Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over een overgangsperiode op proef samenwonen in de bijstand (Beleidsregels overgangsperiode in de bijstand gemeente Den Helder 2026)

Geldend van 15-04-2026 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over een overgangsperiode op proef samenwonen in de bijstand (Beleidsregels overgangsperiode in de bijstand gemeente Den Helder 2026)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;

gelet op:

  • titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 160, eerste lid, onder a, Gemeentewet;

  • artikel 3, derde en vierde lid, Participatiewet;

  • artikel 3, derde en vierde lid, IOAW;

  • artikel 3, derde en vierde lid, IOAZ;

overwegende dat:

  • het aangaan van een samenwoonrelatie een ingrijpende en spannende beslissing is met mogelijke financiële gevolgen voor de bijstandsuitkering;

  • de hoogte van de bijstandsuitkering wordt beïnvloed door de woonsituatie, het inkomen en vermogen van een partner, hetgeen stress en onzekerheid kan veroorzaken en daarmee het succes van samenwonen kan verkleinen;

  • het college het van belang acht dat inwoners met een bijstandsuitkering, vanuit de menselijke maat, de mogelijkheid hebben om in rust en zonder directe financiële gevolgen een overgangsperiode samenwonen aan te gaan;

  • het college het wenselijk acht vast te leggen onder welke voorwaarden het college deze overgangsperiode toestaat;

besluit:

de volgende beleidsregels vast te stellen:

Beleidsregels overgangsperiode in de bijstand gemeente Den Helder 2026

Artikel 1 Definities

  • 1. De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader omschreven zijn, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2. Verder wordt in deze beleidsregels verstaan onder:

    • -

      bijstandsgerechtigde: een persoon die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ;

    • -

      overgangsperiode: een periode van drie maanden, met een mogelijke verlenging tot maximaal zes maanden, waarin het college aan bijstandsgerechtigde(n) toestemming geeft om samen te wonen op proef zonder consequenties voor de hoogte van de uitkering.

Artikel 2 Gezamenlijke huishouding

  • 1. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding of anderszins.

  • 2. Voor het bepalen van het hoofdverblijf is de feitelijke situatie leidend. Inschrijving in de BRP is niet doorslaggevend.

  • 3. Gedurende de overgangsperiode wordt voor de vaststelling van het recht en de hoogte van de uitkering uitgegaan van de woonsituatie zoals die gold vóór de aanvang van de proefperiode.

Artikel 3 Overgangsperiode

  • 1. Het college kan op aanvraag aan één of beide bijstandsgerechtigden een overgangsperiode toestaan.

  • 2. De overgangsperiode vangt pas aan nadat het college schriftelijk toestemming heeft verleend.

  • 3. De duur van de overgangsperiode bedraagt drie maanden. Deze kan op verzoek van de bijstandsgerechtigde eenmalig worden verlengd met maximaal drie maanden.

  • 4. De overgangsperiode eindigt eerder indien de bijstandsgerechtigde niet meer voldoet aan de voorwaarden van artikel 4.

  • 5. Tijdens de overgangsperiode behoudt de bijstandsgerechtigde de uitkering naar de norm die gold vóór de overgangsperiode, tenzij de norm wijzigt door andere omstandigheden dan het samenwonen op proef. Na afloop van de overgangsperiode wordt de bijstand afgestemd op de dan geldende actuele situatie.

  • 6. Tijdens de overgangsperiode kan de bijstandsgerechtigde aanspraak blijven maken op bijzondere bijstand, de collectieve zorgverzekering voor minima en/of de individuele inkomenstoeslag, indien aan alle voorwaarden wordt voldaan.

  • 7. De inlichtingenplicht (artikel 17, eerste lid, Participatiewet) blijft onverkort gelden.

Artikel 4 Voorwaarden

  • 1. Het college beoordeelt of een bijstandsgerechtigde in aanmerking komt voor een overgangsperiode pas nadat de bijstandsgerechtigde hiervoor een verzoek tot toestemming heeft ingediend.

  • 2. Wanneer beide partners een uitkering ontvangen in verschillende gemeenten, moeten beide colleges instemmen met de overgangsperiode.

  • 3. Beide partners behouden hun eigen woonadres en blijven daar ingeschreven staan in de BRP. De woning blijft beschikbaar voor eigen gebruik.

  • 4. Indien één van de partners gedurende de overgangsperiode wordt opgenomen in een inrichting, in het buitenland verblijft of gedetineerd raakt, eindigt de overgangsperiode.

Artikel 5 Uitsluitingsgronden

Een overgangsperiode wordt niet verleend indien:

  • 1.

    de partners aantoonbare voorbereidingen hebben getroffen voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap;

  • 2.

    de partners in de twee jaar voorafgaand aan het verzoek om toestemming voor de overgangsperiode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd;

  • 3.

    in het geval beide partners een uitkering ontvangen in verschillende gemeenten, het college van de andere gemeente niet instemt met de overgangsperiode;

  • 4.

    de bijstandsgerechtigde in het jaar voorafgaand aan het verzoek om toestemming al een maximale overgangsperiode heeft gehad.

Artikel 6 Re-integratieverplichtingen

Alle reintegratieverplichtingen en overige verplichtingen uit de Participatiewet blijven gedurende de overgangsperiode volledig van kracht.

Artikel 7 Monitoring en evaluatie

  • 1. De effecten van de beleidsregels worden gemonitord gedurende de looptijd.

  • 2. Het beleid wordt na één jaar geëvalueerd, waarna het college besluit over voortzetting, aanpassing of beëindiging van de beleidsregels.

Artikel 8 Citeertitel

Deze regels worden aangehaald als: Beleidsregels overgangsperiode in de bijstand gemeente Den Helder 2026.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking.

Ondertekening

burgemeester,

J.A. (Jan) de Boer MSc.

secretaris,

K. (Koen) van Veen