Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760849
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760849/1
Overbruggingsbeleidsplan VTH-taken Sittard-Geleen 2026-2027, deel 1 ‘Prioriteiten en doelstellingen’
Geldend van 21-04-2026 t/m heden
Intitulé
Overbruggingsbeleidsplan VTH-taken Sittard-Geleen 2026-2027, deel 1 ‘Prioriteiten en doelstellingen’Het college besluit:
- 1.
Het Overbruggingsbeleidsplan VTH-taken Sittard-Geleen 2026-2027, deel 1 ‘Prioriteiten en doelstellingen’ vast te stellen.
- 2.
Tot intrekking van het Beleidsplan VTH-taken ‘Prioriteiten en doelstellingen deel 1” (2017).
1 Aanleiding en achtergrond
1.1 Toelichting actualisatie 2026
In overleg met de Provincie Limburg als Interbestuurlijk Toezichthouder (IBT) is besloten om in 2026 een beperkte actualisatie van het voormalige VTH-beleid door te voeren. Deze actualisatie richt zich voornamelijk op het vervangen van verouderde teksten en wet- en regelgeving die onder de voormalige WABO van toepassing waren, en het aanpassen daarvan aan de Omgevingswet. Wij erkennen dat deze benadering mogelijk tot enige discrepantie kan leiden. Gelet op de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 en de verwachting dat vóór het zomerreces een nieuwe coalitie is gevormd, achten wij het, in overleg met de provincie, verdedigbaar om deze beperkte actualisatie nu door te voeren middels een Overbruggingsbeleidsplan. Dit onder de voorwaarde dat in 2027 een volledige herziening van het VTH-beleid plaatsvindt, gebaseerd op het dan vastgestelde coalitieakkoord, waarbij expliciet wordt voorzien in kaders voor de implementatie van de kwaliteitscriteria 3.0 en de SMART-geformuleerde beleidsdoelstellingen.
1.2 Leeswijzer
Voorliggend overbruggingsbeleidsplan geeft de richting aan voor het uitvoeren van de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op grond van de Omgevingswet en de Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen (APV), voor zover de hierin opgenomen regels betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het overbruggingsbeleidsplan grijpt terug op de eerder vastgestelde prioriteiten op basis van een uitgevoerde probleemanalyse (inclusief omgevingsanalyse). Het Uitvoeringsplan bevat de operationele uitvoeringsstrategieën bij de concrete taakuitvoering en de wijze waarop de kwaliteit wordt geborgd. De uitvoeringsstrategieën beschrijven op hoofdlijnen wat wij doen om onze doelstellingen te realiseren.
Dit eerste hoofdstuk bevat meer informatie over de aanleiding en achtergrond van het overbruggingsbeleidsplan. De wettelijke eisen komen aan bod en de aansluiting van dit overbruggingsbeleidsplan bij bestaande kaders en werkwijzen. Hoofdstuk 2 gaat in op de visie op vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. De doelstellingen en prioriteiten staan kort en bondig in hoofdstuk 3. Daarnaast bevat dit hoofdstuk een nadere uitwerking waarbij per taakveld gedetailleerd wordt ingegaan op de risicoanalyse, prioriteiten en doelen.
1.3 Aanleiding en achtergrond
Beleidscyclus
Onze gemeente volgt de wettelijke eisen om handhavingsbeleid vast te stellen.
Op grond van de Omgevingswet en aanpassingen in het Omgevingsbesluit is het voor de VTH-taken verplicht om een probleemanalyse met prioriteitstelling vast te stellen, om de uitvoering te programmeren en om te monitoren en verslag te doen over de uitvoering en de beleidsprestaties.
De eisen zijn onder andere:
- •
Gemotiveerd aangeven van doelen en daarbij behorende activiteiten.
- •
Maken van een probleemanalyse met betrekking tot de naleving van wet- en regelgeving.
- •
Aangeven van de prioriteiten en inzicht geven in de methodiek die is gehanteerd bij de prioriteitstelling en voor de realisatie van doelen.
- •
Vastleggen van een vergunningenstrategie met criteria voor het beoordelen van aanvragen en besluiten en met de werkwijze bij vergunningverlening en afhandeling van meldingen.
- •
Vastleggen van een handhavingsstrategie/nalevingsstrategie waarin is vastgelegd welke instrumenten worden ingezet en hoe uitvoering wordt gegeven aan de onderdelen preventie, toezicht, sanctioneren en gedogen.
- •
Beschrijven van de samenwerking en afstemming met partners.
Kwaliteit
De Omgevingswet bevat een gemeentelijke zorgplicht voor de kwaliteit van de taakuitvoering. Op basis van een landelijke modelverordening heeft de gemeenteraad de “Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) gemeente Sittard-Geleen” vastgesteld. Deze verordening omvat ook de uitvoering van de basistaken die in opdracht van het college door de ODZL worden uitgevoerd. Voor de overige taken geldt de verplichting om zorg te dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoering (vergunningen) en handhaving van het omgevingsrecht. Dit kan door het vaststellen van de kwaliteitscriteria in een verordening of door het vaststellen van deze kwaliteit in een overbruggingsbeleidsplan.
Voorliggend overbruggingsbeleidsplan geeft nadere invulling aan de bevoegdheid met betrekking tot de overige taken die de gemeenteraad met de verordening bij het college heeft neergelegd. Daarmee is dit overbruggingsbeleidsplan een richtinggevend document voor het college bij de uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de Omgevingswet en de daarmee samenhangende regelingen en besluiten.
1.4 Keuzes en afwegingen
Voor onze gemeente zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) belangrijke instrumenten om de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Deze instrumenten worden onder meer ingezet bij het realiseren van bouwwerken, het beperken van geluid- of geuroverlast, het voldoen aan brandveiligheidseisen in gebouwen, veranderingen aan monumenten of de reclame-uitingen in de centra.
Gelet op de reikwijdte van de VTH-taken is het onvermijdelijk bij de uitvoering van die taken keuzes te maken. Bij die keuzes spelen drie afwegingen een rol. De eerste is hoe groot de risico’s zijn die samenhangen met activiteiten. Aan hogere risico’s is meer prioriteit toegekend. In de tweede plaats is er de afweging tussen de eigen verantwoordelijkheid van burgers en ondernemers om wet- en regelgeving te volgen en de verantwoordelijkheid van de gemeente om te controleren. In de derde plaats is er een praktische reden: de personele capaciteit en middelen zijn niet onbeperkt en worden afgewogen tegen andere taken.
Tussen die drie afwegingen moet voldoende balans zijn. In dit overbruggingsbeleidsplan is aangegeven hoe met die balans wordt omgaan. Het overbruggingsbeleidsplan schetst de visie en uitgangspunten voor het beleid voor de overbruggingsperiode tot vaststelling van het nieuwe VTH-beleid.
Bestaande kaders
Het in deze paragraaf genoemde Coalitieakkoord is gebaseerd op de voorbije coalitieperiode. Voorts is via een quick-scan een vertaalslag gemaakt naar de bestaande Omgevingsvisie, de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en beleidsprogramma’s zijn op onderdelen gedateerd In de uitwerking en de vaststelling van het nieuwe VTH-beleid in 2027 worden in de hier genoemde visie- en beleidsdocumenten doelen en keuzes inzichtelijk gemaakt en betrokken bij de vormgeving van het VTH-beleid voor de eerstvolgende beleidscyclus.
De beleidsmatige kapstok voor dit plan wordt gevormd door een aantal vastgestelde kaders: het Coalitieakkoord, de Omgevingsvisie Sittard-Geleen, de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en op basis van de omgevingsvisie vastgestelde programma’s. Voor de VTH-taken zijn onderstaande relevante beleidsuitgangspunten vastgesteld:
Coalitieakkoord
Het coalitieakkoord is opgebouwd op basis van de volgende strategische begrippen:
- •
Sociale veerkracht
- •
Economische veerkracht
- •
Ecologische veerkracht
- •
Institutionele veerkracht
Omgevingsvisie
De omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkeling van Sittard-Geleen onder de titel ‘Samen stad en dorp maken’. Daarnaast verwoord de visie ook de ambities over het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het grondgebied.
Nota Ruimtelijke Kwaliteit
De Nota Ruimtelijke Kwaliteit beschrijft de criteria waaraan elk ruimtelijk initiatief in onze gemeente moet voldoen, zodat alle investeringen in de gebouwen en de openbare ruimte helpen om de kwaliteit en diversiteit van de gemeente te behouden en te versterken. Ook al voor de invoering van de Omgevingswet heeft de Gemeente Sittard-Geleen ervoor gekozen om de Nota Ruimtelijke Kwaliteit niet te beperken tot de specifieke wettelijke taak welstand, maar deze breed in te zetten op het vlak van ruimtelijke (omgevings)kwaliteit.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
De rol van de gemeente is veranderd door de komst van de Wkb, die op 1 januari 2024 gefaseerd in werking is getreden. De bouwtechnische toetsing en bouwtechnische controle worden voortaan uitgevoerd door een private kwaliteitsborger. In principe hoeft de gemeente bouwplannen daardoor niet langer te toetsen aan de voorschriften van het Bbl, en tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden geen toezicht meer te houden op de bouwtechnische aspecten.
Omdat de Wkb gefaseerd in werking treedt, heeft dit voorlopig alleen betrekking op bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1, de relatief ‘eenvoudige’ bouwwerken. Handhaving blijft echter wel een taak van de gemeente. Ook heeft de gemeente een taak in het ontvangen, beoordelen en afhandelen van bouw- en gereedmeldingen.
Deze veranderingen brengen ook uitdagingen met zich mee, omdat veel regels en werkwijzen nog niet volledig duidelijk zijn. Dit vraagt om extra aandacht en flexibiliteit van de gemeente om goed te kunnen blijven werken binnen dit nieuwe stelsel. Het Uitvoeringsbeleid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gemeente Sittard-Geleen is inmiddels vastgesteld. Daarin staat hoe wij uitvoering geven aan de Wkb.
1.5 Verankering in bestaande Planning & Control cyclus
Op basis van de eisen in het Omgevingsbesluit dient een overbruggingsbeleidsplan (risicoanalyse, prioriteitstelling, doelen en uitvoeringsstrategieën) jaarlijks vertaald te worden in een uitvoeringsprogramma en de resultaten in een verslag. Deze eisen worden op de volgende manier ingevuld in de bestaande cyclus voor de planning & control.
Planning
In voorliggend overbruggingsbeleidsplan wordt voortgeborduurd op een eerder gemaakte analyse en zijn de prioriteiten bepaald en doelen vastgelegd. In een separaat Uitvoeringsplan (deel 2) zijn de uitvoeringsstrategieën opgenomen voor vergunningverlening en voor toezicht en handhaving en is vermeld hoe wij de kwaliteit borgen.
De gemeenteraad stelt jaarlijks de programmabegroting vast. De doelen (te stellen resultaten) vloeien voort uit het meerjarig beleidsplan en worden concreter gemaakt met resultaatindicatoren.
In de jaarlijks door het college vast te stellen productbegroting staan de geplande inspanningen om het resultaat van de programmabegroting te behalen. De inspanningen worden concreter gemaakt door inspanningsindicatoren. Daarmee kan dit gebruikt worden als basis voor het uitvoeringsprogramma VTH.
2 Visie
2.1 Missie en visie
De algemene missie van de gemeente Sittard-Geleen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is:
‘Een veilige, gezonde en leefbare omgeving, waarin ruimte is voor de eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners en bedrijven en mogelijkheden worden geboden voor ontwikkeling.’
In het verleden stelde de overheid strakke kaders, waarvan slechts bij hoge uitzondering werd afgeweken. Een dergelijke opstelling past echter niet meer in de huidige tijdgeest. De samenleving vraagt enerzijds om speelruimte en maatwerk, anderzijds wordt van de gemeente wel verwacht dat zij oog heeft voor alle betrokken belangen. Dit komt neer op daar waar mogelijk aan wensen meewerken, zonder daarbij het belang van de veilige leefomgeving uit het oog te verliezen.
De gemeente Sittard-Geleen streeft deze missie op de volgende manier na (= visie):
‘We voeren op effectieve en doortastende wijze de wettelijke taken en bestuurlijke opdrachten uit op het gebied van fysieke veiligheid, vergunningen en handhaving voor de gemeente Sittard-Geleen. We werken met gevoel en verstand nauw samen met interne en externe ketenpartners. We staan voor klantgerichte, resultaatgerichte en betrouwbare dienstverlening. We zeggen wat we doen en doen wat we zeggen. We denken mee in oplossingen en kunnen het uitleggen als iets niet kan. Daarbij hoort een gemeentelijke dienstverlening gericht op het zoveel mogelijk digitaal en plaats onafhankelijk leveren van diensten en producten en een transparant sanctiebeleid’.
2.2 Focus op de risico’s
In lijn met de missie en visie zal het accent van het beleid liggen op het zoveel mogelijk beheersen van bestaande omgevingsrisico’s en het voorkomen van nieuwe omgevingsrisico’s. In die situaties zullen we vergunningaanvragen en meldingen toetsen aan de gestelde kaders. Ons toezicht zal zich concentreren op de meest risicovolle situaties. Bij overtredingen zal onze vastgestelde sanctiestrategie worden gevolgd.
2.3 Eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatief
De laatste jaren is (ook landelijk) een verandering te zien in opvattingen over de wijze waarop naleving van regels wordt nagestreefd. Eerder lag de nadruk op het programmatische en vanuit regelgeving sturen op naleefgedrag.
De Omgevingsvisie 2025-2040 stelt dat de gemeente in beginsel vanuit de participatieve - en netwerkende rol samen met de samenleving vormgeeft aan de leefomgeving. Binnen het VTH-beleid opereert de gemeente vanuit een rechtmatige rol. Onze wettelijke (planologische) taak vullen we in ten dienste van de samenleving. Bij tegengestelde opvattingen nemen we onze verantwoordelijkheid, wegen we belangen af en maken we keuzes. Daarover communiceren we open. Hierbij hanteren we als gemeente de ‘Ja, mits ...’-benadering uit de Omgevingswet. Het naleven van wet- en regelgeving staat niet ter discussie.
3 Prioriteiten en doelen
3.1 Toelichting
De omgevingsrisico’s zijn benaderd vanuit de taakvelden. De aard van de risico’s verschilt; voor een taakveld kunnen de risico’s directe gevolgen hebben voor de veiligheid van bewoners en bezoekers, voor een andere taak heeft dit effecten voor gezondheid en/of leefbaarheid. Per taakveld is een analyse gemaakt van de activiteiten met de grootste risico’s. De activiteiten met een hoge risicoscore hebben een hoge prioriteit in de taakuitvoering. Voor iedere hoge prioriteit zijn doelen benoemd. Zo kan de (bestuurlijke) aandacht zich richten op de hoge risico’s en daarmee samenhangende hoge prioriteit. De doelen benoemen op welke wijze vergunningverlening, toezicht en/of handhaving gaan bijdragen aan het verlagen van risico’s.
3.2 Methodiek van prioritering
Er is per taakveld een omgevingsanalyse gemaakt (zie verderop in dit hoofdstuk). Deze bestaat uit:
- (1)
een algemene omschrijving van het taakveld, het wettelijk kader en de werklast.
- (2)
een analyse van de voornaamste problemen die ten aanzien van de taak zijn geconstateerd en de risico’s daarbij in kwalitatieve zin (beschreven) en in kwantitatieve zin (berekend).
- (3)
prioriteiten en doelstellingen.
De activiteiten met een hoog risicogetal kennen een hoge prioriteit. Hier zijn immers de effecten en de kans het hoogst. Er zijn doelen genoemd voor activiteiten met een hoge risicoscore.
Per taakveld zijn de meest risicovolle activiteiten benoemd en geclusterd. In zes kolommen zijn de effecten aangegeven die een risicovolle activiteit kan hebben, gevolgd door een gemiddeld effect. Bij de effecten en de scores hoort de volgende toelichting:
|
Effecten |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
|
1. Fysieke veiligheid = letsel, kans op overlijden |
Geen |
Letsel bij een individu |
Letsel bij meerdere individuen |
Zwaar letsel bij een enkeling of gering letsel bij velen |
Kans op overlijden bij een enkeling of ernstig letsel bij velen |
Kans op overlijden bij meerderen |
|
2. Gevaar volksgezondheid |
Geen |
Gering gevaar voor volksgezondheid |
Gevaar voor volksgezondheid |
Groot gevaar voor volksgezondheid en / of enige ziekte gevallen |
Veel ziektegevallen en / of een enkel sterfgeval |
Kans op overlijden |
|
3. Relevantie maatschappelijk belang |
Geen |
Nauwelijks |
Klein |
Gemiddeld |
Groot |
Zeer groot |
|
4. Onomkeerbaarheid in relatie tot kwaliteit woon- en leefmilieu |
Geen |
Nauwelijks moeite herstel |
Enige moeite herstel |
Aanzienlijke moeite herstel |
Pas op lange termijn herstel |
Blijvend onomkeerbaar |
|
5. Financieel economische schade gemeenschap of gemeente |
Geen |
Nauwelijks |
Klein |
Gemiddeld |
Groot |
Zeer groot |
|
6. Relevantie bestuurlijk imago |
Geen |
Nauwelijks |
Klein |
Gemiddeld |
Groot |
Zeer groot |
Hierna is de kans ingeschat dat activiteiten plaatsvinden. Met een lagere score (0 is laagst) is de kans te verwaarlozen dat de activiteit (en dus het risico) zich daadwerkelijk voordoet, een hogere score (5 als maximum) geeft aan dat de activiteit (en dus het risico) zich vrijwel zeker voordoet. Deze kans is gebaseerd op ervaringen van de gemeente en op inzichten van andere gemeenten en landelijke analyses. Door het gemiddelde effect te vermenigvuldigen met de kans, ontstaat een risicogetal.
3.3 Prioriteitstelling
In de onderstaande tabel wordt nog gesproken over milieucategorieën, maar deze termen zijn achterhaald door de invoering van de Omgevingswet en het Bal. Met de herijking in 2027 wordt dit meegenomen. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat de prioritering -zoals in onderstaande tabel weergegeven- niet significant zal wijzigen. De tabel bevat een overzicht van de activiteiten met de uitkomsten van de risicoanalyse. Op basis van het risicogetal is een prioritering aangebracht. Door middel van kleuren is aangegeven welke activiteiten een lage (groen), gemiddelde (oranje) en hoge (rood) prioriteit kennen.
* Gevolgklasse 1: Uitleg zie taakveld Bouwen profiel blz. 13
* Gevolgklasse 2: Uitleg zie taakveld Bouwen profiel blz. 13
3.4 Doelstellingen
Aan de hand van de prioriteringen zijn de volgende doelstellingen geformuleerd per taakveld:
|
Doelstellingen |
|
Strijdig gebruik
|
|
Bouwen
|
|
Ruimtelijke kwaliteit
|
|
Cultuurhistorisch erfgoed
|
|
Slopen en asbestverwijdering1
|
|
Brandveiligheid
|
|
Milieu
|
|
Bodem en Bouwstoffen
|
|
Horeca
|
|
Evenementen
|
|
Relevante aspecten APV
|
3.5 Omgevingsanalyse per taakveld
3.5.1 Strijdig gebruik
Profiel
De zorg voor en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving is een gemeentelijke kerntaak. In de gemeentelijke Omgevingsvisie is op hoofdlijnen aangegeven waar bepaalde functies thuishoren en wat de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen zijn voor een bepaalde periode. Uitwerking van deze hoofdlijnen vinden plaats door het opstellen van beleid op verschillende onderdelen (zoals wonen, detailhandel, externe veiligheid, horecabeleid, etc.). Het Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen is hiervoor de juridische basis. De ‘voormalige’ deelbestemmingsplannen maken van rechtswege onderdeel uit van het Omgevingsplan.
Problemen en risico’s
Een (voorgenomen) initiatief in de fysieke omgeving kan strijdig zijn met de bepalingen van het bestemmingsplan of de beheersverordening. Een initiatiefnemer kan een aanvraag indienen om de strijdigheid op te heffen. Het college van B&W besluit over initiatieven met planologische strijdigheid. Een initiatief wordt getoetst aan de beleidsregels (zoals wonen, detailhandel, externe veiligheid, horecabeleid, etc.) en de stedenbouwkundige inpassing. Er kunnen activiteiten voorkomen die strijdig zijn met de regels van een omgevingsplan waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen bouwvoorschriften en gebruiksvoorschriften. Het handelen in strijd met een gebruiksvoorschrift komt regelmatig voor. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het gebruik van een bedrijfspand voor woondoeleinden. Bij het handelen in strijd met bouwvoorschriften kan worden gedacht aan afwijkende oppervlakten of hoogten of aan het bouwen waar dat in het geheel niet is toegestaan.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode zijn de doelstellingen:
|
Doelstelling |
|
Gebruik van gronden en bouwwerken conform bestemmingsplan (thans: het omgevingsplan) en afwijkingen binnen geldende beleidskaders. |
3.5.2 Bouwen
Profiel
Er worden jaarlijks ongeveer 500 aanvragen ingediend voor omgevingsvergunningen activiteit vallende onder afdeling 5.1 van de Omgevingswet en waar de gemeente het bevoegde gezag voor is. Ondanks de verruiming van het vergunningsvrij bouwen steeg het aantal vergunningaanvragen. Door onze transformatieopgave in het (regionale) woonbeleid, de ontwikkellocaties en het aantrekken van de economie kan het aantal vergunningaanvragen de komende jaren stijgen.
Problemen en risico’s
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) staan voorschriften die toezien op de veiligheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Deze voorschriften hebben een rechtstreekse werking. Dit betekent dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor de naleving hiervan. Dit geldt evenzeer voor bouwwerken die vergunningsvrij kunnen worden opgericht. Bij bouwwerken waarvoor een vergunningplicht geldt, worden de voorschriften uit het Bbl getoetst voordat een vergunning wordt verleend. Vervolgens wordt toezicht gehouden op de naleving. De mate waarin wordt getoetst en toezicht wordt gehouden, wordt bepaald door het risico. Dit neemt overigens niet weg dat de initiatiefnemer te allen tijde verantwoordelijk is voor naleving van de voorschriften.
Conform vastgestelde protocollen en werkinstructies worden jaarlijks ca. 1500 controles verricht. Hier maken doorgaans ook een aantal grote projecten onderdeel van uit en waarop projectgericht toezicht plaatsvindt met doorgaans een hoog aantal controles.
Bij controles op basis van een verleende vergunning wordt regelmatig geconstateerd dat er sprake is van overtredingen. De meeste overtredingen worden geconstateerd op het gebied van constructieve veiligheid (denk hierbij aan het afwijken van constructies tijdens de uitvoering of foutieve constructiegegevens).
Na een hercontrole zijn de overtredingen in de meeste gevallen opgelost. Er wordt een schriftelijke waarschuwing verzonden als de overtreding blijft voortbestaan en daarna volgen stappen conform de sanctiestrategie. Deze strategie is in deel 2 van het overbruggingsbeleidsplan nader uitgelegd.
Risico matrix
² Toezicht op bouwwerken in gevolgklasse 1 is overgeheveld naar de kwaliteitsborger. Zie hiervoor het Uitvoeringsbeleid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode zijn de doelstellingen:
|
Doelstelling |
|
Realisatie en gebruik van veilige, gezonde, en leefbare bouwwerken die constructief veilig zijn. |
3.5.3 Ruimtelijke kwaliteit
Profiel
Het borgen en stimuleren van ruimtelijke kwaliteit is in juridische zin verdeelt over diverse wetten, verordeningen, plannen en beleid. De Omgevingswet heeft daar verandering in gebracht. De gemeente Sittard-Geleen heeft er destijds voor gekozen om vooruit te lopen op de Omgevingswet door de Nota Ruimtelijke Kwaliteit niet te beperken tot de specifieke wettelijke taak welstand, maar door deze breed in te zetten op het vlak van ruimtelijke (omgevings)kwaliteit. Aantrekkelijkheid van de woon- en werkomgeving is het doel. Ruimtelijke kwaliteit van de omgeving dient als selling point. Nadrukkelijk is de bestuurlijke insteek om ruimtelijke kwaliteit te laten fungeren als vliegwiel voor de revitalisering van het stadsbeeld, in het bijzonder de centra.
De Nota Ruimtelijke Kwaliteit:
- •
benoemd per gebiedstype de gemeentelijke criteria ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit;
- •
bevat per gebiedstype een beschrijving waarmee een initiatief in zijn opzet rekening moet houden;
- •
bevat kaders om plannen voor ontwikkelen aan te toetsen of ze voldoen aan de ruimtelijke kwaliteit, gaat om bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit.
Een onafhankelijke adviescommissie, zijnde de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK), adviseert op basis van deze nota. Dit gebeurt bij de beoordeling van conceptverzoeken (vooroverleg, initiatieven, ontwikkelingskaders, stedenbouwkundige plannen), vergunningaanvragen en in het kader van conceptverzoeken/beoordeling welstandsexces.
Het welstandstoezicht heeft haar basis in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit, het Omgevingsplan, de bruidsschat (overgangsrecht) en het Bbl en sommige artikelen in de Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen.
Problemen en risico’s
Iedereen wil leven in een aantrekkelijke omgeving. Ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan de aantrekkelijkheid ervan en bevordert de leefbaarheid. Aantasting of verlies van de ruimtelijke kwaliteit van een gebouw of een gebied is veelal blijvend. Zowel het slopen van een gebouw als het neerzetten van nieuwbouw heeft een hoge mate van onomkeerbaarheid. Aantasting of verlies kan negatieve gevolgen hebben voor de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de woon- en leefomgeving. Dat kan vervolgens leiden tot een negatief imago voor Sittard-Geleen.
Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald en/of beïnvloed door een breed scala aan zaken. Het kan gaan om een woonhuis en om handelsreclame. De kans op ongewenst gedrag is niet groot als het gaat om nieuwbouw en is wel groot als het gaat om handelsreclame. Het gaat om een veelheid van activiteiten die storend kunnen zijn en/of tot kwaliteitsaantasting leiden. Wij sturen dan ook sterk op ruimtelijke kwaliteit, waarbij we bewustwording en vooraf aanvragen bij de gemeente willen stimuleren.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode zijn de doelstellingen:
|
Doelstelling |
|
Behouden en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. |
3.5.4 Cultuurhistorisch erfgoed
Profiel
Cultuurhistorisch erfgoed is de verzamelnaam voor alles wat in de loop der geschiedenis door mensen is aangelegd en gemaakt. Het is de verzamelnaam van alle archeologie, cultuurlandschap en monumenten. Ons erfgoed bepaalt in belangrijke mate de identiteit en beleving van onze woon- en leefomgeving.
Cultuurhistorisch erfgoed is in ons gemeentelijk beleid verankert in:
- •
De Beleidsnota archeologie en monumenten Sittard-Geleen
- •
Erfgoedverordening Sittard-Geleen
- •
De Nota Ruimtelijke Kwaliteit
- •
De Omgevingsvisie
Het cultuurhistorisch erfgoed wordt op verschillende manieren beschermd door het:
- •
aanmerken van een pand als monument. In onze gemeente zijn 263 panden rijksmonument en 233 panden gemeentelijke monument;
- •
aanwijzen van diverse delen van de gemeente door het Rijk of de gemeente als beschermd stads- of dorpsgezicht;
- •
opnemen van verbods-, onderzoeks- en vergunningsbepalingen in onze bestemmingsplannen;
- •
het hanteren van richtlijnen voor het veranderen en/of wijzigingen van monumenten.
De gemeente is bevoegd om vergunningen te verlenen voor en toezicht te houden op het wijzigen, verbouwen of slopen van cultuurhistorisch erfgoed.
Problemen en risico’s
Instandhouding van cultuurhistorisch erfgoed heeft een hoge prioriteit, omdat het verlies van cultuurhistorisch erfgoed leidt tot een onomkeerbare situatie (weg = weg). Verloren cultuurhistorisch erfgoed kan niet terug worden gehaald. Dit leidt tot verlies van identiteit en verbindingen met het verleden. Nieuw cultuurhistorisch erfgoed vormt zich immers pas over tientallen tot honderden jaren. Cultuurhistorisch erfgoed is niet altijd rechtstreeks zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan een archeologisch belangrijk gebied dat door graafwerkzaamheden verloren kan gaan of het slopen in een historisch waardevol pand.
Risico-matrix
|
Doelstelling |
|
Beschermen van de aanwezige cultuurhistorische waarden |
3.5.5 Slopen en verwijdering asbest
Profiel
Met de invoering van het Bbl geldt een meldingsplicht voor slopen met een aantal uitzonderingen. Afhankelijk van het risico moet de melding voorzien zijn van een sloopveiligheidsplan. Voor sloopwerkzaamheden aan monumenten en een beschermd stads- of dorpsgezicht is de vergunningsplicht blijven bestaan. Tevens is er een omgevingsvergunning nodig als er in het omgevingsplan een verplichting staat voor slopen.
Problemen en risico’s
Slopen zonder asbest
Het slopen zonder asbest van bouwwerken heeft een beperkt risico. Dit risico is groter bij de sloop van hoogbouw. Over het algemeen zijn de uitvoerders van deze sloopwerken deskundig en worden de terreinen goed afgeschermd om schade en letsel door vallend puin te voorkomen. Indien gebruik wordt gemaakt van mobiele puinbrekers (enkele keren per jaar) worden de regels ten aanzien van stof, geluid en trillingen gecontroleerd.
Slopen met asbest
Met de invoering van de Omgevingswet en de hiermee samenhangende regels, is de bedrijfsmatige verwijdering van asbest ondergebracht in de basistaken van de ODZL. Deze activiteit blijft daarom verder onbesproken in deze paragraaf.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
|
Doelstelling |
|
Verwijderen en afvoeren van asbest door gecertificeerde saneringsbedrijven tijdens sloopwerkzaamheden zonder gevaar voor de volksgezondheid. |
3.5.6 Brandveiligheid
Profiel
Voor sommige gebouwen geldt een meldingsplicht brandveilig gebruik. In het Bbl is een tabel opgenomen in welke gevallen dit van toepassing is3.
Risico’s en problemen
De grootste risico’s liggen bij gebouwen waar niet-zelfredzame personen overnachten. Deze personen kunnen bij een brand niet zelfstandig het pand verlaten, waardoor het risico op letsel of zelfs overlijden erg groot is. Daarnaast vormen de gebouwen met veel bezoekers een verhoogd risico. Het effect van branden is voor de aanwezigen in dergelijke gebouwen groot.
Risico-matrix
Een aantal omstandigheden kan ertoe leiden dat panden in een hogere risicocategorie terecht komen:
- –
Ligging van panden in intensieve bebouwing / gevaar voor de omgeving.
- –
Aanwezigheid of nabijheid van opslag van gevaarlijke stoffen.
- –
Monumentale status.
Prioriteiten en doelstelling
|
Doelstelling |
|
Gebruik van gebouwen die voldoen aan de eisen van brandveiligheid met name waar veel bezoekers aanwezig zijn, niet-zelfredzame personen verblijven of mensen overnachten. |
3.5.7 Milieu (bij bedrijven met milieubelastende activiteiten)
Profiel
Voor het werkveld ‘milieu’ behandelen we vergunningsaanvragen (Omgevingswet) en meldingen en houden we toezicht op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de milieuregelgeving geïntegreerd in één samenhangend wettelijk stelsel voor de fysieke leefomgeving. De Wet milieubeheer is grotendeels opgegaan in de Omgevingswet en de daarbij behorende algemene maatregelen van bestuur.
Het toezicht op milieubelastende activiteiten vindt plaats op basis van: de Omgevingswet, het Bal, het Bkl, het Bbl, het geldende omgevingsplan, verleende omgevingsvergunningen en maatwerkvoorschriften.
Het begrip ‘inrichting’ is vervallen. In plaats daarvan staat het begrip ‘milieubelastende activiteit’ centraal. Rijksregels voor deze activiteiten zijn opgenomen in het Bal. Aanvullende lokale regels kunnen zijn vastgelegd in het omgevingsplan of via maatwerkvoorschriften.
Binnen de gemeente Sittard-Geleen vinden (bedrijfsmatige) milieubelastende activiteiten (hierna: mba) plaats die onder dit wettelijk kader vallen. In de herijking van 2026-2027 wordt het aantal mba’s nader onderzocht.
Onder de Omgevingswet wordt toezicht risicogericht en programmatisch ingericht. Er wordt niet langer gewerkt met milieucategorieën als juridisch toetsingskader.
3.5.8 Omgevingsdienst Zuid-Limburg
De ODZL (voorheen de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg) voert namens de gemeente Sittard-Geleen de basismilieutaken uit op het gebied van VTH. Hierbij handelen ze op basis van de vigerende Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Voor de basismilieutaken gelden landelijke kwaliteitscriteria. De gemeente blijft bevoegd gezag voor de gemeentelijke milieutaken en verantwoordelijk voor beleidsmatige sturing, prioritering en bestuurlijke handhaving.
Voor bedrijven die vallen onder de Europese Seveso-richtlijn (voorheen BRZO-bedrijven) is het toezicht landelijk georganiseerd binnen een stelsel van gespecialiseerde omgevingsdiensten. Deze zogenoemde Seveso-inrichtingen worden aangemerkt als risicovolle milieubelastende activiteiten vanwege de aanwezigheid van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor deze bedrijven vindt plaats binnen het landelijke stelsel van zes gespecialiseerde omgevingsdiensten, waaronder de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Daarnaast voert de Omgevingsdienst Zuid-Limburg namens de provincie Limburg toezicht uit op provinciale milieubelastende activiteiten. Dit betreft activiteiten waarvoor de provincie bevoegd gezag is op grond van de Omgevingswet. De ODZL handelt hierbij namens het provinciebestuur.
De taakverdeling is daarmee gebaseerd op de bevoegdheidsverdeling tussen gemeente en provincie en niet langer op milieucategorieën. Complexe en risicovolle milieubelastende activiteiten worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag, waarbij specialistisch toezicht is belegd bij de ODZL.
Problemen en risico’s
Indien bedrijven zich niet aan de regels houden kunnen risico’s ontstaan voor de fysieke leefomgeving: bodem, lucht, afvalwater, externe veiligheid, geluid, licht, geur en verkeer. De meest risicovolle activiteiten zijn: opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen, afleveren brandstoffen bij tankstations, handelen in strijd met de omgevingsvergunning of algemene regels.
Een groot deel van de constateringen bij milieu- dan wel integrale controles betreft tekortkomingen in vereist onderhoud, keuringen en onderzoeken (energiebesparing, bodem beschermende voorzieningen, keuringen stookinstallaties en opslagtanks), niet keuren brandblusmiddelen en tekortkomingen vluchtwegen.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode benoemen we ten aanzien van milieu de volgende doelstellingen:
|
Doelstelling |
|
Beschermen van de omgeving van de milieubelastende activiteit door een zo hoog mogelijk naleefgedrag en dan met name bij bedrijven met activiteiten met een hoge milieubelasting. |
3.5.9 Bodem en bouwstoffen
De bodem in onze gemeente is van goede kwaliteit en dient van goede kwaliteit te blijven. De bodemkwaliteitskaart laat zien dat de bovenlaag (tot 0,5 meter onder het maaiveld) grotendeels schoon is. Alleen in het binnenstedelijke gebied van Sittard en Geleen en in de kernen Obbicht en Grevenbicht is de grond licht verontreinigd. De ondergrond (0,5-3,5 meter onder het maaiveld) is overal schoon.
Voor het werkveld ‘bodem, grond en bouwstoffen’ behandelen wij meldingen en houden wij toezicht op basis van de Omgevingswet en de daarbij behorende uitvoeringsregelgeving, in het bijzonder het Bal en het Bkl. Het toezicht richt zich onder meer op het toepassen van grond en bouwstoffen, het tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie, mobiele puinbrekers en bodembeschermende activiteiten.
Voor historische bodemverontreinigingen blijft het overgangsrecht van de Wet bodembescherming van toepassing.
We ontvangen per jaar een aantal (telefonische/mail) klachten en vragen over toepassingen.
Toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen
Profiel
Binnen het werkveld bodem, grond en bouwstoffen is de gemeente Sittard-Geleen voor het grootste deel van haar grondgebied bevoegd gezag onder de Omgevingswet. Dit geldt niet voor het Chemelot terrein en een deel van het grondgebied waarvoor Rijkswaterstaat (RWS) en waterschappen bevoegd gezag zijn.
De regels voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen zijn opgenomen in het Bal en het Bkl. Deze regelgeving bevat kwaliteitseisen voor het toepassen van materialen in of op de bodem en stelt eisen aan de uitvoering van bodemwerkzaamheden (voorheen Kwalibo). Het doel van deze regelgeving is het waarborgen van duurzaam bodembeheer: het beschermen en verantwoord benutten van de bodem, zowel nu als in de toekomst. Voor bepaalde toepassingen van grond en baggerspecie geldt een meldingsplicht. De meldingen worden ingediend via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Voor bouwstoffen geldt in beginsel geen meldingsplicht, tenzij sprake is van specifieke situaties zoals aangewezen in het Bal.
Problemen en risico’s
Bij foutieve toepassingen bestaat het risico dat de bodemkwaliteit verslechtert. Omdat de grond zo schoon is bestaat een relatief hoog risico dat dit fout kan gaan en verontreinigde grond terecht kan komen op schone grond. De kosten voor het herstel, c.q. het verwijderen van verontreinigde grond, zijn substantieel.
De risico’s doen zich voor bij:
- –
niet gedane, afwijkende, of te late meldingen
- –
ontgravingen
- –
toepassing van grond
- –
kunstgrasvelden
- –
bedrijven die grond opbulken
- –
aanleg en in werking hebben van bodemenergiesystemen
Mobiel breken
Profiel
De gemeente was voorheen bevoegd gezag voor het Besluit mobiel breken van bouw- en sloopafval (BMobB). Dit valt nu onder het Bbl. Uitgediende bouwwerken (woon- en utiliteitscomplexen, loodsen e.d.) worden na sloop gebroken tot een recyclinggranulaat (bouwstof). D.m.v. een gecertificeerde mobiele breker wordt het puin gebroken tot een gecertificeerde bouwstof (recycling puingranulaat).
Problemen en risico’s
Het naleefgedrag is over het algemeen goed, hierdoor is de kans dat risico’s zich voordoen redelijk klein.
Sanering van bodemverontreiniging
Profiel
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de systematiek van bodemsaneringen gewijzigd. De Wet bodembescherming (Wbb) is grotendeels vervallen en vervangen door het nieuwe stelsel van de Omgevingswet.
Voor historische bodemverontreinigingen (ontstaan vóór 1 januari 1987) blijft het overgangsrecht van de Wet bodembescherming van toepassing. In dat kader is de gemeente bevoegd gezag voor de afhandeling van Wbb-gevallen binnen haar grondgebied, voor zover deze niet onder provinciale bevoegdheid vallen.
Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging (zorgplichtgevallen) vallen onder de Omgevingswet. Hiervoor geldt een directe zorgplicht en, indien noodzakelijk, een verplichting tot het treffen van passende maatregelen. Saneringen worden uitgevoerd conform de regels uit het Bal en het omgevingsplan.
Jaarlijks worden een klein aantal meldingen ontvangen van voorgenomen saneringen van (niet-ernstige) historische verontreinigingen. Bij dergelijke meldingen wordt een plan van aanpak of saneringsplan ingediend ter beoordeling. Daarnaast vinden incidenteel saneringen plaats van ondergrondse opslagtanks, waarbij risico’s voor bodem- en grondwaterverontreiniging aanwezig kunnen zijn.
Problemen en risico’s
Risico’s doen zich voor bij illegale stortingen (bijvoorbeeld met asbest of afval uit drugsproductie) en saneringen zonder of zonder deugdelijke melding of aanpak.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode benoemen we ten aanzien van bodem, grond en bouwstoffen de volgende doelstellingen:
|
Doelstelling |
|
Voorkomen van verontreiniging van de bodem door te zorgen dat toepassingen van grond, bouwstoffen en baggerspecie voldoen aan het Besluit Bodemkwaliteit. |
3.5.10 Horeca
De in deze paragraaf genoemde Preventie- en Handhavingsplan 2015-2019, het exploitatievergunningenbeleid 2014-2018 en dergelijke zijn mogelijk niet meer actueel en worden in de periode 2026-2027 herijkt. In de uitwerking van het nieuwe VTH-beleid in 2027 worden de relevante VTH-wijzigingen meegenomen.
Profiel
Er zijn twee vergunningstelsels van toepassing op de horeca, die een aantal activiteiten/toestemmingen reguleren:
- •
exploitatievergunning voor een horeca-inrichting op grond van de APV. Dit is een vergunning voor het exploiteren van een inrichting en een terras;
- •
een vergunning op grond van de Alcoholwet voor het mogen verstrekken van alcoholische drank. Deze wet is van toepassing op (para commerciële) horeca inrichtingen waar alcohol geschonken wordt, maar ook op slijterijen en evenementen (ontheffingen). Het onderdeel Alcoholwet komt in dit beleid verder niet aan de orde. Dat is naast de relevante bepalingen in de Alcoholwet ook geregeld in Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025-2028.
Er worden jaarlijks ongeveer 100 horeca exploitatievergunningen verleend. Op grond van het actuele ‘Horeca exploitatievergunningenbeleid’ worden de exploitatievergunningen voortaan verleend voor onbepaalde duur.
Problemen en risico’s
Indien horecabedrijven zich niet aan de regels houden kunnen risico’s ontstaan voor.
- –
de volksgezondheid,
- –
het woon- en leefklimaat in de directe nabijheid van het horecabedrijf,
- –
de bruikbaarheid van de weg (terrassen),
Daarnaast zijn horecabedrijven kwetsbaar, omdat ze mogelijkheden tot witwassen en andere vormen van (vermogens-)criminaliteit bieden. Om dit tegen te gaan, maken wij gebruik van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob).
Risico-matrix
Doelen en indicatoren
|
Doelstelling |
|
Beschermen van de leefomgeving door te bevorderen dat horeca-gelegenheden aan de wettelijke eisen voldoen en voorkomen van inmenging van criminaliteit |
3.5.11 Evenementen
Profiel
Jaarlijks vindt een groot aantal evenementen plaats in Sittard-Geleen, variërend van klein tot groot. In artikel 2.24 en 2.25 van de Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen (APV) is geregeld voor welke evenementen een vergunning is vereist of met een melding kan worden volstaan. Er geldt een meldingsplicht voor kleine(re) evenementen en een vergunningplicht voor grote(re) evenementen. Voor elk evenement wordt het risicoprofiel bepaald (melding, A, B of C), waarbij de meest risicovolle evenementen als profiel C worden aangeduid. Jaarlijkse risicovolle evenementen zijn bijvoorbeeld: Oktoberfeesten, Groove Garden, Carnaval (‘t Kanón van ‘t Balkón), Kennedymars.
|
|
Meldingen |
|
|
Vergunningen: |
|
A |
Weinig risico |
|
B |
Gemiddeld risico |
|
C |
Hoog risico |
Wet- en regelgeving en beleid
Op evenementen is een breed scala van wet- en regelgeving van toepassing (Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht, Alcoholwet, Zondagswet, Luchtvaarwet, Bbl, Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop, etc.). De belangrijkste lokale verordening is de. Beleidsmatig zijn evenementen verankerd in het evenementenvergunningenbeleid Sittard-Geleen (inclusief nadere regels).
Problemen en risico’s
Evenementen zijn en blijven maatwerk. Per evenement vindt een risicoscan (A/B/C) en risicoanalyse plaats in samenwerking met adviseurs en hulpdiensten. De meest risicovolle evenementen zijn de B en C evenementen. Echter, ook A evenementen en in het bijzonder een cumulatie van evenementen, kunnen (hoog) risico met zich meebrengen.
Risico-matrix
Voor verder informatie verwijzen wij naar het Evenementenvergunningenbeleid Sittard-Geleen.
Doelen en indicatoren
|
Doelstelling |
|
Veilige, gezonde en kwalitatieve evenementen die inpasbaar zijn in de leefomgeving. |
3.5.12 Relevante aspecten APV en overige Omgevingsvergunningen
Profiel
Met betrekking tot kansspelen is er een vergunningstelstel van kracht voor:
- –
Het exploiteren van een speelgelegenheid op grond van de APV.
- –
Het aanwezig hebben van kansspelautomaten op grond van de Wet op de kansspelen. Op grond van deze wet is het aantal toegestane kansspelautomaten verdeeld in hoogdrempelige inrichtingen en in laagdrempelige inrichtingen.
- –
Verenigingen en anderen die bingo, kienen of loterij organiseren kunnen volstaan met een melding.
Voor het kappen van bomen is op basis van de Omgevingswet een vergunning nodig. In Sittard-Geleen is slechts in een beperkt aantal gevallen een omgevingsvergunning kap vereist.
Voor het realiseren of veranderen van een weg of uitweg is op basis van de Omgevingswet een vergunning nodig.
Problemen en risico’s
Bij kansspelen is er een risico op gokverslaving, concurrentievervalsing en op overlast in algemene zin indien er veel bezoekers komen. De kans op het zonder vergunning of melding exploiteren van een kansspelautomaat is niet erg groot.
Een risico en ongewenst effect van het onder toestemming kappen van bomen is een aantasting van groen binnen onze gemeente.
Bij de aanleg van een inrit, uitrit of het veranderen van een weg kan een onveilige verkeerssituatie ontstaan als dit zonder of in afwijking van een vergunning wordt gedaan. De kans hierop is klein.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode zijn de doelstellingen:
|
Doelstelling |
|
Toezien op het voldoen aan eisen bij het organiseren van kansspelen, het kappen van bomen en de aanleg van inritten/uitritten of het veranderen van een weg. |
4 Intrekken, citeertitel en inwerkingtreding
4.1 Intrekking oud beleid
Het Beleidsplan VTH-taken ‘Prioriteiten en doelstellingen deel 1’, vastgesteld in 2017 in te trekken.
4.2 Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als: "Overbruggingsbeleidsplan VTH-taken Sittard-Geleen 2026-2027, deel 1 ‘Prioriteiten en doelstellingen’.
4.3 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van 24 maart 2026
Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen,
mr. J.Th.C.M. Verheijen,
burgemeester
drs. L.J.F.P. Busschops
gemeentesecretaris
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl