Treasurystatuut Dienst Dommelvallei 2026

Geldend van 24-04-2026 t/m heden

Intitulé

Treasurystatuut Dienst Dommelvallei 2026

Het bestuur besluit d.d. 15-04-2026

Het Treasurystatuut 2026 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van het Treasurystatuut Dienst Dommelvallei 2014.

Inleiding

Het Treasurystatuut bevat het beleidskader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Onder treasury wordt verstaan: “Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”. In het Treasurystatuut worden de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten vastgelegd evenals taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Daarnaast beschrijft het de financiële kaders voor financieringen en uitzettingen, derivaten gebruik, en het verstrekken van leningen en garanties aan derden.

Beleidsregels

Artikel 1 Doelstellingen

De doelstellingen van het treasurybeleid van Dienst Dommelvallei (hierna: ‘DD’) zijn:

  • 1.

    Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel het uitvoeren van de taken van DD binnen de door het bestuur vastgestelde kaders van de begroting (beschikbaarheid);

  • 2.

    Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

  • 3.

    Het beschermen van DD tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s (risicominimalisatie);

  • 4.

    Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van dit statuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.

Risicobeheer

Artikel 2 Uitgangspunten risicobeheer

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

  • 1.

    Het voorzichtigheidsbeginsel wordt breed toegepast door de treasuryfunctie;

  • 2.

    Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten worden de regels en bepalingen van dit Treasurystatuut, de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en aanvullende regelgeving in acht genomen.

Artikel 3 Renterisicobeheer

  • 1. De bepalingen in de Wet Fido met betrekking tot de kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden nageleefd;

  • 2. Nieuwe leningen, uitzettingen of vervroegde aflossingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;

  • 3. DD streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen;

  • 4. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

Artikel 4 Koersrisicobeheer

  • 1. DD beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury door daarbij uitsluitend producten te hanteren waarbij de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is. Hierbij wordt rekening gehouden met de liquiditeitsplanning.

Artikel 5 Kredietrisicobeheer

  • 1. Voor het aanhouden van gelden op rekeningcourant of spaarrekening dient de dienstverlenende financiële instelling ten minste een single A-rating te hebben, afgegeven door minstens twee van de drie erkende ratingbureau’s Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch;

  • 2. Financiële instellingen moeten gevestigd zijn in landen met minimaal een AA-rating en vallen onder Nederlands of EER-toezicht, zoals De Nederlandsche Bank;

  • 3. Tussenpersonen/bemiddelaars op de geld- en kapitaalmarkt dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

Artikel 6 Valutarisicobeheer

  • 1. Overeenkomsten voor het aangaan van financieringen, het uitzetten van middelen en het verlenen van garanties luiden uitsluitend in euro’s om valutarisico’s uit te sluiten.

Financiering

Artikel 7 Algemene uitgangspunten

  • 1. DD beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsplanning;

  • 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne liquiditeiten te gebruiken;

  • 3. De DD vraagt, bij benodigde financiering, offertes op bij minimaal 2 instellingen, waaronder de huisbankier, alvorens financieringsmiddelen worden aangetrokken.

Artikel 8 Langlopende financiering

Voor het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Als financieringsinstrument zijn uitsluitend onderhandse leningen toegestaan.

Artikel 9 Kortlopende financiering

Voor het aantrekken van kortlopende financieringen met een looptijd tot één jaar gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan DD kortlopende middelen aantrekken;

  • 2.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en rekening courant krediet.

Artikel 10 Kasbeheer

Voor het kasbeheer gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen:

  • 1.

    Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op het niveau van DD waar mogelijk op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen door afstemming van de liquiditeitspositie op de liquiditeitsplanning;

  • 2.

    Overtollige liquide middelen worden uitsluitend uitgezet bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren) boven het drempelbedrag, bij financiële instellingen die voldoen aan de voorwaarden in artikel 5 of bij de deelnemers van DD tot het drempelbedrag. Bij dit laatste worden de uitlener, lener, hoofdsom, ingangsdatum, einddatum, rentepercentage (tarief huisbankier conform looptijd lening) en rentebedrag schriftelijk vastgelegd. Hierbij wordt rekening gehouden met de liquiditeitsplanning;

  • 3.

    DD streeft naar concentratie van liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij haar huisbank.

Relatiebeheer

Artikel 11 Bankrelaties en bancaire condities

DD beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor de af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Bankrelaties en hun bancaire condities worden periodiek beoordeeld;

  • 2.

    Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te beschikken over een A-rating waarvan minstens twee van de drie erkende ratingbureau’s Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch;

Administratieve organisatie en interne controle

Artikel 12 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • 1.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

  • 2.

    Bevoegdheden kunnen via mandaat nader schriftelijk worden vastgelegd;

  • 3.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • a.

      Iedere betalings- of opnametransactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);

    • b.

      De uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

    • c.

      De uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

  • 4.

    Tegenpartijen versturen de bevestigingen van iedere transactie naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

  • 5.

    Een telefonisch afgesloten transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en mailt de condities door naar de Financiële Administratie.

Artikel 13 Verantwoordelijkheden

Functie

Verantwoordelijkheden

Bestuur

  • Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid en de beleidskaders;

  • Het vaststellen en houden van toezicht op de uitvoering van het treasurybeleid aan de hand van de paragraaf Financiering in de programmabegroting en de jaarrekening.

Directeur Dienst Dommelvallei

  • Geen aanvullende verantwoordelijkheden

Management Dienst Dommelvallei

  • Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

  • Het rapporteren aan het Bestuur over de uitvoering van het treasurybeleid in de paragraaf Financiering in de programmabegroting en de jaarrekening.

Control

  • Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;

  • Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;

  • Het controleren van de volledigheid, betrouwbaarheid en rechtmatigheid van de treasuryactiviteiten en hierover rapporteren aan het management van Dienst Dommelvallei.

Financieel adviseur/vakspecialist

  • Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde treasuryactiviteiten conform het Treasurystatuut en de paragraaf Financiering;

  • Het (laten) uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, financiering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer conform dit Treasurystatuut en de paragraaf Financiering;

  • Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer;

  • Het beheren van de geldstromen;

  • Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;

  • Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit de treasuryfuncties;

  • Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de financieel medewerker;

  • Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;

  • Het adviseren van de afdelingen/sectoren over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten;

  • Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de administratie;

  • Het rapporteren aan de manager Financiën van Dienst Dommelvallei over de uitvoering van het treasurybeheer;

  • Het afleggen van verantwoording aan het Bestuur.

Teammanagers

  • Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdelingen aanleveren aan het team Financiën met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten;

  • Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan het team Financiën;

  • Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten.

Financiële administratie

Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie.

Externe accountant

Het in het kader van zijn reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het Treasurystatuut.

Artikel 14 Bevoegdheden

 

Bevoegde functionaris (eerste handtekening)

Autorisatie door (tweede handtekening)

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

 
 

Het uitzetten van geld via callgeld, deposito en spaarrekening

Financieel adviseur/vakspecialist

Manager Financiën

Het aantrekken van geld via callgeld of kasgeld

Financieel adviseur/vakspecialist

Manager Financiën

Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen

Financieel medewerker

Financieel adviseur/vakspecialist/Manager Financiën

Bankrelatiebeheer

 
 

Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Financieel adviseur/vakspecialist

Directeur Dienst Dommelvallei

Bankcondities en tarieven afspreken

Financieel adviseur/vakspecialist

Manager Financiën

Aangaan van acceptgiro- en incassocontracten

Financieel adviseur/vakspecialist

Manager Financiën

Risicobeheer

 
 

Goedkeuren van partijen aan wie geldleningen worden verstrekt

Financieel adviseur/vakspecialist

Manager Financiën en Bestuur

Financiering en uitzetting

 
 

Het afsluiten van kredietfaciliteiten

Financieel adviseur/vakspecialist

Manager Financiën

Het aantrekken van gelden via onderhandse leningen

Financieel adviseur/vakspecialist

Manager Financiën

Het uitzetten van gelden via (staats)obligaties, MTN’s, CP’s, CD’s, onderhandse geldleningen, spaarrekeningen en deposito’s

Manager Financiën

Bestuur

Het beleggen in garantieproducten

Manager Financiën

Bestuur

Het verstrekken van leningen aan derden

Manager Financiën

Bestuur

Het garanderen van leningen aan derden

Manager Financiën

Bestuur

Artikel 15 Informatievoorziening

Informatie

Frequentie

Informatieverstrekker

Informatie-ontvanger

Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor liquiditeitsplanning

2x per jaar bij begroting en kadernota

Afdelingshoofden

Financieel adviseur/vakspecialist

Opstellen van de paragraaf Financiering bij de begroting

Jaarlijks

Financieel adviseur/vakspecialist

Bestuur

Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf Financiering van jaarrekening

Jaarlijks

Financieel adviseur/vakspecialist

Bestuur

Voortgang onderdelen paragraaf Financiering via de tussentijdse rapportages

2 x per jaar bij turap

Financieel adviseur/vakspecialist

Bestuur

Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 wet Fido

Per kwartaal

Financieel adviseur/vakspecialist

Derden

Inwerkingtreding

Artikel 16

Dit Treasurystatuut treedt in werking op 1 januari 2026.

Ondertekening

Mierlo, 15 april 2026

Het bestuur van DD

S. Otters-Bruijnen

B. van Bree

Bijlage 1: Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

  • Daggeld: Een lening zonder vaste looptijd, waarbij het geleende bedrag elke dag kan worden teruggevraagd of opnieuw kan worden verlengd. De rente wordt per dag berekend en is doorgaans variabel;

  • Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

  • Drempelbedrag: Het bedrag aan overtollige liquide middelen dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist aangehouden mag worden. De hoogte van het drempelbedrag is gerelateerd aan de begrotingsomvang van een decentrale overheid met een minimumbedrag dat is vermeld in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;

  • Financiële instellingen: Kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen, gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandse Bank;

  • Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte;

  • Kasgeldlening: Een kortlopende lening met een looptijd van enkele dagen tot maximaal twee jaar, die bedoeld is om tijdelijke financieringsbehoeften te dekken;

  • Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar;

  • Koersrisico : Het risico dat de financiële activa (aandelen, obligaties, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

  • Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;

  • Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

  • Liquiditeitsplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;

  • Liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren investeringsplanning, waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

  • Onderhandse lening: Lening waarbij een geldnemer rechtstreeks geld leent van een geldgever, waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld;

  • Rating: Een classificatie door een rating agency, die de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier aangeeft;

  • Rekening-courantkrediet: Een kortlopende financieringsvorm waarbij de bank een kredietlimiet toekent op de lopende rekening, zodat de rekeninghouder naar behoefte geld kan opnemen en terugstorten binnen die limiet;

  • Rating agency: Een creditrating wordt afgegeven door een bureau (‘rating agency’) dat gespecialiseerd is in het analyseren van kredietwaardigheid; De erkende agencies zijn Standard&Poors, Moody’s en Fitch;

  • Rentecompensatiestelsel: Van rentecompensatie bij een bank is sprake als een debetsaldo op een bepaalde rekening wordt gecompenseerd door een creditsaldo op een andere rekening van die klant zodat er minder/geen debetrente hoeft te worden betaald.

  • Renterisico: Het risico op (toekomstige) ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten door rentewijzigingen van leningen of uitzettingen met een looptijd van een jaar of langer;

  • Renterisiconorm: De renterisiconorm staat vermeld in de wet Fido. Deze bepaalt dat het bedrag waarover renterisico gelopen wordt, gedefinieerd als de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen, niet meer mag bedragen dan een percentage van het begrotingstotaal;

  • Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

  • Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

  • Schatkistbankieren: Het aanhouden van gelden bij het ministerie van Financiën;

  • Tussenpersoon/bemiddelaar: Commercieel bemiddelend kantoor voor het aantrekken of uitzetten van middelen op de geld- of kapitaalmarkt. Ook wel intermediair of geldmakelaar genoemd;

  • Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

  • Valutarisico: Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van het hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment.