan van de vergunning en daarna jaarlijks aan te tonen door middel van een Garantie van Oorsprong of gelijkwaardig.
- 38.
Vergunninghouder dient bij einde (technisch) levensduur zorg te dragen voor het zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken van de materialen.
- 39.
De batterijen van de deelbakfiets dienen modulair gemonteerd te zijn. Dat wil zeggen dat de batterijen te verwijderen zijn van de deelbakfietsen, zonder schade te berokkenen aan de bakfiets of batterij zelf.
- 40.
Vergunninghouder dient een reparatiedienst (beschikbaar) te hebben. Batterijreparaties en batterijhergebruik dienen onderdeel te zijn van de reparatiewerkzaamheden.
Artikel 2.9 Weigering en intrekking van de vergunning bij de kleinschalige buurtinitiatieven
Specifiek voor de kleinschalige buurtinitiatieven geldt uitsluitend de voorwaarde dat de vergunninghouder geen overlast veroorzaakt in de openbare ruimte en de deelbakfietsen parkeert en laat parkeren waar dat is toegestaan en geen hinder veroorzaakt. Indien er naar het oordeel van het college sprake is van hinder kan het college de vergunning intrekken.
Artikel 2.10 Voorschriften verbonden aan de vergunning
-
1. De in artikel 2.8 en 2.9 opgenomen intrekkings- en weigeringsgronden gelden na verlening van de betreffende vergunning tevens als voorschriften die zijn verbonden aan de vergunning.
-
2. Hetgeen de aanvrager heeft beschreven in de bij de aanvraag ingediende beschrijvingen geldt na verlening van de vergunning als voorschrift dat is verbonden aan de vergunning.
-
3. Een vergunning is nimmer overdraagbaar.
Artikel 2.11 Verwijdering deelvoertuigen bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten
-
1. De vergunninghouder dient bij beëindiging van zijn bedrijfsactiviteiten binnen één maand zijn in de gemeente aanwezige deelvoertuigen te verwijderen.
-
2. Van beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van de vergunninghouder is sprake als:
- 1.
De vergunninghouder zijn activiteiten binnen de gemeente beëindigt. In dat geval brengt de vergunninghouder de gemeente daarvan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte;
- 2.
De vergunninghouder geen noemenswaardige activiteiten meer laat zien;
- 3.
De vergunninghouder in surseance van betaling verkeert dan wel failliet is verklaard. De vergunning wordt in dat geval geacht te zijn vervallen vanaf het tijdstip van schriftelijke kennisname door de gemeente;
- 4.
De gemeente de vergunning intrekt.
- 1.
-
3. Indien de vergunninghouder de deelvoertuigen niet adequaat verwijdert, kan de gemeente overgaan tot verwijdering en de daarmee gemoeide kosten in rekening brengen bij de vergunninghouder.
Paragraaf 3 Slotbepalingen
Artikel 3.1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.
Artikel 3.2 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als ‘Nadere regels voor deelbakfietsen Amsterdam 2026’.
Artikel 3.2 Intrekking voorgaande regelingen
De regeling Nadere regels voor deelbakfietsen Amsterdam 2023 en het Wijzigingsbesluit nadere regels deelbakfietsen Amsterdam 2023 vervallen.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 14 april 2026
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris
Catrien Lenstra
BIJLAGE A: Aanvraagformulier voor vergunningen deelbakfietsen op grond van artikel 2.50A van de APV – Bedrijfsmatige vergunning
Dagtekening:
- •
Gegevens onderneming:
- •
Naam onderneming:
- •
Nummer van inschrijving in handelsregister van de Kamer van Koophandel:
- •
Naam gemachtigde:
- •
Vestigingsadres onderneming:
- •
Postadres onderneming:
- •
Naam Nederlandsprekend contactpersoon/aanspraakpunt:
- •
E-mailadres contactpersoon/aanspreekpunt:
- •
Telefoonnummer contactpersoon/aanspreekpunt:
Vraag te beantwoorden:
Uit welke feitelijke handelingen blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft?
De aanvrager verklaart aan alle voorwaarden die zijn genoemd in de Nadere regels voor deelbakfietsen Amsterdam 2026 met ingang van de startdatum van de deelbakfietsvergunning te voldoen.
Ondertekening
………………………………..
Bijlagen bij de aanvraag:
- -
Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel dat niet ouder is dan drie maanden
- -
De statuten van de onderneming.
BIJLAGE B: Aanvraagformulier voor vergunning deelbakfietsen op grond van artikel 2.50A van de APV –Kleinschalige initiatieven inwoners Amsterdam
Dagtekening:
- •
Naam aanvrager:
- •
Adres aanvrager:
- •
Naam Nederlandsprekend contactpersoon/aanspraakpunt
- •
E-mailadres contactpersoon/aanspreekpunt:
- •
Telefoonnummer contactpersoon/aanspreekpunt:
- •
Omgeving waar de bakfietsen geplaatst worden (straatnaam/straatnamen):
- •
Beoogd aantal bakfietsen:
De aanvrager verklaart geen overlast te veroorzaken in de openbare ruimte en de deelbakfiets(en) te parkeren en te laten parkeren waar dat is toegestaan en geen hinder veroorzaakt.
Ondertekening
………………………………..
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl