Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760718
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760718/1
Nadere regels reclame-uitingen Zandvoort
Geldend van 01-05-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regels reclame-uitingen ZandvoortHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort d.d. 17 februari 2025;
Gelet op artikel 4:16 van de Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017;
Overwegende;
- •
De gemeenteraad het Reclamebeleid deel 2 op 25 februari 2025 heeft vastgesteld
- •
Hierin regels zijn opgenomen met betrekking tot reclame-uitingen die betrokken moeten worden bij artikel 4:16 van de APV
- •
Met het stellen van nadere regels het mogelijk wordt te handhaven op de regels voor reclame-uitingen
Besluit
Vast te stellen de navolgende Nadere regels reclame-uitingen Zandvoort
HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1:1 Begripsbepalingen reclame
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
- a.
Bouwprojectbord: een reclame-uiting met betrekking tot een (bouw)project dat plaatsvindt op het perceel waarbij of waarop het bouwbord is aangebracht;
- b.
Gevelreclame: reclame-uitingen die op of aan de gevel van het betreffende pand of perceel zijn verbonden;
- c.
Makelaarsbord: een reclame-uiting met betrekking tot de verkoop of verhuur van het betreffende pand waarbij of waarop het makelaarsbord is aangebracht;
- d.
Reclamebord: een plaat of constructie waarin een plaat is verwerkt waarop een reclame-uiting wordt getoond. De reclame heeft betrekking op een product of dienst;
- e.
Reclame-uitingen: elke vorm van openbare aanprijzing om de afzet van goederen, diensten, activiteiten en/of doelstellingen te bevorderen, overgebracht door middel van aanduiding, opschrift, aankondiging, mededeling, uitbeelding, afbeelding, projectie, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats. Ook uitingen die niet direct gericht zijn op de afzet van goederen, diensten en activiteiten, maar wel gebruik maken van de middelen (objecten) die voor reclame veelal worden ingezet worden gezien als reclame-uitingen;
- f.
Spandoek: reclame-uiting op een doek (gemaakt van bijvoorbeeld textiel of plastic) dan opgespannen wordt opgehangen;
Artikel 1:2 Gebiedsindeling
Er worden verschillende gebieden in Zandvoort onderscheiden waarvoor specifieke gebiedsregels gelden. Deze gebieden zijn: (1) winkel- en uitgaansgebied, (2) woongebied, (3) buitengebied, (4) bedrijventerreinen en (5) boulevards en strand. De aangewezen gebieden zijn grafisch weergegeven op de bij de nadere regels behorende en daarvan deel uitmakende plattegrond van Zandvoort (bijlage 1).
HOOFDSTUK 2 – ALGEMENE REGELS
Artikel 2:1 Regels met betrekking tot de functie van reclame
-
1. De reclame-uiting moet een rechtstreeks verband hebben met de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden.
-
2. De reclame-uiting moet perceel-gebonden zijn en niet op onbebouwde percelen geplaatst worden, met uitzondering van tijdelijke reclame-uitingen.
Artikel 2:2 Regels met betrekking tot technische specificaties
Reclame-uitingen dienen te voldoen aan deugdelijke technisch en constructieve eisen.
Artikel 2:3 Regels met betrekking tot plaatsing
-
1. Als de architectuur van bestaande bebouwing en omgeving voorziet in aangewezen plaatsen voor reclame-uitingen dient daar gebruik van te worden gemaakt.
-
2. Reclame-uitingen aan, voor en/of op korte afstand van monumenten mogen de monumentale en architectonische waarde van het pand en de directe omgeving niet aantasten.
Artikel 2:4 Regels met betrekking tot beeldkwaliteit en vormgeving
-
1. De volgende reclamevormen zijn storend voor de beeldkwaliteit en daarom niet toegestaan:
- a.
Reclame-uitingen op rolluiken.
- b.
Steigerdoeken met reclame-uitingen.
- c.
Graffiti op rolluiken of verharding. Ook zogenaamde “groene” graffiti, aangebracht met hogedrukspuit met mallen.
- a.
-
2. Een reclame-uiting mag niet groter zijn dan voor een goede leesbaarheid noodzakelijk is, gerelateerd aan de functie/gebruik van de openbare ruimte.
-
3. Reclame-uitingen met reflecterende en/of fluorescerende kleuren zijn niet toegestaan.
-
4. Reclame-uitingen waarbij gebruik gemaakt wordt van licht dat verblindend is, hinder veroorzaakt of knippert door veranderlijk, bewegend of onderbrekend licht zijn niet toegestaan.
-
5. Reclame-uitingen die daglicht reflecteren zijn niet toegestaan.
-
6. Reclame-uitingen met mechanisch bewegende en/of geluid en/of bewegend licht producerende onderdelen zijn niet toegestaan.
Artikel 2:5 Regels met betrekking tot tijdelijke reclame
-
1. De volgende regels gelden voor bouwprojectborden:
- a.
Het plaatsen van een bouwprojectbord eerder dan 1 jaar voor aanvang van de geplande bouwwerkzaamheden is niet toegestaan.
- b.
Het bouw- of projectbord dient binnen twee weken na de laatste opleverdatum te zijn verwijderd.
- c.
Er zijn maximaal twee bouw- en projectborden per (bouw)project toegestaan.
- d.
Bouwprojectborden zijn alleen toegestaan op het bouw- of projectterrein zelf.
- e.
Bouwprojectborden zijn rechthoekig en hebben een maximale oppervlakte van 10 m2.
- f.
Bouwprojectborden zijn maximaal 6,00 meter hoog.
- a.
-
2. De volgende regels gelden voor makelaarsborden:
- a.
Makelaarsborden zijn alleen toegestaan voor een redelijke periode zolang het bord een feitelijke betekenis heeft.
- b.
Er geldt een maximum van 1 makelaarsbord aan de gevel.
- c.
De maatvoering van het makelaarsbord aan de gevel betreft maximaal 0,50 m2 met aan de langste zijde maximaal 1,00 meter.
- d.
Er geldt een maximaal 1 bord in de tuin of op eigen terrein.
- e.
De maatvoering van het makelaarsbord in de tuin of eigen terrein betreft maximaal 0,50 m2 op een standaard met een totale hoogte van maximaal 2,00 meter.
- a.
-
3. De volgende regels gelden voor (span)doeken
- a.
Spandoeken mogen maximaal 30 dagen blijven hangen.
- b.
Spandoeken mogen niet aan lichtmasten, bomen, bruggen viaducten bevestigd worden.
- c.
Spandoeken mogen alleen worden ingezet voor aankondiging van plaatselijke evenementen, maatschappelijke, culturele, ideële en AMBI geregistreerde doeleinden en landelijke campagnes zoals collecteweken.
- d.
Spandoeken zijn niet toegestaan op dagen met een (verwachte) windkracht van 6 of hoger.
- a.
Artikel 2:6 Regels met betrekking tot gevelreclame
Gevelreclame is aan alle voorgevels toegestaan. Bij een hoekpand met twee bedrijfspuien is er sprake van twee voorgevels. Bij gevels tot 6 meter gevelbreedte zijn er maximaal 3 reclame-uitingen toegestaan. Bij gevels breder dan 6 meter zijn evenredig meer reclame-uitingen mogelijk tot een maximum van 5.
Artikel 2:7 Regels met betrekking tot terrassen en horeca-uitstallingen
3D-objecten, plantenbakken en overige uitstallingen van de horeca zijn alleen toegestaan als deze objecten uitsluitend bedoeld zijn als aankleding en passend in de stijl en functie van het bedrijf.
Artikel 2:8 Regels met betrekking tot vlaggenmasten, terrasschermen en parasols
-
1. Vlaggenmasten zijn alleen toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- a.
Vlaggenmasten zijn geplaatst op niet openbare eigen terrein.
- b.
Er geldt een maximum van 2 vlaggenmasten tot 5 meter perceelbreedte aan straatzijde. Bij bredere percelen zijn evenredig meer masten mogelijk.
- c.
Bij meerdere vlaggenmasten dienen deze identiek te zijn uitgevoerd.
- a.
-
2. Terrasschermen en parasols met reclame-uitingen zijn alleen toegestaan in de vorm van:
- a.
Reclame-uitingen op terrasschermen zijn maximaal 0,50 meter hoog geplaatst op het niet transparante gedeelte van het terrasschot.
- b.
Op parasols maximaal 1 reclame-uiting per volant, van maximaal 0,50 meter bij 0,50 meter.
- c.
Reclame-uitingen bestaan uit losse letters en/of het beeldmerk/ logo van het bedrijf of product dat in betreffende bedrijf wordt verkocht.
- a.
HOOFDSTUK 3 – NADERE GEBIEDSREGELS WINKEL- EN UITGAANSGEBIEDEN
Artikel 3:1 Regels met betrekking tot reclame op of aan de gevel
-
1. Borden of losse letters plat op de gevel zijn alleen toegestaan in de vorm van:
- a.
(Verlichte) losse letters in 1 enkele regel (geen neon)
- b.
Een (aangelicht) bord
- c.
Een lichtbak (maximaal 1 per bedrijf/winkel)
- d.
Een prijs-/aanprijzing-/menubord
- I.
Boven de entree, gecentreerd in de gevel, op de luifel of passend in de structuur van de gevel/pui.
- II.
Bij meerdere verdiepingen onder de kozijnen op de eerste verdieping.
- III.
Niet boven op de luifel, op het dak of de dakrand overschrijdend.
- IV.
Maximaal 0,50 meter hoog en maximaal 60% breed ten opzichte van de totale gevel-/luifelbreedte met een maximum van 4,00 meter.
- V.
Maximaal 0,20 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie.
- I.
- a.
-
2. Borden of objecten haaks op de gevel zijn alleen toegestaan in de vorm van:
- a.
Een uithangbord/plaat.
- b.
Een lichtbak (maximaal 1 per bedrijf/winkel).
- c.
Ambachtelijke elementen zoals bijvoorbeeld een 'gaper' bij een apotheker of een zogenaamde ‘bloedpaal’ bij een kapper.
- d.
Bij meerdere verdiepingen onder de bovendorpel van de kozijnen op de eerste verdieping.
- e.
Niet boven op de luifel, op het dak of de dakrand overschrijdend.
- f.
Maximaal 0,80 m2 (0,90 meter x 0,90 meter) en 0,20 meter dik.
- g.
Minimale hoogte 2,20 meter ten behoeve van de toegankelijkheid.
- a.
-
3. Vlaggen, vaandels, wimpels of banieren zijn alleen toegestaan in de vorm van:
- a.
Vlaggenstok bevestigt onder de vloer van de eerste verdieping of op/aan de luifel.
- b.
Banier plat of loodrecht bevestigd onder de bovendorpel van de kozijn op de eerste verdieping.
- c.
Minimaal 0,50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens bevestigd.
- d.
Banier maximaal 2,40 meter lang, 0,60 meter breed en bij loodrechte plaatsing maximaal 0,80 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie.
- e.
Bij meerdere exemplaren identiek uitgevoerd.
- f.
Er geldt een maximaal van 4 exemplaren.
- g.
Minimale hoogte 2,20 meter ten behoeve van de toegankelijkheid.
- a.
-
4. Zonwering en markiezen met reclame
Maximaal 1 reclameopdruk per zonwering/markies op volant.
-
5. Raamplakkaten, plakletters of raamfolie
- a.
Geplaatst aan de binnenkant van de ramen op de begane grond.
- b.
Tot maximaal 50% van de ramen is bedekt.
- c.
Uitgevoerd met losse plakbelettering en/of semi- transparante plakfolie.
- d.
Raamplakkaten, -folie en logostickers vallen buiten de gestelde maximaal 3 gevelreclames
- a.
-
6. Gevelbeschilderingen of betegeling
Gevelbeschilderingen of betegeling is alleen mogelijk als er sprake is oorspronkelijk in het metsel- of stucwerk van de gevel verwerkte belettering of als er sprake is van herstel van een historisch geschilderde of betegelde gevelreclame.
HOOFDSTUK 4 – NADERE GEBIEDSREGELS BOULEVARDS EN STRAND
Artikel 4:1 Regels met betrekking tot gevelreclame
-
1. Gevelreclame aan alle gevels is toegestaan. Bij gevels tot 6 meter gevelbreedte maximaal 3 gevelreclames. Bij gevels breder dan 6 meter zijn evenredig meer reclames mogelijk tot een maximum van 5 reclames.
-
2. Borden of losse letters plat op de gevel zijn toegestaan in de volgende verschijningsvormen en maatvoeringen:
- a.
(Verlichte) losse letters in 1 enkele regel (neon beperkt toegestaan en niet knipperend).
- b.
Een (aangelicht) bord.
- c.
Een lichtbak (maximaal 1 per gevel die voor publiek zichtbaar is).
- d.
Een prijs-/aanprijzing-/menubord.
- e.
Gecentreerd in de gevel, op de luifel of passend in de structuur van de gevel/pui.
- f.
Maximaal 1 meter uitstekend boven de gevel als er sprake is van slechts 1 verdieping.
- g.
Maximaal 1,0 meter hoog en maximaal 60% breed ten opzichte van de totale gevel-/luifelbreedte met een maximum van 6,00 meter.
- h.
Maximaal 0,20 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie.
- a.
-
3. Borden of objecten haaks op de gevel zijn toegestaan in de volgende verschijningsvormen en maatvoeringen:
- a.
Een uithangbord/plaat.
- b.
Een lichtbak (maximaal 1 per bedrijf/winkel).
- c.
Ambachtelijke elementen zoals bijvoorbeeld een 'gaper' bij een apotheker of een zogenaamde ‘bloedpaal’ bij een kapper.
- d.
Passend in de structuur van de gevel of hangend onder de luifel.
- e.
Maximaal 1 meter uitstekend boven de gevel als er sprake is van slechts 1 verdieping.
- f.
Maximaal 0,80 m2 (0,90 meter x 0,90 meter) en 0.20 meter dik.
- g.
Minimale hoogte 2,20 meter boven het trottoir ten behoeve van de toegankelijkheid.
- h.
Maximaal 1 bord (vierkante kubus) op het dak maximaal 1 meter uitstekend boven de gevel.
- a.
-
4. Vlaggen, vaandels, wimpels of banieren zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Vlaggenstok van maximaal 8 meter hoog bevestigd op terras.
- b.
Kleine wimpels en banieren 4 stuks tot 0,4 x 1,0 meter groot toegestaan op dak.
- c.
Banier plat of loodrecht bevestigd tot maximaal 1 meter boven de gevel.
- d.
Grote banier maximaal 4 stuks 3,00 meter hoog, 1,10 meter breed en bij loodrechte plaatsing maximaal 0,80 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie.
- e.
Bij meerdere exemplaren van wimpels en banieren dienen deze identiek te zijn uitgevoerd.
- f.
Minimale hoogte 2,20 meter boven het trottoir ten behoeve van de toegankelijkheid.
- a.
-
5. Zonwering en markiezen met reclame zijn toegestaan onder de voorwaarden dat maximaal 1 reclameopdruk per zonwering/markies op volant is aangebracht.
-
6. Raamplakkaten, plakletters of raamfolie zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Geplaatst aan de binnenkant van de ramen op de begane grond.
- b.
Tot maximaal 50% van de ramen is bedekt.
- c.
Uitgevoerd met losse plakbelettering en/of semi- transparante plakfolie.
- d.
Als het doel van de bestickering is gericht op tegengaan meeuwenoverlast of verhulling van een technische ruimte is er een ruimere maat van bedekking toegestaan (tot 100%).
- a.
-
7. Gevelbeschilderingen of betegeling zijn toegestaan onder de voorwaarde dat er sprake is van een historisch geschilderde gevelreclame.
-
8. Spandoeken in frame zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Maximaal 1 per gevel. Geplaatst in een daarvoor bestemde vaste frameconstructie op blinde gevels (gevel zonder gevelopeningen).
- b.
Maximaal 1,00 meter hoog en maximaal 60% breed ten opzichte van de totale gevel-/luifelbreedte.
- a.
Artikel 4:2 Regels met betrekking tot vrijstaande reclameobjecten en uitstallingen
-
1. Strandvlaggen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Maximaal 6 stuks.
- b.
Geplaatst op eigen gepachte strand.
- c.
Maximaal 3 meter hoog.
- a.
-
2. Terrasschermen en parasols zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Reclame op terrasscherm maximaal 0,50 meter hoog geplaatst op het niet transparante gedeelte van het terrasschot.
- b.
Op parasols maximaal 2 reclameopdrukken van maximaal 0,50 bij 0,50 meter.
- c.
Reclameopdrukken bestaan uit losse letters en/of het beeldmerk/ logo van het bedrijf of product dat in betreffende bedrijf wordt verkocht.
- d.
Reclame op zogenoemde banaantjes, zijnde windschermen voor strandstoelen, is toegestaan overeenkomstig parasols (maximaal 2 opdrukken van maximaal 0,50 bij 0,50 meter).
- a.
-
3. Overige uitstallingen horeca zijn toegestaan als deze uitsluitend zijn bedoeld als aankleding (planten en bomen) en passend in stijl en functie van het bedrijf.
HOOFDSTUK 5 – NADERE GEBIEDSREGELS BEDRIJVENTERREINEN
Artikel 5:1 Regels met betrekking tot gevelreclame
-
1. Met betrekking tot borden en/of losse letters plat op de gevel gelden de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 4 Nadere gebiedsregels Winkel- en uitgaansgebied. Extra zijn de volgende voorwaarden:
- a.
Reclame-uitingen op een plat dak zijn niet toegestaan, tenzij de plaatsing op de dakrand is en wordt uitgegaan van losse letters.
- b.
Gevelreclames op de dakrand niet breder dan 70% van de gevelbreedte en de hoogte in verhouding met hoogte van het gebouw tot maximaal 0,75 meter.
- a.
-
2. Met betrekking tot borden of objecten haaks op de gevel gelden de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 4 Nadere gebiedsregels Winkel- en uitgaansgebied.
-
3. Met betrekking tot vlaggen, vaandels, wimpels of banieren gelden de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 4 Nadere gebiedsregels Winkel- en uitgaansgebied.
-
4. Met betrekking tot raamplakkaten, plakletters of raamfolie gelden de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 4 Nadere gebiedsregels Winkel- en uitgaansgebied. Extra zijn de volgende voorwaarden:
- a.
Geplaatst aan de binnenkant van de ramen op de begane grond.
- b.
Uitgevoerd met losse plakbelettering en/of plakfolie.
- c.
Tot maximaal 100% van de ramen mag worden bedekt.
- a.
-
5. Vrijstaande reclameobjecten en -zuilen op eigen terrein zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Maximaal 1 object geplaatst bij de entree van een bedrijf of het erf.
- b.
Alleen op eigen terrein voor de voorgevelrooilijn.
- c.
Geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap ernstig beperken of belemmeren.
- d.
Maximaal 1 reclame-uiting per erf.
- e.
Reclamezuilen niet hoger dan de bouwhoogte van het op het betreffende erf gesitueerde hoofdgebouw, met een maximum van 4 meter.
- f.
Reclamezuil niet breder dan 1 meter.
- g.
Reclameborden niet hoger dan 3 meter, met een maximum oppervlakte van 2 m2.
- h.
Geen knipperende, mechanisch bewegende en/of licht reflecterende reclame-uitingen.
- a.
Artikel 5:2 Regels met betrekking tot vrijstaande reclameobjecten
-
1. Vrijstaande reclameborden, -objecten en -zuilen op eigen terrein zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Maximaal 1 object of zuil geplaatst bij entree van een bedrijf of het erf.
- b.
Plaatsing alleen op eigen terrein voor de voorgevelrooilijn.
- c.
Geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap ernstig belemmeren.
- d.
Reclamezuilen niet hoger dan de bouwhoogte van het op het betreffende erf gesitueerde hoofdgebouw, met een maximum van 4 meter.
- e.
Reclamezuil niet breder dan 1 meter.
- f.
Reclameborden niet hoger dan 3 meter, met een maximum oppervlakte van 2 m2.
- g.
Knipperende, mechanisch bewegende en/of licht reflecterende reclame-uitingen zijn niet toegestaan.
- a.
-
2. Vlaggenmasten zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Maximaal 2 vlaggenmasten tot 10 meter perceelbreedte aan straatzijde. Bij bredere percelen zijn evenredig meer masten mogelijk.
- b.
Vlaggenmasten zijn alleen toegestaan op eigen terrein.
- c.
Alle vlaggenmasten zijn even hoog uitgevoerd met een maximum van 9 meter.
- a.
HOOFDSTUK 6 – NADERE GEBIEDSREGELS WOON- EN BUITENGEBIEDEN
Artikel 6:1 Regels met betrekking tot gevelreclame
-
1. Bij praktijkruimten voor het uitoefenen van een vrij beroep is een bescheiden aanduiding aan de gevel of in de voortuin aanvaardbaar. Een bescheiden uiting heeft een maximale grootte die noodzakelijk is om de kunnen lezen vanaf de meest nabijgelegen locatie op de openbare weg.
-
2. Voor naamborden zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Vlakke plaat aan de gevel naast de voordeur.
- b.
Maximaal 0,5 m2 groot en maximaal 5 cm dik.
- c.
Alleen de naam en aard van het bedrijf met eventueel openingstijden en/of een vignet.
- d.
Merkreclames zijn verboden.
- e.
Geen lichtreclame of aanlichting.
- a.
-
3. Vrijstaande reclameborden, -objecten en -zuilen op eigen terrein zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Maximaal 1 object op minimaal 1 meter afstand van de erfafscheiding.
- b.
Maximaal 1,20 m hoog.
- c.
Maximaal 0,50 m2 oppervlakte.
- d.
Geen lichtreclame of aanlichting.
- a.
-
4. Zonweringen en markiezen met reclame zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- a.
Maximaal 1 reclameopdruk per zonwering/markies, eventueel gecombineerd met de bedrijfsnaam alleen op volant (in totaal max 2 uitingen).
- b.
Op de volant maximaal 1 reclame-uiting, van maximaal 0,50 bij 0,50 meter.
- c.
Reclameopdrukken bestaan uit losse letters en/of het beeldmerk/logo van het bedrijf of product dat in het betreffende bedrijf wordt verkocht.
- a.
Artikel 6:2 Regels met betrekking tot sportterreinen
-
1. Naar buiten gekeerde permanente reclame of uitstallingen op sportterreinen zijn niet toegestaan.
-
2. Uitzondering wordt gemaakt voor een naambord van het sportcomplex, waarop de naam van een eventuele (hoofdsponsor) kan worden vermeld.
-
3. Voor naar het binnenterrein gerichte reclameborden op sportterreinen gelden geen gebied-specifieke richtlijnen.
Artikel 6:3 Regels met betrekking tot recreatieparken en -terreinen
Voor bedrijfsgebouwen op recreatieparken en -terreinen zelf gelden geen specifieke gebiedsgerichte richtlijnen. Uitzondering daarop zijn de gebouwen aan de randen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg in het buitengebied. Reclame en uitstallingen moeten dan voldoen aan de richtlijnen voor overige bedrijfsbebouwing zoals opgenomen in artikel 4:4.
HOOFDSTUK 7 – VERGUNNINGEN
Artikel 7:1 Vergunningsaanvraag
-
1. Het bevoegd gezag kan met een vergunning toestemming geven voor een reclame-uiting die niet voldoet aan de in hoofdstuk 1 tot en met 6 opgenomen regels, wanneer er sprake is van:
- a.
Een speciale gebeurtenis of evenement, en
- b.
Een reclame-uiting die slechts tijdelijk in gebruik is.
- a.
Artikel 7:2 Indieningsvereisten
Bij de aanvraag voor een vergunning verstrekt de aanvrager tenminste complete gegevens over:
- a.
De NAW-gegevens van de aanvrager, zijnde de eigenaar van het pand en/of perceel;
- b.
De exacte locatie van de betreffende reclame-uiting;
- c.
Het aantal en de afmetingen van de reclame-uitingen;
- d.
De hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant;
- e.
De te gebruiken materialen, kleuren en verlichting;
- f.
De tekst van de reclame;
- g.
Een geveltekening (1:100);
- h.
Een situatietekening (1:1000);
- i.
Foto(impressie) in kleur van de bestaande en nieuwe situatie, inclusief omgeving;
- j.
Als een ander dan de eigenaar de aanvraag indient dan ook de naam, het adres en de woonplaats van de eigenaar, inclusief een verklaring dat de eigenaar akkoord is met het plaatsen van de reclame-uiting.
Artikel 7:3 Weigeringsgronden
Een vergunning zal door burgemeester en wethouders worden geweigerd, als:
- a.
De aanvraag voor vergunning onvolledig of niet naar toebehoren is ingevuld;
- b.
De voorgenomen reclame-uiting niet voldoet aan de algemene regels zoals gesteld in hoofdstuk 2;
- c.
De reclame-uiting hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, naar beoordeling van burgemeester en wethouders zorgt voor ontsiering van of afbreuk pleegt op het straatbeeld, de zaak of de omgeving;
- d.
De voorgenomen reclame-uiting niet ten behoeve van een speciale gebeurtenis en/of gebeurtenis is en/of niet van tijdelijke aard is, zoals beschreven in artikel 7:1, tweede lid;
- e.
De voorgenomen reclame-uiting de verkeersveiligheid in gevaar brengt;
- f.
De voorgenomen reclame-uiting (licht)hinder, gevaar of overlast veroorzaakt voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken;
- g.
De voorgenomen reclame-uiting geen betrekking heeft op de dienst, het beroep of bedrijf welke of hetwelk in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend;
Artikel 7:4 Voorschriften en beperkingen
-
1. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van:
- a.
Het voorkomen van ontsiering van de zaak en/of de omgeving;
- b.
Het borgen van de verkeersveiligheid;
- c.
Het voorkomen of beperken van (licht)hinder, gevaar of overlast veroorzaakt voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken.
- a.
-
2. Diegene aan wie op grond van deze nadere regels een vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften na te komen.
-
3. De vergunning wordt voor bepaalde tijd verleend. De vergunningsduur is daarbij gelijk aan de duur van het evenement of gebeurtenis die ten gronde ligt aan de vergunningsverlening. Hierbij wordt rekening gehouden met het plaatsen en verwijderen van de reclame-uiting.
-
4. Werkzaamheden horende bij het plaatsen of verwijderen van reclame mogen niet plaatsvinden buiten de vergunningsduur en dienen binnen 6 maanden na de datum waarop het vergunning onherroepelijk is geworden te zijn voltooid.
Artikel 7:5 Intrekken vergunning
Een vergunning kan worden ingetrokken als:
- a.
Ter verkrijging van een vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
- b.
Niet overeenkomstig de vergunning, inclusief voorschriften en beperkingen, is of wordt gehandeld;
- c.
De vergunninghouder of diens rechtverkrijgende dit verzoekt;
- d.
Van de vergunning gedurende 26 weken na dagtekening van verlening geen gebruik is gemaakt ofwel als na aanvankelijk gebruik van de vergunning hiervan gedurende 26 achtereenvolgende weken geen gebruik is gemaakt;
- e.
Het pand en perceel waarop of waaraan reclame is geplaatst en waarvoor vergunning is verleend een verandering ondergaat en door het handhaven van de reclame-uiting de omgeving wordt ontsierd en hieraan door het stellen van voorschriften niet kan worden tegemoetgekomen;
- f.
Op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd ter bescherming van het belang waarvoor de vergunning is vereist.
- g.
De vergunning vervalt van rechtswege, als de reclame-uiting geen betrekking meer heeft op de diensten en/of producten die in het pand of op het perceel worden aangeboden. In dat geval dient de reclame-uiting direct geheel verwijderd te worden.
HOOFDSTUK 8 – OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 8:1 Overgangsbepalingen handhaving regels
De handhaving op de nadere regels zal plaatsvinden na inwerkingtreding van de nadere regels rekening houdende met de volgende uitgangspunten:
- a.
Voor wat betreft de regels die geen grote (des)investering (indicatief wordt < €300 aangehouden) vragen zal een overgangstermijn van 3 maanden gelden vanaf de inwerkingtreding deze nadere regels.
- b.
Voor wat betreft de regels die een grote (des)investering (indicatief wordt > €300 aangehouden) vragen zal een langere overgangstermijn gelden die evenredig is met de reguliere afschrijvingstermijn van de betreffende reclame-uiting.
Artikel 8:2 Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking op 1 mei 2026.
Artikel 8:3 Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als “Nadere regels reclame-uitingen Zandvoort”.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare vergadering van 17 februari 2025
De secretaris,
de burgemeester,
BIJLAGE 1
Kaart met gebiedsindeling
In de nadere regels worden verschillende gebieden in Zandvoort onderscheiden waarvoor specifieke gebiedsregels gelden. Deze gebieden zijn: (1) winkel- en uitgaansgebied, (2) woongebied, (3) buitengebied, (4) bedrijventerreinen en (5) boulevards en strand. De aangewezen gebieden zijn grafisch weergegeven op de onderstaande plattegrond van Zandvoort.
TOELICHTING BIJ NADERE REGELS RECLAME-UITINGEN ZANDVOORT 2025
ALGEMENE TOELICHTING
Algemene plaatselijke verordening artikel 4:16
In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Zandvoort, artikel 4.16, wordt het verbod op reclame op of aan een onroerende zaak geregeld. In het tweede lid van het betreffende artikel wordt het bevoegd bestuursorgaan in staat gesteld nadere regels te stellen met betrekking tot het verbod zoals verwoord in het eerste lid. Met de nadere regels bij dit artikel wordt geregeld dat onder bepaalde voorwaarden reclame-uitingen worden toegestaan zonder dat daar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is.
Reikwijdte
In artikel 7 van de Nederlandse Grondwet is de Vrijheid van Meningsuiting en het Censuurverbod vastgelegd. Op grond van artikel 7 lid 4 Grondwet is handelsreclame van de bescherming van dat artikel uitgezonderd. Dit maakt het mogelijk om reclame in de commerciële sfeer (handelsreclame) te reguleren. Het gaat daarbij om reclame-uitingen waarbij het ideële, maatschappelijke of politieke aspect ontbreekt. In de formele toelichting bij de Grondwet wordt als reden daarvoor bijvoorbeeld de ‘bescherming van het landschapsschoon’ genoemd.
Een ander belangrijk aspect als het gaat om de reikwijdte van deze nadere regels is dat voor reclame-uitingen die worden geplaatst middels een bouwwerk niet alleen deze nadere regels van toepassing is, maar mogelijk voor de constructie ook een omgevingsvergunning is vereist.
Rechtsmiddelen
Op grond van artikel 8:3 Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep worden ingesteld tegen een algemeen verbindend voorschrift. De nadere regels zijn een algemeen verbindend voorschrift. Tegen de vaststelling van deze nadere regels staan daarom geen rechtsmiddelen open.
ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING
Sommige artikelen spreken voor zich, anderen niet. Voor de artikelen die een nadere toelichting vereisen, is die toelichting hieronder gegeven.
HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1:2 Gebiedsindeling
De gebiedsindeling voor Zandvoort bestaat uit een vijftal categorieën, hieronder beschreven:
Winkel- en uitgaansgebied
Dit gebied omvat de buurten met commerciële en recreatieve functies en activiteiten, waar de meeste winkels, restaurants, bars en andere uitgaansgelegenheden zich bevinden.
Woongebied
Dit gebied omvat de buurten waar (het merendeel van) de panden in de bebouwde omgeving in gebruik is als woning.
Buitengebied
Het gebied buiten de bebouwde omgeving heeft de functies recreatie en natuur, en bestaat uit name uit open agrarisch landschap, het duingebied, de sportterreinen en de recreatieparken.
Bedrijventerreinen
Dit gebied is specifiek aangewezen voor industriële en commerciële activiteiten, waar zich tevens geen of nauwelijks woningen bevinden.
Boulevards en strand
Bij dit gebied gaat het om het toeristisch kerngebied bestaande uit de boulevards langs het strand (vanaf gemeentegrens met Bloemendaal), het strand, en het Kern Kustgebied (tussen de Jacob van Heemskerckstraat, de Burgermeester Engelbertstraat, de Thorberckestraat en de afritten naar het strand (strandopgang)). Met het strand wordt de zone bedoeld tussen de duinvoet en de gemiddelde laagwaterlijn met inbegrip van de aanwezige voor het publiek toegankelijke gebouwen en terrassen inclusief de op- en afritten van en naar het strand.
HOOFDSTUK 2 – ALGEMENE REGELS
Artikel 2:1 Regels met betrekking tot de functie van reclame
Losse reclame-uitingen zijn reclame-uitingen die eenvoudig demonteerbaar en of verplaatsbaar zijn. Reclame-uitingen die aan de gevel zijn vastgeschroefd worden niet beschouwd als losse reclame-uitingen
Tijdelijke reclame-uitingen zijn reclame-uitingen die voor een beperkte periode worden geplaatst en die niet bedoeld zijn om permanent te blijven. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op reclame-uitingen die worden gebruikt voor evenementen, seizoensgebonden promoties of tijdelijke bouwprojecten.
Artikel 2:2 Regels met betrekking tot technische specificaties
Met deugdelijke technische en constructieve eisen wordt bedoeld dat de reclame-uitingen zijn geproduceerd van degelijke materialen die lang meegaan en bestand zijn tegen weer en wind. In het kader van duurzaamheid is het ook gewenst om geen datum en jaartallen in de uitingen op te nemen zodat ze eventueel ook een andere keer ingezet kunnen worden.
Artikel 2:3 Regels met betrekking tot plaatsing
Met aangewezen plaatsen in de gevel wordt bedoeld plekken die in de architecturale stijl van het gebouw zijn opgenomen. Doorgaans in koofborden, in verdiepingen, op verhogingen en/of uitsparingen in het driedimensionale vlak van de gevel.
Artikel 2:4 Regels met betrekking tot de beeldkwaliteit en de vormgeving
Groene graffiti is een afbeelding of tekst die zichtbaar wordt door met behulp van bijvoorbeeld een mal oppervlakten schoon te spuiten met een hogedrukspuit. Het contract tussen de schoongemaakte deel en het vieze deel levert een reclame-uiting op.
De maat, vorm, kleur en sfeer van de reclame-uiting moeten passen bij het karakter en de functie van de openbare ruimte waarin ze worden geplaatst. Het doel is om visuele verstoringen te minimaliseren en de esthetische waarde van de openbare ruimte te behouden, zodat deze aantrekkelijk blijft voor zowel bewoners als bezoekers
Artikel 2:5 Regels met betrekking tot tijdelijke reclame
De geplande aanvang van de bouwwerkzaamheden moet realistisch zijn ten opzichte van het (geplande) voorbereidingsproces.
Makelaarsborden hebben overeenkomstig de definitie in artikel 1:1 betrekking op het pand of perceel waarbij deze zijn aangebracht. Makelaarsborden die hier niet betrekking op hebben zijn niet toegestaan.
HOOFDSTUK 3 – GEBIEDSREGELS WINKEL- EN UITGAANSGEBIEDEN
HOOFDSTUK 4 – GEBIEDSREGELS BOULEVARDS EN STRAND
Bij dit gebied gaat het om het toeristisch kerngebied bestaande uit de boulevards langs het strand (vanaf gemeentegrens met Bloemendaal), het strand, en het Kern Kustgebied (tussen de Jacob van Heemskerckstraat, de Burgermeester Engelbertstraat, de Thorberckestraat en de afritten naar het strand (strandopgang)). Met het strand wordt de zone bedoeld tussen de duinvoet en de gemiddelde laagwaterlijn met inbegrip van de aanwezige voor het publiek toegankelijke gebouwen en terrassen inclusief de op- en afritten van en naar het strand.
In dit deelgebied is de zorg voor aantrekkelijkheid voor recreanten en bezoekers van groot belang om voldoende attractie te waarborgen. Dit betekent iets meer ruimte voor reclame en uitstallingen voor de ondernemer, mits een aantrekkelijk openbare ruimte behouden blijft.
In dit deelgebied is over het algemeen meer mogelijk met betrekking tot de maatvoering dan in het winkelgebied vanwege de attractiewaarde, schaal van en afstand tot de bebouwing. De regels voor het strand zijn daarom ruimer geformuleerd dan die voor het winkel- en uitgaansgebied
De argumenten hiervoor binnen deelgebied strand zijn met name:
- •
Er is meer ruimte op het strand en daardoor minder snel sprake van overlast,
- •
Er dient op grotere afstand de aandacht te worden getrokken van het publiek (bijvoorbeeld vanaf de vloedlijn),
- •
De strandtenten zijn vrijstaande bouwwerken met vier gevels en een dak die allen kunnen worden ingezet voor een reclame-uiting (alzijdigheid),
- •
De gepachte grond is met is de toepassing van terrassen meestal breder dan de gevel van het (hoofd)gebouw,
- •
Naast de in het winkelgebied voorkomende reclamemiddelen zijn er ook strand-specifieke in te zetten reclame-uitingen (bijvoorbeeld de windschermen rondom strandstoelen "banaantjes").
HOOFDSTUK 5 – GEBIEDSREGELS BEDRIJVENTERREINEN
De regels voor de bedrijventerreinen zijn iets ruimer wat betreft de toegestane maatvoering van de reclame-uitingen, omdat de buitenruimte dit mogelijk maakt.
HOOFDSTUK 6 – GEBIEDSREGELS WOON- EN BUITENGEBIEDEN
Uitgangspunt is de landschappelijke kwaliteit te behouden. In het duingebied zelf worden geen reclame-uitingen toegestaan. Voor een reclame buiten de bebouwde kom is een provinciale ontheffing nodig. Voor zover de richtlijnen strijdig zijn met het provinciale beleid prevaleert het provinciale beleid, voor zolang dit van toepassing is.
HOOFDSTUK 7 – VERGUNNINGEN
Artikel 7:1 Algemene verbodsbepaling
Een evenement of speciale gebeurtenis is een geplande, speciale gelegenheid of bijeenkomst, vaak met een specifiek doel en een bepaalde vorm. Een evenement kan worden geplaatst onder de gemeente brede promotie van Zandvoort. De mogelijkheden voor citymarketing zullen per evenement beoordeeld worden.
Een reclame-uiting die minder dan drie maanden aaneengesloten of bijna aaneengesloten aanwezig is, wordt als tijdelijk beschouwd. Korte onderbrekingen in de aanwezigheid van de reclame, zoals voor onderhoud of reparatie, veranderen de tijdelijke aard niet.
Voor alle vergunningen geldt dat er geen sprake is van een ontheffingsplicht.
Artikel 7:2 Vergunningsprocedure
Het is niet toegestaan om een reclame-uiting te plaatsen in afwachting van een vergunning. Eventuele gemaakte kosten voor een reclameobject in afwachting van het verlenen van een vergunning kan niet worden verhaald op de gemeente.
Het vergunningsaanvraagtraject verloopt via het Omgevingsloket. Hierbij wordt de aanvraag eerst getoetst door de Omgevingsdienst IJmond en/of de afdeling VTH van de gemeente Zandvoort. Het college zal, om precedentwerking te voorkomen, aangeven welke argumentatie zij heeft gebruikt om alsnog een vergunning toe te wijzen.
Artikel 7:3 Indieningsvereisten
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene regels voor het indienen van een aanvraag. Daarnaast geeft de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) nog specifieke indieningsvereisten voor een aanvraag omgevingsvergunning. Artikel 7.6 Mor heeft specifiek betrekking op handelsreclame.
De opgegeven lijst met aan te leveren gegevens is een opsomming van het minimum. Als bepaalde gevraagde gegevens niet van toepassing zijn dient te worden aangegeven waarom dit zo is.
Artikel 7:4 Weigeringsgronden
Dit artikel beschrijft gronden op grond waarvan een aanvraag kan worden geweigerd. Het betreft een zal- bepaling. De aanvraag zal dus sowieso worden geweigerd als een weigeringsgrond zich voordoet. Een mogelijk alternatief kan zijn wanneer voorschriften aan de vergunning wordt gekoppeld waarmee de weigeringsgrond wordt weggenomen.
Een aanvraag voor een vergunning wordt altijd getoetst aan de algemene regels (hoofdstuk 2) van deze nadere regels
Artikel 7:5 Voorschriften en beperkingen
Dit artikel geeft de mogelijkheid om voorschriften en/of beperkingen te verbinden aan de ontheffing. Doel hiervan is om een weigeringsgrond weg te nemen en/of hinder te beperken.
Voor wat betreft de regels die voortkomen uit de APV zal er geen overgangstermijn gelden. Immers deze regels zijn alle lange tijd van kracht middels de APV. Het betreft regels met betrekking tot de toegankelijkheid, graven in openbare grond en overlast voor verkeer.
Voor wat betreft de regels die geen grote (des)investering (indicatief wordt < €500 aangehouden) vragen van de betreffende ondernemer zal een beperkte overgangstermijn van 3 maanden gelden vanaf de inwerkingtreding van deze nadere regels. Binnen deze termijn dienen de betreffende reclame-uitingen gedemonteerd te worden (voor zover noodzakelijk) en verwijderd te worden.
Voor wat betreft de regels die een grote (des)investering (indicatief wordt > €500 aangehouden) vragen van de betreffende ondernemer zal een langere overgangstermijn gelden die evenredig is met de reguliere afschrijvingstermijn van de betreffende reclame-uiting.
HOOFDSTUK 7 – OVERGANGS- en SLOTBEPALINGEN
Artikel 7:1 Overgangsbepalingen handhaving regels
Met dit artikel wordt de ondernemer de mogelijkheid geboden de huidige uitstallingen of reclameborden nog tijdelijk te handhaven na inwerkingtreding van de nieuwe nadere regels. Dit geldt echter niet voor de uitstallingen en reclameborden die niet voldoen aan de APV, artikel 2:10, wat betreft de doorgang die vrijgehouden dient te worden.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl