Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Landgraaf 2026

Geldend van 21-04-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Landgraaf 2026

De burgemeester van L a n d g r a a f ;

gelet op:

de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van woningen en lokalen of op een daarbij behorend erf in verband met de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van softdrugs of harddrugs of het treffen van voorbereidingshandelingen;

de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 174a Gemeentewet tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van woningen en niet voor publiek toegankelijke lokalen of op een daarbij behorend erf in verband met gedragingen die leiden tot verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor;

de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht tot vaststelling van beleidsregels met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid;

b e s l u i t :

vast te stellen:

Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Landgraaf 2026

Hoofdstuk 1: Beleidsregels wet Damocles gemeente Landgraaf (handhaving artikel 13b Opiumwet)

Artikel 1:1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    harddrugs: alle middelen vermeld op lijst I en IA behorende bij de Opiumwet;

  • b.

    softdrugs: alle middelen vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet;

  • c.

    handel: het verkopen, afleveren of verstrekken van softdrugs of harddrugs – in al zijn verschijningsvormen - dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder handel wordt mede verstaan een mondelinge overeenkomst tot koop, verkoop van drugs, waarbij aflevering of logistieke handelingen elders plaatsvinden;

  • d.

    handelshoeveelheid:

    • als meer dan 0,5 gram harddrugs en/of meer dan 5 milliliter vloeibare harddrugs zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet aanwezig is;

    • als meer dan 5 gram softdrugs en/of meer dan 5 hennepplanten en/of meer dan 10 ampullen/ballonnen lachgas (respectievelijk 80 gram lachgas in totaliteit) zoals genoemd in lijst II van de Opiumwet aanwezig is/zijn;

  • e.

    voorbereidingshandelingen: het voorhanden hebben van (een) voorwerp(en) of stof(fen) als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a Opiumwet;

  • f.

    pand: een woning of lokaal;

  • g.

    woning: elk voor bewoning bestemd of feitelijk daarvoor gebruikt (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten inclusief bijbehorend erf, zoals;

    • een woonkeet (een loods, keet of ander soortgelijk bouwwerk, bestemd om te voorzien in een behoefte aan woongelegenheid);

    • een woonwagen (voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst);

    • een woonboot;

  • h.

    lokaal: elk (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten inclusief bijbehorend erf, al dan niet toegankelijk voor publiek en niet zijnde een woning, zoals een winkel, café, loods, schuur of bedrijfsruimte. Het feitelijk gebruik van het pand of complex van ruimten is bepalend en niet de uiterlijke kenmerken zoals de bouw of de enkele aanwezigheid van huisraad;

  • i.

    bijbehorend erf:

    • het bij een woning behorend erf en/of de zich daarop bevindende overige bebouwing, zoals schuren, loodsen, tuinhuizen, dierenverblijven, garages;

    • een bij een lokaal behorend erf en/of de zich daarop bevindende overige bebouwing. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan aangemerkt worden als lokaal;

  • j.

    overtreding: de overtreding van de Opiumwet, waarbij een handelshoeveelheid hard- of softdrugs is aangetroffen dan wel sprake is van (strafbare) voorbereidingshandelingen in een woning of lokaal met bijbehorende (bebouwing op) erven;

  • k.

    recidive: het binnen vijf jaren na de datum van de vorige constatering van een overtreding van de Opiumwet, opnieuw constateren van een overtreding van de Opiumwet;

  • l.

    sluiting: de last onder (spoedeisende) bestuursdwang waarbij een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf gesloten wordt met toepassing van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet;

  • m.

    waarschuwing: een waarschuwing in het kader van het Damoclesbeleid (artikel 13b Opiumwet) is een formele, schriftelijke waarschuwing van de burgemeester aan de eigenaar of bewoner van een pand (woning of lokaal) waarin drugs zijn aangetroffen en/of verhandeld;

  • n.

    lachgas: middel zoals vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet.

Artikel 1:2 Reikwijdte beleidsregel

  • 1. Deze beleidsregel is van toepassing op de uitoefening door de burgemeester van de in artikel 13b van de Opiumwet neergelegde bevoegdheden ten aanzien van:

    • a.

      voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven;

    • b.

      niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven;

    • c.

      woningen en bijbehorende erven.

Artikel 1:3 Algemene uitgangspunten

  • 1.

    De bestuursdwangbevoegdheid van de burgemeester is een discretionaire bevoegdheid.

  • 2.

    De burgemeester is aldus bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen. Echter betekent dit niet dat de burgemeester dat ook in alle gevallen doet. Zo wordt er een waarschuwing, in plaats van een last onder bestuursdwang, opgelegd indien een geringe overschrijding van een handelshoeveelheid softdrugs wordt aangetroffen in een woning waarbij dit de eerste overtreding van de Opiumwet in die woning betreft en er geen sprake is van een ernstig geval zoals bedoeld in artikel 1:4 van deze beleidsregel. Een geringe overschrijding van een handelshoeveelheid softdrugs wordt aangenomen tot 10 gram softdrugs.

  • 3.

    Bij de toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet wordt gekozen voor sluiting van het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de wet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen.

  • 4.

    De maatregel van bestuursdwang heeft met name als doel:

    • Het bestuurlijk optreden tegen drugscriminaliteit: het terugdringen van drugshandel en druggerelateerde activiteiten in de gemeente Landgraaf, en/of;

    • Het beëindigen van de geconstateerde overtreding van de Opiumwet, en/of;

    • De bekendheid van het pand als drugsadres teniet te doen en de (negatieve) aanloop te beëindigen, en/of;

    • Het tenietdoen van andere gevolgen van de overtreding, en/of;

    • Het voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet in of vanuit het pand, en/of;

    • Het herstellen van de situatie: de rust laten terugkeren in de directe omgeving, en/of;

    • De handhaving van openbare orde en veiligheid: handhavend optreden ter voorkoming van herhaling van verstoring van de openbare orde en ter voorkoming van een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat binnen de desbetreffende omgeving, en/of;

    • Preventie en ontmoediging: drugscriminaliteit ontmoedigen door het opleggen van duidelijke maatregelen en sancties, met de verwachting dat dit leidt tot het voorkomen van dergelijke activiteiten, en/of;

    • Het beschermen van de volksgezondheid: het minimaliseren van de gezondheidsrisico’s door drugsgebruik.

  • 5.

    De burgemeester maakt gebruik van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in de vorm van sluiting van de woning en/of het lokaal en/of bijbehorend erf, indien sprake is van een ernstig geval.

  • 6.

    In geval van een eerste constatering van handel in harddrugs, waarbij sprake is van een handelshoeveelheid dan wel het bereiden of vervaardigen van harddrugs, is altijd sprake van een ernstig geval.

  • 7.

    Bij de toepassing van bestuursdwang tegen de handel in softdrugs kunnen de volgende indicatoren, zijnde niet limitatief en/of cumulatief van aard ook een rol spelen:

    • mate van overlast;

    • contacten van dealers en klanten in/vanuit een woning/lokaal;

    • verklaringen van klanten en/of drugskoeriers die met drugs zijn onderschept;

    • aanwezigheid van aan drugshandel gelieerde attributen zoals een weegschaal, gripzakjes, cashgeld;

    • energie- en/of waterdiefstal;

    • mate van gevaarzetting als gevolg van een verhoogd brandrisico (door overbelasting van het energienetwerk en illegale elektriciteitsaansluitingen;

    • gevaar voor elektrocutie als gevolg van de illegale elektriciteitsaansluitingen;

    • mate van professionaliteit.

  • 8.

    In geval van een eerste constatering van voorbereidingshandelingen ten aanzien van harddrugs is sprake van een ernstig geval.

  • 9.

    In geval van recidive gelden afzonderlijke sluitingstermijnen. Bij een volgende constatering van een overtreding van de Opiumwet is altijd sprake van een ernstig geval. Voor de gehanteerde sluitingstermijnen wordt verwezen naar de van toepassing zijnde matrix als opgenomen in artikel 1:5.

Artikel 1:4 Ernstig geval

  • 1. Bij een ernstig geval is volgens deze beleidsregels de noodzaak tot sluiting gegeven. Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als aannemelijk wordt gemaakt dat één of meer van de navolgende indicatoren van toepassing is/zijn, waarbij geen sprake is van een limitatieve opsomming:

    • a.

      een meer dan geringe overschrijding van de handelshoeveelheid voor softdrugs;

    • b.

      een bedrijfsmatig karakter van de geconstateerde kwekerij;

    • c.

      de voorgeschiedenis van de betrokkene(n) met betrekking tot drugshandel en/of andere strafbare feiten;

    • d.

      de aanwezigheid van aan drugshandel gelieerde attributen, zoals een weegschaal, gripzakjes of ander verpakkingsmateriaal, grote sommen contant geld;

    • e.

      de aanwezigheid van wapen(s) en/of munitie;

    • f.

      gevaarzetting (zoals een naar het oordeel van de regionale netbeheerder bijzonder gevaarlijke elektriciteitsvoorziening bij hennepteelt);

    • g.

      de aanwezigheid van een relevant chemisch of versnijdingsmiddel;

    • h.

      het ontplooien van growshopactiviteiten en/of het verkopen van aan drugsproductie gelieerde attributen in combinatie met het aantreffen van drugs;

    • i.

      uit meldingen en overige constateringen blijkt dat er sprake is van overlast en/of aantasting van het woon- en leefklimaat;

    • j.

      de daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking van hard- en/of softdrugs;

    • k.

      de ligging van de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk;

    • l.

      de ligging van de woning nabij de Duitse grens (drugstoerisme);

    • m.

      een combinatie van handelshoeveelheden softdrugs, harddrugs en stofgroepen;

    • n.

      de mate waarin de woning betrokken is bij drugshandel dan wel bekend staat als pand waar drugs aanwezig zijn. Dit kan onder andere blijken uit politiewaarnemingen, meldingen en verklaringen van omwonenden of betrokkenen met betrekking tot de aanloop van personen;

    • o.

      er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, wapenbezit in de zin van de Wet wapens en munitie, diefstal van stroom, of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Bij gerelateerde openbare ordeverstoringen valt te denken aan het in de woning aantreffen van personen met een strafrechtelijk verleden op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of van personen die dergelijke (strafbare) feiten eerder pleegden.

Artikel 1:5 Duur van de sluiting ex artikel 13b Opiumwet

  • 1. Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel, wordt bij de toepassing van bestuursdwang de duur van de sluiting van de woning en/of bijbehorend erf bepaald volgens onderstaande matrix.

Woning

1e overtreding

Recidive

Volgende recidive

Harddrugs of voorbereidingshandelingen harddrugs

6 maanden

12 maanden

nader te bepalen termijn

Softdrugs

Waarschuwing, tenzij sprake is van een ernstig geval: in dat geval geldt 3 maanden

6 maanden

Nader te bepalen termijn

Voorbereidingshandelingen softdrugs

3 maanden

6 maanden

Nader te bepalen

  • 2. Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel, wordt bij de toepassing van bestuursdwang de duur van de sluiting van het lokaal en/of bijbehorend erf bepaald volgens onderstaande matrix.

Lokaal

1e overtreding

Recidive

Volgende recidive

Harddrugs of voorbereidingshandelingen harddrugs

12 maanden

24 maanden

nader te bepalen termijn

Softdrugs of voorbereidingshandelingen softdrugs

6 maanden

12 maanden

nader te bepalen termijn

  • 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en/of tweede lid wordt:

    • bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van harddrugs) in een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf, binnen vijf jaar na constatering van een vorige overtreding van de Opiumwet met betrekking tot softdrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van softdrugs) in die woning en/of dat lokaal en/of bijbehorend erf, aansluiting gezocht bij de sluitingstermijnen (voor recidive en de volgende recidive) inzake harddrugs, zoals vermeld in de in lid 1 en 2 bedoelde matrixen;

    • bij het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van softdrugs) in een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf, binnen vijf jaar na constatering van een vorige overtreding van de Opiumwet met betrekking tot harddrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van harddrugs) in die woning en/of dat lokaal en/of bijbehorend erf, aansluiting gezocht bij de sluitingstermijnen (voor recidive en de volgende recidive) inzake softdrugs, zoals vermeld in de in lid 1 en 2 bedoelde matrixen.

Artikel 1:6 Procedure en begunstigingstermijn

  • 1. Het opleggen van een last onder bestuursdwang vindt plaats met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat, alvorens een definitief besluit over sluiting wordt genomen, belanghebbenden schriftelijk op de hoogte worden gebracht van het voornemen tot sluiting en dat zij in de gelegenheid worden gesteld mondeling of schriftelijk hun zienswijze op het voornemen te geven.

  • 2. Als begunstigingstermijn bij sluiting wordt een periode van tenminste vijf werkdagen, aanvangend op de dag volgende op verzending van het besluit, aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last.

  • 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, vindt in geval van handel in harddrugs, dan wel het bereiden of vervaardigen daarvan en/of voorbereidingshandelingen daartoe, de sluiting ex artikel 13b Opiumwet van voor het publiek toegankelijke lokalen, zoals horecabedrijven en winkels, plaats met toepassing van spoedeisende bestuursdwang, zoals bedoeld in artikel 5:31, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, vanwege acuut gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen of voor de openbare orde.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid en onverminderd het bepaalde in het derde lid, kan ook in andere gevallen, waarin handel in drugs en/of voorbereidingshandelingen is/zijn geconstateerd, waarbij acuut gevaar is voor de veiligheid of gezondheid van personen, de omgeving, het milieu of de openbare orde, worden besloten tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang.

Artikel 1:7 Feitelijke sluiting

  • 1. Feitelijke sluiting houdt in dat het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf ontoegankelijk moet worden gemaakt dan wel wordt gemaakt door alle toegangen tot het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf af te sluiten, al dan niet door middel van betimmeringen en/of het aanbrengen van ander sluitwerk, en de sleutels in bewaring te geven aan de burgemeester. De betreffende toegangen zullen namens de burgemeester worden verzegeld.

  • 2. Het onderliggende besluit zal in verkorte vorm (sluitingsbevel) aan de voorgevel van het lokaal en/of de woning worden aangebracht. Wanneer de voorgevel zodanig van de openbare weg verwijderd of verscholen ligt dat de aankondiging op of aan de woning of het lokaal vanaf de openbare weg niet leesbaar is, kan het sluitingsbevel middels plaatsing van een bord op of bij de perceelgrens aan de openbare weg kenbaar worden gemaakt.

  • 3. Het verwijderen van een verzegeling of het verwijderen of beschadigen dan wel onleesbaar maken van het sluitingsbevel, anders dan door een daartoe bevoegde medewerker van de gemeente, levert een strafbaar feit op. Het betreden van een gesloten lokaal en/of woning en/of bijbehorend erf is een strafbaar feit.

Hoofdstuk 2: Beleidsregels wet Victoria gemeente Landgraaf (handhaving artikel 174a Gemeentewet)

Artikel 2:1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    woning: elk voor bewoning bestemd of feitelijk daarvoor gebruikt (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten, zoals;

    • een woonkeet (een loods, keet of ander soortgelijk bouwwerk, bestemd om te voorzien in een behoefte aan woongelegenheid);

    • een woonwagen (voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst);

    • een woonboot;

  • b.

    lokaal: elk (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten, al dan niet toegankelijk voor publiek en niet zijnde een woning, zoals een winkel, café, loods, schuur of bedrijfsruimte. Het feitelijk gebruik van het pand of complex van ruimten is bepalend en niet de uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van huisraad;

  • c.

    erf:

    • het bij een woning behorend erf en/of de zich daarop bevindende overige bebouwing, zoals schuren, loodsen, tuinhuizen, dierenverblijven, garages;

    • een bij een lokaal behorend erf en/of de zich daarop bevindende overige bebouwing. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan aangemerkt worden als lokaal;

  • d.

    sluiting: de burgemeestersbevoegdheid waarbij een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf gesloten wordt met toepassing van artikel 174a Gemeentewet;

  • e.

    wapen: voorwerpen die zijn aangewezen in artikel 2 van de Wet wapens en munitie;

  • f.

    spoedsluiting: een directe, tijdelijke sluiting van een woning of pand door de burgemeester, zonder dat de rechthebbende(n) van de woning of het lokaal (eigenaar, verhuurder, huurder, bewoner, exploitant) een begunstigingstermijn krijgt of een zienswijze kan indienen.

Artikel 2:2 Reikwijdte beleidsregel

  • 1. Deze beleidsregel is van toepassing op de uitoefening door de burgemeester van de in artikel 174a Gemeentewet neergelegde bevoegdheid ten aanzien van:

    • a.

      niet voor publiek toegankelijke lokalen en/of bijbehorende erven;

    • b.

      woningen en/of bijbehorende erven.

Artikel 2:3 Algemene uitgangspunten

  • 1. De toepassing van de burgemeestersbevoegdheid op grond van artikel 174a Gemeentewet is een discretionaire bevoegdheid.

  • 2. De burgemeester is op grond van artikel 174a Gemeentewet – kort gezegd – bevoegd om een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten in geval van ernstige verstoring van de openbare orde rondom die woning of dat lokaal. De burgemeester is onder bepaalde omstandigheden ook bevoegd die woning, dat lokaal of bijbehorend erf te sluiten wanneer er ernstige vrees bestaat voor zo’n ernstige openbare ordeverstoring.

  • 3. Er moet sprake zijn van een ernstige openbare ordeverstoring of een ernstige vrees daartoe. De openbare orde betreft het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven ter plaatse. Dat is verstoord als daadwerkelijk effect waarneembaar is op het openbare leven. De ernst, omvang of duurzaamheid van onveiligheids- en angstgevoelens bij mensen kunnen maken dat er sprake is van maatschappelijke onrust en daarmee een verstoring van de openbare orde.

  • 4. Het toepassen van de burgemeestersbevoegdheid heeft met name als doel:

    • het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven ter plaatse te handhaven;

    • rust te brengen in de verstoorde situatie;

    • te voorkomen dat de openbare orde verder of opnieuw wordt verstoord.

  • 5. De sluiting betreft een bestuurlijke maatregel met een herstellend karakter en geen bestraffende sanctie.

  • 6. De sluiting van een woning of een lokaal houdt tevens in de sluiting van het bijbehorende erf. Een opgelegde sluiting omvat het gehele perceel.

  • 7. Het besluit tot sluiting wordt opgelegd aan de rechthebbenden van de woning of het lokaal (eigenaar, verhuurder, huurder, bewoner, exploitant).

  • 8. Bij de bekendmaking van het besluit worden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de ernstige verstoring van de openbare orde wordt beëindigd of voorkomen (artikel 174a lid 4 Gemeentewet). De termijn die wordt verleend, hangt af van de concrete feiten en omstandigheden van het geval. Het zal doorgaans gaan om een termijn van enkele uren tot een paar dagen.

  • 9. Indien sprake is van een spoedeisend geval kan direct tot spoedsluiting worden overgegaan zonder dat een dergelijke termijn wordt verleend, dus zonder dat de belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om zelf nog maatregelen te treffen (artikel 174a lid 4 Gemeentewet). Of sprake is van een spoedeisend geval, hangt af van de concrete feiten en omstandigheden van het geval.

  • 10. Indien feitelijk tot sluiting wordt overgegaan, zal het publiek toegankelijke gebouw, inrichting of ruimte voor eenieder ontoegankelijk worden gemaakt.

  • 11. Bij de toepassing de burgemeestersbevoegdheid op basis van artikel 174a Gemeentewet kunnen de volgende indicatoren, zijnde niet limitatief en/of cumulatief van aard ook een rol spelen:

    • de ernst van de overtreding;

    • de omvang van de overtreding;

    • het gevaar van de situatie;

    • de onrust in de omgeving;

    • de (voor criminaliteit) kwetsbaarheid van de omgeving;

    • de maatschappelijke impact van de overtreding;

    • signalen met betrekking tot de korte en lange termijn;

    • de betrokkenheid/ persoonlijke verwijtbaarheid / verantwoordelijkheid van betrokken;

    • de aanwezigheid van minderjarige kinderen;

    • de aanwezigheid van anderszins kwetsbare personen;

    • de financiële consequenties voor betrokkenen;

    • de gevolgen ten aanzien van de woonsituatie (bijv. huurontbinding en plaatsing op een zwarte lijst door de woningcorporatie).

Artikel 2:4 Duur van de sluiting ex artikel 174a Gemeentewet

Ingeval van omstandigheden, als bedoeld in artikel 174a Gemeentewet wordt de duur van de sluiting bepaald volgens onderstaande matrix.

Woning of lokaal

1e gebeurtenis/gedraging waarbij de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.

Iedere volgende gebeurtenis/gedraging, binnen 5 jaren vanaf de 1e gebeurtenis/gedraging, waarbij de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan

Spoedsluiting

In beginsel 1 week, maar kan telkens worden verlengd met 1 week zolang er sprake is van een (ernstige vrees voor herhaling van de) ernstige verstoring van de openbare orde.

Dan volgt het stramien van de “reguliere sluiting” zie de kolom hieronder.

Reguliere sluiting

In beginsel 1 maand, maar kan telkens worden verlengd met 1 maand zolang er sprake is van een (ernstige vrees voor herhaling van de) ernstige verstoring van de openbare orde.

2 maanden, maar het kan telkens worden verlengd met 1 maand zolang er sprake is van een (ernstige vrees voor herhaling van de) ernstige verstoring van de openbare orde.

Artikel 2:5 De A-grond

  • 1. Artikel 174a lid 1 sub a Gemeentewet (de “a-grond”) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het sluiten van een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord.

  • 2. De “a-grond” vereist dat de openbare orde rond de woning of het lokaal ernstig is verstoord.

  • 3. De gedraging moet hebben plaatsgevonden in de woning, in het lokaal, of op het erf.

  • 4. De gedraging uit de “a-grond” is niet nader gespecifieerd. Het betreft in ieder geval gedragingen die leiden tot overlast die nadelig zijn voor de veiligheid en/of gezondheid (te denken valt aan woningen of lokalen van waaruit sprake is van overlast door drugsgebruik, sekswerk, vechtpartijen, etc.). Geluids- of stankoverlast door de buren is bijvoorbeeld niet voldoende.

Artikel 2:6 De B-grond

  • 1. Artikel 174a lid 1 sub b Gemeentewet (de “b-grond”) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het sluiten van een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf indien door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.

  • 2. De “b-grond” vereist dat de openbare orde rond de woning of het lokaal ernstig is verstoord (of dat daartoe ernstige vrees bestaat) met als specifieke oorzaak ernstig geweld of bedreiging daarmee.

  • 3. Er is sprake van geweld in geval van een fysieke kracht die zo hevig is, dat zij geschikt schijnt het rechtsgoed in gevaar te brengen. Het is niet noodzakelijk dat het geweld gevolgen heeft gehad zoals verwonding van personen of beschadiging van goederen.

  • 4. Het geweld of de dreiging daarmee moet een bepaalde ernst in zich dragen. Het bekladden, bespuiten of gooien van eieren of soortgelijke voorwerpen naar een woning of lokaal, volstaat niet. Er moet bij toepassing van de “b-grond” vooral worden gedacht aan wapengeweld of daarmee op een lijn te stellen geweld, zoals geweld door brandstichting of geweld met een explosief of zwaar vuurwerk.

  • 5. De wet is aangescherpt wegens de problematiek van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit en beschietingen, maar dat betekent niet dat het geweld moet voortkomen uit de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. De “b-grond” ziet net zo goed op (niet-limitatief) beschietingen, explosies, ontploffingen of het neerleggen van explosieven of zwaar vuurwerk wanneer dit geschiedt vanuit een andere context (bijvoorbeeld vanuit de relationele sfeer of om andere redenen).

  • 6. Het ernstige geweld of de dreiging daarmee moet hebben plaatsgevonden in de woning, in het lokaal, op het erf, of in de onmiddellijke nabijheid van die woning, het lokaal of het erf.

  • 7. De ‘onmiddellijke nabijheid’ omvat gedragingen op het trottoir of op de straat ter hoogte van of vlakbij de woning of bijvoorbeeld gedragingen in de tuin of voor de deur van de buren. Er moet daarbij wel een duidelijke connectie bestaan tussen de gedraging en de woning, het lokaal of het erf.

Artikel 2:7 De C-grond

  • 1. Artikel 174a lid 1 sub c Gemeentewet (de “c-grond”) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het sluiten van een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf indien door het aantreffen in de woning of het lokaal of op het erf van een wapen als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.

  • 2. De “c-grond” vereist dat de openbare orde rond de woning of het lokaal ernstig is verstoord (of dat daartoe ernstige vrees bestaat) met als specifieke oorzaak het aantreffen van een wapen als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

  • 3. De “c-grond” ziet ook op ernstige openbare orde verstoringen (of de ernstige vrees daarvoor) wegens het aantreffen van vuurwerk, maar alleen voor zover dit vuurwerk in de concrete situatie een wapen is als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. Vuurwerk kan in een concrete situatie – kort samengevat – als wapen worden aangemerkt wanneer dit vuurwerk bedoeld is om schade aan te richten aan zaken of om personen te verwonden.

  • 4. Het wapen of het vuurwerk moet zijn aangetroffen in de woning, in het lokaal of op het erf.

  • 5. Het enkele aantreffen van een wapen of vuurwerk is niet voldoende om over te gaan tot sluiting. De vondst van het wapen of het vuurwerk moet hebben geleid tot een ernstige openbare ordeverstoring (of de ernstige vrees daarvoor) rond de woning of het lokaal. Het is daarvoor niet vereist dat het wapen of vuurwerk daadwerkelijk is gebruikt.

  • 6. Het is niet mogelijk om te sluiten indien enkel en alleen munitie is aangetroffen.

  • 7. Er wordt bij de beoordeling (niet-limitatief) betekenis toegekend aan de plek waar het wapen is aangetroffen, of het wapen was doorgeladen of niet, of er munitie is aangetroffen, of er meerdere wapens zijn aangetroffen, of er andere relevante goederen zijn aangetroffen, of er relevante factoren zijn met betrekking tot de woning of het lokaal, of er relevante factoren zijn met betrekking tot de rechthebbenden of aanwezigen in de woning of het lokaal.

Artikel 2:8 Procedureverloop en begunstigingstermijn

  • 1. De burgemeester kan in geval van (één van) de bovenstaande gronden, zoals bedoeld in de artikelen 2:5 t/m 2:7 van dit hoofdstuk, een besluit tot sluiting opleggen.

  • 2. De burgemeestersbevoegdheid op basis van artikel 174a Gemeentewet vindt plaats met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat, alvorens een definitief besluit over sluiting wordt genomen, belanghebbenden schriftelijk op de hoogte worden gebracht van het voornemen tot sluiting en dat zij in de gelegenheid worden gesteld om binnen 5 werkdagen mondeling of schriftelijk hun zienswijze op het voornemen te geven.

  • 3. Als begunstigingstermijn bij sluiting wordt een periode van tenminste vijf werkdagen, aanvangend op de dag volgende op verzending van het besluit, aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid wordt gesteld om maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde (blijvend) wordt beëindigd. Ingeval van een spoedsluiting wordt er afgezien van een begunstigingstermijn.

  • 4. Er wordt in beginsel gestart met een sluitingstermijn voor de duur van 1 maand, om zo het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven ter plaatse te handhaven, rust te brengen in de verstoorde situatie en te voorkomen dat de openbare orde verder of opnieuw wordt verstoord. In afwijking hiervan wordt bij een spoedsluiting in beginsel gestart met een sluitingstermijn voor de duur van 1 week.

  • 5. Gedurende die maand zal de burgemeester de situatie monitoren. Indien de beoogde doelen zijn behaald en niet langer sprake is van (ernstige vrees voor) ernstige verstoring van de openbare orde, loopt de sluiting na afloop van die maand af. Indien uit feiten en omstandigheden blijkt dat wel nog steeds sprake is van (ernstige vrees voor) ernstige verstoring van de openbare orde, wordt de sluiting na afloop van die maand verlengd voor de duur van een maand. De sluiting zal telkens voor de duur van een maand worden verlengd zolang sprake is van (ernstige vrees voor) ernstige verstoring van de openbare orde.

  • 6. Indien een sluiting wordt verlengd, zullen belanghebbenden worden gehoord.

  • 7. De maatregelen worden aangescherpt naarmate vaker in of nabij dezelfde woning of hetzelfde lokaal (ernstige vrees voor) een ernstige verstoring van de openbare orde wordt geconstateerd. Het hoeft daarbij niet om een vergelijkbaar feitencomplex te gaan.

Artikel 2:9 Feitelijke sluiting

  • 1. Feitelijke sluiting houdt in dat het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf ontoegankelijk moet worden gemaakt dan wel wordt gemaakt door alle toegangen tot het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf af te sluiten, al dan niet door middel van betimmeringen en/of het aanbrengen van ander sluitwerk, en de sleutels in bewaring te geven aan de burgemeester. De betreffende toegangen zullen namens de burgemeester worden verzegeld.

  • 2. Het onderliggende besluit zal in verkorte vorm (sluitingsbevel) aan de voorgevel van het lokaal en/of de woning worden aangebracht. Wanneer de voorgevel zodanig van de openbare weg verwijderd of verscholen ligt dat de aankondiging op of aan de woning of het lokaal vanaf de openbare weg niet leesbaar is, kan het sluitingsbevel middels plaatsing van een bord op of bij de perceelgrens aan de openbare weg kenbaar worden gemaakt.

  • 3. Het verwijderen van een verzegeling of het verwijderen of beschadigen dan wel onleesbaar maken van het sluitingsbevel, anders dan door een daartoe bevoegde medewerker van de gemeente, levert een strafbaar feit op. Het betreden van een gesloten lokaal en/of woning en/of bijbehorend erf is een strafbaar feit.

Hoofdstuk 3 Overkoepelende bepalingen

Artikel 3:1 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken

  • 1. Een publiekrechtelijke beperking vanwege een besluit tot sluiting van een woning of lokaal wordt op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken binnen vier dagen na bekendmaking van het besluit ingeschreven in de Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke Beperkingen (BRK-PB).

  • 2. Na beëindiging van de sluiting vervalt de publiekrechtelijke beperking ingeschreven in de Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke Beperkingen (BRK-PB). Indien hiervoor vanuit het bestuursorgaan nadere handelingen noodzakelijk zijn, wordt hiervoor binnen vier dagen na de dag waarop dit bij hem bekend is geworden, zorg gedragen.

Artikel 3:2 Kostenverhaal

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:25 en titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen de kosten van bestuursdwang op de overtreder(s) worden verhaald. Wordt tot kostenverhaal besloten dan wordt dit in de mededeling van het voornemen tot een besluit en in het definitieve besluit meegedeeld.

Artikel 3:3 Hardheidsclausule

De burgemeester kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van deze beleidsregels.

Artikel 3:4 Intrekking

Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria gemeente Landgraaf 2020, vastgesteld op 28 september 2020, wordt ingetrokken.

Artikel 3:5 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het elektronische Gemeenteblad op www.overheid.nl.

Artikel 3:6 Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria gemeente Landgraaf 2026”.

Ondertekening

Landgraaf, 15 april 2026

De burgemeester voornoemd,

mr. R. de Boer