Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760715
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760715/1
Geldend van 17-04-2026 t/m heden
1 Inleiding
1.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe
Deze Omgevingsvisie laat zien wat we samen belangrijk vinden voor de omgeving waarin we wonen, werken en waarin we onze vrije tijd doorbrengen. Het nodigt iedereen uit om bij te dragen aan de ontwikkeling van onze gemeente, van Neder-Betuwe, een gemeente in het rivierengebied.
Hier heeft de loop van de rivieren eeuwenlang historie geschreven in het landschap.
Maar ook in het karakter van onze inwoners. Een karakter van hard werken en naar elkaar
omzien. Samen met elkaar strijden voor een toekomst voor ons allemaal. Dat kenmerkt
ons motto: samen leven, werken en ondernemen, samen (voort)bouwen aan onze identiteit.
De Omgevingsvisie bestaat uit 10 speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart.
Daar kun je lezen waar we met elkaar op in willen zetten en welke waarden we willen
behouden. Je kan ook zelf bijdragen aan de toekomst van Neder-Betuwe. Bij het stappenplan
kun je lezen hoe je aan de slag kunt gaan als je een idee hebt.
De omgevingsvisie is op 24 februari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze Omgevingsvisie is vormgegeven via een website https://www.omgevingsvisienederbetuwe.nl/omgevingsvisie-nederbetuwe/home . Het is nodig gebleken om op korte termijn de omgevingsvisie op kleine onderdelen aan te passen om de uitwerking van sectorale programma's mogelijk te maken. Dit kan niet via de omgevingsvisie als website. Hiervoor is de omgevingsvisie omgezet naar een document, die raadpleegbaar is op het Omgevingsloket en op onderdelen kan worden aangepast. De inhoud van dit document is dezelfde als de omgevingsvisie via de website.
1.2 Wat is de visie: tien speerpunten
De Omgevingsvisie Neder-Betuwe richt zich op 10 speerpunten. Deze 10 speerpunten laten zien waar we samen ons de komende jaren op willen richten. Dit willen we samen doen met onze inwoners, ondernemers, organisaties, de regio en andere partners en overheden. Daarom geven we ook inspiratie op welke manier jij een bijdrage kan leveren aan de toekomst van Neder-Betuwe. Op de richtinggevende kaart kun je zien waar welke ontwikkelingen mogelijk zijn.
Bij het werken aan de toekomst van Neder-Betuwe hanteren we een aantal uitgangspunten. Uitgangspunten die bijdragen aan de identiteit van onze gemeente:Denk vanuit wat mogelijk is: ‘ja, mits’.
-
- Respecteer onze waarden.
-
- Uitgaan van meervoudig ruimtegebruik.
-
- Aanpak van ontwikkelingen zoveel mogelijk gezamenlijk en integraal.
-
- Compact bouwen en ons buitengebied zoveel mogelijk behouden.

2 De tien speerpunten
2.1 Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken.
2.1.1 Wat houdt dit speerpunt in?
Wij willen een gezonde en veilige leefomgeving voor al onze inwoners. Gezondheid gaat over meer dan niet ziek zijn, het gaat over onze woon- en werkomgeving, over de gebouwen, de openbare ruimte, de lucht, de bodem, het water en mobiliteit. In een gezonde leefomgeving zijn voldoende mogelijkheden om te bewegen, sporten en spelen, elkaar te ontmoeten, maar ook voldoende schone lucht en stilte.
Voor ons als gemeente betekent dit dat wij zorgen voor een goede en gezonde milieukwaliteit, veilige verkeersverbindingen, passende huisvesting, voldoende toegankelijke voorzieningen voor alle doelgroepen om elkaar te ontmoeten, te bewegen, sporten en spelen. We willen de openbare ruimte en de voorzieningen in ieder dorp afstemmen op de behoeften van de verschillende doelgroepen. Bij de inrichting van de openbare ruimte kijken we bijvoorbeeld of we die zo kunnen inrichten dat mensen elkaar ontmoeten. En zo dat jong en oud in beweging komt, gaat spelen of sporten. Zodat alle inwoners op een gezonde en veilige manier kunnen opgroeien en actief oud kunnen worden.

2.1.2 Wat doet de gemeente?
We voldoen aan landelijke normen op het gebied van gezondheid en veiligheid. Maar het kan altijd nog beter. Met onze acties richten wij ons op een zo veilig en gezond mogelijke omgeving. Hiertoe betrekken we veiligheid en gezondheid zo vroeg mogelijk bij ontwikkelingen. Wij besteden aandacht aan verantwoord bestrijden van ziekte en plagen. En wij nodigen uit tot gezond gedrag.
Gezond en veilig vanaf het begin:
-
Bij nieuwe ontwikkelingen besteden we vanaf het begin aandacht aan gezondheid en veiligheid. Dit gebeurt onder meer door hulpdiensten, GGD en Omgevingsdienst vroegtijdig te betrekken.
-
Het belang van een veilige en gezonde leefomgeving laten we meewegen bij ideeën en plannen in de (fysieke) leefomgeving. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de risico’s die zich kunnen voordoen, naar de mogelijkheden om onveilige en ongezonde situaties te voorkomen en bescherming van omwonenden. Bij deze afweging wordt ook gekeken naar de zelfredzaamheid van mensen.
-
Bij nieuwe ontwikkelingen worden eisen gesteld aan het aantal en de kwaliteit van speelvoorzieningen. Het doel is om alle leeftijdsgroepen uit te nodigen om te ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte.
Sport en bewegen:
-
We ontwikkelen een langetermijnvisie met betrekking tot sport en bewegen. Als onderdeel daarvan maken we een Sport- en beweegvisie om de verbinding tussen zorg/welzijn, cultuur en sport te versterken.
-
We verbeteren fietsverbindingen en wandelpaden, waaronder de aanleg van (snelle door-)fietsroutes tussen de kernen en lokale ommetjes nabij de kernen. Bekijk de richtinggevende kaart.
-
We onderzoeken de mogelijkheden tot het realiseren van 1 of 2 centrale sportaccommodaties/-parken voor de hele gemeente, waarbij een goede bereikbaarheid, o.a. per fiets een randvoorwaarde is. Hierbij houden we rekening dat jongeren in hun eigen kern kunnen blijven bewegen.
-
We faciliteren en stimuleren initiatieven van bewoners en organisaties die gericht zijn op ontmoeten en bewegen.
-
We voeren het project vitaal sportpark Dodewaard uit. In dit project werken sport, onderwijs, welzijn en cultuur samen. Het sportpark is een plek waar overdag gehandicapten of kinderen terechtkunnen om te sporten, waar mbo- en hbo-studenten les krijgen én lesgeven en waar inwoners niet per se lid hoeven te worden van een sportvereniging, maar ook aan flexibel sporten kunnen doen.
Gerichte gezondheidsverbetering:
-
Met de aanpak zoals verwoord in ‘Neder-Betuwe Bloeit!‘ werken we aan het terugdringen van gezondheidsproblemen. We stimuleren een gezonde levensstijl. Hierbij hoort onder meer het voorkomen en verhelpen van overgewicht.
-
We werken aan de afname van alcoholgebruik en -misbruik, drugsgebruik en drugshandel door preventie en gerichte hulpverlening.
Gezonde leefomgeving:
-
We werken aan een schone, gezonde en veilige leefomgevig,zowel onder- als bovengronds.
-
We werken aan een veilige omgeving door aanpak van overlast en probleemsituaties.
-
We zetten ons in voor een grote verkeersveiligheid.
-
In de openbare ruimte gebruiken we zo min mogelijk chemische bestrijdingsmiddelen.
-
We geven voorlichting over onderwerpen die gezondheid betreffen. Dit gebeurt bijvoorbeeld op het gebied van verantwoord stoken van hout.
-
We gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om op te treden in onveilige en ongezonde situaties en het bieden van handelingsperspectief. Hieronder valt:
Afval, grondstoffen & recycling:
-
De circulaire economie heeft merkbare invloed op de fysieke omgeving en vraagt om een andere manier van ontwerpen.
-
We gebruiken veilige materialen voor producten en processen die geen schadelijke uitstoot of andere risico’s veroorzaken en dus geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen.
-
We scheiden ons afval naar grondstof. Grondstoffen behouden hun waarde en na gebruik blijven geen afvalstromen over.
-
We hergebruiken grondstoffen en materialen in producten, gebouwen, wegen, en constructies zoals viaducten en bruggen.
-
We leren om meer te doen met minder (consuminderen). We hergebruiken en repareren producten of geven ze met aanpassingen een tweede leven.
2.1.3 Inspiratie
Op het gebied van veiligheid en gezondheid draagt iedereen een eigen verantwoordelijkheid, zowel inwoners als ondernemers.
Initiatieven die goed passen bij dit speerpunt zijn bijvoorbeeld:
-
Verminderen van afval en scheiden van afval.
-
Verminderen van vervuiling en verstandig stoken.
-
Evenementen of activiteiten met de buurt die ontmoeten en sport stimuleren.
-
Gebruik maken van schone mobiliteit: elektrische auto’s, fiets of openbaar vervoer
-
Activiteiten die onderlinge betrokkenheid versterken
2.1.4 Achtergronden
Een veilige en gezonde omgeving
Er is steeds meer aandacht voor veiligheid en gezondheid. We beseffen dat het goed is om vooraf maatregelen te nemen waarmee we zo lang mogelijk actief en gezond blijven. We richten ons op een zo veilig en gezond mogelijke omgeving nu en in de toekomst. En het voorkomt dat onze zorgkosten de pan uit rijzen.
Iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. De overheid draagt zorg voor een veilige en gezonde basis. Dat betekent:
-
voldoen aan de landelijke normen voor gezondheid en veiligheid, en;
-
bijhouden hoe het gaat door monitoring van cijfers en signalen.
-
Het veiligheidsgevoel en de werkelijke veiligheid worden in de gaten gehouden via de veiligheidsmonitor van de GGD. De gemeente bepaalt mede op basis hiervan haar veiligheidsplannen. Deze plannen zijn er vooral op gericht om onveiligheid te voorkomen en een gezonde leefomgeving te bereiken
Wilt u meer weten over de veiligheid en gezondheid in je gemeente. Kijk dan op:
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/openbare-orde-en-veiligheid
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid
https://public.tableau.com/app/profile/ggdgelderlandzuid/vizzes#!/
2.2 Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmark
2.2.1 Wat houdt dit speerpunt in?
Wij gaan voor een samenleving waarin een goede aansluiting is tussen onderwijs, werkgelegenheid
en arbeidsmarkt. Werken is waardevol. Werk zorgt voor een sociaal netwerk, waardoor
onze inwoners in de maatschappij blijven meedoen. Mede dankzij onze ondernemers en
lokale instellingen kunnen we de werkgelegenheid in onze regio vergroten.
We willen zorgen voor ruimte voor een in kwantitatieve zin én kwalitatieve zin goede,
gevarieerde werkgelegenheid en een diversiteit aan bedrijvigheid. Daarbij hebben we
de focus op het behoud en versterking van het lokale bedrijfsleven en bedrijven in
de lokaal toonaangevende sectoren als de Laanboomsector en aanverwante sectoren.
We streven naar een goed vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven, met aantrekkelijke,
vitale en duurzame werklocaties met passende functies.
Het is wenselijk dat opleiding, lokale beroepsbevolking en beschikbare werkgelegenheid
goed op elkaar zijn afgestemd. Doel is dat wie werk zoekt, werk moet kunnen vinden,
en dat ondernemers die personeel zoeken, personeel moeten kunnen vinden. We werken
aan doorontwikkeling van ondernemersdienstverlening en versterking van het ondernemersklimaat.

2.2.2 Wat doet de gemeente?
Met onze acties richten wij ons op gevarieerde mogelijkheden voor bedrijven. We richten ons op verbindingen tussen bedrijven, inwoners en ondernemingen en verbindingen tussen onderwijs en bedrijfsleven.
Ontwikkeling en vestiging van bedrijven
-
We werken aan een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat met het doel een breed scala aan bedrijven en ondernemingen te kunnen behouden en ontwikkelen.
-
We bieden in de eerste plaats ruimte aan lokale bedrijven.
-
Voor bedrijventerrein ‘t Panhuis heeft de gemeente een regiekaart opgesteld om nieuwe initiatieven af te kunnen wegen.
-
Op een aantal bedrijventerreinen zijn kantoren aan de randen toegestaan, in samenhang met een kwaliteitsimpuls om de uitstraling van de bedrijventerreinen te verbeteren.
-
Tevens stemt de gemeente de lokale bedrijventerreinontwikkeling in regionaal verband af via het regionaal programma werklocaties (RPW).
-
We streven naar diversiteit en veelzijdigheid in lokale werkgelegenheid.
-
We concentreren (nieuwe) bedrijventerreinen langs hoofdinfrastructuur (A15) zodat sprake is van een goede ontsluiting en we hebben aandacht voor toekomstbestendigheid van bestaande bedrijfslocaties.
Verbindingen tussen overheid, bedrijfsleven, onderwijs en samenleving
-
We voeren regulier (bestuurlijk) overleg met vertegenwoordigers van bedrijventerreinen en ondernemersverenigingen.
-
We nemen deel aan het regionale platform (Regionaal Werkbedrijf - Platform Onderwijs en Arbeidsmarkt Rivierenland (RW - POA Rivierenland)) waarin onderwijs, werkzoekenden en bedrijven bijeen worden gebracht met het oog op afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.
-
We verbeteren de dienstverlening aan ondernemers en we werken aan versterking van het ondernemersklimaat.
-
We stimuleren en faciliteren ondernemers en instellingen met plannen waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (waaronder statushouders) worden geholpen aan werk.
Bedrijvigheid in het buitengebied
-
Het buitengebied is primair bestemd voor de landbouw, vooral de laanboomteelt. Andere functies zijn mogelijk mits deze functies passen in de waarden én rekening houden met omliggende functies.
-
In het buitengebied staan we geen functies die veel verkeer of publiek aantrekken of hinder veroorzaken aan de omgeving. We geven de voorkeur aan agrarische verwante bedrijvigheid. In de dynamische linten zijn meer functies mogelijk.
-
Door het gebruik en functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied wil de gemeente de vitaliteit en de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten van het buitengebied behouden en vergroten, zonder daarbij de ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven te beperken.
-
Bij de agrarische bedrijvigheid in het buitengebied stimuleren en faciliteren we maatregelen gericht op gezonde lucht, bodem, landschap, natuur en duurzaamheid. We onderzoeken of we dergelijke initiatieven via het omgevingsplan mogelijk kunnen maken.
2.2.3 Inspiratie
We streven naar een samenleving waarin iedereen een nuttige bijdrage kan leveren,
of dat nu met vrijwilligerswerk is, met zorg voor een buurman of -vrouw of met een
betaalde baan. Daarin spelen werkgevers een belangrijke rol. Denk daarbij aan:
-
Het geven van ruimte voor (om)scholing van werknemers.
-
Het aanbieden van werkplekken voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.
-
Het ondersteunen van een plaatselijke activiteit die sport, spel en ontmoeting stimuleert.
-
Het gebruik maken van plaatselijk geproduceerde goederen.
Een goed voorbeeld is de aanpak van het Tree Centre Opheusden. Scholieren die een
opleiding volgen in de laanboomteelt gaan 1 dag in de week aan de slag bij een lokale
laanboomteler.
Een ander voorbeeld is het project ‘School & Jobs’. School & Jobs is een samenwerking
tussen drie scholen voor voortgezet onderwijs in Neder-Betuwe en ondernemers die zijn
verenigd in de Ondernemersvereniging Neder-Betuwe (OVNB). Het doel van School & Jobs
is leerlingen helpen bij het maken van keuzes in een complexe maatschappij (beroepsoriëntatie).
Leerlingen van de scholen maken kennis met het bedrijfsleven en gaan op bedrijfsbezoek
om meer te weten te komen over bepaalde beroepen en bedrijven. Meer informatie over
‘school & jobs’ kunt u vinden op de website: https://school-jobs.nl/
2.2.4 Achtergronden
Wie werk zoekt of personeel zoekt, moet dat kunnen vinden
Werk en inkomen veranderen. De grenzen tussen betaald werk, vrijwilligerswerk en vrije tijd worden steeds dynamischer. Mensen hebben vaker flexibele contracten en meerdere banen of combinaties van een baan en mantelzorg. Vrijwilligers voor zorg of verenigingswerk zijn steeds lastiger te krijgen.
Traditionele ontwikkelingslijnen van opleiding naar werk veranderen in een leven lang
leren. En de baan van negen tot vijf is niet langer de norm. Robots nemen delen van
ons werk over. Werk is niet altijd meer gebonden aan tijden of plaatsen. Een zinvolle
bijdrage kunnen leveren aan de samenleving blijft echter belangrijk voor iedereen.
En vanuit het perspectief van werkgevers vormen gekwalificeerde medewerkers een onmisbare
schakel en productiefactor (asset).
Om de omstandigheden voor scholing, werk, ondernemerschap en ondernemen voor iedereen
zo goed mogelijk te maken zijn verbindingen nodig. Digitale verbindingen, verbindingen
over weg, en spoor en verbindingen tussen mensen en ondernemingen. Hiermee kunnen
we de (netwerk) economie die in onze regio sterk is nog sterker te maken.
Wil je meer weten over werk en inkomen in je gemeente? Kijk dan op: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/werk-en-inkomen
2.3 Wonen voor iedereen
2.3.1 Wat houdt dit speerpunt in?
In onze gemeente kunnen onze eigen inwoners plezierig wonen, alleen, samen of met
een gezin. Jong en oud, met en zonder zorg of begeleiding en wat je achtergrond ook
is. Dat betekent dat er een gevarieerd aanbod van woningen is, waarbij betaalbaarheid
en beschikbaarheid belangrijk zijn.
Elke kern heeft zijn eigen identiteit. De nieuwbouw sluit dan ook aan op de woningbehoefte
en autonome bevolkingsgroei van de kern. De nieuwbouw zorgt voor de realisatie van
verschillende woningtypen en prijsklassen en geeft hiermee de huidige inwoners de
mogelijkheid om binnen de gemeente invulling te geven aan hun veranderde woonwens.
In aansluiting op de karakteristiek van de kern kan gestapelde bouw worden toegepast.
Geplande nieuwbouwprojecten worden ontwikkeld en afgerond. Bij nieuwe bouwprojecten
zoeken we aansluiting bij bestaande bebouwing van de kernen en alleen daar waar behoefte
is. Hierbij wordt ook toegezien op een groene en duurzame leefomgeving. Daarbij is
het uitgangspunt dat nieuwbouwprojecten moeten passen bij het karakter van de gemeente
en passen in de omgeving.

2.3.2 Wat doet de gemeente?
Met onze acties richten wij ons op het faciliteren van woningbouwplannen in alle kernen. Het gaat om de juiste woningen op de juiste plek en waar behoefte is. Bij de nieuwe ontwikkelingen leggen wij de nadruk op betaalbaar wonen en wonen voor starters en senioren. We zorgen er voor dat in alle kernen wordt gebouwd.
Uitbreiding en inbreiding
-
Bestaande uitbreidingslocaties worden ontwikkeld en afgerond.
-
Nieuwe woningbouwlocaties zijn alleen mogelijk aansluitend aan bestaande kernen met een goede landschappelijke inpassing, een goede ontsluiting en met aandacht voor de aanwezigheid of bereikbaarheid van voorzieningen.
-
We onderzoeken mogelijke inbreidingslocaties voor woningbouw.
-
Gestapelde bouw behoort tot de mogelijkheden, om uitbreiding te voorkomen.
Monitoring en afspraken
-
Jaarlijks monitoren we de woningmarkt in de gemeente.
-
Vierjaarlijks monitoren we de woningbehoefte in de gemeente.
-
Het woningbouwprogramma is regionaal vastgesteld en door de Provincie Gelderland goedgekeurd.
-
We hebben prestatieafspraken met woningcorporatie Thius.
Type woningen
-
We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse, om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Het aantal is afhankelijk van de bestaande woningbouw, behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern.
-
We realiseren in elke kern voldoende aanbod van betaalbare (sociale)huur- en koopwoningen.
-
Bij de kernen Kesteren, Dodewaard, Ochten en Opheusden zoeken we partners om woon-zorg aanbod te realiseren.
-
Voor het huisvesten van statushouders, zorgdoelgroepen en spoedzoekers werken we samen met woningcorporatie Thius. Door bij nieuwbouw voldoende sociale huur te realiseren draagt elke ontwikkelaar een steentje bij aan deze maatschappelijke opgave.
-
Bij de kernen Echteld en IJzendoorn stimuleren en faciliteren we lokale initiatieven voor bijvoorbeeld meergeneratiewoningen en woonzorgboerderijen die passen bij de schaal van de omgeving.
-
We zorgen voor voldoende huisvestingsmogelijkheden voor de lokaal werkende arbeidsmigranten.
Wat doet de gemeente? -
We zorgen voor integratie en begeleiding van migranten.
-
Wij werken samen met Neder-Betuwe Bloeit aan leefbare wijken.
Duurzaam bouwen
-
De focus ligt op klimaatneutraal en circulair bouwen.
-
We bouwen duurzame goed geïsoleerde woningen, zonder aardgas. Bij de bouw van nieuwe woningen en gebouwen kiezen we voor duurzame (bouw)materialen en de mogelijkheid van hergebruik van materialen.
-
We stimuleren het opwekken van energie door zonnepanelen op daken van woningen en (agrarische en bedrijfs-) gebouwen.
Bestaande woningbouw aardgasvrij maken
-
We werken toe naar aardgasvrij wonen voor bestaande woningen volgens een regionale (RES) en lokale strategie Transitievisie Warmte).
-
We zetten in op energiebesparing en isoleren om minder energie te verbruiken.
-
We realiseren duurzame alternatieven voor aardgas . Denk aan warmte uit wind en zon, restwarmte, geothermie, aquathermie, enz.
Water en groen
-
We zetten in op groene, duurzame en gezonde woonwijken.
-
We zoeken actief naar mogelijkheden om duurzaam om te gaan met water. Dit doen we door stedelijk gebied klimaatadaptief in te richten, verharding te minimaliseren en bestaande verharding te vergroenen. De opslag van water in grondwaterbuffers tijdens hevige neerslag.
-
We stimuleren de toepassing van waterbesparende systemen bij bouwplannen om waterverbruik te verminderen.
-
We beperken de consequenties van wonen en werken binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
-
We stimuleren de biodiversiteit bij ruimtelijk beheer en ruimtelijke ontwikkelingen. Voldoende groen en water, vergroening in tuinen en stedelijk gebied, verlichting- en geluidbeperking, kwetsbare zones beschermen en soorten uitzetten of planten.
-
Ruimtelijke plannen voorzien van een biodiversiteitsparagraaf: voor behoud en herstel van de biodiversiteit in het plangebied
2.3.3 inspiratie
Een woon- en leefplek voor iedereen, dat gaat ons allemaal aan. Voor het realiseren van nieuwe woningen is de gemeente afhankelijk van grondeigenaren, woningcorporaties, ontwikkelaars en zorg- en welzijnspartners.
Goede aanvullingen op onze woningvoorraad zijn:
-
Sociale huurwoningen.
-
Goedkope koop tot 200.000 euro (mag met koopconstructies zoals duo-koop, erfpacht, koopgarant).
-
Betaalbare koop tot 300.00 euro.
-
Woningtypen voor eenpersoonshuishoudens.
-
Levensloopgeschikte woningen voor senioren met de primaire voorzieningen drempelloos bereikbaar: woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer.
-
Kleinschalige woonoplossingen voor zorgdoelgroepen zoals senioren met hulpvraag, GGZ, beschermd wonen, kamers met kansen, e.a.
-
Huisvesting van arbeidsmigranten met SNF- of AKF-keurmerk.
-
Energieneutrale woonwijken.
-
Groene leefomgeving met aandacht voor bewegen, hittestress en water.
2.3.4 Achtergronden
De vraag naar woningen door de eigen inwoners neemt onverminderd toe. In Neder-Betuwe zijn veel gezinnen. Uitvliegende jongeren willen zich graag vestigen in de eigen omgeving. De toename van het aantal ouderen zorgt voor een stijging in de behoefte aan geschikte huisvesting. Zorg en begeleiding moet steeds langer en intensiever in de eigen woonomgeving plaatsvinden. Dat vraagt om woonvormen voor jong en oud, met bijbehorende maatschappelijke en zorgvoorzieningen in de kernen.
Veel lokale bedrijvigheid is afhankelijk van de inzet van arbeidsmigranten. In deze
Omgevingsvisie wordt daarom ook aandacht gegeven aan de huisvesting van deze doelgroep.
Wil je meer weten over het wonen in je gemeente. Kijk dan op: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/bouwen-en-wonen
2.4 Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar
2.4.1 Wat houdt dit speerpunt in?
We willen een samenleving waarin iedereen plezierig en gezond kan wonen en leven en
een zinvolle bijdrage kan leveren. Een goede en veilige bereikbaarheid is daarbij
van essentieel belang. We zetten daarom in op een optimaal bereikbare gemeente, waarbij
we energiebewuste keuzes makkelijker willen maken.
We doen dat door de stations als vervoersknooppunten te versterken, door elektrisch
vervoer te stimuleren en samen met onze partners snelle doorfietsroutes te realiseren.
Ook zorgen we voor goede autoverbindingen en parkeergelegenheden.
De openbare ruimte richten we zo in dat deze toegankelijk en veilig is voor iedereen.
Daardoor blijven voorzieningen voor iedereen bereikbaar.

2.4.2 Wat doet de gemeente?
Met onze acties richten wij ons op de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen en het bevorderen van veiligheid en duurzame keuzes bij verkeer en vervoer. Mobiliteit gaat over gemeentegrenzen heen. Daarom werken wij vaak samen met omliggende gemeenten en in de regio.
Bereikbaarheid en veiligheid
-
We werken in de regio samen aan een robuust (hoofd)wegennetwerk en een robuust fietsnetwerk.
-
We zorgen dat het verkeer rijdt daar waar het hoort. Functie, gebruik en inrichting moeten op elkaar zijn afgestemd. Hierbij hebben we het uitgangspunt om het vrachtverkeer zoveel mogelijk te scheiden van het overig verkeer.
-
We streven naar een goede verbinding tussen de kernen, waarbij nieuwe (rand)wegen goed worden ingepast in de omgeving.
-
We doen onderzoek naar een betere ontsluiting van Ochten-Oost / Noord.
-
We werken aan veilige fietsroutes (naar o.a. de scholen). Waar mogelijk scheiden we fietspad van wegen met gemotoriseerd verkeer en/of oplaadpunten.
-
We werken aan een goede verbinding voor langzaam verkeer tussen Casterhoven en rest van Kesteren.
-
We werken aan een randweg rond Opheusden om vrachtverkeer zoveel mogelijk rondom het centrum te leiden.
-
In het project dijkverzwaring van de Waalbandijk werken we aan verbetering van de verkeerssituatie op de dijk.
-
Wij zetten ons in wat binnen onze beïnvloedingssfeer ligt voor de verbreding van de Rijnbrug bij Rhenen de daarbij horende verbreding van de N233 (in verband met onder andere woningbouwopgave Kesteren en bereikbaarheid Medel).
-
Het ‘Neder-Betuws Verkeer- en Vervoersplan (NBVVP 2018)’ en de daar bijhorende uitvoeringsprogramma maakt onderdeel uit van deze omgevingsvisie.
Toegankelijkheid en bereikbaarheid voor alle doelgroepen
-
We werken aan een betere afstemming van de inrichting van de openbare ruimte op het gebruik door iedereen. Het gaat onder meer over goed begaanbare voetpaden, ook voor rollators, kinderwagens en rolstoelen.
-
We stimuleren en faciliteren initiatieven waarin vervoer voor iedereen bereikbaar wordt gemaakt.
Duurzame mobiliteit
-
We willen dat verplaatsingen zo duurzaam mogelijk worden gedaan. Hiervoor werken we samen met de regio.
-
Samen met de regio zoeken we naar mogelijkheden om slimme mobiliteit in te zetten.
-
We verbeteren fiets- en voetverbindingen, waaronder het realiseren van doorfietsroutes in regionaal verband, de bereikbaarheid richting (sport-)voorzieningen en de dorpscentra.
-
We werken aan opwaardering van de stations als vervoersknooppunt. We gaan in overleg met de provincie om bus en trein beter op elkaar aan te laten sluiten. We stimuleren en faciliteren aanvullende verbeteringen in uitstraling, parkeercapaciteit of voorzieningen.
-
We werken aan de opwaardering van de omgeving van station Kesteren.
-
We stimuleren elektrisch vervoer (auto en fiets) door laadpalen en/of oplaadpunten te plaatsen op strategische locatie in woonwijken, op werklocaties en andere openbare plaatsen.
Parkeervoorzieningen
-
We zorgen voor goede parkeervoorzieningen in woonwijken en centrumgebieden conform de gemeentelijke Nota parkeernormen.
-
In de toekomst gaan we kijken naar mogelijkheden om parkeerplaatsen op te heffen voor andere functies.
-
Bij de aanleg van parkeervoorzieningen worden deze zo groen mogelijk ingericht.
-
Waar mogelijk zetten we in om parkeervoorzieningen te clusteren.
2.4.3 Inspiratie
De auto is een belangrijk vervoersmiddel. Samen willen we werken aan het verminderen van de uitstoot van schadelijke stoffen. Je kan hieraan bijdragen door vaker gebruik te maken van elektrische vervoersmiddelen, fiets, openbaar vervoer of carpool vanaf één van de carpoolpleinen in de gemeente. Een andere mogelijkheid is het gebruiken van een deelauto. Ondernemers kunnen laadpalen op hun terrein plaatsen of het gebruik van openbaar vervoer stimuleren.
Bereikbaarheid van werk, onderwijs, voorzieningen, familie en vrienden is voor iedereen
belangrijk. Maar niet voor iedereen vanzelfsprekend.
Wil je helpen om vervoer voor meer mensen bereikbaar te maken? Dat kan. Goede voorbeelden
zijn:
-
ANWB Automaatje. Met deze service vervoeren vrijwilligers tegen een geringe vergoeding hun minder mobiele plaatsgenoten.
-
De energiecoöperatie van Burgum. Deze coöperatie verzorgde een elektrische deelauto. Vrijwilligers rijden hierin iedereen voor 1 euro per rit naar hun bestemming binnen het postcodegebied.
2.4.4 Achtergronden
Bereikbaarheid in de toekomst
Een goede en veilige bereikbaarheid binnen Neder-Betuwe, in de regio en daarbuiten is van groot belang voor onze economie en voor onze inwoners. De gemeente werkt in de regio samen aan een robuust verkeersnetwerk en een goede doorstroming.
Tegelijkertijd belasten we met ons autogebruik onze leefomgeving en worden we steeds ongezonder. We willen een schonere lucht en een gezondere leefomgeving. Daarom willen we stimuleren dat er zowel voor privé als voor zakelijk gebruik steeds vaker een duurzame keuze wordt gemaakt. Dat betekent zuinige, schone of elektrische auto’s, meer en aantrekkelijke mogelijkheden om op de fiets grotere afstanden af te leggen en openbaar vervoer als alternatief aantrekkelijker maken. Dit is niet alleen gezond voor de leefomgeving, maar ook voor de mensen die wonen en werken in onze gemeente. Bovendien is de behoefte aan goede recreatieve wandel- en fietsvoorzieningen groot.
Oudere en kwetsbare personen hebben niet altijd de mogelijkheid om zich zelfstandig te verplaatsen, vooral over langere afstanden. Om mee te kunnen doen in de samenleving is bereikbaarheid van groot belang. De openbare ruimte en het vervoersnetwerk zal voor iedereen toegankelijk moeten blijven.
2.5 Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze indentiteit
2.5.1 Wat houdt dit speerpunt in?
Identiteit is een krachtige basis voor ontwikkelingen. Een plan is een kans om de
identiteit van ons gebied te versterken. Aan het begin van elk plan vragen we hier
aandacht voor. Zie hiervoor de stappen om verder met je plan te komen en de waardenkaart
waarop staat met welke bestaande waarden je rekening moet houden.
Het landschap van het rivierengebied met de daarbij behorende laanboomteelt en fruitteelt
is een belangrijk onderdeel van de identiteit van Neder-Betuwe. Ook de historie vormt
een belangrijk onderdeel van de identiteit. In een streek waar erfgoed en kwaliteit
van de omgeving een belangrijke rol spelen voelen mensen zich thuis en geworteld.
Dit zorgt voor onderlinge verbondenheid. Ons erfgoed. De erfgoedkansenkaart geeft
goede voorbeelden van kansen om ons erfgoed te versterken. Op deze kaart zijn alle
aanwezige historisch landschappen, bouwkunst (monumenten) en de onderlinge samenhang
hier tussen (ensembles) geïnventariseerd en gewaard. De inhoudelijke informatie uit
de ‘Schatkist’ is hierin meegenomen. Naast erfgoed boven de grond, draagt erfgoed
onder de grond (archeologie) bij aan onze identiteit. We zijn een ondernemende gemeente
vol harde werkers. We zijn betrokken op elkaar binnen verschillende, hechte gemeenschappen
en geven elkaar daarbij de ruimte.
We willen ons ondernemende karakter laten zien door de laanboomsector als visitekaartje
in te zetten.
Toeristisch recreatieve ontwikkelingen zijn welkom en geven samen met de versterking
van het netwerk van paden een de gelegenheid en stimulans om het karakter van onze
omgeving te beleven.
2.5.2 Wat doet de gemeente?
Met onze acties richten wij ons op het in beeld brengen op het zoveel mogelijk behouden van onze identiteit bestaande uit ons (historisch) landschap, de bouwkunst (monumenten) en de onderlinge samenhang hier tussen.
Landschap
-
Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen aan de randen van dorpen en in het buitengebied stellen wij voorwaarden aan de landschappelijke inpassing. In deze Omgevingsvisie en in de regels van het Omgevingsplan wordt vooraf duidelijk gemaakt dat landschappelijke inpassing ruimte vraagt.
-
Inbreiding van de kernen mag niet ten koste gaan van alle open plekken in kernen.
-
We bieden ruimte voor het oprichten van een landgoed in combinatie met nieuwe natuur, om zodoende bij te dragen aan de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden.
-
We behouden de groene zone tussen Kesteren en Opheusden.
Cultuurhistorie en Archeologie, de Schatkist van Neder-Betuwe
-
Bij ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse van onze parels, de gebieden waar de onderlinge samenhang tussen historische landschappen enbouwkunst (monumenten) elkaar versterken (integrale ensembles), stellen wij voorwaarden aan de inpassing. De parels zijn weergegeven op de waardenkaart. De voorwaarden zijn uitgewerkt in ons erfgoedbeleid.
-
Bij ruimtelijke ontwikkelingen houden we rekening met archeologie zoals is opgenomen in het gemeentelijke archeologiebeleid.
-
Samen met historische verenigingen en de laanboomsector ontwikkelen we toeristisch-recreatieve routes rond identiteit/erfgoed.
-
We ondersteunen de ontwikkeling van een educatieprogramma over cultureel erfgoed op basisscholen.
Recreatie
-
We stimuleren en faciliteren van initiatieven die de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde van landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle objecten versterken.
-
We stimuleren en ondersteunen initiatieven die de toeristische-recreatieve routes versterken en uitbreiding.
-
We bieden ruimte aan kleinschalige en rustige vormen van recreatie. Grootschalige recreatie is alleen onder strikte voorwaarden mogelijk.
Openbare ruimte en kunst
-
We betrekken inwoners en ondernemers bij de ontwikkeling van de openbare ruimte. Op enkele plekken worden boomkwekers betrokken bij de ontwikkeling van de openbare ruimte als visitekaartje voor de
laanboomteelt. -
We realiseren samen met de laanboomsector een kunstwerk langs de
Betuweroute/A15.
2.5.3 Inspiratie
De identiteit van onze gemeente is verbonden met het landschap en de cultuurhistorische geschiedenis. Deze is op veel plaatsen zichtbaar, herkenbaar of terug te brengen.
Wij vinden het belangrijk om onze identiteit te behouden en versterken. Als inwoner
of ondernemer kan je daar ook een bijdrage aanleveren. Bijvoorbeeld
door:
-
Je erf in het buitengebied of aan de rand van het dorp passend bij het landschap in te richten.
-
Inspiratie van cultuurhistorische waarden. zie erfgoedkansenkaart en de schatkist, https://www.nederbetuwe.nl/sport-cultuur-recreatie/recreatie-en-toerisme/de-schatkist-van-neder-betuwe
2.5.4 Achtergronden
Hoe gaan we zorgvuldig om met identiteit?
Waarom willen mensen Neder-Betuwe wonen of verblijven? Dat heeft alles te maken met identiteit. Maar wat is dat eigenlijk? Identiteit van een gebied voert terug op kenmerkende eigenschappen:
-
kenmerken die verbonden zijn aan de totstandkoming van een gebied in verschillende tijdlagen, en;
-
kenmerken die te maken hebben met samenleving zoals sociale samenhang of lokale gebruiken.
Op die manier is identiteit iets wat mensen gemeenschappelijk hebben en wat hun verbindt. In deze tijd verandert onze omgeving snel. Er worden nieuwe functies ontwikkeld, die we eerder niet bedacht hadden. Als nieuwe plannen inspelen op onze identiteit, zijn ze eerder succesvol. Ze winnen aan draagvlak en passen in hun omgeving.
2.6 Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren
2.6.1 Wat houdt dit speerpunt in?
Wij vinden het belangrijk dat de laanboomteelt en andere agrarische sectoren ruimte
krijgen om zich te blijven ontwikkelen. Dat kan, als daarbij rekening wordt gehouden
met de omgeving. Dat betekent dat er aandacht is voor de gezonde lucht en bodem, landschap,
natuur en duurzaamheid. Ook is het belangrijk dat er voldoende arbeidskracht is. Voldoende
beschikbaar personeel met de juiste opleiding is daarbij een voorwaarde.
De laanboomsector wordt gekenmerkt door een hoge mate van dynamiek. Deze dynamiek
komt door diverse ontwikkelingen. Op deze dynamiek willen we zoveel mogelijk inspelen,
zodat de laanboomteelt kan blijven bestaan en om de leidende positie in Europa te
behouden en mogelijk ook uit te breiden. Hierbij is samenwerking essentieel.
Ook de andere agrarische sectoren speelt er veel, zoals stikstof en spuitzonering.
Wij vinden het belangrijk dat ook deze sectoren kunnen blijven bestaan en proberen
samen met deze sectoren te zoeken naar mogelijkheden om dit ook te bewerkstelligen.
Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische
sectoren
2.6.2 Wat doet de gemeente?
Wij richten onze acties op een toekomstgerichte laanboomteelt en het versterken van Neder-Betuwe als laanboomcentrum.
Toekomstgerichte laanboomteelt
-
We bieden ruimte voor de uitbreiding of vernieuwing van een laanboomteeltbedrijf of toepassing van teeltondersteunende voorzieningen. De voorwaarde is dat waarde wordt toegevoegd aan de omgeving. Het gaat om waarden gericht op gezonde lucht en bodem, landschap, natuur en duurzaamheid.
-
We onderzoeken in overleg met onze partners de mogelijkheden voor tunnelkassen, rekening houdend met landschap, water en biodiversiteit.
-
In overleg met de sector ontwikkelen we duidelijke regels over de toepassing van (nieuwe) teeltondersteunende voorzieningen en het realiseren van nieuwe agrarische bouwpercelen.
-
We stimuleren en faciliteren maatregelen gericht op gezonde lucht, bodem, landschap, natuur en duurzaamheid. Veel voorkomende initiatieven die hierop zijn gericht maken we in het omgevingsplan zo makkelijk mogelijk. Dat betekent dat ze (onder voorwaarden) vergunningsvrij worden gemaakt of met een eenvoudige (reguliere) procedure.
-
Het buitengebied is primair bestemd voor de landbouw, vooral de laanboomteelt. Andere functies zijn mogelijk mits deze functies passen in de waarden én rekening houden met omliggende functies.
-
We onderzoeken de mogelijkheden hoe om te gaan met spuitzonering.
Centrum van de laanbomenteelt
-
We werken samen met bewoners, bedrijven en partners om het openbaar groen de uitstraling van Europees laanboomcentrum te geven.
-
We werken aan de verdere ontwikkeling van het Agro Business Centre, onder meer door het Laanboomhuis en een bedrijfsverzamelgebouw mogelijk te maken en door de aanleg van de Randweg Opheusden.
-
Het Agro Business Centre is een bedrijventerrein alleen voor laanboomteelt gerelateerde bedrijven.
-
Via de deelname aan het Laanboompact werken aan:
Duurzaamheid bij landbouw en recreatie
-
We stimuleren duurzame landbouw en recreatie.
-
Geen onnodige verspilling van landbouwproducten. Fruit dat de kwalitatieve toets van supermarkten niet haalt, is toch gezond en lekker en kan bijvoorbeeld naar de voedselbank of tot een ander product verwerkt worden.
-
We willen zoveel mogelijk duurzame energie gebruiken binnen de landbouw- en recreatiesector. Energie opwekken door plaatsing zonnepanelen op (schuur)daken of door (kleinere) windmolens op de terreinen.
2.6.3 Inspiratie
Initiatieven die goed zouden passen bij dit speerpunt zijn:
-
Alle vormen van verduurzamen van de laanbomenteelt.
-
Het combineren van laanbomenteelt met landschappelijke versterking of versterking van natuurwaarden.
-
Het zichtbaar maken van de sector bijvoorbeeld in beeldende kunst, in een bezoekerscentrum of in een arboretum.
2.6.4 Achtergronden
Neder-Betuwe als meest toonaangevende laanboomcentrum van Nederland
De laanboomteelt bepaalt een groot deel van de identiteit van Neder-Betuwe. De laanboomteelt is van groot belang voor de samenleving, het landschap, de economie en werkgelegenheid van Neder-Betuwe.
De gemeente vormt een grootschalig productiegebied dat circa een derde van alle laanboomteelt
van Nederland huisvest. Er zijn circa 130 (laan)boomteeltbedrijven aanwezig, die een
gezamenlijk areaal van ca 1.500 ha bewerken. Hiermee is deze regio het belangrijkste
productiegebied binnen de sector in Nederland en Europa. Tegelijkertijd is binnen
onze gemeente schaarste op beschikbare gronden voor de laanboomteelt en worden andere
manieren en plekken gezocht om uit te breiden.
De gemeenten Neder-Betuwe, Overbetuwe en Buren, de provincie en de verenigde bedrijven
in het Tree Centre Opheusden hebben samen het Laanboompact gesloten. Dat heeft geleid
tot de ontwikkeling van het Agro Business Centre, een bedrijventerrein van 13 ha speciaal
voor de ondersteunende diensten van de laanboomkwekerij. Op het Agro Business Centre
wordt de komende jaren gewerkt aan een Laanboomhuis en een showtuin.
Binnen de laanboomteelt vormt de containerteelt een afzonderlijk segment, waarin een
relatief grote groei is te verwachten. In de laanboomteelt worden steeds meer teeltondersteunende
voorzieningen ontwikkeld. Door de hoge gronddruk, de opkomst van de teelt in potten,
de toegenomen fysieke mogelijkheden (zoals ontwatering) en andere cultuurtechnische
maatregelen vindt de teelt in toenemende mate ook plaats op de komgronden. Deze ontwikkelingen
gaan bijvoorbeeld over containerteelt op worteldoek, folies, lavas of beton, geavanceerde
gesloten watersystemen, kassen, kunststof tunnels en overkappingen.
De ontwikkelingen in de laanboomsector gaan snel. De komende 20 jaar heeft de laanboomsector
behoefte aan meer ruimte voor de bomenteelt. Er is meer ruimte nodig om in te kunnen
spelen op landelijke ontwikkelingen, zoals klimaatverandering en biodiversiteit. Maar
ook is er meer ruimte nodig om de bodem gezond te houden en voor een betere en ruimere
teelt. Eens in de circa 6 jaar wordt een teeltperceel voor 1 á 2 jaar niet ingezet
voor de teelt van bomen maar beteelt met een groenbemester of wordt er helemaal niet
op geteeld. Dit is noodzakelijk voor behouden van een gezonde bodem. Voor het bevorderen
van de groeikracht van bomen en het terugdringen van ziektes en plagen is het wenselijk
om de bomen wat verder uit elkaar te zeten. Het verder uit elkaar plaatsen van de
bomen zorgt dat de weerbaarheid van bomen tegen ziektes en plagen wordt vergroot.
Hierdoor is er minder gewasbescherming nodig en is er ruimte voor biodiversiteit.
2.7 Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier
2.7.1 Wat houdt dit speerpunt in?
Met de energietransitie doelen we op de overgang van het huidige energiegebruik en de gangbare manier van opwekking van energie naar een nieuwe, duurzame manier. De eerste stap is zoveel mogelijk energie besparen. Daarbij komt het duurzaam opwekken van energie. Dit kan bijvoorbeeld met windenergie of zonne-energie.
In de energietransitie moet veel gebeuren. Iedere nieuwe ontwikkeling draagt daarom minimaal zijn eigen duurzame energievoorziening. We stimuleren en faciliteren de verduurzaming van bestaande bedrijven, woningen en verkeer en vervoer. Om een bijdrage te leveren die in verhouding staat tot ons energieverbruik moet ook grootschalige opwek van duurzame energie een plek krijgen in Neder-Betuwe.
2.7.2 Wat doet de gemeente?
Met onze acties richten wij ons op besparing en omschakeling naar duurzame vormen van energie en het faciliteren van de initiatieven die daar een bijdrage aan leveren.
Duurzame energie
In het Klimaatakkoord hebben we afspraken gemaakt hoe we willen overgaan van energie
uit fossiele brandstoffen naar energie uit duurzame bronnen; dit noemen we de Energietransitie.
We verminderen de uitstoot van CO2 door energiebesparing, het opwekken van duurzame
energie, woningen en gebouwen niet meer van aardgas te voorzien, over te gaan op elektrisch
rijden, hergebruik van grondstoffen, enz. Deze ontwikkelingen hebben een enorme impact
op de ruimtelijke inrichting van Neder-Betuwe.
Energie besparen is een belangrijke doelstelling, want alle energie die je niet verbruikt
hoef je ook niet op te wekken. Dit betekent dat er dan minder wind- en zonneparken
of andere duurzame energiebronnen nodig zijn om ons van energie te voorzien. Het landschap
zal in de toekomst veranderen: er komen windturbines en zonnevelden Hiervoor zijn
regionaal al zoekgebieden aangewezen. De zoekgebieden staan op de waardenkaart. Bewoners
en bedrijven worden via participatie bij deze ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen
betrokken.
Besparing en energieneutraliteit
-
We adviseren inwoners en ondernemers over energiebesparing via het Energieloket Neder-Betuwe en door publiekscampagnes inzetten op energiebesparing.
-
Nieuwe ontwikkelingen dragen minimaal hun eigen duurzame energievoorziening. Dit betekent dat nieuwbouw energieneutraal is, of dat door participatie in grootschalige opstellingen in de regio per saldo energieneutraliteit wordt bereikt.
Duurzaam bouwen
-
Bij bouwen ligt de focus op klimaatneutraal en circulair bouwen.
-
We bouwen duurzame goed geïsoleerde woningen, zonder aardgas. Bij de bouw van nieuwe woningen en gebouwen kiezen we voor duurzame (bouw)materialen en de mogelijkheid van hergebruik van materialen.
-
We stimuleren het opwekken van energie door zonnepanelen op daken van woningen en (agrarische en bedrijfs-) gebouwen.
Bestaande woningen en bedrijven aardgasvrij maken
-
We werken toe naar aardgasvrij wonen voor bestaande woningen en bedrijven volgens een regionale (RES) en lokale strategie Transitievisie Warmte).
-
We zetten in op energiebesparing en isoleren om minder energie te verbruiken.
-
We realiseren duurzame alternatieven voor aardgas . Denk aan warmte uit wind en zon, restwarmte, geothermie, aquathermie, enz.
Grootschalige opwek van duurzame energie (wind en zon)
-
In de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 zijn zoekgebieden aangewezen voor de opwek van grootschalige energie, zoals windparken en zonnevelden. Deze zoekgebieden staan op de ‘richtinggevende kaart’ van de Omgevingsvisie.
-
We ondersteunen de realisatie van (grootschalige) wind- en zonneparken, als dit past binnen de gestelde voorwaarden en mogelijkheden, zoals landschappelijke inpassing.
-
We stimuleren en ondersteunen lokale initiatieven voor de opwekking van duurzame energie. Bijvoorbeeld de opwek van duurzame energie door kleine lokale coöperatieve energiebedrijven.
Stimulering en ondersteuning via regelgeving
-
We bieden de mogelijkheid voor duurzaamheidsleningen aan inwoners.
-
Veel voorkomende initiatieven gericht op besparing en opwekking van duurzame energie maken we in het Omgevingsplan zo makkelijk mogelijk. Dat betekent dat ze (onder voorwaarden) vergunningsvrij worden gemaakt of met een eenvoudige (reguliere) procedure.
-
We stimuleren en faciliteren initiatieven voor nieuwe duurzame vormen van verkeer en vervoer.
Eigen gemeentelijk vastgoed
-
We verduurzamen het gemeentelijke vastgoed en bevorderen energiebesparende maatregelen bij nieuwbouw.
2.7.3 Inspiratie
Het klimaat- en energieprobleem is een probleem op de schaal van onze hele wereld.
Het raakt ons allemaal en iedereen zal moeten bijdragen; jij ook. Dat kan bijvoorbeeld
door je huis te isoleren, door zonnepanelen op je dak te plaatsen, vaker de fiets
te nemen of door te kiezen voor een elektrische auto.
Hieronder vind je een aantal handige links.
-
Energieloket Neder-Betuwe: https://energieloketrivierenland.nl/neder-betuwe/
-
RES Rivierenland: https://www.resrivierenland.nl/
2.7.4 Achtergronden
Wil je meer weten over de energietransitie in onze gemeente? Kijk dan op:
2.8 Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat
2.8.1 Wat houdt dit speerpunt in?
Het klimaat verandert. Het is belangrijk om ons daarop voor te bereiden. De overheid in de openbare ruimte en jij als inwoner of ondernemer op jouw eigen terrein. Om veilig te blijven bij piekbuien reserveren we meer ruimte voor water, zowel voor de rivier als binnen de dijken. Daardoor hebben we ook voldoende watervoorraad voor periodes van droogte. Wij zullen meer bomen planten om schaduw te bieden voor mensen en dieren en om hittestress te voorkomen.
2.8.2 Wat doet de gemeente?
Door klimaatverandering komen ook in Nederland overstromingen en extreme regenbuien voor. Neder-Betuwe is ook een waterrijk gebied. Op het gebied van klimaatadaptatie nemen we maatregelen om onze omgeving veilig en gezond te houden, ook bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en dijkverzwaring of dijkaanleg. Door de klimaatverandering kan het ook extreem heet worden of er kunnen langere perioden van droogte zijn. Daarom nemen we ook maatregelen tegen hittestress. Klimaatadaptatie heeft veel invloed op de fysieke inrichting van zowel stedelijk als landelijk gebied.
-
In de ‘Integrale Visie op de Openbare Ruimte (IVOR) nemen we klimaatadaptatie mee als een van de thema’s.
-
We nemen deel van de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) in samenwerking met negen gemeenten, Waterschap Rivierenland, provincie Gelderland en andere stakeholders.
-
We stellen ook en lokale Adaptatie Strategie (LAS) op voor Neder-Betuwe, hoe we omgaan met de gevolgen van klimaatverandering.
-
We geven voorlichting over het belang om je voor te bereiden op de klimaatveranderingen en tips over hoe je dat kan doen.
-
We nemen maatregelen tegen hittestress door meer bomen aan te planten en slim watermanagement.
-
We stemmen ons waterbeleid af met het waterschap en werken gezamenlijk aan een robuust en duurzaam watersysteem.
-
We stemmen ruimtelijke ontwikkelingen af met het waterschap zodat ontwikkelingen waterneutraal ingericht kunnen worden.
-
We brengen de risico’s voor wateroverlast in beeld.
-
We zoeken actief naar mogelijkheden om duurzaam om te gaan met water. Dit doen we door stedelijk gebied klimaatadaptief in te richten, verharding te minimaliseren en bestaande verharding te vergroenen. De opslag van water in grondwaterbuffers tijdens hevige neerslag.
-
We stimuleren de toepassing van waterbesparende systemen bij bouwplannen om waterverbruik te verminderen.
-
We beperken de consequenties van wonen en werken binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
-
We nemen maatregelen tegen hittestress door meer bomen aan te planten en slim watermanagement.
2.8.3 Inspiratie
Wateroverlast, watertekort en hittestress, ook jij kan je daarop voorbereiden. Dat kan op het erf van elke bewoner of ondernemer. Denk daarbij aan:
-
wateropvang in een bassin, sloot, vijver of regenton;
-
het zuinig omgaan met water in tijden van droogte;
-
het beperken van verharding op je erf of in je tuin. Minder verharding zorgt ervoor dat het water in de bodem terechtkomt. Dat is de meest natuurlijke manier om water op te slaan.
-
het aanplanten van bomen. Bomen geven op een natuurlijke manier schaduw en daardoor bescherming tegen hitte en droogte.
Er zijn tal van goede voorbeelden om in je ver- of nieuwbouwproject rekening te houden met veranderingen in het klimaat. Een aantal voorbeelden zijn verzameld in het voorbeeldenboek van platform 31: https://www.platform31.nl/artikelen/voorbeeldenboek-klimaatadaptieve-bouwprojecten/
Op de website https://www.klimaatactiefrivierenland.nl/ kun je voorbeelden vinden wat je zelf kan doen om je woning of tuin voor te bereiden op klimaatverandering.
2.8.4 Achtergronden
Hoe kunnen we ons goed voorbereiden op de gevolgen van de klimaatverandering?
De klimaatverandering voltrekt zich sneller dan tot voor kort werd gedacht. De weeromstandigheden die we voor 2050 verwachtten, treden nu al regelmatig op. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee: natter, droger en heter. Het resultaat is wateroverlast, droogte en hittestress. Ook hoosbuien en harde wind komen vaker voor.
De aanpak aan de bron is om de uitstoot van broeikassen zoveel mogelijk te beperken (zie het speerpunt ‘werken aan de energietransitie’). Maar daarnaast zijn extreme weersomstandigheden al een feit. Daarom is het nodig om goed voorbereid te zijn. Door goede maatregelen kunnen we overlast zoveel mogelijk voorkomen.
De gemeente doet mee aan de regionale samenwerking op het gebied van Klimaatadaptatie. Het doel van deze samenwerking is de Regionale Adaptatiestrategie (RAS) met daaraan gekoppeld een samenwerkingsprogramma. Daarnaast worden klimaatstresstesten uitgevoerd om risicolocaties op te sporen en maatregelen te kunnen nemen tegen wateroverlast, droogte of hittestress.
2.9 Een gezonden, groene en biodiverse omgeving
2.9.1 Wat houdt dit speerpunt in?
Variatie in inheemse planten- en diersoorten is belangrijk. De vele verschillende
soorten houden ons ecosysteem in balans en vormen een levende en productieve natuur.
Het komt ten goede aan onze landbouwgewassen en onze leefomgeving. Want biodiversiteit
helpt om ziekten en plagen in gewassen en het groen te voorkomen.
We willen meer ruimte voor groen in en om de kernen. Zowel in de openbare ruimte als
in de tuinen of erven van inwoners en bedrijven. Dit groen willen we zo inrichten
dat meer verschillende planten en dieren zich hier thuis voelen. Tevens willen we
het beheer zodanig omvormen dat dit leidt tot het versterken van de biodiversiteit.
We willen niet alleen meer groen creëren, maar ook een aantrekkelijke, beweegvriendelijke
en bruikbare groenstructuur. Dit wordt gerealiseerd door het groen met andere functies
te combineren en het groen meer te bundelen. Het combineren van groen met functies
als bewegen, spelen en waterberging leveren een aantrekkelijke openbare ruimte. Het
bundelen van groen en door diverse groenzones met elkaar te verbinden, vergroten we
de gebruikswaarden. Een aantrekkelijke groenstructuur willen we zo gaan inrichten
dat er een balans is tussen rood en groen.
2.9.2 Wat doet de gemeente?
Met onze acties richten wij ons op biodiversiteit in de openbare ruimte en ondersteuning en sturing op biodiversiteit bij plannen van inwoners en ondernemers.
Biodiversiteit in de openbare ruimte
-
In de openbare ruimte kiezen we voor bloeiende en vruchtdragende beplanting.
-
We maken zoveel mogelijk buiten de bebouwde kom gebruik van een gevarieerde streekeigen beplanting.
-
We zaaien bloemrijke bermen in.
-
We beheren bermen op een ecologische manier.
-
De hoeveelheid bomen in de bestaande openbare ruimte blijft gelijk.
-
Per kern richten we minimaal een plek in voor vlinders en bijen.
-
We besteden bij beheer en inrichting van de openbare ruimte meer aandacht aan kwetsbare insectensoorten (naast de aandacht die al uitging naar vlinders en bijen).
-
We werken samen met bewoners, bedrijven en partners om het openbaar groen de uitstraling van Europees laanboomcentrum te geven. Hierbij geven wij tevens inhoud aan biodiversiteit
Ondersteuning en sturing
-
We ondersteunen initiatieven voor biodiverse, emmissieloze en residuevrije teelt van gewassen.
-
We leggen een verplichting op om bij nieuwe woonwijken een percentage van de gronden voor groen in te richten.
-
We stimuleren natuur-inclusieve landbouw.
-
We zorgen voor voldoende groen en water, vergroening in tuinen en stedelijk gebied, verlichting- en geluidbeperking en bescherming van kwetsbare zones.
-
We zorgen voor herstel en duurzaam beheer van bermen, houtwallen en ecologische verbindingen tussen natuurgebieden.
-
We voorzien ruimtelijke plannen van een biodiversiteitsparagraaf: voor behoud en herstel van de biodiversiteit in het plangebied.
2.9.3 Inspiratie
Ook jij kan een bijdrage leveren aan een omgeving waarin veel verschillende plant- en diersoorten zich thuis voelen. Dit kan bijvoorbeeld door bewust te kiezen voor bepaalde levensmiddelen of bloemen en planten. Dit kan in de omgeving van je eigen huis of tuin. En als je (agrarisch) ondernemer bent dan kan dat als onderdeel van je bedrijfsvoering. Zie voor meer tips op de website van Klimaat Actief Rivierenland: https://www.klimaatactiefrivierenland.nl/
We zien graag initiatieven die een bijdrage leveren aan een aantrekkelijke, beweegvriendelijke en bruikbare groenstructuur. Hierbij valt te denken aan:
-
Het combineren van groen met andere functies (bewegen, spelen, waterberging).
-
Bij nieuwbouw dat er voldoende groen wordt gerealiseerd. Bij woningbouw wordt landelijk een norm van 75 m2 groen per woning gehanteerd.
2.9.4 Achtergronden
Hoe zorgen we voor een biodiverse omgeving?
In Nederland daalde de biodiversiteit van ongeveer 40 procent in 1900 tot ongeveer
15 procent in 2010. De biodiversiteit is hier uitgedrukt in % van de natuurlijke situatie.
De belangrijkste oorzaken van achteruitgang zijn de verandering van landgebruik, de
achteruitgang van het milieu en versnippering van gebieden waar natuur in de hoofdrol
is.
Samen zijn we aan zet om het tij te keren.
2.10 Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente
2.10.1 Wat houdt dit speerpunt in?
We werken samen met inwoners, ondernemers en organisaties aan sterke dorpen. Dat zijn
dorpen die vitaal en veerkrachtig zijn, waarin men bij elkaar betrokken is en er voldoende
mogelijkheden zijn om betekenisvol te kunnen wonen, werken en leven. De gemeente draagt
zorg voor een veilige en gezonde basis. In elk dorp dienen de basisvoorzieningen aanwezig
of bereikbaar te zijn. Een goede ontsluiting is ook een taak van de gemeente. Onze
dorpen hebben een sterk verenigingsleven en ervaren onderlinge verbondenheid. Samen
met de inwoners, ondernemers en organisaties die betrokken zijn bij een dorp zijn
wensen voor ieder dorp verzameld. Wensen die het dorp sterker kunnen maken.
2.10.2 Wat doet de gemeente?
Met onze acties richten wij ons op het verbeteren van de leefbaarheid van dorpen. Daarbij bieden wij hulp bij initiatieven die bijdragen aan de speerpunten van deze Omgevingsvisie.
Leefbaarheid
-
We zetten ons in om tenminste een ontmoetingsruimte per dorp mogelijk te (blijven) maken, zo nodig in combinatie met andere voorzieningen, zoals sportaccommodaties.
-
We streven ernaar per dorp een school te behouden, waarbij we ons realiseren dat dit voor de kleinere kernen op de lange termijn waarschijnlijk niet haalbaar is.
-
We bieden ruimte aan nieuwe speelvoorzieningen in de kernen, ook voor de leeftijdscategorie 12.
Hulp bij initiatieven
-
We werken toe naar een platform, fysiek en sociaal. Via dit platform gaan we in gesprek met de dorpen om de leefbaarheid van de dorpen te onderhouden en te verbeteren. De gemeente zorgt voor een veilige
en een gezonde basis, voor de extra’s zijn bewoners en ondernemers nodig. Zij nemen initiatieven, maken plannen en vormen werkgroepen en collectieven. -
We gaan de haalbaarheid onderzoeken van het inzetten van dorpscoördinatoren. Een dorpscoördinator kan functioneren als aanspreekpunt voor het dorp. Hij of zij kent de projecten die in het dorp spelen en zorgt ervoor dat het dorp op de hoogte is van de stand van zaken.
-
We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan de speerpunten van deze Omgevingsvisie. We helpen daarbij. Dat kan bijvoorbeeld door hulp bij het verlenen van een vergunning, of door het bieden van een podium om een initiatief bekend te maken.
2.10.3 Inspiratie
We zien graag initiatieven die een bijdrage leveren aan onze speerpunten. Waar kan het dan om gaan? Enkele voorbeelden zijn:
-
de aanleg van een buurttuin om groenten te kweken;
-
het opzetten van vrijwilligersvervoer voor mensen die minder makkelijk reizen;
-
het oprichten van een energiecoöperatie die zich richt op energiebesparing en opwekken van duurzame energie;
-
het samenwerken van verenigingen en instellingen om mensen met elkaar in contact te brengen en/of bewegen te stimuleren.
2.10.4 Achtergronden
De samenleving verandert en vraagt om een andere houding van de overheid en de samenleving. Eigen initiatief vanuit de dorpen wordt steeds belangrijker. Samenleving en gemeente zijn samen aan zet voor de zorg voor elkaar of het behoud van voorzieningen.
Wij verwelkomen initiatieven, vooral als deze bijdragen aan de speerpunten van deze Omgevingsvisie. Wij benaderen dergelijke initiatieven dan ook vanuit een “Ja-mits” gedachte. Een plan is een kans om een dorp sterker te maken.
3 Waarden- en richtinggevende kaart
3.1 Waardenkaart

3.2 Richtinggevende kaart
Vanuit de speerpunten en de bijbehorende opgaven is een richtinggevende kaart opgesteld. Op deze kaart staat aangegeven in welk gebied een bepaalde ontwikkeling wenselijk is. Voor een aantal speerpunten zijn zoekgebieden en mogelijke ontwikkelrichting opgenomen. De zoekgebieden zijn wel specifiek aangegeven, voor de overige ontwikkelingen zijn ze richtinggevend en indicatief op de kaart.

4 Wensen per dorp
4.1 Inleiding
Inwoners, ondernemers, organisaties en andere betrokkenen hebben aandachtspunten meegegeven voor hun eigen dorp. Hier leest u tot welke wensen dit heeft geleid. Deze wensen maken geen deel uit van de visie, maar kunnen bijvoorbeeld helpen bij nieuwe ideeën en initiatieven.
Alle huishoudens in Neder-Betuwe kregen een persoonlijke ansichtkaart van onze burgemeester. Op deze ansichtkaart kon je invullen waar je trots op bent in onze gemeente. Ook kon je aangeven wat beter kan. Er zijn bijna 900 ansichtkaarten teruggestuurd. Dit betekent dat ruim 10% van de huishoudens een reactie heeft gegeven.
Alle aandachtspunten zijn daarna besproken met de inwoners op interactieve bijeenkomsten in elk dorp. Voor de ondernemers, organisaties en andere partijen zijn daarnaast bijeenkomsten georganiseerd waarop ze meedachten over de dorpen. Dit heeft geleid tot meerdere wensen per dorp.
4.2 Ochten
-
versterking van de voorzieningen (horeca, dorpshuis, winkels)
-
betere pleininrichting
-
bereikbaarheid en voorkomen sluipverkeer
Een stevig hart voor het dorp
De gemeente staat open voor initiatieven in het centrum die het voorzieningenniveau
versterken en wil daarvoor ruimte geven. Het dorpshuis wordt gesloopt, er wordt een
nieuw dorpshuis gerealiseerd. Een horecavoorziening kan los daarvan of als onderdeel
van het dorpshuis een plek krijgen zodra er een initiatiefnemer is.
Het centrale plein heeft nu een tijdelijke inrichting, omdat een van de supermarkten zal verplaatsen. Na realisatie van de supermarkt wordt het plein in overleg met het dorp heringericht.
Een bereikbaar dorp met zo min mogelijk verkeersoverlast
In het collegeprogramma is opgenomen dat er een onderzoek komt naar een betere ontsluiting
van Ochten-Oost / Noord. Als het vrachtverkeer om het centrum kan rijden en niet over
de dijk hoeft, wordt het dorpshart veiliger en daarmee leefbaarder. Op de dijk is
dan een inrichting en functie als dorpsboulevard mogelijk. De gemeente gaat graag
samen met Ochten aan de slag hiermee.
4.3 Dodewaard
Een groeiend dorp
Nieuwe woningen zijn meer dan gewenst in Dodewaard. Er is een tijd niet gebouwd in
het dorp waardoor er noodgedwongen uitstroom was van (jonge) inwoners. Het inmiddels
vastgestelde bestemmingsplan Fructus maakt de bouw van 80 woningen mogelijk. Daarmee
krijgt Dodewaard een belangrijke impuls. Dit is de eerste fase van de uiteindelijke
uitbreiding van Fructus richting de rondweg (Dodewaardestraat). Het is de bedoeling
dat er nog meerdere vervolgfases komen. Inmiddels zijn ambtelijk de eerste kaders
en uitgangspunten opgesteld voor Fructus fase 2.
Een goed plein en een goede plek om samen te komen
In het dorpshart zijn de winkelvoorzieningen en ligt een plein. Dit plein kan beter.
Daarbij gaat het om de afwikkelen van het verkeer en om de verblijfskwaliteit. Ook
versterking van de detailhandel is welkom, bijvoorbeeld in de vorm van een versplein
of ambachtelijke winkels. Het plein staat op de planning om in overleg met het dorp
aangepakt te worden. Als zich initiatieven voordoen denkt de gemeente graag mee over
uitbreiding van het dorpshart met aanvullende winkels of voorzieningen.
Dodewaard mist een goede plek om samen te komen. Het bestaande dorpshuis en ook de sporthal voldoen niet meer. De gemeente gaat uit van minimaal een onderkomen voor bewoners en verenigingsleven per kern. Bij plannen voor een opwaardering of herbouw wil de gemeente ondersteunen. Het initiatief en de kracht om een dergelijke voorziening te beheren ligt bij het dorp.
4.4 Opheusden
Een bereikbaar dorp met zo min mogelijk verkeersoverlast
In het collegeprogramma is de aanleg van een rondweg opgenomen. We onderzoeken de
mogelijkheden daarvoor. Samen met het dorp gaan we kijken hoe dat het beste kan.
Woningen en horeca
Woningbouw vindt plaats in de verschillende fasen van het plan Herenland. We gaan
uit van realisatie en voltooiing van de geplande uitbreidingslocaties bij de verschillende
kernen.
De gemeente staat open en faciliteert initiatieven die het centrum kunnen versterken zoals de vestiging van een horecabedrijf. Dat kan eventueel ook in de vorm van horeca als onderdeel van een bestaande voorziening of onderneming, mits de locatie aansluit bij het centrum en geen hinder oplevert voor de omgeving.
4.5 IJzendoorn
Voorzieningen
Het is lastig om in een dorp met de omvang van IJzendoorn voorzieningen tot stand
te brengen. Als er initiatieven zijn staan wij daarvoor open. Wellicht biedt het stapelen
van functies kansen (bijvoorbeeld een klein verkooppunt van dagelijkse levensmiddelen
bij benzinestation, een pension waarbij tevens verse broodjes worden verkocht of koffie
en thee kan worden gedronken).
Ook kan de gemeente hulp bieden bij dorpsinitiatieven voor alternatieve vormen van vervoer. Daarmee wordt het voor bewoners makkelijker om voorzieningen te bereiken in aangrenzende kernen.
Verkeersveiligheid
Voor wat betreft verkeer is er een verkeer en vervoerplan voor Neder-Betuwe waarin
verkeersknelpunten zijn opgenomen en verbeteringen worden uitgevoerd. Aanpak van Dorpstraat,
Keizerstraat en Molenstraat wordt daarin voorzien. Voor een enkele straat is er onder
de bewoners nog geen overeenstemming over de manier waarop de straat zou moeten worden
verbeterd. Als er overeenstemming is bereikt dan gaan wij ook daarover graag in gesprek.
4.6 Kesteren
Een bereikbaar dorp met zo min mogelijk verkeersoverlast
Veel inwoners ervaren overlast van het sluipverkeer door Kesteren. Dit heeft te maken
met filevorming op de N233. Door de toekomstige verbreding van de Rijnbrug zal deze
problematiek naar alle waarschijnlijkheid zijn opgelost.
En stevig hart voor het dorp
Kesteren is blij met de voorzieningen die er zijn, maar het kan nog beter. Een versterking
met een gezondheidscentrum zou bijvoorbeeld welkom zijn. En her en der kan het beter
worden ingericht. De gemeente staat open voor initiatieven in het centrum die het
voorzieningenniveau versterken en wil daarvoor ruimte geven.
4.7 Echteld
-
verbeteren voorzieningenniveau en behoud school
-
bereikbaarheid per OV
-
verkeersveiligheid en verlichting in het buitengebied
-
voldoende woningbouw, met name levensloopbestendige woningen
Voorzieningen
Het is lastig om in een dorp met de omvang van Echteld voorzieningen tot stand te
brengen. Als er initiatieven zijn staan wij daarvoor open. Wellicht biedt het stapelen
van functies kansen (bijvoorbeeld een klein verkooppunt van dagelijkse levensmiddelen
bij benzinestation, een pension waarbij tevens verse broodjes worden verkocht of koffie
en thee kan worden gedronken).
Openbaar vervoer en bereikbaarheid
Vanuit Echteld kan gebruik worden gemaakt van de buslijn die stopt bij de benzinepomp.
Op de schaal van Echteld is het niet haalbaar om een buslijn met hoge frequentie of
een bushalte in het dorp te krijgen. Voor wie deze busverbinding niet toereikend is
kunnen we hulp bieden bij dorpsinitiatieven voor alternatieve vormen van vervoer.
Daarmee wordt het voor bewoners ook makkelijker om voorzieningen te bereiken in aangrenzende
kernen.
Onveiligheid en verlichting
Verlichting in het buitengebied wordt vanwege de dierenwereld en vanwege duurzaamheid
niet nagestreefd. In ons verlichtingsplan is aangeven welke kritieke punten (kruispunten/afslagen)
verlicht worden. Er kunnen meldingen worden gedaan van onveilige plekken bij de Avri
(www.avri.nl).
Woningbouw
We gaan uit van realisatie en voltooiing van de geplande uitbreidingslocaties bij
de verschillende kernen. Het plan voor woningbouw bij Echteld gaat door de Raad van
State niet door. Er wordt nu gekeken naar een alternatief plan voor woningbouw.
5 Ansichtkaartenactie
Alle huishoudens in Neder-Betuwe kregen een ansichtkaart om in te vullen. In de tabel staat hoeveel ingevulde ansichtkaarten we per kern van onze bewoners terugkregen.
|
Plaats |
Huishoudens (2018) |
Reacties |
Respons (%) |
|
Echteld |
419 |
55 |
13,1% |
|
IJzendoorn |
405 |
46 |
11,4% |
|
Ochten |
1936 |
246 |
12,7% |
|
Kesteren |
2074 |
168 |
8,1% |
|
Opheusden |
2133 |
206 |
9,7% |
|
Dodewaard |
1733 |
182 |
10,5% |
Onze bewoners konden aangeven “wat beter kan”. Er zijn opmerkingen gemaakt over de negen onderwerpen die je links in de tabel ziet staan. Per kern is in de tabel aangegeven welk percentage van de ingevulde ansichtkaarten betrekking had op het onderwerp. Zo zijn in de hele gemeente de meeste opmerkingen gemaakt over het onderwerp openbare ruimte en groen, direct gevolgd door het onderwerp bereikbaarheid.

6 Ik heb een idee
6.1 Stappenplan
Heb je een plan of een idee dat je wilt realiseren in de gemeente Neder-Betuwe? Met dit stappenplan helpen we je graag op weg. Met jouw idee kan je een positieve bijdrage leveren aan je leef- en werkomgeving. Onze grondhouding is dan ook “Ja, mits”. In dit stappenplan lees je hoe dat in zijn werk gaat.
Stap 1
Kan jouw idee de kwaliteiten van de gemeente versterken?
Onze gemeente heeft veel kwaliteiten die we graag willen behouden en versterken. We vinden het daarom belangrijk dat plannen passen bij de kwaliteiten van een gebied. Deze kwaliteiten kan je vinden in de waardenkaart in hoofdstuk 3.1. Daar vind je voor jouw locatie de belangrijkste kwaliteiten en waar je in de uitwerking van je idee rekening mee moet houden. Jouw idee kan deze kwaliteiten versterken. Ook geven de kwaliteiten veel mogelijkheden om je idee beter te maken. Betrek daarom de kwaliteiten van het gebied bij de uitwerking van je idee tot een plan. Als je nog geen locatie hebt, kan de waardenkaart je helpen om een geschikte plek te vinden. Als je rekening houdt met deze kwaliteiten of als je idee deze kwaliteiten versterkt, heeft jouw idee of plan grotere kans van slagen.
Stap 2
Draagt je idee bij aan wat wij willen?
In de Omgevingsvisie staan tien speerpunten. Dat zijn belangrijke doelen van de gemeente voor de ontwikkeling van Neder-Betuwe. Het zijn punten die voor iedereen van belang zijn om ook in de toekomst fijn en veilig te kunnen blijven wonen, leven en ondernemen in onze gemeente. Kijk of je met je idee aan kan sluiten bij een of meerdere speerpunten uit 2. Dat maakt je idee steviger en meer toekomstgericht.
Stap 3
Het is een regel dat je met je buren over je idee praat.
Praat met je buren, de mensen in de straat, dorp of anderen over je idee. Je idee kan ook voor hen iets te betekenen hebben. Vertel ze wat je wilt en waarom. Vraag wat ze ervan vinden en waarom. Kijk of het mogelijk is om hun wensen en belangen mee te nemen bij de uitwerking van je idee tot een plan. Je kan hier andere partijen bij betrekken zodat je plan voor hen ook een positief effect heeft. Een plan met meerdere doelen kan vaak rekenen op meer steun. Bovendien kan het zelfs zo zijn dat kosten kunnen worden gedeeld.
Stap 4
Maak met ons een afspraak om je idee te bespreken.
Heb je de vorige stappen doorlopen? Dan kijken wij samen met jou wat nog nodig is om het plan voor jouw idee uit te kunnen voeren. In Nederland gelden wetten en regels, waar we niet omheen kunnen. Deze gaan bijvoorbeeld over natuur en milieu. We gaan kijken of dergelijke wetten in jouw geval gelden en hoe je daarop in kan spelen.
Heb je nog vragen over jou idee, hoe je een idee/plan kan indienen, over het proces en/of kosten, neemt dan contact op met de gemeente.
6.2 Voorbeeld 1: Een agrarisch bedrijf in 'landelijk groen'
Een initiatiefnemer heeft een agrarisch bedrijf in het deelgebied dat op de waardenkaart van deze Omgevingsvisie “Landelijk en groen” heet. De initiatiefnemer heeft het idee om een groepsaccommodatie te starten en zijn agrarische activiteiten af te bouwen. Omdat het bedrijf aan de dijk ligt, wil de initiatiefnemer de groepsaccommodatie combineren met een rustpunt voor fietsers en ijsverkoop.
De Omgevingsvisie biedt ruimte om dit initiatief te realiseren. De initiatiefnemer kan met zijn plan de waarden van de gemeente versterken en bijdragen aan onze speerpunten. In het stappenplan staat beschreven hoe de initiatiefnemer hiermee aan de slag kan gaan.
De initiatiefnemer heeft ideeën, maar wil graag weten hoe hij dit het beste kan aanpakken. De gemeente helpt hem om uit te zoeken welke stappen hij moet doorlopen en hoe hij dit kan aanpakken.
Stap 1
Kan je idee de kwaliteiten van de gemeente versterken?
In het gebied ‘Landelijk en groen’ staan waarden beschreven en hoe je hier rekening mee kan houden. Daarbij staan goede voorbeelden bij ‘wat zien we hier graag’. Op de volgende wijze kan de initiatiefnemer rekening houden met de kwaliteiten van de gemeente:
-
Een landelijke en natuurlijke inpassing van de bebouwing van de groepsaccommodatie. Het bouwvlak moet hierin niet leidend zijn, maar de kwalitatieve versterking. Biedt ruimte aan biodiversiteit op het erf, bij sloten en langs de percelen.
-
Het rustpunt voor fietsers en ijsverkoop is gekoppeld aan fietsroutes over de dijken. Het faciliteert rustige vormen van recreatie en draagt bij aan de recreatieve toegankelijkheid van het gebied.
-
De voorgenomen ontwikkeling biedt gelegenheid om het agrarisch perceel te herinrichten. De initiatiefnemer besteed aandacht aan het natuurlijke karakter, de ligging in het landschap en het zicht op de dijk. De initiatiefnemer heeft hiervoor een plan laten opstellen door een lokale landschapsarchitect.
Stap 2
Draagt je idee bij aan wat wij willen?
In de Omgevingsvisie staan 10 speerpunten met doelen voor de ontwikkeling van de gemeente Neder-Betuwe. De initiatiefnemer kijkt aan welke speerpunten hij met zijn plan kan bijdragen.
-
Doorontwikkelen en beleefbaar maken van de identiteit van Neder-Betuwe: de identiteit van Neder-Betuwe wordt versterkt en beter zichtbaar gemaakt door de versterking van toeristisch-recreatieve routes. De groepsaccommodatie draagt bij aan de lokale identiteit door hoogstamfruitbomen te planten. Bezoekers voorziet hij van informatie over routes en nabijgelegen landschappelijke en cultuurhistorische elementen. De dijk wordt aantrekkelijker als fietsroute door een rustpunt toe te voegen. Daarmee wordt de gebruiks- en belevingswaarde van de dijk vergroot.
-
Werken aan een gezonde, groene en biodiverse omgeving: de initiatiefnemer draagt bij aan een omgeving waarin veel verschillende plant- en diersoorten zich thuis voelen. Hij laat het erf rondom de groepsaccommodatie en langs de sloten en percelen op een ecologisch verantwoorde manier inrichten. Hij laat zich adviseren over het ecologisch beheer en onderhoud. Een lokale imker maakt gebruik van zijn erf om er enkele bijenkasten neer te zetten.
De Omgevingsvisie bevat vele andere waarden en speerpunten waar het initiatief niet expliciet aan bijdraagt. Dit vormt geen belemmering voor het initiatief. Het initiatief moet de overige te ontwikkelen waarden en doelen in elk geval niet frustreren.
Stap 3
Het is een regel dat je met je buren over je idee praat.
De initiatiefnemer gaat met zijn ideeën naar zijn buren. In overleg past hij een aantal dingen aan. Met zijn achterburen maakt hij een wandelpad langs hun aangrenzende percelen richting een kleine natuurparel, waar de gasten van de groepsaccommodatie gebruik van kunnen maken.
Stap 4
Maak met ons een afspraak om je idee te bespreken
Het plan is gereed om te bespreken met de gemeente. De gemeente brengt de initiatiefnemer en zijn achterburen in contact met het lokale recreatiebureau, zodat hun wandelpad deel kan uitmaken van een klompenpad.
6.3 Voorbeeld 2: Een zonnepark ontwikkelen in Neder-Betuwe
Een aantal lokale boomkwekerijen hebben zicht verenigd om een zonnepark te ontwikkelen. Hiermee willen ze besparen op hun eigen energievraag. Ze hebben twee verschillende gebieden op het oog waar dat volgens hun heel goed past. De initiatiefnemers zijn bekend met de Omgevingsvisie en voorzien dat hun plan zal bijdragen aan de energietransitie, één van de speerpunten van de Omgevingsvisie. Bovendien draagt het initiatief bij aan de verduurzaming van de laanbomenteelt, dat is één van de doelen van het Laanboompact.
De initiatiefnemers zijn bekend met de Omgevingsvisie en zoeken met behulp van de waardenkaart naar een geschikt perceel. De initiatiefnemers vinden het belangrijk dat het zonnepark dichtbij hun eigen bedrijven ligt zonder dat daarbij waardevolle agrarische grond verloren gaat. Gedacht wordt aan de gebieden ‘Landelijk en groen’ en ‘A15 en Betuweroute’. Deze gebieden hebben verschillende te ontwikkelen waarden. Dat betekent dat het initiatief op een verschillende manier uitgewerkt wordt.
Stap 1
Kan je idee de kwaliteiten van de gemeente versterken?
In het gebied ‘Landelijk en groen’ zal het initiatief rekening moeten houden met de volgende waarden:
-
Het landelijke en groene karakter.
-
De toegankelijkheid en het comfort voor rustige vormen van recreatie.
-
De zichtbaarheid en toegankelijkheid van waardevolle gebieden en elementen op het gebied van landschap, cultuurhistorie en natuur.
-
Het open, natte en weidevogelrijke karakter van het Eldikse en Dodewaardse Veld.
In het gebied ‘A15 en Betuweroute’ zal het initiatief rekening moeten houden met de volgende waarden:
-
De ruimte voor natuur, water en duurzame energieopwekking.
-
Zicht vanaf de snelweg op het gebied en de dorpen.
-
Een rustig en eenduidig beeld op de A15 vanuit het omliggende gebied.
De aanleg van het zonnepark sluit aan op de kwaliteiten van het gebied ‘A15 en Betuweroute’. Het zonnepark belemmert het zicht vanaf de snelweg op het gebied niet, omdat de zonnepanelen niet hoger van 1,5 m boven de grond uitsteken. Om een rustig beeld te creëren zal een deskundig bureau een ontwerp maken.
In het gebied ‘Landelijk en groen’ zal het zonnepark in ieder geval niet in het Eldikse en Dodewaardse Veld mogen liggen. Met behulp van een deskundig bureau wordt een ontwerp gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de waarden van dit deelgebied. Het zonnepark wordt aangelegd binnen de schaal van het agrarische landschap, waarbij de bestaande structuren in stand blijven. Rondom het zonnepark kan een groene zoom worden aangelegd zodat het zonnepark vanaf omliggende wegen niet te zien is. Met visualisaties toont de initiatiefnemer aan hoe het initiatief in de omgeving past.
Stap 1
Draagt je idee bij aan wat wij willen?
In de Omgevingsvisie staan 10 speerpunten met doelen voor de ontwikkeling van de gemeente Neder-Betuwe. Met het realiseren van een zonnepark dragen de initiatiefnemers aan de volgende speerpunten:
-
Werken aan de energietransitie: realisatie van een zonnepark sluit aan bij dit speerpunt. Dat betekent dat de gemeente in principe positief is over dit plan. Door middel van het oprichten van een energie coöperatie geven de initiatiefnemers aan omwonenden en andere laanboomtelers de mogelijkheid om te participeren in het zonnepark.
-
Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en landbouw: verduurzaming van de sector is een van de afspraken die gemaakt zijn in het Laanboompact. Dit initiatief draagt hieraan bij door met verschillende laanboomtelers een gezamenlijk zonnepark te realiseren. De laanboomtelers willen een inspirerend voorbeeld zijn. Via het Laanboompact geven ze toelichting en uitleg aan andere laanboomtelers over hun project. Bij het zonnepark wordt een informatiebord geplaatst, waarin ze laten zien wat er met de opgewekte energie wordt gedaan. Daarmee dragen ze bij aan de positieve uitstraling van de laanboomsector.
Stap 3
Het is een regel dat je met je buren over je idee praat.
De initiatiefnemers starten al vrij vroeg in het proces met het bekend maken van hun idee. In de lokale krant staat een interview met een van de initiatiefnemers waarin hij ook aangeeft dat het mogelijk is om deel te nemen via de energie coöperatie. Nadat ze een locatie op het oog hebben, nodigen de initiatiefnemers alle omwonenden uit om van gedachten te wisselen. Veel omwonenden hebben moeite met de komst van een zonnepark. Nadat de voordelen van deelname in de energie coöperatie duidelijk worden, zijn steeds meer omwonenden positief. In overleg met de omwonenden wordt de groene zoom rondom het zonnepark breder en met meer aandacht voor natuurwaarden aangelegd. Bij het informatiebord wordt een bankje en een verhoging aangelegd, zodat voorbijgangers kunnen uitkijken over het zonnepark en de omgeving.
Stap 4
Maak met ons een afspraak om je idee te bespreken
De initiatiefnemers zijn met hun eerste idee naar de gemeente gegaan. Samen met de gemeente hebben ze besproken welke stappen gezet moeten worden en op welke manier het plan bij kan dragen aan de kwaliteiten van Neder-Betuwe en aan de speerpunten. De gemeente is daarom goed op de hoogte van het plan en de stappen die al gezet zijn. Nu is het plan gereed om de verdere uitwerking te bespreken met de gemeente.
7 Achtergronden bij deze Omgevingsvisie
7.1 Wat is een Omgevingsvisie?
De Omgevingsvisie is nieuw. Het is één van de instrumenten uit de Omgevingswet. Deze nieuwe wet gaat in 2022 in werking. Alle gemeenten in Nederland moeten dan een Omgevingsvisie hebben. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen voor de héle gemeente. De visie gaat over onze woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. Het gaat bijvoorbeeld over woningen, bedrijven, wegen, water, bodem en lucht. Maar ook landschap, natuur en cultureel erfgoed vallen eronder. In de Omgevingsvisie beschrijven we ook hoe we onze samenleving veilig en gezond houden, nu en in de toekomst. In de visie staat wat wij als gemeente en als samenleving belangrijk vinden om te behouden, te versterken en te ontwikkelen.
In de Omgevingsvisie geven we aan hoe we hier samen mee aan de slag kunnen. De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen en ruimte voor eigen initiatief. Daarom geven we aan wat de gemeente doet, maar ook wat inwoners, ondernemers, organisaties en andere partijen in de samenleving kunnen doen.
7.2 Hoe kwam deze visie tot stand?
-
In het najaar van 2019 en het voorjaar van 2020 is met een ambtelijke expertisegroep hard gewerkt om met alle inbreng de omgevingsvisie vorm te geven.
-
In de tweede helft van 2020 is het concept van de omgevingsvisie besproken met het college en de raad.
-
In de eerste heft van 2021 zijn aantal onderwerpen uit de omgevingsvisie verder besproken met de raad.
-
In de tweede helft van 2021 is de concept omgevingsvisie voorgelegd aan de samenleving, stakeholders en aan de raad.
-
In de tweede helft van 2021 is de omgevingsvisie als ontwerp ter inzage gelegd.
-
In de eerste helft van 2022 wordt de omgevingsvisie ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
7.3 Wat is de status? en tot wanneer is de visie geldig?
De Omgevingsvisie is bindend voor de overheid die hem vaststelt, de gemeente Neder-Betuwe in dit geval. Nieuwe plannen en ideeën en gemeentelijk beleid moeten voldoen aan de Omgevingsvisie.
De Omgevingsvisie inspireert en nodigt uit. Heb je als inwoner of ondernemer een plan of idee om iets nieuws te ontwikkelen of te bouwen, dan is de Omgevingsvisie in het bijzonder van belang. Aan de hand van de Omgevingsvisie beoordelen we plannen en ideeën die niet passen in het omgevingsplan.
Er zit geen einddatum aan de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt (indien nodig) om de 4 jaar geactualiseerd. Als daar aanleiding toe is kan de Omgevingsvisie ook tussentijds aangepast worden.
8 Juridische aspecten van deze Omgevingsvisie
8.1 Hoe gaan we om met ons milieu?
We zorgen voor het milieu en voorkomen vervuiling
Als het om milieu gaat heeft Nederland in de Europese Unie afspraken gemaakt die altijd
en voor alle gemeenten gelden. Dit zijn afspraken over de manier waarop we zorgen
voor ons milieu. Er zijn vier regels. Deze regels worden de vier milieubeginselen
genoemd. De Omgevingsvisie gaat uit van de vier beginselen:
Milieuonderzoek
Er is voor deze Omgevingsvisie geen milieueffectrapportage gemaakt. Deze visie zet
het bestaande beleid voort. Er worden geen nieuwe locaties voor ruimtelijke ontwikkelingen
aangewezen, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure nodig maken. Er zijn ook geen
aanwijsbare ‘m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten opgenomen.
De Omgevingsvisie gaat uit van ‘uitnodigingsplanologie’. In plaats van aan te geven wat op welke plaats mogelijk is, geeft de Omgevingsvisie een kader voor nieuwe ontwikkelingen. De kernopgaven uit deze Omgevingsvisie zijn nog abstract. Daardoor zijn de milieueffecten daarvan niet goed in te schatten.
8.2 Welke onderwerpen worden uitgewerkt in programma's?
De Omgevingswet geeft de gemeente de mogelijkheid om voor specifieke gebieden of specifieke onderwerpen een programma te maken. Dit programma vormt dan een verlengstuk van de Omgevingsvisie. In een programma kunnen bepaalde speerpunten of acties verder worden uitgewerkt. Er staat in welk doel de gemeente wil bereiken, welke stappen de gemeente gaat zetten om dat doel te bereiken en binnen welke tijd we de doelen willen halen. Programma’s worden door het College van Burgemeester en Wethouders opgesteld.
De hoofdlijnen van het bestaand beleid hebben we opgenomen in de Omgevingsvisie onder de speerpunten. Deze bevatten doelen en acties die leidend zijn bij de ontwikkeling van de Neder-Betuwe. Deze doelen kunnen uitgewerkt worden in een programma. Denk bijvoorbeeld aan de gemeentelijke uitwerking van de Regionale Energie Strategie.
Na vaststellen van de visie wordt de visie elke vier jaar geactualiseerd. Nieuw beleid wordt op dat moment verwerkt in de Omgevingsvisie. We kijken steeds of we daarmee kunnen volstaan of dat we dit uitwerken in een programma.
8.3 Wanneer heeft de gemeente voorrang bij de aankoop van gronden?
De gemeente kan een voorkeursrecht vestigen op gronden van anderen. Dat betekent dat de gemeente deze grond als eerste mag aankopen. Hiermee kan de gemeente ervoor zorgen dat bepaalde gronden een functie krijgen die de gemeente voor ogen heeft. Het gaat hierbij om niet-agrarische functies op agrarische grond, bijvoorbeeld woningbouw of een zonnepark.
Als de gemeente een voorkeursrecht wil vestigen, moet de beoogde nieuwe functie blijken uit de Omgevingsvisie of een Programma of uit het Omgevingsplan.
9 Ambities en uitgangspunten Omgevingswet
9.1 Algemeen
De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking. Deze wet is meer dan een technisch-juridische wetstraject. Het gaat in de basis over een andere manier van werken en kijken naar de fysieke leefomgeving. De wet ondersteunt daarmee een aantal maatschappelijke bewegingen, zoals meer ruimte voor participatie, andere verhoudingen tussen overheid en samenleving/initiatiefnemers (vertrouwen en verantwoordelijkheid), meer regionale samenwerking en een meer integrale kijk op de fysieke leefomgeving. Met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de wet ook een meer digitale manier van werken. Dat vraagt in de breedte van de implementatie een bezinning op hoe Neder-Betuwe aankijkt tegen deze ontwikkelingen en daarop uitgangspunten formuleert. Door dat te formuleren krijgen alle projecten/activiteiten die bijdragen aan de implementatie van de Omgevingswet eenzelfde vertrekpunt. Een Leitmotiv dat herkenbaar is en telkens terugkomt.
Hieronder staan de uitgangspunten van de gemeente over de ambities, dienstverlening, participatie, beleidscyclus en hoe we om willen gaan met initiatieven.
9.2 Ambities
De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking. Deze wet is meer dan een technisch-juridische wetstraject. Het gaat in de basis over een andere manier van werken en kijken naar de fysieke leefomgeving. De wet ondersteunt daarmee een aantal maatschappelijke bewegingen, zoals meer ruimte voor participatie, andere verhoudingen tussen overheid en samenleving/initiatiefnemers (vertrouwen en verantwoordelijkheid), meer regionale samenwerking en een meer integrale kijk op de fysieke leefomgeving. Met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de wet ook een meer digitale manier van werken. Dat vraagt in de breedte van de implementatie een bezinning op hoe Neder-Betuwe aankijkt tegen deze ontwikkelingen en daarop uitgangspunten formuleert. Door dat te formuleren krijgen alle projecten/activiteiten die bijdragen aan de implementatie van de Omgevingswet eenzelfde vertrekpunt. Een Leitmotiv dat herkenbaar is en telkens terugkomt.
Hieronder staan de uitgangspunten van de gemeente over de ambities, dienstverlening, participatie, beleidscyclus en hoe we om willen gaan met initiatieven.
9.3 Dienstverlening
Het Rijk gaat ervan uit dat de gemeenten onder de Omgevingswet meer samenhang brengen in hun lokale regelgeving, dat het voor initiatiefnemers gemakkelijker wordt om initiatieven te realiseren en dat besluitvormingsprocessen sneller en beter worden. Nu zijn initiatiefnemers vaak zoekende in een ondoorzichtig woud aan informatie, regelgeving en processen en weten ze vaak ook niet bij welke overheid ze moeten zijn met hun vraag. De Omgevingswet biedt dus kansen om op een andere manier te werken, zodat we inwoners en ondernemers nog beter van dienst kunnen zijn.
Dat betekent overigens niet dat de gemeentelijke dienstverlening nu niet goed is. Ook in de huidige werkwijze staat de klant centraal. Maar de Omgevingswet vraagt gemeenten om hierin verder een slag te slaan, door regels en processen voor initiatiefnemers inzichtelijker en gemakkelijker te maken, na te denken over deregulering en doorlooptijden te verkorten. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de gemeente bij de verdere inrichting van digitale dienstverlening.
-
Wanneer we werken in de geest van de Omgevingswet, is klantgerichtheid belangrijker dan procesefficiëntie. Inzichtelijkheid, duidelijkheid en gemak voor de initiatiefnemer en belanghebbenden staan voorop. Belangrijk daarbij is dat de gemeente intern de zaken op orde heeft om vervolgens sneller en efficiënter de dienstverlening kan verzorgen. De dienstverlening mag niet duurder worden. De gemeente neemt de rol van adviseurs niet over.
-
Deregulering is geen doel op zich, maar een middel om (overbodige) regels te verminderen zodat het voor onze inwoners makkelijker wordt om een initiatieven mogelijk te maken.
-
Initiatiefnemers regelen de aanvraag voor hun initiatieven straks snel, digitaal en overzichtelijk. Daarnaast blijft (persoonlijk) contact met de gemeente mogelijk. Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is een gelijke informatiepositie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en overheid. Daarom zorgen wij ervoor dat de informatie uit de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan begrijpelijk wordt gepresenteerd en beter vindbaar is voor initiatiefnemers en belanghebbenden. Zij kunnen dan snel en gemakkelijk zelf inzicht krijgen in wat er op een bepaalde plaats in Neder-Betuwe wel of niet mogelijk is, welke regels daarvoor gelden en waarom. Onder de Omgevingswet is het voor inwoners daardoor ook gemakkelijker om te zien wie in de buurt/omgeving gaat (ver)bouwen en daarover mee te praten.
Deze uitgangspunten worden meegenomen in de nog op te stellen visie op dienstverlening. Hierin wordt ook omschreven wat onder klantgerichtheid wordt verstaan. Naar verwachting zal medio 2022 hiermee gestart worden.
9.4 Participatie bij initiatieven in de leefomgeving
De omgeving waarin we wonen, werken en ontspannen verandert steeds. Bijvoorbeeld door de bouw van woningen of door de inrichting van een stuk land als speeltuin, zonneveld of laanboomteelt. De Omgevingsvisie biedt de ruimte voor nieuwe initiatieven uit de samenleving. Daarbij wegen de belangen mee van buren, omwonenden en betrokkenen. Daarom vinden we participatie daarbij vanzelfsprekend. Ongeacht of het gaat om een initiatief van de gemeente Neder-Betuwe, een ondernemer, een maatschappelijke organisatie of van jou of een van je buren.
We verwachten dat de initiatiefnemer in een vroeg stadium omwonenden en belanghebbenden betrekt. Daardoor krijgen we alle relevante belangen, meningen en creatieve ideeën in beeld, vergroten we de kwaliteit van beleid en projecten en maken we deze van ons allemaal. Het is niet altijd mogelijk om iedereen tevreden te stellen. Maar als duidelijk is wat iedereen van de plannen vindt, kan daar zo veel mogelijk rekening mee worden gehouden. De gemeente weegt alle inbreng en neemt uiteindelijk de beslissing.
Bij initiatieven die de gemeente neemt, zorgen we ervoor dat er ruimte is voor de samenleving om mee te denken en te mee doen bij onderwerpen die de directe leefomgeving raken. Dat bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hier zeggenschap over uit kunnen oefenen. Dat we vooraf inzicht geven in het proces dat we doorlopen, verslag doen van wie we hebben betrokken en wat de uitkomsten zijn én achteraf motiveren hoe wat we hebben gedaan met de uitkomsten van de participatie. Dat hebben we uitgewerkt in ons participatiebeleid.
We vinden participatie vanzelfsprekend bij kleine en grote initiatieven. Ben je van plan een uitbouw te maken of zonnepanelen te plaatsen op je dak? Dan vinden we het belangrijk dat je met je buren of bewoners in de omgeving in gesprek gaat. Bij grote initiatieven waarvoor je een omgevingsvergunning aan moet vragen, zoals een windmolenpark of een appartementencomplex, is participatie een aanvraagvereiste. Dan betekent dat je bij de vergunningaanvraag aan moet geven hoe je de participatie hebt uitgevoerd, wie je hebt betrokken en wat de uitkomsten zijn. We stellen nog vast in welke gevallen we participatie verplicht stellen zoals bijvoorbeeld bij initiatieven die afwijken of niet passen in het Omgevingsplan.
Omdat we het belangrijk vinden dat plannen en ideeën voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig en met participatie worden ontwikkeld, helpen we je daarmee. Zo hebben we twee leidraden gemaakt met een stappenplan en tips voor participatie en een sjabloon voor het participatieverslag. Eén voor initiatiefnemers en één voor omwonenden. Ook is het, zeker bij grote initiatieven, handig om contact op te nemen met de gemeente zodat wij samen kunnen kijken of je plan of initiatief aansluit bij de speerpunten en de waarden van de Waardenkaart en past binnen het Omgevingsplan.
-
De gemeente Neder-Betuwe vindt het vanzelfsprekend om bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, scholen en verenigingen vroegtijdig te betrekken bij de voorbereidingen voor beleid en projecten in de fysieke leefomgeving. Daardoor krijgen we alle relevante belangen, meningen en creatieve ideeën in beeld, vergroten we de kwaliteit van beleid en projecten maken we deze van ons allemaal.
-
Onze visie dat participatie vanzelfsprekend is, klinkt door in de manier waarop we participatie in de Omgevingswet vorm geven. We zorgen ervoor dat er ruimte is voor de samenleving om mee te denken en te doen bij onderwerpen die de directe leefomgeving raken. Dat bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hier zeggenschap over uit kunnen oefenen. Dat we vooraf inzicht geven in het proces dat we doorlopen en achteraf motiveren wat we hebben gedaan met de uitkomsten van de participatie. Dat hebben we uitgewerkt in ons participatiebeleid.
-
We geven ook ruimte aan de samenleving om zelf initiatieven te nemen. Daarin wegen de belangen van betrokkenen nadrukkelijk mee. Daarom stimuleren we initiatiefnemers tot vanzelfsprekende participatie. We vinden het niet meer dan normaal dat je met je buren of relevante belanghebbenden praat over je initiatief en hen erbij betrekt.
-
Voor initiatieven die niet passen in het Omgevingsplan stellen we participatie niet automatisch verplicht, maar stimuleren we het wel. Wel kijken we nog naar specifieke gevallen waarin we participatie wel verplicht willen stellen. Dit ongeacht de grootte van het initiatief en de mate van afwijking van het Omgevingsplan. De gedachten hierachter is dat over plannen die passen in het Omgevingsplan al participatie heeft plaatsgevonden bij het opstellen van het Omgevingsplan.
-
We helpen initiatiefnemers met participatie. Dit doen we door handvaten en tips mee te geven.
9.5 Kennisinstrumenten & uitgangspunten beleidscyclus
De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten voor gemeenten, te weten omgevingsvisie, programma’s, omgevingsplan en vergunningen. Deze vier instrumenten geven in samenhang met elkaar richting aan de gewenste fysieke leefomgeving. Drie van de vier instrumenten kennen we min of meer al onder de huidige wetgeving, zij het onder een andere benaming. Echter het kerninstrument ‘programma’ is nieuw.
-
Omgevingsvisie (raad): is een samenhangend, strategisch plan voor de fysieke leefomgeving. Hierin legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de langere termijn vast. Tevens is de visie het kader waarbinnen de raad het Omgevingsplan en het college programma’s kan opstellen. In deze visie zijn de ambities en beleidsdoelen verwoord in tien speerpunten. Welke waarden in de omgeving willen beschermen is aangegeven op een waardenkaart.
-
Programma’s (college): bevat een uitwerking van het te voeren beleid of maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden of ander doelstelling voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Een programma kan betrekking hebben op een thema (bijvoorbeeld een klimaatnota) of op een gebied (bijvoorbeeld buitengebied).
-
Omgevingsplan (raad): bevat gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. De keuzes die zijn gemaakt in de Omgevingsvisie worden in het Omgevingsplan verder uitgewerkt in regels. Deze regels moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het omgevingsplan komen verschillende vormen van regels voor: algemene regels, regels met meldingsplicht, regels met vergunningplicht en ver- en gebodsbepalingen.
-
Omgevingsvergunningen (college). In het omgevingsplan is aangegeven welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Een activiteit die voldoet aan de regels in het Omgevingsplan, maar waar toch een vergunningplicht voor geldt, heet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Daarnaast zijn er ook buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s). Dit is het geval als de activiteit in strijd is met het Omgevingsplan. Omdat de vier kerninstrumenten samenhang geven aan de fysieke leefomgeving moeten deze instrumenten ook in samenhang met elkaar worden opgesteld. Een belangrijk onderdeel hierbij vormt de evaluatie & monitoring. Wijziging in het ene instrument kan gevolgen hebben voor het andere instrument.
Hoe de kerninstrumenten en de monitoring & evaluatie eruit komt te zien is niet in de Omgevingswet bepaald. Het is aan de gemeente zelf om daar invulling aan te geven. Om te kunnen voldoen aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet is het belangrijk om met elkaar af te spreken wanneer de Omgevingsvisie en indirect ook de andere kerninstrumenten gaan herzien. Een handig hulpmiddel hiervoor is onderstaande beleidscyclus.

-
De beleidscyclus laten we gelijk lopen met de raadscyclus (coalitieperiode). Dit betekent niet automatische dat dan ook de Omgevingsvisie wordt aangepast. De Omgevingsvisie wordt aangepast wanneer dit noodzakelijk en/of wenselijk is.
-
Het opstellen van een of meerdere programma’s is een middel en geen doel. We stellen alleen programma’s op voor ontwikkelingen en niet voor het aanscherpen van de omgevingswaarden (wettelijke milieunormen):
-
Het beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving moet terug komen in een van de vier kerninstrumenten. We stellen geen separate beleidsstukken op. Daarmee blijft het lokale stelsel overzichtelijk.
9.6 Omgang initiatieven
Voor het beoordelen van initiatieven werkt de gemeente al enige jaren volgens het ‘regiemodel’. In de wandelgangen ook wel ‘mandjestructuur’ genoemd. Het idee hierachter is dat afhankelijk van de complexiteit en wettelijke basis van een initiatief, het initiatief in een bepaald ‘mandje’ terecht komt. Elk mandjes heeft een eigen werkwijze om het initiatief te boordelen waarbij het uitgangspunt is dat elk initiatief wat niet past in het bestemmingsplan, integraal wordt beoordeeld. Hoe complexer het initiatief, hoe meer disciplines betrokken zijn. Met deze werkwijze werken we al deels in de geest van de Omgevingswet.
Onder de Omgevingswet wordt het belangrijker bij het beoordelen van initiatieven om ook ketenpartners (provincie, GGD, VRGZ etc.), initiatiefnemer en belanghebbenden te betrekken. Hoe dit concreet wordt vormgegeven, is nog niet uitgewerkt. We hanteren bij de uitwerking hiervan de volgende uitgangspunten:
-
De huidige werkwijze hoeft voor de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet waarschijnlijk alleen op onderdelen te worden aangepast. Voor de langere termijn onderzoeken we de mogelijkheden waarbij initiatiefnemers zelf een antwoord kunnen vinden voor hun initiatief, zodat er niet direct een gemeente of omgevingsdienst meer tussen hoeft te zitten.
-
Alle aanvragen omgevingsvergunning die niet passen in het Omgevingsplan worden voorgelegd aan de gemeente voor advies. Voor een snellere besluitvorming is het wenselijk om toe te werken dat de Omgevingsdienst onder mandaat meer ruimte krijgt voor het afhandelen van deze aanvragen. Hierbij gaat het om met name kleine afwijkingen.
-
We staan altijd klaar om met initiatiefnemers in gesprek te gaan om het idee te bespreken - voor een eerste check. Wij vinden het belangrijk dat initiatiefnemers de ruimte krijgen om hun ideeën te toetsen bij de gemeenten en zodoende te komen tot een concreter initiatief.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl