Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760649
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760649/1
Reglement van Orde van de gemeenteraad Hoeksche Waard 2026
Geldend van 17-04-2026 t/m heden
Intitulé
Reglement van Orde van de gemeenteraad Hoeksche Waard 2026De raad van de gemeente Hoeksche Waard;
gelezen het voorstel van het presidium d.d. 23 februari 2022;
gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen het volgende reglement:
Reglement van Orde van de gemeenteraad Hoeksche Waard 2026.
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
- 1.
Wet: de Gemeentewet.
- 2.
Voorzitter: voorzitter van de raad;
- 3.
Griffier: griffier, aangewezen door de raad als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
- 4.
Raadsleden: de leden van de gemeenteraad;
- 5.
Burgerleden: door de raad benoemde commissieleden niet zijnde raadsleden;
- 6.
Fractieleden: de raads- en burgerleden die behoren tot dezelfde fractie;
- 7.
Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;
- 8.
Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;
- 9.
Initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;
- 10.
Motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
- 11.
Stemverklaring: Een korte toelichting van een raadslid en/of een fractie op het stemgedrag;
- 12.
Interruptie: Korte opmerkingen of vragen zonder inleiding op de inbreng van een andere spreker.
Paragraaf 2. De samenstelling van de raad
Artikel 2. Beëdiging raadsleden na onderzoek geloofsbrieven
-
1. Voor de toelating van een nieuw benoemd lid tot de raad stelt de raad aan het begin van een nieuwe zittingsperiode een commissie in, wijst daartoe drie leden van de raad aan en regelt de plaatsvervanging.
-
2. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde leden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het advies.
-
3. Het onderzoek naar het verloop van de gemeenteraadsverkiezingen aan de hand van het proces-verbaal van het centraal stembureau vindt plaats in de laatste vergadering van de raad in oude samenstelling.
-
4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
-
5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 3. Fracties
-
1. De raad is samengesteld uit raadsleden, welke raadsleden onderdeel uitmaken van de in de raad vertegenwoordigde fracties.
-
2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
-
3. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, tweede lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
-
4. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
-
5. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch mededeling gedaan aan het presidium door de voorzitter van de nieuw ontstane fractie of de voorzitter van de fractie waarbij wordt aangesloten.
-
6. De naam van een op grond van het vorige lid nieuw gevormde fractie wordt geregistreerd als ‘fractie “naam fractievoorzitter”’.
Artikel 4: De voorzitter van de raad
-
1. De voorzitter is belast met:
- a.
het leiden van de vergadering;
- b.
het handhaven van de orde in de vergadering;
- c.
het doen naleven van dit reglement;
- d.
hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.
- a.
-
2. Als de burgemeester tijdens de besluitvormende vergadering het woord moet voeren over de eigen portefeuille, dan neemt de plaatsvervangend voorzitter van de raad de voorzittersfunctie over.
-
3. De voorzitter verleent het woord, formuleert conclusies waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de besluitvorming mee.
-
4. De voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door de raad aangewezen plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 5. De griffier
-
1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen.
-
2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen.
-
3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen door of vanwege de raad deelnemen.
Paragraaf 3. Benoeming wethouders
Artikel 6. Benoeming wethouders na onderzoek geloofsbrieven en analyse bestuurlijke integriteit
-
1. Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de ingevolge het eerste lid van artikel 3 ingestelde commissie of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a en 36b van de wet.
-
2. De commissie als bedoeld in dit artikel brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoembaarheid van de kandidaat tot wethouder. Van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt in het advies.
-
3. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn van een wethouder opdracht om de kandidaat voor het wethouderschap te onderwerpen aan een risicoanalyse bestuurlijke integriteit. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. De raad betrekt de analyse en de conclusie bij zijn beslissing over de benoeming van de kandidaat tot wethouder.
Paragraaf 4. De instelling van andere commissies
Artikel 7. Het presidium
-
1. Er is een presidium dat het dagelijks bestuur van de raad vormt.
-
2. De verordening op het presidium regelt de samenstelling, taken, bevoegdheden en werkwijze van het presidium.
Artikel 8. De agendacommissie
-
1. Er is een agendacommissie.
-
2. De verordening op de agendacommissie regelt de samenstelling, taken, bevoegdheden en werkwijze van de agendacommissie.
Artikel 9. Raadscommissies
-
1. De raad maakt gebruik van commissievergaderingen in de voorbereidende fases van de besluitvorming.
-
2. De verordening op de raadscommissie regelt de samenstelling, taken, bevoegdheden, vorm en werkwijze van de raadscommissie(s).
HOOFDSTUK 2. Algemene bepalingen inzake besluitvormende vergaderingen door of vanwege de raad
Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 10. Vergaderdag, -plaats en tijdstippen
-
1. De vergaderingen van de raad vinden plaats volgens een jaarlijks vergaderschema in de raadzaal van het gemeentehuis in Oud-Beijerland.
-
2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of vergaderplaats aanwijzen. De voorzitter voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.
-
3. De vergaderingen eindigen niet later dan 23.00 uur, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 11. Oproep en agenda
-
1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
-
2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
-
3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 12, derde lid, van toepassing.
-
4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 12. Beschikbaar stellen van stukken
-
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep digitaal gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem. Als na het publiceren van de raadsagenda andere stukken worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad.
-
2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.
-
3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Het presidium kan een protocol vaststellen voor de wijze waarop raadsleden kennis kunnen nemen van deze informatie
Artikel 13. Openbare kennisgeving
-
1. Vergaderingen worden ter openbare kennis gebracht op de in artikel 19, tweede lid van de wet genoemde wijze en door plaatsing in het raadsinformatiesysteem van de gemeente.
-
2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Paragraaf 2. Ter vergadering
Artikel 14. Presentielijst
-
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.
-
2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
-
3. Alleen leden die de presentielijst hebben getekend kunnen aan de vergadering deelnemen.
Artikel 15. Aantal spreektermijnen
-
1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
-
2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
-
3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
-
4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover.
-
5. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 16. Spreektijden
-
1. In de raadsvergadering wordt gewerkt met spreektijden. De agendacommissie adviseert vooraf over de spreektijdenregeling per onderwerp, rekening houdend met de volgende uitgangspunten:
- a.
Spreektijd per fractie per onderwerp.
- b.
Interrupties vallen binnen de spreektijd van degene die interrumpeert. De spreektijd van de geïnterrumpeerde wordt tijdens interruptie stilgezet.
- a.
-
2. De voorzitter ziet toe op handhaving van de spreektijden en kan extra spreektijd toekennen indien hier aanleiding voor is.
Artikel 17. Deelname aan beraadslaging door anderen algemeen
Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 18. Voorstellen van orde
Raadsleden of de voorzitter kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Bij het staken van de stemmen is een ordevoorstel niet aangenomen.
Artikel 19. Spreekrecht
-
1. Inspreken tijdens een raadsvergadering kan enkel over onderwerpen die op de agenda staan en niet eerder geagendeerd zijn in een commissievergadering.
-
2. Iedere inspreker krijgt bij het inspreken maximaal vijf minuten per inspreker. Er is maximaal 15 minuten voor alle insprekers tezamen. Indien zich meer dan drie insprekers hebben aangemeld, verdeelt de voorzitter de totaal beschikbare spreektijd naar evenredigheid. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale spreektijd.
-
3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
-
4. Het woord kan niet gevoerd worden over:
- a.
Een besluit van een van de bestuursorganen van de gemeente waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan.
- b.
Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.
- c.
Indien een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
- d.
Onderwerpen waarover al eerder is ingesproken en die tot wijziging geleid hebben van het betreffende onderwerp.
- e.
Onderwerpen waarover een “Motie vreemd aan de agenda” is ingediend.
- a.
-
5. De voorzitter kan de tijd voor het stellen van vragen door raadsleden aan de inspreker en de beantwoording daarvan door de inspreker beperken tot maximaal 15 minuten waarbij elke fractie maximaal 2 korte verhelderende vragen mag stellen.
Paragraaf 3. Stemmingen
Artikel 20. Stemverklaring
-
1. Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten.
-
2. Een stemverklaring mag niet langer duren dan een minuut en niet uitnodigen tot debat.
Artikel 21. Beslissing
De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel met het bijbehorende ontwerpbesluit voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 22. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
-
1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat de voorgestelde beslissing zonder stemming is genomen.
-
2. Als een beslissing zonder stemming wordt genomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de wet zich van deelneming aan stemming hebben onthouden.
-
3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.
-
4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid waarvan het nummer op de presentielijst overeenkomt met het getrokken nummer. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde.
-
5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de wet zich van deelneming aan de stemming hebben onthouden, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.
-
6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
-
7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 23. Volgorde stemming over amendementen en moties
-
1. Als een amendement op een voorgestelde beslissing is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het geamendeerde ontwerpbesluit.
-
2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
-
3. Als meerdere amendementen op een voorgestelde beslissing of subamendementen op een amendement zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.
-
4. Als aangaande een voorgestelde beslissing een motie is ingediend, wordt eerst over de voorgestelde beslissing gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 24. Stemming over personen
-
1. Bij stemming over personen voor benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.
-
2. Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
-
3. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken
Artikel 25. Verslag en besluitenlijst
-
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van videoverslagen en de besluitenlijsten van de besluitvormende vergaderingen.
-
2. Het videoverslag omvat de volledige vergadering, wordt geïndexeerd naar de onderwerpen die besproken zijn en de sprekers die het woord hebben gevoerd.
-
3. Het videoverslag wordt binnen een week via de internetsite van de gemeente toegankelijk gemaakt.
-
4. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de besluitvormende vergadering openbaar gemaakt in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente.
-
5. De besluitenlijst van de besluitvormende vergadering bevat in ieder geval:
- a.
de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
- b.
een aantekening van welke raadsleden afwezig waren:
- c.
een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
- d.
een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
- e.
een vermelding van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;
- f.
bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie op grond van het bepaald in artikel 17 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
- a.
Artikel 26. Ingekomen stukken
-
1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst met de ingekomen stukken worden in het raadsinformatiesysteem aan de raadsleden beschikbaar gesteld.
-
2. Na het opmaken van de lijst stelt de raad in de besluitvormende vergadering de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen
Artikel 27. Toepassing reglement op besloten vergaderingen
-
1. Op besloten vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
-
2. In beginsel zijn de besloten raadsvergaderingen uitsluitend toegankelijk voor raadsleden, de voorzitter, wethouders en de griffier.
-
3. Op advies van de voorzitter stelt de raad vast wie verder toegang krijgt voor de besloten vergadering.
Artikel 28. Verslag besloten vergadering
-
1. Conceptbesluitenlijsten en audiovisuele weergave van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier.
-
2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de verplichting tot geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst.
-
3. Als de besluitenlijsten zonder opmerkingen, wijzigingen en of toevoegingen kunnen worden vastgesteld, worden deze in een openbare vergadering vastgesteld.
-
4. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 29. Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de verplichting tot geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Paragraaf 6. Handhaving orde en schorsing en toehoorders en pers
Artikel 30. Handhaving orde en schorsing door voorzitter
-
1. De voorzitter is op grond van artikel 26 van de wet en artikel 4, eerste lid van dit reglement belast met het handhaven van de orde in de vergadering.
-
2. De voorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door de voorzitter het woord worden ontnomen over het aanhangige onderwerp.
-
3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een zelf te bepalen tijd schorsen en, als na heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
Artikel 31. Toehoorders en pers
-
1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
-
2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
-
3. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.
Artikel 32. Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
HOOFDSTUK 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden
Artikel 33. Amendementen en subamendementen
-
1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging over de voorgestelde beslissing waarop het amendement betrekking heeft schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
-
2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend.
-
3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk tot het moment waarop deze in stemming wordt gebracht.
Artikel 34. Moties
-
1. Raadsleden dienen moties schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
-
2. Er wordt alleen beraadslaagd over moties die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend.
-
3. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorgestelde beslissing waarop de motie betrekking heeft.
-
4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.
-
5. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk tot het moment waarop deze in stemming wordt gebracht.
Artikel 35. Initiatiefvoorstel
-
1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk of elektronisch in via de griffie bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
-
2. Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van het voorstel schriftelijk of elektronisch wensen of bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
-
3. Nadat het college schriftelijk of elektronisch wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadercyclus geplaatst.
Artikel 36. Raadsvoorstel van het college
-
1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad;
-
2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid niet rijp is voor besluitvorming, zendt de raad het voor advies terug naar het college. De raad bepaalt binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 37. Debatverzoek
-
1. Ieder lid van de raad kan een debatverzoek via de voorzitter bij de raad indienen om een onderwerp op de agenda van een raadsvergadering te plaatsen.
-
2. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover een debat wordt verzocht en dient te worden gesteund door ten minste 8 raadsleden of 3 fracties.
-
3. Agendering van het onderwerp waarop het debatverzoek betrekking heeft, vindt niet eerder plaats dan 7 dagen nadat het verzoek is ingediend, met uitzondering van spoedeisende gevallen naar het oordeel van de voorzitter. In die gevallen vindt agendering niet eerder plaats dan 48 uur nadat het verzoek is ingediend.
-
4. De beraadslaging over het debatverzoek geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 38. Interpellatie
-
1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.
-
2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.
-
3. Over verzoeken die ten minste 24 uur voor aanvang van een besluitvormende vergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, worden tijdens deze raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.
-
4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 39. Schriftelijke vragen
-
1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier.
-
2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
-
3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend.
-
4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.
-
5. De vragensteller kan na de schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende besluitvormende vergadering nadere inlichtingen vragen over de door de burgemeester of door het college gegeven antwoorden, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 40. Inlichtingen
-
1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk of elektronisch in bij de griffier.
-
2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
-
3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 10 dagen nadat het verzoek is ingediend.
Artikel 41. Actualiteitenronde in de besluitvormende vergadering
-
1. Tijdens elke besluitvormende vergadering is er een actualiteitenronde, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip de actualiteitenronde eindigt.
-
2. De actualiteitenronde is uitsluitend bedoeld voor vragen over actuele en urgente onderwerpen aan het college of de burgemeester, waarvoor geldt dat de beantwoording geen uitstel duldt en het aangeduide onderwerp niet in diezelfde vergadering aan de orde komt.
-
3. Het raadslid dat tijdens de actualiteitenronde vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en het spoedeisende karakter - bij voorkeur door het vooraf aanleveren van de te stellen vragen -, uiterlijk 9.00 uur op de dag van de raadsvergadering bij de griffie ter attentie van de voorzitter.
-
4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de actualiteitenronde aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, het college en de burgemeester.
-
5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om kort en bondig zijn vragen aan het college of de burgemeester te stellen. Na de eveneens kort en bondige beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om een korte aanvullende vraag te stellen.
-
6. Tijdens het actualiteitenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden interrupties niet toegelaten.
Artikel 42. Aanwijzen rapporteurs en verslag en verantwoording
-
1. De raad kan uit zijn midden één of meer rapporteurs aanwijzen per gemeenschappelijke regeling. De raad stelt hierbij de taakomschrijving vast van de rapporteur.
-
2. Een raadslid, een wethouder of de burgemeester die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht in de vergadering bij het vaste agendapunt ‘Mededelingen’ verslag te doen van zaken die in het algemeen bestuur of het gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn of zijn geweest. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de commissievergadering.
-
3. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing.
-
4. Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid van dit artikel ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen als bedoeld in artikel 40 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing.
-
5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
HOOFDSTUK 4. Slotbepalingen
Artikel 43. Uitleg reglement
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 44. Intrekking oude regeling
Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Hoeksche Waard 2022 ingetrokken.
Artikel 45. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026.
-
2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van Orde van de gemeenteraad Hoeksche Waard 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 maart 2026,
M.J.E.M. van Dam
Griffier a.i.
M. Witte
Voorzitter
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl