Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760628
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760628/1
Aanwijzingsbesluit Toezichthouder openbare ruimte gemeente Tiel
Geldend van 17-04-2026 t/m heden
Intitulé
Aanwijzingsbesluit Toezichthouder openbare ruimte gemeente TielDe burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel, ieder voor zover het zijn bevoegdheid als bestuursorgaan betreft;
Overwegende dat;
het van belang is toezichthouders, als bedoeld in artikel 5.11 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), aan te wijzen voor het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hieronder genoemde wet- en regelgeving;
gelet op het bepaalde in;
artikel 142 Wetboek van Strafvordering;
het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar;
de artikelen 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
artikel 6:2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tiel;
artikel 34 lid 2 van de Wet op de kansspelen;
artikel 41 Alcoholwet;
Dat de burgemeester dan wel het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid heeft toezichthouders aan te wijzen, die met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettig voorschrift zijn belast;
BESLUIT:
Artikel 1
medewerkers in de functie van Buitengewoon opsporingsambtenaar Domein 1 aan te wijzen als toezichthouder en worden belast met toezicht voor het grondgebied van de gemeente Tiel op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de:
de Wet op de kansspelen;
de Wet basisregistratie personen;
de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tiel;
de Afvalstoffenverordening;
de Alcoholwet;
de Drank- en Horecaverordening;
de Winkeltijdenverordening;
de Marktverordening.
Artikel 2.
aan te wijzen als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) Openbare Ruimte en na beëdiging tot BOA als zodanig te belasten met de opsporing van de strafbare feiten als genoemd in:
- 1.
Besluit personenvervoer 2000;
- 2.
Hoofdstuk 7 en de volgende artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement: artikelen 1.09 lid 1 en onder a en b, 1.10 lid 4, 1.11 lid 1, 2.01 lid 1 juncto 1.02 leden 2 en 5 onder a, 2.02 lid 1 juncto 1.02 lid 2 en 5 onder a, 3.13 lid 1 en onder a en b, 5.01 juncto 13 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer, 6.08 en onder a, 6.16 lid 9 en onder a, 6.20 lid 1 en onder e, 6.22 leden 1 en 2, 6.25 lid 1, 6.26 leden 4 en 5, 6.27 lid 1, 6.28a, 8.01 leden 1 en 2 juncto 8.04 en 1.02 lid 2, 8.02 leden 1 en 2 juncto 8.04 en 1.02 lid 2, 8.03 aanhef en onder b en f juncto 8.04 en 1.02 lid 2;
- 3.
Binnenvaartwet;
- 4.
Alcoholwet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten en de artikelen 45 en 45a Alcoholwet; 1
- 5.
Huisvestingswet 2014;
- 6.
Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
- 7.
Tabaks- en rookwarenwet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten;
- 8.
Visserijwet 1963 juncto artikel 1a Wet op de economische delicten en artikel 55 Visserijwet;
- 9.
Artikel 2.3.6 Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;
- 10.
Alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV).
- •
Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28 juncto 31, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting) RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones.
- •
Voor zover van toepassing op fietsers en voetgangers:
- 1.
artikelen 35 en 35a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- 2.
artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voor zover het gaat om niet-gemotoriseerd verkeer;
- 3.
artikelen 62 juncto 68 lid 1 en onder c en 62 juncto 69 lid 1 en onder b en 62 juncto 74 lid 1 en onder c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voor zover het gaat om niet-gemotoriseerd verkeer en voetgangers.
-
Handhaving is slechts mogelijk wanneer in een gezamenlijk handhavingsarrangement de (rand)voorwaarden zijn beschreven waaronder handhaving zal plaatsvinden.
- 1.
- •
Digitaal handhaven is slechts mogelijk bij overtreding van het RVV en na instemming van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie;
- •
- 11.
Artikelen 30 en 34 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
- 12.
Titel VA van de Wet op de kansspelen;
- 13.
Wet openbare manifestaties;
- 14.
De volgende artikelen van de Wet personenvervoer 2000: artikelen 72, 73, 74, 80 juncto 2 lid 1 van de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, 82a en 82b;
- 15.
Wet veiligheidsregio’s;
- 16.
Artikelen 175, 184, 184a, 185, 188, 199, 225, 231 tweede lid, 254b, 266 juncto 267, eerste lid, onder 2°, 350, 351, 351bis, 352, 416, 417bis, 424 t/m 429, 430a, 430b, 435 onder 4°, 437, 437bis, 437ter, 438, 443 ook voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus, 447b tot en met 447e en 458 tot en met 461 Wetboek van Strafrecht;
- 16.a
Artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 284, 285, 300 juncto 304 eerste lid onder 3° Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om de eigen veiligheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar;2
- 17.
Winkeltijdenwet;
- 18.
Woningwet juncto artikel 1a Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties:
- 1.
het feit is begaan in samenhang met andere economische delicten;
- 2.
het feit heeft betrekking op het verrichten van een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een milieubelastende activiteit;
- 1.
- 19.
Wrakkenwet;
- 20.
Zondagswet;
- 21.
Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van Justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project;
- 22.
De volgende artikelen van de Omgevingswet:
- •
Artikel 2.38 en artikel 4.3 lid 1 aanhef en onder g juncto artikel 1a aanhef en onder 3° van de Wet op de economische delicten.
- •
Artikel 4.3 lid 1 aanhef en onder a en artikel 5.1 lid 1 aanhef en onder a juncto artikel 1a aanhef en onder 2° van de Wet op de economische delicten, met uitzondering van de volgende situaties:
- 1.
het feit is begaan in samenhang met andere economische delicten, of;
- 2.
het feit heeft betrekking op het verrichten van een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een milieubelastende activiteit.
- 1.
- •
Artikel 4.3 lid 1 aanhef en onder b en c en artikel 5.1 lid 1 aanhef en onder a, lid 2 aanhef en onder c en artikel 5.3 en artikel 10.1 lid 1 van de Wet milieubeheer juncto artikel 1a aanhef en onder 1° van de Wet op de economische delicten, voor zover:
- 1.
het gaat om feiten die een nadelige invloed hebben of kunnen hebben op de leefbaarheid in de publieke ruimte, of;
- 2.
het lozingsactiviteiten betreft op of in de bodem, of;
- 3.
het lozingsactiviteiten betreft op een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk.
- 1.
- •
Artikel 5.1 lid 1 aanhef en onder a en artikel 5.4 juncto artikel 1a aanhef en onder 2° en 3° van de Wet op de economische delicten, voor zover een vergunning is vereist om het geheel of gedeeltelijk vellen van een houtopstand of het aanbrengen van handelsreclame;
- •
- 23.
Artikelen 10.37 en 10.38 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten.
Artikel 3.
De aanwijzing tot toezichthouder geschiedt tot wederopzegging dan wel tot beëindiging van het dienstverband, dan wel tot benoeming in een functie die niet valt binnen de hiervoor genoemde functies.
Artikel 4
Dit besluit treed in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Bekendmaking geschiedt door toezending van dit besluit aan betrokkenen en middels publicatie in het elektronisch Gemeenteblad en Staatscourant
Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als ‘Aanwijzingsbesluit Toezichthouder openbare ruimte gemeente Tiel’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 19 december 2025.
Namens de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel
de secretaris
drs. P.H.T.A. Koks RA
de burgemeester,
drs. J.S. van Egmond
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl