Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hardinxveld-Giessendam 2026

Geldend van 15-04-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hardinxveld-Giessendam 2026

De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;

gelezen het voorstel;

besluit vast te stellen de Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hardinxveld-Giessendam 2026.

Artikel 1 Definitiebepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    burgerlid: een vertegenwoordiger van een fractie, niet zijnde een raadslid, die als zodanig door de raad is benoemd;

  • b.

    griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

  • c.

    raadslid: lid van de gemeenteraad.

Artikel 2. Reis- en verblijfkosten raads- en burgerleden

  • 1.

    Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of burgerlid vergoed:

    • a.

      de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

    • b.

      bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;

  • 2.

    Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

  • 3.

    Als een raadslid of burgerlid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.

  • 4.

    De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of burgerlid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 3. Scholingsbudgetten

Voor de scholing van de gemeenteraad zijn beperkt budgetten beschikbaar. De griffier draagt zorg voor de scholing van de gemeenteraad. Het aanwenden van deze budgetten kan uitsluitend geschieden wanneer het doel hiervan scholing voor de gemeenteraad als geheel betreft. Voor individuele of fractie gerelateerde scholing zijn geen budgetten beschikbaar.

Artikel 4. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

  • 1.

    Het raadslid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van de gemeente een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden;

  • 2.

    Voor zover het lidmaatschap van de gemeenteraad in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het raadslidmaatschap toegekend;

  • 3.

    Voor zover het raadslid in de loop van het jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van de periode tot de datum waarop hij die leeftijd heeft bereikt, uitbetaald;

  • 4.

    Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X12 van de Kieswet.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en burgerleden

  • 1.

    Een raads- of burgerlid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2.

    Een raads- of burgerlid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk conform hetgeen beschreven staat in de bruikleenovereenkomst.

Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 7. Betaling vaste vergoeding burgerleden

Burgerleden ontvangen een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden. De betaling van de vergoeding van burgerleden vindt maandelijks plaats. De vergoeding bedraagt het vaste bedrag van €200,00 per maand.

Artikel 8. Toelage raadslid onderzoekscommissie

  • 1.

    Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend;

  • 2.

    Bij instellingsverordening van de onderzoekscommissie bepaalt de raad de hoogte van de vergoeding alsmede het doel, de duur en de strekking van de opdracht van de onderzoekscommissie;

  • 3.

    Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.3., eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, bedraagt de toelage per jaar niet meer dan maximaal drie keer de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden;

  • 4.

    Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4., eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend ter hoogte van het bedrag per maand genoemd in artikel 3.1.4., eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (maximaal €139,90 per maand).

Artikel 9. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1.

    Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen of

    • c.

      betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

  • 2.

    Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3.

    Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissie/burgerleden ingediend bij de griffier.

  • 4.

    Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen één maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 10. Intrekking oude verordening

De Verordening rechtpositie Raads- en burgerleden Hardinxveld-Giessendam 2024 wordt ingetrokken.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst.

Artikel 12. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hardinxveld-Giessendam 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam, 1 april 2026,

De griffier, De voorzitter,

Marien Jongkind Dirk Heijkoop