Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760825
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760825/1
Subsidieregeling Kunstscholen Gemeente Maastricht 2026-2030
Geldend van 01-05-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Kunstscholen Gemeente Maastricht 2026-2030Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, overwegende dat: het gemeentebestuur middels een breed en toegankelijk kunstonderwijs in de vrije tijd, cultuurparticipatie wil bevorderen voor alle inwoners, en het culturele ecosysteem in Maastricht wil versterken door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht en de cultuurvisie van de gemeente Maastricht ‘Cultuur maakt Maastricht, Maastricht maakt cultuur’; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Kunstscholen Gemeente Maastricht 2026-2030.
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- -
Aanvrager: een kunstschool die een subsidieverzoek indient voor de Subsidieregeling Kunstscholen Gemeente Maastricht 2026-2030;
- -
Activiteitenplan: een overzicht van de activiteit(en) gedurende een cursusjaar (september – juli) waarvoor subsidie wordt gevraagd;
- -
Adviescommissie: een ambtelijke adviescommissie bestaande uit tenminste drie medewerkers van de gemeente Maastricht werkzaam binnen de beleidsafdeling Economie & Cultuur;
- -
Asv: de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht;
- -
Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
- -
Centre Céramique: gemeentelijke instelling die fungeert als facilitator van kunstonderwijs;
- -
Code Diversiteit & Inclusie: een gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector over diversiteit en inclusie. De code is een instrument van zelfregulering met als doel dat de culturele en creatieve sector de brede diversiteit van de Nederlandse samenleving representeert (Externe link:http://codedi.nl/);
- -
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht;
- -
Cultuurvisie: het document ‘Cultuur maakt Maastricht, Maastricht maakt cultuur’ zoals op 26 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Maastricht;
- -
Cursus kunstbeoefening: een pakket lessen (individueel of in groep) in de kunstdisciplines muziek, beeldende kunst, dans of theater aan amateur-beoefenaars gedurende een cursusjaar (september-juli);
- -
Discipline: de kunstvorm die het voorwerp is van de aangeboden cursussen kunstbeoefening: muziek, beeldende kunst, dans, theater;
- -
Discipline muziek: aanbod binnen minimaal de sub-disciplines (1) klassieke muziek, (2) pop/rock/jazz, (3) elektronische muziek, (4) HaFaBra, koper of brass;
- -
Discipline beeldende kunst: aanbod binnen minimaal de sub-disciplines (1) schilder- en tekenkunst, (2) beeldhouwkunst/keramiek/edelsmeedkunst, (3) lens-based art;
- -
Discipline dans: aanbod binnen minimaal de sub-disciplines (1) klassiek ballet, (2) urban, (3) moderne dans;
- -
Discipline theater: aanbod binnen minimaal de sub-disciplines (1) toneel, (2) musical, (3) performance;
- -
Diversiteit van het aanbod: mate waarin het aanbod binnen de kunstdiscipline de drie sub-disciplines of meer bevat;
- -
Docent: professionele aanbieder van cursus(sen) kunstbeoefening, beroepsmatig gekwalificeerd voor het geven van cursussen kunstbeoefening;
- -
Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie gericht op een toekomstbestendige arbeidsmarkt en beroepspraktijk (Externe link:http://fairpracticecode.nl/nl);
- -
Governance Code Cultuur: instrument voor goed bestuur en toezicht in de cultuursector dat het gehele besturingsproces omvat: beleid, uitvoering, toezicht en verantwoording (Externe link:http://www.governancecodecultuur.nl);
- -
Jeugd: personen tot 18 jaar;
- -
Jongeren: personen tot en met 27 jaar;
- -
Kunstschool: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, zonder winstoogmerk die een groep docenten verenigt die structureel kunstonderwijs aanbiedt binnen één of meerdere disciplines: muziek, dans, theater of beeldende kunst;
- -
Kunstonderwijs: onderwijs gericht op het ontwikkelen van artistieke vaardigheden en culturele competenties, aangeboden buiten het reguliere onderwijs;
- -
Lesruimten: de lokalen die de Gemeente Maastricht verhuurt aan docenten (of hun collectieven) in de locaties Centre Céramique (Plein 1992) en in de Herbenusstraat 89;
- -
Structureel lesaanbod: doorlopend, planmatig georganiseerd onderwijs dat op regelmatige basis wordt aangeboden en duurzaam onderdeel vormt van het programma. Hieronder worden geen losse projectmatige cursussen verstaan;
- -
Subsidiabele activiteit: structureel lesaanbod binnen één van de vier disciplines, gericht op inwoners van Maastricht;
- -
Subsidiejaar: het schooljaar, lopende van 1 september tot en met augustus het jaar erna.
- -
Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op basis van een bepaald wettelijk voorschrift;
Artikel 2. Toepassingsbereik
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van meerjarige subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Artikel 3. Activiteiten
-
1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten binnen de volgende disciplines:
- a.
Muziek
- b.
Dans
- c.
Theater
- d.
Beeldend
- a.
-
2. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor een samenhangend geheel van activiteiten:
- a.
op het gebied van kunst- en cultuuronderwijs;
- b.
gegeven door gediplomeerde docenten;
- c.
die in voldoende mate gericht zijn op en ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Maastricht;
- d.
die gerealiseerd worden in de periode september 2026 tot en met augustus 2030;
- e.
die onderling verbonden zijn of logischerwijs aan elkaar relateren;
- f.
die bijdragen aan kwalitatief hoogwaardig, voor iedereen toegankelijk en betaalbaar en divers kunstonderwijs in Maastricht, met bijzondere aandacht voor jeugd en jongeren;
- g.
voor het aanbieden van structureel lesaanbod binnen bovengenoemde disciplines.
- a.
Artikel 4. Doelgroep
-
1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een privaatrechtelijke rechtspersoon (stichting of vereniging) zonder winstoogmerk met volledige rechtsbevoegdheid:
- a.
die een duidelijke relatie heeft met de gemeente Maastricht op basis van vestiging en/of werkterrein;
- b.
die structureel en jaarlijks culturele activiteiten uitvoert die gericht zijn op en ten goede komen aan de gemeente Maastricht en haar inwoners;
- c.
waarvan de activiteiten (cursussen kunstbeoefening) voor minimaal 80% aantoonbaar plaats zullen vinden in door de gemeente Maastricht verhuurde lesruimten: de aanvrager toont dit aan op het moment van de subsidieaanvraag door middel van een schriftelijke verklaring van Centre Céramique van de aldaar geplaatste optie voor het aantal af te nemen cursusuren;
- d.
die binnen het culturele ecosysteem in Maastricht een rol vervult die logischerwijs aansluit bij een van de vier categorieën op basis waarvan binnen deze regeling subsidie kan worden aangevraagd, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1;
- e.
die bestaat uit een collectief van docenten dat aantoonbaar gezamenlijk structureel kunstonderwijs aanbiedt binnen één of meerdere disciplines.
- a.
-
2. Individuele docenten of solistisch opererende aanbieders komen niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 5. Subsidieplafond
-
1. Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt het subsidieplafond in totaal per boekjaar €350.000,- .
-
2. Jaarlijks vindt er een indexering van het subsidieplafond plaats.
Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
-
1. Voor subsidie komen uitsluitend de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.
-
2. Niet voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
Kosten die door de subsidieontvanger zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag;
- b.
Kosten die reeds gesubsidieerd of gefinancierd worden vanuit een andere subsidie- of inkooprelatie met gemeente Maastricht;
- c.
Kosten voor activiteiten die (reeds) uit eigen middelen worden verricht en gefinancierd;
- d.
Kosten waarop een andere gemeentelijke subsidieregeling reeds toeziet.
- a.
Artikel 7. Hoogte van de subsidie
-
1. Een subsidie bedraagt per discipline:
- -
Muziek: maximaal €120.000,- per subsidiejaar;
- -
Dans: maximaal €75.000,- per subsidiejaar;
- -
Theater: maximaal €90.000,- per subsidiejaar;
- -
Beeldend: maximaal €65.000,- per subsidiejaar.
- -
-
2. Jaarlijks vindt er een indexering van het subsidiebedrag plaats.
-
3. De subsidiebedragen zijn inclusief BTW.
Artikel 8. Wijze van verdeling meerjarige subsidies
-
1. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door college van burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. Bij de rangschikking van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de beoordelingscriteria zoals vermeld in art. 10 en de toekenning van punten per beoordelingscriterium zoals bepaald in art. 11.
Artikel 9. De aanvraag
Een meerjarige subsidie wordt aangevraagd voor een periode van maximaal 4 jaar, zijnde de cursusjaren 2026-2027, 2027-2028, 2028-2029 en 2029-2030.
- 1.
Een aanvraag voor een meerjarige subsidie voor de periode 2026-2030 wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website: http://http:www.gemeentemaastricht.nl/.
- 2.
Een aanvraag voor meerjarige subsidie moet ten minste de volgende documenten bevatten:
- a.
een recent (op het moment van aanvraag niet ouder dan 6 maanden) uittreksel van de Kamer van Koophandel;
- b.
een ingevulde verklaring de-minimissteun;
- c.
een meerjarig activiteitenplan 2026-2030 bestaande uit:
- i.
algemene instellingsgegevens;
- ii.
een omschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager tot de doelgroep behoort, zoals bedoeld in artikel 4;
- iii.
een onderbouwing van de disciplinekeuze op basis waarvan de aanvrager subsidie aanvraagt, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1;
- iv.
lesaanbod (breedte);
- v.
doelgroep (breedte);
- vi.
aantal leerlingen (geschat en indien mogelijk historisch onderbouwd);
- vii.
de mate van aandacht voor jeugd, jongeren en diversiteit en inclusie;
- viii.
omschrijving van de rol van de Kunstschool in het culturele ecosysteem van Maastricht en samenwerking met bijvoorbeeld andere kunstscholen en culturele instellingen in Maastricht;
- ix.
een sluitende meerjarenbegroting 2026-2030 waarin alle (verwachte) inkomsten en uitgaven inzichtelijk worden weergegeven en waaruit blijkt dat de meerjarige subsidie van de gemeente Maastricht noodzakelijk is;
- x.
de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag;
- xi.
een omschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft en toepast;
- xii.
een concreet uitgewerkt inhoudelijk jaarplan en bijbehorende sluitende jaarbegroting voor het cursusjaar 2026-2027;
- xiii.
indien de aanvrager een rechtspersoon is die voor de eerste keer subsidie aanvraagt: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, en ook het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.
- i.
- a.
Artikel 10. Beoordelingscriteria
-
1. Beoordeling vindt plaats op basis van:
- a.
Relevantie en passendheid binnen de gekozen discipline;
- b.
Breedte van het aanbod binnen de discipline;
- c.
Breedte van de verwachte doelgroep;
- d.
Aantal verwachte leerlingen;
- e.
De mate van aandacht voor jeugd, jongeren, en diversiteit en inclusie;
- f.
De mate van samenwerking met partners in de stad, zowel bestaand als beoogd;
- g.
Betekenis voor het culturele ecosysteem van de stad;
- h.
Gezonde bedrijfsvoering.
- a.
-
2. Per discipline geldt een minimaal verwacht aantal leerlingen per subsidiejaar. De volgende minimumnormen zijn van toepassing:
- a.
Muziek: minimaal 570 cursisten per jaar, waarvan minimaal 470 jonger dan 21 jaar;
- b.
Beeldend: minimaal 550 cursisten per jaar, waarvan minimaal 50 jonger dan 21 jaar;
- c.
Dans: minimaal 350 cursisten per jaar, waarvan minimaal 200 jonger dan 21 jaar;
- d.
Theater: minimaal 300 cursisten per jaar, waarvan minimaal 250 jonger dan 21 jaar.
Aanvragen die niet voldoen aan deze minimumnormen worden niet in behandeling genomen.
- a.
-
3. Een nadere toelichting op de beoordelingscriteria is opgenomen in Bijlage 1, die onderdeel uitmaakt van deze regeling.
Artikel 11. Wijze van beoordeling aanvragen meerjarige subsidies
-
1. Aanvragen voor een meerjarige subsidie voor de periode 2026-2030 worden voorgelegd aan een adviescommissie. De aanvragen worden door de adviescommissie beoordeeld binnen de discipline waarvoor subsidie is aangevraagd.
-
2. De aanvragen worden getoetst aan het bepaalde in artikelen 3 en 8 en beoordeeld aan de hand van de criteria zoals bedoeld in artikel 9.
-
3. Per beoordelingscriterium kent de adviescommissie de volgende punten toe:
- -
Relevantie en passendheid binnen de gekozen discipline (max. 10 punten);
- -
Breedte van het aanbod binnen de discipline (max. 10 punten);
- -
Breedte van de verwachte doelgroep (max. 10 punten);
- -
Aantal verwachte leerlingen (max. 10 punten);
- -
De mate van aandacht voor jeugd, jongeren, en diversiteit en inclusie (max. 10 punten);
- -
De mate van samenwerking met (culturele) partners in de stad (max. 10 punten);
- -
Betekenis voor het culturele ecosysteem van de stad (max. 10 punten);
- -
Gezonde bedrijfsvoering (max. 10 punten).
- -
-
4. Aan de hand van de puntentotalen worden de aanvragen per gerangschikt van hoog naar laag.
-
5. Aanvragen met hetzelfde puntentotaal worden, indien honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, in de volgende volgorde nader gerangschikt (van meest belangrijk naar minst belangrijk criterium):
- -
Aantal verwachte leerlingen;
- -
Relevantie en passendheid binnen de gekozen discipline;
- -
Breedte van het aanbod binnen de discipline;
- -
Breedte van de verwachte doelgroep;
- -
De mate van aandacht voor jeugd, jongeren, en diversiteit en inclusie;
- -
De mate van samenwerking met (culturele) partners in de stad;
- -
Betekenis voor het culturele ecosysteem van de stad;
- -
Gezonde bedrijfsvoering.
- -
Artikel 12. Herhaalde subsidieaanvragen
-
1. Subsidie wordt verleend voor 4 jaren, zijnde de cursusjaren 2026-2027 tot en met 2029-2030, met dien verstande dat de jaarlijkse subsidieverlening voor de subsidiejaren 2027-2028, 2028-2029 en 2029-2030 enkel plaatsvindt nadat jaarlijks een herhaalde subsidieaanvraag wordt ingediend die een concretisering en actualisering, zowel financieel en inhoudelijk, bevat van het meerjarige activiteitenplan 2026-2030 gericht op het desbetreffende subsidiejaar.
-
2. Alleen herhaalde subsidieaanvragen die voldoende in lijn zijn met het meerjarig activiteitenplan 2026-2030 van de aanvrager en welke voldoen aan de formele voorwaarden en vereisten van deze regeling komen voor subsidie voor het betreffende subsidiejaar in aanmerking.
-
3. Ieder jaar neemt het college een besluit of de subsidie voor het betreffende subsidiejaar al dan niet verleend wordt.
-
4. Een herhaalde subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website.
Artikel 13. Aanvraagtermijn
-
1. Een aanvraag voor een meerjarige subsidie wordt, in afwijking van artikel 7 lid 1 van de Asv, ingediend uiterlijk 30 mei 2026 om 13.00 uur.
-
2. De herhaalde subsidieaanvragen voor de cursusjaren 2027-2028, 2028-2029 en 2029-2030 worden ingediend uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het cursusjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
-
3. Een herhaalde subsidieaanvraag zoals bedoeld in artikel 12 lid 2 wordt alleen in behandeling genomen indien een meerjarige subsidie is verleend voor de jaren 2026 tot en met 2030.
-
4. Een te laat ingediende (herhaal)aanvraag wordt niet in behandeling genomen.
Artikel 14. Beslistermijn
-
1. Het college besluit op de aanvraag voor een meerjarige subsidie, in afwijking van artikel 8 lid 1 van de Asv, uiterlijk voor 1 juli 2026.
-
2. Het college besluit op de herhaalde subsidieaanvragen voor de subsidiejaren 2027-2028, 2028-2029 en 2029-2030, in afwijking van artikel 8 lid 1 van de Asv, uiterlijk voor 1 juli van het jaar waarin de aanvraag voor subsidie is ingediend.
Artikel 15. Aanvullende weigeringsgronden
Overeenkomstig artikel 9 lid 3, aanhef en onder f, van de Asv, wordt subsidieverlening geweigerd als:
- 1.
met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen;
- 2.
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;
- 3.
de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben;
- 4.
aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging kunnen worden uitgevoerd;
- 5.
de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
- 6.
het college op basis van de aanvraag er onvoldoende van overtuigd is dat de uit te voeren activiteiten kunnen worden gerealiseerd;
- 7.
de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.
Artikel 16. Verplichtingen
Het college kan in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen.
Artikel 17. Verantwoording en vaststelling
-
1. In afwijking van artikel 14 en 15 van de Asv dient de subsidieontvanger per afzonderlijk cursusjaar, uiterlijk voor 1 november van het jaar van het betreffende cursusjaar, een aanvraag tot vaststelling in.
-
2. Een aanvraag tot vaststelling dient te bestaan uit:
- -
een inhoudelijk verslag dat de aard en de omvang van de door de aanvrager verrichte (gesubsidieerde) activiteiten beschrijft en een beargumenteerde vergelijking bevat tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen. In dit activiteitenverslag worden minimaal expliciet de deelnemersaantallen in de categorie volwassene, jeugd en jongere vermeld;
- -
een financiële verantwoording bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verschillen tussen de begroting van het betreffende boekjaar en de realisatie worden in de financiële verantwoording toegelicht.
- -
-
3. Indien de subsidie meer dan € 75.000,- bedraagt, dient de verantwoording tevens te bevatten:
- -
een controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk registeraccountant; en
- -
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.
- -
-
4. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website: http://www.gemeentemaastricht.nl/.
-
5. Een subsidie wordt, conform artikel 16 lid 1 van de Asv, vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag tot vaststelling.
Artikel 18. Hardheidsclausule
-
1. In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.
-
2. Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
Artikel 19. Slotbepalingen
-
1. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 mei 2026.
-
2. Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Kunstscholen gemeente Maastricht 2026.
Ondertekening
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht d.d. 14 april 2026.
De Secretaris a.i. ,
G.G.H.M Haanen
De Burgemeester,
W.A.G. Hillenaar
Bijlage 1. Toelichting op de beoordelingscriteria
Deze bijlage geeft een nadere toelichting op de beoordelingscriteria zoals bedoeld in artikel 10 en artikel 11 van de Subsidieregeling Kunstscholen Gemeente Maastricht 2026–2030. De toelichting verduidelijkt hoe de adviescommissie de criteria toepast en welke elementen worden meegewogen bij de beoordeling van subsidieaanvragen.
1.Aantal verwachte cursisten
De commissie beoordeelt of het verwachte aantal leerlingen realistisch is en past bij de discipline. Daarbij wordt gekeken naar:
- •
Historische cijfers: hoeveel leerlingen waren er in eerdere jaren?
- •
Onderbouwing: hoe komt de aanvrager tot de prognose?
- •
Minimumnormen: voldoet de aanvraag aan de minimumnormen uit artikel 10 lid 2?
- •
Aandeel jeugd/jongeren: hoeveel leerlingen zijn jonger dan 21 jaar?
2. Relevantie en passendheid binnen de gekozen discipline
De commissie kijkt of het aanbod inhoudelijk past binnen de discipline waarvoor subsidie wordt aangevraagd (muziek, dans, theater of beeldend).
Daarbij let de commissie op:
- •
Inhoudelijke kwaliteit: Sluit het aanbod aan bij wat binnen de discipline gebruikelijk en wenselijk is?
- •
Subdisciplines: Worden de subdisciplines aangeboden die in de regeling zijn genoemd?
- •
Logische samenhang: Vormt het aanbod een logisch geheel dat herkenbaar is binnen de discipline?
- •
Professionele uitvoering: Zijn de docenten gekwalificeerd en is het aanbod didactisch verantwoord?
3. Breedte van het aanbod binnen de discipline
Hierbij beoordeelt de commissie hoe veelzijdig het aanbod is. Een breed aanbod betekent dat inwoners kunnen kiezen uit verschillende soorten lessen, stijlen of niveaus.
De commissie kijkt naar:
- •
Variatie in lesvormen: individuele lessen, groepslessen, ensembles, ateliers, workshops;
- •
Variatie in inhoud: verschillende stijlen of technieken binnen de discipline;
- •
Niveaus: beginners, gevorderden, doorstroommogelijkheden;
- •
Continuïteit: wordt het aanbod structureel en doorlopend aangeboden?
4. Breedte van de verwachte doelgroep
De commissie beoordeelt of het aanbod toegankelijk is voor verschillende groepen inwoners. Het gaat hierbij niet alleen om leeftijd, maar ook om diversiteit in achtergrond, ervaring en interesse.
De commissie let op:
- •
Leeftijdsgroepen: jeugd, jongeren, volwassenen, senioren;
- •
Toegankelijkheid: zijn er drempels, zoals prijs, locatie of niveau?
- •
Bereik van nieuwe doelgroepen: worden groepen bereikt die nu minder deelnemen?
- •
Inclusiviteit: is het aanbod open en uitnodigend voor iedereen?
5. Aandacht voor jeugd, jongeren, diversiteit en inclusie
De gemeente Maastricht vindt het belangrijk dat kunstonderwijs toegankelijk is voor iedereen, en in het bijzonder voor jeugd en jongeren. De commissie kijkt daarom naar:
- •
Concrete acties: hoe worden jeugd en jongeren actief bereikt?
- •
Toegankelijkheid: zijn lessen betaalbaar en laagdrempelig?
- •
Diversiteit: worden verschillende groepen inwoners aangesproken?
- •
Toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie: hoe wordt deze code in de praktijk gebracht?
6. Samenwerking met (culturele) partners in de stad
De commissie beoordeelt hoe de kunstschool samenwerkt met andere (culturele) partijen in Maastricht. Samenwerking versterkt het culturele netwerk en vergroot de impact van het aanbod.
De commissie kijkt naar:
- •
Bestaande samenwerkingen: met scholen, culturele instellingen, verenigingen, andere kunstscholen;
- •
Kwaliteit van de samenwerking: is deze structureel, inhoudelijk en wederkerig?
- •
Toekomstige plannen: zijn er concrete ideeën voor nieuwe samenwerkingen?
- •
Meerwaarde: draagt de samenwerking bij aan een sterker cultureel ecosysteem?
7. Betekenis voor het culturele ecosysteem van de stad
De commissie beoordeelt welke rol de kunstschool speelt in het bredere culturele veld van Maastricht. Daarbij wordt gekeken naar:
- •
Talentontwikkeling: draagt de kunstschool bij aan de ontwikkeling van lokaal talent?
- •
Doorstroom: zijn er verbindingen met andere instellingen, zoals podia, verenigingen of vervolgopleidingen?
- •
Zichtbaarheid: is de kunstschool actief aanwezig in de stad?
- •
Maatschappelijke waarde: draagt het aanbod bij aan cultuurparticipatie en gemeenschapsvorming?
8. Gezonde bedrijfsvoering
Een kunstschool moet financieel en organisatorisch stabiel zijn om structureel lesaanbod te kunnen bieden. De commissie kijkt daarom naar:
- •
Sluitende begroting: zijn inkomsten en uitgaven realistisch en in balans?
- •
Financiële positie: hoe staat het met de egalisatiereserve en andere middelen?
- •
Transparantie: is de financiële informatie duidelijk en volledig?
- •
Professionele organisatie: zijn processen, planning en administratie op orde?
- •
Toepassing van relevante codes: Governance Code Cultuur en Fair Practice Code.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl