Subsidieverordening overbrugging gemeentelijke herindeling Hilversum en Wijdemeren

Geldend van 18-04-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening overbrugging gemeentelijke herindeling Hilversum en Wijdemeren

Intitulé

Besluit van de raad van de gemeente Hilversum en de gemeente Wijdemeren tot vaststelling van de Subsidieverordening overbrugging gemeentelijke herindeling Hilversum en Wijdemeren

De raad van de gemeente Hilversum;

De raad van de gemeente Wijdemeren;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

ter bevordering van een eerlijke en transparante subsidieverlening gedurende de gemeentelijke herindeling;

gelet op de behoefte aan gelijke eisen en criteria gedurende de harmonisatieperiode voor de subsidieprocedure bij aanvragen die vallen buiten de reikwijdte van de bestaande Algemene subsidieverordeningen Wijdemeren 2021 en Hilversum 2021;

ter voorkoming van juridische tegenstrijdigheden;

besluit vast te stellen de Subsidieverordening overbrugging gemeentelijke herindeling Hilversum en Wijdemeren:

Artikel 1. Algemene bepalingen

1.In deze verordening wordt verstaan onder:

a. Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

b. subsidieregeling: een algemeen verbindend voorschrift, houdende nadere regels in verband met de verstrekking van subsidies;

c. gemeente: de gemeente Hilversum en de gemeente Wijdemeren;

d. raad: de raad van de gemeente Hilversum en de raad van de gemeente Wijdemeren;

e. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren;

f. subsidie: een subsidie die verstrekt wordt voor een bepaalde activiteit, op grond van artikel 4:21, lid 1 Awb.

g. begrotingssubsidie: subsidieverlening op basis van een vermelding van de subsidie-ontvanger op de begroting en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld. Zoals bedoeld in artikel 4:23, lid 3, onder c Awb.

h. incidentele subsidie: subsidieverlening in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. Zoals bedoeld in artikel 4:23, lid 3, onder d Awb.

i. buitenwettelijke subsidie: een subsidie die wordt verstrekt zonder dat daarvoor een specifieke, op die subsidie gerichte wettelijke grondslag van toepassing is, met inachtneming van artikel 4:23 Awb.

2. Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet verder zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Awb of de daarop gebaseerde regelgeving.

Artikel 2. Reikwijdte verordening

Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies waarop geen enkele subsidieregeling van toepassing is en die vallen onder de door de raad vastgestelde programma’s. Zijnde de begrotingssubsidie en de incidentele subsidie als bedoeld in artikel 4:23, lid c en d Awb.

Artikel 3. Bevoegdheden college

1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen voor het desbetreffende beleidsterrein en –wanneer de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd – onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

2. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.

Artikel 4. Begrotingsvoorbehoud

Een subsidie ten laste van de gemeentebegroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de gemeentebegroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 5. De aanvraag van een subsidie

1. Een aanvraag om een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met het daarvoor bestemde formulier.

2. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

a. Een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

b. De doelstellingen en resultaten die daarmee worden nagestreefd en hoe de

activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten

gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente

vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

c. Een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten voor deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat tenminste een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; en,

d. Een jaarrekening met balans van het voorgaande jaar met de stand van de reserves.

3. Als een aanvrager voor de eerste keer subsidie aanvraagt, dient een rechtspersoon, in aanvulling op lid 2 een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten en reglementen, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande boekjaar te overleggen bij de aanvraag.

4. Het college kan ook andere dan, of slechts enkele van, de in lid 2 en lid 3 genoemde gegevens verlangen, als die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.

Artikel 6. Aanvraagtermijn

1. Een aanvraag om een subsidie per kalenderjaar wordt uiterlijk ingediend vóór 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

2. Andere aanvragen om subsidie worden uiterlijk 13 weken voor aanvang van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ingediend.

Artikel 7. Beslistermijn

1. Het college beslist op een aanvraag voor een subsidie per kalenderjaar uiterlijk 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

2. Het college beslist op andere aanvragen om subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

3. Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn voor ten hoogste 13 weken verdagen.

Artikel 8. Weigeringsgronden

1. De subsidie wordt geweigerd in gevallen genoemd in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb.

2. In aanvulling op lid 1 wordt de subsidie geweigerd wanneer de subsidieverstrekking (doelstellingen of activiteiten) in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde.

2. De subsidieverlening kan tevens worden geweigerd wanneer:

a. De te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

b. Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd, dan wel als de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen beschikt of kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

c. De subsidieverstrekking (doelstellingen of activiteiten) in strijd zou zijn met de Awb;

d. De subsidie niet past binnen het beleid van de gemeente;

e. De activiteit een partijpolitiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter heeft;

f. De gehanteerde uurtarieven niet marktconform zijn;

g. De financiële continuïteit of de continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager onzeker is;

h. De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al voldoende uitgevoerd worden door (een) andere organisatie(s);

i. De subsidieaanvraag niet tijdig is ingediend;

j. De structuur en de bedrijfsvoering aantoonbare twijfels geven over een goed bestuur, dan wel indien er sprake is van belangenverstrengeling;

k. Door de andere overheden toegezegde middelen niet daadwerkelijk ter beschikking worden gesteld;

l. Aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten al door een of meer bestuursorganen of anderen voldoende subsidie is verstrekt;

m. De aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen voor de gesubsidieerde activiteiten heeft gekregen of kan krijgen; of,

n. De aanvrager met uitvoering van de activiteiten beoogt winst te maken.

3. Het college kan aangevraagde subsidies weigeren en verleende subsidies intrekken, in het geval en onder de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Dit volgt rechtstreeks uit artikel 6 van de Wet Bibob. Dit geldt voor subsidies binnen de door de raad vast te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvoor.

Artikel 9. Tussentijdse rapportage

Bij subsidies, hoger dan € 50.000 kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

Artikel 10. Verlening subsidie

1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie;

2. Het college en de subsidieontvanger kunnen ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst sluiten dan wel een resultaatgericht afsprakenkader overeenkomen.

Artikel 11. Betaling en bevoorschotting

1. Als een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven, kan de betaling van de subsidie in een of meerdere termijnen plaatsvinden;

2. Als een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven, kan tot 100% worden bevoorschot;

3. Als besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden in de verleningsbeschikking, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger

1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk over:

a. Besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

b. Relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

c. Ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat activiteiten waarvoor subsidie is verleend mogelijk niet worden uitgevoerd en er aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel kan worden voldaan; of,

d. Wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, indien van toepassing de persoon van de toezichthouder of toezichthouders en het doel van de rechtspersoon.

3. Bij gehele of gedeeltelijke toepassing van Afdeling 4.2.8 van de Awb (per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen) kan het college bij subsidiebeschikking bepalen dat de subsidieontvanger toestemming van het college behoeft voor de in artikel 4:71 van de Awb vermelde handelingen.

Artikel 13. Verantwoording subsidies tot en met € 10.000

1. Subsidies tot en met € 10.000 worden door het college bij verlening gelijktijdig vastgesteld.

2. In afwijking van het eerste lid kan de subsidieontvanger in de verleningsbeschikking worden verplicht om aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn uitgevoerd en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

3. Bij toepassing van het tweede lid stelt het college de subsidie ambtshalve vast binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

Artikel 14. Verantwoording subsidies tussen € 10.000 en € 50.000

1. Bij subsidies van meer dan € 10.000 maar ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd een aanvraag tot vaststelling in, tenzij de subsidie in de verleningsbeschikking gelijktijdig is vastgesteld.

2. De subsidieontvanger overlegt in elk geval binnen 13 weken na afloop van de gesubsidieerde activiteiten een verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling of controle van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 15. Verantwoording subsidies van meer dan € 50.000

1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

a. In geval een subsidie per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk vóór 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar.

b. Bij overige subsidies, uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

2. De aanvraag tot vaststelling wordt schriftelijk ingediend bij het college met, indien van toepassing, gebruikmaking van het daarvoor bestemde formulier. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager:

a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

c. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. Tot € 150.000 kan, na goedkeuring van het college, ook een samenstellingsverklaring of beoordelingsverklaring volstaan. Zolang hiermee voldoende zekerheid over de besteding bestaat.

3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 16. Vaststelling subsidie

1. Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling;

2. De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmalig met ten hoogste 6 weken worden verdaagd.

3. Bij het niet tijdig indienen van een aanvraag tot vaststelling, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend, dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 17. Verantwoording uitvoeringsovereenkomst

Voor de subsidies waarvoor een uitvoeringsovereenkomst is afgesloten of een resultaatgericht afsprakenkader is overeengekomen kan het college nadere regels voor de verantwoording vaststellen.

Artikel 18. Betaling en verrekening

1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten.

2. Het college kan de subsidie, met toepassing van artikel 4:93 Awb verrekenen met opeisbare vorderingen die de gemeente op de aanvrager heeft.

Slotbepalingen

Artikel 19. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze verordening afwijken indien strikte toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 20. Bijzondere gevallen

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 21. Algemene Subsidieverordening

Na inwerkingtreding van de onderhavige verordening blijft de Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021 en de Algemene Subsidieverordening Wijdemeren 2021 van kracht op subsidieaanvragen waarbij een subsidieregeling van toepassing is.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.

Artikel 23. Citeertitel

Deze verordening kan aangehaald worden als “Subsidieverordening overbrugging gemeentelijke herindeling Hilversum en Wijdemeren”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 april 2026.

de griffier,

dr. M. Pen

de burgemeester,

dr. ir. G.M. van den Top

Toelichting

Inrichting van de verordening

De ‘Subsidieverordening overbrugging gemeentelijke herindeling Hilversum en Wijdemeren’ sluit zoveel mogelijk aan bij de bestaande Algemene Subsidieverordeningen van Wijdemeren en Hilversum (2021). De verordening richt zich vooral op het uniformeren van technische criteria en procedurele eisen. Zodat subsidieaanvragers een duidelijke en consistente aanvraagprocedure doorlopen. Tegenstrijdigheden tussen de bestaande verordeningen zijn in deze nieuwe verordening met elkaar in lijn gebracht.

Artikel 2 Reikwijdte

Deze subsidieverordening biedt één uniforme subsidieprocedure voor het gehele grondgebied van de nieuwe gemeente Hilversum. Geldend voor begrotingssubsidies en incidentele subsidies zoals bedoeld in artikel 4:23, lid c en d Awb. Deze subsidieaanvragen vallen met deze verordening onder dezelfde voorwaarden en criteria, ongeacht of de activiteiten plaatsvinden in het voormalige grondgebied van Wijdemeren of Hilversum.

Deze subsidieverordening geldt niet voor aanvragen die behandeld kunnen worden op basis van een specifieke subsidieregeling van een van beide (voormalige) gemeenten. Voor die aanvragen blijft de Algemene Subsidieverordening 2021 van de betreffende gemeente van kracht.

Artikel 13, lid 2 verantwoording

In de verleningsbeschikking kan worden verplicht om na afloop aan te tonen dat de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd en is voldaan aan de verbonden verplichtingen. Op basis van artikel 4:57 Awb kan het college onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen wanneer activiteiten niet, of niet zoals afgesproken, zijn uitgevoerd.

Ondertekening