Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760529
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760529/1
Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen waterschap Zuiderzeeland 2027
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027
Intitulé
Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen waterschap Zuiderzeeland 2027Het algemeen bestuur van waterschap Zuiderzeeland;
gelezen het voorstel van het college van dijkgraaf en heemraden van waterschap Zuiderzeeland van 24 februari 2026, zaaknummer 1001164;
gelet op artikel 144, tweede, derde en vierde lid van de Waterschapswet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden;
overwegende dat het gewenst is om nadere regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van waterschapsbelastingen;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen waterschap Zuiderzeeland 2027
Artikel 1 Kwijtschelding
-
1. Aan natuurlijke personen kan kwijtschelding worden verleend voor:
- a.
De verontreinigingsheffing voor woonruimten als bedoeld in artikel 7.2, tweede lid van de Waterwet;
- b.
De zuiveringsheffing voor woonruimten als bedoeld in artikel 122d van de Waterschapswet;
- c.
De watersysteemheffing ingezetenen bedoeld in artikel 117, eerste lid onder a van de Waterschapswet.
- a.
-
2. Van de heffingen bedoeld in het vorige lid wordt aan kwijtscheldinggerechtigden 100% van het verschuldigde bedrag kwijtschelding verleend.
Artikel 2 Geen kwijtschelding
Geen kwijtschelding wordt verleend voor:
- a.
De watersysteemheffing voor ongebouwde onroerende zaken, de watersysteemheffing natuurterreinen en de watersysteemheffing voor gebouwde onroerende zaken, bedoeld in artikel 117, eerste lid onder b, c en d van de Waterschapswet;
- b.
De verontreinigingsheffing met uitzondering van aanslagen voor woonruimten;
- c.
De zuiveringsheffing met uitzondering van aanslagen voor woonruimten;
- d.
Leges.
Artikel 3 Berekeningswijze kosten van bestaan
-
1. Bij de kwijtschelding van de in artikel 1, eerste lid genoemde heffingen worden in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 de percentages voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100 procent.
-
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd.
Artikel 4 Netto kosten kinderopvang
Als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 worden mede in aanmerking genomen de in artikel 28, derde lid, van genoemde regeling bedoelde netto kosten van kinderopvang.
Artikel 5 Extra toegestane financiële middelen
In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met:
- a.
het maximumbedrag genoemd in artikel 4, onder a van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot,
- b.
75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en
- c.
90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.
Artikel 6 Kwijtschelding aan ondernemers
Met inachtneming van het overigens in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van de in artikel 1 genoemde heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Artikel 7 Intrekking Beleidsregels kwijtschelding Waterschap Zuiderzeeland 2009
De Beleidsregels kwijtschelding Waterschap Zuiderzeeland 2009 worden ingetrokken met ingang van de in artikel 8 genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op kwijtscheldingsverzoeken met betrekking tot belastingschulden ontstaan voor die datum.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2027.
Artikel 9 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen Zuiderzeeland 2027.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur in zijn openbare vergadering van 24 maart 2026.
Ing. W. Slob MSc.
Secretaris
Ir. H.C. Klavers,
dijkgraaf
Toelichting Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen Zuiderzeeland 2027
Algemeen
Wettelijk kader
Artikel 144 van de Waterschapswet bepaalt dat voor het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van waterschapsbelastingen de regels gelden die zijn gesteld bij of krachtens artikel 26 van de Invorderingswet 1990. Deze regels zijn uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden.
Op grond van deze regelgeving kan kwijtschelding worden verleend aan belastingplichtigen die niet in staat zijn hun belastingschuld te betalen zonder dat dit leidt tot onaanvaardbare financiële gevolgen. Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting, maar een bevoegdheid van het waterschap.
Het algemeen bestuur kan binnen het wettelijk kader nadere regels stellen. Daarbij kan worden bepaald:
- •
voor welke belastingen kwijtschelding mogelijk is;
- •
dat voor bepaalde belastingen geen kwijtschelding wordt verleend;
- •
dat ruimere kwijtschelding wordt toegepast door afwijking van de rijksregels ten aanzien van kosten van bestaan en vermogen.
De landelijke regelgeving bevat uniforme voorschriften voor de berekening van inkomen en vermogen. Afwijkingen zijn alleen toegestaan voor zover de wet dat uitdrukkelijk mogelijk maakt en alleen indien deze leiden tot een ruimere toepassing van kwijtschelding.
Uitgangspunten van het kwijtscheldingsbeleid
Het kwijtscheldingsbeleid van waterschap Zuiderzeeland is gericht op het bieden van financiële verlichting aan inwoners met een inkomen op of rond het sociaal minimum, voor zover zij onvoldoende betalingscapaciteit hebben om de waterschapsbelastingen te voldoen. Daarbij wordt aangesloten bij de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden.
Het algemeen bestuur van waterschap Zuiderzeeland heeft in zijn opiniërende vergadering van 10 februari 2026 beraadslaagd over de evaluatie van het kwijtscheldingsbeleid. Daarbij heeft het algemeen bestuur afgewogen wat rechtvaardig is voor de betreffende doelgroepen en wat rechtvaardig is voor de overige belastingbetalers. Vervolgens heeft het algemeen bestuur in zijn besluitvormende vergadering van 24 maart 2026 deze verordening vastgesteld. De verordening bevat een aantal verruimende bepalingen, zijnde:
- •
toepassing van de 100%-norm bij de berekening van de kosten van bestaan;
- •
het hanteren van het netto-ouderdomspensioen in plaats van de bijstandsnorm voor de kosten van bestaan van pensioengerechtigden;
- •
verruiming van de vermogensnorm;
- •
rekening houden met netto kosten van kinderopvang;
- •
kwijtschelding aan ondernemers voor de heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep (privébelastingen).
Hiermee wordt binnen de wettelijke mogelijkheden een ruimhartig en zorgvuldig kwijtscheldingsbeleid gevoerd.
Het waterschap heeft voor de belastingheffing en –invordering een gemeenschappelijke regeling opgericht. Het waterschap werkt met andere waterschappen en gemeenten samen in de Gemeenschappelijke regeling GBLT. De uitvoering van de regels in deze verordening vindt plaats door GBLT.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Kwijtschelding
In dit artikel is bepaald dat aan natuurlijke personen kwijtschelding kan worden verleend voor de in dit artikel genoemde heffingen.
Artikel 2 Geen kwijtschelding
In dit artikel is ten overvloede bepaald welke heffingen en leges niet voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen.
Artikel 3 Berekeningswijze kosten van bestaan
De Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 gaat uit van een norm van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm voor de vaststelling van de kosten van bestaan. Op grond van artikel 2 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden mag het waterschap een hoger percentage hanteren, tot maximaal 100%. In deze verordening is gekozen voor toepassing van deze 100%-norm.
Voor pensioengerechtigden wordt voor de berekening van de kosten van bestaan, op grond van artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden, uitgegaan van het netto-ouderdomspensioen in plaats van de bijstandsnorm.
Artikel 4 Netto kosten kinderopvang
Art. 28 lid 3 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 bepaalt dat de nettokosten van kinderopvang als noodzakelijke uitgaven kunnen worden meegenomen bij de beoordeling van het recht op kwijtschelding. In deze verordening wordt gebruikgemaakt van deze mogelijkheid.
Het betreft de kosten van kinderopvang na aftrek van ontvangen kinderopvangtoeslag en eventuele tegemoetkomingen. Door deze kosten mee te nemen wordt voorkomen dat huishoudens met jonge kinderen financieel worden benadeeld bij de beoordeling van hun betalingscapaciteit.
Artikel 5 Extra toegestane financiële middelen
De Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 bepaalt welk bedrag aan financiële middelen buiten beschouwing blijft bij de vermogensvaststelling. Art. 4 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden biedt de mogelijkheid dit bedrag te verhogen (extra toegestane financiële middelen).
In deze verordening wordt gebruikgemaakt van deze mogelijkheid. Hierdoor mogen belastingplichtigen een hoger bedrag aan financiële middelen aanhouden zonder dat dit gevolgen heeft voor het recht op kwijtschelding. De hoogte van de verruiming is afhankelijk van de leefsituatie (echtgenoten, alleenstaande, alleenstaande ouder).
Artikel 6 Kwijtschelding aan ondernemers
Art. 28 lid 1 onder b van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 bepaalt dat natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen in aanmerking kunnen komen voor kwijtschelding van belastingen die geen verband houden met hun onderneming (privébelastingen). In deze verordening wordt gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. De beoordeling vindt plaats volgens de regels van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de regels in deze verordening.
Artikel 7 Intrekking Beleidsregels kwijtschelding Waterschap Zuiderzeeland 2009
Met dit artikel worden de eerdere beleidsregels uit 2009 ingetrokken. Op kwijtscheldingsverzoeken met betrekking tot belastingschulden ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze verordening blijven de oude regels van toepassing. Hiermee wordt overgangsrecht geregeld en rechtszekerheid geboden.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding van de verordening. De verordening treedt in werking op 1 januari 2027.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl