Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760875
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760875/1
Beleidsregels Schuldhulpverlening Gemeente De Ronde Venen 2026
Geldend van 24-04-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels Schuldhulpverlening Gemeente De Ronde Venen 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen;
gelet op artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en artikel 4:81, lid 1 Algemene wet bestuursrecht;
Overwegende dat:
Zij op grond van artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening tot taak heeft het bieden van schuldhulpverlening aan haar inwoners en;
het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
besluit vast te stellen de Beleidsregels Schuldhulpverlening Gemeente De Ronde Venen 2026
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a)
aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet
- b)
beschikking: persoonlijk besluit op papier
- c)
beëindigingsbeschikking: is een officieel besluit van de gemeente waarin staat dat jouw schuldhulpverleningstraject wordt stopgezet
- d)
Bgs: Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening
- e)
BKR: Bureau Kredietregistratie
- f)
CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem
- g)
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
- h)
crisissituatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen opzegging of ontbinding van de zorgverzekering of andere bedreigende situaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet
- i)
hernieuwde aanvraag: de aanvraag die binnen 5 jaar is gedaan na de dag van beëindiging van de schuldhulpverlening. Er kunnen aanvullende voorwaarden gesteld worden aan de inwoner.
- j)
intake: het eerste gesprek waarin de situatie wordt besproken om te bepalen welke hulp of ondersteuning passend is.
- k)
inwoner: ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1 van de wet; leefgebieden: thema’s die bij het bieden van schuldhulpverlening centraal staan: werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk;
- l)
NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening
- m)
niet vrij toegankelijke voorziening: voorziening waarvoor een besluit van het college nodig is;
- n)
plan van aanpak: het plan, bedoeld in artikel 8 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de systematische intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schuldhulpverlening bevat
- o)
problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijk persoon zijn schulden niet zal kunnen blijven betalen of is gestopt met betalen. Daaronder wordt verstaan een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden, en dus een schuldregeling wordt gestart
- p)
schulddienstverlening: het brede aanbod voor inwoners op het gebied van ondersteuning bij geldzorgen. Dit gaat over brede ondersteuning op het gebied van schulden voorkomen, schulden klein houden en schulden oplossen
- q)
schuldhulpverlener: Een schuldhulpverlener helpt inwoners met problematische schulden door hun financiële situatie in kaart te brengen, een plan op te stellen, te bemiddelen met schuldeisers voor betalingsregelingen en te begeleiden naar financiële stabiliteit, met als doel schulden op te lossen en nieuwe te voorkomen.
- r)
schuldhulpverlening: het ondersteunen van een inwoner bij het financieel zelfredzaam worden en blijven indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon alsmede een ondernemer niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen
- s)
wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
- t)
Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen
HOOFDSTUK 2. DOELGROEP EN AANVRAAG
Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening
-
1. Inwoners met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.
-
2. Bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de wet, waarin het college na overleg met de woongemeente ook schuldhulpverlening geeft aan een persoon die geen inwoner is, zijn:
- a.
verhuizing;
- b.
detentie; of
- c.
andere bijzondere omstandigheden
- a.
-
3. De persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld met een inwoner.
Artikel 3. Aanvraag
Een aanvraag is vormvrij en kan zowel schriftelijk als mondeling.
Artikel 4. Intake
-
1. Na de aanvraag volgt een intake waarin de schuldhulpverlener in overleg met de inwoner de hulpvraag vaststelt en schuldhulpverlener de inwoner informeert over het proces.
-
2. De intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen als sprake is van een crisissituatie.
-
3. Tijdens de intake informeert het schuldhulpverlener de inwoner in elk geval over:
- b)
de wijze waarop de inwoner ontzorgt wordt en ondersteunt wordt bij financiële problemen en indien mogelijk schuldenvrij en financieel zelfredzaam maakt;
- b)
de persoonsgegevens die worden verwerkt om:
- •
de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening af te geven;
- •
het plan van aanpak op te stellen; en
- •
de beschikking in het geval van problematische schulden in het CKI van het BKR te registreren;
- •
- b)
de te verwachten doorlooptijd tussen:
- •
het proces over:
- •
het verder aanvullen van het plan van aanpak
- •
- b)
de periode van nazorg.
- b)
-
4. Als blijkt dat de inwoner een hulpvraag heeft waarvoor andere ondersteuning nodig is en de inwoner deze ondersteuning wenst, wordt de inwoner begeleid naar de afdeling binnen de gemeente die deze ondersteuning kan bieden.
HOOFDSTUK 3. BESLISSING OP DE AANVRAAG
Artikel 5. Beschikking
Het college geeft, overeenkomstig artikel 2 van de Verordening beschikkingstermijn schuldhulpverlening De Ronde Venen 2021, binnen 8 weken na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening.
Artikel 6. Toegang
-
1. Het college geeft toegang tot schuldhulpverlening als:
- a.
de inwoner is opgehouden met het betalen van schulden;
- b.
de inwoner niet door kan gaan met het betalen van schulden; of
- c.
de inwoner financiële zorgen heeft en een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is.
- a.
Artikel 7. Weigering
Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als een inwoner:
- a.
al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het afgeven van een beëindigingsbeschikking;
- b.
fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en waarvoor die inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of waarvoor aan die inwoner een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de veroordeling of de sanctieoplegging.
HOOFDSTUK 4. PLAN VAN AANPAK
Artikel 8. Inhoud plan van aanpak
-
1. Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking.
-
2. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
- a.
het doel van de schuldhulpverlening;
- b.
het aanbod voor de schuldhulpverlening dat bestaat uit het oplossen van de schulden en de begeleidingsproducten;
- c.
de verplichtingen waar de inwoner zich aan moet houden;
- d.
een overzicht van de momenten die voor de schuldhulpverlening belangrijk zijn;
- e.
de nazorg die geboden wordt;
- f.
de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet; en
- g.
de afloscapaciteit, op basis van het vrij te laten bedrag.
- a.
-
3. Het plan van aanpak wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast
Artikel 9. Aanbod schuldhulpverlening
-
1. Het aanbod voor de schuldhulpverlening bestaat uit een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en één of meer begeleidingsproducten.
-
2. Bij het bepalen van het aanbod voor de schuldhulpverlening wordt er rekening met:
- a.
of er sprake is van een crisissituatie;
- b.
de aard en de omvang van de schulden van de inwoner;
- c.
de actuele situatie van de inwoner op de leefgebieden;
- d.
de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner;
- e.
of de inwoner tot een specifieke doelgroep behoort; en
- f.
eerder gebruik maakte van schuldhulpverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.
- a.
Artikel 10. Verplichtingen
-
1. De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.
-
2. Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie.
-
3. Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval:
- a.
het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen;
- b.
het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken;
- c.
het bewust meewerken aan de begeleiding van de schuldhulpverlener;
- d.
het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen; en
- e.
het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verweven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden.
- a.
-
4. Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden.
Artikel 11. Nazorg
Er wordt onderzocht met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is. De vorm van nazorg wordt na overleg met de inwoner vast gelegd.
HOOFDSTUK 5. BEËINDIGING SCHULDHULPVERLENING
Artikel 12. Beëindiging schuldhulpverlening
-
1. Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt beëindigt de schuldhulpverlening beëindigd en ontvangt de inwoner een beëindigingsbeschikking.
-
2. Als er in een periode van zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal binnenkomt, dan neemt de consulent schuldhulpverlening contact op met de inwoner op en wordt op basis van dat contact onderzocht welke hulp geboden wordt. Voor een niet vrij toegankelijke voorziening zal er een beschikking afgeven worden.
Artikel 13. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
-
1. Het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als:
- a.
de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en:
- i.
dit aan de inwoner te verwijten is;
- ii.
er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen; en
- iii.
daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen;
- i.
- b.
de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt;
- c.
de inwoner zich misdraagt tegenover personen die de schuldhulpverlening geven;
- a.
-
2. De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.
HOOFDSTUK 6. BKR-REGISTRATIE
Artikel 14. BKR-registratie problematische schulden
De schuldhulpverlener doet een melding bij het BKR als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd.
HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN
Artikel 15. Toepasselijkheid NVVK
Naast deze beleidsregels zijn op de gemeentelijke schuldhulpverlening van toepassing de NVVK gedragscodes en modules.
Artikel 16. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in met terugwerkende kracht op 1 januari 2026.
Artikel 17. Citeertitel
Deze beleidsregels wordt aangehaald als Beleidsregels Schuldhulpverlening Gemeente De Ronde Venen 2026
Ondertekening
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Marco Vonk
de burgemeester,
Rosan Kocken
Toelichting Beleidsregels Schuldhulpverlening Gemeente De Ronde Venen 2026
Inleiding algemeen
Op 1 juli 2012 trad de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in werking. Deze kaderwet bood gemeenten een stramien voor het vormgeven en uitvoeren van hun beleid rondom schuldhulpverlening. Op 1 januari 2021 is de Wgs aangepast, waardoor gemeenten sindsdien een wettelijke taak hadden om schuldhulpverlening aan inwoners aan te bieden.
Een belangrijk uitgangspunt van de Wgs is dat deze hulp integraal moet zijn: er moet niet alleen aandacht zijn voor financiële problemen, maar ook voor de achterliggende oorzaken.
Op 16 oktober 2026 heeft de VNG de Modelbeleidsregels Schuldhulpverlening uitgebracht. Hiermee wordt gezorgd dat het schuldhulpverleningsproces landelijk beter op elkaar aansluit en dat zowel het bereik als de kwaliteit van de ondersteuning wordt vergroot.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat de definities van verschillende begrippen uit de beleidsregel.
HOOFDSTUK 3. BESLISSING OP DE AANVRAAG
Artikel 3. Aanvraag
Een inwoner kan tijdens een gesprek met een klantmanager Inkomen of klantmanager Werk vragen om doorverwezen te worden naar schuldhulpverlening. Een inwoner kan ook mailen naar het mailadres van de gemeente om doorverwezen te worden naar de schuldhulpverlener. Een inwoner kan ook rechtstreeks contact opnemen. Een inwoner kan op verschillende manieren terecht komen bij schuldhulpverlener. De medewerker van de gemeente is altijd verplicht om de inwoner door te zetten naar de juiste afdeling.
Artikel 4. Beschikking
De beschikking is het besluit of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt een toegangsbeschikking of een afwijzingsbeschikking. De inwoner krijgt in elk geval een toegangsbeschikking als er een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is. Een plan van aanpak is onderdeel van de toegangsbeschikking. Inwoners die het niet eens zijn met de beslissing kunnen bezwaar maken en in beroep gaan.
Artikel 5. Intake
Het college ondersteunt inwoners met geldzorgen. Hierbij hanteert het college een zo drempelloos mogelijke toegang tot schuldhulpverlening. Inwoners kunnen – al dan niet tijdelijk – worden ‘ontzorgd’, waarbij de voorkeur ligt bij het inzetten op een lichte vorm van ondersteuning. Alleen indien schuldhulpverlening noodzakelijk is, zal de inwoner tot deze vorm van hulpverlening worden toegelaten.
Schulddienstverlening is beschikbaar voor alle inwoners met een financiële hulpvraag. Schulddienstverlening is erop gericht om schulden te voorkomen, schulden klein te houden en schulden op te lossen. Budgetondersteuning op maat kan onderdeel zijn van een schuldhulpverleningstraject, maar kan ook los worden aangeboden aan een inwoner.
Bij elke aanvraag schuldhulpverlening wordt een individuele afweging gemaakt. Op deze manier wordt de ondersteuning toegespitst op de mogelijkheden van de inwoner en staat de hulpvraag centraal. Of er een aanbod schuldhulpverlening zal worden gedaan en vervolgens welk onderdeel of combinatie van onderdelen worden ingezet, hangt af van de situatie van de inwoner; de doelstelling van de schuldhulpverlening en de voorwaarden van het betreffende onderdeel. De inzet van onderdelen kan per situatie verschillen. Dit wordt uitgewerkt in een plan van aanpak. Daarin worden afspraken gemaakt over de schuldhulpverlening. Het plan van aanpak wordt samen met de inwoner gemaakt. Het besluit op de aanvraag wordt in een beschikking vastgelegd.
Er worden in dit artikel enkele factoren genoemd die bepalen in welke mate de gemeente één of meerdere onderdelen schuldhulpverlening aanbiedt. Afhankelijk van de persoonlijke situatie wordt maatwerk geboden en voor de inwoner geschikte schuldhulpverlening ingezet. Het doel van schuldhulpverlening wordt stapsgewijs bereikt.
Eerst wordt de inwoner ondersteund met schuldenvrij worden. Hiervoor kunnen stabilisatie, budgetbeheer en/of een betalingsregeling of schuldregeling worden ingezet. Om daarna schuldenvrij te blijven wordt de inwoner Budgetondersteuning op Maat aangeboden.
Artikel 6. Toegang
Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. Dit artikel verankert dat uitgangspunt. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen en dat inwoners die om schuldhulpverlening vragen deze zoveel mogelijk krijgen.
Artikel 7. Weigering
Inwoners zonder verblijfsstatus hebben geen toegang tot schuldhulpverlening. Dit is een absolute weigeringsgrond die is opgenomen in artikel 3, vierde lid, van de Wgs.
Op grond van artikel 3, tweede en derde lid, van de Wgs kan het college de schuldhulpverlening weigeren bij terugval of fraude. Voorwaarde is dat de gemeenteraad dit heeft opgenomen in het plan, bedoeld in artikel 2 van de Wgs. Uit respectievelijk onderdeel a en b volgt dat er voor een bepaalde periode een beroep kan worden gedaan op deze weigeringsgronden. Na het verstrijken van deze periode kan de weigeringsgrond niet worden ingeroepen om de toegang tot schuldhulpverlening te weigeren.
HOOFDSTUK 4. PLAN VAN AANPAK
Artikel 8. Inhoud plan van aanpak
Als een inwoner toegang tot schuldhulpverlening krijgt, wordt een plan van aanpak opgesteld. In het eerste lid is geregeld dat het plan van aanpak na overleg met de inwoner wordt opgesteld.
Het plan van aanpak is een onderdeel van een toegangsbeschikking en bevat alle producten en processen die worden ingezet om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Dit betekent dat het plan zoveel mogelijk moet zijn toegespitst op de inwoner en een zo volledig mogelijk overzicht moet bieden van de schuldhulpverlening. Daarbij worden onder andere de momenten genoemd die voor de schuldhulpverlening belangrijk zijn. Verder moet de beslagvrije voet in acht genomen worden.
In het derde lid is vastgelegd dat het plan van aanpak wordt geëvalueerd om de voortgang van de schuldhulpverlening te meten. De intensiteit en de frequentie waarmee wordt geëvalueerd is afhankelijk van de behoefte van de inwoner en diens situatie. Aanvullingen op- of aanpassingen in het plan van aanpak die gevolgen hebben voor het aanbod voor de schuldhulpverlening aan de inwoner, worden in een wijzigingsbeschikking opgenomen en zijn besluiten waartegen de inwoner in bezwaar en beroep kan gaan.
Overigens kan het plan van aanpak ook eerst op hoofdlijnen worden opgesteld en later worden aangevuld. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet.
Artikel 9. Aanbod schuldhulpverlening
Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In het eerste lid worden een aantal varianten daarvoor genoemd. Het gaat om een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit.
Met een betalingsregeling wordt met schuldeisers afgesproken dat de gehele schuld in termijnen wordt afgelost. Bij een herfinanciering betaalt een kredietverstrekker in één keer alle schulden van de inwoner af, waarna de inwoner het totale bedrag in termijnen terugbetaalt aan de kredietverstrekker. Bij een saneringskrediet doet een kredietverstrekker een betalingsaanbod aan schuldeisers, waarmee de schulden in één keer voor een deel worden afgelost en het overige deel wordt kwijtgescholden (tenzij wettelijk anders geregeld). Daartoe sluit de inwoner een saneringskrediet af bij de kredietverstrekker, de inwoners lost het betaalde bedrag vervolgens binnen 18 maanden af bij deze kredietverstrekker. Bij schuldbemiddeling wordt maandelijks voor de aflossing van schulden gespaard. Periodiek wordt een zo groot mogelijk deel van de schulden afgelost. Na de overeengekomen periode (van 18 maanden) volgt kwijtschelding van de schuldeisers, als aan de voorwaarden is voldaan. Een schuldenregeling zonder afloscapaciteit kan worden aangeboden als het inkomen van de inwoner lager is dan het berekende vrij te laten bedrag.
Schuldhulpverlening gaat echter verder dan het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel fit wordt en er sprake is van financieel gezond gedrag. Daarom is in het eerste lid ook opgenomen dat de schuldhulpverlening uit één of meer begeleidingsproducten bestaat. Het gaat dan in de eerste plaats om financiële begeleiding, zoals het op orde brengen van het inkomen, waaronder ook het aanvragen van inkomen verhogende voorzieningen. Het verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden (budgetbegeleiding), het verbeteren van het financieel gedrag (budgetcoaching) en het beheren van de financiën, zoals het doorbetalen van de vaste lasten, het bieden van een vorm van budgetbeheer of het bieden beschermingsbewind kan ook onderdeel zijn van die financiële begeleiding. Daarnaast kan er aandacht zijn voor andere leefgebieden en dat de inwoner ondersteuning nodig heeft met andere vormen van hulp- en dienstverlening. Denk aan maatschappelijk werk, verslavingszorg of ambulante begeleiding.
In het tweede lid is geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de inwoner, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. Denk aan doelgroepen zoals jongeren, ondernemers, huisbezitters of mensen met verschillende culturele achtergronden. Bij niet wettelijke crisissituaties kan het aanbieden van schuldhulpverlening versneld ingezet worden.
Artikel 10. Verplichtingen
Op grond van de wet is de inwoner aan wie het college schuldhulpverlening geeft verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt.
Verder is in het tweede lid bepaald hoe het college beoordeelt of een inwoner voldoet aan de inlichtingenplicht., voor zover het college deze stukken niet zelf op grond van op grond van artikel 12 tot en met 16 Bgs kan opvragen. Het derde lid bevat de invulling die het college aan de medewerkingsplicht geeft. Voorop staat dat het gaat om de medewerking die nodig is om schuldhulpverlening te laten slagen.
Artikel 11. Nazorg
Dit artikel regelt welke vorm van nazorg gewenst is en dat dit na overleg met de inwoner wordt vastlegt. Denkbaar is bijvoorbeeld dat er gedurende één jaar nog één of meerdere keren contact met de inwoner wordt opgenomen om na te vragen hoe de afgelopen periode is verlopen en of er nog ondersteuning nodig is. Overigens komt de nazorg al bij het opstellen van het plan van aanpak aan de orde. Daarbij geldt dat het voorkomen van een terugval ook bij nazorg voorop staat. Als er in de periode van nazorg een terugval is, wordt dan ook samen met de inwoner onderzocht hoe financieel gezond gedrag weer kan worden bereikt en hoe de hulpverlening zo kan worden vormgegeven dat een nieuwe terugval wordt voorkomen. Na afronding van de nazorg wordt er een beëindigingsbeschikking schulphulpverlening verstuurd, tenzij andere niet vrij toegankelijke producten nog doorlopen. In dat geval wordt er een wijzigingsbeschikking met een aangepast plan van aanpak met alleen de producten die nog doorlopen toegestuurd.
HOOFDSTUK 5. BEËINDIGING SCHULDHULPVERLENING
Artikel 12. Beëindiging schuldhulpverlening
Op het moment dat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan.
Op grond van het tweede lid kan er, als er een vroegsignaal binnenkomt binnen zes maanden na de beëindigingsbeschikking, contact opgenomen worden met de inwoner. Dit wordt bij voorkeur door de laatst bekende professional gedaan.
Op basis van het contact wordt onderzocht welke hulp geboden wordt. Als er een niet vrij toegankelijke voorziening wordt aangeboden aan de inwoner, zal daarvoor wel weer een beschikking inclusief plan van aanpak (op hoofdlijnen) worden afgegeven
Artikel 13. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
Het college kan in uitzonderlijke gevallen de schuldhulpverlening voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien.
Verder kan de schuldhulpverlening voortijdig worden beëindigd als de inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren.
De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.
HOOFDSTUK 6. BKR-REGISTRATIE
Artikel 14. BKR-registratie problematische schulden
In dit artikel is geregeld dat als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, de schuldhulpverlener een melding (SH) doet bij het BKR, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd. De registratie voorkomt dat inwoners nieuwe kredieten aangaan en de problematische schulden groter worden.
HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN
Artikel 15. Toepasselijkheid NVVK
De NVVK is een branchevereniging voor schuldhulp en financiële dienstverlening. De NVVK zet zich in voor kwaliteitsstandaarden voor de dienstverlening. Zij bewaakt de kwaliteit van de lid organisaties via het Kwaliteitskader.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl