Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760541
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760541/1
Gedragscode raads- en commissieleden gemeente Eindhoven 2026
Geldend van 01-04-2026 t/m heden
Intitulé
Gedragscode raads- en commissieleden gemeente Eindhoven 2026De raad van de gemeente Eindhoven;
Gelet op artikel 15, derde lid, artikel 41c, tweede lid en artikel 69, tweede lid van de Gemeentewet;
gezien het voorstel van de agendacommissie;
besluit:
Vast te stellen de navolgende
Voorwoord
Beste raadslid,
Je bent gekozen om de inwoners van Eindhoven te vertegenwoordigen. Als gemeenteraadslid bepaal je de koers van onze stad. Je controleert het college en je bewaakt het algemeen belang. Dit is een eervolle taak die vraagt om zorgvuldigheid, openheid en respect, ook als je van mening verschilt met anderen.
Eindhoven is een stad van vooruitgang en innovatie. Technologie, design en samenwerking kenmerken onze regio en maken onze stad uniek. In deze dynamische omgeving is vertrouwen in het bestuur van groot belang. Als raadslid heb je een voorbeeldfunctie. Dit zie je terug in wat je zegt, doet en uitstraalt.
Deze gedragscode helpt je om bewust en eerlijk jouw rol te vervullen. Het is geen verzameling regels. Het is een leidraad bij het maken van professionele en ethische keuzes in jouw dagelijkse werk.
Als raadslid sta je er niet alleen voor. De medewerkers van de griffie ondersteunen je bij jouw werk. Zij helpen je met het vinden van de juiste informatie en het voorbereiden van debatten. We hechten veel waarde aan onderlinge openheid en reflectie. Bij twijfel of vragen over integriteit, veiligheid of ethisch handelen kun je terecht bij de Adviseur Integriteit. Zij bieden ondersteuning, begeleiding en advies — onafhankelijk en vertrouwelijk.
Daarnaast is de burgemeester een belangrijk aanspreekpunt. Als hoeder van de integriteit binnen het gemeentebestuur zorgt hij ervoor dat we zowel binnen als buiten de raad en handelen volgens de normen van betrouwbaar en integer bestuur.
Deze gedragscode is van ons allemaal. Samen zorgen we voor een sterke en betrouwbare gemeenteraad, die staat voor onze stad en het vertrouwen van haar inwoners verdient.
Met vriendelijke groet,
Namens de griffie en burgemeester van Eindhoven
Jorrit Jongbloed
Jeroen Dijsselbloem
Inleiding
Het belang van integriteit
Een goed functionerend lokaal bestuur vraagt om volksvertegenwoordigers en bestuurders die vertrouwen wekken en gezag hebben. Personen die de kwaliteit van het openbaar bestuur en het dienen van het algemeen belang vooropstellen. Integriteit van het openbaar bestuur is een belangrijke voorwaarde. Dit houdt in dat politieke ambtsdragers de verantwoordelijkheid aanvaarden die met de functie samenhangt, en dat ze bereid zijn om daarover verantwoording af te leggen.
Het Nederlands lokaal bestuur kent een hoog niveau van integriteit in vergelijking met andere landen. Natuurlijk zijn er ook in Nederland incidenten. Vaak zijn deze veroorzaakt door onwetendheid of onoplettendheid. Wij vragen van onze volksvertegenwoordigers dat ze weten wat er speelt in de samenleving. Zij opereren dan ook vaak in diverse netwerken. Deze dragen bij aan het geworteld zijn van de volksvertegenwoordiger.
Hierdoor ontstaat het risico dat volksvertegenwoordigers de belangen van de eigen netwerken vooropstellen boven het algemeen belang. Dit kan komen vanuit een gevoel van sympathie en loyaliteit. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Het nadenken over de eigen integriteit gaat daarom verder dan het beoordelen van individuele handelingen. Volksvertegenwoordigers moeten zich ervan bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ hun keuzes en acties kunnen beïnvloeden. En die keuzes en acties leiden mogelijk tot een schending. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.
Maar ook maatschappelijke ontwikkelingen kunnen de integriteit onder druk zetten. De rolopvatting van de politieke ambtsdrager verandert en de verwachtingen van volksvertegenwoordigers worden bijgesteld. Zo zien we raadsleden steeds vaker worstelen met de ombudsfunctie. Bestuurders raken verstrengeld in de complexe samenwerkingsverbanden. Burgemeesters worden soms zelf doelwit als ‘hoeder’ van de integriteit of in de strijd tegen ondermijning.
Incidenten worden in Nederland veelal breed uitgemeten in de pers, of steeds vaker, mede door raadsleden of bestuurders, via sociale media. Dit zet het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van het lokaal bestuur onder druk.
Doel gedragscode
Het doel van deze gedragscode is het weerbaarder maken van de politieke ambtsdrager in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt. Zo zijn raadsleden, wethouders en burgemeester beschermd tegen onnodige misstappen. De code biedt ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om zorgvuldig op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming.
Kortom, deze gedragscode:
- •
Ontlast de morele oordeelsvorming van individuen.
- •
Stelt de norm.
- •
Definieert specifieke handelingen als schendingen.
- •
Maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk.
Afspraken over hoe te handelen bij (een vermoeden van) een schending van de regels uit deze gedragscode zijn apart vastgelegd in de procesafspraken over de handhaving van de integriteit in de politiek. Deze afspraken zijn overeengekomen tussen raadsleden, wethouders en de burgemeester van Eindhoven en vastgesteld door de gemeenteraad.
Deze gedragscode
Op vier plekken is de code strenger dan de wet:
- •
Deze code verplicht raadsleden niet alleen belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan.
- •
Deze code draagt raadsleden op hun financiële belangen bekend te maken.
- •
Deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken.
- •
Deze code onderstreept het belang van goede onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur.
In de bijlagen vind je specifieke verwijzingen naar alle relevante wetsartikelen.
Drie (bestuurs)organen, drie codes
Het gemeentebestuur bestaat uit raad, college en burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. Voor elk van de drie bestuursorganen vraagt de wet een door de raad vast te stellen gedragscode. Voor Eindhoven zijn drie aparte codes opgesteld, die vanuit hetzelfde perspectief zijn geschreven. Daar waar ze identiek kunnen zijn, zijn ze identiek. Waar ze moeten verschillen, gelet op de rol van elk bestuursorgaan en de onderliggende wettelijke regels, verschillen ze.
Deze gedragscode is bestemd voor de raadsleden en de commissieleden. Overal waar in deze gedragscode ‘raadslid / raadsleden’ staat geschreven wordt, daar waar van toepassing, ook ‘commissielid / commissieleden’ bedoeld.
1. Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling
Artikel 1
Raadsleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een raadslid persoonlijk betrokken is.
Artikel 1.1
Raadsleden moeten actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan.
Artikel 1.2
-
1. Raadsleden doen niet mee aan en zijn niet aanwezig bij de beraadslaging of stemming over onderwerpen waarbij ze een persoonlijk zijn betrokken (artikel 28 Gemeentewet). In het verslag van de betreffende vergadering wordt aangetekend dat het raadslid zich heeft onthouden van beraadslaging en stemming.
-
2. Twijfelt een raadslid over de vraag of er sprake is van een persoonlijke betrokkenheid bij onderwerpen van gemeentelijke besluitvorming? Dan bespreekt hij dit met andere raadsleden of met de griffier of de burgemeester. Als het om een ander raadslid gaat dan spreekt hij dit raadslid daar eerst op aan. In de volgende situaties kan er sprake zijn van belangenverstrengeling of schijn van belangenverstrengeling:
- a.
Een kwestie waarbij een raadslid zelf een persoonlijk belang of financieel heeft.
- b.
Een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij een raadslid persoonlijke betrokkenheid of zeggenschap heeft.
Zo voorkomen we actief (de schijn van) belangenverstrengeling.
-
3. Als een raadslid zich onthoudt van beraadslaging of besluitvorming in de gemeenteraad omdat hij persoonlijk betrokken is bij een onderwerp, dan meldt hij dit bij de griffier of de burgemeester. Als een raadslid dit meldt bij de griffier, informeert deze de burgemeester.
-
4. In het verslag van de betreffende vergadering wordt aangetekend dat het raadslid zich heeft onthouden van beraadslaging, stemming en aanwezigheid.
Artikel 1.3
-
1. Raadsleden mogen bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen (artikel 13 Gemeentewet).
-
2. Raadsleden vervullen geen nevenfuncties waarbij de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het raadslidmaatschap en het vertrouwen in de gemeente. Bij twijfel over het aanvaarden van een nevenfunctie overlegt het raadslid dit vooraf met de griffier of de burgemeester.
-
3. In alle gevallen van twijfel over vermoedens of schijn van belangenverstrengeling, kan advies worden gevraagd aan de Adviseur Integriteit.
Artikel 1.4
Raadsleden gaan geen handelingen of overeenkomsten aan die wettelijk verboden zijn (artikel 15 Gemeentewet). Daar waar een ontheffing van Gedeputeerde Staten mogelijk is en waar een raadslid hier gebruik van wil maken, overlegt hij met de burgemeester en de griffier.
Artikel 1.5
-
1. Raadsleden maken voor aanvang en/of tussentijds van het raadslidmaatschap via de griffier bekend welke (on)betaalde functies zij vervullen naast het raadslidmaatschap (artikel 12 Gemeentewet). Hierna wordt advies gevraagd wordt aan de Adviseur Integriteit. Dit advies zal vervolgens worden afgegeven aan de griffier die dit met de burgemeester bespreekt en vervolgens deelt met de raad.
-
2. Mocht een raadslid toch een functie aangaan die niet wenselijk is, dan zal de raad ingrijpen met de haar ter beschikkende staande middelen.
-
3. Raadsleden geven in ieder geval:
- a.
Een omschrijving van de (neven)functie.
- b.
Een omschrijving van de organisatie voor wie ze (neven)functie verrichten.
- c.
Uitleg of het een (neven)functie is uit hoofde van het raadslidmaatschap.
- d.
Uitleg of de (neven) functie betaald of onbetaald is.
Artikel 1.6
De griffier van de raad zorgt voor een actuele openbare lijst met (neven) functies van raadsleden.
Artikel 1.7
Raadsleden geven informatie over alle financiële belangen – bijvoorbeeld aandelen, opties, derivaten en schulden – aan de burgemeester en gemeentesecretaris. Ook als een financieel belang tussentijds ontstaat, moet dat worden opgegeven. Alle financiële belangen worden door de burgemeester en gemeentesecretaris ter advisering (ter voorkoming van mogelijke belangenverstrengeling en het risico op handelen met voorkennis) voorgelegd aan de Adviseur Integriteit. Het advies, inclusief mogelijke preventieve maatregelen, wordt voorgelegd aan de burgemeester en de gemeentesecretaris, die het vervolgens bespreekt met de wethouder.
Artikel 1.8
De griffier van de raad zorgt voor een actuele openbare lijst met gemelde financiële belangen van raadsleden in ondernemingen waar mee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Raadsleden geven daarnaast actief aan wanneer er een onderwerp op de agenda staat dat kan leiden tot (schijn van) belangenverstrengeling of er een persoonlijk belang speelt. Het raadslid zal niet aanwezig zijn bij bespreking en zich daarmee ook onthouden van stemming.
Artikel 1.9
De geheimhouding geldt ook na raadslidmaatschap voor geheime informatie (conform Gemeentewet artikel 87-89) totdat de gemeenteraad de geheimhouding heeft opgeheven.
Toelichting per artikel
Artikel 1 en artikel 1.1
De wetgever beschermt raadsleden op vier manieren tegen de verleiding van belangenverstrengeling en de schijn ervan:
De gemeenteraad moet als bestuursorgaan zijn taak niet vooringenomen vervullen. De gemeenteraad moet er volgens de wetgever voor waken dat persoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming niet beïnvloeden.
Persoonlijk belang is ieder belang dat niet behoort tot de belangen die raadsleden uit hoofde van hun taak moeten vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook bij de schijn van belangenverstrengeling. Het gaat dus niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Raadsleden moeten dus beoordelen of er een persoonlijk belang is waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden.
De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de gehele gemeenteraad om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming niet beïnvloeden. Dit geldt tijdens het hele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming1. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in hun eigen belang dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode staat.
De neiging bestaat om per actie van het raadslid te beoordelen of dit mag op basis van de Gedragscode en de Gemeentewet. Dit is nuttig en zelfs noodzakelijk in de beoordeling of een handeling zelf een schending is. Het tegengaan van veelvoorkomende schendingen vraagt echter ook om transparantie over en bewust zijn van de (formele en informele) netwerken van een raadslid. Om de transparantie te bevorderen vraagt de Gemeentewet dat informatie over nevenfuncties gedeeld wordt. Deze code vraagt daarnaast dat informatie over hun financiële belangen gedeeld wordt. Netwerkbewustzijn vraagt ook dat raadsleden zich bewust zijn van hun netwerken. En ook van de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen netwerken die tot ‘blinde vlekken’ in hun handelen kunnen leiden. In de praktijk van de lokale politiek blijkt dat raadsleden en bestuurders vaker een scheve schaats rijden juist door de aanwezigheid van netwerken waarin normen van wederkerigheid gelden. Deze normen zorgen ervoor dat leden uit het netwerk elkaar bevoordeelden en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten.
Artikel 1.2
De Gemeentewet regelt dat een raadslid niet meedoet aan de beraadslaging en stemming bij een aangelegenheid waarbij het raadslid een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert zo te voorkomen dat een raadslid meestemt als sprake is van belangenverstrengeling. In het verslag van de betreffende vergadering wordt aangetekend dat het raadslid zich heeft onthouden van beraadslaging, stemming en aanwezigheid.
Agressie of geweld van burgers tegen politieke ambtsdragers kan de besluitvorming beïnvloeden. Een politieke ambtsdrager mag zich ook door agressie en geweld niet laten beïnvloeden. In voorkomende gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met de griffier of de gemeentesecretaris.
Artikel 1.3
Soms vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. De artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode verwijzen naar die verboden. In de bijlage van deze gedragscode vind je de regelgeving die samenhangt met de integriteit van raadsleden. Bijvoorbeeld over
de verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen. We gaan ervanuit dat alle bijlagen nauwkeurig zijn bestudeerd.
Artikel 1.5 t/m artikel 1.8
De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies openbaar maken die zij hebben naast het raadslidmaatschap, zowel voor het aangaan van het raadslidmaatschap als tijdens. Zo kunnen andere raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris een raadslid waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook vastgelegd dat raadsleden ook alle financiële belangen bekendmaken. In een persoonlijk gesprek tussen de burgemeester, gemeentesecretaris en raadslid wordt besproken of er aanvullende afspraken gemaakt moeten worden. De Adviseur Integriteit voorziet de burgemeester, gemeentesecretaris en het raadslid van advies.
Dit artikel heeft betrekking op persoonlijke financiële belangen en is niet van toepassing op dagelijkse gemeentebelangen zoals WOZ, parkeertarief etc.`
Praktijkvoorbeelden
Voorbeeld 1
Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag hij het raadslid maatschap hiermee combineren?
Antwoord:
Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 1.3 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.5 van de gedragscode) en de griffier moet zorgen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 1.6 van de gedragscode).
Let op: Raadsleden moeten al hun functies melden.
Variant 1
De gemeenteraad bespreekt de Sportnota. Mag dit raadslid meedoen aan het gesprek en stemmen?
Antwoord
Ja, het raadslid mag meedoen aan de bespreking en de stemming.
De Sportnota gaat over algemene plannen en beslissingen voor de hele sportsector. Het is geen besluit dat direct het belang raakt van de vereniging waarvan het raadslid voorzitter is. Daarom is er geen persoonlijk belang volgens artikel 28 van de Gemeentewet en ook geen belangenverstrengeling. De kennis van raadsleden over onderwerpen zoals sport is juist belangrijk voor goede discussies en goede besluiten.
Let op: De regel “bij twijfel niet stemmen” geldt niet altijd. Het hoort bij het werk van een raadslid om mee te praten en te stemmen. Een raadslid mag niet meedoen, als zijn persoonlijke belang direct botst met het algemeen belang van het besluit. Een raadslid moet letten op de schijn van belangenverstrengeling. Maar dat betekent niet altijd dat hij of zij niet mee mag doen. Vaak zijn er andere manieren om eerlijk en duidelijk te zijn. Bijvoorbeeld het openlijk vertellen over een nevenfunctie of uitleg geven tijdens de vergadering.
Variant 2
De gemeenteraad moet besluiten over de uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is, wordt genoemd. Mag het raadslid meedoen aan de bespreking en meestemmen?
Antwoord
Nee, volgens artikel 28 van de Gemeentewet mogen raadsleden niet meedoen aan de bespreking en stemming als ze een direct persoonlijk belang hebben. Het gaat hier om een concreet besluit dat gevolgen kan hebben voor de voetbalclub waarvan het raadslid voorzitter is. Die functie betekent dat het raadslid persoonlijk betrokken is.
Dit is een voorbeeld van belangenverstrengeling: het belang van de vereniging staat tegenover het algemeen belang van de hele gemeente.
Het is de taak van het raadslid om in zo’n situatie niet mee te praten en niet te stemmen. Als het raadslid toch stemt, dan kan dit ertoe leiden dat de rechter het besluit van de raad vernietigt.
Variant 3
Mag het raadslid dat voorzitter is van de voetbalclub een ander fractielid het woord laten voeren over het dossier uitbreiding van de voetbalvelden?
Antwoord
Ja, het raadslid mag het woordvoerderschap over dit onderwerp aan een ander fractielid geven. Dit is een goede oplossing als er sprake is van een (mogelijk) persoonlijk belang.
Let op: Belangenverstrengeling voorkomen betekent meer dan alleen het woord overdragen tijdens de raadsvergadering. Volgens artikel 1.2 van de gedragscode mag het raadslid met een persoonlijk belang ook intern binnen de fractie geen invloed uitoefenen op het standpunt over dit onderwerp. Dat betekent dat het raadslid helemaal niet moet meebeslissen of meepraten over dit dossier binnen de fractie. Burgers kunnen niet zien wat er binnen de fractie gebeurt. Daarom is het belangrijk dat alle fractieleden samen goed opletten. Zij moeten ervoor zorgen dat het raadslid zich ook intern terughoudt. Zo voorkom je echte of schijnbare belangenverstrengeling.
Variant 4
Stel het raadslid dat voorzitter van de voetbalclub is, tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club stemt. Dan is toch voor de burger te zien dat het raadslid het raadswerk en het voetbalwerk scheidt? Dan kan het raadslid toch meestemmen?
Antwoord
Nee, ook dan mag het raadslid niet meestemmen. Het verbod op deelname aan de stemming is niet afhankelijk van het stemgedrag (dus niet of het raadslid voor of tegen stemt). Het gaat om het bestaan van een persoonlijk belang.
Op grond van artikel 28 van de Gemeentewet en artikel 1.2 van de gedragscode integriteit mogen raadsleden niet meestemmen over onderwerpen waarbij sprake kan zijn van belangenverstrengeling. Dat is hier het geval: het besluit raakt direct de voetbalclub waarvan het raadslid voorzitter is.
Zelfs als het raadslid tegen zou stemmen, is niet objectief vast te stellen wat de motivatie daarvoor is. Mogelijk is het in het belang van de club dat de uitbreiding bij een andere vereniging plaatsvindt. Voor een buitenstaander blijft onduidelijk of het stemgedrag is ingegeven door het clubbelang of het algemeen belang.
Conclusie: Stemgedrag is in dit soort gevallen niet doorslaggevend. Het gaat om het wegnemen van het risico én de schijn van belangenverstrengeling. Daarom mag het raadslid niet meedoen aan de stemming.
Variant 5
De raad moet besluiten over de uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid speelt bij deze voetbalclub. Mag het raadslid meedoen aan het gesprek en stemmen?
Antwoord
Ja, het raadslid mag gewoon meedoen aan de bespreking en stemmen.
De band tussen het raadslid en de voetbalclub is niet zo sterk dat het een persoonlijk belang is dat botst met het algemeen belang.
Dit betekent dat er geen sprake is van belangenverstrengeling.
Zie ook de opmerking onder variant 1 van bovenstaand voorbeeld.
Voorbeeld 2
Een raadslid is ook zzp’er en verzorgt onder meer trainingen ‘De klant is koning’. De afdeling Burgerzaken van de gemeente Eindhoven vraagt het raadslid deze training te verzorgen voor medewerkers. Mag deze opdracht worden aangenomen?
Antwoord
Nee, het raadslid mag de opdracht niet aannemen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet van toepassing. Het aannemen van de klus zou een overtreding van de Gemeentewet zijn en daarmee van artikel 1.4 van de gedragscode.
Variant 1
En als het raadslid nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens het eenmansbedrijf van het raadslid doet?
Antwoord
Ook dan mag de klus niet worden aangenomen, op grond van artikel 15 lid 1 onder d. onderdeel 1e van de Gemeentewet. Door het feit dat het bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, is dit artikel van toepassing. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 1.4 van de gedragscode.
Variant 2
En als het raadslid de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen?
Antwoord
Ook dan geldt dat de opdracht niet mag worden aangenomen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst. Of daarvoor betaald wordt, doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald, is voor derden (waaronder ‘de burger op straat’) niet zichtbaar. Daardoor kan het aannemen van de opdracht toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. Het aannemen ervan is een overtreding van de Gemeentewet en artikel 1.4 van de gedragsode.
Variant 3
Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training ‘De klant is koning’ te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid dat zzp’er is de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen?
Antwoord
Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aan- gegaan, maar via het trainingsbureau. Indirect verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en van artikel 1.4 van de gedragscode.
Voorbeeld 3
Een raadslid is naast raadslid ook leerlingbegeleider en weet daarom veel over jeugdzorg. Mag dit raadslid woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp?
Antwoord
Ja, dat mag. Het is belangrijk dat raadsleden weten wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) zo beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever.
Let op: In de praktijk zijn er veel verschillende situaties waarin een raadslid in een andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht
voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel
hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier. Als een raadslid namelijk zijn raadslidmaatschap met een onverenigbare functie combineert, dan houdt hij op lid te zijn van de raad (dat volgt uit artikel X 1 lid 1 van de Kieswet).
Voorbeeld 4
Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten de exploitatie van de zwembaden openbaar aan te besteden. De directeur van een zwembad in een nabijgelegen gemeente heeft interesse en dingt met zijn voorstel voor exploitatie mee in de aanbesteding. Zijn neef is naast eigenaar van een administratiekantoor ook raadslid in de aanbestedende gemeente. Hij vraagt hem daarom even mee te kijken naar de offerte.
Het raadslid werpt er een blik op en adviseert om in de offerte bepaalde kwaliteiten wat zwaarder aan te zetten. Het raadslid weet dat men hier intern belang aan hecht. Als bedankje voor de tijdsinvestering maakt de directeur een klein bedrag over naar de partijkas van de partij van zijn neef (het raadslid). Ook hangt hij een banner op in het zwembad als gratis reclame voor het administratiekantoor. Op een dag is de eigenaar van het cateringbedrijf van het zwembad op bezoek. Bij het zien van de banner vraagt hij aan de directeur van het zwembad of dit kantoor aanbevelingswaardig is. Dat is zo en dus benadert de eigenaar van het cateringbedrijf het raadslid om te vragen of hij vanuit het administratiekantoor kan ondersteunen bij zijn cateringbedrijf.
Vanuit de raad ontstaan inmiddels zorgen over de betrokkenheid van het raadslid bij de aanbesteding. De raad vraagt de burgemeester een intern onderzoek in te stellen. De burgemeester spart hierover informeel met een aantal wethouders. Deze wethouders vinden het onwenselijk om een intern onderzoek te starten. Het raadslid heeft naast deze mogelijke misstap, namelijk al veel betekent voor de stad. Bovendien draagt de samenleving het raadslid op handen, zo blijkt uit de vele voorkeursstemmen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. De burgemeester besluit dat er geen intern onderzoek komt.
Welke handelingen van het raadslid, de burgemeester en wethouders zijn aanvaardbaar of onaanvaardbaar?
Antwoord
De neiging bestaat om per actie te beoordelen of dit mag op basis van de Gedragscodes en de Gemeentewet. Soms is dit nuttig of noodzakelijk, bijvoorbeeld als concrete gedragingen in strijd zijn met de Gemeentewet of de gedragscode. In deze casus overschrijdt het raadslid meerdere grenzen:
- 1.
Het raadslid adviseert een familielid (de directeur) bij een lopende gemeentelijke aanbesteding. Dit is onaanvaardbaar. Niet alleen vanwege de persoonlijke betrokkenheid bij een familielid, maar ook omdat hierbij gebruik wordt gemaakt van informatie die het raadslid slechts via zijn raadsfunctie verkreeg. Dit kan leiden tot oneerlijke concurrentie en vormt een ernstige aantasting van de integriteit.
- 2.
De donatie aan de partijkas en de gratis reclame via een banner voor het bedrijf van het raadslid kunnen worden gezien als voordelen die zijn ontvangen in ruil voor het delen van informatie of invloed. Hoewel dit op het eerste gezicht kleinschalig lijkt, zijn dit signalen van mogelijke corruptie of belangenverstrengeling.
- 3.
De burgemeester, als hoeder van de integriteit in het lokaal bestuur, is verantwoordelijk om – zodra er serieuze signalen zijn van integriteitsschending – een onafhankelijk of intern onderzoek te (laten) starten. In dit geval zijn er voldoende aanwijzingen voor een integriteitsprobleem. Door van onderzoek af te zien, handelt de burgemeester in strijd met zijn verantwoordelijkheid. Dit is zeker zoals het besluit mede wordt ingegeven door oneigenlijke overwegingen zoals populariteit of eerdere verdiensten van het raadslid.
- 4.
De wethouders geven in het informele overleg aan dat het raadslid “veel voor de stad betekent” en “breed gedragen wordt onder kiezers”. Zulke argumenten mogen geen rol spelen bij de beoordeling van een mogelijk integriteitsonderzoek. Integriteit is geen kwestie van reputatie, maar van gedrag.
Let op: Uit deze casus blijkt dat integriteitsschendingen niet altijd terug te brengen zijn tot één incident of één persoon. De casus toont een netwerk van familiebanden, informele invloeden, politieke loyaliteit en wederzijdse bevoordeling, waarin grenzen vervagen. De kwestie raakt niet alleen het individuele gedrag van het raadslid, maar ook het bestuurlijke vermogen om hier adequaat op te reageren.
Als integriteitsschendingen gebeuren binnen een web van relaties en loyaliteiten, is het des te belangrijker dat bestuurders, raadsleden en ambtenaren handelen vanuit objectieve normen en wettelijke kaders, en niet vanuit persoonlijke afwegingen of politieke voorkeur. In dit geval is het achterwege laten van een onderzoek een bestuurlijk falen dat het vertrouwen in het lokaal bestuur ernstig kan ondermijnen.
Wat te doen bij twijfel?
Twijfel je als raadslid of er sprake is van belangenverstrengeling, of dat er een schijn daarvan bestaat? Dan kun je het volgende doen:
- 1.
Vraag advies: Neem contact op met de Adviseur Integriteit. Zij kunnen helpen om te beoordelen of er echt een probleem is.
- 2.
Meld het: Wees open over je nevenfuncties en mogelijke belangen. Transparantie helpt vertrouwen houden.
- 3.
Wees terughoudend: Als er twijfel blijft bestaan, kun je ervoor kiezen je niet te mengen in de beraadslaging of niet te stemmen totdat duidelijk is wat juist is.
2. Regels rond (schijn van) corruptie
Artikel 2
Raadsleden laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld.
Artikel 2.1
Raadsleden moeten actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan.
Aannemen van geschenken
Artikel 2.2
-
Raadsleden nemen geen geschenken aan die hen vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:
- a.
Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen.
- b.
Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is.
- c.
Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 65 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding niet aanwezig is.
Artikel 2.3
Als geschenken om een van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een raadslid, wordt dit gemeld aan de griffier. Dit is niet nodig als het gaat om het genoemde onder artikel 2.2 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De griffier zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming
Accepteren van faciliteiten en diensten
Artikel 2.4
Raadsleden accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:
- a.
Het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken;
- b.
En de schijn van omkoping of beïnvloeding niet aanwezig is.
Artikel 2.5
Raadsleden gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die vanwege de raadsfunctie worden aangeboden niet voor privédoeleinden.
Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties
Artikel 2.6
Raadsleden accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, evenementen, voorstellingen, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als:
- a.
Dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk.
- b.
En de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. Dit geldt bij protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente en bij uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid en;
- c.
Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding niet aanwezig is.
Accepteren van reizen en verblijven
Artikel 2.7
Raadsleden accepteren werkbezoeken waarbij anderen de reis- en verblijfkosten betalen alleen bij hoge uitzondering. Zo’n uitnodiging moet altijd vooraf worden besproken in het fractievoorzittersoverleg. De uitnodiging mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.
Van zo’n werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.
Toelichting per artikel
Artikel 2 (schijn van) Corruptie
Het bovenstaande artikel geeft voor raadsleden een definitie van corruptie.
Bij belangenverstrengeling ging het om onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming. Bij corruptie gaat het om omkoping van een raadslid. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de volgende artikelen staan regels om het raadslid te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen.
Artikel 2.2 en 2.3 Aannemen van geschenken
Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken. Onderstaande regels zijn geformuleerd als ‘nee, tenzij’: Raadsleden nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Bijvoorbeeld omdat dit zou ingaan tegen algemene fatsoensnormen. De afwijkingen moeten gemeld worden bij de griffier. Die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn.
Artikel 2.4 en 2.5 Accepteren van faciliteiten en diensten
Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot afhankelijkheid. Ook kan het leiden tot dankbaarheid die de zuiverheid van de besluitvorming kan aantasten. Ook het aannemen van faciliteiten en diensten kan voor een raadslid tot corruptie leiden. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken.
Artikel 2.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties
Werkbezoeken zijn bedoeld om raadsleden zich inhoudelijk te laten informeren. Ook zijn ze een kans om noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. Ook hier bestaat de plicht om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan. Dit betekent het vermijden van lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen, tenzij de redenen van artikel 2.6 van de gedragscode gelden.
Artikel 2.7 Accepteren van reizen en verblijven
Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor reizen en over nachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken In deze gevallen is het vermijden van alle schijn belangrijk.
Praktijkvoorbeelden
Voorbeeld 1
Raadsleden krijgen van een theater in Eindhoven een gratis jaarkaart voor alle voor stellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd?
Antwoord
Nee, het aannemen van de kaart is een overtreding van artikel 2.2 van de gedrags- code. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van Eindhoven.
Variant 1
Alleen de raadsleden die Kunst en Cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd?
Antwoord
Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben. Het accepteren van een der- gelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich op een andere manier op de hoogte stellen over het theater of de theaterbranche. Bijvoorbeeld met een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten moeten dus terug worden gestuurd conform artikel 2.3 van de gedragscode.
Voorbeeld 2
De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement. Dit gebeurt vanuit haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn. Ook wil de gemeente zoveel mogelijk burgers in beweging krijgen en in aanraking laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit?
Antwoord
Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Zo’n verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit kan in relatie tot dit evenement ook gebeuren door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te geven. Of de gemeente kan voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaffen.
Variant 1
De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Ook hier is een rondleiding inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de raadsleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen?
Antwoord
Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter. Om zich goed te informeren over het evenement kan het nodig zijn om één en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen, is redelijk. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen.
Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat.
Voorbeeld 3
Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag het raadslid die aannemen?
Antwoord
Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven. Het niet accepteren hiervan zou de gever op dat moment ernstig in verlegenheid brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.
Let op: Situaties als die in voorbeeld 3 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boeken- bonnen, flessen wijn, pennen, t-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van deze situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.
Voorbeeld 4
De gemeenteraad krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencingsysteem aangeboden. Met dit systeem kunnen raadsleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluit- vorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen?
Antwoord
Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 2.4 van de gedragscode. Artikel 2.4 aanhef en onder a van de gedragscode is niet van toepassing; er is budget om de raad te faciliteren. Mocht het nodig zijn een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald.
Voorbeeld 5
De raad krijgt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij is er ook een diner met Eindhovense ondernemers.
Mag de raad de uitnodiging accepteren?
Antwoord
Ja, de raad mag in principe op deze uitnodiging ingaan.
Het is belangrijk dat raadsleden goed geïnformeerd zijn, ook door commerciële partijen of andere organisaties die met de gemeente te maken hebben.
Zo’n uitnodiging geeft raadsleden de kans om informatie te krijgen die nuttig is voor hun werk. Soms hoort daar ook iets extra’s bij, zoals een diner of georganiseerd vervoer. Dat mag meestal, zolang het redelijk en gepast blijft.
Let op: Aan de mate van luxe zit een grens. De raad moet vooraf goed nagaan of het bezoek echt een werkdoel dient en of het extra aanbod (zoals het diner) niet te luxe is. Bij twijfel is het verstandig om het eerst te bespreken met de griffier of binnen de fractie.
Blijft twijfel bestaan, dan kan de Adviseur Integriteit om advies worden gevraagd.
3. Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Artikel 3
Raadsleden houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.
Artikel 3.1
Raadsleden houden zich aan de regels met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals fractiekamers en kopieermachines.
Artikel 3.2
Raadsleden houden zich aan de verordeningen met betrekking tot onkosten- vergoedingen, declaraties en de aanschaf van ICT.
Artikel 3.3
Een raadslid houdt zich aan de richtlijnen en het vastgesteld beleid met betrekking tot het gebruik van Artificial Intelligence (AI)
Toelichting per artikel
Artikel 3 Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Raadsleden krijgen voor hun raadswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Zo kunnen raadsleden in Eindhoven een fractiekamer, een tablet en een kopieermachine gebruiken. Deze zijn primair voor hun raadswerk bestemd. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan. Dit mag wel als het gaat om de bruikleen van voorzieningen zoals mogelijk gemaakt in de toepasselijke gemeentelijke verordeningen. Raadsleden mogen deze mede voor privédoeleinden gebruiken.
Toelichting Artikel 3.3
Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) binnen het openbaar bestuur biedt kansen. Het brengt echter ook risico’s met zich mee, met name op het gebied van transparantie, gegevensbescherming en de betrouwbaarheid van informatie. Raadsleden moeten hier zorgvuldig mee omgaan.
Gebruik van AI mag nooit leiden tot schending van vertrouwelijkheid, belangenverstrengeling of het wekken van de schijn van onbehoorlijk bestuur. Het invoeren van gevoelige of vertrouwelijke informatie in generatieve AI-systemen zonder adequate beveiliging is onwenselijk. Het kan in strijd zijn met de plicht tot zorgvuldige besluitvorming en informatiebeveiliging. Daarnaast mag het gebruik van AI niet ten koste gaan van menselijke oordeelsvorming, democratische controle en verantwoordelijkheid die hoort bij het ambt. Raadsleden blijven zelf eindverantwoordelijk voor de inhoud en het proces van besluitvorming.
Een transparante en verantwoorde inzet van AI sluit aan bij de normen van professioneel en integer bestuur.
In deze code worden hier richtlijnen voor gegeven: Gedragscode Artificiële Intelligentie – Gemeente Eindhoven
Praktijkvoorbeelden
Voorbeeld 1
Het is campagnetijd. Een raadslid staat op het punt om met fractiegenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. Op een kopieermachine in het gemeentehuis vermenigvuldigt het raadslid duizend flyers en twintig exemplaren van het verkiezingsprogramma om uit te delen. Mag dit?
Antwoord
Nee. Dit is een overtreding van artikel 3.1 van de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagne materiaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers. Daarnaast mogen gemeentelijke middelen niet worden gebruikt voor partijpolitieke doeleinden. In dit voorbeeld is het printen van de flyers bedoeld voor de bekendheid van de politieke partij. Het is niet in belang van het raadswerk of het functioneren van de raadsfractie.
Voorbeeld 2
Een raadslid gaat met de trein naar een partijbijeenkomst van zijn politieke partij. Mag het treinkaartje worden vergoed uit het fractiebudget?
Antwoord
Nee, dit mag niet. Op grond van artikel 3.2 van de gedragscode is het fractiebudget alleen bedoeld voor kosten die direct samenhangen met het raadswerk voor de gemeente Eindhoven.
Het bijwonen van partijbijeenkomsten wordt gezien als een partijpolitieke activiteit, niet als gemeentelijk raadswerk. Kosten daarvoor mogen dus niet uit het fractiebudget worden betaald.
4. Regels rond informatie
Artikel 4
De raadsleden zien erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester geven alle informatie die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.
Artikel 4.1
Raadsleden zijn open en transparant over de eigen beslissingen en hun beweegredenen. Ze handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid.
Artikel 4.2
Raadsleden die informatie krijgen waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, moeten die informatie geheimhouden, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.
Artikel 4.3
Raadsleden maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Artikel 4.4
Raadsleden gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. geven die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.
Toelichting per artikel
Artikel 4 Regels rond informatie
Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed te worden geïnformeerd. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dit alles bij elkaar verplicht het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd.
Geheimhouding
Het komt ook voor dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot:
- •
Het schenden van rechten van burgers;
- •
Het onterecht toebrengen van schade aan burgers;
- •
En/of het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen.
Het college moet terughoudend om gaan met het geheim verklaren van stukken en moet dit steeds zorgvuldig afwegen. En de raad moet hierop toezien. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en moet niet worden vervangen door ‘vertrouwelijk’.
In de ‘circulaire geheimhoudingsregeling’ d.d. 29 april 2016 (kenmerk 2016- 0000092386) schrijft de minister van BZK: ‘Omdat het niet op voorhand duidelijk is of het delen van informatie die als ‘vertrouwelijk’ is aangemerkt ook strafrechtelijk consequenties kan hebben, is het voor de onderhavige bestuurlijke praktijk aangewezen de term ‘vertrouwelijk’ niet te gebruiken maar slechts de term ‘geheim’.
Een ander aandachtspunt is de manier waarop raadsleden omgaan met informatie die (nog) niet openbaar is gemaakt, maar ook niet formeel geheim is verklaard. Het gaat dan bijvoorbeeld om conceptstukken of ambtelijke voortgangsinformatie die raadsleden ontvangen tijdens werksessies of informele bijeenkomsten. Raadsleden zorgen ervoor dat zij dergelijke informatie niet gebruiken voor eigen voordeel, noch voor het voordeel van personen of organisaties waarmee zij persoonlijk of zakelijk verbonden zijn
Informatierecht
De raad heeft het recht op informatie. Het college geeft de raad alle inlichtingen de nodig is voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad alle door één of meer leden gevraagde informatie, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Dit gebeurt mondeling of schriftelijk. De raad moet in ieder geval die informatie krijgen die nodig is voor het uitoefenen van zijn taak. De vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is, is iets waar politieke ambtsdragers samen uit moeten komen.
Praktijkvoorbeelden
Voorbeeld 1
De raad is van plan om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om daar huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd. Ze zijn blij dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college legt geheimhouding op ten aanzien van het dossier dat aan de raad wordt verstrekt. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak klopt de vermelde informatie. Dit duidt erop dat wellicht één of meerdere raadsleden praten met journalisten. Een raadslid vindt dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer gepast is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag het raadslid ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken?
Antwoord
Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 4.2 van de gedragscode. Als er informatie waarvoor een geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, kan alleen de raad deze verplichting opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht. Dit is zelfs strafbaar. Ook al is de meeste informatie in de krant verschenen.
Voorbeeld 2
Een raadslid stuurt het volgende bericht op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijd- moeilijk…’ Mag het raadslid dit doen?
Antwoord
Nee dit mag het raadslid niet doen. Op wat besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een bericht op X als dit is dus een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode en de geheimhoudingsplicht in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht
Voorbeeld 3
Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving start voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer begint. Zijn zus wil graag wonen in dat gebied. Mag het raadslid haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?
Antwoord
Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 4.3 van de ge- dragscode. Alleen een persoon met veel voorkennis kan de inschatting over de inschrijving maken. Dit raadslid heeft informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 4.3 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.
Voorbeeld 4
Een raadslid stelt in de raad keer op keer vragen over het opheffen van parkeer- plaatsen in de gemeente. Daarvoor vraagt het raadslid meermaals onderliggende stukken, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden vinden en dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Maar daar neemt dit raadslid geen genoegen mee. Hij geeft de wethouder geërgerd mee zich er makkelijk van af te maken. Hierna doet het raadslid opnieuw aanvullende verzoeken voor het verkrijgen van achterliggende informatie over de opheffing van de parkeerplaatsen. Overtreedt dit raadslid artikel 4 van de gedragscode?
Antwoord
Raadsleden mogen informatie opvragen, zolang die nodig is voor de uitoefening van hun taak (artikel 169 lid 2 Gemeentewet). Maar het recht op inlichtingen is niet onbeperkt. Als informatieverzoeken buitensporig worden of gepaard gaan met verwijten of een respectloze toon, kan dat in strijd zijn met artikel 5 van de gedragscode. Dat artikel roept op tot een zorgvuldige en respectvolle omgang.
Mogelijke oplossing:
De griffier of de voorzitter van de raad kan met het raadslid in gesprek gaan om afspraken te maken over het stellen van vragen en het hanteren van een constructieve toon naar het college.
5. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen
Artikel 5
Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. Ze zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten.
Artikel 5.1
Raadsleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op.
Artikel 5.2
Raadsleden onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over andere raadsleden, de griffie(r) en overige ambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven.
Artikel 5.3
Raadsleden gaan correct om met elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen. Dit gebeurt zowel in woord, gebaar als geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.
Artikel 5.4
Raadsleden twijfelen niet aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een bestuurder. Dit geldt in het openbaar – in de raad, de media of op de social media –Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als volksvertegenwoordiger dan wel bestuurder. In hun handelen streven ze het algemeen belang na en beschermen de rechten van individuen.
Artikel 5.5
Raadsleden streven naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. Raadsleden zijn eerlijk over hun overwegingen. Ze luisteren naar elkaars argumenten en die van de leden van het college. Ze accepteren deze als bijdragen tot zorgvuldige besluitvorming.
Artikel 5.6
Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan raadsleden, mogelijk onder begeleiding, onderling het gesprek aan met elkaar.
Toelichting per artikel
Artikel 5 Onderlinge omgangsvormen
Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat. Dat ambt dwingt zelf ook respect af. Samen staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed bestuur in de eigen gemeente.
Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.
Praktijkvoorbeelden
Voorbeeld 1
Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Eindhoven ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag?
Antwoord
Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.3 van de ge- dragscode. Een collega-raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang.
Voorbeeld 2
Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar open liggen en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt, klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!’ In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt één van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de wethouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag?
Antwoord
Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 5.2 van de gedragscode. Een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren moet dit natuurlijk in beslotenheid kunnen bespreken. Hiervoor kan het raadslid het beste contact opnemen en met de griffier of de wethouder. In de raad kan het raadslid overigens wel melden dat zorgen zijn geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren.
Voorbeeld 3
Een burger spreekt een raadslid aan in het café. Hij geeft aan dat hij alle vertrouwen in de politiek heeft verloren. Nou ja, zo stelt hij: Niet in de partij van het raadslid maar wel in de anderen. Vooral de wethouder Sociaal Domein is een groot crimineel die alleen de eigen zakken probeert te vullen. De burger weet uit goed geïnformeerde bronnen dat de wethouder het op een 1-2tje heeft gegooid met een aantal gesubsidieerde instellingen! Het raadslid hoort het aan. Bij thuiskomst deelt het raadslid het volgende bericht via verschillende sociale media: ‘Wethouder Sociaal Domein houdt er zo eigen netwerkjes op na zo meldt mij een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’
Antwoord
Dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 5.4 vraagt van raadsleden dat zij niet alleen zelf de integriteit van een wethouder niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van de wethouder verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de wethouder maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Twijfelt het raadslid werkelijk aan de integriteit van de wethouder dan volgt het raadslid de afgesproken route om een melding te doen.
6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode
Artikel 6
De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, de wethouders en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan.
Artikel 6.1
De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders worden nageleefd.
Artikel 6.2
De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de eigen gedragscode van de raad naleven. De griffier ondersteunt de raad hierbij.
Artikel 6.3
De fractievoorzitters evalueren minimaal één keer per bestuursperiode de gedragscode van de raadsleden op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. Ze brengen hierover verslag uit aan de gemeenteraad.
Artikel 6.4
Als een raadslid twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt hij de processtappen die in de Procesafspraken Integriteit staan
Toelichting per artikel
Artikel 6 Vaststelling en handhaving van de gedragscode
Minimaal één keer per bestuursperiode wordt de tekst van de drie gedragscodes van Eindhoven – voor raad, wethouders en burgemeester – tegen het licht gehouden: Voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Zo blijft de gedragscode een levend document.
Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek.
Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van college en raad, de fractievoorzitters, de raadsgriffier en de partij- c.q. afdelingsbesturen.
Artikel 6.4 Procesafspraken Integriteit
In Eindhoven zijn afspraken gemaakt over de processtappen die de raadsleden, wethouders en de burgemeester volgen bij het vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager. Deze staan in procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur.
De handhaving van de integriteit kent verschillende fases:
- •
Bespreken van lastige integriteitkwesties.
- •
Signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode.
- •
Eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode.
- •
Eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode.
Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- •
onpartijdigheid;
- •
terughoudendheid met publiciteit;
- •
zorgvuldigheid naar de vermeende schender en;
- •
bescherming van het slachtoffer.
Praktijkvoorbeeld
Voorbeeld
Tijdens een privé-etentje verneemt een raadslid van de grootste coalitiepartij dat een lid van de oppositie nauwe banden heeft met een lokale ondernemer. Niet toevallig, zo lijkt het, dat precies dit raadslid een amendement indiende op een voorstel tot een verkeersaanpassing in het centrum dat deze ondernemer voordeel zou opleveren. Bij de eerstvolgende fractievergadering legt het raadslid de kwestie voor.
Antwoord
Het delen van een dergelijk vermoeden in de fractievergadering is onwenselijk en in strijd met het tweede integriteitsprincipe: terughoudendheid met publiciteit. Zolang niet is vastgesteld of er een integriteitsschending is, moet worden voorkomen dat beschuldigingen of verdenkingen ongefilterd rondgaan — ook binnen de politieke arena. Er is niets gewonnen bij het delen van het vermoeden in de fractie terwijl er tegelijkertijd een veel hoger risico ontstaat dat het vermoeden in de publiciteit komt. In plaats daarvan kan een raadslid een vermoeden van belangenverstrengeling of ander integriteitsrisico vertrouwelijk bespreken met de burgemeester en/of griffier die hierbij ondersteuning krijgt van de Adviseur Integriteit. Zij kunnen beoordelen of verdere stappen nodig zijn, bijvoorbeeld nader onderzoek of het starten van een integriteitstoets.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 maart 2026
J. Jongbloed, griffier.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl