Treasurystatuut 2026

Geldend van 16-04-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Treasurystatuut 2026

Het College van Burgmeester en Wethouders;

gelet op de Gemeentewet artikel 212, de Financiële verordening 2025 artikel 16 en de Wet Financiering decentrale overheden 2013 (Wet Fido);

besluit:

  • 1.

    Het Treasurystatuut 2026 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van het Treasurystatuut 2013.

Inleiding

In de Financiële verordening 2025 is bepaald dat burgemeester en wethouders een Treasurystatuut vaststellen en zorgen voor tijdige actualisatie wanneer nodig.

Het treasurystatuut bevat het beleidskader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Onder treasury wordt verstaan: “Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”. In het treasurystatuut worden de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten voor financiering vastgelegd, evenals taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Daarnaast beschrijft het de financiële kaders voor financieringen, uitzettingen, gebruik van derivaten en het verstrekken van leningen en garanties aan derden.

Doelstellingen en het treasurybeleid

Artikel 1 Doelstellingen

De doelstellingen van het treasurybeleid van de gemeente zijn:

  • 1.

    Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel de financiering van de gemeentelijke taken binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting;

  • 2.

    Het verzekeren van structurele, duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele en marktconforme condities;

  • 3.

    Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s;

  • 4.

    Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van dit Statuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten;

  • 5.

    Het ondersteunen en adviseren van alle onderdelen binnen de gemeente met betrekking tot financieringsvraagstukken.

Risicobeheer

Artikel 2 Uitgangspunten risicobeheer

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

  • 1.

    Het voorzichtigheidsbeginsel wordt breed toegepast bij de uitvoering van treasury;

  • 2.

    Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten dienen de regels en bepalingen van dit treasurystatuut, de actuele Financiële Verordening, de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en aanvullende wettelijke regelgeving in acht te worden genomen;

  • 3.

    De gemeente mag leningen en/of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan derde partijen als voldaan is aan de uitgangspunten van artikel 13 en 14, waarbij vooraf advies van de afdeling Financiën & Control (treasury) wordt ingewonnen;

  • 4.

    De gemeente mag alleen middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien voldaan wordt aan artikel 10.

Artikel 3 Renterisicobeheer

  • 1. De bepalingen in de Wet Fido met betrekking tot de kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden nageleefd;

  • 2. Nieuwe leningen, uitzettingen of vervroegde aflossingen worden afgestemd op de bestaande leningenportefeuille en de liquiditeitenplanning;

  • 3. De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen, zodat gelijkmatige renterisicospreiding binnen de gehele portefeuille ontstaat;

  • 4. Derivaten mogen slechts worden afgesloten om renterisico’s af te dekken. Derivaten dienen aan te sluiten op onderliggende financieringsbehoefte. Derivaten met bijstortverplichtingen door de gemeente zijn niet toegestaan.

Artikel 4 Koersrisicobeheer

  • 1. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen, door daarbij uitsluitend deposito’s/leningen te hanteren waarbij de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is.

Artikel 5 Kredietrisicobeheer

  • 1. Uitzettingen van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie vinden, boven het drempelbedrag, uitsluitend plaats bij de schatkist van het Ministerie van Financiën of bij medeoverheden, niet zijnde de toezichthoudende provincie;

  • 2. Bij uitzettingen uit hoofde van de “publieke taak” gelden de uitgangspunten van artikel 14 (Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle);

  • 3. Derivaten worden alleen aangetrokken van financiële instellingen die minstens een single A-rating hebben, afgegeven door minstens twee van de drie erkende ratingbureaus Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch;

  • 4. Voor het aanhouden van gelden op rekeningcourant of spaarrekening dient de dienstverlenende financiële instelling ten minste een single A-rating te hebben, afgegeven door minstens twee van de drie erkende ratingbureaus Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch;

  • 5. Financiële instellingen moeten gevestigd zijn in landen met minimaal een AA-rating en vallen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht, zoals De Nederlandsche Bank;

  • 6. Tussenpersonen/bemiddelaars op de geld- en kapitaalmarkt dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als bemiddelaar op de geld- en kapitaalmarkt te hebben ontvangen.

Artikel 6 Valutarisicobeheer

  • 1. Overeenkomsten voor het aangaan van financieringen, het uitzetten van middelen en het verlenen van garanties luiden uitsluitend in euro’s om valutarisico’s uit te sluiten.

Financieringen en uitzettingen

Artikel 7 Liquiditeitsbeheer

  • 1. De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasury activiteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning/raming met een looptijd van jaar twee tot en met jaar vier;

  • 2. Teneinde de kosten van het liquiditeitsbeheer te minimaliseren wordt het liquiditeitsgebruik beperkt door de inkomende en uitgaande geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat er voldoende liquiditeiten zijn om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.

Artikel 8 Langlopende financiering

Voor het aantrekken van langlopende financiering (looptijd langer dan één jaar) gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Interne financieringsmiddelen worden eerst gebruikt;

  • 2.

    Financiering wordt enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

  • 3.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financiering zijn onder andere: onderhandse leningen, obligaties en medium term notes (MTN);

  • 4.

    Er worden minimaal 3 offertes gevraagd, waaruit de economisch meest gunstige aanbieding wordt gekozen;

  • 5.

    Langlopende financiering wordt aangetrokken met inachtneming van de Wet Fido.

Artikel 9 Kortlopende financiering

Voor het aantrekken van kortlopende financiering (looptijd tot één jaar) gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    De bankrekeningen worden opgenomen in een rentecompensatiestelsel en een saldocompensatiestelsel;

  • 2.

    Voor kasgeldleningen langer dan een maand worden minimaal 2 offertes gevraagd, waaruit de economisch meest gunstige aanbieding wordt gekozen;

  • 3.

    Toegestaan zijn daggeld, kasgeldleningen en rekening courant krediet;

  • 4.

    Kortlopende financiering wordt aangetrokken met inachtneming van de Wet Fido.

Artikel 10 Uitzetten overtollige middelen

Voor het uitzetten van overtollige middelen gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Middelen kunnen worden aangehouden bij de schatkist van het Ministerie van Financiën;

  • 2.

    Middelen kunnen worden uitgeleend aan een decentrale overheid of gemeenschappelijke regeling, niet zijnde de toezichthoudende provincie;Middelen worden voor maximaal 12 maanden uitgeleend, mits dit past op basis van de liquiditeitsprognose;

  • 3.

    Toegestane instrumenten voor het uitzetten van gelden zijn rekening-courant, daggeld, deposito’s en Nederlands staatspapier;

  • 4.

    Middelen worden uitgezet met inachtneming van de Wet Fido.

Relatiebeheer

Artikel 11 Bankrelaties en bancaire condities

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme voorwaarden voor de af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Bankrelaties en hun bancaire voorwaarden worden periodiek beoordeeld;

  • 2.

    De selectie van een nieuwe huisbank gebeurt door middel van een openbare aanbesteding;

  • 3.

    Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te beschikken over een A-rating van twee erkende rating agencies.

Leningen en garanties aan derden

Artikel 12 Uitgangspunten voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden

De volgende algemene uitgangspunten gelden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden:

  • 1.

    De te financieren activiteit dient als “publiek belang” te zijn gekwalificeerd door de gemeenteraad;

  • 2.

    De te financieren activiteit moet passen in het gemeentelijk beleid;

  • 3.

    Lening of garantie wordt uitsluitend verstrekt, indien reguliere financiering via een bank niet lukt;

  • 4.

    Vastgesteld dient te zijn dat het project zonder gemeentelijke lening of garantie niet tot stand komt;

  • 5.

    Indien landelijk opererende instellingen / overheidsinstanties bereid zijn garanties of leningen te verstrekken, dan garandeert of leent de gemeente niet of slechts gedeeltelijk;

  • 6.

    Het risico voor de gemeente dient overzienbaar en aanvaardbaar te zijn en zoveel mogelijk te worden beperkt;

  • 7.

    De lening of garantie moet passen binnen de hiervoor geldende nationale en internationale kaders (waaronder de Wet Fido);

  • 8.

    Bij het verstrekken van een lening of garantie worden de bepalingen met betrekking tot staatssteun en de Wet Markt en Overheid in acht genomen.

Artikel 13 Voorwaarden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden

Ter beperking van het gemeentelijk risico worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld:

  • 1.

    Het besluit om een lening of garantie te verstrekken moet worden genomen door het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    De lenings-, garantie- en overige overeenkomsten die op basis van dit besluit worden afgesloten, dienen door het college van burgemeester en wethouders te worden vastgesteld en moeten, voor zover van toepassing, voldoen aan de hiervoor geldende nationale en internationale kaders;

  • 3.

    Indien de te verstrekken lening of garantie groter is dan € 0,2 miljoen wordt de raad vooraf ingelicht en neemt het college geen besluit voordat de raad haar wensen en bedenkingen ter zake ter kennis van het college heeft kunnen brengen;

  • 4.

    Bij garanties moet de geldgever zich verbinden zonder toestemming van burgemeester en wethouders geen uitstel van betaling te geven;

  • 5.

    Bij niet voldoening van enige verplichting van de geldnemer moet de geldgever burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk in kennis stellen;

  • 6.

    Geldgever dient jaarlijks, binnen twee maanden na afloop van het boekjaar, aan de gemeente een opgave verstrekken van de restantschuld van de lening per 31 december van het voorafgaande jaar;

  • 7.

    Geldnemer betaalt jaarlijks aan de gemeente een marktconforme rente1 dan wel garantiepremie, die overeenkomt met de richtlijnen van de Europese Unie2;

  • 8.

    Waar mogelijk worden zekerheden gesteld in de vorm van een (eerste) recht van hypotheek op onroerende goederen, een pandrecht op roerende goederen of anderszins;

  • 9.

    Garanties voor financiering van investeringen door niet-commercieel ingestelde verenigingen geschieden uitsluitend als de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) zich eveneens voor minimaal 40% garant stelt;

  • 10.

    Geldnemer dient haar jaarrekening of vergelijkbare stukken binnen zes maanden na afloop van het jaar ter beschikking te stellen van de gemeente;

  • 11.

    Het college van burgemeester en wethouders bepaalt bij niet naleven hiervan per geval de consequenties, te ondernemen stappen en gevolgen;

  • 12.

    Geldnemer mag, gedurende het bestaan van de garantie- of leningsovereenkomst, de bezittingen die met de lening zijn gefinancierd (of tot zekerheid dienen) niet veranderen of afbreken, noch bezwaren of vervreemden, zonder toestemming van burgemeester en wethouders;

  • 13.

    De door de gemeente aan geldgever betaalde bedragen uit hoofde van de garantie blijven als een direct opeisbare schuld op de geldnemer rusten. Over deze vordering wordt door de gemeente rente in rekening gebracht volgens een door burgemeester en wethouders bij het aangaan van de garantie te bepalen percentage.

Administratieve organisatie en interne controle

Artikel 14 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.

  • 1.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

  • 2.

    Bevoegdheden zijn via mandaat nader schriftelijk vastgelegd in het mandaat en volmacht register van de afdeling Financiën en Control van de gemeente;

  • 3.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • a.

      iedere betalingstransactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);

    • b.

      de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

    • c.

      de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

  • 4.

    Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie ook te versturen naar de financieel treasurymedewerker zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

  • 5.

    Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten of de financieel treasurymedewerker.

Artikel 15 Verantwoordelijkheden

Functie

Verantwoordelijkheid

De gemeenteraad

  • stelt de hoofddoelstellingen van het treasurybeleid vast middels artikel 16 van de (bijgestelde) financiële verordening;

  • stelt, samen met de begroting, de bijbehorende financieringsparagraaf vast;

  • stelt, samen met de jaarrekening, de bijbehorende financieringsparagraaf vast;

  • maakt wensen en bedenkingen kenbaar wanneer een gemeentegarantie of lening wordt gevraagd voor een hoger bedrag dan € 200.000.

Het college van B&W

  • stelt het (bijgestelde) treasurystatuut vast;

  • is verantwoordelijk voor het treasurybeleid;

  • is verantwoordelijk voor het betalingsverkeer;

  • stelt jaarlijks het treasuryjaarplan vast;

  • neemt het besluit voor het verlenen van een gemeentegarantie of het verstrekken van een lening, waarbij zij de raad in de gelegenheid stelt haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken indien het bedrag groter is dan € 200.000.

Hoofd afdeling Financiën & Control

  • is integraal verantwoordelijk voor de feitelijke uitvoering van het treasurybeleid en het betalingsverkeer;

  • is op basis van mandaat verantwoordelijk voor de treasuryfunctie;

  • is verantwoordelijk voor de inrichting van de treasuryfunctie;

  • is budgetverantwoordelijk voor het taakveld Treasury;

  • is verantwoordelijk voor het opstellen van het treasurystatuut, de financieringsparagraaf en het treasuryjaarplan.

Treasurycommissie

  • stelt de rentevisie vast;

  • stelt het consolidatieplan vast;

  • adviseert over het treasuryjaarplan;

  • stelt richtlijnen voor de treasuryfunctionarissen op voor het handelen op geld- en kapitaalmarkt.

Treasurer/plv treasurer

  • geeft invulling aan de feitelijke uitvoering van de treasuryfunctie;

  • stelt het treasurystatuut, de financieringsparagraaf en het treasuryjaarplan op.

Teammanager van het team financiële realisatie

  • is verantwoordelijk voor de feitelijke inrichting en uitvoering van het betalingsverkeer.

Artikel 16 Bevoegdheden

 

Taak

Uitvoering

Registratie

Autorisatie

Cashmanagement

1.

Geldstromenbeheer

 

Het aangaan van rekeningcourantovereenkomsten met financiële instellingen

TR

-

HfdF&C

 

De inrichting van het betalingsverkeer

TR

-

HfdF&C

 

Bankcondities/tarifering

TR

-

HfdF&C

2.

Saldobeheer/liquiditeitenbeheer

 

Het afsluiten van leningen met een looptijd tot 1 jaar

TR

FTM

HfdF&C

 

Het uitzetten van gelden met een looptijd tot 1 jaar

TR

FTM

HfdF&C

Risicomanagement

1.

Renterisico

 

Afsluiten van rente-instrumenten welke in het treasuryjaarplan zijn voorzien

TR

TR

HfdF&C

 

Goedkeuren van te gebruiken rente-instrumenten via het treasuryjaarplan

Nvt

Nvt

CBW

2.

Debiteurenrisico

 

Goedkeuren van tegenpartijen aan wie geldleningen worden verstrekt in het kader van de publieke taak;

Kenbaar maken van wensen en bedenkingen bij het verstrekken van leningen/garanties bij nieuw aangemerkte publieke taken OF bedragen die groter zijn dan € 200.000.

Nvt

Nvt

TR

TR

CBW

GR

Financiering en belegging

1.

Financiering

 

Aantrekken van geld via onderhandse leningen / Medium Term Note (MTN) tot het in het treasuryjaarplan vastgestelde bedrag

TR

TR

HfdF&C

 

Aantrekken van geld via onderhandse leningen /MTN boven het in het treasuryjaarplan vastgestelde bedrag

TR

TR

CBW

 

Het verstrekken van garanties/borgstellingen

(voor bedragen groter dan € 200.000 nadat de raad haar wensen en bedenkingen kenbaar heeft kunnen maken)

Het kenbaar maken van wensen en bedenkingen bij het verstrekken van garanties/borgstellingen die groter zijn dan € 200.000 OF die bestemd zijn voor nieuw aangemerkte publieke taken

Nvt

Nvt

TR

TR

CBW

GR

 

Het vervroegd aflossen van lopende leningen voor zover vermeld in het treasuryjaarplan

TR

TR

HfdF&C

 

Het vervroegd aflossen van lopende leningen voor zover niet vermeld in het treasuryjaarplan

TR

TR

CBW

 

Het vaststellen van renteherzieningen voor zover vermeld in het treasuryjaarplan

TR

TR

HfdF&C

 

Het vaststellen van renteherzieningen voor zover niet vermeld in het treasuryjaarplan

TR

TR

CBW

2.

Belegging

 

Het uitzetten van geld (>1 jaar)

TR

TR

CBW

TR: Treasurer of plaatvervanger

HfdF&C: Afdelingshoofd Financiën & Control

FTM: Financieel treasury medewerker

GR: Gemeenteraad

CBW: College van B&W

Artikel 17 Operationele en verantwoordingsinformatie

Informatie

Informatieverstrekker

Informatieontvanger

Opmerking

Frequentie

Actueel Treasurystatuut

College van B&W

Gemeenteraad

 

Indien een wetswijziging hiertoe aanleiding geeft. Minimaal eens per 4 jaar evalueren.

Financieringsparagraaf

Hoofd van de afdeling Financiën & Control

Gemeenteraad

 

Jaarlijks

(bij begroting en jaarrekening)

Treasuryjaarplan

Treasurer

College van B&W en afschrift naar de Gemeenteraad

 

Jaarlijks

Operationele informatie over toekomstige geldstromen

Budgethouders / projectleiders / programmamanagers / financials, enz.

Treasury functionarissen

 

Dagelijks

Liquiditeitsplanning

Treasurer

Treasurycommissie

Informatie is gebaseerd op informatie van afdelingen, programma’s en projecten

Minimaal 2x per jaar

Analyse leningen- en beleggingsportefeuille

Treasurer

Treasurycommissie

 

Minimaal 2x per jaar

Verschillenanalyse liquiditeitsplanning

Treasurer

Treasurycommissie

Informatie is gebaseerd op informatie van afdelingen, programma’s en projecten

Minimaal 2x per jaar

Inwerkingtreding

Artikel 18 Inwerkingtreding

Dit treasurystatuut treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2026.

Ondertekening

Apeldoorn, 7 april 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn,

Burgemeester

Gemeente secretaris

Bijlage 1: Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

  • ▪︎

    Agentschap: Het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Financiën, dat onder meer verantwoordelijk is voor de uitvoering van Schatkistbankieren;

  • ▪︎

    Belegging: Het uitzetten van eigen vermogen en andere financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar;

  • ▪︎

    Cashmanagement: Het beheren van geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot een periode van een jaar;

  • ▪︎

    Deposito: Niet-verhandelbare belegging bij een financiële instelling of bij het Agentschap, waarbij een bedrag voor een bepaalde periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet;

  • ▪︎

    Derivaten: Financiële instrumenten (renteruilcontracten (swaps), renteplafondcontracten (caps), uitgestelde leningen (forward contracten) en uitgestelde geldmarktcontracten (Future Rate Agreement (FRA))) die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

  • ▪︎

    Drempelbedrag: Het bedrag aan overtollige liquide middelen dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist aangehouden mag worden. De hoogte van het drempelbedrag is gerelateerd aan de begrotingsomvang van een decentrale overheid;

  • ▪︎

    Financiële instellingen: Kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen, gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandse Bank;

  • ▪︎

    Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte;

  • ▪︎

    Geldstromenbeheer: Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

  • ▪︎

    Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;

  • ▪︎

    Koersrisico : Het risico dat de financiële activa (aandelen, obligaties, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

  • ▪︎

    Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;

  • ▪︎

    Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

  • ▪︎

    Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;

  • ▪︎

    Liquiditeitspositie: Omvat het totaal van de rekening-courantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen og/ug (og = opgenomen gelden, ug uitgezette gelden);

  • ▪︎

    Medium Term Note (MTN): Verhandelbare schuldbekentenis van een middellange lening aan toonder;

  • ▪︎

    Onderhandse lening: Lening waarbij een geldnemer rechtstreeks geld leent van een geldgever, waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld;

  • ▪︎

    Rating: Een classificatie door een rating agency, die de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier aangeeft;

  • ▪︎

    Rating agency: Een creditrating wordt afgegeven door een bureau (‘rating agency’) dat gespecialiseerd is in het analyseren van kredietwaardigheid; De erkende agencies zijn Standard&Poors, Moody’s en Fitch;

  • ▪︎

    Relatiebeheer: Omvat het onderhouden van relaties met partijen die actief zijn op financiële markten, waaronder banken en bemiddelaars op geld- en kapitaalmarkt;

  • ▪︎

    Renterisico : Het risico op (toekomstige) ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen van leningen of uitzettingen met een looptijd van een jaar of langer;

  • ▪︎

    Renterisiconorm: De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag waarover renterisico gelopen wordt, gedefinieerd als de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen, niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal;

  • ▪︎

    Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

  • ▪︎

    Risicomanagement: Het beheren van financiële risico’s (renterisico’s, debiteurenrisico’s, koersrisico’s en (interne) liquiditeitsrisico’s;

  • ▪︎

    RUDDO: Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden;

  • ▪︎

    Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

  • ▪︎

    Saldocompensatiestelsel: Groep van bankrekeningen waarvan de individuele saldi van de rekeningen voor het bepalen van de kredietruimte bij elkaar worden genomen en als saldo van één bankrekening worden beschouwd;

  • ▪︎

    Schatkistbankieren: Het aanhouden van gelden bij het ministerie van Financiën;

  • ▪︎

    Rentecompensatiestelsel: Groep van bankrekeningen waarvan de individuele saldi van de rekeningen voor de renteberekening bij elkaar worden genomen en als saldo van één bankrekening worden beschouwd;

  • ▪︎

    Rentevisie: Toekomstverwachting van de renteontwikkeling;

  • ▪︎

    Treasurycommissie: Een commissie, bestaande uit de wethouder financiën, de treasurer, het hoofd van de afdeling Financiën en Control, de concerncontroller en een adviseur Grondbedrijf;

  • ▪︎

    Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit twee deelfuncties: risicobeheer en te financiering;

  • ▪︎

    Treasuryfunctionaris: De treasurer of de plaatsvervangende treasurer;

  • ▪︎

    Tussenpersoon/bemiddelaar: Commercieel bemiddelend kantoor voor het aantrekken of uitzetten van middelen op de geld- of kapitaalmarkt. Ook wel intermediair of geldmakelaar genoemd;

  • ▪︎

    Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen (zie ook belegging) hebben betrekking op een periode van één jaar of langer;

  • ▪︎

    Valutarisico: Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van het hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment;

  • ▪︎

    Wet Fido: Wet Financiering decentrale overheden.


Noot
1

De Europese commissie hanteert als basisrente het EURIBOR tarief voor één jaar, met een opslag van tenminste 0,6%.

Noot
2

Voor kleine en middelgrote ondernemingen geldt een jaarlijkse garantiepremie van minimaal 0,4%, zie ook Marktconformiteit Garanties Europa Decentraal en Garantiepremie Europa Decentraal