Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760870
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760870/1
Beleidsregels Participatiewet in Balans Gemeente Heerenveen
Geldend van 24-04-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels Participatiewet in Balans Gemeente HeerenveenBurgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen
overwegende:
dat op 1 januari 2026 de eerste wijzigingen van de Participatiewet in Balans in werking zijn getreden en
dat er beleidsregels nodig zijn waarin wordt verduidelijkt hoe in de uitvoering van de Participatiewet met de verschillende en nieuwe bevoegdheden wordt omgegaan en bepaalde begrippen worden uitgelegd
B E S L U I T :
vast te stellen de volgende: Beleidsregels Participatiewet in Balans Gemeente Heerenveen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begrippen
-
1. De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet anders zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
-
2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- •
amv’s: alleenstaande minderjarige vluchtelingen
- •
belanghebbende: de aanvrager(s) van bijstand of bijstandsgerechtigde(n)
- •
BRP: Basisregistratie Personen
- •
CAK: Centraal Administratie Kantoor
- •
gemeente: het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Heerenveen
- •
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
- •
jongere: de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid van de Wet
- •
probleemschulden: schulden waarvan redelijkerwijs is te voorzien dat een belanghebbende niet zal kunnen doorgaan met het afbetalen daarvan of al is opgehouden met afbetalen
- •
schuldregeling: een schuldregeling op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet schuldsanering natuurlijke personen
- •
Wet: Participatiewet
- •
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
- •
zoektermijn: de termijn van vier weken, bedoeld in artikel 41, vierde lid van de Wet.
- •
Hoofdstuk 2 De aanvraag
Artikel 2 Verkorte aanvraagprocedure na korte onderbreking van bijstand
-
1. De gemeente maakt gebruik van de bevoegdheid van artikel 43a, eerste lid van de Wet om gegevens van een eerdere bijstandsverlening te gebruiken, als dit zorgt voor een minder belastende aanvraag voor belanghebbende. Bij deze verkorte aanvraagprocedure gaat de gemeente uit van de gegevens die al bekend zijn, als die niet veranderd zijn.
-
2. Een belanghebbende kan gebruik maken van een verkorte aanvraagprocedure als:
- a.
belanghebbende eerder bijstand van de gemeente heeft ontvangen, en
- b.
de nieuwe aanvraag is ingediend binnen maximaal 12 maanden na het eindigen van de bijstandsverlening, en
- c.
de eerdere bijstandsverlening is beëindigd vanwege:
- •
werkaanvaarding
- •
een uitsluitingsgrond van artikel 13 van de Wet
- •
verblijf buiten de gemeente.
- •
- a.
-
3. Bij een verkorte aanvraag onderzoekt de gemeente of er veranderingen zijn in:
- •
het hoofdverblijf
- •
de gezinssituatie en
- •
het inkomen en vermogen.
Hiervoor levert belanghebbende in elk geval bankafschriften aan van alle rekeningen van drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag om bijstand.
- •
-
4. Dit artikel is ook van toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering zoals bedoeld in artikel 15a, eerste lid van de IOAW.
Artikel 3 Ingangsdatum
-
1. De gemeente kent de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal drie maanden vóór de dag waarop belanghebbende zich heeft gemeld, als individuele omstandigheden daarom vragen. Op die manier draagt de gemeente bij aan meer bestaanszekerheid en zorgt ervoor dat belanghebbenden niet onevenredig worden benadeeld voor het uitstellen van een aanvraag om bijstand.
-
2. De gemeente beoordeelt in de volgende situaties in ieder geval of de individuele omstandigheden een eerdere ingangsdatum noodzakelijk maken:
- a.
als belanghebbende zich niet eerder heeft kunnen melden, bijvoorbeeld doordat:
- •
belanghebbende niet in staat was om bijstand aan te vragen of niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot bijstand
- •
een voorliggende voorziening is afgewezen
- •
een eerdere bijstandsaanvraag buiten behandeling is gesteld of afgewezen omdat niet tijdig alle gegevens zijn aangeleverd
- •
belanghebbende onvoldoende inzicht had in inkomsten/vermogen door bijvoorbeeld flexibel werk, scheiding, detentie, erfenis, pensionering
- •
belanghebbende met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning heeft gekregen.
- •
- b.
als er sprake is van ernstige gevolgen bij het niet met terugwerkende kracht toekennen van bijstand, zoals bijvoorbeeld:
- •
belanghebbende heeft probleemschulden en/of betalingsachterstanden
- •
na de melding is executoriaal beslag gelegd op de middelen van belanghebbende of belanghebbende is failliet verklaard
- •
belanghebbende is toegelaten tot de gemeentelijke schuldhulpverlening en/of een schuldregeling
- •
na de melding is het huurcontract ontbonden als gevolg van betalingsachterstanden, belanghebbende is bij het CAK aangemeld voor de regeling betalingsachterstand zorgpremie of gas, licht of water afgesloten
- •
- c.
als belanghebbende anderszins vanwege zijn doenvermogen niet in staat was om eerder bijstand aan te vragen.
- a.
-
3. Dit artikel is ook van toepassing op de toekenning van een uitkering bedoeld in artikel 16a, vierde lid IOAW.
Artikel 4 Toepassing zoektermijn
-
1. Van een jongere mag verwacht worden dat hij werk zoekt of zich voor een opleiding inschrijft, om daarmee in zijn toekomst te investeren en te voorzien in zijn levensonderhoud, voordat hij bijstand aanvraagt. Een jongere kan daarom pas vier weken na zijn melding om bijstand bij de gemeente een aanvraag indienen. Dit wordt de zoektermijn genoemd.
-
2. De gemeente kan de zoektermijn buiten toepassing laten en de aanvraag om bijstand wel meteen in behandeling nemen als:
- a.
de jongere in een inrichting verblijft of recht heeft op opvang (Wmo)
- b.
de jongere het afgelopen jaar in een inrichting, opvang (Wmo), pleeggezin of gezinshuis (Jeugdwet) of huisvesting van Nidos (amv’s) heeft verbleven
- c.
de jongere in het afgelopen jaar onder een kinderbeschermingsmaatregel viel
- d.
de jongere een zorgbehoefte heeft
- e.
de jongere aansluitend op een WW-uitkering bijstand aanvraagt
- f.
de jongere uit detentie komt
- g.
de jongere niet als ingezetene of met een briefadres is ingeschreven in de BRP
- h.
de jongere het afgelopen jaar eerder bijstand ontving
- i.
de jongere probleemschulden heeft of hier kans op heeft als de zoektermijn wel wordt toegepast
- j.
de zoektermijn niet bijdraagt aan de opbouw van een stabiele basis van de jongere of
- k.
de zoektermijn geen bijdrage levert aan arbeidsinschakeling of terugkeer naar school.
- a.
Hoofdstuk 3 Normen
Artikel 5 Jongerennorm
-
1. Het is aan de belanghebbende van 18, 19 of 20 jaar om aannemelijk te maken dat hij voor de kosten van levensonderhoud geen beroep op zijn ouders kan doen, zoals bedoeld in artikel 20 lid 3 van de Wet.
-
2. In aanvulling op de norm van artikel 20, lid 3 van de Wet, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de norm van artikel 21 van de Wet die geldt voor een 21-jarige of ouder in een vergelijkbare situatie. Dit is alleen anders als de belanghebbende aantoonbaar lagere noodzakelijke kosten van bestaan heeft.
-
3. Bij een toekenning van de norm van artikel 20, lid 3, onder b van de Wet kan een verhaalsonderzoek worden gestart zoals bedoeld in Hoofdstuk 7 van de Beleidsregels over het nakomen van de regels van de Participatiewet 2025 gemeente Heerenveen.
Artikel 6 Verlagen norm in verband met de woonsituatie
De verlaging van de norm als bedoeld in artikel 27 van de Wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm als:
- a.
er een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen woonkosten verbonden zijn of
- b.
als er geen woning wordt bewoond.
Artikel 7 Schoolverlaters
De gemeente past de schoolverlaterskorting van artikel 28 van de Wet niet toe.
Hoofdstuk 4 Middelen
Artikel 8 Vrijlaten van giften en bijdragen
-
1. Giften en kostenbesparende bijdragen worden niet tot de middelen gerekend tot het bedrag van artikel 31, lid 1 onderdeel m van de Wet per kalenderjaar per alleenstaande (ouder) of gezin. Dit noemen we de maximale vrijlating.
-
2. Kostenbesparende bijdragen in de zin van artikel 18 van de Wet, hebben betrekking op kosten die tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren. Het gaat onder meer om boodschappen, de betaling van een derde voor de kosten van gas, elektriciteit, water, zorgpremie of sportcontributie. Bijdragen voor niet noodzakelijke kosten van bestaan kunnen worden aangemerkt als gift in natura.
-
3. De waarde van giften in natura en kostenbesparende bijdragen wordt zo nodig bepaald op basis van het met de verkregen goederen of bijdragen bespaarde bedrag. Hierbij wordt zo nodig de waarde in het economisch verkeer of de NIBUD-prijzengids gevolgd.
Artikel 9 Giften en bijdragen boven de maximum vrijlating
-
1. Giften boven de maximum vrijlating kunnen worden vrijgelaten als deze naar het oordeel van de gemeente in het individuele geval en uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. De gemeente vindt de volgende categorieën giften in ieder geval verantwoord:
- a.
giften die worden gebruikt voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verleend had kunnen worden
- b.
giften die worden ingezet voor medisch noodzakelijke kosten
- c.
giften die worden gebruikt om probleemschulden af te lossen die zijn ontstaan vóór de ingangsdatum van de bijstandsverlening
- d.
giften van werkgevers voor werknemers voor zover deze onbelast zijn.
- a.
-
2. Bij de beoordeling of andere dan in lid 1 genoemde giften boven het maximum vrijgelaten kunnen worden, wordt in ieder geval meegenomen:
- a.
de situatie en persoonlijke omstandigheden van belanghebbende
- b.
de aard en het doel van de gift
- c.
de bron van ontvangst
- d.
de mate waarin het bestedingsniveau van belanghebbende wordt beïnvloed door de gift.
- a.
-
3. Als uit de beoordeling blijkt dat de gift niet kan worden vrijgelaten, dan wordt die in aanmerking genomen:
- a.
als inkomen, als die gift een periodiek karakter en een direct effect op de bestedingsruimte heeft
- b.
als vermogen, als die gift een eenmalig karakter heeft, zoals ook duurzame gebruiksgoederen, zonder direct effect op de bestedingsruimte.
- a.
-
4. Als een belanghebbende kostenbesparende bijdragen ontvangt boven de maximum vrijlating, beoordeelt de gemeente of de bijstandsnorm moet worden afgestemd zoals bedoeld in artikel 18 lid 1 van de Wet.
Artikel 10 Schadevergoedingen
-
1. Bij de beoordeling of en welk deel van de schadevergoeding uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is om vrijgelaten te worden, gelden de volgende uitgangspunten:
- a.
schadevergoeding die belanghebbende ontvangt voor materiële schade wordt niet als vermogen aangemerkt, tenzij de schadevergoeding niet wordt gebruikt voor het wegnemen van de schade
- b.
schadevergoeding die is bedoeld ter compensatie van het verlies van arbeidsvermogen, wordt aangemerkt als inkomen voor de periode waarop de vergoeding betrekking heeft
- c.
schadevergoeding die is bedoeld als immateriële schadevergoeding, letselschade of smartengeld wordt beoordeeld op basis van de volgende individuele omstandigheden:
- •
de levensverwachting, situatie en persoonlijke omstandigheden van belanghebbende
- •
de oorzaak van de schade
- •
de aard en bedoeling van de schadevergoeding
- •
afgezet tegen de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm.
- •
- a.
-
2. Als er niet op basis van concrete, vaststaande gegevens beoordeeld kan worden wat de aard en bedoeling van de schadevergoeding is geweest, wordt de schadevergoeding in aanmerking genomen als vermogen.
Hoofdstuk 7 Slotartikelen
Artikel 11 Hardheidsclausule
Soms kan de toepassing van deze beleidsregels een onbedoeld, onredelijk en niet verwacht negatief gevolg hebben voor een belanghebbende. De gemeente kan dan afwijken van de regels in het voordeel van de belanghebbende.
Artikel 12 Inwerkingtreding en overgangsrecht
-
1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug
-
2. tot en met 1 januari 2026.
-
2. Besluiten die zijn genomen voor de datum waarop deze beleidsregels in werking zijn getreden, blijven in stand totdat daarover opnieuw wordt beslist.
-
3. Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld met toepassing van deze beleidsregels.
-
4. De volgende regelingen worden ingetrokken:
- a.
Beleidsregels giften en schadevergoedingen gemeente Heerenveen
- b.
Beleidsregels verlagen algemene bijstand in verband met de woonsituatie en de schoolverlatersituatie Participatiewet gemeente Heerenveen 2020
- a.
Artikel 13 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Participatiewet in Balans gemeente Heerenveen 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 7 april 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
namens deze:
De gemeentesecretaris
G.W. Huisman
De burgemeester
M.A. Fokkens - Kelder
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl