Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760811
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760811/1
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Duiven 2026
Geldend van 21-04-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Duiven 2026Besluit
- 1.
de huidige beleidsregels bijzondere bijstand 2019 Duiven in te trekken;
- 2.
nieuwe beleidsregels bijzondere bijstand 2026 vast te stellen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begrippen
Alle begrippen die niet zijn uitgelegd hebben dezelfde betekenis als de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- 1.
Adequaat verzekeren voor kosten van medische aard: het hebben afgesloten van een basisverzekering en daarnaast een aanvullende verzekering die naar het oordeel van het college zijn afgestemd op diens medische situatie en de te verwachte kosten;
- 2.
bijstandsnorm: de bijstandsnorm volgens artikel 5 onder c van de wet, zonder toepassing van artikel 22a van de wet;
- 3.
De wet: de Participatiewet (Pw);
- 4.
Draagkracht: het deel van het inkomen en/of vermogen dat de belanghebbende geacht wordt aan te wenden om in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;
- 5.
Duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die bestemd zijn voor een duurzaam gebruik, zoals bijvoorbeeld een koelkast, wasmachine, bed, matras en bankstel;
- 6.
Het college: het college van burgemeester en wethouders;
- 7.
Inkomen: het inkomen zoals bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van de wet;
- 8.
Medisch noodzakelijk: de objectief vast te stellen noodzaak van medische kosten die voortvloeien uit een medische aandoening of beperking waarbij:
- a.
de kosten niet vermijdbaar zijn;
- b.
de kosten medisch geïndiceerd zijn door een (tand)arts;
- a.
- 9.
Msnp: Minnelijke schuldregeling natuurlijke personen op grond van de Wgs;
- 10.
Nibud prijzengids: de jaarlijks door het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) uitgegeven gids met een overzicht van de prijzen van diverse artikelen en diensten;
- 11.
Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet;
- 12.
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
- 13.
Wlz: Wet langdurige zorg;
- 14.
Wmo: De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- 15.
woonkosten:
- a.
Bij huur van een woning, een woonwagen of een woonboot, de rekenhuur per maand volgens artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;
- b.
Bij eigendom van een woning, woonwagen of een woonboot: de maandelijkse hypotheekrente en zakelijke lasten per maand;
- a.
- 16.
Wrb: de wet op de rechtsbijstand;
- 17.
Wsf: de Wet studiefinanciering 2000;
- 18.
Wsnp: de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;
- 19.
Wtos: de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
- 20.
Zelfstandige: de zelfstandige als bedoeld in artikel 2 van het Bbz 2004.
Artikel 2 Reikwijdte
Het bepaalde in deze beleidsregels heeft uitsluitend betrekking op artikel 35 van de wet.
Artikel 3 Vorm van de bijzondere bijstand
-
1. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt, tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald.
-
2. In afwijking van het eerste lid wordt de bijzondere bijstand in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt in de gevallen die genoemd worden in artikel 48, tweede lid, van de wet.
Artikel 4 Aanvraag
-
1. De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend. Bij de aanvraag moeten de gegevens worden verstrekt die het college nodig vindt om te beoordelen of er recht bestaat op bijzondere bijstand.
-
2. Een aanvraag bijzondere bijstand moet binnen 13 weken na het ontstaan van de koste
-
3. 33+-9-8-0 worden ingediend.
Artikel 5 Hoogte van de bijzondere bijstand
-
1. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten van de goedkoopste toereikende voorziening.
-
2. De hoogte van de te verlenen bijstand wordt verminderd met de draagkracht van belanghebbende.
Artikel 6 Drempelbedrag
Het college hanteert bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand geen drempelbedrag.
Hoofdstuk 2 Draagkracht
Artikel 7 Draagkrachtbepaling
-
1. Er wordt geacht gedurende de looptijd van het traject geen draagkracht aanwezig te zijn uit inkomen en vermogen wanneer er sprake is van toelating tot een Wsnp traject of toelating tot een Msnp;
-
2. Wanneer een samenwonende partner buiten het traject van de Wsnp of Msnp valt, wordt het inkomen van de partner volledig meegenomen en afgezet tegen de alleenstaande norm.
-
3. Bij de draagkrachtvaststelling worden alleen inkomsten en vermogen in aanmerking genomen die feitelijk kunnen worden aangewend om te voorzien in de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd.
Artikel 8 Draagkracht uit inkomen
-
1. Draagkracht uit inkomen wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 31, 32 en 33 van de wet.
Voor het vaststellen van de draagkracht gelden de onderstaande draagkrachtpercentages voor het inkomen:
- a.
15% van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm tot een bedrag van € 2.750,00 per jaar;
- b.
30% van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven 110% de van toepassing zijnde bijstandsnorm meer dan € 2.750,00 per jaar;
- c.
100% van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm in geval van woonkostentoeslag.
- a.
-
2. De volgende inkomsten worden niet tot de draagkracht uit inkomen gerekend:
- a.
Middelen waarvan de wet bepaalt dat zij niet tot het inkomen behoren (art. 31 lid 2 Pw);
- b.
De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet, wordt buiten beschouwing gelaten. Voor de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 22a lid 3 van de wet moet als de kostdelersnorm van toepassing is, worden gelezen: de norm die van toepassing zou zijn geweest als de kostdelersnorm niet geldt;
- c.
Het deel van het netto-inkomen tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm;
- a.
-
3. Wanneer een woning wordt bewoond zonder dat de aanvrager woonlasten betaalt, en een derde deze lasten draagt, wordt de bijstandsnorm verlaagd overeenkomstig artikel 27 van de wet. De verlaging bedraagt 10% van de gehuwdennorm inclusief vakantiegeld.
Artikel 9 Draagkracht uit vermogen
-
1. De hoogte van het vermogen wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van de wet.
-
2. Het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf als bedoeld in artikel 34 lid 2 onderdeel van de wet wordt niet meegerekend. Is de overwaarde groter dan het in de wet genoemde vermogen, dan kan de bijstand als lening verstrekt worden met het huis als onderpand (krediethypotheek).
-
3. Voor zelfstandigen wordt het eigen vermogen berekend volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
Artikel 10 Draagkrachtperiode
-
1. De vaststellingsperiode van het inkomen wordt als volgt bepaald;
- a.
Bij een stabiel inkomen wordt de draagkracht gebaseerd op het inkomen op het moment van aanvraag.
- b.
Bij een onregelmatig inkomen wordt de draagkracht bepaald op basis van het gemiddelde inkomen over de zes voorafgaande maanden, gerekend vanaf de aanvraagdatum.
- c.
Bij zelfstandig ondernemers wordt de draagkracht berekend op basis van het inkomen over het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag. Basis hiervoor is in beginsel de (voorlopige) aanslag over dat jaar en secundair de belastingaangifte. Wijkt de draagkracht van de zelfstandige op moment van de aanvraag substantieel af (20 procent of meer], dan wordt de draagkracht van de zelfstandige in afwijking van de eerste volzin vastgesteld op basis van de gegevens die bekend zijn over het inkomen op moment van de aanvraag of de laatste 6 maanden voorafgaand aan de aanvraag. Basis hiervoor is de laatste kwartaalaangifte/BTW aangifte die is gedaan.
- a.
-
2. De draagkracht wordt in beginsel telkens voor een periode van 12 maanden, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de kosten gemaakt zijn. Voor personen die algemene bijstand, AOW (inclusief AIO), IOAW, IAZ of WAJONG ontvangen geldt dat de draagkrachtperiode gelijk is aan de periode dat de uitkering wordt ontvangen.
-
3. In geval zich substantiële wijzigingen in het inkomen/vermogen voordoen dan wordt de draagkracht opnieuw berekend worden. Hiervan is sprake:
- a.
Een substantiële wijziging van inkomen; of
- b.
Het een wijziging van de gezinssituatie betreft die een normwijziging (of beëindiging van de bijstand) tot gevolg heeft; of
- c.
Als er een wijziging in de vermogenssituatie is opgetreden, in zoverre dat de wijziging een overschrijding van de van toepassing zijnde vermogensgrens betekent.
- a.
-
4. Een herziening als bedoeld in het derde lid heeft geen gevolgen voor bijzondere bijstand die reeds in het betreffende draagkrachtjaar is toegekend, maar werkt uitsluitend door naar periodieke bijzondere bijstand die nog verstrekt moet worden na de draagkrachtwijziging.
Hoofdstuk 3 Medische kosten
Artikel 11 Uitgangspunten medische kosten
-
1. Van belanghebbenden wordt verwacht dat zij zich adequaat verzekeren. Wanneer een belanghebbende niet adequaat verzekerd is, kan dat leiden tot "ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid". Voor kosten die zouden worden vergoed door de adequate verzekering wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
-
2. Het college kan in afwijking van artikel 15 van de wet, bijzondere bijstand verstrekken voor kosten zoals uitsluitend genoemd in dit hoofdstuk, die niet (volledig) vergoed worden vanuit de voor de inwoner geldende adequate zorgverzekering, wanneer deze kosten:
- a.
Medisch noodzakelijk zijn;
- b.
Redelijkerwijs niet uit het inkomen of vermogen kunnen worden voldaan;
- a.
-
3. Bijzondere bijstand op grond van het tweede lid geldt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Deze bijstand wordt verleend tot het in het betreffende artikel genoemde maximale bedrag.
Artikel 12 Brillen en contactlenzen
-
1. Van adequaat verzekeren voor brillen en contactlenzen is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende zorgverzekering die een vergoeding biedt van ten minste € 100,00 per periode van twee jaar voor de aanschaf van een bril of contactlenzen.
-
2. De kosten van zowel enkelvoudige- als multifocale brillenglazen worden als noodzakelijk aangemerkt.
-
3. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor kosten van bijzondere voorzieningen zoals multifocale contactlenzen, meekleurende of ontspiegelde glazen, sportmonturen, zonnebrillen op sterkte of monturen ontworpen met unieke eigenschappen (comfortabelere pasvorm, extra flexibele of sterke materialen).
-
4. Er wordt voor brillen en contactlenzen maximaal eenmaal per twee jaar bijzondere bijstand verleend.
-
5. Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van:
- a.
€ 60,00 voor een montuur wanneer het niet mogelijk is nieuwe glazen in een bestaand montuur te plaatsen;
- b.
€ 75,00 per enkelvoudig glas;
- c.
€ 165,00 per multifocaal glas;
- d.
€ 245,00 voor contactlenzen, inclusief vloeistof.
- a.
Artikel 13 Hoortoestellen
-
1. Van adequaat verzekeren is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende zorgverzekering die de wettelijke eigen bijdrage voor hoortoestellen volledig vergoedt, dan wel een vergoeding biedt tot minimaal het (jaarlijks) geldende bedrag van deze wettelijke eigen bijdrage.
-
2. Er wordt voor een hoortoestel en de daarmee samenhangende kosten maximaal eens per vijf jaar bijzondere bijstand verstrekt.
-
3. Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van:
- a.
€ 800,00 per hoortoestel.
- b.
€ 175,00 voor de met een hoortoestel samenhangende kosten
- a.
Artikel 14 Dieetkosten
-
1. Bijzondere bijstand kan worden verstrekt voor meerkosten van een medisch noodzakelijk dieet, wanneer er aantoonbare meerkosten zijn t.o.v. normale voeding.
-
2. Na een gastric bypass kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor supplementen die voldoen aan de relevante medische richtlijnen.
-
3. Hoogte van de vergoeding wordt bepaald volgens de Nibud Prijzengids.
-
4. Maximale jaarlijkse bijzondere bijstand: € 200,00.
Artikel 15 Tandheelkundige hulp
- 1.
Van adequaat verzekeren voor tandartskosten is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende tandartsverzekering die tandartskosten vergoedt voor 100% van de kosten tot een maximum van € 250,00 per kalenderjaar.
- 2.
De kosten voor de verschuldigde eigen bijdrage voor tandartskosten worden als noodzakelijk beschouwd.
- 3.
Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van € 350,00 per verzekerde, per kalenderjaar.
Artikel 16 Orthodontie
-
1. Van adequaat verzekeren is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende zorgverzekering die een vergoeding biedt van ten minste € 500,00 per behandeltraject voor orthodontie.
-
2. Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van €1200,00 per verzekerde tot de leeftijd van 18 jaar.
Artikel 17 Eigen bijdrage voor kraamzorg
-
1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de wettelijke eigen bijdrage voor kraamzorg tot een maximum van € 200,00 per kalenderjaar.
Artikel 18 Maaltijdvoorzieningen
-
1. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor maaltijdvoorzieningen vanwege passende en toereikende voorliggende alternatieven.
-
2. Er wordt bij bestaande indicaties bijzondere bijstand verstrekt tot uiterlijk 1 januari 2029.
Artikel 19 Pedicure en manicure
-
1. Van adequaat verzekeren voor pedicure of manicure is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende zorgverzekering die een vergoeding biedt voor pedicure- en manicurekosten van minimaal 6 behandelingen per kalenderjaar.
-
2. Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van dertien behandelingen per verzekerde, per kalenderjaar tot een bedrag van € 35,00 per behandeling bij een erkende (bij de branchevereniging aangesloten) pedicure of manicure;
-
3. Als de vergoeding vanuit de aanvullende verzekering al is gebruikt voor voetzorg anders dan pedicure kan er bijzondere bijstand worden verstrekt voor maximaal tien extra behandelingen voor pedicure tot een bedrag van € 35,00 per behandeling.
-
4. Als belanghebbende ouder is dan 70 jaar wordt er een medische noodzaak verondersteld.
Artikel 20 Steun- of podozolen
-
1. Er wordt maximaal eenmaal per jaar bijzondere bijstand verstrekt voor steun- of podozolen aan kinderen tot 16 jaar, tot een maximum van € 75,00 per zool.
-
2. Er wordt maximaal eenmaal per twee jaar bijzondere bijstand verstrekt voor steun- of podozolen aan kinderen vanaf 16 jaar en volwassenen, tot een maximum van € 75,00 per zool.
Hoofdstuk 4 Reiskosten
Artikel 21 Reiskosten medische behandeling
-
1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor reiskosten inclusief parkeerkosten die verband houden met een medisch- of revalidatietraject dat langer duurt dan drie maanden wanneer:
- a.
De medische behandeling plaatsvindt in een ziekenhuis of revalidatie instelling en;
- b.
Het gaat om een door de zorgverzekeraar erkende en (*gedeeltelijk) vergoede behandeling, uitgevoerd door een BIG-geregistreerde hulpverlener of erkende instelling.
- a.
-
2. De hoogte van de bijstand wordt vastgesteld op basis van de onbelaste reiskostenvergoeding volgens de richtlijnen van de Belastingdienst. Voor het bepalen van de afstand wordt de kortste route vanaf het woonadres gehanteerd.
-
3. Wanneer de enkele reisafstand minder dan tien kilometer bedraagt, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Artikel 22 Reiskosten ziekenbezoek
-
1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de reiskosten van het bezoeken van een buiten de woongemeente opgenomen partner dan wel bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad.
-
2. De hoogte van de bijstand wordt bepaald op basis van een kilometervergoeding zoals wordt gehanteerd volgens de richtlijnen van de Belastingdienst. Om de afstand te bepalen wordt de kortste route vanaf woonadres gehanteerd.
-
3. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van een bezoekfrequentie van maximaal vier keer per week aan een partner of bloed- of aanverwant in de 1e graad en op een bezoekfrequentie van maximaal eenmaal per week aan een bloed- of aanverwant in de 2e graad.
-
4. In bijzondere situaties zoals bij iemand die terminaal is of wanneer het gaat om een jong kind, kan op individuele basis worden afgeweken van de maximale bezoekfrequentie zoals genoemd in lid 3.
-
5. Wanneer de enkele reisafstand minder dan tien kilometer bedraagt, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Artikel 23 Reiskosten bezoek gedetineerde
-
1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de reiskosten van het bezoeken van een gedetineerde indien:
- a.
De gedetineerde een partner dan wel bloed- of aanverwant is in de 1e graad en;
- b.
De gedetineerde geen recht op verlof heeft.
- a.
-
2. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van een bezoekfrequentie van maximaal 2 keer per maand.
-
3. Wanneer de gedetineerde jonger is dan 18 jaar kan de bijzondere bijstand in afwijking van het tweede lid worden verstrekt tot een maximum van één keer per week.
-
4. De hoogte van de bijstand wordt bepaald op basis van een kilometervergoeding zoals wordt gehanteerd volgens de richtlijnen van de Belastingdienst. Om de afstand te bepalen wordt de kortste route vanaf woonadres gehanteerd.
Hoofdstuk 5 Woonkosten
Artikel 24 Inrichtingskosten
-
1. Er wordt op grond van artikel 51 van de wet, bijzondere bijstand verstrekt voor stofferingskosten of duurzame gebruiksgoederen indien:
- a.
Er door niet verwijtbare omstandigheden onvoldoende draagkracht is en;
- b.
Er redelijkerwijs niet gereserveerd kon worden voor deze kosten en;
- c.
Er geen geldlening mogelijk is waarmee volledig in de kosten kan worden voorzien.
- a.
-
2. De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en stofferingskosten wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen zoals die zijn vermeld in de Nibud prijzengids, waarbij in beginsel wordt uitgegaan van maximaal 60% van de genoemde bedragen omdat belanghebbende de goederen tweedehands aan moet kunnen schaffen.
-
3. Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt in de vorm van een lening verstrekt
-
4. Bijzondere bijstand voor stofferingskosten wordt verstrekt om niet.
Artikel 25 Verhuiskosten
-
1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van een verhuizing indien er sprake is van:
- a.
Eerste huisvesting van statushouders of;
- b.
Een niet voorzienbare en noodzakelijke verhuizing als gevolg van een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag of;
- c.
Een verhuizing als gevolg van een onveilige situatie of;
- d.
Geen lening kunnen ontvangen van de kredietbank Nederland.
- a.
-
2. De werkelijke kosten worden vergoed waarbij als uitgangspunt geldt: verhuizen met behulp van het eigen netwerk. De hoogte van de bijstand voor verhuiskosten is gelijk aan de werkelijke gemaakte kosten van huur van een aanhanger of busje (incl. brandstofkosten) met een maximum van € 250,00.
-
3. Als een eigen netwerk en zelfredzaamheid ontbreekt, kunnen de werkelijke kosten van een verhuizer worden vergoed tot een maximum van € 1000,00.
Artikel 26 Eerste huur, administratiekosten en waarborgsom
-
1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van een eerste huur en administratiekosten indien er sprake is van:
- a.
Eerste huisvesting van statushouders of;
- b.
Een niet voorzienbare en noodzakelijke verhuizing als gevolg een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag of;
- c.
Een verhuizing als gevolg van een onveilige situatie of;
- d.
Geen lening kunnen ontvangen van de kredietbank Nederland.
- a.
-
2. De bijzondere bijstand voor de eerste huur wordt om niet verstrekt en direct overgemaakt naar de verhuurder/woningstichting.
-
3. Bijzondere bijstand voor de waarborgsom wordt in de vorm van een lening verstrekt.
Artikel 27 Vaste lasten kort gedetineerden
-
1. Het college verstrekt alleen bijzondere bijstand voor de vaste lasten van een gedetineerde indien sprake is van zeer dringende redenen waardoor het noodzakelijk is de woning aan te houden en belanghebbende de kosten niet zelf kan dragen.
-
2. Bijzondere bijstand kan uitsluitend worden verstrekt wanneer:
- a.
De detentie naar verwachting langer duurt dan één maand en;
- b.
De detentie korter duurt dan zes maanden, of de duur bij voorarrest nog onduidelijk is, én
- c.
Belanghebbende niet vooraf kon reserveren voor deze lasten en;
- d.
De gedetineerde geen andere mogelijkheden heeft om de kosten te beperken.
- a.
-
3. De kosten die voor vergoeding in aanmerking komen zijn;
- a.
Huurprijs minus huurtoeslag;
- b.
Vastrecht voor gas, water en elektriciteit.
- c.
Heraansluitingskosten van nutsvoorzieningen (in de vorm van lening), wanneer afsluiten goedkoper is dan doorbetalen.
- a.
-
4. De bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een lening.
Artikel 28 Woonkostentoeslag huurders
-
1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de woonkosten van een, door belanghebbende bewoonde huurwoning, wanneer er door bijzondere omstandigheden geen of geen volledig recht op huurtoeslag bestaat.
-
2. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt bepaald door de rekenhuur verminderd met de eigen bijdrage die op grond van de Wet op de huurtoeslag voor rekening van de belanghebbende zou blijven.
-
3. Wanneer de woonkosten hoger zijn dan de rekenhuur waarvoor maximale huurtoeslag kan worden ontvangen, kan er op grond van individuele omstandigheden (aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt. De hoogte van deze toeslag wordt bepaald door de woonkosten te verminderen met de maximale huurtoeslag waarop de belanghebbende aanspraak zou kunnen maken.
- a.
Er wordt daarbij de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere, passende huisvesting. De verhuisverplichting is van toepassing indien de woonkosten hoger zijn dan de huur waarvoor aanspraak op maximale huurtoeslag bestaat.
- b.
Wanneer er in voldoende mate inspanning is gepleegd om de verhuisplicht na te leven zonder dat dit heeft geleid tot het verkrijgen van een passende woning of woonruimte, kan de woonkostentoeslag maximaal één jaar worden verlengd.
- a.
-
4. Wanneer op basis van het vorige lid de verhuisplicht is opgelegd, moet belanghebbende in ieder geval:
- a.
Binnen één maand na eerste toekenning van de bijzondere bijstand een urgentieverklaring aanvragen en;
- b.
Binnen één maand na eerste toekenning van de bijzondere bijstand inschrijven als woningzoekende bij Entree en deze inschrijving handhaven gedurende de hele periode dat een woonkostentoeslag wordt ontvangen; en
- c.
In de periode van bijstandsverlening aantoonbare activiteiten (minimaal twee reacties per maand op passende woningen bij een woningbouwvereniging of op de particuliere markt) verrichten om een passende woning of woonruimte te zoeken en te accepteren.
- a.
-
5. Onder passende woningen worden in ieder geval woningen of woonruimten verstaan:
- a.
Een woning met woonlasten die lager zijn dan de maximaal subsidiabele huurgrens;
- b.
Een woning die volgens algemene maatstaven passen bij de gezinssituatie van belanghebbende.
- a.
Artikel 29 Woonkostentoeslag eigenaren
-
1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de woonkosten van een eigen en zelf bewoonde woning wanneer er sprake is van een scherpe inkomensdaling en daardoor de vaste woonlasten voor de eigen woning niet meer kunnen worden voldaan. De volgende woonkosten komen voor deze woonkostentoeslag in aanmerking:
- a.
De hypotheekrente;
- b.
De zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals rioolrechten, het eigenaarsdeel waterschapslasten, de erfpachtcanon, de premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade (alleen voor de opstallen) en het eigenaarsdeel onroerendezaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel).
- a.
-
2. De hoogte van de woonkostentoeslag als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald door de woonkosten minus de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximale huurgrens.
-
3. In afwijking van de vorige leden kan er, wanneer de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens in de Wet op de huurtoeslag, op grond van individuele omstandigheden een (aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt, waarbij de hoogte hiervan wordt bepaald aan de hand van de woonkosten minus de maximale huurtoeslag die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximale huurgrens.
-
4. De woonkostentoeslag als bedoeld in het derde lid wordt toegekend voor een periode van één jaar.
- a.
Er wordt daarbij de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere, passende huisvesting. De verhuisverplichting is van toepassing indien de woonkosten hoger zijn dan de huur waarvoor aanspraak op maximale huurtoeslag bestaat.
- b.
Wanneer er in voldoende mate inspanning is gepleegd om de verhuisplicht na te leven zonder dat dit heeft geleid tot het verkrijgen van een passende woning of woonruimte, kan de woonkostentoeslag maximaal één jaar worden verlengd.
- a.
-
5. Wanneer op basis van het vorige lid de verhuisplicht is opgelegd, moet belanghebbende in ieder geval:
- a.
binnen 2 maanden na toekenning van de bijzondere bijstand de eigen woning te koop aanbieden via een erkende makelaar die zorgdraagt dat op de geëigende wijze wordt geadverteerd en deze aanbieding handhaven gedurende de hele periode dat een woonkostentoeslag wordt ontvangen;
- b.
De vraagprijs van de woning zodanig vaststelt dat die in redelijke verhouding staat tot de waarde van de woning. Deze waardebepaling wordt onderbouwd door een erkende taxateur.
- c.
In de periode van bijstandsverlening alles in het werk stelt om de woning te verkopen.
- a.
-
6. Nadat de verkoopovereenkomst is gesloten, moet belanghebbende in ieder geval:
- a.
Binnen één maand een urgentieverklaring aanvragen;
- b.
Zich binnen één maand inschrijven als woningzoekende; en
- c.
In de resterende periode van bijstandsverlening in de vorm van een woonkostentoeslag aantoonbare activiteiten (minimaal twee reacties per maand op passende woningen bij een woningbouwvereniging of op de particuliere markt) verrichten die gericht zijn op het vinden en accepteren van een passende woning of woonruimte.
- a.
-
7. Onder passende woningen worden in ieder geval woningen of woonruimten verstaan:
- a.
Een woning met woonlasten die lager zijn dan de maximaal subsidiabele huurgrens;
- b.
Een woning die volgens algemene maatstaven passen bij de gezinssituatie van belanghebbende.
- a.
Hoofdstuk 6 Juridische kosten
Artikel 30 Kosten rechtsbijstand
- 1.
Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de eigen bijdrage op grond van een toevoeging op basis van de Wrb, voor griffierechten en voor andere door de wet of kantonrechter vastgestelde noodzakelijke kosten.
- 2.
Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor:
- a.
Vertaalkosten;
- b.
Reiskosten voor het bijwonen van rechtszittingen;
- c.
Proceskosten;
- d.
Uittreksel persoonsregistratie
- e.
Kosten gemaakt in de bezwaarfase, anders dan de eigen bijdrage op grond van de Wrb.
- a.
Artikel 31 Kosten bewindvoering, mentorschap en curatele
-
1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van bewindvoering, mentorschap of curatele.
-
2. De bijzondere bijstand wordt verstrekt vanaf de door de kantonrechter vastgestelde ingangsdatum hiervan.
-
3. Onder de kosten van bewindvoering, mentorschap of curatele wordt mede gerekend de kosten voor:
- a.
Griffierecht
- b.
Bankkosten van een beheerrekening
- a.
-
4. De bijzondere bijstand is gelijk aan de werkelijke kosten, maar bedraagt nooit meer dan de in ‘Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren’, vastgestelde bedragen.
-
5. Voor de kosten van Wsnp bewind en PGB beheer wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Artikel 32 Kosten budgetbeheer bij schulden of vrijwillige bewindvoering
-
1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van noodzakelijke budgettering of vrijwillige bewindvoering wanneer:
- a.
Er geen betalingen kunnen worden verricht als gevolg van psychische en/of sociale problemen en;
- b.
Er geen gebruik kan worden gemaakt van schuldhulpverlening.
- a.
-
2. De noodzaak van budgettering en vrijwillige bewindvoering wordt vastgesteld door de schuldhulpverlenende instantie en vastgelegd in een plan van aanpak.
Artikel 33 Legeskosten in verband met een verblijfsvergunning
-
1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor legeskosten in verband met een verblijfsvergunning als de belanghebbende rechtmatig verblijft Nederland als bedoeld in artikel 11 van de wet.
-
2. De bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een lening.
-
3. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van naturalisatie.
Hoofdstuk 7 Overige kosten
Artikel 34 Uitvaartkosten
-
1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van een sobere doch gebruikelijke uitvoeringswijze van een uitvaart wanneer:
- a.
Er geen beroep kan worden gedaan op een uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering en;
- b.
Deze kosten niet kunnen worden voldaan uit de nalatenschap of eigen vermogen en;
- c.
De kosten niet (volledig) voor rekening van een andere erfgenaam kunnen komen en;
- d.
De belanghebbende een op grond van artikelen 392 – 396 BW tot onderhoud van de overledene verplicht is.
- a.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het aandeel in de werkelijke kosten, met een maximum van € 5.000,00.
Hoofdstuk 8 Hardheidsclausule
Artikel 35 Toepassing hardheidsclausule
Er kan, in afwijking van het bepaalde in deze beleidsregels, bijzondere bijstand worden verstrekt wanneer sprake is van niet voorzienbare, zeer dringende redenen die maken dat strikte toepassing van deze regels zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard of tot disproportionele gevolgen voor de belanghebbende. Onder zeer dringende redenen wordt in ieder geval verstaan:
- a.
Omstandigheden waarin weigering van bijstand leidt tot een acute en ernstige financiële noodsituatie;
- b.
Omstandigheden waarin persoonlijke, medische of sociale factoren maken dat de gevolgen van afwijzing onevenredig zwaar zijn in verhouding tot het doel van de beleidsregel;
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Artikel 36 Citeertitel en inwerkingtreding
-
1. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Duiven 2026”.
-
2. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2026.
-
3. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven houdende regels omtrent bijzondere bijstand Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2018’ ingetrokken.
[Artikel 39, lid 3 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven houdende regels omtrent bijzondere bijstand Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2019’ ingetrokken.]
Artikel 37 Overgangsrecht
-
1. Reeds toegekende bijstand, verleend op grond van de beleidsregels bijzondere bijstand 2019, blijft van kracht tot het einde van het reeds vastgestelde draagkrachtjaar tenzij toepassing van de nieuwe beleidsregels zou leiden tot een gunstiger resultaat voor de belanghebbende.
-
2. Voor kosten die gemaakt zijn tussen 1 januari 2026 en 1 april 2026, kan in afwijking van artikel 4 lid 2 een aanvraag worden ingediend tot 1 juli 2026.
-
Ondertekening
Toelichting Beleidsregels Bijzondere bijstand 2026
Inleiding en doel van de toelichting
Deze toelichting verduidelijkt de beleidsregels voor bijzondere bijstand 2026. Het doel is om inzicht te geven in de achterliggende afwegingen, begrippen en toepassing van de regels. De toelichting ondersteunt consulenten en ketenpartners bij een zorgvuldige, eenduidige beoordeling van aanvragen en borgt dat beslissingen aansluiten bij zowel de Participatiewet als gemeentelijke beleidsdoelen.
Achtergrond en beleidskader
Bijzondere bijstand kan worden verstrekt wanneer inwoners noodzakelijke kosten hebben die voortkomen uit bijzondere, individuele omstandigheden. Deze kosten kunnen redelijkerwijs niet worden betaald uit het inkomen of vermogen. De Participatiewet vormt het juridische kader, waarbij onder meer artikel 35 Pw en artikel 15 Pw richting geven aan de beoordeling.
Algemene uitgangspunten
- 1.
Bijzondere bijstand is mogelijk bij onverwachte situaties. Bijzondere bijstand kan worden toegekend als er noodzakelijke kosten zijn door persoonlijke en bijzondere omstandigheden waarvoor de kosten niet vallen onder de noodzakelijke kosten van bestaan die betaald kunnen worden uit het inkomen.
- 2.
Voor noodzakelijke (duurzame) gebruiksgoederen geldt dat eerst een lening bij de Kredietbank Nederland (KBN) moet worden aangevraagd. Dit wordt gezien als een voorliggende voorziening, tenzij deze beleidsregels anders bepalen.
- 3.
De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan de kosten van de goedkoopste adequate voorziening, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. De hoogte van de bijzondere noodzakelijke kosten wordt bepaald aan de hand van de Nibudprijzengids, de dieetlijst van de Belastingdienst en/of de GMD-lijst voor was- en slijtagekosten. Dit betekent dat de werkelijke kosten worden vergoed tot een maximum zoals genoemd in de Nibud-prijzengids, de dieetlijst van de Belastingdienst of de GMD lijst voor was- en slijtagekosten.
- 4.
Als de kosten vergoed kunnen worden via de Zorgverzekeringswet of de Wet Langdurige Zorg dan moet daar eerst gebruik van worden gemaakt. Dit staat ook in de tweede zin van artikel 15 lid 1 van de wet.
- 5.
Algemene kosten die voor iedereen gelden, worden afgetrokken van het bedrag dat wordt vergoed via de bijzondere bijstand.
Toelichting per artikel
Hoofdstuk 2 Draagkracht
Artikel 7 Draagkrachtbepaling
- 2.
De ingangsdatum en einddatum van het schuldhulpverleningstraject wordt gesteld op respectievelijk de datum dat een toekenningsbeschikking en beëindigingsbeschikking door schuldhulpverlening is afgegeven of gerechtelijke uitspraak is gedaan.
Uit artikel 35, eerste lid, van de Pw volgt immers dat beoordeeld moet worden of de belanghebbende de betreffende kosten kan voldoen uit de beschikbare middelen. Het deel van het inkomen waarop executoriaal beslag ligt, wordt niet gerekend tot het inkomen aangezien daar geen beschikking over is.
- 4.
Wat betekent het krijgen van een gift in het kader van de Participatiewet in Balans?
Een gift is iets wat de inwoner gratis krijgt. Dit kan geld zijn of spullen, of iemand die een deel van de kosten betaalt. Bijvoorbeeld de ziektekostenverzekering. De inwoner krijgt de gift van iemand of van een organisatie De inwoner hoeft er niets voor te doen, en hoeft het ook niet terug te betalen.
Denk aan:
- –
een tas met boodschappen;
- –
geld als extraatje om de maand door te komen;
- –
geld om cadeaus voor uw kinderen te kopen;
- –
geld om u te helpen rekeningen te betalen;
- –
een koelkast, wasmachine of fiets;
- –
een oude televisie van een kennis die zelf een nieuwe tv heeft gekocht.
De inwoner mag per jaar (januari tot en met december) € 1.200,- aan giften ontvangen en moet zelf bijhouden welke giften zijn ontvangen.
Wat zijn geen giften?
Dit zijn bijvoorbeeld geen giften:
- –
het winnen van een prijs in een loterij
- –
partner- en/of kinderalimentatie
- –
een erfenis
- –
een vrijwilligersvergoeding
- –
een schadevergoeding
- –
geld dat is verkregen voor werk, klusjes of een andere dienst
Artikel 8 Draagkracht uit inkomen
Toelichting algemeen
Dit artikel regelt hoe de gemeente bepaalt welk deel van het inkomen van een aanvrager wordt meegenomen als draagkracht bij het beoordelen van aanvragen om bijzondere bijstand. Uitgangspunt hierbij is dat inwoners met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm geen draagkracht hebben. Pas het inkomen boven deze grens kan worden ingezet voor kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd.
- 1.
Het in aanmerking te nemen inkomen wordt verlaagd met:
- –
de jonggehandicaptenkorting bij personen van 27 jaar of ouder met een Wajonguitkering;
- –
een kostenvergoeding voor vrijwilligerswerk tot een maximaal bedrag dat bij ministeriële regeling is vastgesteld;
- –
betalingen voor levensonderhoud aan een echtgenoot die niet in het gezin woont, kinderen tot 21 jaar, en een ex-echtgenoot;
- –
de maximale te vergoeden studiekostenkosten in verband met studie of opleiding van kinderen, verminderend met de ontvangen tegemoetkoming op grond van de Wtos;
- –
de ouderbijdrage op grond van de WSF;
- –
Het gedeelte van het inkomen op grond van de AOW dat wordt gezien als inkomen op bijstandsniveau (inkomensgelijkheid AOW/bijstand).
- –
Vaststelling van het inkomen
Voor het bepalen van het inkomen wordt de Participatiewet geveolgd. Dit zorgt voor uniformiteit: dezelfde inkomenscomponenten worden meegenomen als bij reguliere bijstandsverlening.
Voor zelfstandig ondernemers geldt het Bbz 2004, omdat hun inkomenspositie sterk kan verschillen van loonvormende inkomens en jaarlijks wordt beoordeeld.
Inkomsten die wel worden meegerekend
Het deel van het inkomen boven 110% van de norm wordt naar draagkracht benut. Door twee percentages (15% en 30%) te hanteren, wordt een geleidelijke opbouw gecreëerd die proportionaliteit waarborgt: wie meer kan dragen, draagt ook meer bij.
Bij woonkostentoeslag wordt 100% van het meerdere boven de norm ingezet. Dit komt doordat woonkostentoeslag een vorm van tijdelijke aanvulling is om woonsituaties te stabiliseren, en van de aanvrager maximale inzet van eigen middelen mag worden verwacht.
Stabiele of wisselende inkomens
Omdat financiële situaties kunnen wisselen, kijkt de gemeente bij stabiele inkomens naar het actuele inkomen.
Bij wisselende of onregelmatige inkomens (zoals oproepkrachten of mensen met wisselende uren) wordt een gemiddeld inkomen over zes maanden gebruikt. Dat geeft een realistischer beeld van de echte bestedingsruimte.
Voor ondernemers wordt een jaarinkomen gebruikt, omdat dit bij uitstek geschikt is om schommelingen door seizoensinvloeden of variabele omzet te middelen.
- 2.
Inkomsten die niet worden meegerekend:
De gemeente telt bepaalde inkomsten niet mee bij de draagkracht. Dit volgt uit wettelijke uitzonderingen of beleidsmatige keuzes.
- –
De Participatiewet bepaalt dat sommige inkomsten buiten beschouwing blijven, zoals bepaalde heffingskortingen of vergoedingen.
- –
De kostendelersnorm wordt expres niet toegepast om te voorkomen dat de draagkracht kunstmatig hoger uitvalt doordat er meer volwassenen in een huishouden wonen.
- –
Tot 110% van de bijstandsnorm is er geen draagkracht, om inwoners met een laag inkomen financieel te ontzien.
- –
De individuele studietoeslag wordt gezien als een vorm van compensatie voor verminderde arbeidsmogelijkheden. Deze wordt alleen meegerekend bij aanvragen voor duurzame gebruiksgoederen.
- –
Voor AOW-gerechtigden wordt voorkomen dat zij benadeeld worden door een ander inkomensregime dan bijstandsgerechtigden. Daarom wordt het AOW-inkomen gelijkgesteld aan een bijstandsniveau.
- 3.
Situatie zonder woonlasten
Wanneer iemand geen woonlasten betaalt omdat een derde deze kosten draagt, wordt de bijstandsnorm verlaagd. Dit volgt uit artikel 27 Pw, dat bepaalt dat bij lagere bestaanskosten een verlaging passend is. De verlaging is gesteld op 10% van de gehuwdennorm inclusief vakantiegeld, een landelijk gangbare invulling bij kosteloze bewoning.
Artikel 10: Draagkrachtperiode
- 3.
Substantieel wordt o.a. gezien als:
- –
Vermogen komt boven de vermogensgrens uit art. 34 lid 3 PW, of
- –
Vermogen daalt onder deze grens (bijvoorbeeld door aantoonbare kosten),
- –
Nieuw vermogen ontstaat (erfenis, belastingteruggaaf, materiële schadevergoeding, verkoop van auto/bezit).
- –
Draagkracht uit vermogen
- 1.
Spaargeld dat tijdens de bijstandsperiode is opgebouwd telt niet mee voor het bepalen van het recht op bijstand conform artikel 34 lid 2 onderdeel c van de wet.
- 2.
vermogen boven de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 derde lid van de Pw wordt, na toepassing van hetgeen in bepaald in het tweede lid van de wet, 100% van het vermogen als draagkracht aangemerkt.
Hoofdstuk 3 Medische kosten
Artikel 11 Toelichting: adequaat verzekeren bij medische kosten
Algemeen kader
Bij de beoordeling van aanvragen om bijzondere bijstand voor medische kosten wordt beoordeeld of sprake is van een toereikende en passende voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de Participatiewet.
Onder adequaat verzekeren wordt verstaan:
het beschikken over, dan wel redelijkerwijs kunnen beschikken over, een gangbare aanvullende zorgverzekering die, gelet op de premie en de dekking, algemeen toegankelijk is en een gebruikelijke vergoeding biedt voor de betreffende kostensoort.
De hieronder opgenomen vergoedingen gelden als beleidsmatig referentiekader bij de beoordeling van bijzondere bijstand, ongeacht of belanghebbende feitelijk aanvullend verzekerd is.
- 1.
Dit houdt in dat naast de basisverzekering, die verplicht is, in ieder geval een aanvullende verzekering en een tandverzekering wordt afgesloten zonder vrijwillige eigen risico.
- a.
Medische kosten noodzakelijk
Onder medische noodzakelijkheid wordt verstaan: de objectief vast te stellen noodzaak van medische kosten die voortvloeien uit een medische aandoening, beperking of behandeling, waarbij is vastgesteld dat:
- a.
de kosten niet vermijdbaar zijn;
- b.
de kosten medisch geïndiceerd zijn; en
- c.
geen voorliggende voorziening aanwezig is die de kosten behoort te vergoeden.
- a.
- a.
Objectieve vaststelling van de medische noodzaak
Het college stelt medische noodzakelijkheid objectief vast. Het college kan, indien twijfel bestaat over de medische noodzaak, een extern medisch advies opvragen. Belanghebbende verleent hieraan de noodzakelijke medewerking.
- –
Dat een medisch advies moet worden ingewonnen als dat noodzakelijk is, ligt besloten in de wettelijke eis dat een beslissing zorgvuldig moet worden voorbereid. Dit staat in artikel 3:2 Awb.
- –
Als een belanghebbende niet meewerkt aan het noodzakelijke medisch advies, komen de gevolgen hiervan voor zijn rekening.
- –
Als een medisch oordeel vereist is om de noodzaak vast te stellen, moet de belanghebbende meewerken aan het verkrijgen van informatie van een medisch gekwalificeerde behandelaar (zoals een arts of tandarts).
- –
Zo niet? Dan kan de aanvraag worden afgewezen omdat de noodzaak van de kosten niet kan worden vastgesteld. Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBDHA:2025:8649.
Medewerking van de aanvrager
De aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan:
- –
Het verstrekken van relevante medische gegevens;
- –
Het ondergaan van eventueel noodzakelijk onderzoek voor het medisch advies.
Toetsing aan voorliggende voorzieningen
Medische kosten vallen in beginsel onder de Zorgverzekeringswet of andere voorliggende wettelijke regelingen.
Bijzondere bijstand wordt alleen verstrekt voor kosten die redelijkerwijs niet via een voorliggende voorziening kunnen worden vergoed.
Hiermee volgt het college de kaders zoals die zijn opgenomen in gemeentelijke beleidsregels waarbij medische kosten worden gezien als kosten die normaliter via de Zvw worden gedekt.
Noodzaakstoets in het individuele geval
Het college beoordeelt of de kosten in het individuele geval noodzakelijk zijn, aan de hand van criteria zoals:
- a.
is er sprake van een goedkopere adequate voorziening?
- b.
hadden de kosten voorkomen kunnen worden?
- c.
is er sprake van alternatieven?
- d.
betreft het geen kosten die voortkomen uit een eigen keuze?
Bijzondere individuele omstandigheden
Medische kosten komen slechts voor bijstand in aanmerking indien zij voortvloeien uit bijzondere individuele omstandigheden die kosten onvermijdelijk maken.
Documentatie en onderbouwing
De medische noodzakelijkheid wordt schriftelijk vastgelegd in het besluit op de aanvraag.
Daarbij worden ten minste opgenomen:
- –
De aard van de medische problematiek;
- –
De onderliggende medische informatie of het medische advies;
- –
De motivering waarom de kosten noodzakelijk worden geacht;
- –
De afweging betreffende voorliggende voorzieningen.
Hierbij wordt aangesloten bij de werkwijze vanuit de Wmo. Stichting SAP voert medische advies uit op aanvraag voor de gemeente. Hiervoor kan een aanvraag bij hen worden ingediend.
Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor kosten vanwege het niet verschijnen op de afspraak zonder voorafgaande tijdige annulering (no show). Er wordt immers alleen bijzondere bijstand toegekend voor geïndiceerde zorg.
Artikel 12 Brillen en contactlenzen
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
- –
Een minimale vergoeding van €100,00 per periode van twee jaar voor de aanschaf van een bril of contactlenzen.
Bij de beoordeling wordt ervan uitgegaan dat vervanging uitsluitend noodzakelijk is bij een medisch vastgestelde wijziging van de oogsterkte. Kosten boven het genoemde bedrag worden aangemerkt als niet noodzakelijk.
Artikel 13 Hoortoestellen
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
- –
Vergoeding van de wettelijke eigen bijdrage bij de aanschaf van een hoortoestel.
De Zorgverzekeringswet wordt aangemerkt als voorliggende voorziening. Meerkosten die samenhangen met keuze voor een luxer of technisch geavanceerder toestel worden niet als noodzakelijk beschouwd.
Artikel 14 Dieetkosten
Dieetkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen indien sprake is van een medische indicatie en een structurele noodzaak. Kosten die behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden niet vergoed.
Onder dieetkosten worden de meerkosten ten opzichte van de kosten van normale gezonde voeding verstaan, die voortvloeien uit het volgen van een medisch noodzakelijk dieet. Met de term voedingssupplementen worden diverse pillen, tabletten, capsules, druppels en poeders aangeduid die als aanvulling op de dagelijkse voeding bedoeld zijn. Dit dient te worden vastgesteld door een medisch specialist. Ten slotte moet er sprake zijn van feitelijke meerkosten ten opzichte van de referentievoeding. Tevens geldt dat moet worden aangetoond dat de betreffende kosten niet door de (aanvullende) ziektekostenverzekering worden vergoed.
- 2.
In geval van een maagverkleining (gastric bypass operatie) kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor het voedingssupplement dat voldoet aan de richtlijn Medische nazorg & follow-up na chirurgische behandeling van obesitas opgesteld door de Federatie medisch specialisten.
- 3.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van de Nibud Prijzengids. In geval van een supplement wordt de hoogte van de bijstand bepaald door de kosten van het supplement.
Artikel 15 Tandheelkundige hulp (volwassenen)
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
- –
Een vergoeding van 100% tot een maximum van €250 per kalenderjaar.
Hogere vergoedingen worden beschouwd als bovenmatig. Kosten boven dit bedrag komen slechts voor bijzondere bijstand in aanmerking indien sprake is van aantoonbare medische noodzaak en bijzondere omstandigheden.
No-show en bleken worden niet vergoed. Hiermee wordt aangesloten bij de werkwijze van de zorgverzekeraars. Verder wordt alles vergoed en komt alle verrichtingen voor bijzondere bijstand in aanmerking tot het maximale bedrag.
Artikel 16 Orthodontie
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
- –
Een vergoeding tot €500,00 per behandelperiode.
Orthodontische zorg wordt aangemerkt als voorzienbaar. Kosten boven dit bedrag worden niet als noodzakelijk beschouwd, tenzij sprake is van bijzondere medische omstandigheden.
- 1.
Indien belanghebbende geen aanvullende verzekering heeft afgesloten, dan wel een aanvullende verzekering heeft met een lagere dekking, wordt bij de beoordeling van de aanvraag om bijzondere bijstand uitgegaan van het bedrag dat op grond van een adequate aanvullende verzekering redelijkerwijs vergoed zou zijn.
- 2.
No-show wordt niet vergoed. Een no show is immers geen geïndiceerde zorg. Hiermee wordt ook aangesloten bij de werkwijze van de zorgverzekeraars. Verder wordt alles vergoed en komt alle verrichtingen voor bijzondere bijstand in aanmerking tot het maximale bedrag.
Artikel 17 Eigen bijdrage voor kraamzorg
Er wordt bijzondere bijstand worden verstrekt voor de wettelijke eigen bijdrage voor kraamzorg tot een maximum van € 200,00 per kalenderjaar.
Artikel 19 Pedicure- en manicurekosten
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
- –
Vergoeding van maximaal 6 behandelingen per kalenderjaar.
Alleen medisch noodzakelijke voetverzorging wordt in aanmerking genomen. Kosten van cosmetische aard worden niet als noodzakelijk aangemerkt.
Hoofdstuk 4 Reiskosten
Artikel 21 Vergoeding reiskosten medische behandeling
- 1.
Voor de vergoeding van reiskosten die worden gemaakt in verband met medische behandelingen of het bezoek aan een revalidatiecentrum, hanteert de gemeente het uitgangspunt dat deze kosten alleen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen wanneer zij noodzakelijk, niet te vermijden en niet vergoed door een voorliggende voorziening (zoals de zorgverzekering) zijn. Dit volgt uit de Participatiewet en de algemene uitvoeringspraktijk van gemeenten.
Reiskosten kunnen worden vergoed wanneer:
- a.
De behandeling onder de Zorgverzekeringswet valt (bijvoorbeeld ziekenhuiszorg, GGZ, poliklinische specialisten, fysiotherapie bij chronische indicaties);
- b.
De zorgverzekeraar geen (volledige) vergoeding van de reiskosten biedt;
- c.
Er sprake is van een langdurig behandeltraject van meer dan drie maanden;
- d.
De reiskosten aantoonbaar in verband staan met de medische behandeling.
Gebruik van de Belastingdienstrichtlijnen
Om de hoogte van de te vergoeden reiskosten op een consistente en objectieve wijze vast te stellen, sluit de gemeente aan bij de reiskostenvergoedingsrichtlijnen van de Belastingdienst. Deze richtlijnen bepalen jaarlijks het maximale bedrag dat onbelast per kilometer mag worden vergoed.
De Belastingdienst stelt voor de jaren 2025 en 2026 het bedrag voor de onbelaste kilometervergoeding vast op € 0,23 per kilometer. Dit tarief geldt voor alle vormen van eigen vervoer, waaronder auto, motor, scooter en fiets. Het tarief is gebaseerd op een gemiddelde van de kosten die samenhangen met het gebruik en onderhoud van een voertuig, zoals brandstof, verzekering, afschrijving en reparaties.
Artikel 22 Reiskosten ziekenbezoek
In geval belanghebbende als gevolg van een beperking, chronisch psychisch probleem of psychosociaal probleem niet voldoende zelfredzaam is om naar het bestaat er mogelijk recht op Wmo vervoersvoorziening. In geval hierop recht bestaat, geldt deze voorziening als een voorliggende voorziening.
Hoofdstuk 5 Woonkosten
Artikel 24 Inrichtingskosten
In dit artikel worden verstaan onder:
- –
Duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die bestemd zijn voor een duurzaam gebruik, zoals bijvoorbeeld een koelkast, wasmachine, bed, matras en bankstel;
- –
Stofferingskosten: de kosten van inrichting zoals de kosten van behang, gordijnen, verf en vloerbedekking.
De in het eerste lid genoemde categorie belanghebbenden zijn in ieder geval zij die (recentelijk) de opvang in een asielzoekerscentrum (hebben) verlaten om zich in de gemeente te huisvesten.
Er kunnen voor de 60% van de Nibud prijzengids ook tweedehands goederen aangeschaft worden.
Artikel 25 Verhuiskosten
Eigen netwerk
Dit zijn mensen of instanties in de directe omgeving van de belanghebbende die ondersteuning kunnen bieden, zoals:
- –
Familieleden
- –
Vrienden
- –
Buren
- –
Vrijwilligers of mantelzorgers
Het gaat om hulp die redelijkerwijs verwacht mag worden, bijvoorbeeld bij het regelen van vervoer of hulp bij verhuizen.
Als een eigen netwerk en zelfredzaamheid ontbreekt, kunnen de werkelijke kosten van een verhuizer worden vergoed tot een maximum van €1000,00.
Zelfredzaamheid
De mate waarin iemand in staat is om zelfstandig praktische zaken te regelen, zoals:
- –
Zelf spullen verplaatsen of hulp organiseren
- –
Financiële middelen inzetten (spaargeld, reserveringen)
- –
Gebruikmaken van beschikbare voorzieningen (bijvoorbeeld kringloop, verhuisservice van woningcorporatie)
Artikel 26 Eerste huur, administratiekosten en waarborgsom
Lid 1 onder c: onder een onveilige situatie verstaan we omstandigheden waarin het verblijf in de huidige woning een ernstig risico vormt voor de veiligheid of gezondheid van de belanghebbende of diens gezinsleden. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
- –
Huiselijk geweld of dreiging daarvan.
- –
Ernstige bedreiging of stalking.
- –
Criminele activiteiten in of rond de woning waardoor gevaar ontstaat.
- –
Structurele overlast of intimidatie die niet op korte termijn kan worden opgelost.
- –
Situaties waarin hulpverleners of politie adviseren om te verhuizen om escalatie te voorkomen.
Het uitgangspunt is dat de verhuizing noodzakelijk is om de veiligheid en het welzijn van de belanghebbende te waarborgen. De noodzaak moet aantoonbaar zijn, bijvoorbeeld door een melding bij politie, Veilig Thuis of een hulpverleningsinstantie.
Artikel 27 Vaste lasten kort gedetineerden
Lid 2 onder d: de gedetineerde geen andere mogelijkheden heeft om de kosten te beperken, zoals:
- –
Tijdelijk onderverhuren of huisbewaring;
- –
Het afsluiten van energievoorzieningen;
- –
Beschikbare eigen middelen (zoals vermogen, voertuig of reserveringen).
Artikel 28 Woonkostentoeslag huurders
- –
Dit kan zich onder meer voordoen bij belanghebbenden die op grond van hun leeftijd, verblijfstatus of woonvorm geen recht hebben op huurtoeslag, of bij belanghebbenden die worden geconfronteerd met een plotselinge en aanzienlijke inkomensdaling waardoor zij de vaste woonlasten niet langer kunnen voldoen.
- –
Activiteiten verrichten om passende woonruimte te vinden en te accepteren.
Artikel 29 Woonkostentoeslag eigenaren
Dit kan zijn omdat de hypotheek (en eventuele verplichte aflossing dan wel verzekering) berekend zijn op een hoger inkomen per maand en niet passen bij een bijstandsnorm. Om te voorkomen dat belanghebbende noodgedwongen het huis moet verlaten, kan het college ervoor kiezen bijstand te verlenen. Let op belangenafweging, met name mbt lid 3.
Hoofstuk 6 Juridische kosten
Artikel 30 Kosten rechtsbijstand
- 1.
Er moet een diagnosedocument van het Juridisch loket of een vergelijkbaar document worden overgelegd
- 2.
Er wordt geen bijstand verleend voor kosten die onder het besluit proceskosten bestuursrecht vallen
Aan de bijstand kunnen verplichtingen worden verbonden, zoals het overleggen van betalingsbewijzen en, indien van toepassing, een rechterlijk vonnis.
Artikel 31 Kosten bewindvoering, mentorschap en curatele
Indien belanghebbende gebruik maakt van een schuldenregeling (MSNP) en er is in het VTLB rekening gehouden met de kosten van het bewind dan is voor deze kosten geen bijzondere bijstand mogelijk.
De Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren met vastgestelde bedragen wordt al toereikend gezien. Andere kosten worden als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Hier kan alleen in zeer bijzondere situaties van worden afgeweken.
Hoofdstuk 8 Hardheidsclausule
Artikel 35 Toepassing hardheidsclausule
De hardheidsclausule biedt het college de mogelijkheid om af te wijken van deze beleidsregels wanneer toepassing ervan in een individueel geval tot onredelijke of onevenredige gevolgen zou leiden. Deze clausule sluit aan bij de klassieke hardheidsclausule zoals beschreven in Aanwijzing 5.25 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, waarin wordt aangegeven dat afwijking mogelijk moet zijn in niet precies te voorziene gevallen en wanneer strikte toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Daarnaast sluit deze bepaling aan bij artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (de inherente afwijkingsbevoegdheid), dat bepaalt dat een bestuursorgaan van beleid moet afwijken wanneer toepassing daarvan in het individuele geval onevenredig is in verhouding tot de doelen van het beleid. In de praktijk betekent dit dat het college per situatie beoordeelt of er sprake is van bijzondere omstandigheden die niet zijn verdisconteerd in het beleid.
Onder “zeer dringende redenen” vallen omstandigheden waarin de gevolgen van het weigeren van bijstand duidelijk buitenproportioneel zijn of tot een ongerechtvaardigde noodsituatie zouden leiden. Het kan hierbij gaan om acute financiële nood, bijzondere medische of sociale omstandigheden, of situaties waarin toepassing van het beleid evident onbillijk uitpakt. Deze bepaling is nadrukkelijk bedoeld voor uitzonderlijke gevallen waarvoor het bestaande beleid geen oplossing biedt, en mag niet worden gebruikt om structureel van de beleidsregels af te wijken.
Door deze hardheidsclausule op te nemen wordt zowel recht gedaan aan de menselijke maat, zoals nagestreefd binnen de Participatiewet, als aan de rechtszekerheid en zorgvuldigheid richting inwoners.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl