Uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2026 gemeente Brunssum

Geldend van 23-04-2026 t/m heden

Intitulé

Uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2026 gemeente Brunssum

In de gemeente Brunssum vinden we dat alle kinderen recht hebben om onderwijs te genieten en dat ze zich zo optimaal mogelijk mogen ontwikkelen. Passend bij de leeftijd en de ontwikkeling van het kind, zorgen ouders primair voor het reizen van en naar school. Dat kan zijn door hun kind naar school te vervoeren of door aan te leren dit zelfstandig te kunnen. Mocht dit (tijdelijk) niet lukken door extra ondersteuningsbehoeften van het kind dan kijken we graag mee of er mogelijkheden zijn om toch op school te komen en welke mogelijkheid het beste bij het kind past. In afstemming met ouders, kind en eventuele adviseurs. Daarbij vinden we het belangrijk om te blijven onderzoeken hoe een kind zich zou kunnen ontwikkelen om alsnog zelfstandig te kunnen reizen tussen school en thuis. Op deze manier hopen we kinderen zo veel mogelijk eigenaarschap te kunnen geven over hun leven.

Uw college wordt voorgesteld te besluiten:

  • 1.

    De uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2026 gemeente Brunssum vast te stellen.

  • 2.

    Te bepalen dat de uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2026 gemeente Brunssum in werking treden met ingang van de dag na publicatie.

  • 3.

    Te bepalen dat met de inwerkingtreding van de uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2026 gemeente Brunssum, de uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2022 gemeente Brunssum worden ingetrokken.

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

  • 1. Alle begripsbepalingen in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Brunssum 2026 zijn ook van toepassing op deze Uitvoeringsregels.

  • 2. Verordening: de Verordening leerlingenvervoer gemeente Brunssum 2026.

  • 3. Voor Elkaar Pas: een op naam van de leerling gestelde OV-chipkaart van Arriva die door de gemeente Brunssum kan worden aangeschaft ten behoeve van het leerlingenvervoer. Bij de Voor Elkaar Pas kan tevens een niet op naam gestelde begeleiderspas geleverd worden. De Voor Elkaar Pas kan worden verstrekt aan leerlingen van wie de gezaghebbende ouder(s) ten behoeve van die leerling volgens de Verordening in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van het openbaar vervoer.

Hoofdstuk 2: Afstand woning en route

Artikel 2: Afstand bepalen tussen de woning en de school (art. 1, 10 en 12 Verordening)

  • 1. Voor het bepalen van de afstand tussen het woonadres en het schooladres maakt het college gebruik van de ANWB-routeplanner (www.anwb.nl) auto of fiets, optie kortste route.

  • 2. Het in artikel 10 van de Verordening genoemde afstandscriterium geldt niet, indien de leerling de Monseigneur Hanssenschool te Hoensbroek bezoekt.

Artikel 3: Woning (art. 1 en 3 Verordening)

  • 1. Bij de bepaling van de vraag waar de leerling structureel en feitelijk verblijft is het niet relevant in welke gemeente de gezaghebbende ouder(s) en/of het kind staan/staat ingeschreven in het bevolkingsregister.

  • 2. Bij de aanvraag leerlingenvervoer geldt de feitelijke verblijfplaats van de jeugdige en niet het woonplaatsbeginsel zoals in de jeugdwet.

  • 3. De gemeente Brunssum accepteert maximaal één adres als structurele verblijfplaats. Naast deze structurele verblijfplaats wordt tevens maximaal één opvangadres toegestaan als opstap- of afzetplaats voor het aangepast vervoer (bijvoorbeeld buitenschoolse opvang of grootgezaghebbende ouder(s)). Het tweede adres moet zich binnen de gemeente bevinden. Voor de berekening van de reistijd, de reisafstand alsmede voor de berekening van tegemoetkomingen in de vervoerskosten wordt echter steeds uitgegaan van het woonadres.

  • 4. Het ophalen of wegbrengen van leerlingen op en naar adressen waarvoor de gemeente geen uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven, is niet toegestaan.

Artikel 4: Co-ouderschap

  • 1. Een kind van gescheiden ouders kan twee woningen hebben in de zin van de Verordening. Wanneer er sprake is van co-ouderschap, waarbij het kind zowel bij de ene als bij de andere ouder verblijft, is er sprake van twee hoofdverblijven. Waar de leerling staat ingeschreven, doet niet ter zake. Doorslaggevend is de feitelijke verblijfplaats van de leerling.

  • 2. Om aanspraak te maken op bekostiging van leerlingenvervoer moeten beide gezaghebbende ouders afzonderlijk, voor de dagen dat het kind door de week bij hen verblijft, een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woonachtig is. Het moet gaan om vaste dagen in de week.

  • 3. Het college vindt het belangrijk dat de kind op het goede adres wordt opgehaald en thuisgebracht, daarvoor kan een ondertekend weekplan opgevraagd worden waarbij wordt aangegeven waar de kind verblijft.

  • 4. In afwijking van artikel 3 lid 3 van deze uitvoeringsregels mogen co-ouders per ouder maximaal een opvangadres hebben dat als opstap- of afzetplaats voor het aangepast vervoer kan dienen. Dit tweede adres moet zich binnen de gemeente vinden.

Artikel 5: Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan (art. 4 Verordening)

  • 1. Het college kan in overleg met gezaghebbende ouder(s) een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. Daarbij geldt het volgende:

    • a.

      Het opstellen van een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan heeft tot doel de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig te reizen met fiets of openbaar vervoer te ontwikkelen.

    • b.

      Het opstellen van een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan vindt plaats in afstemming met gezaghebbende ouder(s) en leerling en op vrijwillige basis.

    • c.

      Indien beschikbaar dient het persoonlijk ontwikkelingsperspectief van de school en de hierin geschetste ontwikkelingskansen van de leerling als basis voor het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan.

    • d.

      Indien nodig en met instemming van gezaghebbende ouder(s) kan een deskundige worden geraadpleegd voor advies bij het opstellen van het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan.

    • e.

      Indien een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan is opgesteld zijn de hierin gemaakte afspraken niet vrijblijvend.

Hoofdstuk 3: Reistijd, kosten en kilometervergoeding

Artikel 6: Vaststellen reistijd per openbaar vervoer (art. 22 Verordening)

  • 1. Het vaststellen van de reistijd per openbaar vervoer vindt plaats op basis van de website www.9292.nl van REISinformatiegroep.

  • 2. De reistijd wordt zowel voor de heenreis (van woonadres naar schooladres) als voor de terugreis (van schooladres naar woonadres) vastgesteld.

  • 3. De route of vertrektijd die tot de kortst mogelijke reistijd volgens dit artikel leidt, is bepalend.

Artikel 7: Vaststellen kosten openbaar vervoer (art. 19, 20 en 21 Verordening)

  • 1. Als de gemeente een indicatie openbaar vervoer heeft afgegeven en de leerling gaat reizen met het openbaar vervoer, wordt er gebruik gemaakt van de Voor Elkaar Pas. De gemeente vergoedt het reguliere tarief van de Voor Elkaar Pas en ook de kosten van aanschaf en opzegging van deze pas.

  • 2. Als de gemeente heeft vastgesteld dat een begeleider noodzakelijk is, dan vergoedt de gemeente ook het abonnement voor de begeleider. Ook hiervoor geldt dat de hoogte van de tegemoetkoming gelijk is aan de goedkoopst mogelijke vervoersoptie in het openbaar vervoer.

  • 3. Als de gemeente een indicatie openbaar vervoer heeft afgegeven en de leerling toch blijft reizen met eigen vervoer, dan hebben ouder(s) recht op kilometervergoeding met een maximum van het bedrag dat de gemeente kwijt is aan de Voor Elkaar Pas.

Artikel 8: Vaststellen kilometervergoeding eigen vervoer (art. 21 Verordening)

  • 1. Heeft een leerling op grond van de Verordening of deze uitvoeringsregels recht op aangepast vervoer en geeft de gemeente de ouder toestemming het kind zelf met de auto naar school te brengen, dan berekent de gemeente op grond van de reisafstand van huis naar school op welke tegemoetkoming een ouder recht heeft (kilometervergoeding).

  • 2. De in lid 1 genoemde tegemoetkoming bedraagt €0,23 per kilometer, waarbij de heen- en terugreis tweemaal wordt vergoed.

  • 3. Een schooljaar bevat veertig schoolweken. De overige twaalf weken zijn vakantieweken. Daarom vindt er gedurende tien maanden per schooljaar uitbetaling van de kilometervergoeding eigen vervoer aan gezaghebbende ouder(s) plaats. De kilometervergoeding wordt (telkens voor de eerste dag van de betreffende maand) overgemaakt voor de maanden september tot en met juni van elk schooljaar. In de maanden juli en augustus vindt geen uitbetaling plaats.

  • 4. De hoogte van de kilometervergoeding wordt berekend met de ANWB-routeplanner en de optie kortste route.

Hoofdstuk 4: Aanvraagprocedure en besluitvorming

Artikel 9: Aanvraag procedure (art. 3 Verordening)

  • 1. Op de aanvraagformulieren die voor de zomervakantie verzonden worden ten behoeve van vervoer in het volgende schooljaar, staat op het aanvraagformulier of in een begeleidend schrijven een datum genoemd waarop de aanvraag ingediend moet zijn. Deze datum wordt jaarlijks in overleg met de Regisseur Leerlingenvervoer voor de regio Parkstad bepaald. Op het aanvraag of in het begeleidend schrijven wordt tevens vermeld dat, indien men gebruik wenst te maken van de Voor Elkaar Pas, de aanvraag in elk geval uiterlijk acht weken voor aanvang van het nieuwe schooljaar door de gemeente ontvangen dient te zijn.

  • 2. Aanvragen die na de genoemde datum ontvangen worden, zullen behandeld worden maar er kan geen garantie gegeven worden dat het vervoer voor aanvang van het nieuwe schooljaar geregeld is.

Artikel 10: Begeleiding en ernstige benadeling (art. 9, 20 en 23 Verordening)

  • 1. Begeleiding bij leerlingenvervoer is de verantwoordelijkheid van gezaghebbende ouder(s). Redenen zoals werk, scholing, zorg voor andere kinderen, alleenstaand gezaghebbend ouderschap of het ontbreken van een sociaal netwerk zijn op zichzelf geen grond voor aangepast vervoer.

  • 2. Voor pleeggezaghebbende ouder(s) kan hiervan worden afgeweken wanneer werk, verplichte scholing of zorg voor kinderen die aantoonbaar niet alleen gelaten kunnen worden begeleiding onmogelijk maken. Hierbij wordt een integrale afweging gemaakt.

  • 3. Van ernstige benadeling is in ieder geval sprake wanneer een leerling speciaal (basis)onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, begeleiding in het openbaar vervoer nodig is en de reistijd voor de begeleider minimaal één uur per enkele reis bedraagt.

  • 4. Gezaghebbende ouder(s) moeten ernstige benadeling met bewijsstukken aantonen. De gemeente kan deze laten beoordelen door een deskundige en maakt vervolgens een afweging. Uitgangspunt blijft dat gezaghebbende ouder(s) primair verantwoordelijk zijn voor begeleiding.

Artikel 11: Advisering door deskundigen (art. 2 en 4 en 5 Verordening)

  • 1. De gemeente Brunssum maakt, indien nodig, gebruik van de diensten van de een onafhankelijk medisch adviesorgaan om advies in te winnen ten aanzien van de passende vervoersvorm voor elke leerling afzonderlijk.

  • 2. Indien de medisch adviseur op grond van de medische stukken geen goed advies kan afgeven, kan het voorkomen dat een kind wordt opgeroepen voor een spreekuurbezoek. Indien de gemeente overgaat tot het inwinnen van een dergelijk advies, wordt de aanvrager geacht hier volledige medewerking aan te verlenen; de gemeente zal de betreffende advieskosten betalen.

Artikel 12: Drempelbedrag (art. 24 Verordening)

  • 1. Om te kunnen bepalen of het drempelbedrag als bedoeld in artikel 24 van de Verordening moet worden geheven, is het noodzakelijk dat de aanvrager bij de aanvraag inkomensgegevens overlegt. Er dient een inkomensverklaring te worden bijgevoegd bij de aanvraag van de aanvrager.

  • 2. Conform het bepaalde in artikel 24 van de Verordening wordt het drempelbedrag in mindering gebracht op de tegemoetkoming in de vervoerskosten dan wel de kilometervergoeding. In het geval van de Voor Elkaar Pas of aangepast vervoer dienen de gezaghebbende ouder(s) conform het bepaalde in artikel 14 van de Verordening een bijdrage ter hoogte van het drempelbedrag aan de gemeente te betalen.

  • 3. Het drempelbedrag wordt per leerling toegepast.

Artikel 13: Eigen bijdrage (art. 25 Verordening)

Conform artikel 25 van de Verordening kan een eigen bijdrage van toepassing zijn. De gemeente Brunssum verrekent in dat geval de eigen bijdrage met de uit te betalen kilometervergoeding. Daar waar de Voor Elkaar Pas of aangepast vervoer wordt toegekend dient de eigen bijdrage door gezaghebbende ouder(s) aan de gemeente betaald te worden.

Artikel 14: Noodopvang: gezaghebbende ouder(s) niet thuis

  • 1. Gezaghebbende ouder(s) dienen er aan het einde van de schooldag voor te zorgen dat iemand thuis is om de leerling op te vangen. Daar waar niemand bij de woning aanwezig is, kan de gemeente noodopvang inzetten.

  • 2. Daar waar noodopvang geboden dient te worden, wordt te allen tijde Team Jeugd ingeschakeld en wordt een onderzoek ingesteld naar de huiselijke situatie van het kind.

  • 3. Kosten verbonden aan het bieden van noodopvang worden door het college op de gezaghebbende ouder(s) verhaald.

  • 4. Daar waar sprake is van herhaalde opvang in de noodopvang, zonder dat er sprake bleek te zijn van een uiterste noodsituatie bij de gezaghebbende ouder(s), wordt de toekenning van het aangepast vervoer beëindigd en omgezet in een toekenning openbaar vervoer met begeleiding.

  • 5. Ook wanneer gezaghebbende ouder(s) de kosten verbonden aan het bieden van noodopvang niet betalen, wordt de toekenning aangepast vervoer beëindigd en omgezet in een toekenning openbaar vervoer met begeleiding.

Hoofdstuk 5: Slotbepalingen

Artikel 15: Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze Uitvoeringsregels treden in werking een dag na bekendmaking en hebben betrekking op aanvragen om een tegemoetkoming in de vervoerskosten of een vervoersvoorziening over de periode vanaf 1 april 2026.

  • 2. Deze Uitvoeringsregels kunnen worden aangehaald als: Uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2026 gemeente Brunssum.

  • 3. De Uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2022 gemeente Brunssum worden per 1 april 2026 ingetrokken.

Artikel 16: Overgangsbepaling

  • 1. De uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2022 gemeente Brunssum worden ingetrokken per 01-04-2026.

  • 2. Aanvragen leerlingenvervoer betreffende vervoer gedurende het schooljaar 2025-2026 worden afgehandeld op grond van de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Brunssum 2014 en de Uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2022 gemeente Brunssum.

  • 3. Aanvragen leerlingenvervoer betreffende vervoer gedurende het schooljaar 2026-2027 en daarna worden afgehandeld op grond van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Brunssum 2026.

Ondertekening