Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760696
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760696/1
Geldend van 13-05-2026 t/m heden
1 Algemeen
1.1 Inleiding
De gemeente Nijmegen werkt aan een gezonde, schone en duurzame leefomgeving. Luchtkwaliteit is daarin een belangrijke pijler: schone lucht draagt direct bij aan het welzijn van inwoners en het beschermen van hoog gevoelige groepen, zoals kinderen en ouderen. Met dit Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit 2026-2030 zet Nijmegen de volgende stap in het realiseren van haar ambities van een gezonde stad, waarin luchtverontreiniging geen negatieve invloed heeft op de gezondheid.
1.2 Aanleiding
We zijn halverwege de uitvoering van het uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit 2020–2030. Dit is een logisch moment om te beoordelen waar we staan en te bepalen welke stappen nog nodig zijn. Intussen heeft de Europese Unie nieuwe, strengere grenswaarden vastgesteld en heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) haar advieswaarden aangescherpt. Onze ambitie blijft onveranderd: luchtkwaliteit mag geen negatieve invloed hebben op de gezondheid. De aangescherpte normen en adviezen vragen echter om een herijking van onze maatregelen, zodat deze blijven aansluiten bij de laatste inzichten en wettelijke kaders. Deze combinatie van een tussentijdse evaluatie en de nieuwe Europese en internationale richtlijnen vormt de aanleiding om het uitvoeringsprogramma te herzien en toekomstbestendig te maken.
1.3 Participatie
Bij het opstellen van dit omgevingsprogramma hebben we actief de betrokkenheid van stakeholders gezocht. Vertegenwoordigers van bewonersgroepen, maatschappelijke organisaties en onze samenwerkingspartners zijn op verschillende momenten uitgenodigd om mee te denken. Hun kennis, ervaringen en zorgen hebben we gebruikt om het plan beter aan te laten sluiten bij de praktijk en bij de belangen van de stad en haar omgeving. Tijdens een thema avond luchtkwaliteit is ruimte geboden aan geïnteresseerden om mee te praten en richting te geven aan het omgevingsprogramma. Ook hebben we de afdeling Onderzoek en Statistiek gevraagd het stadspanel te peilen naar het draagvlak voor bepaalde maatregelen. Het participatieverslag is als bijgevoegd als bijlage II.
1.4 Wensen en bedenkingen gemeenteraad
Op 11 maart 2026 heeft de gemeenteraad een brief vastgesteld met 14 wensen en 3 bedenkingen die ze hadden bij het concept programma. In de begeleidende brief staat hoe we hiermee zijn omgegaan en welke aanpassingen in de maatregelen we daarvoor gedaan hebben in het programma.
1.5 Geen m.e.r.-plicht
Voor dit omgevingsprogramma is beoordeeld of sprake is van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht op grond van de Omgevingswet en het Besluit milieueffectrapportage.
Het programma bevat beleidsmatige, niet-juridisch bindende maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de luchtkwaliteit en bescherming van de gezondheid. Het programma maakt geen nieuwe activiteiten of projecten mogelijk die voorkomen op de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r., en vormt geen kader voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten.
Aangezien het programma geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan veroorzaken, is het Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit 2026–2030 niet m.e.r.-plichtig en niet m.e.r.-beoordelingsplichtig.
1.6 Leeswijzer
Dit Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit 2026–2030 bestaat uit acht hoofdstukken. Elk hoofdstuk heeft een eigen functie in het totaalbeeld van ambities, maatregelen en uitvoering.
Hoofdstuk 1 – Algemeen
Hier wordt uitgelegd waarom het programma is opgesteld, welke ontwikkelingen aanleiding zijn voor actualisatie, hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe het document moet worden gelezen.
Hoofdstuk 2 – Luchtkwaliteit in Nijmegen
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de huidige luchtkwaliteit, de belangrijkste bronnen van luchtvervuiling en de trends in emissies en concentraties. Ook wordt de samenhang met stikstof en klimaat uitgelegd.
Hoofdstuk 3 – Kaders en doelen
Hier worden de strategische kaders beschreven: Omgevingsvisie, gezondheidsbeleid, Europese normen, WHO-advieswaarden en het Schone Lucht Akkoord. Ook staan hier de doelen en uitgangspunten die richting geven aan alle maatregelen.
Hoofdstuk 4 – Uitvoering (maatregelen)
Dit is het kernhoofdstuk van het programma. De 29 maatregelen zijn gegroepeerd in vier thema’s:
-
Schoner vervoer
-
Minder uitstoot van schepen
-
Schone Nijmeegse bedrijven
-
Gezonde inrichting van de stad
Per maatregel staat wat we gaan doen, waarom, welke doelen het dient en wat de stand van zaken is.
Hoofdstuk 5 – Monitoring en evaluatie
Hier staat hoe we de voortgang en effecten van het programma volgen, hoe de jaarlijkse evaluatie plaatsvindt en hoe we het programma tussentijds kunnen bijstellen.
Hoofdstuk 6 – Organisatie en samenwerking
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de uitvoering wordt georganiseerd en welke partners hierbij betrokken zijn, zoals ODGM, provincie, GGD en RIVM.
Hoofdstuk 7 – Financiën
Een overzicht van de financiële kaders, de benodigde middelen en de inzet van programma-budgetten.
Bijlage II - participatieverslag
Bevat o.a. het participatieplan en participatieverslag, inclusief de input van bewoners, bedrijven en partners en de verwerking hiervan in het programma.
2 Luchtkwaliteit in Nijmegen
2.1 Bronnen van luchtvervuiling in Nijmegen
Binnen Nijmegen zijn er verschillende bronnen van luchtvervuiling. Figuur 1 laat de bijdrage zien van elk van deze bronnen binnen de gemeente Nijmegen voor de belangrijkste vervuilende stoffen.

2.2 Ontwikkeling luchtkwaliteit
De concentraties stikstofdioxide (NO₂) en fijnstof in de Nijmeegse lucht nemen de laatste jaren duidelijk af. Dit blijkt uit continue metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM én uit de resultaten van het Nijmeegse luchtmeetnet, die dezelfde dalende trend laten zien.
Het RIVM meet onder andere op een zogenoemde verkeersbelaste locatie aan de Graafseweg, waar de hoogste concentraties te verwachten zijn. Daar is de concentratie stikstofdioxide in tien jaar tijd gedaald van 34 µg/m³ naar 19,6 µg/m³ in 2024. Daarmee wordt nu al voldaan aan de strengere grenswaarde die in 2030 gaat gelden (20 µg/m³). Voor fijnstof wordt onderscheid gemaakt tussen de fijnstof PM₁₀ en de fijnere fractie fijnstof PM₂,₅. De PM₁₀-concentratie daalde in dezelfde periode van 22 µg/m³ naar 17 µg/m³, en PM₂,₅ van 15 µg/m³ naar 10 µg/m³. Ook hiermee wordt al voldaan aan de aangescherpte grenswaarden die in 2030 ingaan.
Naast verkeersbelaste locaties meet het RIVM ook de stadsachtergrond, op de Ruyterstraat. Omdat deze locatie verder van drukke wegen ligt, zijn de gemeten concentraties lager. Dit geeft een realistischer beeld van de luchtkwaliteit waaraan de meeste Nijmegenaren worden blootgesteld. Ook hier is sprake van een dalende trend, met waarden die onder die van de Graafseweg liggen.
Alles bij elkaar betekent dit dat de lucht in Nijmegen schoner en gezonder wordt en dat in 2030 in vrijwel de hele stad wordt voldaan aan de nieuwe grenswaarden. Tegelijkertijd laten prognoses zien dat langs enkele drukke wegen de NO₂-concentraties in 2030 nog boven de nieuwe grenswaarde zullen uitkomen. Dat betekent dat er daar sprake zal zijn van (dreigende) overschrijding.
2.3 Samenhang met stikstof en klimaatverandering
Klimaatverandering, stikstofbeleid en luchtkwaliteit zijn nauw met elkaar verbonden. De huidige stikstofproblematiek ontstaat door een te hoge depositie van ammoniak (NH₃) en stikstofoxiden (NOₓ) op stikstofgevoelige natuurgebieden. Daarbij spelen dezelfde bronnen vaak een rol: wegverkeer, bouw, scheepvaart, industrie en huishoudens.
Ook de gevolgen van emissies zijn onderwerp-overstijgend. Zo is stikstofdioxide (NO₂) in de lucht schadelijk voor de gezondheid, terwijl neergeslagen NO₂ biodiversiteit aantast. Bovendien versterken de problemen elkaar soms. Klimaatverandering leidt bijvoorbeeld tot meer zonneschijn, waardoor de hoeveelheid ozon (O₃) in de lucht toeneemt. Dit verslechtert de luchtkwaliteit en is schadelijk voor de gezondheid (RIVM, 2023).
In figuur 2 zijn enkele van deze verbanden weergegeven. Niet om de volledige samenhang in kaart te brengen, maar om bewust te maken hoe sterk deze onderwerpen elkaar raken. Dit benadrukt de noodzaak van een integrale aanpak van stikstof, klimaatverandering en luchtkwaliteit, waarbij ook aanverwante onderwerpen zoals circulariteit worden meegenomen.

De samenhang tussen luchtkwaliteit, stikstof en klimaat maakt dat er geen eenvoudige oplossingen bestaan. Daarom houden we bij de uitvoering rekening met maatregelen die elkaar onbedoeld kunnen tegenwerken. Tegelijkertijd biedt deze samenhang ook kansen. Zo zorgt het weren van brommers niet alleen voor een betere luchtkwaliteit, maar ook voor minder stikstofuitstoot en lagere emissies van broeikasgassen. Hetzelfde geldt voor bouwen met elektrische mobiele werktuigen en voor de verdere elektrificatie van het wagenpark.
3 Kaders en doelen
3.1 Inleiding
We willen de lucht in Nijmegen zo gezond mogelijk maken. Dit sluit aan bij de WHO-advieswaarden en de EU-richtlijn voor luchtkwaliteit. Dit Omgevingsprogramma luchtkwaliteit 2026-2030 is nauw verbonden met onze omgevingsvisie: De Nabije Stad 2050. De omgevingsvisie beschrijft de lange termijn doelen en ambities voor de leefomgeving van Nijmegen tot 2050. Dit Omgevingsprogramma vertaalt de ambities ten aanzien van luchtkwaliteit naar concrete maatregelen. Kort gezegd: de visie bepaalt de koers, dit programma regelt de uitvoering.
3.2 Omgevingsvisie gemeente Nijmegen 'De Nabije Stad 2050'
In de omgevingsvisie is vastgelegd dat Nijmegen een gezonde stad wil zijn, waarin luchtverontreiniging geen negatieve invloed heeft op de gezondheid. De gemeente werkt hiervoor aan het terugdringen van emissies uit verkeer, industrie en houtstook, stimuleert schone mobiliteit en schoon bouwen, en borgt bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende afstand tussen vervuilingsbronnen en gevoelige bestemmingen. Ook wordt aangesloten bij (toekomstige) strengere Europese normen en de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit.
Tijdens het vaststellen van de vernieuwde omgevingsvisie zijn een aantal moties en amendementen aangenomen die het college op roepen werk te maken van een aantal onderwerpen, zoals de afstand tot wegen, het behouden van de kwaliteit van de gezonde leefomgeving én daarover te rapporteren. Daarnaast roept de raad op om aan te geven wanneer we aan de WHO-advieswaarden willen voldoen. Dit wordt meegenomen in de volgende actualisatie van de omgevingsvisie.
Dit Omgevingsprogramma vertaalt deze lange termijnambities naar concrete maatregelen, projecten en samenwerkingen, zoals deelname aan het Schone Lucht Akkoord, gebiedsgerichte aanpak in onder andere Nijmegen-West, en actieve betrokkenheid van inwoners en bedrijven. Daarnaast gaat een aantal van deze maatregelen ook opgenomen worden in het omgevingsplan. Zo draagt het programma bij aan een leefbare stad, waar luchtkwaliteit integraal verbonden is met andere opgaven zoals duurzaamheid, klimaatadaptatie en mobiliteitstransitie.
3.3 Gezondheidsbeleid Nijmegen
In juni 2024 is de “Visie op gezondheid Nijmegen 2040” vastgesteld. Doelen van deze visie zijn dat de gezondheidsverschillen afnemen af en gezondheidswinst voor alle inwoners. Gezonde leefomgeving is 1 van de 5 speerpunten. Gezonde leefomgeving is een omgeving die als prettig wordt ervaren en die uitnodigt tot gezond gedrag zoals bewegen, sporten en
gezond eten. Dat betekent ook een nabije stad met ruimte voor ontmoeten. En dat negatieve omgevingsfactoren, zoals hittestress en luchtvervuiling, zo min mogelijk invloed hebben op de gezondheid. Met dit Omgevingsprogramma dragen we hier aan bij.
3.4 WHO-advieswaarden en EU-richtlijn
De WHO heeft in 2021 op basis van het laatste wetenschappelijke onderzoek nieuwe advieswaarden voor luchtkwaliteit gepubliceerd. Deze zijn een stuk lager dan wat er eerder geadviseerd werd. Deze advieswaarden zijn op dit moment nog niet binnen handbereik. De Europese Unie heeft in 2024 een nieuwe richtlijn gepubliceerd die toewerkt naar deze WHO-advieswaarden. Deze richtlijn moet nog in Nederland geïmplementeerd worden, maar deze stelt tussendoelen waar we in 2030 aan moeten voldoen op weg naar de WHO-advieswaarden. Met de uitvoering van dit omgevingsprogramma streven we ernaar om deze normen te halen. De raad heeft ons opgeroepen bij de volgende actualisatie van de omgevingsvisie mee te nemen op welke termijn we aan de WHO-advieswaarden willen voldoen.
3.5 Schone Lucht Akkoord
Luchtkwaliteit is het resultaat van de uitstoot van duizenden bronnen, zowel lokaal als uit binnen- en buitenland (figuur 3). Om de lucht te verbeteren is daarom een samenhangend pakket aan maatregelen van verschillende overheden nodig.

Het landelijke Schone Lucht Akkoord (SLA) heeft als doel de luchtkwaliteit in Nederland structureel te verbeteren, ook wanneer de wettelijke grenswaarden al worden gehaald. Het SLA is een vrijwillig akkoord tussen het Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten. Nijmegen heeft zich in 2020 aangesloten bij dit akkoord. Samen streven de deelnemers naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016, en naar het behalen van de WHO-advieswaarden van 2005. In het SLA werken deelnemende partijen per bron of thema aan de uitvoering van afspraken en pilots en de ontwikkeling van effectieve maatregelen en manieren van aanpak om de lucht gezonder te maken. De daarbij opgedane kennis en ervaring wordt actief gedeeld met andere deelnemers.
3.6 Doelen
In de omgevingsvisie is vastgelegd dat Nijmegen een gezonde stad wil zijn, waarin luchtverontreiniging geen negatieve invloed heeft op de gezondheid. Om dit te bereiken onderscheiden we een aantal doelen. Elk van de maatregelen genoemd in dit programma draagt bij aan één of meer van de volgende doelen:
Verbeteren luchtkwaliteit
De maatregel draagt direct bij aan het schoner en gezonder maken van de lucht door de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen. Daarmee beschermen we de gezondheid van inwoners, verbeteren we de leefomgeving en dragen we bij aan klimaat- en duurzaamheidsdoelen.
Inzicht krijgen in luchtkwaliteit
De maatregel draagt bij en het verkrijgen van meer en betrouwbaardere informatie over de luchtkwaliteit. Zo krijgen we een duidelijker beeld van mogelijke gezondheidsrisico’s en kunnen we maatregelen gerichter inzetten.
Beter beschermen van hoog gevoelige groepen
De maatregel draagt bij aan het beter beschermen van inwoners die extra gevoelig zijn voor slechte luchtkwaliteit, zoals kinderen, ouderen en mensen met gezondheidsproblemen. Dit doen we door gerichte maatregelen te nemen en rekening te houden met hun situatie bij beleid en uitvoering.
Verminderen van hinder (geur/rook)
De maatregel draagt er aan bij dat inwoners minder hinder ervaren van geur en rook uit de omgeving. Door de uitstoot te beperken en sneller in te grijpen bij klachten verbeteren we de leefomgeving en de gezondheid van omwonenden.
Verminderen van natuurbelasting (stikstof)
De maatregelen dragen bij aan het terugdringen van de hoeveelheid stikstof die neerkomt in natuurgebieden. Dit helpt kwetsbare natuur te herstellen en te behouden, en draagt bij aan een gezondere en duurzamere leefomgeving.
Verbeteren van samenwerking met andere partijen
De maatregel draagt bij aan de nauwere en effectievere samenwerken met andere overheden, bedrijven, inwoners en kennisinstellingen. Door informatie en kennis met elkaar te delen en meer samen te werken bereiken we meer resultaat.
Verbeteren van communicatie naar inwoners
Deze maatregel draagt er aan bij dat we inwoners duidelijker, sneller en op een begrijpelijke manier informeren over ontwikkelingen in hun leefomgeving. Ook maken we het makkelijker voor inwoners om vragen te stellen en mee te praten.
Bij elke maatregelen is opgenomen aan welke van deze doelen de maatregel bijdraagt.
3.7 Uitgangspunten bij de uitvoering
Bij het uitvoeren van maatregelen in dit programma hanteren we de volgende uitgangspunten:
We stellen gezondheid centraal
Bij de uitvoering van maatregelen staat de gezondheid van inwoners centraal. Dit betekent dat we niet alleen kijken naar het halen van wettelijke normen, maar vooral kijken naar de effecten op de gezondheid. Waar mogelijk maken we bij de uitvoering keuzes die leiden tot extra gezondheidswinst. Daarbij hebben we speciale aandacht voor hoog gevoelige groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met gezondheidsproblemen.
We hebben een brede kijk op luchtkwaliteit
Een brede kijk op luchtkwaliteit betekent dat we verder kijken dan alleen de concentraties van vervuilende stoffen in de lucht en de wettelijke grenswaarden. Het gaat om een integrale benadering waarbij gezondheid, leefomgeving en samenhang met andere thema’s centraal staan. Dit betekent ook dat onderwerpen als stikstofdepositie, geurhinder en binnenklimaat onderdeel zijn van dit Omgevingsprogramma vanwege hun duidelijke relatie met luchtkwaliteit en gezondheid.
We hanteren gedragsverandering als rode draad
We richten ons op gedragsverandering bij inwoners, organisaties en bedrijven. Bij het uitvoeren van maatregelen houden we rekening met de effectiviteit in het realiseren van blijvende gedragsverandering. Bij houtstook is hier recent gedragsonderzoek naar gedaan. Voor andere maatregelen benutten we bestaande kennis of laten we nader onderzoek verrichten. Ook stageplekken faciliteren behoort tot de mogelijkheden.
We werken samen met de stad
Als gemeente hebben we maar tot op zekere hoogte invloed op de luchtkwaliteit binnen de regio. Externe invloeden blijven een rol spelen. We werken daarom samen met andere (lokale) besturen om de luchtverontreiniging te beperken. Daarnaast betrekken we bij de uitvoering ook andere partijen zoals GGD, belangengroepen, bewoners, verkeersdeelnemers, lokale industrie etc.
We ondersteunen en stimuleren kansrijke initiatieven
Naast de maatregelen genoemd in dit programma zetten we ons waar mogelijk in om kansrijke initiatieven die een positief effect hebben op de luchtkwaliteit te ondersteunen en stimuleren.
Luchtkwaliteit is volwaardig onderdeel van ruimtelijke ontwikkeling
Bij ruimtelijke ontwikkelingen heeft luchtkwaliteit een volwaardige plek in de planvorming en besluitvorming. Met onze advisering over luchtkwaliteit dragen we bij aan het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
4 Uitvoering
4.1 Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken zijn de kaders van dit programma geschetst. Dit hoofdstuk vormt het hart van dit programma; de daadwerkelijke maatregelen. Er zijn 29 maatregelen die gaan bijdragen aan het schoner maken van de lucht. Deze zijn geordend in de subhoofdstukken; werken aan schoner vervoer, minder uitstoot van schepen, schone Nijmeegse bedrijven en gezonde inrichting van de stad. Daarnaast is ook het monitoren van de luchtkwaliteit als aparte maatregel opgenomen. Per doel wordt kort toegelicht wat er gaat gebeuren, aan welke doelen het bijdraagt en wat het beoogde resultaat van de maatregel is. Hoofdstuk 5 gaat verder in op hoe we monitoren of het programma en de maatregelen het gewenste effect hebben.
4.2 Werken aan schoner vervoer
4.2.1 Maatregel 1: faciliteren stadslogistieke hubs
|
Beschrijving van de maatregel |
In Nijmegen zijn meerdere logistieke hubs actief die zich richten op stadslogistiek. Vanuit deze hubs worden goederen voor klanten in de stad gebundeld en duurzaam bezorgd. Deze vorm van logistiek – de last mile logistics – richt zich op een efficiënte en duurzame organisatie van de laatste kilometers van de bezorging. |
|
Doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Bedrijven en inwoners van Nijmegen laten hun goederen zoveel mogelijk bezorgen via een stadslogistieke hub. Door leveringen te bundelen, neemt het aantal ritten in de stad af. Dat zorgt voor minder uitstoot, minder verkeersdruk en een beter leefklimaat. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
Het gaat om logistieke hubs die zich specifiek richten op stadsdistributie, met inzet van kleine elektrische voertuigen en vrachtfietsen. Grootschalige distributiecentra die goederen leveren aan de regio of landelijke markt vallen hier niet onder. |
|
Stand van zaken |
In Nijmegen zijn al enkele hubs actief die bijdragen aan duurzame stadslogistiek. Ook logistieke partijen zoals PostNL en DHL gebruiken overslagpunten aan de rand van de stad om uitstootvrije bezorging te realiseren. De gemeente ondersteunt deze ontwikkeling door ruimte te bieden voor hubs en door samenwerking te stimuleren tussen logistieke partijen, ondernemersverenigingen en vastgoedeigenaren. In 2024 heeft de gemeente de Beleidsaanpak Stadslogistiek vastgesteld. Daarin staat dat de gemeente een stimulerende en faciliterende rol vervult bij de verdere ontwikkeling van logistieke hubs. In 2025 onderzoekt de gemeente samen met marktpartijen en de regio welke maatregelen kunnen bijdragen aan groter gebruik van logistieke hubs en betere bundeling van logistieke stromen. |
4.2.2 Maatregel 2: invoering zero-emissiezones
|
Beschrijving van de maatregel |
De zero-emissiezones zijn gebieden in Nijmegen waar (op termijn) alleen emissievrije bestel- en vrachtwagens mogen rijden. Met deze maatregel willen we de luchtkwaliteit verbeteren, de CO₂-uitstoot verminderen en bijdragen aan een gezonde en toekomstbestendige stad. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Vanaf 2030 rijden alle bestel- en vrachtwagens binnen de zero-emissiezones emissievrij. Er blijven enkele tijdelijke uitzonderingen bestaan voor voertuigen waarvoor nog geen emissievrije alternatieven beschikbaar zijn. Deze uitzonderingen zijn vastgelegd in het ontheffingenbeleid. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De maatregel betreft de invoering van zero-emissiezones in de binnenstad, Hof van Holland en campus Heijendaal. De zones gelden niet voor personenauto’s. |
|
Stand van zaken |
De zero-emissiezones Nijmegen zijn per 1 januari 2025 ingevoerd. De zones gelden voor bestel- en vrachtverkeer en worden gehandhaafd met kentekencamera’s. Ondernemers zijn in de aanloop actief geïnformeerd via bijeenkomsten, nieuwsbrieven, een ondernemersloket en persoonlijke ondersteuning bij de overstap naar schoon vervoer. Het ontheffingenloket is in gebruik genomen en wordt de komende periode verder verbeterd op basis van de ervaringen van gebruikers. De gemeente werkt daarnaast samen met andere zero-emissiegemeenten, I&W en brancheorganisaties om het beleid te actualiseren en kennis te delen. |
4.2.3 Maatregel 3: zero-emissieloket en MKB aanpak
|
Beschrijving van de maatregel |
Deze aanpak richt zich op ondernemers die ondersteuning nodig hebben bij de overstap naar emissievrij vervoer of op zoek zijn naar slimmere logistieke oplossingen. Vaak gaat het om kleinere bedrijven en eenpitters. De gemeente ondersteunt deze ondernemers met persoonlijk advies, duidelijke informatie, een proefloket voor voertuigen, pilots en onderzoeken, en inspiratie via voorbeeldbedrijven. Ook in de toekomst blijft het belangrijk om actief contact te houden met het mkb, samenwerking te stimuleren en praktische ondersteuning te bieden bij vragen en knelpunten. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
In 2030 rijden alle bestel- en vrachtwagens in de zero-emissiezones elektrisch. Het doel is om zoveel mogelijk ondernemers te ondersteunen bij deze overgang, zodat de invoering van de zones niet leidt tot verschraling van het aanbod of verlies van lokale bedrijvigheid. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
Wel: advies, voorlichting en campagnes gericht op mkb-bedrijven. Niet: provinciale logistieke makelaars die zich vooral richten op grote logistieke partijen. |
|
Stand van zaken |
De mkb-aanpak zero-emissie is in 2023 gestart en wordt sinds 2024 actief uitgevoerd. Ondernemers worden ondersteund via de adviseur duurzame mobiliteit, het loket voor de zero-emissiezones en gerichte informatiebijeenkomsten, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen. Daarnaast zijn diverse pilots uitgevoerd, zoals met elektrische bestelwagens, vrachtfietsen en deelconcepten voor stadsdistributie. In samenwerking met de provincie Gelderland, Rijk, en andere gemeenten wordt kennis gedeeld en aansluiting gezocht bij landelijke programma’s zoals Logistiek010 en het Nationaal Programma Zero Emissie Stadslogistiek (ZES). De komende jaren ligt de nadruk op: |
4.2.4 Maatregel 4: duurzame OV-concessie
|
Beschrijving van de maatregel |
De duurzame OV-concessie zorgt ervoor dat het openbaar busvervoer in Nijmegen en de regio vanaf 2026 stap voor stap volledig emissievrij wordt. Nieuwe elektrische bussen vervangen de huidige voertuigen, waardoor het openbaar vervoer stiller, schoner en klimaatvriendelijker wordt. De maatregel maakt deel uit van de nieuwe concessie Arnhem–Nijmegen–Foodvalley (ANF) en draagt bij aan een betere luchtkwaliteit, minder stikstofuitstoot en een gezonde leefomgeving. De overgang naar zero-emissiebussen vraagt samenwerking tussen vervoerders, gemeenten, provincie en netbeheerders voor de aanleg van voldoende laadcapaciteit. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Vanaf 2027 rijden alle bussen die van, naar en door Nijmegen rijden volledig emissievrij. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De bussen in de concessie ANF. Daarbuiten vallen streeklijnen van een andere concessie (die hebben soms wel elektrische bussen). Denk aan lijnen naar Brabant, Limburg en Kleef. |
|
Stand van zaken |
De voorbereidingen voor de nieuwe busconcessie Arnhem–Nijmegen–Foodvalley (ANF) zijn in volle gang. Vanaf de zomer van 2026 start de nieuwe concessie met de instroom van volledig elektrische bussen. Deze vervanging verloopt gefaseerd: in 2026 en de eerste helft van 2027 worden alle huidige aardgasbussen vervangen door zero-emissiebussen. De overgang vraagt een zorgvuldige afstemming met netbeheerders, vervoerders en regionale partners, omdat de beschikbaarheid van voldoende stroom een belangrijke randvoorwaarde is. De bussen worden op meerdere locaties in de regio opgeladen, onder andere bij bedrijven en busremises. Voor de laadvoorzieningen bij de busremise in Nijmegen is nog de aanleg van een hoogspanningskabel vanaf de ARN-locatie nodig. De planning is erop gericht dat alle bussen die van, naar en door Nijmegen rijden vanaf 2027 emissievrij zijn. Daarmee levert het openbaar vervoer een belangrijke bijdrage aan een schonere lucht, minder stikstofuitstoot en de duurzame mobiliteitsdoelen van de regio. |
4.2.5 Maatregel 5: duurzame concessie doelgroepenvervoer
4.2.6 Maatregel 6: verduurzamen gemeentelijk wagenpark
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen houdt het eigen wagenpark continu tegen het licht en vervangt voertuigen stapsgewijs door schonere en zuinigere alternatieven. Bij de aanschaf van nieuwe voertuigen wordt nadrukkelijk gekozen voor de nieuwste en schoonste technieken. Voor korte dienstreizen beschikken medewerkers over (elektrische) dienstfietsen. Daarnaast
stimuleert de gemeente het gebruik van het openbaar vervoer. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Zo min mogelijk uitstoot door ons eigen reisgedrag. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
Wel: alle voertuigen in eigendom van de gemeente Nijmegen en reisgedrag voor woon-werkverkeer. Niet: tijdelijk gehuurde voertuigen voor specifieke taken, zoals bij verkiezingen of evenementen. |
|
Stand van zaken |
De verduurzaming van het gemeentelijk wagenpark is de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen. Inmiddels rijdt meer dan 90% van de voertuigen emissievrij of hybride. De resterende voertuigen worden uiterlijk in 2026 vervangen door elektrische varianten, tenzij er (tijdelijk) nog geen geschikt alternatief beschikbaar is. Voor korte ritten binnen de stad maken medewerkers steeds vaker gebruik van elektrische fietsen of de OV-fiets. Ook dienstreizen met het openbaar vervoer nemen toe dankzij de inzet van de mobiliteitskaart. Om een beter beeld te krijgen van de modal split van ons woon-werkverkeer is in 2025 onderzoek gedaan een enquête over ons reisgedrag uitgezet en een analyse gemaakt van onze reisafstanden. Op dit moment komt nog 37% van de medewerkers met de auto naar werk. Om minder autogebruik te stimuleren wordt gewerkt aan de bekendheid van alternatieve vervoersmiddelen en het verminderen van parkeermogelijkheden van medewerkers. Met deze maatregelen blijft de gemeente Nijmegen haar voorbeeldrol waarmaken in de overgang naar zero-emissie mobiliteit. |
4.2.7 Maatregel 7: weren van brommers en snorfietsen met verbrandingsmotor
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen voert stap voor stap beleid om brom- en snorfietsen met een verbrandingsmotor uit de stad te weren. Daarmee wil de gemeente de luchtkwaliteit verbeteren, de uitstoot van fijnstof, stikstof en benzeen verminderen en bijdragen aan een gezondere en stillere leefomgeving. De maatregel omvat het instellen van milieuzones voor brom- en snorfietsen, het aanbieden van subsidieregelingen voor sloop en overstap naar elektrisch vervoer, en het voorbereiden van een volledig verbod op fossiele brom- en snorfietsen per 2028, met een overgangsregeling tot 2030 voor schonere bouwjaren. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Vanaf 2030 rijden in Nijmegen alle brom- en snorfietsen uitstootvrij. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De maatregel betreft de gefaseerde uitfasering van brom- en snorfietsen met een verbrandingsmotor, binnen de milieuzones die samenvallen met de zero-emissiezones voor stadslogistiek. |
|
Stand van zaken |
De milieuzones voor brom- en snorfietsen zijn op 1 januari 2025 ingevoerd. De gemeente heeft de zones gekoppeld aan de bestaande zero-emissiezones voor stadslogistiek, wat zorgt voor een eenduidig en herkenbaar gebied voor bewoners en bezoekers. De subsidieregeling voor het inruilen of slopen van vervuilende brom- en snorfietsen is succesvol: sinds 2021 zijn al honderden oude voertuigen vervangen door elektrische alternatieven. Ook wordt in samenwerking met de provincie Gelderland en het Rijk gewerkt aan extra financiële prikkels en aan publieke laadpunten voor lichte elektrische voertuigen. In 2026 volgt een evaluatie van de milieuzones, waarin onder meer het effect op luchtkwaliteit, geluid en verkeersgedrag wordt onderzocht. De resultaten daarvan worden gebruikt om de voorbereiding van het verbod per 2028 verder uit te werken en af te stemmen met de landelijke regelgeving. De gemeente blijft tot die tijd inzetten op heldere communicatie, gedragsstimulering en samenwerking met dealers, rijscholen en inwoners om de overgang naar uitstootvrij brom- en snorfietsverkeer soepel te laten verlopen. |
4.2.8 Maatregel 8: duurzame afvalinzameling
|
Beschrijving van de maatregel |
Stimuleren van zero-emissie afvalinzameling van de DAR. Bij vervanging van het wagenpark gaat de DAR voor de meest schone optie, en wordt er toegewerkt naar een zero-emissie wagenpark. Hierbij worden kansen om deze verschoning te versnellen ondanks de netcongestie onderzocht. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
DAR beschikt over een duidelijk plan en tijdspad voor de overgang naar een volledig zero-emissie wagenpark. Daarmee wordt de afvalinzameling in Nijmegen schoner, stiller en duurzamer uitgevoerd. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
Deze maatregel heeft betrekking op het zero-emissie maken van het wagenpark van DAR, dus alleen op het vervoer en inzameling, niet op de verwerking van afvalstromen. |
|
Stand van zaken |
DAR heeft de afgelopen jaren al belangrijke stappen gezet richting emissievrije afvalinzameling. Een deel van het wagenpark rijdt inmiddels op elektriciteit en bij elke vervanging wordt gekozen voor de schoonste en stilste beschikbare voertuigen. In 2024 heeft DAR samen met de gemeente Nijmegen en de regio Arnhem–Nijmegen een routekaart opgesteld voor de verdere elektrificatie van het wagenpark. Hierbij wordt rekening gehouden met technologische ontwikkelingen, laadcapaciteit en de beschikbaarheid van netaansluitingen. |
4.2.9 Maatregel 9: onderzoeken of aanvullende mobiliteitsmaatregelen nodig zijn (nieuw)
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente onderzoekt of aanvullende maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de nieuwe luchtkwaliteitsnormen en de ambities voor gezonde lucht. Op basis van actuele meet- en modelgegevens wordt bekeken waar nog knelpunten bestaan en welke extra stappen effectief kunnen zijn om de uitstoot van verkeer te verminderen. Het onderzoek richt zich op de doeltreffendheid van bestaande maatregelen en op nieuwe kansen, zoals gedragsstimulering, aanpassing van milieuzones of samenwerking met regionale partners. De uitkomsten vormen de basis voor een eventuele uitbreiding of aanscherping van het gemeentelijke luchtkwaliteitsbeleid. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
De gemeente beschikt over actueel inzicht in de effectiviteit van bestaande maatregelen en weet of aanvullende acties nodig zijn om te voldoen aan de nieuwe luchtkwaliteitsnormen en de eigen gezondheidsdoelen. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gemeente gerichte keuzes maken om het luchtkwaliteitsbeleid waar nodig aan te vullen of aan te scherpen, zodat Nijmegen ook in de toekomst voldoet aan de normen en blijft werken aan schone en gezonde lucht voor alle inwoners. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
|
|
Stand van zaken |
Maatregelen voor mobiliteit zijn zeer effectief voor het verminderen van luchtvervuilende stoffen. Op dit moment wordt met name gewerkt aan de uitvoering van reeds vastgelegde maatregelen. Mogelijke nieuwe maatregelen zijn het toevoegen of uitbreiden van zero-emissiezones voor stadslogistiek of het invoeren van milieuzones op bedrijventerreinen. Daarnaast is het verminderen van autobezit- en gebruik een effectieve maatregel aangezien daarmee de luchtvervuiling op onze (hoofd)wegen verminderd kan worden. Hier draagt met name de mobiliteitstransitie aan bij. |
4.3 Minder uitstoot van schepen
4.3.1 Maatregel 10: aanleg walstroom
4.3.2 Maatregel 11: korting op haven- en overslaggelden voor schone schepen
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente zet de korting op haven- en overslaggelden voort voor schepen met een duurzaamheidscertificaat, zoals de Green Award. Daarnaast wordt onderzocht hoe deze regeling verder kan worden doorontwikkeld met toekomstige certificeringen, zoals een emissielabel. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Er komt een doorontwikkeling van het gedifferentieerd kortingstarief op de haven- en overslaggelden, gekoppeld aan het niveau van duurzaamheidscertificering (zoals de Green Award of vergelijkbare emissielabels). |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
Het toepassen van korting op de Nijmeegse haven- en overslaggelden. Het onderzoeken van een gezamenlijke aanpak binnen het havensamenwerkingsverband Gelreport (met de gemeenten Arnhem en Tiel) om tot een uniform en toekomstbestendig kortingssysteem te komen. |
|
Stand van zaken |
Schepen met een Green Award-certificaat krijgen momenteel een 15% korting op de haven- en overslaggelden. Uit recente gegevens blijkt dat steeds meer schepen beschikken over dit certificaat, wat aantoont dat de regeling goed werkt als stimulans voor verduurzaming. Binnen het havensamenwerkingsverband Gelreport wordt onderzocht of een gedifferentieerd kortingstarief kan worden ingevoerd. Daarbij wordt gekeken naar verschillende certificeringsniveaus en de mogelijkheden om dit regionaal te harmoniseren. |
4.3.3 Maatregel 12: elektrisch varen (zero emission services)
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente stimuleert de ontwikkeling van zero-emissie binnenvaart door het gebruik van batterij-elektrische aandrijving te faciliteren. Hiervoor is contact met firma ZES (Zero Emission Services), die een netwerk van wisselbare batterijcontainers voor de binnenvaart ontwikkelt. Het doel is om bij BCTN op het ENGIE-terrein een laad- en wisselstation te realiseren waar schepen snel en efficiënt batterijcontainers kunnen wisselen of opladen, zodat ze volledig elektrisch kunnen varen. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Er wordt een laad- en wisselpunt voor batterijcontainers gerealiseerd op het ENGIE-terrein in Nijmegen, waarmee de binnenvaart in de regio emissievrij kan opereren. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De gemeente stimuleert en faciliteert deze ontwikkeling, onder andere door ondersteuning bij vergunningprocedures en afstemming met betrokken partijen. De gemeente draagt niet financieel bij aan de realisatie, omdat het een initiatief van private partijen betreft. |
|
Stand van zaken |
Het bestemmingsplan voor het ENGIE-terrein is goedgekeurd, waardoor de ontwikkeling van een laad- en wissellocatie voor batterijcontainers nu mogelijk is. Onder leiding van Oost NL vinden gesprekken plaats tussen firma ZES, ENGIE en BCTN over de inrichting en exploitatie van de locatie. De gemeente Nijmegen heeft hierin een faciliterende en coördinerende rol, onder meer bij vergunningverlening en afstemming met andere overheden en netbeheerders. De partijen verkennen momenteel de technische haalbaarheid, ruimtebehoefte en aansluiting op het elektriciteitsnet. Doel is om in de periode 2026–2027 te starten met de realisatie van het wisselstation, zodat de eerste schepen kort daarna volledig emissievrij kunnen varen tussen Nijmegen en andere binnenhavens binnen het ZES-netwerk. |
4.3.4 Maatregel 13: waterstof voor Rijn-Alpine corridor / condor
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen neemt deel aan de onderzoeksgroep CONDOR binnen het RH₂INE-netwerk (Rhine Hydrogen Integration Network of Excellence). In dit samenwerkingsverband wordt onderzocht hoe een rendabele waterstof-elektrische binnenvaart kan worden gerealiseerd op de corridor Rotterdam–Duitsland. Het project richt zich op het ontwikkelen van haalbare businesscases, logistieke ketens en laad- en tankinfrastructuur die de overstap naar zero-emissie binnenvaart versnellen. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Het project levert een rendabele businesscase op voor waterstof-elektrische binnenvaart, waardoor steeds meer schepen kunnen overschakelen op deze schone technologie. Op termijn kan dit leiden tot de realisatie van een waterstoftankstation voor de binnenvaart in Nijmegen. Hiervoor zijn al ruimtelijke mogelijkheden opgenomen in het bestemmingsplan van het ENGIE-terrein. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De gemeente draagt financieel bij aan het onderzoek. De gemeente neemt actief deel aan werksessies binnen CONDOR H₂. De gemeente onderzoekt de kansen voor een toekomstig waterstoflaad- of tankstation op het ENGIE-terrein. |
|
Stand van zaken |
De eerste resultaten laten zien dat waterstof-elektrisch varen technisch haalbaar is, maar dat schaalvergroting en infrastructuurontwikkeling noodzakelijk zijn voor een rendabele exploitatie. Nijmegen onderzoekt, samen met Oost NL, ENGIE en andere partners binnen RH₂INE, de mogelijkheid om een waterstoftanklocatie te realiseren op het ENGIE-terrein aan de Waal. |
4.3.5 Maatregel 14: lobby schone binnenvaart
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen werkt samen met andere overheden en partners, zowel regionaal, nationaal als internationaal, aan de verduurzaming van de binnenvaart. Deze samenwerking richt zich op het delen van kennis, het uitvoeren van proefprojecten en onderzoeken, en het gezamenlijk behartigen van belangen richting hogere overheden en Europese netwerken. Door actief deel te nemen aan samenwerkingsverbanden kan Nijmegen invloed uitoefenen op beleid, regelgeving en innovatie, en bijdragen aan een toekomstbestendige, schone binnenvaartsector. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
Verbeteren van samenwerking met andere partijen |
|
Beoogd resultaat |
De samenwerking leidt tot duidelijkere wet- en regelgeving, gezamenlijke duurzaamheidsdoelstellingen en praktische initiatieven die de uitstoot van de binnenvaart structureel verminderen. Hierdoor ontstaat een sterkere regionale en internationale inzet op zero-emissie binnenvaart. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De samenwerking kan verschillende vormen aannemen, afhankelijk van de kansen die zich voordoen — zoals onderzoeken, pilotprojecten, convenanten of kennisnetwerken. Niet hieronder vallen directe investeringen in schepen of infrastructuur; de rol van de gemeente is stimulerend, coördinerend en verbindend. |
|
Stand van zaken |
De gemeente Nijmegen werkt actief samen met regionale, nationale en internationale partners aan de verduurzaming van de scheepvaart. Zo participeert Nijmegen in onderzoeken naar langzamer varen, samen met verschillende provincies en kennisinstellingen, om brandstofverbruik en uitstoot te verminderen. Daarnaast heeft Nijmegen de Intentieverklaring voor een duurzame Rijnbinnenvaart ondertekend, een initiatief van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, gericht op gezamenlijke inzet voor emissievrije binnenvaart op de Rijncorridor. Ook binnen netwerken zoals RH₂INE, Green Ports Nederland en Oost NL werkt Nijmegen mee aan innovatieve pilots, beleidsontwikkeling en kennisdeling over schone aandrijftechnieken, laadinfrastructuur en financieringskansen voor duurzame binnenvaart. De komende periode blijft Nijmegen inzetten op het versterken van deze samenwerkingen, om ervoor te zorgen dat duurzame binnenvaart structureel wordt ondersteund in beleid, regelgeving en praktijk. |
4.3.6 Maatregel 15: meetnet luchtverontreiniging langs de Waal
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen wil het meetnet langs de Waal uitbreiden om beter inzicht te krijgen in de luchtkwaliteit in dit gebied. Idealiter gebeurt dit binnen een landelijk meetnet, zodat gegevens goed vergelijkbaar en breed bruikbaar zijn. Er is met name behoefte aan structurele metingen van benzeen en stikstofdioxide (NO₂) langs de rivier. Daarnaast zijn extra elektronische neuzen (e-noses) welkom om toezicht te houden op het ontgassingsverbod voor de binnenvaart. Deze e-noses zijn niet in eigendom van de gemeente Nijmegen, maar maken deel uit van het landelijke netwerk van het Rijk. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
|
|
Afbakening (wat valt er onder) |
Uitbreiding van het luchtmeetnet langs de Waal, en eventueel ook langs het Maas-Waalkanaal. De maatregel geldt uitsluitend voor het grondgebied van de gemeente Nijmegen. |
|
Stand van zaken |
Sinds de invoering van het landelijke ontgassingsverbod heeft deze maatregel een lagere prioriteit gekregen. In Nijmegen zijn op dit moment enkele e-noses actief, beheerd door de DCMR, die onderdeel vormen van het landelijke detectienetwerk voor ontgassingsactiviteiten. Sinds het ingaan van het verbod zijn geen mogelijke ontgassingen meer waargenomen binnen het Nijmeegse grondgebied. Daarnaast zijn op de Waalkade twee tijdelijke meetpunten voor NO₂ geplaatst, waarmee gegevens worden verzameld over luchtkwaliteit in het havengebied. De gemeente blijft in overleg met DCMR, RIVM, ODGM en het ministerie van I&W over de mogelijkheden voor een structurele uitbreiding van het meetnet langs de Waal en het Maas-Waalkanaal. Zodra financiering en landelijke coördinatie beschikbaar komen, kan Nijmegen hier actief op aansluiten. |
4.3.7 Maatregel 16: routekaart zero emissie binnenhaven (nieuw)
4.4 Schone Nijmeegse bedrijven
4.4.1 Maatregel 17: reguleren en handhaven van emissies van bedrijven
4.4.2 Maatregel 18: stimuleren voorkomen en beperken emissies bij bedrijven (nieuw)
4.4.3 Maatregel 19: grip op geurhinder van bedrijven (nieuw)
4.5 Gezonde inrichting van de stad
4.5.1 Maatregel 20: ontmoedigen houtstook
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen voert gerichte communicatie- en voorlichtingsacties uit om het gebruik van houtstook te ontmoedigen en de overlast door rook en geur te verminderen. Dit geldt zowel voor kleinschalige houtstook (zoals haarden en kachels) als voor grootschalige toepassingen. De voorlichting vindt plaats via postercampagnes in abri’s, brieven in overlastgebieden, en online campagnes met praktische tips en informatie over minder vervuilend stoken. Daarnaast wordt inwoners duidelijk gemaakt dat houtstook geen duurzaam alternatief is voor aardgasvrij wonen. Ook in de zomer wordt via een kleine campagne aandacht besteed aan vuurkorven en barbecues, om overlast en gezondheidsrisico’s te beperken. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Minder overlast door houtrook in woonwijken. Groter bewustzijn bij inwoners over de negatieve gevolgen van houtstook voor gezondheid en luchtkwaliteit. Meer bereidheid om het stookgedrag aan te passen of geheel af te zien van houtstook. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De maatregel richt zich uitsluitend op het ontmoedigen van houtstook via communicatie, bewustwording en gedragsbeïnvloeding. Er worden geen wettelijke beperkingen of verboden ingesteld binnen deze maatregel. |
|
Stand van zaken |
De gemeente Nijmegen voert jaarlijks campagnes om houtstook te ontmoedigen en rook- en geurhinder te verminderen, ondersteund door het RIVM en het Schone Lucht Akkoord (SLA). In 2024–2025 loopt een stookbewustwordingscampagne in buurten met veel klachten, aangevuld met een onlinecampagne over de Stookwijzer. In 2025 worden de effecten geëvalueerd en nieuwe communicatiemiddelen ontwikkeld, zoals een flyer die inwoners zelf kunnen verspreiden. Daarnaast is er aandacht voor aardgasvrije wijken en zomeracties over vuurkorven en barbecues. |
4.5.2 Maatregel 21: subsidie verwijderen kachel/ rookkanaal (nieuw)
4.5.3 Maatregel 22: afspraken rookkanalen nieuwbouw (nieuw)
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen maakt afspraken met ontwikkelaars om te zorgen dat bij nieuwbouwwoningen geen rookkanalen meer worden aangelegd. Dit voorkomt dat nieuwe bewoners houtkachels of open haarden kunnen plaatsen en draagt zo bij aan gezonde en schone lucht in woonwijken. Voor nieuwbouwprojecten in opdracht van de gemeente geldt dit als vaste eis. Bij particuliere ontwikkelaars wordt het sterk ontraden om rookkanalen op te nemen in de bouwplannen. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Bij nieuwbouwwoningen in opdracht van de gemeente worden geen rookkanalen meer gebouwd, en bij particuliere nieuwbouwprojecten wordt dit zoveel mogelijk voorkomen. Daarmee wordt de mogelijkheid tot houtstook beperkt, wat leidt tot minder luchtvervuiling en hinder in nieuwe woonwijken. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
Geldt voor alle nieuwbouwprojecten die in opdracht van de gemeente worden gerealiseerd. Voor particuliere woningbouw geldt een sterk ontmoedigingsbeleid via overleg en communicatie met ontwikkelaars en architecten. |
|
Stand van zaken |
De maatregel bevindt zich nog in de opstartfase. In 2026 wordt onderzocht hoe deze afspraak structureel kan worden vastgelegd in gemeentelijke kaders. In de loop van 2026 volgt een voorstel om dit uitgangspunt vast te leggen in de bouwafspraken en omgevingsplanregels, waarmee Nijmegen verdere houtstook in nieuwe woningen structureel voorkomt. |
4.5.4 Maatregel 23: beschermen hoog gevoelige groepen
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen beschermt hooggevoelige groepen door te voorkomen dat voorzieningen die zij gebruiken (zoals woningen, scholen en zorginstellingen) te dicht bij bronnen van luchtverontreiniging worden gebouwd. In de praktijk betekent dit dat gevoelige bestemmingen niet direct langs drukke wegen worden gerealiseerd, omdat gezondheidsrisico’s toenemen naarmate de afstand tot de bron kleiner wordt. Bij de inrichting en ontwikkeling van de stad wordt daarom nadrukkelijk rekening gehouden met gezondheid en luchtkwaliteit, door voldoende afstand te houden tussen drukke verkeerswegen en gevoelige functies zoals woningen, woonzorgcentra, kinderdagverblijven, scholen en buitenschoolse opvang. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
De bescherming van hooggevoelige groepen wordt vastgelegd als duidelijk omschreven planregel in het Omgevingsplan van Nijmegen. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
Omdat deze maatregel invloed kan hebben op de woningbouwopgave, wordt voor nieuwbouwwoningen een specifieke afstandsnorm ontwikkeld die rekening houdt met stedelijke verdichting. Voor overige gevoelige bestemmingen (zoals scholen, kinderdagverblijven en zorgvoorzieningen) worden de afstandsnormen uit de GGD-richtlijn overgenomen en als planregel opgenomen in het Omgevingsplan. |
|
Stand van zaken |
Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie in 2025 heeft de gemeenteraad de motie ‘Een advies is niet voor niets’ aangenomen. Daarin wordt het college opgeroepen om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk een afstand van 25 meter tussen woningen en drukke wegen te hanteren. Deze motie, samen met eerder uitgevoerde onderzoeken naar luchtkwaliteit en gezondheid, vormt de basis voor de ontwikkeling van een nieuwe planregel in het Omgevingsplan. In 2025–2026 wordt gewerkt aan de uitwerking en juridische verankering van deze regel. Hierbij wordt aangesloten op de GGD-richtlijn en de principes van gezonde verstedelijking uit de Omgevingsvisie. Het doel is om de planregel vóór 2027 vast te stellen, zodat deze kan worden toegepast bij nieuwe woningbouw- en gebiedsontwikkelingen. |
4.5.5 Maatregel 24: inzet emissievrije mobiele werktuigen en machines (intern)
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen heeft het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ondertekend en zich daarmee verbonden aan de landelijke ambitie om bouwactiviteiten volledig emissievrij te maken in 2030. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Door het toepassen van Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) wordt een belangrijke bron van stikstof (NO₂) en andere emissies aangepakt. De uitstoot van schadelijke stoffen tijdens bouwprojecten neemt aanzienlijk af. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
SEB wordt toegepast bij alle gemeentelijke projecten waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is. Voor projecten van derden (zoals ontwikkelaars en aannemers) geldt SEB nog niet verplicht (zie maatregel 25). |
|
Stand van zaken |
De gemeente Nijmegen past het SEB-convenant inmiddels actief toe bij eigen bouw- en infraprojecten. De eerste projecten zijn al uitgevoerd met steun van de Rijksregeling Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB-subsidie). De ervaringen uit deze projecten worden gebruikt om de aanbestedingscriteria en uitvoeringsrichtlijnen verder te verfijnen. Voor 2026 staan opnieuw meerdere gemeentelijke projecten gepland waarin emissievrije bouwmachines worden ingezet, onder andere bij stadsvergroening, infrastructuur en gebiedsontwikkeling. Daarnaast is de gemeente in overleg met aannemers, netbeheerders en de provincie Gelderland om te onderzoeken hoe de SEB-aanpak kan worden uitgebreid naar andere bouwlocaties, zoals binnen de zero-emissiezones en gebieden met een hogere blootstelling aan luchtverontreiniging. De ambitie blijft om richting 2030 alle gemeentelijke bouwprojecten volledig emissievrij uit te voeren en als voorbeeld voor de regio te dienen. |
4.5.6 Maatregel 25: inzet emissievrije mobiele werktuigen en machines (extern)
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen onderzoekt hoe de routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ook kan gelden voor projecten waarbij de gemeente geen opdrachtgever is. Omdat de routekaart richting volledig emissieloos bouwen gaat, wordt bekeken hoe de gemeente dit kan faciliteren — onder meer door het realiseren van goede laadvoorzieningen voor elektrisch bouwmaterieel. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Een aanzienlijke reductie van stikstofuitstoot (NO₂) bij bouwprojecten, ook buiten gemeentelijke opdrachten, in een periode met een hoge bouwactiviteit door de woningbouwopgave. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
|
|
Stand van zaken |
De maatregel is nieuw. In 2026 worden de eerste plannen uitgewerkt om SEB-eisen te verankeren in overeenkomsten en afspraken met externe partijen en om laadinfrastructuur voor bouwplaatsen te faciliteren. |
4.5.7 Maatregel 26: duurzame evenementen
|
Beschrijving van de maatregel |
Nijmegen is een stad met veel en diverse evenementen, verspreid over verschillende locaties. Evenementen bieden kansen om verder te verduurzamen, onder andere door de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen. Een belangrijk onderdeel daarvan is het terugdringen van emissies naar de lucht, bijvoorbeeld door het gebruik van dieselaggregaten te beperken en over te stappen op schonere energiebronnen. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
Schonere en duurzamere evenementen waarbij minder fossiele brandstoffen worden gebruikt. Hierdoor neemt vooral de uitstoot van stikstofdioxide (NO₂) merkbaar af. |
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De maatregel richt zich op het onderzoeken van de noodzaak en haalbaarheid om op verschillende evenemententerreinen vaste stroomaansluitingen (‘evenementenstroom’) aan te leggen, zodat dieselaggregaten overbodig worden. Totdat dit is gerealiseerd, wordt gekeken naar tijdelijke oplossingen, zoals het gebruik van batterijcontainers of andere emissievrije energievoorzieningen. |
|
Stand van zaken |
Op enkele Nijmeegse evenemententerreinen is inmiddels vaste evenementenstroom aanwezig. Door netcongestie ligt de verdere uitbreiding hiervan echter tijdelijk stil. De gemeente onderzoekt samen met netbeheerders, organisatoren en leveranciers hoe de aanleg van extra aansluitingen kan worden versneld, en waar tijdelijke batterijoplossingen het beste inzetbaar zijn. Het streven is om in 2026 voor de belangrijkste evenementlocaties — zoals Goffertpark, Hunnerpark en Waalkade — een plan van aanpak op te stellen voor emissievrije energievoorziening bij evenementen. |
4.5.8 Maatregel 27: samen meten met de stad (citizen science)
4.5.9 Maatregel 28: binnenklimaat (nieuw)
|
Beschrijving van de maatregel |
De gemeente Nijmegen wil meer inzicht krijgen in de luchtkwaliteit binnenshuis en in de mogelijkheden om deze te verbeteren. Daarbij wordt onderzocht welke rol de gemeente en de GGD kunnen spelen in het adviseren van inwoners over gezonde binnenlucht. Mocht uit het onderzoek blijken dat de gemeente hier een rol in heeft, zullen woningcorporaties en particuliere verhuurders betrokken worden bij het vervolg. De verkenning richt zich op factoren die invloed hebben op de luchtkwaliteit in woningen, zoals ventilatie, stookgedrag, kookgewoonten en bouwkundige eigenschappen. |
|
Tactische doelen waar deze maatregel aan bijdraagt |
|
|
Beoogd resultaat |
|
|
Afbakening (wat valt er onder) |
De verkenning heeft als doel om te bepalen welke maatregelen en adviezen door de gemeente en de GGD kunnen worden ingezet. Deze kunnen uiteenlopen van: |
|
Stand van zaken |
De maatregel bevindt zich nog in de opstartfase. In 2026 start een verkenning samen met de GGD Gelderland-Zuid om de belangrijkste binnenmilieurisico’s in beeld te brengen en te bepalen welke rol de gemeente kan nemen in beleid, communicatie en ondersteuning. Suggesties die gedaan zijn die we onderzoeken: |
4.6 Monitoren luchtkwaliteit
4.6.1 Maatregel 29: monitoren en analyseren van de luchtkwaliteit
5 Monitoring en evaluatie programma
5.1 Inleiding
Monitoring en evaluatie zijn essentieel om te kunnen beoordelen of de maatregelen bijdragen aan schonere lucht en een gezondere leefomgeving. Door jaarlijks inzicht te krijgen in de voortgang, resultaten en trends en door kennis te nemen van de resultaten van nieuwe onderzoeken en projecten zoals ToxDown, kan het programma tijdig worden bijgestuurd of geactualiseerd.
Het doel van de monitoring en evaluatie is:
-
inzicht verkrijgen in de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in Nijmegen;
-
volgen van de uitvoering;
-
globale inschatting van de kosteneffectiviteit gezondheidswinst van maatregelen;
-
signaleren van nieuwe kansen of knelpunten; en
-
waar nodig maatregelen aanpassen, versnellen of toevoegen.
Hiermee wordt het Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit 2026–2030 een levend document, dat meebeweegt met actuele ontwikkelingen, nieuwe data en beleidsinzichten en inzichten in kosteneffectiviteit. We sluiten daarbij aan bij de gemeentelijke begrotingscyclus.
5.2 Monitoring
5.2.1 Inleiding
Per maatregel zijn er één of meer indicatoren benoemd waarmee we de voortgang van het programma monitoren. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel.
5.2.2 Werken aan schoner vervoer
|
Maatregel |
Kernprestatie-indicatoren (KPI’s) |
|
1. Faciliteren stadslogistieke hubs |
|
|
2. Invoering Zero-emissiezones |
|
|
3. Zero-emissieloket en MKB-aanpak |
|
|
4. Duurzame OV-concessie |
|
|
5. Duurzame concessie doelgroepenvervoer |
|
|
6. Verduurzamen gemeentelijk wagenpark |
|
|
7. Weren van brom- en snorfietsen met verbrandingsmotor |
|
|
8. Duurzame afvalinzameling (DAR) |
|
|
9. Onderzoeken aanvullende maatregelen |
5.2.3 Minder uitstoot van schepen
|
Maatregel |
Kernprestatie-indicatoren (KPI’s) |
|
10. Aanleg walstroom |
|
|
11. Korting op haven- en overslaggelden voor schone schepen |
|
|
12. Elektrisch varen (Zero Emission Services) |
|
|
13. Waterstof voor Rijn-Alpine corridor (CONDOR) |
|
|
14. Lobby schone binnenvaart |
|
|
15. Meetnet luchtverontreiniging langs de Waal |
|
|
16. Routekaart zero-emissie binnenhaven |
5.2.4 Schone Nijmeegse bedrijven
5.2.5 Gezonde inrichting van de stad
|
Maatregel |
Kernprestatie-indicatoren (KPI’s) |
|
20. Ontmoedigen houtstook |
|
|
21. Subsidie verwijderen kachel/rookkanaal |
|
|
22. Afspraken rookkanalen nieuwbouw |
|
|
23. Beschermen hooggevoelige groepen |
|
|
24. Emissievrije mobiele werktuigen (intern) |
|
|
25. Emissievrije mobiele werktuigen (extern) |
|
|
26. Duurzame evenementen |
5.2.6 Monitoring en gezondheid
|
Maatregel |
Kernprestatie-indicatoren (KPI’s) |
|
27. Samen meten met de stad (citizen science) |
|
|
28. Binnenklimaat (nieuw) |
|
|
29. Monitoren en analyseren luchtkwaliteit |
Deze indicatoren worden waar mogelijk kwantitatief gemeten en aangevuld met kwalitatieve toelichting op de voortgang en context.
5.3 Evaluatie en actualisatie
5.3.1 Jaarlijkse evaluatiecyclus
De uitvoering van het programma wordt jaarlijks geëvalueerd volgens een vaste cyclus, die aansluit op de gemeentelijke planning- en control cyclus en de rapportageverplichtingen vanuit het Schone Lucht Akkoord.
|
Periode |
Activiteit |
Resultaat |
|
Januari - maart |
Verzamelen van meetgegevens (NO₂, PM₁₀, PM₂.₅) en uitvoeringsinformatie van partners zoals ODGM, GGD, DAR, RIVM |
Basis voor voortgangsrapportage |
|
April - juni |
Analyseren van data, bepalen van trends en knelpunten, actualiseren van indicatoren |
Jaarlijkse evaluatie luchtkwaliteit |
|
Juli - september |
Overleg met partners en betrokkenen (provincie, ODGM, GGD, bewonersgroepen) |
Gezamenlijke reflectie en bijsturing |
|
Oktober - december |
Waar nodig opstellen van een actualisatievoorstel |
Actualisatiebesluit college van B&W |
De resultaten worden jaarlijks gebundeld in de Rapportage Luchtkwaliteit Nijmegen. Deze rapportage vormt input voor de programmabegroting en voor de landelijke rapportage binnen het Schone Lucht Akkoord.
5.3.2 Actualisatie van het programma
Het Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit wordt zo nodig geactualiseerd op basis van de resultaten van de evaluatie. Wanneer wordt besloten tot actualisatie dan verloopt dit via een lichte procedure onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders:
-
Evaluatie en analyse: de resultaten uit de jaarlijkse monitoring worden samengebracht in de rapportage luchtkwaliteit.
-
Actualisatiebesluit: het college stelt op basis daarvan vast of en zo ja welke maatregelen worden aangepast, toegevoegd of afgerond. Voorafgaand aan het besluit tot actualisatie wordt de raad geïnformeerd over de voorgenomen wijzigingen en het voorgenomen moment van besluitvorming.
-
Publicatie: Wanneer het programma wordt geactualiseerd wordt de geactualiseerde versie digitaal beschikbaar gesteld en gedeeld met partners.
-
Informatie aan de raad: de gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd via een raadsbrief en de programmabegroting.
Zo blijft het programma actueel, flexibel en gericht op continue verbetering, terwijl de langetermijndoelen richting 2030 behouden blijven.
5.3.3 Integrale evaluatie in 2030
Aan het einde van de programmaperiode (2030) vindt een integrale evaluatie plaats.
Hierin wordt vastgesteld:
-
of de doelstellingen voor luchtkwaliteit en gezondheid zijn bereikt;
-
welke maatregelen effectief zijn gebleken; en
-
welke aanbevelingen gelden voor een nieuw programma na 2030.
De uitkomsten van deze eindbeoordeling vormen de basis voor het volgende Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit 2031–2036.
6 Organisatie en samenwerking
Om de maatregelen in dit omgevingsprogramma uit te voeren zijn veel mensen van zowel van binnen als van buiten de gemeente nodig. In onderstaande tabel staan de verschillende rollen en verantwoordelijkheden opgenomen.
|
Rol/ functie |
Organisatie/ afdeling |
Verantwoordelijkheden |
|
Bestuurlijk opdrachtgever |
Portefeuillehouder Duurzaamheid en Milieu namens het college |
Formuleren van doelen en prioriteiten, vaststellen van de kaders, beschikbaar stellen van middelen, rapportage aan de raad. |
|
Ambtelijke opdrachtgever |
Manager team Duurzame leefomgeving |
Budgethouder, Uitvoeringscapaciteit, rapportage aan het college. |
|
Programmaleider |
Strategisch adviseur Luchtkwaliteit, afdeling Duurzame leefomgeving |
Algehele coördinatie, rapportage aan ambtelijk opdrachtgever |
|
Projectleiders Luchtkwaliteit |
Diverse adviseurs luchtkwaliteit, afdeling Duurzame leefomgeving en mobiliteit. |
Uitvoering maatregelen, monitoring, samenwerking met externe partijen. Interne en externe communicatie, participatie rondom maatregelen. |
|
Communicatieadviseur |
Afdeling Communicatie |
Advisering bij interne en externe communicatie, participatie |
|
Extern adviseur |
GGD, ODGM, RIVM |
Onderzoek, metingen, advies |
Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle stakeholders die genoemd worden in het Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit 2026–2030 van de gemeente Nijmegen. Per stakeholder is aangegeven wat hun rol is en bij welke maatregel(en) zij betrokken zijn.
|
Stakeholder |
Rol/ bijdrage |
Betrokken maatregel (nummer) |
|
Overleggroep luchtkwaliteit en gezondheid |
Signaleringsfunctie wat er speelt in Nijmegen, klankbordgroep bij vormen van nieuwe maatregelen en beleid. |
Alle maatregelen |
|
Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) |
Vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies, samenwerking met bedrijven en bewoners |
15, 17, 18, 19, 29 |
|
Provincie Gelderland |
Coördinatie, financiering, kennisdeling, samenwerking in mobiliteit en TPN-West, geurbeleid en binnenvaart |
3, 5, 7, 10, 13, 16, 19, 24, 25 |
|
Gemeente Beuningen |
Samenwerking geurbeleid en luchtkwaliteit grensgebied (TPN-West) |
19 |
|
Regio Arnhem–Nijmegen |
Coördinatie vervoer, afvalinzameling en logistiek |
4, 5, 8 |
|
BVO DRAN |
Uitvoering en monitoring van doelgroepenvervoer |
5 |
|
DAR |
Afvalinzameling, elektrificatie wagenpark, afvoer oude kachels |
8, 21 |
|
ARN |
Laadinfra en energievoorziening voor o.a. busremise |
4 |
|
GelrePort (Arnhem, Nijmegen, Tiel) |
Havensamenwerking, verduurzaming binnenhavens, kortingssysteem schone schepen |
11, 16 |
|
Rijksoverheid / Ministerie van I&W |
Landelijk beleid, regelgeving, subsidies (ZES, walstroom, binnenvaart) |
2, 3, 10, 13, 16, 19 |
|
Netbeheerder Liander |
Laadcapaciteit en stroomvoorziening voor mobiliteit, walstroom en bouw |
4, 10, 24, 25 |
|
Ondernemersverenigingen / logistieke partijen (City Hub, HUB010, PostNL, DHL) |
Uitvoering duurzame stadslogistiek, samenwerking met gemeente |
1, 2, 3 |
|
MKB-bedrijven / ondernemers |
Doelgroep voor zero-emissieloket, advies, pilots, gedragsstimulering |
3 |
|
Vervoerders (OV-bedrijven) |
Uitvoering zero-emissie openbaar vervoer in concessie ANF |
4 |
|
Aannemers en ontwikkelaars |
Toepassing SEB-principes, emissievrije bouwmachines, nieuwbouw zonder rookkanalen |
22, 24, 25 |
|
Evenementenorganisatoren en leveranciers |
Verminderen uitstoot bij evenementen via vaste stroom of batterijoplossingen |
26 |
|
Bedrijven op TPN-West |
Vermindering emissies, samenwerking en communicatie met omwonenden, walstroom, verduurzaming havenactiviteiten |
10, 17, 18, 19 |
|
ENGIE |
Terrein voor laad- en wisselstation (ZES, waterstof), energie-infrastructuur |
12, 13 |
|
Oost NL |
Partner bij innovatieprojecten, financiering en economische verankering |
12, 13, 14 |
|
BCTN |
Containerterminal, partner elektrisch varen (ZES) |
12 |
|
Zero Emission Services (ZES) |
Ontwikkeling batterijcontainersysteem voor binnenvaart |
12 |
|
RH₂INE-netwerk (Rhine Hydrogen Integration Network of Excellence) |
Internationaal netwerk voor waterstofvaart |
13, 14 |
|
CONDOR H₂-projectgroep |
Onderzoek naar haalbare businesscase waterstof-elektrische binnenvaart |
13 |
|
Green Ports Nederland |
Kennisnetwerk duurzame havens en logistiek |
14 |
|
Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen |
Partner in intentieverklaring duurzame Rijnbinnenvaart |
14 |
|
Scheepvaartbedrijven (Green Award e.a.) |
Gebruikers walstroom, deelname duurzaamheidsregeling |
11, 14 |
|
RIVM |
Monitoring, metingen, data-analyse, burgermeetprojecten |
15, 27, 29 |
|
DCMR Milieudienst Rijnmond en ILT |
Beheer e-noses, toezicht op ontgassing binnenvaart |
15 |
|
GGD Gelderland-Zuid |
Advies gezondheid, binnenklimaat, afstandsnormen gevoelige groepen |
Alle maatregelen. specifiek 19, 23, 28 |
|
Kennisinstellingen |
Onderzoek langzamer varen, luchtmetingen, emissies |
14, 15, 27 |
|
Inwoners / wijkgroepen |
Participatie, citizen science, communicatie over luchtkwaliteit |
18, 20, 21, 27 |
|
Omwonenden van industrie |
Betrokken bij emissiebeleid, geur, communicatie |
17, 18, 19 |
|
Scholen (GLOBE-project) |
Luchtkwaliteitsmetingen met Aerocount-sensoren |
27 |
|
Maatschappelijke organisaties / duurzaamheidsinitiatieven |
Samenwerking in communicatie en participatieprojecten |
18, 27 |
|
Schone Lucht Akkoord (SLA) |
Landelijk samenwerkingsprogramma over luchtkwaliteit |
20, 29 |
|
Aerocount |
Leverancier sensoren citizen science-project |
27 |
|
CIMLK / Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (RIVM) |
Modelinstrumenten en dataplatforms voor monitoring |
29 |
7 Financiën
In onderstaande tabel worden de bedragen per thema genoemd. Deze begroting sluit aan bij de stadsbegroting. Er is geen aanvullende financiering nodig om de maatregelen uit te kunnen voeren. De uren vanuit de gemeente zijn hierin niet meegenomen.
|
Hoofdstuk |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Werken aan schoner vervoer |
€320.000* |
€420.000* |
€510.000* |
€410.000* |
€310.000* |
|
Minder uitstoot van schepen |
€95.000 |
€45.000 |
€45.000 |
€45.000 |
€45.000 |
|
Schone Nijmeegse bedrijven |
€80.000 |
€50.000 |
€50.000 |
€50.000 |
€50.000 |
|
Gezonde inrichting van de stad |
€83.000 |
€73.000 |
€73.000 |
73.000 |
€73.000 |
|
Monitoren |
€100.000 |
€125.000 |
€110.000 |
€135.000 |
€120.000 |
|
Totaal |
€678.000 |
€713.000 |
€788.000 |
€713.000 |
€598.000 |
*Inclusief 2ft voor beheerkosten van de Zero Emissie zones Stadslogistiek.
Bijlage II Participatieverslag
1 Aanleiding
De gemeente Nijmegen werkt aan schone lucht in de stad. Om dit te bereiken hebben we in 2020 een uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit gemaakt, met daarin verschillende maatregelen om te zorgen voor een schone lucht. Dit uitvoeringsprogramma hebben we nu geactualiseerd. We hebben enkele oude maatregelen eruit gehaald, bestaande maatregelen verbeterd en nieuwe maatregelen toegevoegd. Dit omgevingsprogramma is daar het resultaat van. Hier heeft iedereen een bijdrage aan kunnen leveren.
2 Kaders
Het beleid over luchtkwaliteit is niet veranderd. Dit staat in de omgevingsvisie genoemd onder de hoofdlijn ‘sociale en gezonde stad’: we zorgen voor een gezond milieu. Hier hoort ook een goede luchtkwaliteit bij. Ook de financiering van het programma blijft gelijk. Er is ruimte om nieuwe maatregelen toe te voegen, maar hier is niet meer geld voor.
3 Stakeholders
Schone lucht is voor iedereen in Nijmegen belangrijk. Er zijn verschillende stakeholders die hierover meepraten. De GGD, de provincie Gelderland, het Longfonds, Schone Lucht Nijmegen en betrokken bewoners. Met deze partijen zijn verkennende gesprekken gevoerd waarin zij hebben aangegeven wat ze belangrijk vinden. Een samenvatting van deze verslagen is terug te vinden in paragraaf 6. Belangrijke stakeholders van ons omgevingsprogramma zijn natuurlijk ook bewoners van Nijmegen. We hebben via een vragenlijst aan het stadspanel gepeild hoe het draagvlak van bepaalde maatregelen is, met name wat betreft mobiliteit en houtstook omdat deze maatregelen Nijmegenaren het meest direct raken. De samenvatting van dit onderzoek is te lezen in paragraaf 7.
4 Participatiebijeenkomst 3 november
Op 3 november 2025 heeft de overleggroep luchtkwaliteit en gezondheid in aanwezigheid van de GGD en vertegenwoordiging vanuit het Longfonds gesproken over het Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit. Hier was de ruimte om met elkaar, de ambtenaren en de wethouder in gesprek te gaan over de maatregelen en het programma in z’n geheel. Belangrijke thema’s die zijn besproken in het plenaire gedeelte van deze bijeenkomst zijn het verbieden van houtstook, de gezondheidswinst en prioritering van de maatregelen.
5 Welke input is opgehaald en wat hebben we ermee gedaan?
De reacties op het concept omgevingsprogramma waren positief en constructief. Er zijn diverse punten opgehaald in alle fases van de participatie waar we het uiteindelijke programma mee hebben verbeterd.
Al in de verkennende gesprekken heeft het Longfonds de vraag gesteld of de gemeente niet wat zou moeten doen aan het binnenklimaat. Dit is maatregel 28 geworden. Hierin stellen we voor te onderzoeken wat de mogelijkheden van de gemeente zijn om op dit onderwerp wat te betekenen. In de bijeenkomst werden nog meer suggesties gedaan die nu benoemd zijn in de maatregel en die we onderzoeken in de verdere uitwerking. Van de provincie is nog de tip ontvangen dat TNO hier veel onderzoek naar gedaan heeft, ook dat nemen we mee in de verdere uitwerking.
Tijdens de verkennende gesprekken en de participatiebijeenkomst is een houtstookverbod uitvoerig besproken. Hierop is aangegeven dat een houtstookverbod op dit moment niet aan de orde is, omdat er in dit programma geen nieuw beleid wordt vastgesteld. Daarnaast is ook nog onduidelijk hoe handhaving op een houtstookverbod eruit zou moeten zien. Op dit onderwerp zijn ook nog twee schriftelijke reacties gekomen die hieronder in paragrafen 8 en 9 zijn weergegeven.
Op 3 november is gevraagd naar welke maatregelen de grootste gezondheidswinst op zullen leveren en of er ook niet op die manier geprioriteerd zou moeten worden in het programma. De GGD gaf hier meteen al aan dat het niet eenvoudig is om specifieke gezondheidswinst per maatregel te bepalen en dat juist een breed palet aan maatregelen die elkaar versterken gezamenlijk zorgen voor vooruitgang op alle vlakken. Daarnaast hebben we de financiële ruimte om álle maatregelen uit te voeren, dus het is in die zin ook niet nodig om te prioriteren. Uiteindelijk gaat het dus vooral om de kosteneffectiviteit van alle maatregelen samen. Wel zullen we bij de jaarlijks evaluatie de globale kosteneffectiviteit ten aanzien van gezondheidswinst in beeld brengen. Hieruit kunnen we conclusies trekken of we het geld aan de juiste maatregelen uitgeven en zo nodig bijsturen.
Ook is bij een aantal onderwerpen opgemerkt dat studenten van de opleiding gedragsverandering aan de Radboud Universiteit onderzoek kunnen. Het gaat dan om onderzoek naar hoe gewenst gedrag voor schonere lucht gestimuleerd kan worden. Er is contact met de RU om studenten de mogelijkheid te bieden hier stage te komen lopen. Dit is ook toegevoegd bij paragraaf 3.7 bij de uitgangspunten bij de uitvoering.
Er is ook een aantal suggesties gedaan die op dit moment geen plek gekregen hebben in het omgevingsprogramma, zoals een rookverbod op terrassen en bij sportverenigingen, rookvrije vierdaagse en een vuurwerkverbod. Op dit moment zien we geen mogelijkheid deze suggesties op te nemen als maatregel.
6 Samenvatting verkennende gesprekken participatie Omgevingsprogramma luchtkwaliteit
In het voorjaar van 2025 zijn gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders over de actualisatie van het uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit. We hebben partijen gevraagd op welke manier ze betrokken willen worden, wat ze belangrijk vinden en op welke manier ze kunnen en willen bijdragen. Hieronder vatten we de gesprekken in hoofdpunten samen.
Longfonds en Schone Lucht Nijmegen
We praten over houtstook, dat is een erg belangrijk thema waar mensen veel last van hebben. Net als Amersfoort en Utrecht zou de gemeente Nijmegen ook een volledig houtstookverbod in moeten voeren. Zowel voor binnen als buiten, zo spoedig mogelijk. Ook vinden de gesprekspartners het belangrijk om breder te communiceren. Als we schone lucht willen, moet iedereen iets doen. Mensen kunnen bijvoorbeeld de auto vaker laten staan. Daar kan de gemeente een rol in hebben.
Er zijn ook suggesties voor nieuwe maatregelen: bijvoorbeeld voorlichting over de kwaliteit van binnenlucht. Ook wordt een vuurwerk verbod mét handhaving genoemd. Ook is de focus om minder roken (op straat) voor een rookvrije generatie. En zouden we de terrassen tijdens de Vierdaagse rookvrij kunnen maken.
Ook wordt aangevuld dat het meten van uitstoot in diverse wijken van industrie, verkeer en scheepvaart en houtstook belangrijk is. Bij overschrijding van normen moet er dan gemeld kunnen worden door mensen met meetinstrumenten. Het RIVM biedt daar ondersteuning voor en de GGD kan daar verder mee aan de slag.
GGD
Luchtkwaliteit is heel erg belangrijk want het heeft een grote impact op onze gezondheid. De GGD vindt het belangrijk om hierbij gehoord te worden, omdat ze hier goed op kunnen adviseren. De GGD ziet kansen om lucht en geluid aan elkaar te koppelen. Bijvoorbeeld minder auto’s levert minder geluid op én minder uitstoot. In stedelijk gebied liggen de meeste kansen voor verbetering van de luchtkwaliteit bij maatregelen gericht op verkeer en houtrook. De actualisatie van het uitvoeringsprogramma biedt kansen voor verbetering van de aanpak van houtstook. Op dit moment krijgt de industrie veel aandacht, maar de industrie is een minder grote bron en stoot meestal uit hoge schoorstenen uit. Geurbelasting bij industrie is wel een belangrijk thema.
Het versterken van de adviesrol van de GGD in het gemeentelijk proces zou een maatregel kunnen zijn. Ook geeft de GGD aan dat zij een rol kunnen spelen in het organiseren van bijeenkomsten voor bewoners waar voorlichting wordt gegeven.
Provincie Gelderland
De provincie is zelf bezig met een omgevingsprogramma en wil graag samenwerken op dit onderwerp. Ze noemen de gemeente Nijmegen een voorloper in dit onderwerp en stellen voor dat Nijmegen ook andere gemeenten binnen de provincie kan helpen en ondersteunen met het luchtkwaliteit beleid en het maken van zulke programma’s. Verder spreken we over verschillende mogelijke samenwerkingen en mogelijke financiering vanuit het Rijk.
Overleggroep luchtkwaliteit en gezondheid
Vooruitlopend op het actualiseren van dit programma hebben we in het najaar hierover gesproken met de overleggroep luchtkwaliteit en gezondheid. Deze groep bestaat uit betrokken wijkvertegenwoordigers en bewoners van Nijmegen. We hebben tijdens deze sessie input opgehaald over de verschillende bronnen en gevraagd waar de focus zou moeten liggen. In het voorjaar hebben we met één vertegenwoordiger van deze groep nog een verdiepend gesprek gehouden.
In dat gesprek vertelde de bewoner blij te zijn dat de gemeente beleid heeft om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het belangrijkste daaraan is volgens hem dat er gemeten wordt op de juiste plekken. Waar het voor de mensen telt. Langs wegen en bij de industrie. Hier kunnen ook Nijmegenaren zelf een rol in spelen. Het is ook belangrijk om wijkraden te betrekken en themabijeenkomsten te organiseren. Niet alleen met de gemeente, maar ook met andere partijen die hier een rol in spelen. Zoals bijvoorbeeld het RIVM, TNO, GGD, maar ook milieuorganisaties zoals MOB, Milieucentraal en bijvoorbeeld huisartsen en longartsen. En vooral luisteren naar de bewoners is daarin heel belangrijk.
7 Samenvatting onderzoek stadspanel O&S
Aanleiding en vraagstelling
Dit onderzoek gaat over draagvlak onder Nijmegenaren voor bestaande en nieuwe maatregelen. Dit om ons uitvoeringsprogramma “Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit, Uitvoeringsprogramma 2020–2030” aan te scherpen. Daarbij ligt de focus op voor huishoudens relevante beleidsmaatregelen van de gemeente: mobiliteit en houtstook. We verzamelden in augustus 2025 informatie middels een stadspanelpeiling met bijna 2.600 deelnemers.
Luchtkwaliteit thema voor burgers
‘Luchtkwaliteit’ verwijst naar hoe schoon of vervuild de lucht is die we inademen. Het geeft aan hoeveel schadelijke stoffen of verontreinigingen er in de lucht zitten. Duidelijk is dat de luchtkwaliteit in Nijmegen een relevant thema is voor veel panelleden:
-
Men denkt soms na over de luchtkwaliteit om zich heen.
-
Er zijn zorgen over de luchtkwaliteit op plaatsen in de stad.
-
Een bepaalde groep geeft aan soms klachten te ervaren die die zijn te relateren aan luchtkwaliteit.
-
Een grote meerderheid vindt het belangrijk dat gemeente luchtvervuiling in Nijmegen terugdringt.
-
Luchtvervuilingsbronnen waar de gemeente zich vooral zou moeten richten zijn volgens het panel industrie, verkeer en scheepvaart. De eigen rol (als huishoudens) wordt minder belangrijk gevonden.
Draagvlak bestaande mobiliteitsmaatregelen
Het verkeer is een belangrijke oorzaak van luchtvervuiling in Nijmegen. De afgelopen jaren zijn er maatregelen genomen voor verkeer, die helpen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Staan Nijmeegse panelleden er positief tegenover? Maatregelen waarover veel panelleden positief zijn (groter draagvlak):
-
Sterk vervuilende brommers en snorfietsen mogen niet in bepaalde gebieden (milieuzones) komen (zero emissie zones).
-
Openbaar vervoer in de stad mag geen schadelijke stoffen meer uitstoten.
-
Sterk vervuilende zakelijke busjes en vrachtwagens mogen niet in bepaalde gebieden (milieuzones) komen (zero emissie zones).
-
We moedigen inwoners aan om anders te reizen, bijvoorbeeld minder vaak de auto en vaker openbaar vervoer of fiets.
Maatregelen waarover naar verhouding minder panelleden positief zijn (geringer draagvlak):
-
We willen meer bouwprojecten zonder luchtvervuiling laten uitvoeren.
-
We stimuleren deelvervoer, zoals het delen van auto's.
Meer bekende maatregelen zijn overigens het autoluw maken van de binnenstad en de milieuzones voor zakelijke bestel- en vrachtwagens (binnenstad, campus Heijendaal en Hof van Holland), deelvervoer zoals deelauto's en deelfietsen en de Park en Ride-terreinen aan de rand van de stad. Minder bekende maatregelen zijn de milieuzones voor brom- snorfietsen, het stimuleren van gebruik van schone voertuigen in de bouw en het project ‘Autodelen met bekenden'.
Draagvlak voorgenomen maatregelen mobiliteit
Er is ook gevraagd naar meningen over nieuwe maatregelen voor verkeer. Wat vinden panelleden van de bepaalde voorstellen, gericht op het verbeteren van de lokale luchtkwaliteit?
Maatregelen waarover veel panelleden positief zijn (groter draagvlak):
-
Het aantal breng- en afhaalpunten voor pakketjes in de stad verhogen, zodat er minder verkeer in de straten is.
-
Meer gebieden (milieuzones) toevoegen waar vervuilende brommers en vervuilende zakelijke busjes/vrachtwagens niet mogen komen.
Maatregelen waarover naar verhouding minder panelleden positief zijn (geringer draagvlak):
-
Naast vervuilende brommers en vrachtwagens ook andere vervuilende voertuigen (bijvoorbeeld oude personenauto’s) verbieden in bepaalde gebieden.
-
Deelvervoer zoals het delen van auto’s of fietsen aanmoedigen door voorlichting en subsidies.
Draagvlak voorgenomen maatregelen houtstook particulieren
Ook het verbranden van hout heeft invloed op de luchtkwaliteit in Nijmegen. Wat vindt het panel van nieuwe, mogelijke maatregelen om de luchtvervuiling door houtstook te verminderen? Denken panelleden er positief of negatief over?
Maatregelen waarover veel panelleden positief zijn (groter draagvlak):
-
Verbod op houtverbranding in Nijmegen bij code rood en oranje in de stookwijzerapp van het RIVM.
-
Verbod op buitenverbranding (bijvoorbeeld vuurkorven of pizzaovens) bij code rood/oranje in de stookwijzer van het RIVM.
-
Mensen ontmoedigen om hout te stoken als alternatief voor centrale verwarming.
-
Mensen ontmoedigen om hout te stoken voor sfeer in huis.
-
Verbieden van rookkanalen (schoorstenen) bij nieuwbouw.
Maatregelen waarover naar verhouding minder panelleden positief zijn (geringer draagvlak):
-
Een verbod op het verbranden van hout in heel Nijmegen.
-
Wijken aanwijzen waar niet meer met hout gestookt mag worden (houtstook vrije wijken).
Suggesties en reacties
Panelleden kregen verschillende mogelijkheden om de luchtkwaliteit in Nijmegen te verbeteren voorgelegd. Hebben zij daarnaast zelf ook ideeën of suggesties? Op basis van de open antwoorden en op volgorde van frequentie zijn dit de meest genoemde suggesties van panelleden:
-
Verkeer: veel inwoners opperen maatregelen voor minder en langzamer (gemotoriseerd) verkeer, betere doorstroming en autoluwe zones om zo de uitstoot te verminderen en de luchtkwaliteit direct te verbeteren.
-
Vergroening: er is veel steun om de stad te vergroenen door aanplant van bomen, groene daken/gevels en het vervangen van stenen door planten.
-
Industrie en bedrijven: respondenten pleiten voor strengere emissienormen, betere monitoring, handhaving en waar mogelijk verplaatsing van vervuilende bedrijven uit woonwijken.
-
Scheepvaart en binnenvaart: deze worden vaak aangehaald als grote, relatief onderbelichte bron van luchtvervuiling, met ideeën voor strengere regelgeving, monitoring en walstroomvoorzieningen.
-
Houtstook, BBQ, vuurkorven en particuliere verbranding: inwoners wijzen op de hinder en gezondheidsrisico’s van particuliere houtstook, vuurkorven en barbecues als bron van luchtverontreiniging en pleiten voor verbod of strengere handhaving.
-
Openbaar vervoer en deelmobiliteit: betaalbaar, toegankelijk, betrouwbaar en schoon openbaar vervoer en deelmobiliteit worden gezien als essentieel alternatief voor de auto.
-
Handhaving, monitoring en transparantie: respondenten benadrukken het belang van consequente handhaving, meer luchtkwaliteitsmeting en het delen van informatie met inwoners.
-
Subsidie, stimulering en beloning: er worden diverse beleidssuggesties gedaan om gewenst gedrag financieel, praktisch of sociaal te stimuleren. Denk aan subsidies voor elektrische vervoersmiddelen, alternatieve verwarmingsmethoden of vergroening van particuliere tuinen.
-
Evenementen en vuurwerk: beperken of verbieden van vuurwerk en vervuilende (massa-)evenementen wordt door verschillende inwoners als aanvullende maatregel voorgesteld.
-
Roken en dampen in de openbare ruimte: enkele inwoners willen het buiten roken, vapen en sisha’s in de openbare ruimte beperken vanwege hinder en luchtverontreiniging.
8 Reactie Schone Lucht Nijmegen
Schone Lucht Nijmegen is een initiatief van 25 Nijmegenaren die (gezondheids)klachten ervaren door hout- en pelletstook en of zich zorgen maken over de schade daarvan op gezondheid, milieu en klimaat. De reactie van Schone Lucht Nijmegen op het concept Omgevingsprogramma Luchtkwaliteit 2026-2030 betreft dan ook alleen de luchtvervuiling veroorzaakt door hout- en pelletstook in Nijmegen.
De lucht in Nijmegen is gezonder en schoner staat in het omgevingsprogramma, maar zo ervaren de leden van Schone Lucht Nijmegen dat niet. Zij hebben in toenemende mate overlast van en gezondheidsklachten door hout- en of pelletstook. Het gaat dan om stook in houtkachels, open haarden, vuurkorven, houtvuren, pelletkachels en barbecues. Uit cijfers blijkt ook dat Nederlanders afgelopen jaren meer hout en pellets zijn gaan stoken en dat de verkoop van stookinstallaties sterk is gestegen.
De overlast wordt ervaren middenin woonwijken - waar de gemeente Nijmegen de luchtkwaliteit niet meet - en daar zorgt voor grote, hyperlokale uitstoot van zeer hoge concentraties fijnstof, PAK's, benzeen, etc., die de buitenlucht sterk vervuilt en huizen van omwonenden binnendringt. Over de schadelijkheid van hout- en pelletstook voor de gezondheid wordt steeds meer duidelijk. Particuliere houtstook is de grootste bron van fijnstof PM 2.5, dat nu ook in verband gebracht met diverse soorten kanker, dementie en orgaanfalen, naast de al bekende long-, hart- en vaatziekten.
Gezien bovenstaande heeft Schone Lucht Nijmegen de volgende aanmerkingen op het omgevingsprogramma:
-
De gemeente meet de luchtkwaliteit niet middenin woonwijken waar veel houtrookuitstoot plaatsvindt. Volgens hoogleraar Lars Hein kunnen enkele brandende houtkachels in een wijk zorgen voor 80 % van de luchtvervuiling in de omgeving. Een meting van twee weken lang (twee jaar geleden) in een Nijmeegse buurt met houtstokers gaf in beide weekends een permanente overschrijding van fijnstof PM 2.5 met tien tot twintig keer de WHO-advieswaarden aan. Ook doordeweeks werden deze waarden geregeld bereikt, met nog hogere uitschieters na het aansteken of aanvullen van een houtkachel.
-
De gemeente zet in op ontmoediging door voorlichting. Volgens GGD Gelderland-Zuid zal voorlichting/gedragsverandering nauwelijks invloed hebben op het inperken van de houtrookuitstoot. Recent gaf de GGD dit ook al aan in de gemeenteraad Arnhem, waar een houtstookverbod werd besproken. Er wordt te veel verwacht van gedragsverandering. Dat 80% van de stokende Nijmegenaren stopt met hout stoken als ze op hun stookgedrag worden aangesproken, dat naar voren komt in een enquête van de gemeente Nijmegen, herkennen we in de praktijk absoluut niet. (NB: het is jammer dat er geen voorlichting is over de schadelijkheid van houtstook voor de stoker zelf. Wetenschappelijke studies tonen aan dat hout stoken in een moderne, gesloten houtkachel de woonruimte van de stoker voor lange tijd ernstig vervuild).
-
Inwoners met houtrookoverlast ervaren weinig steun vanuit de gemeente. Mensen worden verwezen naar Stookwijzer voor het maken van een overlastmelding en aangespoord te praten met hun houtstokende buren. Maar deze gesprekken lossen het probleem niet of nauwelijks op, en leiden dikwijls tot ruzie en zelfs rechtszaken. Bovendien weten veel overlastnemers niet wie de overlast veroorzaakt (dus wie moet je aanspreken) of er zijn te veel stokers om ze allemaal aan te spreken.
-
Daarom pleit Schone Lucht Nijmegen voor een volledig hout- en pelletstookverbod in Nijmegen, binnen en buiten, voor particulieren en horeca (denk aan pizzaovens op hout). Ook GGD GHOR, Milieu Centraal, KWF, Longfonds en tal van wetenschappers adviseren dat. In meerdere grotere gemeenten zijn al (deel)verboden voor hout- en pelletstook. In Eindhoven en Amersfoort geldt nu een stookverbod bij codes Oranje en Rood op Stookwijzer. Steden als Arnhem en Amsterdam zijn drukdoende met plannen voor een houtstookverbod. Utrecht voert in 2030 een volledig houtstookverbod in.
Conclusie: Schone Lucht Nijmegen vindt de paragraaf over de houtstookaanpak in het omgevingsprogramma veel te weinig ambitieus. Zeker vergeleken met de inzet van andere gemeenten. Er valt snel en veel gezondheidswinst te behalen door een volledig houtstookverbod in 2030 af te spreken, en daar stapsgewijs naartoe te werken.
9 Reactie Longfonds
Met betrekking tot schone lucht in Nijmegen, vindt het Longfonds dat een houtstookverbod , zoals door de gemeenten Amersfoort en Utrecht wordt ingevoerd meer op zijn plaats. Het kan wel een dergelijk houtstookverbod, blijkt daar. Bezwaren dat het niet te handhaven zou zijn, worden blijkbaar per gemeenten anders geïnterpreteerd. Als tussenstap om samen met de gemeente Arnhem te onderzoeken, welke (juridische) mogelijkheden daarvoor zijn, lijkt ons zinvol. We doen in ieder geval een beroep op de gemeenteraad om meer stappen te zetten richting een verbod op houtstook. Te veel mensen, kinderen in ontwikkeling, mensen met een longziekten ervaren de medische gevolgen als kortademigheid, onomkeerbare verslechtering van longen, verergering van COPD ten gevolge van houtstook.
We zijn blij met maatregelen met betrekking tot verkeer (30 km-zones) en een verbod op vuurwerk. In een brief van het Longfonds afgelopen zomer hebben we daar al een en ander over laten weten. We vinden het een gemiste kans om ook actiever iets te doen aan roken op terrassen. Nijmegen met een hoge terrasdichtheid zou hier meer aan kunnen doen. Zeker omdat wij in Nijmegen bewegen een belangrijk middel vinden om gezond te blijven. Bij grote sportevenementen, langs de lijn bij het voetbal, zou een rookverbod voor ons als Longfonds een steun in de rug zijn. Dat kan wel, zo blijkt uit ervaringen van een rookvrije campus bij veel onderwijsinstellingen. Als we in de nabije toekomst bijvoorbeeld een rookvrije Vierdaagse kunnen krijgen, niet meer roken op de terrassen, langs de kant bij de Vierdaagse dan heeft dat niet alleen grote symbolische betekenis voor het belang van het stoppen met roken, maar geven we ook aandacht dat de combinatie roken en bewegen niet meer van deze tijd is. Laten we die discussie maar eens aan gaan.
Kortom we zijn als Longfonds blij met veel in uw nota genoemde voorstellen, maar het kan veel beter met een houtstookverbod en het stoppen van roken op straat tijdens sportevenementen. In combinatie met positieve, goede voorlichting kunnen we dan stappen zetten die voor ouderen met COPD, Kinderen en longpatiënten van wezenlijk belang zijn om in onze maatschappij mee te kunnen doen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl